Voor CDA-raadsleden: Meet&Greet met de Provinciale Statenfractie op 07/09

De Provinciale Statenfractie nodigt alle (burger)raadsleden van het CDA in Noord-Brabant uit voor inhoudelijke Meet&Greet op het Provinciehuis op vrijdagmiddag 7 september 2018.

Nu in alle Brabantse gemeenten de colleges zijn gevormd en de raden aan het werk gegaan, lijkt het de Statenfractie goed en zinvol om nader kennis te maken en van gedachten te wisselen over thema’s die lokaal en provinciaal actueel zijn.

Samenwerken zit in de genen van het CDA en het zou mooi zijn wanneer raads- en Statenleden elkaar in de komende jaren, waar nodig en gewenst, weten te vinden én kunnen versterken.

Hiertoe zijn alle raadsleden, maar ook burgerraadsleden en andere geïnteresseerden, van harte uitgenodigd om deel te nemen aan het volgende programma:

13.00-13.30 uur: Inloop + Ontvangst met koffie/thee

13.30-13.45 uur: Opening door fractievoorzitter Marianne van der Sloot

14.00-14.45 uur: 1ste Ronde deelsessies*

  • Deelsessie Arbeidsmarkt & Arbeidsmigranten
  • Deelsessie Landbouw
  • Deelsessie Ondermijning

15.00-15.45 uur: 2de Ronde deelsessies

  • Deelsessie Wonen
  • Deelsessie Omgevingswet
  • Deelsessie Zichtbare fractie

16.00-16.45 uur: 3de Ronde deelsessies

  • Deelsessie Energie
  • Deelsessie Leefbaarheid/Sociaal domein
  • Deelsessie Verkeer & Vervoer

17.00-18.00 uur: Netwerkborrel

* Elke deelsessie wordt kort ingeleid en gemodereerd door een of twee Statenleden. De deelsessie Zichtbare fractie wordt verzorgd door fractiemedewerker Ernst van Welij.

Deelname aan dit programma is kosteloos. Locatie is het Provinciehuis te ’s-Hertogenbosch (adres: Brabantlaan 1), alwaar gratis parkeren mogelijk is op het parkeerterrein voor bezoekers aan de voor- of achterzijde van het gebouw (doorrijden tot de slagbomen, melden bij de intercom en de slagbomen gaan omhoog).

Aanmelden kan tot 3 september a.s. door een e-mail te sturen naar evwelij@brabant.nl. Vermeldt bij aanmelding s.v.p. de gemeente/afdeling, het aantal personen dat meekomt én hun namen.

De Statenleden hopen zoveel mogelijk (burger)raadsleden op 7 september te ontmoeten. Wie vragen heeft, kan contact opnemen met fractiemedewerker Ernst van Welij via evwelij@brabant.nl.

Punt van aandacht: parallel aan dit programma voor (burger)raadsleden wordt waarschijnlijk ook een sessie met en voor afdelingsbestuurders (o.a. voor afdelingssecretarissen) gehouden. Zij ontvangen hiervoor een separate uitnodiging.

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over Digitalisering op 29/06

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Digitalisering: Verkenning ‘Brabant Digitaliseert’, Agenda Digitalisering, voorstel tot sluiting van het Breedbandfonds Brabant en voorstel tot reservering middelen uit het Breedbandfonds Brabant ten behoeve van een Investeringsagenda Digitalisering
(29-06-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

Digitalisering vindt voor een belangrijk deel plaats in die maatschappelijke sectoren waar overheden een relatief grote rol hebben. Zowel de economie als de samenleving digitaliseren in rap tempo. Overduidelijk hebben we hier te maken met een vraagstuk dat ook vanuit de provincie maximale, gerichte aandacht verdient.

Voor ons ligt het voorstel om het Breedbandfonds Brabant te sluiten en de middelen in te zetten voor de Investeringsagenda Digitalisering. Een substantieel bedrag van 45 miljoen euro, waarmee we daadwerkelijk een verschil kunnen maken voor de Brabanders. Mits we dit geld doelgericht en met een duidelijke focus inzetten. En voorzitter, juist dáár wringt de schoen.

Daar waar het Breedbandfonds een helder doel en een duidelijke opgave had om heel Brabant te ‘verglazen’, het fundament onder digitalisering, heeft de voorliggende Investeringsagenda Digitalisering nog geen strategie of koers. Na alle strategische verkenningen, het onderzoeksrapport van BrabantAdvies én diverse andere onderzoeken over digitalisering is de conclusie van GS: “Er zijn heel veel kansen en het gaat zo snel dat we een flexibele dynamische agenda moeten instellen”. Met andere woorden: we hebben nog geen beleid, maar reserveren wél alvast het geld.

Voorzitter, in het kader van digitalisering maak ik vandaag graag gebruik van een kort filmpje dat illustreert wat er gebeurt als we geen keuzes maken:
https://www.youtube.com/watch?v=pZXW5pxxBHY (tot 0.25 sec).
Een paar seconden beeld zegt meer dan duizend woorden, lijkt mij.

Voorzitter, concrete vragen aan de gedeputeerde zijn:

  1. Waarom kunnen we, ondanks al het voorwerk dat is verricht, niet komen tot een strategie en duidelijke focus waarmee we in Brabant echt een verschil kunnen maken?
  2. We lezen heel veel over allerlei kansen m.b.t. digitalisering, maar zou je als overheid misschien niet juist de kansen aan de markt moeten laten en je meer richten op de risico’s die het onderwerp met zich meebrengt?
  3. Een van de argumenten om het Breedbandfonds te sluiten is duidelijkheid geven aan de markt. Vindt u dat met de Investeringsagenda Digitalisering wel voldoende duidelijk is waarvoor de markt bij de provincie kan aankloppen?

Voorzitter, als CDA zien wij graag wél duidelijke keuzes en een focus op drie punten:

1. overal;
2. iedereen en
3. veilig.

1. Voorzitter, te beginnen met ‘overal’

Met ‘overal’ bedoelen we dat iedere Brabander overal in onze provincie moet kunnen beschikken over snel internet. Hetzij via verglazing hetzij via de nieuwste mobiele netwerken. Het kan toch niet zo zijn dat er anno 2018 nog steeds gebieden zijn met witte vlekken. Gebieden die niet interessant zijn voor de markt, waar mensen soms op het speeltoestel van hun kinderen moeten klimmen om 1 streepje bereik te hebben…

Juist hier ligt een rol voor de overheid om ook deze Brabanders te voorzien van een netwerk, waarmee ze net als alle andere Brabanders volop gebruik kunnen maken van digitale diensten.

