Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over het bestuursakkoord op 14/06

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het bestuursakkoord 2019-2023
(14-06-2019)

Voorzitter,

Als je niet meedoet, kan je nooit winnen. Dat geldt in de sport en evengoed in de politiek.

In de afgelopen vier jaar deed het CDA in Brabant niet mee. Een periode waarin we in onze provincie veel zagen gebeuren waarvan we dachten: dat hadden wij graag anders gedaan.

We bleven trainen, voorbereiden, onszelf warmlopen. Om bij een wissel topfit te zijn. Door mee te doen, kan je zaken veranderen. Meters maken. Kansen creëren. Resultaten boeken. Want dáárvoor zitten we in de politiek: om iets te bereiken voor anderen.

‘Kiezen voor Kwaliteit’. Zo luidt de titel van het bestuursakkoord waarmee we na vandaag voor Brabant aan de slag gaan. ‘Kwaliteit’ kent verschillende definities. Het is niet absoluut en niet voor iedereen hetzelfde. Voor het CDA betekent kwaliteit: het beter doen en het samen doen. Voor de Brabanders van nu en de Brabanders van morgen. Van jong tot oud. Van stad tot platteland.

Voorzitter, in de afgelopen twee maanden hebben we met vijf partijen hard gewerkt. We hebben elkaar opnieuw leren kennen. Gesprekken gevoerd. Plannen gemaakt. Teamgeest gecreëerd. Gezocht naar wat ons bindt en naar wat Brabant vooruit helpt. En uiteindelijk hebben we elkaar gevonden en zijn we bereid om de uitdaging aan te gaan. Nu staan we aan de start. En niet met lege handen.

Want er ligt een mooi akkoord, waarmee het CDA, vanaf het middenveld, wil samenwerken met alle partijen in deze Staten. Met respect voor voor- én tegenstanders. En voor de spelregels die we samen afspreken.

Voorzitter, het CDA-verkiezingsprogramma laat zich samenvatten in drie speerpunten:

  1. het realisme terugbrengen in de Brabantse landbouw;
  2. de provincie voert behalve een economische óók een sociale agenda;
  3. veiligheid en leefbaarheid zijn provinciale verantwoordelijkheden.

Voorzitter, sinds de veehouderijbesluiten uit 2017 is de belangrijkste missie van het CDA het terugbrengen van het realisme in de Brabantse landbouw. Want wij voelen de pijn. Daarom wilden we dat de besluiten uit 2017 zouden worden herzien, opnieuw tegen het licht gehouden. Dat is gelukt en het bestuursakkoord bevat verzachtende maatregelen die de afgelopen twee jaar onbespreekbaar waren: maatwerk, uitstel en extra ondersteuning. Hier gaat een deur open die tot voor kort potdicht zat. En zonder ons waarschijnlijk was dicht gebleven.

Tegelijkertijd beseffen we ons dat deze maatregelen de tijd niet terugdraaien, de pijn niet wegnemen, en bepaalde keuzes niet ongedaan maken. En dus hebben we de komende jaren werk te doen. Onze wensenlijst voor de Brabantse landbouw was langer dan de landbouwparagraaf in dit bestuursakkoord. Vandaag is een begin, en niet het einde.

Voorzitter, behalve het bestuursakkoord presenteren we vandaag ook de Brabantse selectie voor de periode 2019-2023. En het CDA mag daaraan met twee van zijn beste spelers bijdragen. Allebei ervaren, goed getraind, en vol ambitie. Marianne van der Sloot en Renze Bergsma mogen aan de slag met echte CDA-thema’s, zoals samenleving, leefbaarheid, cultuur, sport en veiligheid. Daar zijn we trots op.

De gedeputeerde Samenleving, Cultuur en Erfgoed gaat straks over leefbaarheid, het ‘blijfklimaat’ in stad en dorp. Met ín die steden en dorpen meer ruimte voor nieuwe woonvormen. Samen met de Brabantse sportclubs willen we een Brabants Sportakkoord sluiten. Er komt meer aandacht voor cultuureducatie en amateurkunst, speciaal bij jongeren. Kortom, een sociale agenda. Omdat onze samenleving méér is dan een winst- en verliesrekening. Geen optelsom van cijfers, maar een verzameling van mensen.

De portefeuille van de nieuwe gedeputeerde Veiligheid is veelomvattend: drugscriminaliteit, ondermijning van overheid en samenleving, verkeers(on)veiligheid, verpaupering in het buitengebied en op vakantieparken vragen, nee schreeuwen, om actie en regie van de provincie. En gelukkig: hij gaat óók over Bestuur, waaronder herindelingen. Geen herhaling van Nuenen.

Voorzitter, ik rond af. Als je niet meedoet, kan je nooit winnen. En daarom zet het CDA zijn handtekening onder dit bestuursakkoord.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon bestuursakkoord 2019-2023 (14 juni 2019)

Video: presentatie Brabants bestuursakkoord 07/06

Op 7 juni jl. presenteerden coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA het Brabantse bestuursakkoord 2019-2023 getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’.

In opdracht van CDA Brabant maakte 2R Development onderstaande video. Door op de video te klikken, gaat deze afspelen.

Veel CDA in Brabants bestuursakkoord

Vandaag presenteren coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA het bestuursakkoord 2019-2023 getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’. Het CDA is verheugd om in het akkoord veel van het eigen verkiezingsprogramma terug te zien.

