Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59 (vervolg)

Schriftelijke vragen van Statenlid Coen Hendriks over de veiligheid van snelfietsroute F59 ‘s-Hertogenbosch – Oss (vervolg).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59.

Geacht college,

Op 9 september jl. heeft het CDA schriftelijke vragen gesteld over de veiligheid van snelfietsroute F59 ’s-Hertogenbosch – Oss. Aanleiding was het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB en een brief van de Dorpsraad Nuland, die op eerdergenoemd traject diverse knelpunten signaleerde. Bijvoorbeeld het delen van de F59 met auto’s, een onprettig en gevaarlijk routestuk door de Waterleidingstraat, de overgang Waterleidingstraat – Elzenstraat waar fietsers op de fietsstraat blijven rijden, veel bijna-ongevallen op de kruising Kerkstraat – F59 , de (te) smalle) berm tussen de rijbaan en de sloot in de bocht van de Singel, en het delen van de F59 met een vrachtwagenroute over een gedeelte van de Wolfdijk.

Naar aanleiding van de beantwoording1 d.d. 1 oktober jl. hebben wij voor u de volgende vervolgvragen:

01. In antwoord op vraag 2 schrijft u dat de verbeterpunten uit het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB u bekend waren en u de adviezen van de ANWB gebruikt bij het ontwerp en de realisatie van nieuwe Waarom niet bij bestaande snelfietsroutes, zoals de huidige F59, waarvan de verbeterpunten u inmiddels bekend zijn?

02. In antwoord op vraag 5 schrijft u ‘altijd bereid te zijn overleg te hebben over de aanleg van een nieuwe of verbeteringen aan een bestaande snelfietsroute, zoals de F59, als onderdeel van de regionale multimodale afwegingen’. Heeft een dergelijk overleg inmiddels plaatsgevonden? Indien ja, wat zijn de uitkomsten?

03. In antwoord op vraag 6 schrijft u dat de F59 u heeft geleerd voor nieuwe snelfietsroutes voortaan hogere eisen te stellen aan de breedte van het fietspad, aan de kwaliteit van de wegverharding, het verplicht stellen van verkeersveiligheidsaudits en ruimte te bieden voor maatwerk.

  1. Hoe zijn deze eisen geborgd en wie ziet toe op naleving?
  2. Wat betekent dit voor de knelpunten aan de bestaande F59?

04. In antwoord op vraag 6 schrijft u dat op de website www.onsbrabantfietst.nl de komende periode meer informatie over de Brabantse snelfietsroutes beschikbaar komt. Bent u bereid op de website ook een plek in te richten, waar gebruikers knelpunten kunnen melden? Waarom wel/niet?

05. In antwoord op vraag 7 schrijft u dat, in afwachting van nieuwe landelijke richtlijnen voor bewegwijzering, ‘de bevoegd wegbeheerder intussen kleinschalige verbeteringen kan uitvoeren’. Wie is inzake de F59 de bevoegd wegbeheerder en is deze bereid kleinschalige verbeteringen uit te voeren die op korte termijn de veiligheid verbeteren?

06. In antwoord op vragen 8 en 9 schrijft u op de F59 een schouw te hebben uitgevoerd en de bevindingen samen met testrapport van de ANWB en de knelpunten van de Dorpsraad Nuland te zullen bespreken tijdens het periodieke overleg met gemeenten.

  1. Wat zijn de bevindingen van de schouw?
  2. Heeft het periodieke overleg inmiddels plaatsgevonden?
  3. Indien ja, wat zijn de uitkomsten van dit overleg?

07. In antwoord op 10 schrijft u bereid te zijn om met de gemeente ’s-Hertogenbosch, en door de gemeente ’s-Hertogenbosch betrokken partijen, maatregelen te overwegen die de fietsveiligheid en het fietscomfort op de F59 ’s-Hertogenbosch – Oss te verbeteren. Wat kunt u ons hierover melden?

08. Kunt u, in samenspraak met de gemeente ’s-Hertogenbosch en andere betrokken partijen, een planning/tijdspad geven voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de F59? Bijvoorbeeld wanneer overleg- en beslismomenten zijn, wanneer verbeteringen in gang worden gezet en zijn gerealiseerd.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks

1 Zie https://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2019/10/Antwoord-op-schriftelijke-vragen-over-veiligheid-snelfietsroute-F59.pdf

 

Spreektekst Coen Hendriks – Debat over begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie op 22/11

Spreektekst1 Tanja van de Ven-Vogels – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie 2020-2023
(22-11-2019)

Voorzitter,

Goed zijn voor elkaar: daar hoort ook bij dat je kijkt naar de wereld om je heen. Die van vandaag, maar ook die van morgen. Dat je daar zuinig op bent, zodat we de aarde verantwoord kunnen doorgeven aan de volgende generatie.

Gegeven de klimaatontwikkeling zullen we anders moeten omgaan met o.a. energie. We zullen ons gedrag moeten aanpassen en innovaties stimuleren én faciliteren. Deze innovaties bieden kansen: innovaties zorgen voor werkgelegenheid, innovaties kunnen we exporteren, en in innovaties zit een verdienmodel.

Juist vanwege de innovatiekracht die er in Brabant is, is de CDA-fractie voorstander van het bij elkaar brengen van zogeheten ‘koplopergemeentes’ en bedrijven om hun kracht te benutten. We zijn blij dit terug te lezen in het Uitvoeringsprogramma.

Maar met onze ambitie moeten we ook realistisch zijn en altijd oog blijven houden voor de gevolgen van wat we doen. Niet alleen de technische en economische aspecten, maar ook de acceptatie door onze inwoners en bedrijven.

