Voor CDA-raadsleden: Meet&Greet met de Provinciale Statenfractie op 07/09

De Provinciale Statenfractie nodigt alle (burger)raadsleden van het CDA in Noord-Brabant uit voor inhoudelijke Meet&Greet op het Provinciehuis op vrijdagmiddag 7 september 2018.

Nu in alle Brabantse gemeenten de colleges zijn gevormd en de raden aan het werk gegaan, lijkt het de Statenfractie goed en zinvol om nader kennis te maken en van gedachten te wisselen over thema’s die lokaal en provinciaal actueel zijn.

Samenwerken zit in de genen van het CDA en het zou mooi zijn wanneer raads- en Statenleden elkaar in de komende jaren, waar nodig en gewenst, weten te vinden én kunnen versterken.

Hiertoe zijn alle raadsleden, maar ook burgerraadsleden en andere geïnteresseerden, van harte uitgenodigd om deel te nemen aan het volgende programma:

13.00-13.30 uur: Inloop + Ontvangst met koffie/thee

13.30-13.45 uur: Opening door fractievoorzitter Marianne van der Sloot

14.00-14.45 uur: 1ste Ronde deelsessies*

  • Deelsessie Arbeidsmarkt & Arbeidsmigranten
  • Deelsessie Landbouw
  • Deelsessie Ondermijning

15.00-15.45 uur: 2de Ronde deelsessies

  • Deelsessie Wonen
  • Deelsessie Omgevingswet
  • Deelsessie Zichtbare fractie

16.00-16.45 uur: 3de Ronde deelsessies

  • Deelsessie Energie
  • Deelsessie Leefbaarheid/Sociaal domein
  • Deelsessie Verkeer & Vervoer

17.00-18.00 uur: Netwerkborrel

* Elke deelsessie wordt kort ingeleid en gemodereerd door een of twee Statenleden. De deelsessie Zichtbare fractie wordt verzorgd door fractiemedewerker Ernst van Welij.

Deelname aan dit programma is kosteloos. Locatie is het Provinciehuis te ’s-Hertogenbosch (adres: Brabantlaan 1), alwaar gratis parkeren mogelijk is op het parkeerterrein voor bezoekers aan de voor- of achterzijde van het gebouw (doorrijden tot de slagbomen, melden bij de intercom en de slagbomen gaan omhoog).

Aanmelden kan tot 3 september a.s. door een e-mail te sturen naar evwelij@brabant.nl. Vermeldt bij aanmelding s.v.p. de gemeente/afdeling, het aantal personen dat meekomt én hun namen.

De Statenleden hopen zoveel mogelijk (burger)raadsleden op 7 september te ontmoeten. Wie vragen heeft, kan contact opnemen met fractiemedewerker Ernst van Welij via evwelij@brabant.nl.

Punt van aandacht: parallel aan dit programma voor (burger)raadsleden wordt waarschijnlijk ook een sessie met en voor afdelingsbestuurders (o.a. voor afdelingssecretarissen) gehouden. Zij ontvangen hiervoor een separate uitnodiging.

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat op 29/06

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Vaststellen provinciale inpassingsplannen voor Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL)
(29-06-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

Voor ons liggen de provinciale inpassingsplannen voor de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat. Plannen voor het gebied tussen Waalwijk en Den Bosch-West met ambities op het gebied van economische vitaliteit, mobiliteit, water, natuur, fiets, erfgoed en leefbaarheid in het gebied.

Voorzitter, voordat ik aan mijn bijdrage begin, wil ik graag eenieder bedanken voor de bijdrage en inzet om te komen tot het totaalpakket dat nu voorligt. Met zoveel ambities in één plan en verschillende belangen géén gemakkelijke opgave om goed te kunnen uitleggen en goed te kunnen begrijpen. In het bijzonder wil ik onze waardering uitspreken richting alle belanghebbenden en bewoners, die met ruim tweehonderd zienswijzen duidelijk hebben gemaakt betrokken te zijn bij de ontwikkeling van hun omgeving.

Voorzitter, ik sta graag met u stil bij de volgende drie onderwerpen:

  1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen;
  2. communicatie zienswijzen en alternatieven;
  3. aandacht voor de kwaliteit van leefbaarheid.

1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen

Voorzitter, hoewel de GOL-plannen een totale gebiedsontwikkeling betreffen, zijn m.n. de verkeersafwikkeling en hieruit voortvloeiende zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving, zoals geluid, luchtkwaliteit en veiligheid, onderwerpen die veelvuldig terugkomen in de zienswijzen en alternatieven.

Voorzitter, de GOL is noodzakelijk omdat in de huidige situatie sprake is van een dichtbevolkt en intensief gebruikt gebied aan beide zijden van de A59, die ook een barrière vormt ten noorden en ten zuiden van het gebied. Noodzakelijke toekomstige ontwikkelingen, zoals de bouw van meer huizen en uitbreiding van industrieterreinen, zullen ervoor zorgen dat knelpunten op dit vlak alleen maar toenemen. Feit is en blijft dat historisch gezien te dicht tegen de A59 is gebouwd en de beschikbare ruimte beperkt is. Als we het hebben over structurele oplossingen, dan ligt wederom ook het antwoord bij de A59.
Een aanpak van de A59 zou immers aanpassingen in het onderliggende wegennetwerk grotendeels overbodig maken. De realiteit is dat de A59 vanuit het Rijk op korte termijn onvoldoende prioriteit heeft om te worden aangepakt.

In dit kader de volgende vragen aan de gedeputeerde:

  • Kan de gedeputeerde bevestigen dat de voorliggende GOL-plannen geen belemmeringen vormen voor een toekomstige aanpak en ontwikkeling van de A59?
  • Kan de gedeputeerde toezeggen dat we richting het Rijk blijvend aandacht vragen voor de structurele aanpak van de A59?