Als mede-indiener van het amendement van ChristenUnie-SGP horen wij graag een reactie van de gedeputeerde op het voorstel om de middelen voor digitalisering blijvend in te zetten voor de bereikbaarheid van alle Brabanders.

2. Voorzitter dan onze tweede pijler: ‘iedereen’

Voorzitter, digitalisering biedt niet alleen kansen, er zijn ook risico’s. Als provinciale overheid moeten we niet alleen mee rennen aan de kop van de digitaliseringsmarathon, maar ook oog houden voor die Brabanders die nog niet kunnen meekomen met deze ‘race’. Wat ons betreft moet iedereen kunnen deelnemen aan de digitale samenleving en tegelijkertijd ‘weerbaar’ zijn. En vergist u zich niet: het gaat dan niet alleen om de doelgroep ouderen, maar ook om jongeren die het soms niet meer kunnen bijbenen.

Graag horen wij van de gedeputeerde of we hierover in deze bestuursperiode nog een voorstel tegemoet kunnen zien voor de Investeringsagenda.

3. Voorzitter dan onze derde pijler: ‘veiligheid’

De hoeveelheid datastromen, privacygevoelige informatie en intellectuele gegevens neemt met de dag toe. Alles is digitaal en dat maakt ons kwetsbaar. Brabantse kennis kan weglekken, bij de verkeerde mensen terecht komen of verkeerd worden gebruikt. Maar ook kritische bedrijfsprocessen kunnen gevaar lopen met economische schade tot gevolg. Om een digitale term te gebruiken: ‘cybercrime’.

De snel veranderende wereld van dataveiligheid, ‘cybersecurity’, vereist ook een faciliterende overheid en samenwerking. Hierbij zouden we expliciet aandacht willen geven aan het MKB en de vele familiebedrijven, maar ook aan startups die omgaan met gevoelige gegevens en onvoldoende ICT-schaal hebben om het digitaliseringstempo bij te houden.

Wij horen graag van de gedeputeerde hoe snel en adequaat hij kan inspelen op onze suggestie om samen met het MKB werk te maken van dataveiligheid.

Voorzitter, zoals u merkt biedt focus op onderwerpen plus stevige pijlers méér kansen om op het vlak van digitalisering echt een verschil te maken in Brabant.

Het voorliggende voorstel geeft weliswaar maximale financiële grip vanuit de Staten als het aankomt op de bestedingen van de middelen voor de Investeringsagenda, maar biedt nog geen perspectief op een aantal belangrijke vraagstukken. Alle afzonderlijke projecten op dit vlak zullen waarschijnlijk leiden tot een bundel mooie digitaliseringsverhalen. Maar echt het verschil maken en geschiedenis schrijven zal het nog niet worden.

Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter. Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar Digitalisering (29 juni 2018)

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over de jaarstukken 2017 op 18/05

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de jaarstukken 2017
(18-05-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

We behandelen vandaag de tweede en tevens laatste volledige jaarrekening waar dit college rekenschap over geeft. Met een jaarlijkse begroting van ruim 1,3 miljard euro een behoorlijke verantwoordelijkheid om te dragen namens de Brabanders.

Voorzitter, voordat ik begin aan mijn inbreng, wil ik namens de CDA-fractie onze dank en waardering uitspreken richting GS, griffie en alle ambtenaren voor de bijdrage in de resultaten van 2017. Voorzitter, zoals u ook stelt, zijn er naast de behaalde resultaten uiteraard ook zaken die anders zijn verlopen dan verwacht. In het 3e bestuursjaar van dit college zien wij ook dat programma’s of onderdelen die goed van start zijn gegaan vlot verlopen, maar bij een wankele start lukt het niet om het tij te keren.

Voorzitter, graag sta ik vandaag met u stil bij de volgende 3 onderwerpen:
1. financieel resultaat & inkomsten;
2. inzicht in uitgezette leningen;
3. resultaten programma’s en onderbesteding.

Financieel resultaat en inkomsten
Voorzitter, de jaarlijkse beleggingsdoelstelling en onze inkomsten staan al enige tijd onder druk. We lezen terug dat de jaarlijkse beleggingsdoelstelling van 122 miljoen euro is behaald en er zelfs stortingen zijn gedaan in de rentereserve en reserve-investeringsagenda. Voorzitter, het volledige verhaal hierachter is natuurlijk dat we het nodige kunst- en vliegwerk hebben verricht. Toekomstige resultaten zijn naar voren gehaald door de verkoop van obligaties. Feitelijk gaat het ook primair om toevoegingen vanuit de obligatieportefeuille met obligaties die een ‘negative yield’ hadden. Obligaties met een negatieve opbrengst en hiermee dus reserves voor zekere renteverliezen in de toekomst.

De vraag aan de gedeputeerde is dan ook of we dit nog apart gaan labelen? En wat zijn nou echt de harde reserves die ‘vrij besteedbaar’ zijn om tegenvallers of algemene daling door lage rentes op te vangen?

Voorzitter, zoals gesteld staan onze inkomsten onder druk en hebben we inmiddels van de gedeputeerde de toezegging dat we uitgewerkte inkomstenscenario’s tot 2028 tegemoet kunnen zien. Voorzitter, hier zouden we toch de nodige vaart in willen houden.

Kan de gedeputeerde aangeven op welk termijn we dit tegemoet kunnen zien? En kunnen we hier meer vaart achter zetten door alvast ideeën of instrumenten Statenbreed te bespreken om samen tot deze scenario’s te komen?

Inzicht in uitgezette leningen
Voorzitter, op dit moment hebben we ca. 1,4 miljard euro aan leningen uitstaan en daarnaast nog ca. 250 miljoen euro aan overeenkomsten waarop partijen ieder moment een beroep kunnen doen. Dit zijn forse bedragen die we kunnen uitzetten dankzij de zgn. Essentgelden. Geheel risicoloos is dit niet, met een voorziening van ca. 40 miljoen euro. Al met al forse bedragen waarbij ook de accountant heeft opgemerkt dat de informatievoorziening richting PS beperkt is.

Graag horen wij van de gedeputeerde hoe de informatievoorziening richting PS zal worden verbeterd zal worden en op welke termijn we dit kunnen verwachten?