Het college vraagt aan ons om in te stemmen met een begrotingswijziging voor het toewijzen van middelen ten behoeve van het Uitvoeringsprogramma Energie. Dit uitvoeringsprogramma zelf hebben we reeds vastgesteld, vandaag stellen we het budget vast om het te kunnen uitvoeren. Een paar vragen en opmerkingen over het programma en hoe we het geld daarvoor gaan inzetten.

In het Uitvoeringsprogramma staat dat we voor wat betreft zonne-energie de voornaamste focus van de provincie is het ondersteunen van gemeentes. We gaan een actieve bijdrage leveren aan het ten volle benutten van de daken, in beeld brengen hoe we e.e.a. kunnen versnellen: prima. Maar gaan we ons dan ook actief inzetten om geen zonneweides aan te leggen op vruchtbare (landbouw)grond? Graag een reactie van de gedeputeerde.

‘Tussen de verschillende opgaven zijn diverse koppelkansen: energie als inkomstenbron voor agrariërs of als verdienmodel voor de natuur’ (pag. 14). Wat wordt hiermee bedoeld? We gaan toch geen windmolens of zonneweides aanleggen om natuur te financieren? Graag een reactie van de gedeputeerde.

Verder: ‘in de komende periode verkennen we hoe we de verdiencapaciteit van energieproductie kunnen inzetten voor de realisatie van nieuwe natuur of de aanleg van bos’ (pag. 14).

Is het niet verstandiger om de verdiencapaciteit van de energieproductie in te zetten voor het in stand houden van bestaand bos en bestaande natuur? Of om deze verdiencapaciteit in te zetten voor de leefbaarheid?

De energietransitie kan alleen slagen door samen te werken. Op strategisch niveau gaan we samenwerken met ons netwerk. Om de ontwikkelingen van de Brabantse energietransitie te volgen, te monitoren en waar nodig bij te sturen, wordt er een ‘strategic energy board’ opgericht.

Op pag. 35 staat geschreven dat ‘we streven naar oprichting van het strategic energy board in 2020’. Dit is een vaag streven. Kan het college niet toezeggen dat oprichting daadwerkelijk plaatsvindt in 2020??

Door vandaag de middelen toe te kennen, borgen we dat we als provincie een rol kunnen blijven spelen in de energietransitie en dat er in de uitvoering geen gat valt. Als CDA-fractie staan we positief tegenover dit voorstel, maar willen we nog wel duidelijke antwoorden op de gestelde vragen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Energie 2020-2023 (22 november 2019)

Spreektekst Coen Hendriks – Debat over het Klimaatakkoord op 08/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Klimaatakkoord
(08-11-2019)

Voorzitter,

Aan groene ambities ontbreekt het onze provincie niet. Het nieuwe provinciebestuur wil voorop lopen bij het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen richting 2030. In heel Nederland ligt de doelstelling op 49% minder CO2, maar van Boxmeer tot Roosendaal ligt dat streven op 50%.

Echter, van het Brabant van vandaag naar het Brabant van morgen, van Den Bosch naar Parijs, van 2019 naar 2050, is een lange weg. Die afstand ervaren veel Brabanders ook. Willen we ons doel halen, onze bestemming bereiken, dan zullen we hen moeten meenemen. Stap voor stap. Eerst naar 2030: Brabant voor 50% energieneutraal. Dan naar 2050: Brabant 100% duurzaam.

Het CDA is enthousiast over het vergroten van het draagvlak voor deze ambities, door de wens uit te spreken dat 50% van de nieuwe hernieuwbare productie van energie op land in eigendom moet komen van de lokale omgeving.

Het Klimaatakkoord betekent voor de bouw een besparing van 7 megaton. Dit is een forse besparing, maar niet zo fors als die van andere sectoren als industrie en elektriciteit. Toch staat de bouwsector misschien wel voor de lastigste opgave van allemaal: miljoenen woningen aardgasvrij maken, is iets waar de sector nog weinig ervaring mee heeft. In 2030 moeten 1,5 miljoen woningen zijn verduurzaamd, in 2050 alle woningen. Dit is een enorme opgave, een eenvoudige rekensom leert ons dat we 1.000 woningen per dag moeten verduurzamen. Den Bosch in 72 dagen, Boerdonk in 2 uur. Als CDA zijn we vooralsnog tevreden over de rol, faciliteren én stimuleren, die de provincie neemt m.b.t. deze opgave. Vraag aan de gedeputeerde: kunnen we hier als provincie op sturen? Wat als gemeenten deze opgave niet halen? Hoe zorgen we ervoor dat dit ook betaalbaar is?

Het CDA is zeer te spreken over het voornemen van de Rijksoverheid en decentrale overheden om bedrijven die hun wagenpark hebben verduurzaamd een voordeel te geven bij relevante aanbestedingen: ofwel door een hoge mate van duurzaamheid te eisen ofwel door duurzaamheid op te nemen als zwaar meetellende wegingsfactor bij de gunning. Wij zijn er voorstander van om dit ook te eisen bij bouwopdrachten van (semi)overheden. Hier hoeven we niet mee te wachten: zouden we dit al vanaf het eerste kwartaal van 2020 kunnen toepassen?

Om o.a. kostenefficiënt te werken wordt een Expertisecentrum Energietransitie opgericht. In Bijlage 4 bij het voorstel staat dat hier in het eerste kwartaal van 2019 verder vorm aan wordt gegeven. Wat is de status? Is het centrum al operationeel?