2. Communicatie zienswijzen en alternatieven

Voorzitter, de GOL kent een lange geschiedenis, met een start op 12 december 2012 van twintig samenwerkende partijen. Gedurende de gehele periode van de GOL heeft er in diverse vormen omgevingscommunicatie plaatsgevonden met betrokkenen. Zoals ook is gebleken uit de zienswijzen zijn er meerdere invalshoeken, opvattingen en verwachtingen over de beste oplossing voor het gebied.

Voorzitter, in het kader van de Omgevingswet en Omgevingsvisie is het van belang dat we scherp zijn op trajecten waarbij we meerdere ambities samenbrengen en die ook in gesprek met de omgeving tot stand willen brengen. Het feit dat we veelvuldig communiceren en in gesprek zijn biedt helaas nog geen garantie dat we elkaar goed begrijpen, oplossingen kunnen aandragen en zorgen wegnemen.

De vraag aan de gedeputeerde is:

  • Welke leerpunten uit dit proces nemen we mee naar de toekomst als het gaat om de begrijpelijkheid en gedragenheid van complex samenhangende ambities? 

3. Verzachtende maatregelen voor de kwaliteit van leefbaarheid

Voorzitter, graag kijk ik met u vooruit naar de voorliggende plannen en realisatie. De gevolgen voor de kwaliteit van de leefbaarheid verdienen hierbij bijzondere aandacht. We zien namelijk terechte zorgen van bewoners.

Voorzitter, als uitgangspunt is genomen dat de kernen zoveel mogelijk worden ontlast en de verkeersafwikkeling zich concentreert op wegen die hiervoor geschikt zijn. De zorgen van omwonenden van juist deze gebieden, die intensiever zullen worden gebruikt, zijn dan ook begrijpelijk. We hebben nu al een geluids- en fijnstof problematiek rondom de A59, die o.a. heeft geleid tot een tijdelijke verlaging van de snelheid naar 100 km/u. Gevoelsmatig brengt een parallel- of hoofdweg voor verkeersafwikkeling deze problemen dan ook dichterbij.

Als CDA zouden wij graag zien dat, als in het belang van de gehele regio op specifieke trajecten de kwaliteit van de leefbaarheid onder druk komt te staan a.g.v. toenemende verkeersafwikkeling, het eerlijk is om de zorgen van juist deze bewoners extra aandacht te geven.

Wij vragen de gedeputeerde daarom voor deze gebieden niet alleen te kijken naar wat noodzakelijk is, maar een stap extra te zetten door te kijken wat nodig is.

Enkele vragen hierover:

  • Zijn alle mitigerende maatregelen op het gebied van geluid, fijnstof en veiligheid reeds bekend en definitief? Of zal een deel na realisatie nog moeten worden geconcretiseerd/verbeterd op basis van werkelijke metingen?
  • Op welke wijze is geborgd dat de voorbereidende werkzaamheden, zoals een gemeentelijk vervoersplan, voor uitvoering door gemeenten ook in lijn lopen met de uitvoering van de GOL-plannen door de provincie?
  • Op welke wijze wordt geborgd dat het onderliggende wegennetwerk zal worden gebruikt als bedoeld en géén sluiproute wordt waar te hard wordt gereden. Met alle overlast van dien.

Voorzitter, zoals u van ons gewend bent denken wij graag mee in oplossingen. Innovatieve oplossingen, die ook passen bij de ambities van dit college. Een extra stap om de leefbaarheid te vergroten in de drukste straten: dát heeft deze regio nodig.

Voorzitter wij zien een mooie kans om een brug te slaan naar de energietransitie en transformatie naar nul-op-de-meterwoningen. Door huizen in het gebied te voorzien van een geluidsisolerende schil met gesloten voorgevel, in combinatie met een luchtwarmte circulatiesysteem, kunnen zowel de gevolgen van de GOL worden verzacht als nul-op-de-meterwoningen gerealiseerd.

Aangezien het gaat om veel particuliere koopwoningen hoort hier uiteraard een onderzoek bij naar een organisatiestructuur voor financiering, uitvoering en beheer van de maatregelen, waarbij de besparing op de energierekening als investering voor de ombouw kan dienen. Een vorm van sociale innovatie waarbij we de energietransitie bij koopwoningen via een centrale organisatie kunnen regelen.

Wij zien hier een uitgesproken kans en zien graag een reactie van de gedeputeerde op onze motie, die we samen met GroenLinks indienen.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. De vaststelling van de provinciale inpassingsplannen en het besluit van vandaag zijn niet het eindpunt van een langlopend dossier, maar juist een startpunt voor realisatie en daarmee de proef op de som. De plannen en berekeningen gaan tot leven komen in concrete resultaten.
Het is van belang dat we ook juist in deze fase in de gaten blijven houden of de opgeleverde resultaten aansluiten bij onze doelen en verwachtingen. Ook in deze ontwikkeling zullen we de omgeving moeten meenemen en daar waar nodig kunnen bijsturen.

Mijn laatste vraag aan de gedeputeerde is dan ook:

  • Hoe blijven we gedurende de realisatie van de plannen de omgeving meenemen in de ontwikkeling en borgen dat we onze doelen behalen?  

Tot zover mijn eerste termijn. Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar PIP Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (29 juni 2018)

CDA: géén uitbreiding van de gaswinning in Brabant

De Brabantse CDA-fractie wil niet dat de gaswinning in de provincie Noord-Brabant wordt uitgebreid. De partij is bezorgd over de mogelijke negatieve korte en/of lange termijn effecten van gaswinning op mens, natuur, vastgoed en infrastructuur.

Vandaag werd via Omroep Brabant bekend dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil toestaan dat er meer gas wordt gewonnen uit de Brabantse bodem. Het ministerie wil het Canadese gaswinningsbedrijf Vermilion Energy toestemming geven tot 2026 gas te winnen uit de bodem in de regio Waalwijk (Waalwijk, Land van Heusden en Altena). Inmiddels liggen de plannen van dit bedrijf ter inzage.