Resultaten programma’s en onderbesteding
Voorzitter, in de verantwoordingsbrief lezen we dat de onderbesteding van ruim 20% is teruggebracht naar 5%. Een onderbesteding is natuurlijk het financiële plaatje wat duidelijk maakt dat beoogde resultaten niet zijn gehaald. Helaas is dit in 2017 nog ten opzichte van de gewijzigde begroting gemeten. Voor 2018 zien wij graag in lijn met onze eerdere motie een meting ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Kern is en blijft voor het CDA dat we een duidelijke doelstelling hebben, strak sturen op resultaat met als resultante realistische ramingen en begrotingen.

Voorzitter, in dat opzicht start ik met een algemene reflectie op de inhoud van de 420 pagina’s tellende jaarrekening. Een enorme hoeveelheid informatie waar zelfs de accountant kanttekeningen bij plaatst. Voorzitter, we zien heel veel indicatoren in aantallen – aantal  projecten, netwerken, rapporten, bezoekers etc. – en slechts beperkte relevante indicatoren die meten of we het doel in zicht is. En daar waar we deze wel hebben zijn ze nog niet gemeten of op tijd beschikbaar. Om één voorbeeld uit te lichten: voor de prestaties rondom VTH-taken is één zeer relevante indicator de generieke kwaliteitsdoelstellingen vergunningverlening. We lezen echter: niet op tijd beschikbaar…

Kan de gedeputeerden aangeven wanneer deze indicator wel beschikbaar is?

Groen Ontwikkelfonds Brabant
Voorzitter, rapportages en resultaten van dit Groenfonds zijn al jaren een punt van aandacht. Met ruim 280 miljoen euro aan middelen plus ruilgronden is dit een waarde van wel twee keer Attero aan publieke middelen. Ondanks deze forse belangen lukt het maar niet om het geheel op de rails te krijgen, want ook in 2017 zien we weer tegenvallende resultaten.

Maar nog belangrijker is dat prestatie-indicatoren niet volgens afspraak zijn of tegenstrijdig. Bijvoorbeeld de indicator: Zijn de middelen voldoende om de doelen te behalen (mate van uitputting)? In de jaarrekening staat ‘ja’. Terwijl afgesproken is dat zou worden gerapporteerd in ‘% realisatie maatschappelijke opgave versus % gebruik van het fonds’.

Kan de gedeputeerde aangeven of dit een bewuste keuze is of een foutje?

Of een ander voorbeeld dat we niet kunnen rijmen. De verwerving en inrichting van natuurgebieden uit het Groenfonds moet evenredig worden verdeeld over de drie categorieën A, B en C. Waarbij categorie C maximaal 15% subsidie kent en vooral ondernemend EHS en minstens net zo groot als A zou zijn. Enerzijds lezen we terug dat deze prestaties geleverd zijn, anderzijds lezen we dat het bedrijfsleven nagenoeg niet bereid is te investeren.

Kan de gedeputeerde aangeven wie er dan voor de categorie C heeft betaald? En was de 85% inbreng wel grond en geld zoals beloofd?

Mobiliteit
Voorzitter, voor het programma Mobiliteit zien we twee onderwerpen die ons tot denken zetten. Het programma Verkeersveiligheid en Hooipolder Plus-plan. Zuiver kijkend naar proces en werkwijze is het geheel volgens het boekje en kan je daar niet iets op aanmerken. Als (deel)opgaven zijn afgerond en er middelen over zijn, dan vloeien deze terug naar de algemene middelen of naar de bestemmingsreserve. Maar toch voorzitter, het voelt niet goed aan. Als GS en PS hadden wij toch een doel om te bereiken en niet alleen een vinkje te halen.

Vraag aan de gedeputeerde is: Bent u van mening dat met het afronden van het activiteitenplan Verkeersveiligheid onze opgave hierop volledig is ingevuld en hadden we de resterende middelen van ca. 275.000 euro niet kunnen besteden aan de inrichting van een verkeersmonitor, die inzicht geeft in de veiligheid en het gebruik van onze wegen?

Voorzitter, met het Hooipolder Plus-plan was de gedeputeerde volop in overleg met Rijk en gemeenten en dit zou eindelijk iets gaan worden: tot 2030 filevrij! We lezen echter terug dat de verkeerslichten bij Hooipolder weer op rood staan en 750.000 euro retour reserve gaat. De vraag aan de gedeputeerde is: Hoe lang blijft dit plan nu op de plank liggen? We waren toch zo goed en doortastend bezig?

Sociale Veerkracht
Voorzitter, voor het derde jaar op rij moeten we constateren hoe weinig voortgang wordt geboekt op Sociale Veerkracht. Hier lezen we dat de ‘responsieve aanpak’ heeft geleid tot een onderbesteding van 600.000 euro. Voorzitter, als u googelt op ‘responsieve aanpak’, dan lijkt dit alleen voorbehouden te zijn aan onderwijs, kleine kinderen en de overheid met als belangrijke kenmerk: ‘Nog zoekende wat betreft concreet te behalen resultaten’.

De vraag aan de gedeputeerde is dan ook: Wanneer is u zoektocht naar te behalen resultaten afgerond en kunnen we eindelijk over tot effectief helpen van de Brabanders?

Moratorium
Voorzitter, in de categorie ‘lang wachten en niet weten waar we aan toe zijn’ valt ook het tijdelijk moratorium geitenhouderij. Hier was toch het karakter ‘tijdelijk’ en zouden we niet onnodig lang wachten op langdurige GGZ-onderzoeken? De gedeputeerde zou zelf een onderzoek starten en binnen 3 tot 6 maanden duidelijkheid verschaffen.

Kan de gedeputeerde aangeven wat de status is van het moratorium?

Voorzitter, mijn laatste maar zeker niet minste punt is de overbesteding op organisatiekosten. Voorzitter, in het kader van realistisch ramen zijn de begrotingen op programma’s naar beneden bijgesteld gedurende het jaar, de bijbehorende organisatiekosten laten alleen een stijging en overschrijding zien. De vraag aan de gedeputeerde is: Wat is de oorzaak van deze overschrijdingen op organisatiekosten, en waar blijft de strakke sturing hierop? Welke relatie ziet de gedeputeerde tussen deze overschrijdingen en juist forse besparingen van 4,5 miljoen op primaire werkprocessen? 

