Spreektekst Coen Hendriks – Debat over begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie op 22/11

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie 2020-2023
(22-11-2019)

Voorzitter,

Goed zijn voor elkaar: daar hoort ook bij dat je kijkt naar de wereld om je heen. Die van vandaag, maar ook die van morgen. Dat je daar zuinig op bent, zodat we de aarde verantwoord kunnen doorgeven aan de volgende generatie.

Gegeven de klimaatontwikkeling zullen we anders moeten omgaan met o.a. energie. We zullen ons gedrag moeten aanpassen en innovaties stimuleren én faciliteren. Deze innovaties bieden kansen: innovaties zorgen voor werkgelegenheid, innovaties kunnen we exporteren, en in innovaties zit een verdienmodel.

Juist vanwege de innovatiekracht die er in Brabant is, is de CDA-fractie voorstander van het bij elkaar brengen van zogeheten ‘koplopergemeentes’ en bedrijven om hun kracht te benutten. We zijn blij dit terug te lezen in het Uitvoeringsprogramma.

Maar met onze ambitie moeten we ook realistisch zijn en altijd oog blijven houden voor de gevolgen van wat we doen. Niet alleen de technische en economische aspecten, maar ook de acceptatie door onze inwoners en bedrijven.

Het college vraagt aan ons om in te stemmen met een begrotingswijziging voor het toewijzen van middelen ten behoeve van het Uitvoeringsprogramma Energie. Dit uitvoeringsprogramma zelf hebben we reeds vastgesteld, vandaag stellen we het budget vast om het te kunnen uitvoeren. Een paar vragen en opmerkingen over het programma en hoe we het geld daarvoor gaan inzetten.

In het Uitvoeringsprogramma staat dat we voor wat betreft zonne-energie de voornaamste focus van de provincie is het ondersteunen van gemeentes. We gaan een actieve bijdrage leveren aan het ten volle benutten van de daken, in beeld brengen hoe we e.e.a. kunnen versnellen: prima. Maar gaan we ons dan ook actief inzetten om geen zonneweides aan te leggen op vruchtbare (landbouw)grond? Graag een reactie van de gedeputeerde.

‘Tussen de verschillende opgaven zijn diverse koppelkansen: energie als inkomstenbron voor agrariërs of als verdienmodel voor de natuur’ (pag. 14). Wat wordt hiermee bedoeld? We gaan toch geen windmolens of zonneweides aanleggen om natuur te financieren? Graag een reactie van de gedeputeerde.

Verder: ‘in de komende periode verkennen we hoe we de verdiencapaciteit van energieproductie kunnen inzetten voor de realisatie van nieuwe natuur of de aanleg van bos’ (pag. 14).

Is het niet verstandiger om de verdiencapaciteit van de energieproductie in te zetten voor het in stand houden van bestaand bos en bestaande natuur? Of om deze verdiencapaciteit in te zetten voor de leefbaarheid?

De energietransitie kan alleen slagen door samen te werken. Op strategisch niveau gaan we samenwerken met ons netwerk. Om de ontwikkelingen van de Brabantse energietransitie te volgen, te monitoren en waar nodig bij te sturen, wordt er een ‘strategic energy board’ opgericht.

Op pag. 35 staat geschreven dat ‘we streven naar oprichting van het strategic energy board in 2020’. Dit is een vaag streven. Kan het college niet toezeggen dat oprichting daadwerkelijk plaatsvindt in 2020??

Door vandaag de middelen toe te kennen, borgen we dat we als provincie een rol kunnen blijven spelen in de energietransitie en dat er in de uitvoering geen gat valt. Als CDA-fractie staan we positief tegenover dit voorstel, maar willen we nog wel duidelijke antwoorden op de gestelde vragen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie 2020-2023 (22 november 2019)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de provinciebegroting 2020 op 08/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2020
(08-11-2019)

Voorzitter,

Voordat ik begin met de brede blik van het CDA op de begroting die vandaag voorligt eerst dit: wij hebben zorgen. Na pittige gesprekken overal in de provincie, met onze achterban, en stevige debatten hier in de Statenzaal. Zorgen over de agrarische sector in Brabant.

Gisteren ontvingen we een rapport over de innovatieve technieken. En alsof er al niet genoeg onzekerheid en twijfel waren bij de mensen thuis, die zijn met dit rapport alleen maar toegenomen. Ondernemers kunnen nu geen plannen meer maken. En wij hier wachten op alle uitgezette lijnen, het beleid en houvast om met elkaar te bespreken na 1 december 2019. Als wij met elkaar die tijd nodig vinden, kunnen we niet van onze ondernemers verlangen dat zij hun plannen op zo’n korte termijn al wel op orde hebben. Een vergunning kost maanden voorbereiding, dus laten we hen niet tegen een muur laten aanlopen, maar perspectief proberen te bieden.

1 april 2020 is geen realistische datum. Om duidelijk te zijn: wij willen dat 1 april 2020 voor het einde van dit jaar volledig van tafel gaat. En we dienen daartoe een motie in.

Inleiding

Vandaag is een belangrijk moment is het politieke jaar. We bespreken met elkaar de provinciebegroting voor 2020 en stellen vast waar het geld het komende jaar aan moet worden besteed. Ruim een miljard euro. Het college gaf ons reeds een voorzet, met investeringen in zeven zogenaamde ‘maatschappelijke trendbreuken’. Stuk voor stuk uitdagingen die het CDA herkent uit de samenleving. In het tweede gedeelte van onze bijdrage zullen we stilstaan bij de uitdagingen die volgens ons prioriteit zouden moeten krijgen. Om deze aan te kunnen gaan, is een gezonde financiële huishouding de randvoorwaarde. Daarom beginnen we onze inbreng met een blik op de financiële situatie van onze provincie, nu en in de toekomst.