In de komende jaren hebben we als provincie een grote taak. We moeten immers in samenspraak met gemeentes en waterschappen concreet gaan worden. Welke regio’s gaan met warmtenetten aan de slag? Komen er nieuwe windmolens? Staan we wel of geen zonneparken toe? Veel is nu nog abstract. Zo hebben we geen idee wat de uitvoeringskosten voor de provincies gaan worden. De groene ambities en plannen zijn nog vooral papier.

Tot slot. Op weg naar 2030 en 2050 zal het CDA elke klimaatregel toetsen op: haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar. Zonder draagvlak gaat de energietransitie niet slagen. Dat is de boodschap uit het Klimaatakkoord en ook de boodschap van het CDA.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks Klimaatakkoord (8 november 2019)

Maiden speech Coen Hendriks – Debat over Windpark Karolinapolder op 26/10

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsverordening Windpark Karolinapolder, te Steenbergen
(26-10-2019)

Voorzitter,

Ondanks mijn ervaring als raadslid in het prachtige Meierijstad, went het maar moeizaam: politieke processen duren lang, soms te lang wat mij betreft. Dat ligt ongetwijfeld ook aan mijzelf, want ik ben een vrij ongeduldig type. Als ondernemer bedenk je ’s ochtends iets, en voer je het ’s middags uit. Als raadslid moet je soms weken wachten op een beetje resultaat, als Statenlid maanden, als Kamerlid jaren. U zou zich kunnen afvragen waarom ik, dit wetende, in hemelsnaam de politiek in ben gegaan. Simpel: een uit de hand gelopen hobby. De een steekt zijn vrije tijd in sport, een vereniging of zorg voor anderen, en Brabant telt gelukkig héél veel van deze mensen, de ander probeert op een andere manier onze provincie nog mooier te maken. Bijvoorbeeld als volksvertegenwoordiger, in mijn geval als één van de vijfenvijftig mensen die de toekomst van Brabant mee vorm mag geven. Een groot voorrecht.

En behalve een voorrecht vind ik het op het eerste plaats leuk én belangrijk om vanuit deze functie iets voor anderen te kunnen betekenen. Samen met een geweldig team, genaamd CDA Brabant. In de komende tijd komen er diverse grote vraagstukken op ons af, zoals klimaatverandering, de vergrijzende samenleving, de overstap naar hernieuwbare energie, het nijpende tekort aan woningen en de verduurzaming van de landbouw. Dat ik deel uitmaak van de generatie die op deze onderwerpen Brabant een beslissende wending mag geven, is geweldig.

Over (te) lang durende politieke processen gesproken: Windpark Karolinapolder, waarover wij vandaag spreken, is er zo een, een project dat al vanaf 2011 loopt. Acht jaar geleden heeft de Regio West-Brabant een bod windenergie aan de provincie uitgebracht, waarbij ook de gemeente Steenbergen heeft aangegeven een aandeel te leveren. In dit bod staat dat de West-Brabant 200 MW aan opgesteld vermogen windenergie gaat realiseren, waarvan minimaal 9,6 en maximaal 21,6 MW moet worden aangevuld door opschaling van het bestaande windpark Karolinadijk. Het huidige park bestaat al vanaf 1997 en staat aan de dijk langs het Volkerak in Dinteloord, het bestaat uit 4 turbines met een tiphoogte van 77 meter.

Een kleine reconstructie. Om deze opschaling mogelijk te maken:

  • heeft energiebedrijf Innogy op 5 februari 2018 een verzoek ingediend voor een omgevingsvergunning;
  • heeft de gemeente Steenbergen op 17 april 2018 een ontwerp-omgevingsvergunning gepubliceerd;
  • heeft de Steenbergse gemeenteraad op 31 mei 2018 een verklaring van geen bedenkingen afgegeven;
  • hebben ontwerpvergunning én het voornemen voor een verklaring van geen bedenkingen van 7 juni tot 19 juli 2018 ter inzage gelegen.

Om voor de gemeente Steenbergen moverende redenen is behandeling van het omgevingsvergunning herhaaldelijk uitgesteld (14 augustus 2018 → 15 januari 2019 → 21 maart 2019), wat ertoe heeft geleid dat de wettelijke besluitvormingstermijn van 26 weken ruimschoots is overschreden. Hierom, en a.g.v. de val van het Steenbergse college, een nieuw raadsakkoord en nieuwe randvoorwaarden, zijn gemeente en provincie, het coördinerend bevoegd gezag voor besluitvorming over windprojecten, in overleg gegaan.

Wij begrijpen dat de provincie de gemeente Steenbergen de gelegenheid heeft geboden om met een alternatief, door de gemeenteraad gedragen plan te komen, waarvan de deadline eerst 1 juli jl. was en vervolgens, na een verzoek om uitstel, 15 augustus jl. Uiteindelijk heeft Steenbergse gemeentebestuur in het bestuurlijk overleg op 14 augustus jl. uitgesproken geen mogelijkheden te zien om binnen de randvoorwaarden van het nieuwe raadsakkoord een alternatief plan te ontwikkelen. Kan de gedeputeerde bevestigen dat deze reconstructie juist is, en door alle betrokken partijen wordt onderschreven?