Kortom voorzitter, we hebben nog een weg te gaan als het gaat om het meten of doelen behaald zijn, sturen op resultaat en hiermee samenhangend realistisch ramen.

Voorzitter, ik ga afsluiten met een laatste illustratief voorbeeld…

Voorzitter, we hebben besloten dat de ingang van de bezoekersparkeerplaats bij het Provinciehuis anders moest. Daar is lang over nagedacht, normen op losgelaten, plannen gemaakt en uiteindelijk gerealiseerd. Alleen wat blijkt nu: de praatpaal staat reuze onhandig en levert zelfs gevaarlijke situaties op. Er wordt een groot beroep gedaan op de rijvaardigheid én fysieke gesteldheid van onze bezoekers. Vanuit hun zichtveld kan de griffie u er alles over vertellen.
Tja, wat doe je dan als best bestuurde decentrale overheid met concrete geluiden en feedback van de Brabanders, nu blijkt dat het resultaat er wel staat, maar het doel nog lang niet is gehaald?

Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar jaarstukken 2017 (18 mei 2018)

Perspectiefnota 2018: hoe staat Brabant ervoor?

De provincie mag haar spierballen laten zien en haar schouders zetten onder de uitdagingen van vandaag en morgen, óók als deze niet tot haar kerntaken behoren: de overspannen arbeidsmarkt, het arbeidsmigranten vraagstuk en het lot van kwetsbare groepen als ouderen en vrachtwagenchauffeurs. Dát is de boodschap van het CDA in de provincie Noord-Brabant tijdens het debat over de perspectiefnota 2018.

In de perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant. Het perspectiefnota-debat van vandaag is het laatste van deze Statenperiode, want volgend jaar zijn er verkiezingen en komt er een nieuw provinciebestuur.

Kern van de CDA-inbreng is de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, bouw en logistiek lopen razendsnel op. Met grote gevolgen voor o.a. de zorg voor onze ouderen, de woningbouw en het halen van de klimaatdoelen. Het CDA wil dat de provincie de regie neemt bij het samenbrengen van partners, zoals brancheorganisaties, onderwijsinstellingen en andere overheden, en het tot stand brengen van regionale oplossingen. Dit in lijn met het advies dat de Sociaal-Economische Raad gisteren publiceerde1. “Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.” Aldus fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

Een tweede belangrijk punt wat het CDA onder de aandacht brengt, is de situatie rondom arbeidsmigranten. Van der Sloot: “In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor-zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.”

Ook pleit het CDA voor de terugkeer van het sociaal beleid, dat onder het huidige provinciebestuur vrijwel volledig is afgeschaft. Zonder steun van de provincie dreigen netwerkorganisaties als de Vereniging Kleine Kernen, belangenbehartiger van dorpen platteland, en buurthuizen-platform ’t Heft om te vallen. Dát wil het CDA voorkomen, want zij spelen een essentiële rol bij het betrekken van álle Brabanders bij de samenleving.

Daarnaast waarschuwen de christendemocraten voor de Essent-gelden, waarvan de renteopbrengsten in de komende jaren waarschijnlijk zullen dalen. Om te voorkomen dat er gaten in de provinciebegroting ontstaan, wil het CDA een ‘signalerende’ ondergrens vaststellen zodat de provincie tijdig keuzes kan maken bij onvoorziene tekorten.

Ten slotte roept het CDA de provincie op om te onderzoeken of het mogelijk is om op korte termijn tijdelijke truckparkings, bij voorkeur voorzien van sanitair en horeca, in te richten langs snel- en provinciale wegen. Als het kan op provinciale gronden en indien mogelijk geëxploiteerd door ondernemers. “Om vrachtwagenchauffeurs een veilige, fatsoenlijke rustplaats te bieden en overlast elders tegen te gaan”, legt Van der Sloot uit.

Klik op de volgende link om de volledige spreektekst van Marianne van der Sloot terug te lezen: Spreektekst Marianne van der Sloot perspectiefnota 2018 (20 april 2018).

1  Zie https://www.ser.nl/nl/actueel/nieuws/2010-2019/2018/20180419-energiestransitie-werkgelegenheid.aspx.

Schriftelijke vragen over financiële hulp aan Zeeland

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over financiële hulp aan de provincie Zeeland.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over financiële hulp aan Zeeland.

Geacht college,

Recent meldden verschillende media dat de provincie Zeeland er financieel zo slecht voor staat, dat het Rijk en andere provincies moeten bijspringen. Zo zou de provincie Noord-Brabant 4,5 miljoen euro naar Zeeland moeten overmaken en de provincie Gelderland 5,4 miljoen euro.1

De reden voor de slechte financiële situatie van Zeeland is dat de provincie al jarenlang geen dividendinkomsten meer ontvangt uit haar aandelen in energiebedrijf Delta, dat verlieslijdend is. Aldus een onderzoekscommissie o.l.v. Geert Jansen.  

Naar aanleiding van deze berichtgeving heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. Is het juist dat de provincie Noord-Brabant een bedrag van 4,5 miljoen euro moet bijdragen om Zeeland er financieel boven op te helpen?

02. Waarop is de hoogte van dit bedrag gebaseerd? En onder welke voorwaarden? Betreft het een gift, een niet rente dragende lening of andersoortige afbetalingsregeling?

03. Wanneer legt u dit besluit ter goedkeuring voor aan Provinciale Staten?

04. Hoe ziet u het complete onderhandelingsresultaat van provincies en Rijk eruit m.b.t. de financiële hulp aan Zeeland?

05. Kunt u ons meenemen in deze onderhandelingen? Was dit scenario (waarin Rijk en andere provincies Zeeland te hulp schieten) het enige scenario dat op tafel lag?

06. Volgens het rapport-Jansen is het financiële ‘reddingsplan’ voor Zeeland een tijdelijke oplossing voor drie jaar vooruitlopend op een nieuwe verdeling van het provinciefonds.2 Wanneer er in Zeeland echter sprake is van acute financiële nood, dan zou een directe herverdeling van het fonds aan de orde zijn. Dat is niet het geval. Waarom dan toch nu betalen?

07. Klopt het dat, wanneer Brabant of andere provincies niet instemmen met financiële steun aan Zeeland, dit gevolgen heeft voor de jaarlijkse bijdrage(n) die de provincies van het Rijk, via het provinciefonds, ontvangen? Indien ja, wat houden deze gevolgen in?