Zo krijgt Brabant via de portefeuille van beoogd CDA-gedeputeerde Marianne van der Sloot weer een sociale agenda, gevuld met plannen en projecten op het gebied van leefbaarheid, cultuur, erfgoed en sport. Hierbinnen zijn bijv. versterking van het ‘blijfklimaat’ in wijken en dorpen, initiatieven gericht op o.a. vitale ouderen, cultuureducatie voor jongeren, voortzetting van de financiële steun aan de Philharmonie Zuidnederland en een Brabants Sportakkoord herkenbare CDA-thema’s.

Met het ‘Actieplan arbeidsmarkt’ komt de provincie tegemoet aan een oproep die in het CDA in de Brabantse Staten herhaaldelijk heeft gedaan: een plan om met bedrijven en onderwijsinstellingen de personeelstekorten in o.a. de zorg, bouw en techniek te lijf gaan. Om te voorkomen dat familiebedrijven en het mkb straks met lege of zelfs zonder handen staan.

Goed nieuws voor de inwoners van Brainport en dé doorbraak waar het CDA zich al jaren hard voor maakt: de provincie laat nog één keer alle opties voor verbetering van de bereikbaarheid van Eindhoven op een rijtje zetten en wil in 2020 een besluit nemen over een oplossing voor de bereikbaarheid van de regio Eindhoven. Eindelijk!

De provincie herziet de veehouderijbesluiten uit 2017, waardoor specifieke groepen boeren méér tijd krijgen om aan de doelstellingen te voldoen. Het betreft melkveehouders met stro(oisel)stallen, houders van vlees- en fokstieren, houders van geiten, houders van varkens en vleeskalveren en bedrijven die per 1 januari 2022 en per 1 januari 2024 stoppen. Ook neemt de provincie aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen, bijvoorbeeld met maatregelen ter bevordering van nieuwe stalsystemen en de introductie van een pachtsysteem om de hoge koop-/pachtprijzen voor melkveehouders aan te pakken.

In de veiligheidsportefeuille van beoogd CDA-gedeputeerde Renze Bergsma komen alle speerpunten van het CDA t.a.v. veiligheid terug: bestrijding van de drugsindustrie, maatregelen tegen ondermijning op het platteland, aanpak van de verloedering van recreatieparken, en daling van het aantal verkeersslachtoffers. Veiligheid als nieuwe portefeuille, met een eigen gedeputeerde en een eigen budget, moet zorgen voor een nog doeltreffender veiligheidsbeleid.

Het CDA is tegen herindelingen van bovenaf, d.w.z. dat de provincie gemeenten dwingt om te fuseren. Wat het CDA betreft gaan gemeentes alleen samen, als de inwoners van die gemeenten dat zelf willen. Draagvlak voor een herindeling weegt dus zwaar, net als in de nieuwe herindelingsregels van het ministerie van Binnenlandse Zaken waarbij de provincie gaat aansluiten. De kans op een herhaling van het herindelingsdrama in Nuenen is daarmee een stuk kleiner geworden. Daar is het CDA blij mee.

Met dit bestuursakkoord kan het CDA niet alleen een belangrijk deel van zijn verkiezingsprogramma realiseren, maar Brabant ook van richting veranderen. Goed beleid wordt voortgezet, maar voor ineffectieve, averechtse maatregelen komen nieuwe plannen in de plaats.

Statenlid Ankie de Hoon, die Van der Sloot opvolgt als fractievoorzitter van de achthoofdige CDA-fractie: “Na vier jaar oppositie staat het CDA op het punt weer te gaan meebesturen in Brabant. Met twee gedeputeerden en acht Statenleden drukken we een stevige stempel op het provinciaal beleid. In een coalitie van partijen die ons als CDA in staat stelt de toekomst van Brabant mee vorm te geven. Want wil je iets voor Brabant betekenen, dan moet je bereid zijn om mee te doen, samen te werken en compromissen te sluiten. Door mee te doen, kan je zaken voor elkaar krijgen. Dát was onze redenering na de uitnodiging van de informateur. Het argument om ja te zeggen. En de drijfveer achter onze inzet voor dit bestuursakkoord.”

Over het bestuursakkoord hebben de vijf partijen in de afgelopen weken onderhandeld o.l.v. formateurs Huub Dekkers en Mariëtte Pennarts. Aan die formatie- ging een informatieperiode vooraf, waarin informateur Helmi Huijbregts-Schiedon in diverse gespreksrondes verkende welke van de twaalf partijen in Provinciale Staten met elkaar zouden kunnen samenwerken.

In het bestuursakkoord hebben de partijen per Brabants thema opgeschreven wat zij in de komende jaren willen bereiken. Met deze plannen gaat het nieuwe provinciebestuur vervolgens aan de slag. Hoeveel geld hiervoor beschikbaar komt, besluiten Provinciale Staten, het provincieparlement, bij de begrotingsbehandeling in november.

Voor de uitvoering is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk. Van de zeven gedeputeerden zijn er twee van het CDA. Van der Sloot wordt gedeputeerde Samenleving, Cultuur & Erfgoed en Bergsma gedeputeerde Veiligheid, Bestuur & Organisatie. “Echte CDA-portefeuilles”, aldus De Hoon. “Met Marianne krijgt Brabant, naast een economische, weer een echte sociale agenda. Renzes portefeuille is nieuw, er helemaal op ingericht om de strijd tegen de Brabantse onderwereld te intensiveren, de ondermijning in het buitengebied tegen te gaan, en de verkeersveiligheid te vergroten.” Van der Sloot, Bergsma en hun vijf collega’s van VVD, D66, GroenLinks en PvdA worden op 14 juni a.s. benoemd.