Het CDA vindt het buitengewoon jammer, voor alle betrokken partijen, dat het niet is gelukt om tot een plan te komen dat past binnen de eigen, door Steenbergen zélf geformuleerde randvoorwaarden. Te meer daar wij zeer hechten aan wat heet ‘subsidiariteit’: regel lokaal wat lokaal kan, want dát staat het dichtste bij inwoners. En de gemeente Steenbergen heeft daartoe ook alle ruimte en coulance gekregen, maken wij op uit de stukken. Dat afspraken dan toch keer op niet keer niet worden nagekomen, het proces alsmaar wordt vertraagd en besluitvorming steeds uitgesteld, komt de kracht van het lokaal bestuur niet ten goede. Zo kan je niet samenwerken, zo kan je geen besluiten nemen. Dat rechtvaardigt in onze ogen het ingrijpen van de provincie, en het overnemen van de vergunningsprocedure van de gemeente (een bevoegdheid waar de provincie aanvankelijk van af wilde zien, wat wij in het kader van subsidiariteit positief vinden).

De provincie heeft dit besluit op 10 september jl. genomen. Klopt het dat de gemeente Steenbergen hiervan pas op 12 september formeel op de hoogte is gesteld, terwijl er op 11 september jl. al een persconferentie heeft plaatsgehad? Dat zouden wij namelijk niet heel chique vinden.

De voorgeschiedenis kennende en alles afwegende kan het CDA meegaan in het voorstel dat vandaag voorligt. Omdat:

  • je een beslissing niet kunt blijven uitstellen;
  • de aanvraag door Innogy een net proces heeft doorlopen.
  • provincies en gemeenten hun afspraken met het Rijk moeten nakomen v.w.b. het realiseren van Wind op Land.
  • goede sociale randvoorwaarden lijken te zijn geborgd;
  • er sprake was van goede afspraken over ‘stilstandvoorzieningen’.

Een laatste vraag: hoe ver zijn de overige gemeenten in West-Brabant met hun bijdrage aan de provinciale (wind)energieopgave?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks Windpark Karolinapolder (26 oktober 2019)

Spreektekst Coen Hendriks – Debat over het Klimaatakkoord op 11/10

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Klimaatakkoord 
(11-10-2019)

Voorzitter,

Het CDA staat achter de Brabantse Energieagenda en achter het Klimaatakkoord. Maar van het Brabant van vandaag naar het Brabant van morgen, van Den Bosch naar Parijs, van 2019 naar 2050, is een lange weg. Die afstand ervaren veel Brabanders ook. Willen we ons doel halen, onze bestemming bereiken, dan zullen we hen moeten meenemen. Stap voor stap. Eerst naar 2030: Brabant voor 50% energieneutraal. Dan naar 2050: Brabant 100% duurzaam. Aan ons de opdracht om met de blik op die horizon de weg te effenen voor de generaties na ons.

Momenteel wordt in 30 energie-regio’s gewerkt aan 30 Regionale Energiestrategieën, de RESsen. Het CDA is voorstander van deze regionale aanpak, waarbij gezamenlijkheid het uitgangspunt is. Provincie, gemeentes en waterschappen komen samen met betrokken partijen tot gedragen keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de opslag- en energie-infrastructuur.

Een aantal vragen:

  • Brabant telt vier energie-regio’s. Kan de gedeputeerde een update geven van wat daar nu gebeurt?
  • In de Handreiking RES staat het volgende: ‘De RES kan alleen succesvol zijn als het een participatief proces kent, waarin lokale (maatschappelijke) partijen en bewoners van begin af aan worden betrokken’. Wat zijn in Brabant de betrokken partijen, de ‘stakeholders’, met wie overheden aan de RESsen werken? Hoe zijn of worden bewoners betrokken?
  • Een RES is een instrument om te komen tot een regionale energiestrategie. Wat is de juridische status van dit instrument, en hoe verhoudt een RES zich tot andere instrumenten?
  • Scheep- en luchtvaart zijn niet meegenomen in het Klimaatakkoord. Betekent dit dat Brabantse industrie- en luchthavens ook niet betrokken zijn bij de RESsen?
  • Het CDA is positief over het inrichten van een ‘loket’, waarin regio’s met vragen terechtkunnen: een Expertisecentrum Energietransitie. Wat vindt de gedeputeerde hiervan?

Tot slot. Op weg naar 2030 en 2050 zal het CDA elke klimaatregel toetsen op: haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar. Zonder draagvlak gaat de energietransitie niet slagen. Dat is de boodschap uit het Klimaatakkoord en ook de boodschap van het CDA.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks Klimaatakkoord (11 oktober 2019)

Schriftelijke vragen over hoogspanningslijnen

Schriftelijke vragen van Statenleden Coen Hendriks en Kees de Heer n.a.v. het recente besluit van de gemeente Eindhoven om bovengrondse hoogspanningslijnen vooralsnog niet onder de grond te brengen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over hoogspanningslijnen.

Geacht college,

Naar aanleiding van het recente besluit van de gemeente Eindhoven om bovengrondse hoogspanningslijnen vooralsnog niet onder de grond te brengen1 heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. Bent u bekend met het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen, wat inhoudt dat het Rijk aan gemeenten en netbeheerders adviseert om vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s geen nieuwe woningen te bouwen in de buurt van hoogspanningslijnen en geen nieuwe hoogspanningslijnen aan te leggen in de buurt van woningen2?

02. Bent u bekend met de wens in de gemeente Eindhoven, neergelegd in het coalitieakkoord 2018-2022 (pag. 18), om bovengrondse hoogspanningslijnen onder de grond te brengen3?