Op 29 maart jl. heeft het kabinet besloten dat in 2030 de gaskraan dicht gaat. Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat stelde toen: “De gaswinning gaat naar nul”.
Wat het CDA Brabant betreft geeft het ministerie een verkeerd signaal af door gaswinning in Groningen te willen afbouwen, maar het in Brabant te gaan opvoeren.

Statenlid Roland van Vugt (CDA) heeft daarom schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten en wil o.a. weten welke acties de provincie kan ondernemen om (uitbreiding van) gaswinning te voorkomen. Ook vraagt hij zich af wat het ministerie heeft gedaan met het negatieve advies over uitbreiding van de gaswinning, dat de provincie vorig jaar uitbracht.

Voor het beantwoorden van de vragen van het CDA heeft de provincie officieel vier weken de tijd. Van Vugt hoopt echter dat het spoediger kan: “Niet alleen voor de inwoners van Waalwijk en het Land van Heusden en Altena, maar ook voor de inwoners van andere Brabantse regio’s is het belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over dit onzalige besluit. Brabant mag geen tweede Groningen worden. We willen juist minder gaswinning, niet meer.”

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen te bekijken: Schriftelijke vragen over gaswinning in Brabant.

Perspectiefnota 2018: hoe staat Brabant ervoor?

De provincie mag haar spierballen laten zien en haar schouders zetten onder de uitdagingen van vandaag en morgen, óók als deze niet tot haar kerntaken behoren: de overspannen arbeidsmarkt, het arbeidsmigranten vraagstuk en het lot van kwetsbare groepen als ouderen en vrachtwagenchauffeurs. Dát is de boodschap van het CDA in de provincie Noord-Brabant tijdens het debat over de perspectiefnota 2018.

In de perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant. Het perspectiefnota-debat van vandaag is het laatste van deze Statenperiode, want volgend jaar zijn er verkiezingen en komt er een nieuw provinciebestuur.

Kern van de CDA-inbreng is de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, bouw en logistiek lopen razendsnel op. Met grote gevolgen voor o.a. de zorg voor onze ouderen, de woningbouw en het halen van de klimaatdoelen. Het CDA wil dat de provincie de regie neemt bij het samenbrengen van partners, zoals brancheorganisaties, onderwijsinstellingen en andere overheden, en het tot stand brengen van regionale oplossingen. Dit in lijn met het advies dat de Sociaal-Economische Raad gisteren publiceerde1. “Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.” Aldus fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

Een tweede belangrijk punt wat het CDA onder de aandacht brengt, is de situatie rondom arbeidsmigranten. Van der Sloot: “In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor-zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.”

Ook pleit het CDA voor de terugkeer van het sociaal beleid, dat onder het huidige provinciebestuur vrijwel volledig is afgeschaft. Zonder steun van de provincie dreigen netwerkorganisaties als de Vereniging Kleine Kernen, belangenbehartiger van dorpen platteland, en buurthuizen-platform ’t Heft om te vallen. Dát wil het CDA voorkomen, want zij spelen een essentiële rol bij het betrekken van álle Brabanders bij de samenleving.

Daarnaast waarschuwen de christendemocraten voor de Essent-gelden, waarvan de renteopbrengsten in de komende jaren waarschijnlijk zullen dalen. Om te voorkomen dat er gaten in de provinciebegroting ontstaan, wil het CDA een ‘signalerende’ ondergrens vaststellen zodat de provincie tijdig keuzes kan maken bij onvoorziene tekorten.

Ten slotte roept het CDA de provincie op om te onderzoeken of het mogelijk is om op korte termijn tijdelijke truckparkings, bij voorkeur voorzien van sanitair en horeca, in te richten langs snel- en provinciale wegen. Als het kan op provinciale gronden en indien mogelijk geëxploiteerd door ondernemers. “Om vrachtwagenchauffeurs een veilige, fatsoenlijke rustplaats te bieden en overlast elders tegen te gaan”, legt Van der Sloot uit.

Klik op de volgende link om de volledige spreektekst van Marianne van der Sloot terug te lezen: Spreektekst Marianne van der Sloot perspectiefnota 2018 (20 april 2018).

1  Zie https://www.ser.nl/nl/actueel/nieuws/2010-2019/2018/20180419-energiestransitie-werkgelegenheid.aspx.

Opinie Marianne van der Sloot – ‘Provincie: toon spierballen’

Opinie van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot in het Brabants Dagblad d.d. 20 april 2018.

Provincie: toon spierballen

Tekort aan personeel in de zorg, de bouw, de problemen met arbeidsmigranten. Voor een integrale aanpak is een regisseur nodig. De provincie kan het verschil maken.

Marianne van der Sloot

GASTOPINIE

Brabant doet het goed. Op heel wat lijstjes staat onze provincie bovenaan: hightechregio Eindhoven een van de slimste regio’s ter wereld, West-Brabant de logistieke hotspot van Nederland, Midden-Brabant dé plek waar je als toerist moet zijn geweest, het thuis van Olympisch én landskampioenen. We mogen er graag over vertellen. En terecht.

Toch is er geen reden om zelfvoldaan achterover te leunen. Want ondanks zonnige berichten over meer banen, meer vacatures en meer vaste contracten pakken donkere wolken zich samen boven de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, de bouw en de logistiek lopen razendsnel op. Tegelijkertijd groeit het aantal arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa, maar is huisvesting in veel gemeenten een probleem.

Te groot

“Niet onze verantwoordelijkheid” was in de afgelopen jaren veelvuldig de reactie van de provincie op deze en andere vraagstukken. Wat mij betreft veranderen we dat in “Samen de schouders eronder”. Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.