Het bestuursakkoord is te vinden onder de volgende link: https://www.brabant.nl/-/media/d6dcd12ed3ff4e45b9f5ffddf8474f78.pdf.

Opinie Marianne van der Sloot c.s. – ‘Stoppen met dromen en drammen over klimaat’

Opinie van Marianne van der Sloot en 11 andere CDA-lijsttrekkers in dagblad De Telegraaf d.d. 5 februari 2019.

‘Stoppen met dromen en drammen over klimaat’

De plannen van de klimaattafels getuigen niet van realisme en gezond verstand. Dat stellen de twaalf CDA-lijsttrekkers voor de Provinciale Statenverkiezingen. In de week van het klimaatdebat in de Kamer en het eigen partijcongres, stellen zij vier voorwaarden aan het Klimaatakkoord.

Klimaat is een belangrijk thema in de campagne voor de provinciale verkiezingen. Dat is terecht. Om de doelen van Parijs te halen, zijn de provincies van cruciaal belang. Als CDA lijsttrekkers van de twaalf provincies onderschrijven wij de doelen en zien wij veel kansen voor onze provincies. Maar om Parijs te halen is meer realisme en gezond verstand nodig in de uitvoering. Daarin schieten de plannen van de klimaattafels tekort. Daarom stellen wij vier voorwaarden aan het definitieve akkoord.

Een succesvolle klimaataanpak vraagt allereerst om draagvlak in plaats van doordrukken. Bij de presentatie van het concept-klimaatakkoord is te veel mist ontstaan over de werkelijke klimaatopgave. Het debat is gekaapt door felle voor- en tegenstanders, door drammers en sceptici. Maar door mensen alleen bezorgd of boos te maken komt een oplossing niet dichterbij. De keuzes zijn lastig, zoals we zien in discussies over windmolens. Iedereen weet dat ze nodig zijn, maar niemand wil ze in de achtertuin.

Veel van de zorgen gaan over de rekening van de klimaataanpak. Die zorgen zijn terecht. Voor veel mensen is een nieuwe elektrische auto nog lang geen haalbaar alternatief. Zij zijn al blij met een degelijke tweedehands, die ook de komende jaren nog vaak op benzine rijdt. Ook de plannen om huizen te isoleren en van het gas af te halen vragen om grote investeringen, bovenop de hogere energierekening die mensen dit jaar al betalen. Daarom moeten we zorgen dat de veranderingen voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn.

In de derde plaats pleiten wij voor een realistischer tempo in de uitvoering. De klimaatplannen zijn geformuleerd voor 2030 en 2050. We hebben dus een generatie de tijd om alle doelen te realiseren. Die tijd moeten we nuttig gebruiken, door nu te doen wat kan en nodig is en andere maatregelen uit te smeren over de komende decennia. Dat geeft een realistisch perspectief, maar schept ook ruimte om maximaal te profiteren van de innovatie en de technologische vooruitgang. Ook de markt levert hier een bijdrage. Zo heeft Volkswagen al aangekondigd vanaf 2026 uitsluitend nog elektrische auto’s te produceren. Daar is dus geen peperdure subsidie voor nodig.

De vierde voorwaarde is een eerlijk Europees speelveld. Het Nederlandse klimaatbeleid is gericht op een CO2-reductie van 49%. In Europa zoekt het kabinet steun voor een verdere reductie tot 55%. De realiteit is dat veel van de ons omringende landen niet verder komen dan 40 tot 45%. Dat maakt de Nederlandse ambitie riskant. Een Nederlandse ‘kop’ op de Europese doelen betekent dat wij voor veel geld de problemen van andere landen oplossen en de concurrentiepositie voor MKB’ers en grote bedrijven verslechtert. Daarom moet Nederland aansluiten bij de Europese doelen, ook als dit lager is dan de ambities waar het kabinet nu vanuit gaat.

Wij kunnen de klimaatopgave tot een succes maken en onze provincies schoner doorgeven aan de volgende generaties. Dat kan als we stoppen met dromen en drammen en kiezen voor haalbare, betaalbare en realistische plannen. Daarover kan de kiezer zich op 20 maart uitspreken.

De CDA-lijsttrekkers voor de verkiezingen Provinciale Staten: Jan Nico Appelman (Flevoland), Jo Annes de Bat (Zeeland), Adri Bom-Lemstra (Zuid-Holland), Gerhard Bos (Gelderland), Derk Boswijk (Utrecht), Patrick Brouns (Groningen), Dennis Heijnen (Noord-Holland), Eddy van Hijum (Overijssel), Henk Jumelet (Drenthe), Ger Koopmans (Limburg), Sander de Rouwe (Friesland), Marianne van der Sloot (Noord-Brabant).

CDA: Brabant moet eisen stellen aan Klimaatakkoord

Het CDA vindt dat de provincie Noord-Brabant eisen moet stellen aan het nationaal Klimaatakkoord, dat nu in de maak is. De partij wil dat het Brabantse provinciebestuur het voorbeeld van de provincie Limburg volgt, die afgelopen week een brief met Limburgse beoordelingscriteria voor het Klimaatakkoord naar Den Haag stuurde.