Financiën

Het huishoudboekje van de provincie is nog steeds op orde. De begroting is voor de gehele bestuursperiode sluitend, en de structurele inkomsten zijn hoger dan de structurele lasten. Bovendien is er voldoende ‘weerstandsvermogen’ om eventuele risico’s op te vangen. Wel reserveren we met deze begroting het laatste stuk van de vrij beschikbare begrotingsruimte. Dat betekent dat we toekomstige ambities zullen moeten financieren uit de reguliere middelen. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen we nog tot 2029 rekenen op een bijdrage uit de immunisatieportefeuille van jaarlijks 122,5 miljoen euro.

De huidige lage marktrente speelt hier een belangrijke rol. Hoe denkt het college ook na 2029 het jaarlijkse bedrag van 122,5 miljoen euro veilig te stellen?

Dat de immunisatieportefeuille in de toekomst, binnen de bestaande randvoorwaarden, ook wordt ingezet voor de financiering van maatschappelijk vastgoed in Brabant, vinden wij een goede ontwikkeling. Andere vraag: hoe borgen we dat de vrijgekomen middelen uit het Breedbandfonds revolverend worden ingezet, zoals eerder afgesproken? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de Staten deze middelen eenvoudig kunnen identificeren en volgen om die revolverendheid te controleren en waarborgen?

Voorzitter, dan nu drie uitdagingen die wij vandaag centraal willen stellen.

Veilige samenleving

Voorzitter, allereerst veiligheid. Zoals we allemaal weten, staan we op dit terrein voor grote uitdagingen. Het aantal verkeerdoden stijgt, handhavers in het buitengebied stuiten steeds vaker op criminele activiteiten, en de georganiseerde misdaad heeft in Brabant vaste voet aan de grond gekregen. Gegeven deze ontwikkelingen is het CDA blij dat de provincie, voor het eerst, veiligheid tot kerntaak heeft verklaard en met voorstellen én budget komt om Brabant veiliger te maken. En er, ook voor het eerst, een gedeputeerde Veiligheid is die deze plannen mag uitvoeren.

Voor het Brabantse veiligheidsbeleid vindt het CDA drie zaken van belang.

1) De provincie moet gemeentes zoveel mogelijk ondersteunen. Om de problemen rondom bijvoorbeeld drugscriminaliteit aan te pakken, vinden wij het van belang dat gemeenten zowel voldoende middelen als voldoende mogelijkheden hebben om initiatieven gericht op o.a. samenwerken, informatie vergaren en uitwisselen, en bewustwording creëren op te zetten en te ondersteunen. Net als experimenten met maatregelen als gericht cameratoezicht, waar het CDA al eerder voor heeft gepleit. De provincie kan volgens ons een rol hebben om dergelijke initiatieven, afkomstig van de overheid of uit de samenleving zelf, zoals het verenigingsleven of ondernemersverbanden, mee mogelijk te maken. We zouden graag zien dat voor dergelijke initiatieven ruimte komt in de nog te formuleren bestuursopdracht, en dienen daarvoor een motie in.

2) Behalve gemeenten moet ook het Rijk investeren in de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit. Afgelopen week kwam het zoveelste signaal dat de politiecapaciteit in Brabant onvoldoende is. De burgemeester van Valkenswaard liet weten dat de balie op he politiebureau in zijn gemeente nog maar drie dagen in de week open is. Blijkbaar worden Brabantse politieagenten elders in Nederland ingezet. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar is dat wel als de politiecapaciteit in onze provincie daar onder te lijden heeft. Er is simpelweg te weinig blauw in de stad en op het platteland. We dienen daarom een motie in om als Staten van Brabant het signaal richting Den Haag af te geven, dat er in Brabant meer politie moet komen. En we willen graag dat de provincie dit probleem in kaart brengt: op welke plaatsen knelt het, waar gaan politiebalies dicht of rijden te weinig auto’s rond?

3) Ondermijning stopt niet bij de grens. We zien in toenemende mate drugsgerelateerde criminaliteit vlak over de grens. We willen de provincie oproepen om vanuit een regisserende rol de banden aan de halen met de ons omringende landen en provincies. Vooral in de samenwerking met de Belgische autoriteiten valt volgens ons nog veel te winnen.

Leefbare samenleving

Voorzitter, dan de leefbaarheid in onze provincie. Op dit thema zou het CDA graag de volgende drie punten willen meegeven.

1) Bescherm en behoud onze tradities, waarin Brabanders met zeer verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. Een mooi voorbeeld zijn de corso’s in Valkenswaard en Zundert. Na het zomerreces was een van onze eerste werkbezoeken aan de corsobouwers in Zundert. Vol trots vertelden die mannen en vrouwen, jongens en meisjes over hun corso en harde werken het hele jaar door. En deelden ze met ons hun ambitie: erkenning van de corsotraditie, door vermelding op de erfgoedlijst van UNESCO. Via een motie willen we het college oproepen zich hiervoor in te spannen.

2) Het is tijd voor actie als gevolg van de vergrijzing. De inwoners van Brabant worden steeds ouder en dat is mooi. Ouderen zijn de meest actieve bevolkingsgroep als het gaat om vrijwilligerswerk. Zonder onze 55-plussers zou menig vereniging of maatschappelijk initiatief niet bestaan. Die vergrijzing vraagt echter ook om een andere inrichting van de samenleving en om een andere overheid. Meer ouderen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Zo zien we dat drie Brabantse gemeenten nog altijd niet dementievriendelijk zijn. Wij willen het college graag vragen hoe dit kan en hoe we kunnen zorgen dat binnenkort alle Brabantse gemeenten dat zijn.

Daarnaast zien we de snelle opkomst van de ‘geldmaat’, de nieuwe geldautomaat voor iedereen. Wij hopen dat de geldmaat de snelle daling van het aantal pinautomaten in Brabantse dorpen en wijken – vooral met veel oudere inwoners – een halt kan toebrengen. Graag een reactie van het college hierop.