Nederland vergrijst en Brabant vergrijst mee. Dat vergt meer handen aan het bed en meer gekwalificeerd mbo-personeel. Een gemeente alleen lost de tekorten niet op. Hoewel partijen hard werken aan een oplossing, zijn er nog steeds teveel zorg vacatures. Het nieuwe Actieprogramma Werken in de Zorg van het Rijk smeekt om een regionale uitvoering. En daar komt de provincie in beeld, die overheden, verzekeraars, onderwijs- en zorginstellingen kan helpen om méér mensen te interesseren voor een baan in de zorg, afspraken te maken over voldoende stageplekken en na te denken andere, efficiëntere manieren van werken.

Eenzelfde regionale aanpak is nodig in de bouw. Het tekort aan bouwvakkers en technici is groot. Dat is een probleem voor onze economie, voor de woningbouw, maar ook voor het halen van de klimaatdoelen (Brabant energieneutraal in 2050). Het aantal jongens en meiden dat kiest voor een bouw- of technische opleiding is bij lange na niet voldoende om het groeiende aantal vacatures, inmiddels meer dan 2.500, in te vullen. Het minste wat de provincie kan doen is met bouwbedrijven, brancheorganisaties en bouwopleidingen om de tafel gaan en vragen wat zij nodig hebben om die in te vullen. Aantrekkelijkere leslokalen? Bijscholing voor docenten? Een imagocampagne?

Uitbuiting

In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam: mensen die huis en haard verlaten en voor een deel onze Brabantse economie draaiende houden. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor- zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.

Bestuurskundige Klaartje Peters publiceerde in 2007 een boek over de provincie getiteld Het opgeblazen bestuur. Hierin stelt ze o.a. dat provincies hun bestaansrecht proberen te rechtvaardigen door zich belangrijker te maken dan ze daadwerkelijk zijn. Door meer taken op zich te nemen dan hen traditioneel toekomt. Wel, wat mij betreft mag de provincie juist nu meer dan ooit haar spierballen laten zien. Zichzelf opblazen is niet nodig, want ons middenbestuur verkeert in topconditie. In ’s-Hertogenbosch staat een toren vol kennis, plannenmakers en ronde tafels, van waaruit  veel kan worden gedaan. Dat is geen kwestie van kunnen, maar een kwestie van willen. Brabant kan wel degelijk het verschil maken.

Marianne van der Sloot is Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en fractievoorzitter van het CDA.

 

CDA op werkbezoek bij Vencomatic Group

Het CDA brengt op 19 februari een werkbezoek aan de Vencomatic Group in Eersel. Aan het werkbezoek nemen Tweede Kamerlid Jaco Geurts, Statenlid Ton Braspenning en verschillende plaatselijke CDA’ers deel, onder wie de raadsleden Henny van Dooren en Wim de Win en burger-lid Ria Bernards.

De Vencomatic Group is gespecialiseerd in de huisvesting van pluimvee, behandeling en verwerking van eieren en klimaatcontrole voor pluimveestallen. Het bedrijf ontwikkelt houderij systemen voor pluimvee, waaronder legnesten, zitstokken, inpakmachines voor eieren en volière systemen. Innovatie, duurzaamheid en dierenwelzijn spelen daarbij een belangrijke rol.

Op het programma van het werkbezoek aan de zgn. ‘Venco Campus’ staan o.a. een rondleiding door het meest duurzame industriële gebouw van Europa, een gesprek over de innovatie-agenda van de Vencomatic Group en verschillende andere actuele onderwerpen. Tijdens het bezoek spreekt de CDA-delegatie ook met Lotte van de Ven, per 1 mei a.s. de nieuwe CEO van de Vencomatic Group, en met Susanne Vonk-Stravens, manager van de pluimveespecialisten.

Het gezamenlijke werkbezoek is een initiatief van Jaco Geurts, woordvoerder landbouw, natuur en voedselkwaliteit en water namens de CDA Tweede Kamerfractie. De Brabantse en Eerselse CDA-fracties zijn blij met zijn komst. “Een prachtig idee om eens bij de Vencomatic Group op bezoek te gaan. Het is wereldwijd een toonaangevend bedrijf dat belangrijke ontwikkelingen doet voor de pluimveesector en tegelijkertijd bijdraagt aan maatschappelijke vraagstukken als innovatie, duurzaamheid en dierenwelzijn.” Aldus Ton Braspenning, Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Schriftelijke vragen over ‘solidariteit met Groningen’

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt en Ton Braspenning over ‘solidariteit met Groningen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over solidariteit met Groningen.

Geacht college,

Het kabinet heeft gesproken: de gasproductie in Groningen wordt fors teruggeschroefd. Waarschijnlijk is dit een volgende stap naar het einde van het Groningse gastijdperk. Eindelijk gerechtigheid voor onze Groningse vrienden.

Het CDA Brabant realiseert zich daarbij overigens dat de consequenties groot zijn. Maar ook in dit dossier is solidariteit een werkwoord. De komende jaren zullen ook steeds meer Brabanders versneld van het gas gaan. In een uitzending van het consumentenprogramma Kassa op 3 februari jl. werd duidelijk dat mensen die het gas vaarwel willen zeggen met afsluitingskosten te maken krijgen. Deze verschillen nogal per netbeheerder. 

Het lijkt nogal een willekeur hoe netbeheerders hierop acteren. Het CDA zou graag zien dat Brabanders die van het gasnet af willen dit kosteloos kunnen realiseren. Temeer daar mensen die gasloos verder gaan al met een forse investering te maken krijgen.

Wij vragen u als aandeelhouder van Enexis daarom het volgende:

  1. Wilt u in kaart brengen hoe Enexis opereert ten opzichte van andere netbeheerders waar het gaat om het opzeggen van de gaslevering? Wilt u bij deze vergelijking in ieder geval Stedin betrekken?
  2. Bent u het met ons eens dat Brabanders, die voorop lopen met een gasloze woning, niet ontmoedigd zouden moeten worden door een forse rekening voor afsluiting?
  3. Bent u bereid hierover met Enexis in gesprek te gaan met als doel het kosteloos stopzetten van de gaslevering?
  4. Wilt u ons van de uitkomsten in kennis stellen?
  5. Hoe kijkt u, gelet op de enorme opgave waar ons land voor staat, aan tegen het feit dat nog steeds nieuwbouwwoningen en bedrijfspanden worden voorzien van een gasaansluiting?
  6. Hoe bent u voornemens hier de komende tijd mee om te gaan? 

