Spreektekst Marcel Deryckere – Debat over Brainport Smart District op 28/06

Spreektekst1 Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciale deelname aan Brainport Smart District 
(28-06-2019)

Voorzitter,

Hoe mooi kan het zijn: in samenwerking met inwoners, bedrijven en overheden een compleet nieuwe, innovatieve wijk neerzetten. Een wijk waar opnieuw wordt nagedacht over wat fijn wonen en leven is. En een wijk waar de nieuwste technieken worden toegepast om dat te bereiken.

Bovendien zijn wijken wel aan vernieuwing toe. Al decennia bouwen we deze op precies dezelfde manier. Tijd om de innovatiekracht van Brabant te benutten. Het CDA is dus enthousiast over dit voorstel van het college.

Wel willen we drie zaken meegeven, om potentiële problemen te voorkomen:

  1. Zorg ervoor dat het geen overheidsfeestje wordt. Betrek bij de bouw en de innovatie het bedrijfsleven in Brainport volop. Blijf dus niet ‘hangen’ in universiteiten en overheden. Uiteindelijk moet er worden gebouwd en moeten bedrijven de nieuwe technieken gaan ontwerpen en toepassen.
  2. Zorg voor concrete deadlines. Er moet een wijk worden gebouwd. Aan stichtingen en onderzoeken heeft de Brabander niets. Aan huizen wel. Het CDA mist een concrete einddeadline: wanneer gaan we bouwen en wanneer gaan we de wijk opleveren? Bij de lancering van het initiatief in 2016 werd nog gezegd: als alles meezit, gaan we al volgend jaar bouwen. Blijkbaar heeft het niet meegezeten. Wanneer gaan we wel bouwen?
  3. Zorg voor een leefbare wijk. Technieken en innovaties zijn fantastisch, maar pas echt interessant als ze zijn ontworpen en toegepast vanuit het oogpunt van de gebruikers. In 2014 zou de Google Glass de wereld veranderen, maar wie draagt er anno 2019 zo’n ding? Niemand. Want waarin is die nu echt beter dan bijvoorbeeld een smartphone? Laten we uit dit soort voorbeelden lessen trekken voor Brainport Smart District. Gebruik alleen innovaties die ook echt de inwoner helpen om er beter, leuker en fijner te wonen. Kortom, betrek de inwoners voortdurend bij het ontwerpen van de wijk.

Voorzitter, zoals u merkt steunt het CDA dit voorstel. Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Deryckere provinciale deelname aan Stichting Brainport Smart District (28 juni 2019)

Schriftelijke vragen over afvalbranden in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Coen Hendriks over afvalbranden in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over afvalbranden.

Geacht college,

Eerder deze maand brak brand uit bij afvalverwerker Baetsen Recycling op industrieterrein Ekkersrijt in Son1. Dit was niet voor het eerst: ook in 20172 en 20183 braken bij dit bedrijf verschillende grote en kleine branden uit. Telkens met grote impact op de omgeving, o.a. door rook- en stankoverlast.

Het CDA is verontrust over deze zgn. ‘afvalbranden’ en heeft voor u de volgende vragen:

01. Bent u bekend met de recente brand bij afvalverwerker Baetsen Recycling d.d. 9 juni jl.?

02. Wat is de oorzaak van deze brand geweest? Was er sprake van overtreding van de vergunning?

03. Baetsen Recycling is in de afgelopen jaren herhaaldelijk getroffen door brand. Welke maatregelen heeft het bedrijf genomen om de kans op brand te verkleinen?

04. De provincie Noord-Brabant verleent de vergunning voor Baetsen Recycling. Wat is er de afgelopen jaren gedaan aan handhaving bij het bedrijf?

05. In 2017 publiceerde de Vereniging Afvalbedrijven een lijst met aanbevelingen om de kans op afvalbranden te verkleinen4. Bijvoorbeeld door afval in volledig gesloten stalen containers te bewaren, systemen aan te leggen die de temperatuur in afvalbergen meten en een 24-uurs termijn voor het bewaren van ongesorteerd afval. In hoeverre heeft Baetsen Recycling deze aanbevelingen opgevolgd?