3) Dan de gevolgen van de stikstofmaatregelen voor de leefbaarheid op het platteland. Want die gevolgen zijn groot. Er komt een gebiedsgerichte aanpak om problemen lokaal op te lossen. Als CDA maken we ons niet alleen zorgen over de ecologische en economische gevolgen van de stikstofproblematiek, maar ook over de consequenties voor de leefbaarheid van het platteland. We stellen dan ook bij motie voor om bij de gebiedsgerichte aanpak ook nadrukkelijk rekening te houden met de leefbaarheid van een gebied, via een zogenaamd ‘leefbaarheidsplan’. Het CDA ziet grote kansen in deze aanpak. Bijvoorbeeld om het woningtekort in bepaalde dorpen op te lossen door stoppende agrarische bedrijven om te bouwen tot CPO-projecten voor jonge gezinnen.

Ondernemende samenleving

Voorzitter, het derde thema dat het CDA wil aansnijden is ondernemen in Brabant. Wat ons betreft staat het Brabantse mkb in de komende jaren stipt op één in het Brabantse economische beleid. Daartoe de volgende drie aandachtspunten.

1) Ten eerste het koppelen van Brabantse jongeren aan het Brabantse mkb. Veel jongeren kiezen na hun studie voor een loopbaan bij een bedrijf in de Randstad. Het CDA wil deze jonge talenten voor Brabant behouden en vindt het belangrijk dat zij al vroeg kennismaken met het Brabantse mkb. Want als je het Brabantse bedrijfsleven niet kent, ga je er ook niet werken. Ziet het college mogelijkheden om een rol te pakken in het verbeteren van de koppeling tussen Brabantse jongeren en het mkb?

2) Ten tweede vragen we het college in gesprek te gaan met ondernemers, de Kamer van Koophandel, de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en andere partners over hoe in Brabant de kennis en vaardigheden van ondernemers om een goede financieringsaanvraag te doen te verbeteren. Uit onderzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt namelijk dat het voor veel, vooral kleine, ondernemers moeilijk is om een goede financieringsaanvraag te doen, vanwege een gebrek aan ervaring, kennis, tijd en financiële middelen. Juist omdat voor een ondernemer financiering een belangrijke voorwaarde is om te kunnen ondernemen, vragen wij het college met een motie hiermee aan de slag te gaan.

3) Ten derde een probleem waar menig mkb’er in Brabant tegenaan loopt, namelijk het gebrek aan ruimte voor groei. Bedrijventerreinen worden vol gezet met grote logistieke dozen van multinationals en vastgoedbeheerders uit het buitenland. Tot op zekere hoogte is dat goed voor onze provincie, maar het mag niet zo zijn dat daardoor lokale mkb’ers geen ruimte krijgen om te groeien. Zo ontvangen wij signalen dat mkb-bedrijven haast worden verplicht om zich drie dorpen verderop te vestigen in plaats van in hun eigen dorp, waar hun medewerkers en klanten vandaan komen en ze de voetbalclub sponsoren. Graag een reactie van het college.

Voorzitter, tot zover de inbreng van het CDA in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon provinciebegroting 2020 (8 november 2019)

Schriftelijke vragen over hoogspanningslijnen

Schriftelijke vragen van Statenleden Coen Hendriks en Kees de Heer n.a.v. het recente besluit van de gemeente Eindhoven om bovengrondse hoogspanningslijnen vooralsnog niet onder de grond te brengen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over hoogspanningslijnen.

Geacht college,

Naar aanleiding van het recente besluit van de gemeente Eindhoven om bovengrondse hoogspanningslijnen vooralsnog niet onder de grond te brengen1 heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. Bent u bekend met het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen, wat inhoudt dat het Rijk aan gemeenten en netbeheerders adviseert om vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s geen nieuwe woningen te bouwen in de buurt van hoogspanningslijnen en geen nieuwe hoogspanningslijnen aan te leggen in de buurt van woningen2?

02. Bent u bekend met de wens in de gemeente Eindhoven, neergelegd in het coalitieakkoord 2018-2022 (pag. 18), om bovengrondse hoogspanningslijnen onder de grond te brengen3?

03. Kloppen de volgende gegevens?

  1. In Eindhoven gaat het om ongeveer 4 kilometer hoogspanningslijn, die door bewoond gebied gaat (Acht en Woensel-Noord), waarvan de gemeente wil dat deze ondergronds gaat4.
  2. Dit betreft de tracés Best – Eindhoven Noord en Eindhoven Noord – Eindhoven Oost, die de Rijksoverheid in het ‘Besluit aanwijzing delen hoogspanningsnetten ex art. 22a Elektriciteitswet 1998’ heeft aangewezen om te verkabelen/verplaatsen5.
  3. De totale kosten van deze ‘verkabeling’ bedragen ongeveer 24 miljoen euro6.
  4. Volgens het ‘Besluit verplaatsen en verkabelen hoogspanningsverbindingen’ moet de netbeheerder 80 procent van de kosten betalen en de gemeente 20 procent7.

04. Bent u bekend met de conclusie van het Eindhovense college van burgemeester & wethouders dat het ondergronds aanleggen van deze hoogspanningslijnen op dit moment door de gemeente financieel niet is op te brengen8?

05. Is er contact geweest tussen de gemeente Eindhoven en de provincie Noord-Brabant over het verkabelen en de financiering daarvan? Indien ja, op welke momenten?

06. De Rijksoverheid heeft ook in de Brabantse gemeenten Best, Breda, Geertruidenberg, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Helmond, Oirschot, Oss, ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Uden tracés van hoogspanningsverbindingen aangewezen die ondergronds (of verplaatst) mogen9.

  1. Weet u in welke van deze gemeenten wensen of voornemens bestaan dan wel acties lopen om te gaan verkabelen/verplaatsen? Indien niet, wilt u dit nagaan?
  2. In welke gemeenten vormt financiering, net als in Eindhoven, een probleem?
  3. In welke gemeenten is de provincie Noord-Brabant bij verkabeling/verplaatsing betrokken?

07. Bent u bereid met om met Eindhoven en andere Brabantse gemeenten in gesprek te gaan om u te laten informeren over de mate waarin financiering een probleem is bij verkabelen/verplaatsen en mee te denken over oplossingen voor cofinanciering?