08. Wat gaat de inzet van de provincie Noord-Brabant zijn bij de nieuwe verdeling van het provinciefonds?

Het CDA vindt solidariteit heel belangrijk, het is één van onze kernwaarden. Daaronder valt wat ons betreft ook hulp aan een buur in (financiële) nood. Maar solidariteit is kostbaar en derhalve niet onbegrensd. Bovendien kan solidariteit niet zonder draagvlak en vertrouwen. En we weten allemaal: vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

09. Hoe kunnen we borgen dat we situaties als die in Zeeland in de toekomst eerder signaleren, zodat de gemeenschap er niet of zo min mogelijk mee wordt belast? Dit gegeven het feit dat er in ons land meer provincies (en andere overheden) zijn met aandelen in bijv. energiebedrijven (zoals de provincie Overijssel in Enexis en Vitens). Is het huidige instrumentarium voor toezicht, resultaat en controle op dit soort ‘constructies’ volgens u nog wel voldoende?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1  Zie o.a. https://www.gelderlander.nl/home/gelderland-moet-5-4-miljoen-betalen-aan-zeeland~aa2832c4/.

2 Financiële problematiek Provincie Zeeland – Advies van de tijdelijke commissie-Jansen, Uitwerking taakopdracht, https://www.zeeland.nl/file/4845/download?token=D1S1YnMt3GEyheIbIq9ZQC091LhAN-ifA9Iy6oXSZ-0, pag. 8.

Schriftelijke vragen over financiële situatie gemeente Eindhoven

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over de financiële situatie van de gemeente Eindhoven.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de financiële situatie van de gemeente Eindhoven.

Geacht college,

Het CDA heeft met veel belangstelling kennisgenomen van de antwoorden op onze mondelinge vragen over verscherpt financieel toezicht op de gemeente Eindhoven d.d. 17 november jl.1

Sindsdien zijn er in de media opnieuw verschillende berichten verschenen over de financiële problemen c.q. uitdagingen van de gemeente Eindhoven en de positie/visie van de provincie als toezichthouder.

Naar aanleiding hiervan hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. In uw brief aan de gemeenteraad van Eindhoven d.d. 15 december jl.2 meldt u dat u op 31 maart 2017 een brief aan de gemeente Eindhoven heeft gestuurd, waarin u de gemeenteraad informeert over een aantal belangrijke toetsingsaspecten en ontwikkelingen over het financieel toezicht. Kunt u Provinciale Staten deze brief3 (nogmaals) doen toekomen?
  2. U meldde dat als gevolg van de herindeling met de gemeente Nuenen, volgens de Ahri-procedure4, ook Eindhoven onder preventief toezicht komt te staan. Dit is een andere vorm van toezicht dan het toezicht voor een gemeente die in financieel zwaar weer zit. Kunt u voor ons op een rijtje zetten wat de criteria zijn voor de verschillende vormen van toezicht?
  3. Kunt u schetsen wat voor u als tweede toezichthouder (na de gemeenteraad) de ondergrens is t.a.v. de financiële situatie van Eindhoven, om tot een besluit te komen de gemeente onder verscherpt (repressief) financieel toezicht te stellen?
  4. Verwacht u dat de slechte financiële situatie van de gemeente Eindhoven gevolgen gaat hebben voor de (agenda van de) Brainport regio? Brainport vraagt een bijdrage van 170 miljoen euro uit het nieuwe regiofonds van het kabinet en draagt zelf 200 miljoen euro bij. Wat is het aandeel van de gemeente Eindhoven hierin en heeft de gemeente dat geld ook daadwerkelijk?
  5. Verwacht u dat de slechte financiële situatie van de gemeente Eindhoven gevolgen gaat hebben voor de op stapel staande herindeling met de gemeente Nuenen? In positieve zin (de Rijksbijdrage aan iedere gemeente is bijvoorbeeld afhankelijk van het inwoneraantal en wellicht levert een hoger inwoneraantal extra ‘toeslagen’ op t.b.v. het in stand houden van ‘centrumgemeentelijke’ voorzieningen) dan wel in negatieve zin (ingeval Eindhoven te weinig bestuurskracht toont of de Tweede en Eerste Kamer de herindeling met alleen Nuenen afwijzen).
  6. In uw brief aan de gemeente Eindhoven schrijft u dat de taakstelling ad 30 miljoen euro in het sociale domein nog niet volledig concreet is gemaakt en nog niet op hard- en haalbaarheid is getoetst. Toch vindt u dit voor nu akkoord en dient de gemeente vóór 7 juli 2018 met extra informatie te komen. Hoe en waarom bent u tot deze beslissing gekomen?
  7. Hebt u dergelijke uitzonderingen/handwegingen in het financieel toezicht ook bij andere Brabantse gemeenten toegepast?
  8. Hoe verhoudt deze beslissing zich tot de basisprincipes van de methodiek van risicogericht en proportioneel financieel toezicht waarop uw toezichtregime is gebaseerd?
  9. In uw brief stelt u dat u zich zorgen maakt over het weerstandsvermogen van de gemeente Eindhoven en dat bezuinigingen in het sociale domein dit moeten verbeteren. In dezelfde brief meldt u tevens dat zich in de begroting additionele onderliggende risico’s bevinden die het weerstandsvermogen bedreigen. Welke risico’s zijn dit en voor welke bedragen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1 Zie https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=900101: pag. 9-14.

2 Zie https://www.brabant.nl/handlers/SISModule/downloaddocument.ashx?documentID=900195.

3 Kenmerk 4168878.

4 Wet algemene regels herindeling (meer informatie via https://vng.nl/onderwerpenindex/bestuur/herindeling/wet-arhi).

CDA: 250.000 euro extra voor gladheidsbestrijding

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant per direct 250.000 euro extra beschikbaar stelt voor gladheidsbestrijding op de Brabantse wegen. Hiertoe dient de partij een amendement (wijzigingsvoorstel) in op de lopende begroting 2017 tijdens de vergadering van Provinciale Staten vandaag.

Ook wil het CDA dat er in 2018 voldoende geld is om gladheid te bestrijden en ongelukken te voorkomen. Voor de financiële dekking moeten de algemene middelen van de provincie worden aangesproken, zegt financieel woordvoerder Stijn Steenbakkers.