In schriftelijke vragen aan het provinciebestuur, vandaag ingediend, stelt het CDA dat alleen een Klimaatakkoord met voldoende draagvlak in de samenleving kans van slagen heeft. Daarvoor is het essentieel dat ook de wensen en zorgen van een regio als Brabant in het akkoord zijn terug te vinden. “Het Klimaatakkoord mag geen project van de Randstad zijn, waarvan de rekening eenzijdig in Brabant wordt neergelegd.” Aldus Statenlid Marianne van der Sloot, tevens fractievoorzitter en lijsttrekker.

Het CDA vraagt het provinciebestuur daarom een brief naar de ‘klimaatonderhandelaars’ te sturen, met een kader Brabantse randvoorwaarden waaraan het akkoord moet voldoen. Van der Sloot: “Beschouw het als een serie beoordelingscriteria/eisen waaraan Brabant het akkoord straks kan toetsen. Duidelijk en transparant.”

Om te zorgen voor één krachtige, gedragen boodschap richting Den Haag, stelt het CDA voor dat het provinciebestuur gemeenten en andere overheden, maatschappelijke organisaties en het Brabantse bedrijfsleven raadpleegt bij het bepalen van de inhoud van een dergelijke brief.

Ook doet het CDA zelf een aantal suggesties, namelijk:

  • Het Klimaatakkoord moet voor elke Brabander haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn.
  • Doelstellingen en deadlines uit het Klimaatakkoord moeten concreet, meetbaar en realistisch zijn.
  • Een eerlijke verdeling van de ‘lusten’ is een vereiste. Dat betekent dat duurzame energieprojecten moeten investeren én renderen in de omgeving, zodat álle inwoners hiervan profiteren.
  • Een eerlijke verdeling van de ‘lasten’ is een vereiste. De opgaven uit het Klimaatakkoord moeten eerlijk over het land, over regio’s en over sectoren worden verdeeld.
  • Bewustwording bij de consument als vertrekpunt van het Klimaatakkoord, door in te zetten op hoe mensen zelf, in hun eigen huishouden en omgeving, kunnen bijdragen: bijv. door te isoleren, besparen, minder te verspillen en zorgvuldig om te gaan met afval.
  • Oog voor grensregio’s en aandacht voor hun bijzondere, internationale positie, die door het Klimaatakkoord niet in gevaar mag worden gebracht.
  • Géén uitbreiding van de gaswinning in Brabant. De rekening van Groningen mag niet in Brabant worden neergelegd.
  • Investeer in Brabantse klimaatmaatregelen die effectief zijn en zichzelf reeds bewezen hebben, zoals de subsidieregeling asbest eraf, zonnepanelen erop, de motie Samen aan de bal (over het verduurzamen van sportaccommodaties) én de motie Ladder voor duurzaamheid (over toepassing van een ‘zonneladder’, een hulpmiddel voor overheden om te bepalen waar wel en waar geen zonnepanelen mogen komen).
  • Méér Brabantse vakmensen. Het Klimaatakkoord moet voorzien in concrete voorstellen om de duizenden vakmensen op te leiden die nodig zijn om de maatregelen uit het Klimaatakkoord uit te voeren en in praktijk te brengen. In Brabant en voor Brabant.
  • Gelijk speelveld: het Klimaatakkoord mag onder geen enkele voorwaarde leiden tot oneerlijke concurrentie voor Brabantse bedrijven.
  • Heel Europa moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Nederland mag niet eenzijdig opdraaien voor dure, grensoverschrijdende klimaatmaatregelen.

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen van het CDA te beantwoorden.

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen te bekijken: Schriftelijke vragen over het Klimaatakkoord.

CDA stelt vragen over reusachtige zonneweides in Drimmelen

Het CDA heeft aan het provinciebestuur schriftelijke vragen gesteld over de voorgenomen aanleg van reusachtige zonneweides in de gemeente Drimmelen. De partij vraagt zich af of deze velden vol zonnepanelen wel passen in de nieuwe energieplannen van Brabant, waarover Provinciale Staten, het Brabants parlement, onlangs debatteerden.

Provinciale Staten namen toen een voorstel (motie) van het CDA aan getiteld ‘Ladder voor duurzaamheid’. Hierin wordt het provinciebestuur verzocht om in haar nieuwe energiebeleid aan te sluiten bij de landelijke ‘zonneladder’, een hulpmiddel voor overheden om te bepalen welke locaties het meest geschikt zijn voor het plaatsen van zonnepanelen.

De zonneladder is bedoeld om wildgroei bij de aanleg van grootschalige zonneparken op natuur- en landbouwgrond te voorkomen en zuinig om te gaan met bodem en ruimte. Liever de onbenutte ruimte op daken van bijv. huizen, scholen, bedrijven en andere gebouwen gebruiken, dan vruchtbare landbouwgrond vol leggen met zonnepanelen. Aldus het CDA, dat dit standpunt heeft opgenomen in het verkiezingsprogramma voor de provinciale verkiezingen in maart.

Statenlid Roland van Vugt (CDA) en kandidaat-Statenlid Renze Bergsma (CDA): “Bij het verduurzamen van onze provincie komt voor het CDA zonne-energie, als alternatieve, duurzame energiebron, op de eerste plaats. Toepassing van de zonneladder en een evenwichtige verdeling tussen lasten en lusten zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. Om te kunnen rekenen op draagvlak moeten klimaatmaatregelen voor alle Brabanders haalbaar én betaalbaar zijn.”

Behalve een reactie op de Drimmelense zonneweides wil het CDA ook van het provinciebestuur weten of in Brabant, net als in Noord-Nederland, de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet initiatieven om op grote schaal zon- en windenergie te realiseren in de weg zit.