08. De gemeente Eindhoven geeft aan dat, in haar geval, de ‘lasten’ voor het verkabelen voor één gemeente zijn, maar de ‘lusten’ voor veel meer gemeenten. Hoe ziet u in dit licht de rol van de provincie? Is het voorstelbaar dat de provincie als ‘bovenlokale’ overheid initiatieven als deze meefinanciert?

09. Hoe gaan andere provincies om met dit (financierings)vraagstuk?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks en Kees de Heer

1 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/cda-eindhoven-houdt-vast-aan-kabels-br-ondergronds-br~af8c52a1/.

2 Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening-en-gebiedsontwikkeling/wonen-bij-hoogspanningslijnen.

3 Zie https://www.eindhoven.nl/sites/default/files/2018-05/Coalitie%20magazine_0.pdf.

4 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/onderzoek-naar-ondergrondse-kabels-in-eindhoven-noord-br~a66fd034/.

5 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041518/2019-01-01.

6 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/onderzoek-naar-ondergrondse-kabels-in-eindhoven-noord-br~a66fd034/.

7 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041451/2019-01-01.

8 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/cda-eindhoven-houdt-vast-aan-kabels-br-ondergronds-br~af8c52a1/.

9 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041518/2019-01-01.

Maiden speech Marcel Thijssen – Debat over de Bestuursrapportage 2019 op 13/09

Spreektekst1 Marcel Thijssen – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Bestuursrapportage 2019 
(13-09-2019)

Voorzitter,

Vandaag mijn ‘maiden speech’, mijn eerste inbreng in deze Staten. Over de Bestuursrapportage 2019, ofwel het verloop van het huidige begrotingsjaar. Een technisch, maar vooral ook een heel menselijk onderwerp. Het gaat immers over de effecten van het beleid dat wij hier vaststellen: doet het wat het moet doen, en wat merken de Brabanders daarvan? Een belangrijk moment dus. Want voor het CDA is een samenleving méér dan alleen een winst- en verliesrekening, waar alleen het getal onder de streep telt. Het huishoudboekje van de provincie moet op orde zijn, maar bovenal telt de menselijke maat.

Dat past bij het CDA, en dat past ook bij mij. Ik ben geboren en getogen in het Land van Cuijk, een prachtige regio aan de rand van Brabant. Een regio waarin de invloed van de provincie duidelijk voelbaar is: of het nu gaat om de N264, de bestuurlijke toekomst van onze gemeenten, of de leefbaarheid op het platteland. Niet iedere inwoner zal daarin meteen de hand van de provincie vermoeden, dus zie ik het als mijn opdracht om die lijn tussen het Land van Cuijk en Den Bosch te verkorten, te verstevigen en nog beter zichtbaar te maken. Zoals het een goede volksvertegenwoordiger betaamt.

Voorzitter, tot zover deze persoonlijke bespiegelingen. Nu over naar de bestuursrapportage, waarbij ik allereerst de ambtelijke organisatie wil bedanken voor het beantwoorden van onze technische vragen. Het waren er veel, waaruit u mag afleiden dat we als CDA ‘kritisch enthousiast’ zijn.

En voorzitter, het eerste wat we ons afvragen, is welk doel deze bestuursrapportage nu eigenlijk dient. Is het een instrument, waarmee we het lopende jaar 2019 strak kunnen volgen én kijken wat er nog beter kan of beter moet? Of is de bestuursrapportage niets anders dan een uitgebreide onderbouwing voor de geldvraag die in de derde begrotingswijziging besloten ligt?

Als CDA hebben wij, net als denk ik alle fracties, al met een schuin oog naar 2020 gekeken en met genoegen vastgesteld dat de eerste acties uit het nieuwe bestuursakkoord al worden opgepakt. Kijken we naar de afwijkingen ten opzichte van de begroting, dan zien we dat het gaat om een bedrag van 63 miljoen euro. Dat is weliswaar gesaldeerd, maar bij veruit de meeste afwijkingen gaat het om administratieve of technische aanpassingen. Kortom, de echte relevante afwijkingen zijn zeer beperkt, slechts een fractie van de totale begroting, en dat is goed nieuws.

Voorzitter, met de uitspraak door de Raad van State over de PAS hebben we, ook hier in Brabant, een ‘gamechanger’ te pakken. Een uitspraak die ons dwingt om tijdens de wedstrijd de spelregels te herzien. Met grote impact, dat staat vast.

Want wat betekent dit voor onze infrastructurele projecten? Voor woningbouwprogramma’s? Voor de agrarische sector? Hoe gaan marktpartijen reageren? Eet de een de ander op om voor zichzelf ruimte te creëren? Tal van vragen die sterk leven bij onze fractie. We kijken dan ook uit naar het rapport van de commissie-Remkes en hebben daarbij een concrete vraag: hoe gaat het college straks om met de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport?

Want onze provincie moet niet stil komen te staan: of het nu gaat om Brainport, Hart van Brabant, het Land van Heusden en Altena, de logistieke hotspot West-Brabant, of onze grensregio’s enz. Voorzitter, Brabant mag niet op slot.

Voorzitter, nog een laatste vraag hierover, waarvoor wij vanochtend tijdens de Rondvraag geen gelegenheid kregen: wat vindt de gedeputeerde van het voorstel van D66 om het stikstofvraagstuk op te lossen door de veestapel te halveren?

Voorzitter, dan het vergunningsbeleid in onze provincie. Zonder vergunning kan je niets, veel Brabanders zijn ervan afhankelijk voor hun dagelijkse boterham. Ondernemers bijvoorbeeld, o.a. in de agrarische sector. Het CDA vindt het logisch dat de termijn voor het indienen van een vergunning met drie maanden is opgeschoven, naar 1 april 2020. Tegelijkertijd hebben we ons zeer verbaasd over de uitlatingen van de gedeputeerde Landbouw in De Gelderlander deze zomer, waarin zij aangaf dat aanvragers van een vergunning hun gemeente maar meteen moeten verzoeken om hun aanvraag ‘onderop de stapel’ te leggen. Vanwaar dit advies, voorzitter? Dit lijkt wel de bevestiging dat die innovatieve stalsystemen, waarop ondernemers met smart zitten te wachten, er nog altijd niet zijn? Systemen die ondernemers helpen vanuit de bron te werk te gaan en niet noodgedwongen aan ‘symptoombestrijding’ te doen. Op een betaalbare manier. Voorzitter, wat bedoelt de gedeputeerde met het ‘onderop de stapel’ leggen van vergunningaanvragen? Wij gaan in Brabant toch voor de beste aanpak i.p.v. een snelle, halve aanpak?