03. Kloppen de volgende gegevens?

  1. In Eindhoven gaat het om ongeveer 4 kilometer hoogspanningslijn, die door bewoond gebied gaat (Acht en Woensel-Noord), waarvan de gemeente wil dat deze ondergronds gaat4.
  2. Dit betreft de tracés Best – Eindhoven Noord en Eindhoven Noord – Eindhoven Oost, die de Rijksoverheid in het ‘Besluit aanwijzing delen hoogspanningsnetten ex art. 22a Elektriciteitswet 1998’ heeft aangewezen om te verkabelen/verplaatsen5.
  3. De totale kosten van deze ‘verkabeling’ bedragen ongeveer 24 miljoen euro6.
  4. Volgens het ‘Besluit verplaatsen en verkabelen hoogspanningsverbindingen’ moet de netbeheerder 80 procent van de kosten betalen en de gemeente 20 procent7.

04. Bent u bekend met de conclusie van het Eindhovense college van burgemeester & wethouders dat het ondergronds aanleggen van deze hoogspanningslijnen op dit moment door de gemeente financieel niet is op te brengen8?

05. Is er contact geweest tussen de gemeente Eindhoven en de provincie Noord-Brabant over het verkabelen en de financiering daarvan? Indien ja, op welke momenten?

06. De Rijksoverheid heeft ook in de Brabantse gemeenten Best, Breda, Geertruidenberg, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Helmond, Oirschot, Oss, ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Uden tracés van hoogspanningsverbindingen aangewezen die ondergronds (of verplaatst) mogen9.

  1. Weet u in welke van deze gemeenten wensen of voornemens bestaan dan wel acties lopen om te gaan verkabelen/verplaatsen? Indien niet, wilt u dit nagaan?
  2. In welke gemeenten vormt financiering, net als in Eindhoven, een probleem?
  3. In welke gemeenten is de provincie Noord-Brabant bij verkabeling/verplaatsing betrokken?

07. Bent u bereid met om met Eindhoven en andere Brabantse gemeenten in gesprek te gaan om u te laten informeren over de mate waarin financiering een probleem is bij verkabelen/verplaatsen en mee te denken over oplossingen voor cofinanciering?

08. De gemeente Eindhoven geeft aan dat, in haar geval, de ‘lasten’ voor het verkabelen voor één gemeente zijn, maar de ‘lusten’ voor veel meer gemeenten. Hoe ziet u in dit licht de rol van de provincie? Is het voorstelbaar dat de provincie als ‘bovenlokale’ overheid initiatieven als deze meefinanciert?

09. Hoe gaan andere provincies om met dit (financierings)vraagstuk?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks en Kees de Heer

1 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/cda-eindhoven-houdt-vast-aan-kabels-br-ondergronds-br~af8c52a1/.

2 Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening-en-gebiedsontwikkeling/wonen-bij-hoogspanningslijnen.

3 Zie https://www.eindhoven.nl/sites/default/files/2018-05/Coalitie%20magazine_0.pdf.

4 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/onderzoek-naar-ondergrondse-kabels-in-eindhoven-noord-br~a66fd034/.

5 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041518/2019-01-01.

6 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/onderzoek-naar-ondergrondse-kabels-in-eindhoven-noord-br~a66fd034/.

7 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041451/2019-01-01.

8 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/cda-eindhoven-houdt-vast-aan-kabels-br-ondergronds-br~af8c52a1/.

9 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041518/2019-01-01.

CDA bezoekt afvalbedrijf Baetsen in Son

Het CDA brengt op vrijdag 4 oktober a.s. een werkbezoek aan afvalverwerker Baetsen Recycling in Son. Aan dit werkbezoek nemen zowel provinciale als lokale CDA-politici uit Son en Breugel en Veldhoven deel.

Aanleiding voor het werkbezoek zijn de vragen over afvalbranden die het CDA afgelopen zomer stelde aan het provinciebestuur. Het CDA wilde toen o.a. weten welke maatregelen afvalbedrijven nemen om de kans op brand te verkleinen en wat de status is van de acties uit het Actieplan Afvalbranden van de provincie. Ook vroeg de partij zich af hoe wenselijk het is dat afvalbedrijven zijn gevestigd dicht bij woongebieden, gelet op de (gezondheids)risico’s bij bijv. het uitbreken van brand.

Statenlid Coen Hendriks (CDA): “Als CDA maken we ons zorgen over afvalbranden en de impact daarvan op de omgeving, zoals rook- en stankoverlast. We hebben hierover vragen gesteld aan de provincie, die verantwoordelijk is voor de vergunningverlening aan en het toezicht op afvalbedrijven. Uit de antwoorden bleek dat Brabantse afvalbedrijven goede stappen zetten op het gebied van brandpreventie, waarover we ons tijdens het werkbezoek aan Baetsen graag laten informeren. Ook zijn we benieuwd hoe de overheid hierbij kan helpen en welke zaken er op industrieterrein Ekkersrijt, waar Baetsen is gevestigd, nog meer spelen die gemeente en provincie zouden moeten oppakken.”

De volledige reeks vragen van het CDA over afvalbranden in Brabant, met de antwoorden van de provincie, is hier te vinden: Antwoord op schriftelijke vragen over afvalbranden.

Het werkbezoek aan Baetsen Recycling start om 14.00 uur en duurt tot 16.00 uur.

Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59

Schriftelijke vragen van Statenlid Coen Hendriks over de veiligheid van snelfietsroute F59 ‘s-Hertogenbosch – Oss.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59.