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Roland van Vugt en Ton Braspenning

CDA: “Opleiden voor de banen van vandaag en morgen”

Het CDA in de provincie Noord-Brabant wil dat de provincie méér doet om jongeren op te leiden voor de banen van vandaag en morgen, bijvoorbeeld in de techniek of in de zorg. Hiertoe heeft de partij schriftelijke vragen gesteld aan het Brabantse provinciebestuur.

Op 26 januari jl. bracht het CDA een werkbezoek aan het Summa College in Eindhoven, waarna Statenlid Roland van Vugt constateerde dat “er nog steeds een aantal knelpunten bestaat tussen ideaal en praktijk”.

Van Vugt:

“Eén van de zaken waar we tegen aan liepen, is dat een aantal jongeren wordt opgeleid voor beroepen van het verleden. Een voorbeeld hiervan is de installatiebranche. Leerlingen worden niet opgeleid voor de technieken van morgen. Maar werkgevers vragen bijvoorbeeld nog steeds naar vaklieden/stagiair(e)s waar vandaag behoefte aan is. Bijvoorbeeld mensen die kennis hebben van gasketels in plaats van dat ze kennis hebben van zonnepanelen of warmtepompen. Wellicht dat mede hierdoor de overgang naar een energieneutraal Brabant in 2050 niet in volle omvang tot stand komt. Een grote gemiste kans in onze ogen.”

Daarnaast kiezen nog steeds te weinig jongeren voor een technische of zorgopleiding, wat volgens het CDA o.a. wordt veroorzaakt door slechte PR.

“Nog onvoldoende wordt aan leerlingen die op het punt staan een beroepskeuze te maken duidelijk gemaakt dat met hun keuze voor een technisch of zorgberoep zij bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, zoals een bijdrage aan gezond- en duurzaamheid. Inzet van Brabantse rolmodellen, bijvoorbeeld op basisscholen, om technische en zorgopleidingen te promoten zien wij nog steeds niet of onvoldoende terug.” Aldus Van Vugt.

De schriftelijke vragen die het CDA aan het provinciebestuur heeft gesteld zijn de volgende:

  1. Herkent u het door ons gesignaleerde knelpunt van opleiden voor beroepen van gisteren?
  2. Bent u het met ons eens dat dit voor een deel de energietransitie in de weg kan staan?
  3. Wat kunt u hier vanuit uw provinciale rol aan doen?
  4. Wat doet u momenteel hieraan?
  5. Herkent u het door ons gesignaleerde gebrek aan inzet van Brabantse rolmodellen om technische beroepen meer sexy en maatschappelijk relevant te maken? Misschien hebben we een Brabantse technovlogger nodig.
  6. Wat doet u hieraan?
  7. Wat kunt u hieraan doen?

Met deze vragen hoopt het CDA de provincie aan te sporen tot actie om tot een betere afstemming te komen tussen onderwijs, arbeidsmarkt en samenleving.

Schriftelijke vragen over realisatie windenergie op land

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt (CDA) en Hermen Vreugdenhil (CU-SGP) over de realisatie van windenergie op land.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over realisatie windenergie op land.

Geacht college, 

Het realiseren van windenergie op land begint met het hebben van een grondpositie (eigendom, pacht of recht van opstal).

Ook in Brabant melden zich buitenlandse investeerders.

01. Heeft het college een beeld van de omvang van hun markt/ grondposities?

02. Zo ja, kunt u de omvang en locaties duiden?

03. Hebt u contact hierover met buitenlandse partijen?

De CDA-fractie en de CU/SGP-fractie maken zich zorgen of in deze situaties het mogelijk is opbrengsten van windmolens terug te laten vloeien naar de regio (sociale participatie).

04. Deelt u onze zorg?

05. Op welke wijze kan sociale participatie geborgd worden?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet.

Met vriendelijke groet,

Roland van Vugt (CDA) en Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP)

Spreektekst Stijn Steenbakkers – Debat over de provinciebegroting 2018 10/11

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2018
(10-11-2017)

Voorzitter,

Vandaag bespreken we de begroting 2018. Het laatste, echt volledige jaar van deze periode, want in 2019 staan de verkiezingen weer voor de deur. Voor het CDA was oppositievoeren in 2015 nieuw, hoewel ik er wel bij moet opmerken dat we er als partij de laatste jaren in Nederland toch steeds meer ervaring in beginnen te krijgen.

Maar voorzitter, wij hebben ons vanaf het begin voorgenomen om onze grondwettelijke, controlerende taak vanuit de oppositie constructief maar zeer kritisch uit te oefenen. We zaten en zitten enthousiast en strak in de wedstrijd, maar de lijn is simpel: de goede voorstellen steunen we, en proberen we beter te maken, de slechte voorstellen steunen we niet en daar komen we met alternatieven.

En voorzitter, zo’n laatste, echt volledige begroting is toch een moment om eens even terug te kijken wat het college nu al heeft bereikt, wat er nu van het bestuursakkoord is ingevuld en ook om vooruit te kijken naar 2018 en begin 2019.

Laat ik beginnen met te zeggen aan het college, maar ook aan de coalitiepartijen, alle vier, dat er echt zaken bij zitten die het CDA goed vindt en dan ook van harte heeft ondersteund. Ik moet dan bijvoorbeeld denken aan JADS, aan de faciliteit in Woensdrecht, zonne-energie en de sportclubs, de agenda van gedeputeerde Van Merrienboer t.a.v. leegstand en ook afgelopen week de ingreep bij de jachthaven in Raamsdonk. Dus voorzitter, het is echt niet zo dat alles wat dit college doet waardeloos is en vroeger alles beter was. Beslist niet. Ik hecht er zeer veel waarde aan om daar mee te openen richting GS en de coalitiepartijen. Maar… u voelt hem al aankomen.