Voorzitter, over vergunningen gesproken: het CDA is heel tevreden met de uitbreiding van de Wet Bibob, om vergunningen te kunnen weigeren of intrekken. Met als doel ondernemers te beschermen en criminelen aan te pakken. Daarnaast zijn we positief over het agenderen van de ‘weerbaarheid’ en ‘integriteit’ in de provinciale organisatie. We zien de noodzaak én toegevoegde waarde van de Dilemmatraining, die we na de verkiezingen hebben kunnen volgen. De nieuwe gedeputeerde Veiligheid heeft zijn kennismaking met de Taskforce RIEC achter de rug, dus we kijken uit naar zijn initiatieven om tot een nog effectievere samenwerking tussen de provincie en deze ‘antidrugseenheid’ te komen.

Voorzitter, in het nieuwe bestuursakkoord wordt een Actieplan Arbeidsmarkt aangekondigd. Is het college het met ons eens dat het hier niet alleen om de stad moet gaan, maar dat we ook de ‘randen’ van Brabant zeker niet moeten vergeten? U begrijpt: als inwoner van zo’n ‘randregio’ ben ik hier scherp op. Kijk bijvoorbeeld naar het tekort aan zorgverleners in het Land van Cuijk.

Tot slot, voorzitter. Het realiseren van het doelrendement (jaarlijks 122,5 miljoen euro voor de begroting uit het belegd vermogen) wordt steeds lastiger.

Dit komt door externe omstandigheden, namelijk de blijvend lage marktrente. De vraag is dan ook hoe hiermee om te gaan? Moeten we kost wat kost jaarlijks 122,5 miljoen in de begroting stoppen en vanaf volgend jaar hiervoor een reserve aanspreken, of is nu het moment aangebroken om tevreden te zijn met een lager bedrag dan die 122,5 miljoen? Die discussie wil het CDA graag een keer voeren. En tot hoe ver gaan we met het verstrekken van leningen, met hele lange looptijden, aan lagere overheden? Het krikt weliswaar het rendement voor de komende jaren op, maar de keerzijde is dat we met slecht renderende leningen zitten als de marktrente vroeg of laat begint op te lopen. Graag een reactie.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Thijssen Bestuursrapportage 2019 (13 september 2019)

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over het bestuursakkoord op 14/06

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het bestuursakkoord 2019-2023
(14-06-2019)

Voorzitter,

Als je niet meedoet, kan je nooit winnen. Dat geldt in de sport en evengoed in de politiek.

In de afgelopen vier jaar deed het CDA in Brabant niet mee. Een periode waarin we in onze provincie veel zagen gebeuren waarvan we dachten: dat hadden wij graag anders gedaan.

We bleven trainen, voorbereiden, onszelf warmlopen. Om bij een wissel topfit te zijn. Door mee te doen, kan je zaken veranderen. Meters maken. Kansen creëren. Resultaten boeken. Want dáárvoor zitten we in de politiek: om iets te bereiken voor anderen.

‘Kiezen voor Kwaliteit’. Zo luidt de titel van het bestuursakkoord waarmee we na vandaag voor Brabant aan de slag gaan. ‘Kwaliteit’ kent verschillende definities. Het is niet absoluut en niet voor iedereen hetzelfde. Voor het CDA betekent kwaliteit: het beter doen en het samen doen. Voor de Brabanders van nu en de Brabanders van morgen. Van jong tot oud. Van stad tot platteland.

Voorzitter, in de afgelopen twee maanden hebben we met vijf partijen hard gewerkt. We hebben elkaar opnieuw leren kennen. Gesprekken gevoerd. Plannen gemaakt. Teamgeest gecreëerd. Gezocht naar wat ons bindt en naar wat Brabant vooruit helpt. En uiteindelijk hebben we elkaar gevonden en zijn we bereid om de uitdaging aan te gaan. Nu staan we aan de start. En niet met lege handen.

Want er ligt een mooi akkoord, waarmee het CDA, vanaf het middenveld, wil samenwerken met alle partijen in deze Staten. Met respect voor voor- én tegenstanders. En voor de spelregels die we samen afspreken.

Voorzitter, het CDA-verkiezingsprogramma laat zich samenvatten in drie speerpunten:

  1. het realisme terugbrengen in de Brabantse landbouw;
  2. de provincie voert behalve een economische óók een sociale agenda;
  3. veiligheid en leefbaarheid zijn provinciale verantwoordelijkheden.

Voorzitter, sinds de veehouderijbesluiten uit 2017 is de belangrijkste missie van het CDA het terugbrengen van het realisme in de Brabantse landbouw. Want wij voelen de pijn. Daarom wilden we dat de besluiten uit 2017 zouden worden herzien, opnieuw tegen het licht gehouden. Dat is gelukt en het bestuursakkoord bevat verzachtende maatregelen die de afgelopen twee jaar onbespreekbaar waren: maatwerk, uitstel en extra ondersteuning. Hier gaat een deur open die tot voor kort potdicht zat. En zonder ons waarschijnlijk was dicht gebleven.

Tegelijkertijd beseffen we ons dat deze maatregelen de tijd niet terugdraaien, de pijn niet wegnemen, en bepaalde keuzes niet ongedaan maken. En dus hebben we de komende jaren werk te doen. Onze wensenlijst voor de Brabantse landbouw was langer dan de landbouwparagraaf in dit bestuursakkoord. Vandaag is een begin, en niet het einde.