Geacht college,

In het Uitvoeringsprogramma Fiets in de Versnelling 2016-2020 van de provincie Noord-Brabant somt u de voordelen van de fiets op ten opzichte van andere vervoersmiddelen. Zo zijn fietsers goedkoper, gezonder en vaak sneller op hun bestemming en heeft fietsgebruik een positief effect op de leefomgeving, doorstroming op de weg, duurzaamheid en het economische rendement1. Het CDA deelt deze analyse en vindt dat we als Brabant fietsprovincie moeten zorgen voor een veilig en aantrekkelijk netwerk van (snel)fietsroutes. In dat kader hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB d.d. april 20192?
  2. Hoe zwaar weegt dit rapport voor u? Zwaar genoeg om de resultaten te betrekken bij het beleid van de provincie?
  3. Bent u bekend met de antwoorden van de gemeente ’s-Hertogenbosch d.d. 28 mei 2019 op de vragen die de gemeenteraadsfractie van het CDA over de veiligheid van snelfietsroute F59 ’s-Hertogenbosch – Oss heeft gesteld3?
  4. Bent u bekend met de reactie van de gemeente ’s-Hertogenbosch d.d. 18 juli 2019 op de brief van de Dorpsraad Nuland, die zorgen heeft over de veiligheid van deze snelfietsroute4?
  5. Wat is de uitkomst van het overleg tussen de provincie en de gemeente ’s-Hertogenbosch over de kwaliteitscriteria van snelfietsroutes en de voorwaarden waaronder de provincie hiervoor subsidie verleent?
  6. Welke leer- en verbeterpunten levert de gerealiseerde F59 op die u en gemeentes bij de ontwikkeling van toekomstige snelfietsroutes meenemen? Communiceert u hierover ook met bewoners en gebruikers?
  7. In het Testrapport Fietssnelwegen heeft de ANWB snelfietsroute F59 ’s-Hertogenbosch – Oss samen met acht andere snelfietsroute beoordeeld op aspecten als ‘breedte’, ‘voorrang’, ‘fietsplezier’, ‘sociale veiligheid’ en ‘herkenbaarheid’. De F59 scoort 3,5 uit 5 en krijgt de beoordeling ‘redelijk/goed’. Belangrijke aanbevelingen betreffen o.a. de bewegwijzering, logo’s en markeringen. Wat is de stand van zaken van de uitwerking van deze aanbevelingen, zoals het testen van verschillende nieuwe bewegwijzering en markering om (snel)fietsroutes beter lees- en vindbaar te maken (‘wayfinding’)? Op welke termijn verwacht u hiervoor nieuwe uitvoeringsvoorschriften en/of richtlijnen, waarop de gemeente ‘s-Hertogenbosch momenteel wacht?
  8. Hoe kijkt u aan tegen de minpunten F59 ’s-Hertogenbosch – Oss uit het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB? Bijvoorbeeld de veel geparkeerde auto’s langs het routestuk in Den Bosch, (te) smalle routestukken en obstakels langs het fietspad en in de berm?
  9. Wat vindt u van de knelpunten die de Dorpsraad Nuland in haar brief signaleert, waaronder het delen van de F59 met auto’s, een onprettig en gevaarlijk routestuk door de Waterleidingstraat, de overgang Waterleidingstraat – Elzenstraat waar fietsers op de fietsstraat blijven rijden, veel bijna-ongevallen op de kruising Kerkstraat – F59 , de (te) smalle) berm tussen de rijbaan en de sloot in de bocht van de Singel, en het delen van de F59met een vrachtwagenroute over een gedeelte van de Wolfdijk?
  10. Bent u bereid om in samenspraak met de gemeente ’s-Hertogenbosch, de Dorpsraad Nuland en andere betrokken partijen maatregelen te overwegen, die de fietsveiligheid en het fietscomfort op de F59 ’s-Hertogenbosch – Oss op de bij vraag 7 en 8 genoemde punten verbeteren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks

1 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/Visie%20Fiets%20in%20de%20Versnelling_dec%20%2009_def%20(5).pdf

2 Zie https://www.anwb.nl/binaries/content/assets/anwb/pdf/fietsen/anwb-onderzoek-fietssnelwegen-april-2019-gecomprimeerd.pdf

3 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Microsoft/Windows/INetCache/Content.Outlook/Z6LRMEQN/Antwoordbrief%20vragen%20ex.%20art.%2071%20RvO%20van%20de%20fractie%20CDA%20inzake%20veiligheid%20op%20onze%20snelfietsroute%20A59.pdf.

4 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Microsoft/Windows/INetCache/Content.Outlook/Z6LRMEQN/Document%209189770%20antwoordbrief%20aan%20Dorpsraad%20Nuland%20snelfietsroute%20F59%20Inhoud%20document.pdf

 

Schriftelijke vragen over afvalbranden in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Coen Hendriks over afvalbranden in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over afvalbranden.

Geacht college,

Eerder deze maand brak brand uit bij afvalverwerker Baetsen Recycling op industrieterrein Ekkersrijt in Son1. Dit was niet voor het eerst: ook in 20172 en 20183 braken bij dit bedrijf verschillende grote en kleine branden uit. Telkens met grote impact op de omgeving, o.a. door rook- en stankoverlast.

Het CDA is verontrust over deze zgn. ‘afvalbranden’ en heeft voor u de volgende vragen:

01. Bent u bekend met de recente brand bij afvalverwerker Baetsen Recycling d.d. 9 juni jl.?

02. Wat is de oorzaak van deze brand geweest? Was er sprake van overtreding van de vergunning?

03. Baetsen Recycling is in de afgelopen jaren herhaaldelijk getroffen door brand. Welke maatregelen heeft het bedrijf genomen om de kans op brand te verkleinen?

04. De provincie Noord-Brabant verleent de vergunning voor Baetsen Recycling. Wat is er de afgelopen jaren gedaan aan handhaving bij het bedrijf?