Maar als je nu écht de balans opmaakt, écht ziet hoe het gaat, écht kijkt waar we nu staan als provincie, is het CDA samen met heel veel Brabanders vooral heel erg teleurgesteld. En voorzitter, als jonge vader weet ik dat teleurstelling uitspreken vaak nog erger is dan boos worden. Dus misschien helpt dat vandaag bij dit college en de collega’s om de koers in 2018 nog echt te veranderen.

Maar voorzitter, waarom zijn wij dan vooral teleurgesteld? Het hoofddoel van dit college was toch dat het alles op een nieuwe, verbindende manier maar vooral sámen met de Brabanders wilde gaan doen? Het hele bestuursakkoord staat vol met wollige teksten hierover. Ze zijn haast niet te tellen. Ik citeer er even een paar. Puur ter herinnering aan wat u zelf hebt opgeschreven.

‘Dat vraagt meer dan voorheen om flexibel en dynamisch te opereren van het provinciebestuur. Slim en constructief meebewegen met initiatieven vanuit de samenleving.’

of

‘We moeten als overheid meer loslaten en ruimte bieden aan initiatief van onderop in goede samenwerking.’

en tot slot

‘Beleid ontstaat steeds meer uit co-creatie in horizontale verbanden.’

Voorzitter, dat ‘samen’ en ‘verbindende’ is iets dat het CDA van oudsher zeer aanspreekt. Zo is Brabant groot geworden. Maar de vraag is: als u echt eerlijk in de spiegel kijkt, als u puur reflecteert, als u dat durft, vindt u dat dan gelukt? Of juist niet?

Voorzitter, al die mooie teksten: ‘samenwerken’, ‘van onderop’, ‘co-creatie’. Dat heeft een aantal Brabanders, organisaties en partners van de provincie geweten na 2,5 jaar lang dictaten en verassingen uit ’s-Hertogenbosch.

  • Vraag maar eens aan de cultuursector, de philharmonie zuidnederland bijvoorbeeld, hoe betrouwbaar er volgens hen wordt samengewerkt.
  • Vraag maar eens aan mensen en partijen actief op het domein van sociale veerkracht en leefbaarheid hoe betrouwbaar en goed signalen van onderop worden opgepikt.
  • Of aan de provincie Limburg of het Rijk, als belangrijke partners in het veehouderijdossier, of de philharmonie hoe transparant en open de samenwerking is.
  • Of vraag de gemeentes Haaren en Nuenen maar eens hoe flexibel en dynamisch er van onderop wordt bewogen door dit provinciebestuur.
  • Of vraag aan de ouderen hoe goed er is samengewerkt en gecommuniceerd met hen en de ouderenbonden.
  • Of vraag de ZLTO/de boeren in Brabant hoe de ‘co-creatie’ van dit liberale college hen tot dusver bevalt in het veehouderijdossier.

Voorzitter, bij samenwerken en communiceren zijn er natuurlijk altijd twee partijen nodig. Het is dus niet zwart of wit en wij schuiven de schuld in alle genoemde gevallen ook niet voor de volle 100% in uw schoenen. Maar feitelijk is het natuurlijk gewoon wél zo dat onder dit college met al deze partijen geruzie, gedoe of ge-emmer is, er weinig tot geen voortuitgang wordt geboekt en de verhoudingen op scherp staan.

Voorzitter, bijna wekelijks zien we brieven en artikelen in de krant over de rol, houding en communicatie van dit college. Niet van één sector, niet van één partij maar van veel verschillende mensen, groepen of organisaties.
Voorzitter, in uw eigen bestuursakkoord had u zo’n groot hoofddoel en wordt er zoveel gesproken over ‘samenwerking’, ‘co creatie’, ‘van onderop’ en weet ik wat al niet meer.

Wat is in een aantal gevallen de praktijk dan toch anders:

  • u wilde verbinden, maar creëerde afstand;
  • u wilde co-creëren, maar zaaide argwaan;
  • u wilde het samen doen, maar lijkt vooral bezig met het in stand houden van het eigen verstandshuwelijk.

Voorzitter, hoewel ik het zelf te sterk aangezet vond hoorde ik dit laatst op een bijeenkomst over herindelingen. ‘Een zweem van liberale arrogantie is te horen, te voelen en te ruiken rondom de Brabantlaan 1. Zoiets van: wij verlichte en gestudeerde bestuurders uit ‘s-Hertogenbosch zullen het eens helemaal anders gaan doen en u vertellen hoe het moet.’ Voorzitter, het CDA vindt dit ietwat te sterk uitgedrukt, maar snapt de opmerking wel. Het geeft aan hoe houding, gedrag en communicatie aan de andere kant kunnen worden beleefd. Reflecteert u daar als college genoeg op?

Voorzitter, nogmaals: bij samenwerking en communicatie is het niet vaak zwartwit. Maar voorzitter, het is ook nog niet te laat. We gaan niet met een flauwe motie komen, maar verzoeken u op dit punt echt eens stevig met elkaar te reflecteren op de hei. Een verzoek met klem om uw koers te wijzigen. Verander uw houding richting Brabant en ga daadwerkelijk het constructieve gesprek aan. Als u de helft van alle teksten over ‘samenwerking’ en ‘co-creatie’ uit het bestuursakkoord invult met deze partijen zijn wij al dik tevreden.

Voorzitter, dat is onze hoofdboodschap vandaag. Onze verdere inbreng zal eerst kort gaan over een aantal financiële punten in de begroting en vervolgens meer uitgebreid over de voorstellen die het college doet voor 2018 én een aantal aandachtspunten en alternatieven die het CDA heeft op enkele dossiers.

Financiën
Voorzitter, het CDA wil beginnen met de gedeputeerde en alle ambtenaren te danken voor het heldere stuk werk dat is afgeleverd. Wij hebben eerst een financieel punt dat we met de gedeputeerde willen bespreken.