Voorzitter, behalve het bestuursakkoord presenteren we vandaag ook de Brabantse selectie voor de periode 2019-2023. En het CDA mag daaraan met twee van zijn beste spelers bijdragen. Allebei ervaren, goed getraind, en vol ambitie. Marianne van der Sloot en Renze Bergsma mogen aan de slag met echte CDA-thema’s, zoals samenleving, leefbaarheid, cultuur, sport en veiligheid. Daar zijn we trots op.

De gedeputeerde Samenleving, Cultuur en Erfgoed gaat straks over leefbaarheid, het ‘blijfklimaat’ in stad en dorp. Met ín die steden en dorpen meer ruimte voor nieuwe woonvormen. Samen met de Brabantse sportclubs willen we een Brabants Sportakkoord sluiten. Er komt meer aandacht voor cultuureducatie en amateurkunst, speciaal bij jongeren. Kortom, een sociale agenda. Omdat onze samenleving méér is dan een winst- en verliesrekening. Geen optelsom van cijfers, maar een verzameling van mensen.

De portefeuille van de nieuwe gedeputeerde Veiligheid is veelomvattend: drugscriminaliteit, ondermijning van overheid en samenleving, verkeers(on)veiligheid, verpaupering in het buitengebied en op vakantieparken vragen, nee schreeuwen, om actie en regie van de provincie. En gelukkig: hij gaat óók over Bestuur, waaronder herindelingen. Geen herhaling van Nuenen.

Voorzitter, ik rond af. Als je niet meedoet, kan je nooit winnen. En daarom zet het CDA zijn handtekening onder dit bestuursakkoord.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon bestuursakkoord 2019-2023 (14 juni 2019)

Video: presentatie Brabants bestuursakkoord 07/06

Op 7 juni jl. presenteerden coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA het Brabantse bestuursakkoord 2019-2023 getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’.

In opdracht van CDA Brabant maakte 2R Development onderstaande video. Door op de video te klikken, gaat deze afspelen.

Veel CDA in Brabants bestuursakkoord

Vandaag presenteren coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA het bestuursakkoord 2019-2023 getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’. Het CDA is verheugd om in het akkoord veel van het eigen verkiezingsprogramma terug te zien.

Zo krijgt Brabant via de portefeuille van beoogd CDA-gedeputeerde Marianne van der Sloot weer een sociale agenda, gevuld met plannen en projecten op het gebied van leefbaarheid, cultuur, erfgoed en sport. Hierbinnen zijn bijv. versterking van het ‘blijfklimaat’ in wijken en dorpen, initiatieven gericht op o.a. vitale ouderen, cultuureducatie voor jongeren, voortzetting van de financiële steun aan de Philharmonie Zuidnederland en een Brabants Sportakkoord herkenbare CDA-thema’s.

Met het ‘Actieplan arbeidsmarkt’ komt de provincie tegemoet aan een oproep die in het CDA in de Brabantse Staten herhaaldelijk heeft gedaan: een plan om met bedrijven en onderwijsinstellingen de personeelstekorten in o.a. de zorg, bouw en techniek te lijf gaan. Om te voorkomen dat familiebedrijven en het mkb straks met lege of zelfs zonder handen staan.

Goed nieuws voor de inwoners van Brainport en dé doorbraak waar het CDA zich al jaren hard voor maakt: de provincie laat nog één keer alle opties voor verbetering van de bereikbaarheid van Eindhoven op een rijtje zetten en wil in 2020 een besluit nemen over een oplossing voor de bereikbaarheid van de regio Eindhoven. Eindelijk!

De provincie herziet de veehouderijbesluiten uit 2017, waardoor specifieke groepen boeren méér tijd krijgen om aan de doelstellingen te voldoen. Het betreft melkveehouders met stro(oisel)stallen, houders van vlees- en fokstieren, houders van geiten, houders van varkens en vleeskalveren en bedrijven die per 1 januari 2022 en per 1 januari 2024 stoppen. Ook neemt de provincie aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen, bijvoorbeeld met maatregelen ter bevordering van nieuwe stalsystemen en de introductie van een pachtsysteem om de hoge koop-/pachtprijzen voor melkveehouders aan te pakken.

In de veiligheidsportefeuille van beoogd CDA-gedeputeerde Renze Bergsma komen alle speerpunten van het CDA t.a.v. veiligheid terug: bestrijding van de drugsindustrie, maatregelen tegen ondermijning op het platteland, aanpak van de verloedering van recreatieparken, en daling van het aantal verkeersslachtoffers. Veiligheid als nieuwe portefeuille, met een eigen gedeputeerde en een eigen budget, moet zorgen voor een nog doeltreffender veiligheidsbeleid.

Het CDA is tegen herindelingen van bovenaf, d.w.z. dat de provincie gemeenten dwingt om te fuseren. Wat het CDA betreft gaan gemeentes alleen samen, als de inwoners van die gemeenten dat zelf willen. Draagvlak voor een herindeling weegt dus zwaar, net als in de nieuwe herindelingsregels van het ministerie van Binnenlandse Zaken waarbij de provincie gaat aansluiten. De kans op een herhaling van het herindelingsdrama in Nuenen is daarmee een stuk kleiner geworden. Daar is het CDA blij mee.

Met dit bestuursakkoord kan het CDA niet alleen een belangrijk deel van zijn verkiezingsprogramma realiseren, maar Brabant ook van richting veranderen. Goed beleid wordt voortgezet, maar voor ineffectieve, averechtse maatregelen komen nieuwe plannen in de plaats.

Statenlid Ankie de Hoon, die Van der Sloot opvolgt als fractievoorzitter van de achthoofdige CDA-fractie: “Na vier jaar oppositie staat het CDA op het punt weer te gaan meebesturen in Brabant. Met twee gedeputeerden en acht Statenleden drukken we een stevige stempel op het provinciaal beleid. In een coalitie van partijen die ons als CDA in staat stelt de toekomst van Brabant mee vorm te geven. Want wil je iets voor Brabant betekenen, dan moet je bereid zijn om mee te doen, samen te werken en compromissen te sluiten. Door mee te doen, kan je zaken voor elkaar krijgen. Dát was onze redenering na de uitnodiging van de informateur. Het argument om ja te zeggen. En de drijfveer achter onze inzet voor dit bestuursakkoord.”