De concrete vragen van het CDA aan het Brabantse provinciebestuur zijn als volgt:

  1. Bent u bekend met de ontwikkelingen in Drimmelen?
  2. Hoe verhouden deze ontwikkelingen zich in uw ogen met het aangenomen voorstel over toepassing van de zonneladder en met de voorwaarde draagvlak?
  3. Hoe verhoudt de aanleg van grootschalige zonneweides in Brabant zich met de ambitie van kringlooplandbouw (gericht op o.a. zuinig bodem- en ruimtegebruik)?
  4. In de afgelopen dagen berichtten diverse media dat in Noord-Nederland de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet veel initiatieven om op grote schaal zon- en windenergie te realiseren tegenhoudt. Speelt dit vraagstuk op dit moment ook in Brabant? En op deze specifieke locatie in Drimmelen?
  5. Verwacht u dat dit vraagstuk zich op korte termijn in Brabant zal aandienen? En op deze specifieke locatie in Drimmelen?
  6. Wie voert de regie bij deze afstemmings- en capaciteitsvraag tussen capaciteit van het elektriciteitsnet en grootschalige stroomopwekinitiatieven?

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

CDA: géén extra gaswinning in Brakel, Altena en Brabant

Het CDA Brabant wil niet dat de gaswinning in en onder de provincie Noord-Brabant wordt uitgebreid. De partij herhaalt deze oproep aan het provinciebestuur, nu het Canadese gaswinningsbedrijf Vermilion Energy van plan is om de gaswinning onder het dorp Brakel flink uit te breiden. Brakel ligt weliswaar in de provincie Gelderland, maar de betreffende gasvelden strekken zich uit tot onder Brabants grondgebied (gemeente Altena).

In de periode 2010-2018 was de totale gasproductie uit de velden ‘Brakel’ en ‘Brakel-Zuid’ 148 miljoen nm3. Tot 2031 wil Vermilion Energy deze uitbreiden naar ca. 1000 miljoen nm3 gas. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat moet hiervoor nog toestemming geven, naar verwachting begint het vergunningstraject aankomende zomer.

Hopelijk komt die toestemming er niet, aldus Statenlid Roland van Vugt (CDA) en kandidaat-Statenlid Renze Bergsma (CDA), beiden uit Altena. Het CDA heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten, met de oproep aan het provinciebestuur om, samen met de provincie Gelderland, het waterschap Rivierenland en de betrokken gemeenten, al het mogelijke te doen om het “onzalige plan” van Vermilion Energy van tafel te krijgen.

Al eerder sprak het CDA Brabant zich uit tegen uitbreiding van de gaswinning in en onder de Brabantse bodem én tegen de wijzen waarop Vermilion Energy dit wil doen, o.a. via het risicovolle ‘fracken’/hydraulisch kraken. De partij is bezorgd over de mogelijke negatieve korte- en/of langetermijneffecten van gaswinning op mens, natuur, vastgoed en infrastructuur.

Van Vugt en Bergsma: “Het lijkt erop dat Brabant opnieuw dreigt te worden gebruikt als wingewest voor de Randstad. Vorig jaar Aalburg en Waalwijk, nu Brakel en Altena. Wat het CDA Brabant betreft geeft het ministerie een verkeerd signaal af door gaswinning in Groningen te willen afbouwen, maar toe te staan dat deze in Brabant omhoog gaat. Wij willen minder gaswinning, niet meer.”

Concreet wil het CDA daarom van het Brabantse provinciebestuur het volgende weten:

  1. Bent u bekend met het voornemen van Vermilion Energy om de gaswinning op bovenbeschreven locatie uit te breiden?
  2. Indien ja, welke actie(s) hebt u hiertegen ondernomen?
  3. Indien niet, bent u voornemens hiertegen, in lijn met uw (re)actie op de gaswinning onder Waalwijk, alle beschikbare (juridische) middelen in te zetten om dit onzalige plan van tafel te krijgen?
  4. Bent u bereid hierin samen op te trekken met de provincie Gelderland, de betreffende gemeenten en het waterschap Rivierenland?
  5. Welke informatie kunt u geven voor wat betreft deze concrete locatie? Welke onderzoeken zijn hiernaar gedaan en wat zijn de uitkomsten daarvan? Wat was het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen? In hoeverre is er ook gekeken naar de milieueffecten van fracken?
  6. Kunt u toezeggen Provinciale Staten proactief te informeren over iedere ontwikkeling aangaande dit onderwerp?

Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

Spreektekst Caroline van Brakel – Debat over de Brabantse Omgevingsvisie op 14/12

Spreektekst1 Caroline van Brakel – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Omgevingsvisie
(14-12-2018)

Voorzitter,

Voor ons ligt de Brabantse Omgevingsvisie. De inhoud deugt, het doorlopen proces deugt: hier mogen we trots op zijn. Dank aan allen die hieraan hebben meegewerkt.

In de Omgevingsvisie staat onze gezondheid centraal en daartoe hebben we als provincie vijf hoofdopgaven geformuleerd.

01. De basis op orde. We moeten zuinig zijn op onze aarde, onze omgeving oftewel op ons milieu. En heel elementair bezien dus op onze vier elementen: aarde (bodem), water, vuur (energie) en lucht. Eigenlijk is het al een hele uitdaging om álle partijen, sectoren en branches ‘hun ding’ te laten doen zonder schade toe te brengen aan deze elementen.