Steenbakkers: “Al in de eerste maanden van 2017 heeft de provincie veel kosten moeten maken voor gladheidsbestrijding. Gelet op de weersomstandigheden begin deze maand bestaat het risico op kostenoverschrijding. Om dat te voorkomen en onze Brabantse wegen veilig te houden, wil het CDA nu extra geld uittrekken. Op het onderhoud van wegen en op gladheidsbestrijding mag niet worden bespaard.”

AMENDEMENT ophoging budget wegenonderhoud i.v.m. gladheidsbestrijding (15 december 2017)

Spreektekst René Kuijken – Debat over natuur-/landschapsbeleid (BrUG) 01/12

Spreektekst1 René Kuijken – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over beleidsactualisatie BrUG (‘Brabant Uitnodigend Groen’)
(01-12-2017) – 1ste termijn

Voorzitter,

Het beschermen en zelfs uitbouwen van natuur is de moeite waard. Dat staat buiten kijf. Er wordt vaak gezegd dat een mooie natuur bijdraagt aan het leef- en vestigingsklimaat. Maar de natuur is meer dan een verdienmodel. De natuur heeft ook intrinsieke waarde. De natuur is naar mijn eigen bescheiden mening het meest prachtige wat er is. Het is een volledig zelfsturend systeem. En het is minstens zo complex als onze menselijke maatschappij. Waar wij echter onze maatschappij proberen te ordenen met onder andere symmetrie, wetten en handhavers, kent de natuur alleen natuurwetten. Deze rauwe anarchie maakt de natuur verrassend en fascinerend. En het mooie is dat, als je goed kijkt, deze natuurwetten nog altijd de belangrijkste drijvers zijn achter onze maatschappij, ondanks dat we denken dat we met al onze wetten, cultuur en orde een toonbeeld van beschaving zijn. Van machtsbeluste bokito’s in het bedrijfsleven tot baltsende tieners op zaterdagavond en van territoriale wereldleiders tot zelfopofferende ouders. Onze maatschappij is eigenlijk een ecologisch systeempje.

De natuur is ook een beetje zoals de politiek. De natuur is liberaal. Het gaat zijn eigen weg en soms zijn de beste resultaten dat waar de natuur zelf mee komt. ‘Survival of the fittest’. Het verschil is alleen dat in de maatschappij de vraag het aanbod leidt: de markt. In de natuur leidt het aanbod de vraag: evolutie.

Soms zijn er exoten, die komen in één keer op. Daar is niks mee. De natuur past zich aan. Dat heeft het altijd al gedaan. Zo is het konijn ook een exoot. En wat zouden we toch moeten zonder deze Spaanse vrienden. De natuur vormt zich om de exoot heen en ja, verandert een beetje. Maar is dat erg? De natuur in het jaar 1000 was ook heel anders dan de natuur in het jaar 1500. Verandering is altijd de enige constante geweest. Er bestaat niet zoiets als een oneindige en vast gedefinieerde Nederlandse natuur die 2000 jaar onveranderd blijft.

Ondanks dat de natuur vaak erg hard is, heeft de natuur ook een sociale kant. De natuur kent vele voorbeelden van een diepe solidariteit richting de kudde, hulpbehoevende familieleden of het volk.

De natuur is ook een beetje christendemocratisch.

De natuur gedijt het beste wanneer de mens zo min mogelijk ingrijpt. Soms komt de natuur toch onder druk te staan. Daar waar de natuur zichzelf kan herstellen, moeten we de natuur zichzelf laten ontplooien. Maar soms ontstaan er toch situaties, door toedoen van de mens, waarop de natuur zichzelf niet meer voldoende kan helpen en dan breekt het moment aan dat de mens de natuur een handje moet helpen om weer op eigen benen te staan, om weer veerkrachtig te worden. Het CDA staat voor goed rentmeesterschap en daar hoort bij dat we een veerkrachtige natuur door moeten geven aan de volgende generaties. In de vorige periode heeft het CDA dan ook ingestemd met het voltooien van het gehele Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voltooiing van het nationale én provinciale gedeelte. Het CDA staat nog steeds achter de 240 miljoen euro aan middelen die hiervoor nodig is.

Kijkend naar het stuk dat we vandaag bespreken, is het CDA het volledig oneens met twee zaken.

  1. De uitvoering van het NNB, waarbij er te vaak sprake is van ‘tekentafelnatuur’.
  2. De prestaties die er door dit college geleverd worden aangaande de realisatie van het natuurnetwerk.

Ten eerste: de tekentafelnatuur

Nederland is na Bangladesh, Zuid-Korea en wat eilandstaten het dichtstbevolkte land ter wereld. Tegelijkertijd willen we hier 2000 jaar landschapshistorie met alle dieren en planten die hier leefden én oer natuur artificieel naast elkaar brengen én met een hoop geld naast elkaar houden. Daarbij gaan we er voor het gemak maar vanuit dat deze onderhoudsgevoelige natuur de tand des tijds doorstaat voor de volgende 100 jaar. De 35 miljoen euro die dit college wil uittrekken voor leefgebieden past volledig in dit plaatje: we gaan super hoogwaardige natuur creëren, maar of dit ecologisch op de lange termijn het meest efficiënt is in termen van biodiversiteit en financiële zuinigheid is onbekend. Een belangrijke vraag is daarom: wat betekent de extra inzet voor leefgebieden voor de onderhoudskosten op de lange termijn? En hoe toekomstbestendig zijn deze natuurgebieden? Vergen ze veel onderhoud? Of zijn ze natuurlijk en zelf bedruipend?

Ten tweede: de prestaties van dit college

Uit de evaluatie van de fondsen en de evaluatie van BrUG blijkt dat de realisatie van NNB aan alle kanten is vertraagd.

  • Het tempo van verwerving is te traag.
  • Het tempo van inrichting is te traag.
  • Administratief is het een puinhoop.
  • De opstartfase van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) BV verliep ontzettend moeizaam.
  • De rapportages over de KPI’s zijn zeer moeizaam verlopen en lijken nu pas op orde.

Er is bovendien onvoldoende uitzicht op verbetering. Tegelijkertijd vraagt dit college op dit haperende dossier doodleuk, zonder enige uitwerking van beleid, om 43 miljoen euro voor natuur. Het adagium ‘eerst beleid, dan geld’, vaak gepredikt door verschillende coalitiepartijen, geldt ineens niet meer. We krijgen een Statenvoorstel van negen pagina’s, waarin uitgelegd wordt waar we een bak geld van 43 miljoen euro aan gaan besteden. De gedeputeerde Van den Hout heeft de 50 miljoen euro voor natuur goed uitonderhandeld aan de formatietafel, maar wat hij er mee moest? Dat blijft een ieder tot op heden volstrekt onduidelijk. Daarom dient het CDA de motie in ‘Eerst beleid, dan geld’.