Voorzitter, de gedeputeerde van Financiën weet dat ik hem hoog heb zitten en hem zie als een gedeputeerde die structurele houdbaarheid van de financiën hoog in het vaandel heeft staan, problemen niet vooruit wil schuiven en helderheid en transparantie essentieel vindt. Voorzitter, en om die reden verbaast het me zo dat de gedeputeerde akkoord is gegaan met een in mijn ogen onhoudbare, niet heldere financiële doelredenering voortkomend uit het bestuursakkoord. Voorzitter, men had namelijk besloten om alle uitgaven van de provincie in de toekomst niet te indexeren voor loon- en prijsstijgingen van in totaal circa 3%. De redenering was dat, omdat de MRB inkomsten niet werden geïndexeerd, in 2015-2019 de uitgaven ook maar niet moesten worden geïndexeerd. Dat lijkt me de omgekeerde weg: omdat we besluiten de MRB inkomsten niet te indexeren, vindt er plotseling geen inflatie meer plaats?

Voorzitter, ik moet daarbij direct denken aan de situatie wanneer je verstoppertje gaat spelen met een kind van 2 jaar oud, en vele papa’s, mama’s, opa’s, oma’s en tantes en ooms in de zaal zullen het herkennen. Wanneer je met een kind van 2 verstoppertje speelt, jij zoekt en het kind moet zich verstoppen, is hij of zij in de oprechte en volle overtuiging dat wanneer hij/zij de handen voor de ogen doet, andere mensen hem/haar absoluut niet kunnen zien. Voorzitter, daar lijkt het niet indexeren in toekomstige jaren ook een beetje op. Nu doet het college de handen voor de ogen t.a.v. prijsstijgingen, maar wij zien ze nog steeds zitten en de prijsstijgingen ook. Je weet dat in de toekomst prijzen voor lonen/goederen gaan stijgen en de provincie dus meer zal moeten uitgeven voor dezelfde diensten/goederen. Wanneer je dus niet indexeert vanaf 2020, zoals nu gebeurt, zadel je eigenlijk toekomstige colleges en Staten op met een mogelijk probleem en een niet realistische begroting. De oplossing met de stelpost van 4 miljoen euro lijkt me daarbij volstrekt onvoldoende. Dit is immers nog geen 0,33% van de begroting voor 2018. Voorzitter, daarom komen wij met een amendement.

Versnelling transitie veehouderij
De Brabantse veehouderij ontwikkelt zich tot een slimme, maatschappelijk gewaardeerde én duurzaam renderende sector. Als dank daarvoor stort dit college generieke regelgeving uit over de gehele provincie, voor een probleem dat niet in de hele provincie speelt, en laten we zo investeringsvolume van boeren, wat nodig is voor innovatie, verloren gaan.

Investeren in nieuwe staltechnieken: prima, vooral doen. Investeren in nieuwe mesttechnieken: zeker doen, want dat draagt bij aan het circulair maken van de landbouw. Maar wij missen het belangrijkste: het samen doen met de Brabantse partners. Constant hebben we gevraagd om samen op te trekken en de mogelijkheden die er liggen te benutten: het Actieplan Vitalisering Varkenshouderij, het ministerie maar vooral met de boeren zélf. Maar u had vaak oogkleppen op.
Gelukkig is het nieuwe regeerakkoord een herkansing. Een herkansing om maatwerk te bieden, een herkansing om draagvlak te winnen en het beleid uiteindelijk succesvoller te maken. Samen. Ook met het CDA.

Dit kabinet heeft 200 miljoen euro vrijgemaakt voor warme sanering, prioritair voor Brabant: 100 miljoen euro in 2018 en 100 miljoen euro in 2019, blz. 46 en 60 van het regeerakkoord. Ga dáár mee aan de slag, een uitgelezen mogelijkheid om daar waar het werkelijk knelt bij wonen en natuur een slag te slaan. Voorzitter, en ik had nooit gedacht dit ooit te zullen zeggen, maar het CDA had het niet mooier kunnen verwoorden dan Alexander Pechtold. “We gaan voor gerichte warme sanering zonder dat boeren voelen dat ze gepest worden”. Dan is het natuurlijk van de gekke dat wij als provincie 75 miljoen euro gaan inzetten voor generiek beleid zónder samenhang met deze pot van 200 miljoen euro uit het Rijk. Die 200 miljoen euro is een nieuwe ontwikkeling. Hier moet eerst duidelijkheid over komen. Wij dienen daarom een amendement en een motie in.

Agrarische leegstand en Criminaliteit
Voorzitter, dan agrarische leegstand. Leegstand en criminaliteit gaan hier vaak hand in hand. In de laatste weken zijn de artikelen in de media over criminaliteit en (leegstaand) agrarisch vastgoed niet te tellen. Veel agrariërs die een andere functie overwegen lopen echter tegen ellelange procedures aan. Dit verhoogt de kans op leegstand en oneigenlijk gebruik.
Wij vragen u dan ook om aan de slag te gaan met een procedureversneller richting gemeenten op dit punt. Het is twee voor twaalf. Wij dienen daarom de motie procedureversneller in.

Energie
Voorzitter, we hebben al eerder geconcludeerd dat er gas op de plank moet t.a.v. duurzame energie. We lopen achter. Het CDA ziet dat de gedeputeerde de eerste stappen heeft gezet t.a.v. zonne-energie en verschillende sportorganisaties. Heel mooi: complimenten. Maar het CDA vindt de ambities t.a.v. duurzame energie nog aan de lage kant en téveel op gemeenten gericht. Natuurlijk is het belangrijk dat de inzet van duurzame energie goed verankerd wordt in de lokale bestuursakkoorden, maar daar regel je 0,0 meer duurzame energie mee. Ga gewoon als provincie concreet aan de slag. Het CDA komt met twee amendementen en een motie, wat in totaal moet zorgen voor een concreet intensiveringsalternatief op het gebied van duurzame energie.