Vervolgens zien we voor de middellange toekomst een viertal uitdagingen op ons afkomen.

02. Klimaatadaptatie.

03. De energietransitie.

04. Een concurrerende duurzame economie.

05. De slimme netwerkstad.

Wij zijn blij dat onze inbreng tijdens het proces in de provinciale Omgevingsvisie is meegenomen: het afzonderlijk benoemen van onze zorg voor de elementaire elementen. En onlangs hebt u ook toegezegd nadrukkelijker een relatie te willen maken met onze zuiderburen, temeer omdat dit kansen biedt voor een aantal van de opgaven waarvoor wij staan. Denk aan de energietransitie, maar ook bijvoorbeeld aan het gebruik van het luchtruim.

Ook zijn we blij dat in het stuk al een aanzet wordt gemaakt tot de gewenste cultuuromslag. Het gaat bij de Omgevingsvisie namelijk niet alleen om de inhoud, maar óók om het terugleggen van een stuk verantwoordelijkheid voor onze omgeving én voor de uitdagingen waarvoor we staan bij de samenleving, bij de Brabanders. Dat betekent dat we veel meer moeten gaan initiëren en faciliteren in plaats vanachter het bureau op te schrijven wat vooral niet (meer) mag dan wel gewenst is.

Tevens willen we integraler gaan kijken: vanuit meerdere disciplines goede afwegingen maken. Er zijn kenners, specialisten die beweren dat het juist om déze cultuuromslag gaat, en dat dit feitelijk ook mogelijk is binnen het huidige stelsel aan wet- en regelgeving v.w.b. onze fysieke leefomgeving. Desalniettemin, ons helpt het om nu in één oogopslag te kunnen zien waar wij als provincie voor staan. Het betreft niet al onze kerntaken, maar wel veel.

De beoogde cultuuromslag wordt nu benoemd als diep, rond en breed kijken.

Een goed begin is het halve werk, zou je zeggen. Ja dat is zo, maar het échte werk waar het in de Omgevingsvisie om draait, gaat nu pas beginnen. En ook het onderliggende instrumentarium, de Omgevingswet, is daarin bepalend. Een hele mooie uitdaging voor onze nieuwe Staten om hier verder vorm en inhoud aan te geven.

Toch nog een aantal tips:

  • Zoeken naar constructies waarin nadrukkelijker lasten maar ook lusten worden gedeeld (denk aan het meeprofiteren van goedkope energie door de directe omgeving bij windmolens of nabij een vliegveld). Anders vertaald: we moeten op zoek naar nieuwe solidariteiten, dichter bij onze mensen, onze Brabanders. Hiermee kunnen we zorgen voor meer draagvlak.
  • Bedenk formuleringen in ‘geboden’ i.p.v. ‘verboden’. Of anders gezegd: verleiden i.p.v. verbieden.
  • Als we de gezondheid van onze Brabanders centraal stellen, en daartoe vooral zorg hebben en houden voor een goede gesteldheid van onze basiselementen, dan zou één eenduidige verordening hieromtrent t.b.v. alle partijen, sectoren en branches afdoende moeten zijn. Ofwel, wij zien het als een uitdaging om dusdanig consequent beleid op te stellen dat daarop aanvullend sectorspecifiek beleid niet nodig is. In die zin dus voor m.n. ‘de basis op orde’ wellicht toch sprake van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. En dit is een uitdaging, bijvoorbeeld voor vliegvelden, hoogspanningskabels, maar ook de landbouw.

We stellen een reactie van de gedeputeerde op deze tips op prijs. Dank.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Caroline van Brakel Brabantse Omgevingsvisie (14 december 2018)

Spreektekst Roland van Vugt – Debat over de Energieagenda 2019-2030 op 14/12

Spreektekst1 Roland van Vugt – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Energieagenda 2019-2030
(14-12-2018)

Voorzitter,

Hoewel zeker geen klimaatdeskundige, durf ik mij vanmiddag aan één voorspelling wel te wagen. Namelijk dat de klimaatdiscussie en het energievraagstuk ons de komende decennia intensief zullen bezighouden.

Om die reden behandelen we vanmiddag de Energieagenda 2019-2030 met een doorkijk naar 2050. Onze ambitie is helder: ten opzichte van het jaar 1990 stoten we de helft minder CO2 uit en komt de helft van onze energie uit duurzame bronnen.

In de uitvoeringsagenda, die nog volgt, komen meer concrete keuzes aan de orde. Maar dat zal een nieuw college, met nieuwe energie, verder handen en voeten gaan geven.

Urgentie

Voorzitter, tussen zeggen dat iets urgent is en handelen op basis van urgentie zit een wereld van verschil.

Nederlanders stoten driemaal zoveel CO2 uit dan de gemiddelde wereldburger, namelijk 10.000 kilo per inwoner.  Voor het grootste deel door wonen, vervoer en consumeren.

De maand december trouwens zou best eens heel symbolisch kunnen zijn voor de wijze waarop we de klimaaturgentie beleven.

Rondom een oud verhaal van verlichte eenvoud trekken wij anno 2018 opnieuw alle registers open.

De bol.coms van deze wereld kunnen ons consumptiegeweld nauwelijks aan. Uit het Oosten komen vooral arbeidsmigranten om onze schoenen en met kerstverlichting versierde huizen te vullen met nog meer spullen. De door onze woonwijken scheurende pakketdiensten maken overuren. We eten ons rond aan meer dan vlezige kerstdiners en met vele duizenden kilo’s vuurwerk knallen we 2019 in of we vliegen er heerlijk even tussenuit.