Over het bestuursakkoord hebben de vijf partijen in de afgelopen weken onderhandeld o.l.v. formateurs Huub Dekkers en Mariëtte Pennarts. Aan die formatie- ging een informatieperiode vooraf, waarin informateur Helmi Huijbregts-Schiedon in diverse gespreksrondes verkende welke van de twaalf partijen in Provinciale Staten met elkaar zouden kunnen samenwerken.

In het bestuursakkoord hebben de partijen per Brabants thema opgeschreven wat zij in de komende jaren willen bereiken. Met deze plannen gaat het nieuwe provinciebestuur vervolgens aan de slag. Hoeveel geld hiervoor beschikbaar komt, besluiten Provinciale Staten, het provincieparlement, bij de begrotingsbehandeling in november.

Voor de uitvoering is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk. Van de zeven gedeputeerden zijn er twee van het CDA. Van der Sloot wordt gedeputeerde Samenleving, Cultuur & Erfgoed en Bergsma gedeputeerde Veiligheid, Bestuur & Organisatie. “Echte CDA-portefeuilles”, aldus De Hoon. “Met Marianne krijgt Brabant, naast een economische, weer een echte sociale agenda. Renzes portefeuille is nieuw, er helemaal op ingericht om de strijd tegen de Brabantse onderwereld te intensiveren, de ondermijning in het buitengebied tegen te gaan, en de verkeersveiligheid te vergroten.” Van der Sloot, Bergsma en hun vijf collega’s van VVD, D66, GroenLinks en PvdA worden op 14 juni a.s. benoemd.

Het bestuursakkoord is te vinden onder de volgende link: https://www.brabant.nl/-/media/d6dcd12ed3ff4e45b9f5ffddf8474f78.pdf.

Spreektekst Marcel Deryckere – Debat over de jaarstukken 2018 op 24/05

Spreektekst1 Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de jaarstukken 2018
(24-05-2019)

Voorzitter,

Het CDA wil graag beginnen met het bedanken van de ambtelijke organisatie en het college voor al het werk dat in en achter de cijfers van deze jaarstukken zit.
Wij zullen onze bijdrage beginnen met een blik op de financiële positie van onze provincie, om vervolgens in te gaan op de resultaten van een aantal specifieke programma’s.

Allereerst zien we een gezonde provincie met een sterke vermogenspositie en een prima solvabiliteit. Complimenten daarvoor aan het college en aan de ambtelijke organisatie.

Onderbesteding

In voorgaande jaren heeft het CDA bij de behandeling van de jaarstukken flinke zorgen geuit over de onderbestedingen tegenover de begroting. Over de afgelopen jaren zien we duidelijke verbeteringen. Toch is de onderbesteding dit jaar licht gestegen naar 5,2% tegenover de gewijzigde begroting. Dit blijft voor het CDA een zorg. De raming van de baten is gelukkig wel fors verbeterd

Verantwoording subsidies

Een zorg voor de komende jaren betreft de handreiking van de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), waarin de verantwoording van subsidies grondig is herzien. Onze accountant wees hier ook op in de brief en tijdens de themavergadering. Het lijkt erop dat de handreiking ons verplicht om onze subsidiepartners te vragen om op een veel tijdrovendere wijze verantwoording af te leggen. Dat lijkt het CDA niet wenselijk. We willen handelen uit vertrouwen, zodat onze partners zo veel mogelijk tijd kunnen besteden aan hun belangrijke werk voor Brabant. Kan het college ons inzicht geven in zijn visie op deze ontwikkeling en welke stappen sinds de presentatie van de handreiking zijn gezet?

Rendement op vermogen

Een andere zorg die onze fractie al meermaals heeft uitgesproken betreft de financiële positie van de provincie op (middel)lange termijn. Door de lage rentestand zien we nog steeds dat het lastig is het doelrendement op ons vermogen te halen. We hebben te maken met blijvende lage rentes, waardoor onze vrije begrotingsruimte onder druk komt te staan. Dit zet ook direct de slagkracht van onze provincie om snel en effectief aan de slag te gaan met maatschappelijke uitdagingen onder druk. Het CDA wil voorkomen dat we een provincie worden die enkel en alleen haar wettelijke taken kan uitvoeren en geen slagkracht heeft om andere belangrijke maatschappelijke uitdagingen aan te gaan.

Daarom de volgende vraag aan het college: hoe realistisch is het huidige doelrendement vanaf 2023? En hoeveel ‘ademruimte’ geeft de recente beslissing om te beleggen in AA-obligaties?

Vanuit deze financiële blik gaan we over naar de resultaten op enkele inhoudelijke programma’s. We kijken hierbij naar cultuur, ruimte, natuur en economie.

Cultuur en Samenleving

Op het terrein van cultuur verdient het college complimenten voor de investeringen en stappen die de afgelopen jaren zijn gezet. Het CDA heeft een vraag over de fusie tussen het Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur (BKKC) en de Kunstbalie. Beide organisaties kregen enkele miljoenen euro’s subsidies per jaar. Je zou zeggen dat een fusie efficiencyvoordelen met zich meebrengt en er dus op bepaalde kosten kan worden bespaard. Die kosten zouden dan kunnen worden ingezet om in plaats van deze organisaties daadwerkelijk culturele initiatieven te ondersteunen. Toch zien we dat nog niet terug. Kan het college ons uitleggen hoe dat komt?

Ruimte – We Are Food

Afgelopen jaar was de provincie de Europese Regio van de Gastronomie. Zoals u ongetwijfeld nog weet, was er vorig jaar flink wat commotie over deze titel. Het CDA is benieuwd hoe het college terugkijkt op dit jaar. In de jaarstukken lezen we dat er tien geslaagde bijeenkomsten zijn hebben plaatsgevonden, maar er is vast meer te vertellen over de ervaringen en de geboekte resultaten.