06. Op 11 maart jl. hebt u een Actieplan Afvalbranden5 gepresenteerd. Hierin zet u de oorzaken van afvalbranden en mogelijke maatregelen op een rijtje. U ging met de volgende acties aan de slag:

  1. het, bij voldoende animo, organiseren van een studie-/voorlichtingsdag voor afvalbedrijven;
  2. het versturen van een factsheet met preventieve maatregelen aan risicobedrijven;
  3. het voortzetten van de flitscontroles m.n. in de warme maanden (hogere kans op broei);
  4. de flitscontroles richten op de boekhouding, de omvang en compartimentering van de afvalopslag en de aanwezige preventieve maatregelen (of deze aanwezig/operationeel zijn).

Wat is de status van deze acties? Ziet u aanleiding deze intensiveren, bijvoorbeeld vanwege het warme weer?

07. Het Verbond van Verzekeraars heeft eens gesteld dat de cultuur binnen de afvalbranche, of bij bepaalde bedrijven, een rol kan spelen bij de oorzaak van afvalbranden. En dat er in het verleden zeker een bepaalde mate van onverschilligheid was binnen de branche6. Wat is nu uw indruk van de cultuur binnen de Brabantse afvalbedrijven?

08. In het Actieplan Afvalbranden spreekt u over ‘risicobedrijven’. Welke afvalbedrijven in Brabant merkt u aan als risicobedrijf? Op grond waarvan?

09. Kunt u voor ons aangeven waar deze risicobedrijven zijn gelegen? Bevinden deze zich in of dicht bij bewoond gebied of plekken waar veel mensen samenkomen?

10. Baetsen Recycling is gevestigd nabij woongebieden als Achtse Barrier (Eindhoven) en Het Zand (Son en Breugel), de High Tech Campus, Aquabest en Dippidoe. Plekken waar veel mensen wonen, werken en recreëren. Vindt u het wenselijk dat een bedrijf als Baetsen Recycling, met deze historie, op deze locatie blijft gevestigd gegeven de (gezondheids)risico’s die dit met zich meebrengt?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks

1 Zie https://www.ed.nl/best-meierijstad-en-son/afvalverwerker-baetsen-in-son-en-breugel-opnieuw-getroffen-door-grote-brand-blijf-uit-de-rook~a06f3be4/

2 Zie https://www.ed.nl/son-en-breugel/zeer-grote-brand-bij-baetsen-recycling-op-industrieterrein-ekkersrijt-in-son-onder-controle~a71edd2d/

3 Zie https://www.ed.nl/son-en-breugel/brand-bij-baetsen-recycling-in-son~a12f8486/

4 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/afvalbedrijven-kunnen-meer-doen-tegen-brand-zeggen-deskundigen~a2c948e0/.

5 Zie file:///C:/Users/defaultuser100000/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/4492168%20(1).pdf

6 Zie https://eenvandaag.avrotros.nl/binnenland/item/afvalverwerkers-te-laks-met-brandveiligheid/.

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over het bestuursakkoord op 14/06

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het bestuursakkoord 2019-2023
(14-06-2019)

Voorzitter,

Als je niet meedoet, kan je nooit winnen. Dat geldt in de sport en evengoed in de politiek.

In de afgelopen vier jaar deed het CDA in Brabant niet mee. Een periode waarin we in onze provincie veel zagen gebeuren waarvan we dachten: dat hadden wij graag anders gedaan.

We bleven trainen, voorbereiden, onszelf warmlopen. Om bij een wissel topfit te zijn. Door mee te doen, kan je zaken veranderen. Meters maken. Kansen creëren. Resultaten boeken. Want dáárvoor zitten we in de politiek: om iets te bereiken voor anderen.