Voorzitter, het zou wat makkelijk zijn hier vanaf deze plaats een oordeel te vellen. Ook ik ben een welvaartskind. Maar ik constateer slechts dat het gevoel van urgentie en het mobiliseren van de samenleving nog wel wat inzet van ons vraagt. Het is nog even zoeken naar die verlichte ster die ons de weg wijst.

We zijn het in dit huis redelijk eens over de ambitie. Wat nog niet helder is, is de vraag hoe we deze ambitie gaan halen. Wie de media goed volgt, ziet ook dat deskundigen en wetenschappers nogal van mening verschillen. Niet alleen over het probleem, maar ook over tempo, oplossingsrichting en technieken verschijnt het ene na het andere inzicht en artikel. De vraag naar haalbaar en betaalbaar is zeker nog niet beantwoord.

Dichtbij huis

Voorzitter, wat het CDA betreft beginnen we in ieder geval dicht bij huis én bij het begin. Besparen, isoleren en zo lokaal mogelijk in je eigen energie voorzien. Door de woning te isoleren kunnen we ongeveer een kwart van onze uitstoot verminderen. We zijn dan ook blij dat dát uw eerste principe is. Dicht bij huis blijven is ook wezenlijk bij het mobiliseren van de samenleving. Dat was destijds ook onze insteek bij de motie Samen aan de bal.

De komende periode zullen alle Brabantse gemeenten in de vier regio’s aan de slag gaan met hun energiestrategieën. Wat ons nog wel zorgen baart is het ongelijke speelveld in kennis en kunde. Hier ligt toch wel nadrukkelijk een provinciale meerwaarde in de zin van schakelen en makelen.

Zuinig ruimtegebruik

Waar het CDA graag een lans voor wil breken, met een knipoog naar de Omgevingsvisie, is het zuinig ruimtegebruik. Ruimte is schaars, ook in Brabant. En ook andere opgaven vragen ruimte, zoals het circulair maken van de landbouw. Daarom dienen we hierover een motie in. De CDA-fractie zou graag een duurzame ladder van zuinig ruimtegebruik zien. Naar de visie van het CDA neemt de klimaaturgentie af naarmate de maatregelen waarvoor wordt gekozen (de kwaliteit van) het landschap aantasten.

Wat ons betreft zetten we volop in om binnen bestaande (infra)structurele mogelijkheden de energie van de zon maximaal te benutten. In, op of langs wegen, op bestaande en nieuwe daken van woningen, bedrijfsloodsen en op boerenschuren. Er ligt een paar duizend hectare onbenut dakoppervlakte in Brabant in de zon te wachten. Ook een viertal spaarbekkens in de Biesbosch. Daarnaast ligt er in Brabant 17 tot 18 miljoen m2 aan nog te vervangen asbestdaken. Een kans die Essent in Limburg verzilvert door asbest te vervangen door zonnepanelen. Compleet gefinancierd voor de boer.

Vraag aan de gedeputeerde: hoe kunnen we bevorderen dat dit ook in Brabant gaat gebeuren?

Volgens de Omgevingsdienst ligt in Brabant naar schatting 17-18 miljoen m2 aan asbestdaken. Uit cijfers van het Landelijk Asbestvolgsysteem blijkt dat in Brabant 7,6 miljoen m2 dak is verwijderd sinds 2016. Als de schatting van de provincie klopt, moet daar vanaf 2019 jaarlijks 3,5 miljoen m2 dak bij komen.

Meten is weten

In het vandaag gepubliceerde eindrapport Energie in transitie onderstreept de Zuidelijke Rekenkamer het gebrek aan heldere tussendoelen en het gebrek aan eenduidig cijfermateriaal. Hierdoor hebben we onvoldoende zicht op wat we doen.

Deze constatering, voorzitter, is niet alleen relevant voor onze toekomstige route, maar stelt ook de vraag waar we nu staan. Wat is onze startpositie? Vorige week gaven onderzoekers aan dat de landelijke doelstellingen voor CO2-reductie niet uitkomen op de verwachte 25% maar op slechts 15% reductie. Uw college heeft tot op heden aangegeven dat we de Brabantse doelstellingen halen. Althans als we de biobijstook van de Amercentrale meetellen.

Echter, de vraag is nu of ook de provinciale cijfers hierdoor niet onder druk komen te staan.

Graag de reactie van de gedeputeerde: waar staan wij nu?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Roland van Vugt Energieagenda 2019-2030 (14 december 2018)

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over provinciebegroting 2019 op 09/11

Spreektekst1 Huseyin Bahar– Statenlid CDA Brabant
Begroting 2019 Provincie Noord-Brabant
(09-11-2018)

Voorzitter,

Het wisselvalige en onheilspellende weerbericht zet zich voort met de financiën. Hier staat het sein op Code Oranje. Dan is niet alleen alertheid geboden om risico’s te beperken, maar moeten we ook maatregelen treffen. De middellange termijn is namelijk allesbehalve rooskleurig.