Nu is het gemakkelijk om over de prestaties van dit college te klagen, maar daarbij moet ik ook even de prestaties van deze Staten aanstippen. In het debat over Attero van vrijdag 8 september ging het ook over de rol van PS. Had men niet kritischer kunnen zijn? Daar heeft het CDA van geleerd. Vandaag krijgen we een herkansing. Vandaag is zo’n moment waarop we kritisch moeten zijn. Weten we wel waar die 240 miljoen euro aan uit wordt gegeven? Halen we het maximale rendement aan biodiversiteit met de activiteiten die de provincie ontplooit met deze 240 miljoen euro? We weten het totaal niet. En laat dan de bak geld waar we het vandaag over hebben even tot je doordringen. Ter vergelijking: Attero is verkocht voor 170 miljoen euro. In het GOB zit 240 miljoen euro aan provinciale middelen, 210 miljoen euro aan Rijksgeld, 2274 ha en nu wordt e nóg 43 miljoen euro besteed aan de leefgebieden. Het gaat hier dus om zo’n drie Attero’s aan publieke middelen. En dit terwijl de realisatie van het NNB aan alle kanten is vertraagd en er totaal geen prestaties worden geleverd. Daarom dient het CDA een motie in met als strekking de subsidieregeling voor Biodiversiteit & Leefgebieden pas open te stellen zodra de realisatie van het NNB weer op schema ligt.

Daarnaast stelt het college voor de pilot voor de ecologische verbindingszones (EVZ’s) door te zetten. Dit terwijl vaststaat dat we door het ophogen van het subsidiepercentage naar 75% op het einde geld tekort komen in het groenfonds, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de slagingskansen van de doelen van het fonds. Waarom wordt de pilot eerst een jaar verlengd en wordt er over een jaar pas herijkt?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst René Kuijken beleidsactualisatie BrUG (1 december 2017)

Maidenspeech Kees de Heer – Debat over Logistics Community Brabant 17/11

Spreektekst1  Kees de Heer – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Logistics Community Brabant
(17-11-2017)

Voorzitter,

Dank u voor het woord. Dit is mijn zogenaamde ‘maidenspeech’. En ja, de ironie wil dat dit ook mijn laatste optreden is in PS, omdat mijn tijdelijke lidmaatschap per 30 november stopt.
Ik weet niet of dit het beste gesternte is om een maidenspeech te houden, maar we doen het er mee.

Op de agenda staat de Logistics Community Brabant (LCB).
Er is aan Provinciale Staten gevraagd om in te stemmen met het duurzaam en vraaggericht versterken van de samenwerking tussen logistieke bedrijven en kennisinstellingen op basis van het propositiedocument Logistics Community Brabant.
En om 3 miljoen euro te bestemmen voor dit initiatief en de begroting daarop aan te passen.

Voorzitter, de CDA-fractie steunt het initiatief om bedrijfsleven en kennisinstellingen dichter bij elkaar te brengen door middel van de LCB. Dit maakt het mogelijk om studenten en leerlingen op te leiden volgens de meest actuele stand van zaken.

Het biedt het bedrijfsleven de mogelijkheid om nieuwe kennis af te tappen van onze kennisinstellingen en daarmee hun effectiviteit en efficiëntie te vergroten. Dat komt onze concurrentiepositie ten goede.

En als we moeten concluderen dat de relatie kennisinstellingen-bedrijfsleven beter ingericht kan worden, en dat een LCB nodig is, dan is de CDA fractie daar voor.

De vraag die ons wel bezig houdt, is of het LCB gericht is op bedrijven die een logistieke uitdaging hebben op te lossen óf op bedrijven die logistieke diensten verlenen. Waar ligt precies de focus van de LCB. Met andere woorden: hoe groot is de community?

Het woord ‘community’ vinden we mooi gekozen. Het doelt op een lokaal en virtueel samenwerkingsverband.
Het geeft aan dat bedrijven die elkaar soms beconcurreren óók moeten samenwerken om innovatieve oplossingen te bedenken. Zijn deze bedrijven bereid een community te vormen en de handen ineen te slaan, ook al zijn ze soms concurrenten?

En waar het vandaag overgaat: kan de provincie daarin faciliteren, en zo ja hoe dan?

Als CDA fractie vinden wij het initiatief kansrijk.
Echter voorzitter, wij hebben als CDA-fractie ook wel zorgen en bedenkingen. En die wil ik graag met u delen met als doel dat deze community daadwerkelijk revolverend wordt.

In de executive summary wordt een grote ambitie uitgesproken. Men wil een unieke fysieke en digitale ontmoetingsplaats worden tussen mensen die in het hart van de logistiek werken en leven en dagelijks bezig zijn met groei, ontwikkeling en innovatie, vanuit zowel de theorie als de praktijk (community).
Het moet dé plek worden waarin men zich op ingrijpende economische veranderingen voorbereidt. Men zoekt naar een versnelde uitwisseling tussen kennisinstellingen en bedrijven.
En ook geografisch zijn er hoge verwachtingen: We starten dit initiatief binnen de Brabantse context, maar schalen dit later op naar de rest van Nederland en over de landsgrenzen heen. Toe maar!

1. Wat is het exacte verdienmodel?
In acht jaar tijd moet door het bedrijfsleven de meerwaarde worden ervaren en moet het bedrijfsleven bereid zijn om de producten volledig kostendekkend af te nemen tegen commerciële tarieven. Het uitgangspunt is vraaggericht werken.
Daarnaast denkt men inkomen te genereren door lidmaatschapsgelden.
En hier rijzen dan ook de vragen.
Hoe hoog denkt de gedeputeerde dat het lidmaatschap gaat zijn? En is lidmaatschap geen ouderwetse benadering, past dat wel bij een community-idee? Ben je lid van een community of neem je daaraan deel?