‘Kiezen voor Kwaliteit’. Zo luidt de titel van het bestuursakkoord waarmee we na vandaag voor Brabant aan de slag gaan. ‘Kwaliteit’ kent verschillende definities. Het is niet absoluut en niet voor iedereen hetzelfde. Voor het CDA betekent kwaliteit: het beter doen en het samen doen. Voor de Brabanders van nu en de Brabanders van morgen. Van jong tot oud. Van stad tot platteland.

Voorzitter, in de afgelopen twee maanden hebben we met vijf partijen hard gewerkt. We hebben elkaar opnieuw leren kennen. Gesprekken gevoerd. Plannen gemaakt. Teamgeest gecreëerd. Gezocht naar wat ons bindt en naar wat Brabant vooruit helpt. En uiteindelijk hebben we elkaar gevonden en zijn we bereid om de uitdaging aan te gaan. Nu staan we aan de start. En niet met lege handen.

Want er ligt een mooi akkoord, waarmee het CDA, vanaf het middenveld, wil samenwerken met alle partijen in deze Staten. Met respect voor voor- én tegenstanders. En voor de spelregels die we samen afspreken.

Voorzitter, het CDA-verkiezingsprogramma laat zich samenvatten in drie speerpunten:

  1. het realisme terugbrengen in de Brabantse landbouw;
  2. de provincie voert behalve een economische óók een sociale agenda;
  3. veiligheid en leefbaarheid zijn provinciale verantwoordelijkheden.

Voorzitter, sinds de veehouderijbesluiten uit 2017 is de belangrijkste missie van het CDA het terugbrengen van het realisme in de Brabantse landbouw. Want wij voelen de pijn. Daarom wilden we dat de besluiten uit 2017 zouden worden herzien, opnieuw tegen het licht gehouden. Dat is gelukt en het bestuursakkoord bevat verzachtende maatregelen die de afgelopen twee jaar onbespreekbaar waren: maatwerk, uitstel en extra ondersteuning. Hier gaat een deur open die tot voor kort potdicht zat. En zonder ons waarschijnlijk was dicht gebleven.

Tegelijkertijd beseffen we ons dat deze maatregelen de tijd niet terugdraaien, de pijn niet wegnemen, en bepaalde keuzes niet ongedaan maken. En dus hebben we de komende jaren werk te doen. Onze wensenlijst voor de Brabantse landbouw was langer dan de landbouwparagraaf in dit bestuursakkoord. Vandaag is een begin, en niet het einde.

Voorzitter, behalve het bestuursakkoord presenteren we vandaag ook de Brabantse selectie voor de periode 2019-2023. En het CDA mag daaraan met twee van zijn beste spelers bijdragen. Allebei ervaren, goed getraind, en vol ambitie. Marianne van der Sloot en Renze Bergsma mogen aan de slag met echte CDA-thema’s, zoals samenleving, leefbaarheid, cultuur, sport en veiligheid. Daar zijn we trots op.

De gedeputeerde Samenleving, Cultuur en Erfgoed gaat straks over leefbaarheid, het ‘blijfklimaat’ in stad en dorp. Met ín die steden en dorpen meer ruimte voor nieuwe woonvormen. Samen met de Brabantse sportclubs willen we een Brabants Sportakkoord sluiten. Er komt meer aandacht voor cultuureducatie en amateurkunst, speciaal bij jongeren. Kortom, een sociale agenda. Omdat onze samenleving méér is dan een winst- en verliesrekening. Geen optelsom van cijfers, maar een verzameling van mensen.

De portefeuille van de nieuwe gedeputeerde Veiligheid is veelomvattend: drugscriminaliteit, ondermijning van overheid en samenleving, verkeers(on)veiligheid, verpaupering in het buitengebied en op vakantieparken vragen, nee schreeuwen, om actie en regie van de provincie. En gelukkig: hij gaat óók over Bestuur, waaronder herindelingen. Geen herhaling van Nuenen.

Voorzitter, ik rond af. Als je niet meedoet, kan je nooit winnen. En daarom zet het CDA zijn handtekening onder dit bestuursakkoord.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon bestuursakkoord 2019-2023 (14 juni 2019)

Video: presentatie Brabants bestuursakkoord 07/06

Op 7 juni jl. presenteerden coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA het Brabantse bestuursakkoord 2019-2023 getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’.