Voorzitter, ik zal de PvdA-fractie dit jaar maar voor zijn en benoemen dat een degelijk financieel beleid kennelijk ook toevertrouwd kan zijn aan een socialist. Sluitende begrotingen zonder tekort en verbeterslagen in de P&C-cyclus in déze bestuursperiode zijn een erkenning voor de gedeputeerde. En die delen wij ook. Maar zoals het een ware socialist betaamt: alles op korte termijn is rozengeur en maneschijn, maar met beperkt zicht op de middellange en lange termijn. Het blijft toch iedere keer alleen maar de eindjes aan elkaar knopen als socialist…

Voorzitter, graag begin ik als eerste punt bij de rente- en dividendinkomsten van onze provincie. Al vanaf dag één van deze bestuursperiode heeft onze fractie gewaarschuwd voor de stevige windstoten op dit vlak. Keer op keer hebben we de degens gekruist bij de diverse P&C-momenten, maar onze inbreng en adviezen zijn helaas continue in de wind geslagen.

Voorzitter, we kunnen alleen degelijk zijn, indien we ook realistisch zijn. Aan de uitgavenkant hebben we al gezien dat realistisch ramen een onderwerp is dat we nog niet helemaal beheersen. Dit geldt helaas ook voor onze inkomstenkant. Dan heb ik het met name over het jaarlijks rendement van 122 miljoen euro, waarmee we blijven rekenen. En dit terwijl we weten dat:

  1. de 100 miljoen euro Essent-lening tegen hoge rente wordt ingelost;
  2. het uitgekeerde dividend vanuit Essent onder druk staat;
  3. de leningen aan gemeenten buiten Brabant alleen maar een appel en een ei opleveren.

Voorzitter, dat is dus al 3 x Code Rood. We kunnen er dus zeker van zijn dat er problemen gaan ontstaan en het de hoogste tijd wordt om activiteiten en agenda aan te passen.

Is de gedeputeerde, aan het einde van deze bestuursperiode, nu eindelijk zo ver om te erkennen dat de 122 miljoen euro geen realistische raming meer is voor de middellange termijn?

Voorzitter, mijn tweede punt over de rente- en dividendinkomsten zijn de leningen die we aan decentrale overheden buiten Brabant verstrekken. Dit zijn namelijk langjarige leningen, gemiddeld 12 jaar, tegen een vast rendement van 1,4%. Er worden dus nu al keuzes voor drie komende bestuursperioden gemaakt, dus 3 x vier jaar, en financieel gezien is Brabant aan handen en voeten gebonden. Dit is toch een voorbeeld van degelijkheid dat niet uitblinkt in verstandigheid, omdat het ten koste gaat van flexibiliteit.

Voorzitter, ik zal mijn punt illustreren met een voorbeeld dichter bij huis. Stel, u heeft 10.000 euro als huishouden opzij gelegd door hard en verstandig te werken. Zou u dit geld dan volledig voor 12 jaar op een spaarrekening willen vastzetten, waarbij u maar 12 euro per maand rente ontvangt, óf zou u toch flexibel willen blijven om in de komende jaren misschien zonnepanelen te plaatsen voor lagere energielasten of bijvoorbeeld de auto te vervangen teneinde hogere onderhoudskosten te voorkomen? Enz.

Ik kijk even de zaal in: collega-Statenleden, onze bezoekers, GS, Griffie? Nee? Dat dacht ik al, ik zie nog niemand enthousiast reageren om 12 euro per maand rente te ontvangen als dit ten koste gaat van de flexibiliteit. Dat is dan wel vreemd, als we dit niet met ons eigen huishoudboekje willen, maar prima vinden wanneer het om het huishoudboekje van de provincie gaat.

Voorzitter, met ruim 1,5 miljard euro, dat is dus al ruim 50% van onze immunisatieportefeuille in langjarige, niet verhandelbare uitzettingen, tegen zeer lage vaste rente wordt het tijd om na te denken of Brabant inderdaad beter af is met 14 miljoen euro per jaar of flexibiliteit moet houden voor investeringen met maatschappelijk rendement?

Vraag aan de gedeputeerde is dan ook: wanneer is de grens bereikt om te stoppen met deze langjarige uitzettingen aan gemeenten buiten Brabant? Wanneer is deze grens volgens u wel bereikt? Het alternatief schatkistbankieren biedt misschien tijdelijk lage rente, maar biedt wel degelijk flexibiliteit als alternatief en afwachting van kansen in maatschappelijk rendement!  

Voorzitter, mijn derde en laatste punt is de uitdaging op het vlak van indexeren. Voor deze bestuursperiode is gekozen om niet te indexeren. Gezien de lage inflatiecijfers in de eerste twee jaren van deze bestuursperiode begrijpelijk en haalbaar. Echter, in de laatste twee jaren zien we de inflatiecijfers weer richting de 1,5% gaan. Hiervoor hebben we deze bestuursperiode een stelpost van 4 miljoen euro per jaar beschikbaar. Op onze eerdere vragen hierover is gesteld dat 4 miljoen euro per jaar echt voldoende was. Kijken we naar de prognoses voor de komende bestuursperiode, dan hebben we grofweg 21 miljoen euro per jaar nodig als we willen indexeren.

Kan de gedeputeerde aangeven hoe het kan dat bij ca. 1,5% aan inflatie en gelijkblijvende uitgaven nu 4 miljoen euro per jaar wel voldoende is, maar voor de komende periode we moeten uitgaan van gem. 21 miljoen euro per jaar?

Voorzitter, ik kom tot een afronding. Degelijkheid komt alleen maar tot haar recht als we ook realistisch, verstandig en flexibel blijven. Voor deze bestuursperiode hebben we helaas nog een strenge winter voor de boeg, maar straks is het weer voorjaar en waait er vanaf 21 maart naar verwachting een frisse groene wind!

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar provinciebegroting 2019 (9 november 2018)