Hoe ziet het businessmodel er dan precies uit? Hoeveel bedrijven gaan naar verwachting meedoen?
En hoe ligt de verhouding inkomsten door advies/verkoop van producten en inkomsten door lidmaatschap?
Wij vragen ons af of hier niet al te gemakkelijk wordt geredeneerd naar een verdienmodel. Welk onderzoek ligt hier aan ten grondslag? We vinden ook de genoemde producten niet erg onderscheidend (stages, website, cursussen etc.). Maakt dit nu het verschil voor het bedrijfsleven?

Kortom: wat onderscheidt over acht jaar dit LCB van een regulier adviesbureau?
Voorzitter, er wordt gesproken dat men complementair wil zijn aan adviesbureaus. Maar ons wordt niet duidelijk waar die complementariteit in zit.

Wij hopen dat het debat vanmiddag hier meer helderheid over geeft.

2. Verankering van MKB
Het voorstel en de geschreven propositie ademt erg de sfeer van grote bedrijven. Terwijl de doelgroep juist het MKB is. Daar zit volgens de opstellers van het rapport de winst. En daar zit ook, zoals gezegd tijdens de behandeling van de begroting, de grootste banenmotor.
En daar zitten ook grote zorgen, zorgen over de innovatiekracht (SER).
Maar hoe MKB georiënteerd is dit voorstel? Voelt het MKB zich daadwerkelijk ondersteund?
Vraag: kan de gedeputeerde meer inzicht geven in het draagvlak van de voorgestelde aanpak (oprichting LCB) van het MKB?

Is dit niet een rapport wat te veel door goedwillende consultants is geschreven, maar te weinig geworteld is in de ervaringen van de hardwerkende MKB ondernemer? En sluiten de ideeën wel voldoende aan bij de MKB branche, en dan niet top van die branche maar juist de bedrijven die niet direct in het oog springen?

Ik sluit af.

Het CDA is enthousiast over dit initiatief. Tegelijkertijd vragen we aandacht voor bovengenoemde zorgen. We weten dat ondernemen niet zonder risico’s gaat en dat geen waterdichte garanties kunnen worden gegeven.
Een gezonde dosis zakelijkheid vinden we wel op zijn plaats. Daarom hebben wij bovenstaande vragen aan u gesteld.

Ik zie uit naar een goed debat

Tot zover mijn bijdrage, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Kees de Heer Logistics Community Brabant (17 november 2017)

CDA: onderzoek verscherpt financieel toezicht Eindhoven

Het CDA wil van de provincie weten of verscherpt financieel toezicht op de gemeente Eindhoven nodig is. Hiertoe heeft de partij mondelinge vragen aangemeld voor het Vragenuur tijdens de vergadering van Provinciale Staten Noord-Brabant, die vanmiddag plaatsvindt.

Eindhoven verkeert in grote financiële problemen. De gemeente moet haar reserves flink aanspreken om de begroting op papier sluitend te laten zijn. Dit gaat zóver dat het weerstandsvermogen van 89 miljoen euro, conform de wensen 10% van de begroting (894 miljoen euro), nu is gedaald naar 46 miljoen euro. Dit is krap 5,15% van de gehele begroting. Wanneer de gemeente Eindhoven in de toekomst te maken krijgt met extra onvoorziene financiële tegenvallers kan het weerstandsvermogen mogelijk onvoldoende zijn.

De provincie is toezichthouder op o.a. de financiën van gemeentes. In dat kader is elke gemeente verplicht om haar begroting uiterlijk vóór 15 november van het jaar voorafgaand het begrotingsjaar bij de provincie in te leveren (en de jaarrekening uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar). Naar aanleiding van de ingeleverde begroting neemt de provincie in december voor elke gemeente een besluit over de toezichtvorm voor het komende jaar. Zij kan dan besluiten tot repressief of preventief toezicht.

Statenlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder economie en financiën:

“Wij kennen Eindhoven als een slimme regio, die in 2016 zelfs een mainport-status heeft gekregen. Daar kunnen we als Brabant trots op zijn en daar kan en moet zelfs Nederland trots op zijn. De stad is van groot belang voor de regio, voor Brabant én voor Nederland. Als CDA maken wij ons dan ook zorgen over de aanhoudende berichtgeving rondom de financiële tekorten en mogelijke negatieve of beperkende effecten op de economische en andere ontwikkelingsmogelijkheden van de gemeente Eindhoven, de regio en de ‘Zuidelijke Mainport’. Wij zijn benieuwd hoe de provincie, als financieel toezichthouder op gemeenten, hier tegenaan kijkt én wat zij kan doen om Eindhoven te helpen er weer bovenop te komen. Ook wil het CDA weten wat het effect van Eindhovens financiële situatie is op de bestuurskracht van de gemeente én op de bestuurskracht van de regio.”

Het CDA heeft voor het college van gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van de provincie, de volgende mondelinge vragen:

  1. Heeft de gemeente Eindhoven haar begroting 2018 vóór 15 november 2017 bij de provincie ingeleverd?
  2. Heeft het college al een besluit kunnen nemen over de vorm van toezicht voor de gemeente Eindhoven? Indien ja, hoe luidt dit besluit? Indien niet, wanneer wil het college dit besluit nemen?
  3. Hoe kijkt het college als toezichthouder aan tegen de financiële problemen en specifiek tegen de hoogte van de reservepositie van de gemeente Eindhoven?
  4. Heeft het college voldoende comfort bij de begroting 2018 van de gemeente Eindhoven? Met andere woorden: is de begroting realistisch? Kunnen alle taakstellingen worden gehaald en zijn er andere financiële tegenvallers te verwachten?
  5. Is het college bereid om, samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de gemeente Eindhoven een begrotingsscan aan te bieden? Zien beide nog andere ondersteuningsmogelijkheden?
  6. Hoe worden Provinciale Staten in hun algemeenheid meegenomen in het financieel toezicht op gemeenten? De informatie is nu zeer summier. Is het college bereid om net als in andere provincies hier met regelmaat proactief over te communiceren en een overzicht met alle kerngegevens van de verschillende gemeenten samen te stellen?
  7. Eind 2016 heeft de burgemeester van Eindhoven zich in het kader van bestuurskracht stevig uitgelaten over hoe het bestuur in Zuidoost-Brabant eruit zou moeten zien. Hoe moet dit tekort volgens het college worden gezien t.a.v. de bestuurskracht van de gemeente Eindhoven zelf?
  8. Neemt het college deze feitelijke begrotingstekorten van de gemeente Eindhoven ook mee in de bredere discussie over bestuurskracht in de regio en de rol die de gemeente Eindhoven daarin speelt?