Natuur en Groen Ontwikkelfonds (GOB)

Binnen natuur zien we op verschillende posten terug dat er sprake is van vertraging of doorgeschoven budgetten. En dat voor het zoveelste jaar op rij. Zo loopt natuurcompensatie achter en wordt met een jaar verlengd. Kan het college aangeven wat hiervan de reden is? Een ander voorbeeld van tegenvallende resultaten is het Groen Ontwikkelfonds Brabant. dat opnieuw niet zijn doelen bereikt. Ondanks verschillende bijstellingen in de afgelopen jaren. Hoe kijkt het college naar de ontwikkelingen binnen het Groen Ontwikkelfonds?

Economie

De Brabantse economie groeide in 2018 opnieuw harder dan de landelijke economie. Dat is natuurlijk fantastisch nieuws, waarop ook gedeputeerde Pauli, gelet op zijn werk in de afgelopen acht jaar, trots mag zijn. Hij laat de Brabantse economie beter achter dan toen hij aantrad.

Door de sterke economische groei zien we o.a. in technische beroepen, de zorg en de logistiek een tekort aan geschikt personeel. Toch zien we een onderbesteding van de arbeidsmarktmiddelen in 2018. Kan het college ons uitleggen hoe dit komt? Daarnaast vragen wij ons af hoe effectief het arbeidsmarktbeleid van de afgelopen jaren is geweest. Kortom: hoeveel plaatsingen en arbeidsplaatsen heeft de provinciale inzet opgeleverd?

Voorzitter, tot zover de visie, opmerkingen en vragen van de CDA-fractie.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Deryckere jaarstukken 2018 (24 mei 2019)

Schriftelijke vragen over Tuf Recycling

Schriftelijke vragen van Statenleden Jeffrey van Agtmaal en Ankie de Hoon over een Europese subsidie voor het bedrijf Tuf Recycling in Dongen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Tuf Recycling.

Geacht college,

Op 30 november jl. publiceerde dagblad BN De Stem een artikel getiteld Europese subsidie van 135.000 euro voor ‘grensoverschrijdend’ werkend Tuf1. Te lezen is dat kunstgrasmat-verwerker Tuf Recycling uit Dongen i.h.k.v. het Europese project CrossRoads2 een Europese subsidie van 135.000 euro heeft ontvangen met als doel ‘innovatie te bevorderen’. De provincie Noord-Brabant is een van de partners van het project CrossRoads2.

Het CDA vindt het toekennen van deze subsidie aan Tuf Recycling zorgwekkend. Uit een reportage van het televisieprogramma ZEMBLA blijkt nl. dat Tuf Recycling zich niet houdt aan wet- en milieuregels en niet beschikt over de juiste vergunningen2. Sinds de zomer van 2017 heeft de gemeente Dongen aan Tuf Recycling tot driemaal toe een dwangsom opgelegd. Voor zover de CDA-fractie bekend is tot op heden geen afdoende oplossing gevonden voor de milieusituatie ter plaatse en voor de openstaande schuld bij de gemeente Dongen.

Naar aanleiding hiervan hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Wat was de rol van de provincie Noord-Brabant bij de toekenning van deze Europese subsidie aan Tuf Recycling?
  2. Kunt u toelichten welke rol Stimulus Programmamanagement namens de provincie Noord-Brabant speelde bij het toekennen van deze subsidie?
  3. Heeft er overleg plaatsgevonden tussen de provincie en de gemeente Dongen over toekenning van deze subsidie en waarom wel/niet?
  4. Hoe is naar uw oordeel de toekenning van deze subsidie te verantwoorden gelet op de zorgwekkende situatie rondom Tuf Recycling zoals hierboven omschreven?
  5. Hoe is de toekenning van deze subsidie aan Tuf Recycling tot stand gekomen?

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Jeffrey van Agtmaal en Ankie de Hoon

1 Zie https://www.bndestem.nl/oosterhout/europese-subsidie-van-135-000-euro-voor-grensoverschrijdend-werkend-tuf~a812c1a6/.

2 Zie https://zembla.bnnvara.nl/nieuws/gemeente-treedt-op-tegen-illegale-opslag-kunstgrasmatten-bij-tuf-recycling.

 

CDA: 1,5 ton voor versterking lokale journalistiek in Brabant

Op initiatief van het CDA stelt de provincie Noord-Brabant 150.000 euro beschikbaar voor versterking van de Brabantse streekomroepen en lokale journalistiek. Het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, diende dit voorstel in tijdens het debat over de provinciebegroting 2019 afgelopen vrijdag. Een meerderheid van de politieke partijen steunde het voorstel.

Aanleiding voor het CDA om het voorstel in te dienen is dat in veel kleine gemeenten de lokale journalistiek onder druk staat. Lokale media hebben echter een belangrijke rol als het gaat om het controleren van het lokaal bestuur. In dat kader kunnen zij in een gemeente een gezonde tegenmacht zijn. Door het verdwijnen van professionele, plaatselijke journalistiek ontbreekt deze tegenmacht meer en meer. Aldus het CDA.

Daarnaast kunnen lokale media een belangrijke rol spelen bij onafhankelijke nieuwsgaring in brede zin, waaronder het signaleren van ondermijnende activiteiten. Het CDA vindt het belangrijk dat lokale media in staat zijn deze rol goed te vervullen.

Statenlid/fractievoorzitter Marianne van der Sloot (CDA): “Wij zijn blij dat de provincie het belang van onafhankelijke, lokale journalistiek in elke Brabantse gemeente onderschrijft en bereid is die te versterken. Deze financiële impuls, bedoeld voor bijvoorbeeld het doen van onderzoeksjournalistiek, helpt om de functie van media als waakhond van de lokale democratie verder vorm te geven. Heel belangrijk.”

Het geld van de provincie komt terecht in een Stimuleringsfonds Lokale Journalistiek. In het voorstel is vastgelegd dat bij toekenning van het geld onafhankelijkheid geborgd moet zijn, bijvoorbeeld door besluitvorming door een onafhankelijke commissie. Hoe het geld precies wordt ingezet, gaat de provincie de komende tijd uitwerken. Na een jaar evalueert de provincie het fonds en besluit dan of verdere versterking nodig en mogelijk is.