05. In 2017 publiceerde de Vereniging Afvalbedrijven een lijst met aanbevelingen om de kans op afvalbranden te verkleinen4. Bijvoorbeeld door afval in volledig gesloten stalen containers te bewaren, systemen aan te leggen die de temperatuur in afvalbergen meten en een 24-uurs termijn voor het bewaren van ongesorteerd afval. In hoeverre heeft Baetsen Recycling deze aanbevelingen opgevolgd?

06. Op 11 maart jl. hebt u een Actieplan Afvalbranden5 gepresenteerd. Hierin zet u de oorzaken van afvalbranden en mogelijke maatregelen op een rijtje. U ging met de volgende acties aan de slag:

  1. het, bij voldoende animo, organiseren van een studie-/voorlichtingsdag voor afvalbedrijven;
  2. het versturen van een factsheet met preventieve maatregelen aan risicobedrijven;
  3. het voortzetten van de flitscontroles m.n. in de warme maanden (hogere kans op broei);
  4. de flitscontroles richten op de boekhouding, de omvang en compartimentering van de afvalopslag en de aanwezige preventieve maatregelen (of deze aanwezig/operationeel zijn).

Wat is de status van deze acties? Ziet u aanleiding deze intensiveren, bijvoorbeeld vanwege het warme weer?

07. Het Verbond van Verzekeraars heeft eens gesteld dat de cultuur binnen de afvalbranche, of bij bepaalde bedrijven, een rol kan spelen bij de oorzaak van afvalbranden. En dat er in het verleden zeker een bepaalde mate van onverschilligheid was binnen de branche6. Wat is nu uw indruk van de cultuur binnen de Brabantse afvalbedrijven?

08. In het Actieplan Afvalbranden spreekt u over ‘risicobedrijven’. Welke afvalbedrijven in Brabant merkt u aan als risicobedrijf? Op grond waarvan?

09. Kunt u voor ons aangeven waar deze risicobedrijven zijn gelegen? Bevinden deze zich in of dicht bij bewoond gebied of plekken waar veel mensen samenkomen?

10. Baetsen Recycling is gevestigd nabij woongebieden als Achtse Barrier (Eindhoven) en Het Zand (Son en Breugel), de High Tech Campus, Aquabest en Dippidoe. Plekken waar veel mensen wonen, werken en recreëren. Vindt u het wenselijk dat een bedrijf als Baetsen Recycling, met deze historie, op deze locatie blijft gevestigd gegeven de (gezondheids)risico’s die dit met zich meebrengt?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks

1 Zie https://www.ed.nl/best-meierijstad-en-son/afvalverwerker-baetsen-in-son-en-breugel-opnieuw-getroffen-door-grote-brand-blijf-uit-de-rook~a06f3be4/

2 Zie https://www.ed.nl/son-en-breugel/zeer-grote-brand-bij-baetsen-recycling-op-industrieterrein-ekkersrijt-in-son-onder-controle~a71edd2d/

3 Zie https://www.ed.nl/son-en-breugel/brand-bij-baetsen-recycling-in-son~a12f8486/

4 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/afvalbedrijven-kunnen-meer-doen-tegen-brand-zeggen-deskundigen~a2c948e0/.

5 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/4492168%20(1).pdf

6 Zie https://eenvandaag.avrotros.nl/binnenland/item/afvalverwerkers-te-laks-met-brandveiligheid/.

Overzicht woordvoerderschappen en contactgemeenten

Met de benoeming van Marianne van der Sloot en Renze Bergsma tot resp. gedeputeerde Samenleving, Cultuur en Erfgoed en gedeputeerde Veiligheid, Bestuur en Organisatie op 14 juni jl. kwamen er binnen de Provinciale Statenfractie van CDA Brabant twee Statenzetels vrij. Deze worden inmiddels ‘bezet’ door nieuwe Statenleden Marcel Thijssen en Jürgen Stoop, die bij de verkiezingen op plaats 9 en 10 van de CDA-kandidatenlijst stonden.

De achthoofdige Statenfractie van het CDA Brabant bestaat nu uit: Ankie de Hoon (fractievoorzitter), Marcel Deryckere (vicefractievoorzitter), John Bankers, Kees de Heer, Coen Hendriks, Jürgen Stoop, Marcel Thijssen en Tanja van de Ven-Vogels. De verdeling van de woordvoerderschappen (‘wie voert over welk onderwerp het woord’) is als volgt:

WOORDVOERDERSCHAPPEN

PROVINCIALE STATENFRACTIE

Domein Portefeuille Woordvoerder I
Woordvoerder II

Algemene Zaken

  Ankie de Hoon Marcel Deryckere

Bestuur

Bestuurskracht

Marcel Deryckere

John Bankers

Organisatie
Regionale samenwerking
Veiligheid

Samenleving

Cultuur

Marcel Deryckere

Coen Hendriks

Erfgoed
Leefbaarheid
Sport

Financiën

Aandeelhouderschappen

Marcel Thijssen

Marcel Deryckere

Financiën
Ontwikkelbedrijf

Mobiliteit

Oost-Brabant

John Bankers

Coen Hendriks

West-Brabant

Coen Hendriks

John Bankers

Landbouw

Landbouw

Tanja van de Ven-Vogels

Marcel Thijssen

Energie

Energie

Coen Hendriks

John Bankers

Klimaat

Natuur

Milieu/Programmatische Aanpak Stikstof

Jürgen Stoop

Ankie de Hoon

Natuur
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Water

Ruimte

Omgevingswet

Tanja van de Ven-Vogels

Kees de Heer

Ontwikkelbedrijf
Ruimtelijke ordening
Wonen

Economie

Arbeidsmarkt

Kees de Heer

Jürgen Stoop

Economie
Internationalisering

Behalve dit overzicht van woordvoerschappen hanteert de Statenfractie samen met het partijbestuur het volgende overzicht van contactgemeenten (‘welk Staten- en bestuurslid is contactpersoon voor welke gemeente’):