Wij stellen voor om maximaal in te zetten op zonne-energie voor alle sportclubs in Brabant, maar óók de grote VvE’s (Verenigingen van Eigenaren) in de Brabantse steden. Hier willen we 30 miljoen euro extra middelen revolverend voor uittrekken. Dekking zou kunnen worden gevonden uit gereserveerde middelen in het breedbandfonds, die nu niets aan het doen zijn. Als het college overigens een alternatieve dekking ziet, staan we altijd open voor discussie. Het gaat om 20 miljoen euro voor sportclubs en 10 miljoen euro voor de VvE’s. Dit geld kan als lening worden gebruikt om zonnecollectoren aan te schaffen en aan te leggen en met de korting op de energierekening wordt de lening vervolgens terugbetaald. Dit is zowel voor sportclubs als voor VvE’s een oplossing voor de problemen waar zij nu tegenaan lopen. En op de langere termijn, wanneer de lening is terugbetaald, leidt het tot financieel krachtigere sportclubs/VvE’s. Zo versterk je ook de sociale veerkracht van de Brabantse samenleving.

Voorzitter, maar het zit niet alleen in geld of leningen. Wanneer je zoals ik geboren bent in ’87, dan ben je als jongetje opgegroeid met de tweede, derde misschien zelfs vierde serie herhalingen van het A-team. Het A-team met een A. Waarschijnlijk zitten hier mensen in de zaal die nog bij de première van de allereerste aflevering zijn geweest, maar de meesten kennen ze allemaal wel: Hannibal, Face, Murdoch en BA. Brabant heeft nu ook behoefte aan een E-team, niet met een A maar met een E. Voorzitter, ik bedoel een Energieteam. Gemeenten/lokale initiatieven gaan of zijn aan de slag met duurzame energie, maar soms lopen ze vast. Op het gebied van kennis, kunde of kassa. Bij de provincie en de BOM is veel kennis aanwezig. Wij zouden graag zien dat er een Energieteam wordt samengesteld, dat gemeenten kan ondersteunen. Dit past in het beleid van de gedeputeerde t.a.v. verankering van duurzame energie bij gemeenten/lokaal niveau.

Leefbaarheid en Sociale Veerkracht
Voorzitter, zoals eerder in debatten gedeeld vinden wij het beleid t.a.v. sociale veerkracht/leefbaarheid van dit college niet sterk. Natuurlijk is het mooi promotieplekken of een leerstoel te creëren, maar wat schiet de Brabander daar nu concreet mee op? Stop nu eens met al die papieren tijgers en bureau-ideeën. Als je iets aan de leefbaarheid wil doen, dan moet je als provincie initiatief pakken wanneer Brabanders het écht nodig hebben.

Bijvoorbeeld in Olland, waar inwoners anno 2017 nog op tuinhuisjes moeten klimmen om mobiel bereik te hebben. En dan zien we de antwoorden van dit college: ‘we zullen een brief naar het ministerie sturen, maar wij gaan hier niet over’. Voorzitter, neem nu eens concreet initiatief. Breng mensen bij elkaar en los het op. We hebben goede koffie in Brabant en nog betere worstenbroodjes. Zet alle partijen, EZ, de telecomprovider en de gemeente Meierijstad om de tafel en kijk hoe je concreet met elkaar het probleem kunt verhelpen. Graag een toezegging hierop.

Voorzitter, ook pleiten wij voor herintroductie van de succesvolle ‘doe-budgetten’ én de Dorpen Derby. Als provincie aanjagend en stimulerend zijn, zodat mensen van onderop zaken kunnen creëren, samen mét de provincie. Ziet u daar wat in, gedeputeerde Swinkels?

Mobiliteit
Voorzitter, dan mobiliteit. Wij moeten onze wegen en kapitaalgoederen goed onderhouden. In dat kader vroegen wij ons af of de automobilisten, zo’n beetje de enige belastingbetalers aan de provincie, die grofweg zorgen voor 20% van de inkomsten, nu zo blij zijn met het jaar 2018. 2018 wordt het jaar waarin nog nooit zo weinig uitgegeven gaat worden aan wegenonderhoud sinds in ieder geval 2015. Verder heb ik niet gekeken. Voorzitter, wij pleiten voor een extra onderhoudsimpuls in 2018 (zoals ook in 2016 is gebeurd) waar nodig en willen hier 1 miljoen euro voor reserveren uit de vrije begrotingsruimte. Concreet doel is om alle provinciale wegen waar de kwaliteit te wensen over laat, maar nog niet zo slecht is dat ze formeel moeten worden onderhouden/vervangen, nu vroegtijdig al onder handen te nemen. Prioriteit daar bij zijn die onderhoudswerkzaamheden die de verkeersveiligheid verhogen. Hiertoe dienen wij een amendement in.

Voorzitter, dan is er een urgente kwestie m.b.t. truckers en Brabantse truckplaatsen. Brabant kent belangrijke logistieke hotspots, zoals West-Brabant. Onder vrachtwagenchauffeurs en transportondernemers bestaat behoefte aan beveiligde parkeerplaatsen, voorzien van sanitaire voorzieningen en horeca. Er is momenteel een gebrek aan (beveiligde) parkeerplaatsen in onze provincie. In combinatie met een aanstaand verbod op cabineovernachten en de strenge regels voor rij- en rusttijden komen vrachtwagenchauffeurs én transportondernemers hierdoor in de problemen. Afgelopen zomer is op Hazeldonk een beveiligde truckparking geopend, mede mogelijk gemaakt door o.a. het bedrijfsleven de BOM. Wij zouden willen dat er méér truckparkings in Brabant komen naar voorbeeld in Hazeldonk. En vragen via een motie of de provincie Noord-Brabant dit wil aanjagen/bewerkstelligen.

Voorzitter, tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers provinciebegroting 2018 (10 november 2017)