CONTACTGEMEENTEN

PROVINCIALE STATENFRACTIE & PARTIJBESTUUR

Afdeling Regio Contactpersoon

Statenfractie

Contactpersoon

Partijbestuur

Grave Land van Cuijk Marcel Thijssen Jochem Spoorendonk
Cuijk Land van Cuijk Marcel Thijssen Jochem Spoorendonk
Mill en Sint Hubert Land van Cuijk Marcel Thijssen Jochem Spoorendonk
Sint Anthonis Land van Cuijk Marcel Thijssen Jochem Spoorendonk
Boxmeer Land van Cuijk Marcel Thijssen Jochem Spoorendonk
Gemert-Bakel De Peel

MRE

Tanja van de Ven-Vogels Susanne de Groot
Deurne De Peel

MRE

John Bankers Susanne de Groot
Asten De Peel

MRE

John Bankers Susanne de Groot
Someren De Peel

MRE

John Bankers Susanne de Groot
Cranendonck MRE John Bankers Susanne de Groot
Heeze-Leende MRE Tanja van de Ven-Vogels Pieter Jan van der Zaag
Geldrop-Mierlo MRE John Bankers Pieter Jan van der Zaag
Helmond MRE John Bankers Susanne de Groot
Laarbeek De Peel

MRE

Tanja van de Ven-Vogels Susanne de Groot
Boekel As50

Meierij

Coen Hendriks Inge van Dijk
Uden As50

Meierij

Coen Hendriks Inge van Dijk
Landerd As50

Meierij

Coen Hendriks Inge van Dijk
Oss As50

Meierij

Coen Hendriks Inge van Dijk
Bernheze As50

Meierij

Coen Hendriks Inge van Dijk
s-Hertogenbosch As50

Meierij

Coen Hendriks Inge van Dijk
Sint-Michielsgestel As50

Meierij

Coen Hendriks Inge van Dijk
Vught As50

Meierij

Coen Hendriks Inge van Dijk
Boxtel As50

Meierij

Tanja van de Ven-Vogels Inge van Dijk
Oirschot Kempen Tanja van de Ven-Vogels Pieter Jan van der Zaag
Best MRE Kees de Heer Pieter Jan van der Zaag
Son en Breugel MRE Kees de Heer

John Bankers

Pieter Jan van der Zaag
Mejerijstad As50

Meierij

Coen Hendriks Inge van Dijk
Gemert-Bakel MRE Tanja van de Ven-Vogels Susanne de Groot
Nuenen MRE Kees de Heer Pieter Jan van der Zaag
Eindhoven MRE Kees de Heer Pieter Jan van der Zaag
Veldhoven MRE Kees de Heer Pieter Jan van der Zaag
Valkenswaard MRE John Bankers Pieter Jan van der Zaag
Bergeijk Kempen Tanja van de Ven-Vogels Jochem Spoorendonk
Eersel Kempen

MRE

Tanja van de Ven-Vogels Jochem Spoorendonk
Bladel Kempen

MRE

Tanja van de Ven-Vogels Jochem Spoorendonk
Reusel – De Mierden Kempen

MRE

Tanja van de Ven-Vogels Jochem Spoorendonk
Hilvarenbeek Hart van Brabant Marcel Deryckere Bart Claassen
Oisterwijk Hart van Brabant Marcel Deryckere Bart Claassen
Haaren As50

Meierij

Marcel Deryckere Bart Claassen
Heusden Hart van Brabant Renze Bergsma Bart Claassen
Loon op Zand Hart van Brabant Marcel Deryckere Bart Claassen
Waalwijk Hart van Brabant Marcel Deryckere Bart Claassen
Tilburg Hart van Brabant Marcel Deryckere Bart Claassen
Goirle Hart van Brabant Marcel Deryckere Bart Claassen
Baarle-Nassau West-Brabant Ankie de Hoon Peter Ploegaert
Alphen-Chaam West-Brabant Marcel Deryckere Peter Ploegaert
Gilze en Rijen Hart van Brabant Marcel Deryckere Bart Claassen
Dongen Hart van Brabant Renze Bergsma Bart Claassen
Altena West-Brabant Renze Bergsma Peter Ploegaert
Geertruidenberg West-Brabant Renze Bergsma Peter Ploegaert
Oosterhout West-Brabant Renze Bergsma Peter Ploegaert
Drimmelen West-Brabant Renze Bergsma Peter Ploegaert
Breda Markiezaat

West-Brabant

Ankie de Hoon Peter Ploegaert
Zundert Markiezaat

West-Brabant

Ankie de Hoon Ger de Weert
Etten-Leur Markiezaat

West-Brabant

Ankie de Hoon Peter Ploegaert
Moerdijk Markiezaat

West-Brabant

Ankie de Hoon Ger de Weert
Halderberge Markiezaat

West-Brabant

Ankie de Hoon Ger de Weert
Rucphen Markiezaat

West-Brabant

Ankie de Hoon Ger de Weert
Steenbergen Markiezaat

West-Brabant

Jürgen Stoop Ger de Weert
Bergen op zoom Markiezaat

West-Brabant

Jürgen Stoop Ger de Weert
Roosendaal Markiezaat

West-Brabant

Jürgen Stoop Ger de Weert
Woensdrecht Markiezaat

West-Brabant

Jürgen Stoop Ger de Weert
Waalre MRE Kees de Heer Pieter Jan van der Zaag