In opdracht van CDA Brabant maakte 2R Development onderstaande video. Door op de video te klikken, gaat deze afspelen.

Veel CDA in Brabants bestuursakkoord

Vandaag presenteren coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA het bestuursakkoord 2019-2023 getiteld ‘Kiezen voor Kwaliteit’. Het CDA is verheugd om in het akkoord veel van het eigen verkiezingsprogramma terug te zien.

Zo krijgt Brabant via de portefeuille van beoogd CDA-gedeputeerde Marianne van der Sloot weer een sociale agenda, gevuld met plannen en projecten op het gebied van leefbaarheid, cultuur, erfgoed en sport. Hierbinnen zijn bijv. versterking van het ‘blijfklimaat’ in wijken en dorpen, initiatieven gericht op o.a. vitale ouderen, cultuureducatie voor jongeren, voortzetting van de financiële steun aan de Philharmonie Zuidnederland en een Brabants Sportakkoord herkenbare CDA-thema’s.

Met het ‘Actieplan arbeidsmarkt’ komt de provincie tegemoet aan een oproep die in het CDA in de Brabantse Staten herhaaldelijk heeft gedaan: een plan om met bedrijven en onderwijsinstellingen de personeelstekorten in o.a. de zorg, bouw en techniek te lijf gaan. Om te voorkomen dat familiebedrijven en het mkb straks met lege of zelfs zonder handen staan.

Goed nieuws voor de inwoners van Brainport en dé doorbraak waar het CDA zich al jaren hard voor maakt: de provincie laat nog één keer alle opties voor verbetering van de bereikbaarheid van Eindhoven op een rijtje zetten en wil in 2020 een besluit nemen over een oplossing voor de bereikbaarheid van de regio Eindhoven. Eindelijk!

De provincie herziet de veehouderijbesluiten uit 2017, waardoor specifieke groepen boeren méér tijd krijgen om aan de doelstellingen te voldoen. Het betreft melkveehouders met stro(oisel)stallen, houders van vlees- en fokstieren, houders van geiten, houders van varkens en vleeskalveren en bedrijven die per 1 januari 2022 en per 1 januari 2024 stoppen. Ook neemt de provincie aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen, bijvoorbeeld met maatregelen ter bevordering van nieuwe stalsystemen en de introductie van een pachtsysteem om de hoge koop-/pachtprijzen voor melkveehouders aan te pakken.

In de veiligheidsportefeuille van beoogd CDA-gedeputeerde Renze Bergsma komen alle speerpunten van het CDA t.a.v. veiligheid terug: bestrijding van de drugsindustrie, maatregelen tegen ondermijning op het platteland, aanpak van de verloedering van recreatieparken, en daling van het aantal verkeersslachtoffers. Veiligheid als nieuwe portefeuille, met een eigen gedeputeerde en een eigen budget, moet zorgen voor een nog doeltreffender veiligheidsbeleid.

Het CDA is tegen herindelingen van bovenaf, d.w.z. dat de provincie gemeenten dwingt om te fuseren. Wat het CDA betreft gaan gemeentes alleen samen, als de inwoners van die gemeenten dat zelf willen. Draagvlak voor een herindeling weegt dus zwaar, net als in de nieuwe herindelingsregels van het ministerie van Binnenlandse Zaken waarbij de provincie gaat aansluiten. De kans op een herhaling van het herindelingsdrama in Nuenen is daarmee een stuk kleiner geworden. Daar is het CDA blij mee.

Met dit bestuursakkoord kan het CDA niet alleen een belangrijk deel van zijn verkiezingsprogramma realiseren, maar Brabant ook van richting veranderen. Goed beleid wordt voortgezet, maar voor ineffectieve, averechtse maatregelen komen nieuwe plannen in de plaats.

Statenlid Ankie de Hoon, die Van der Sloot opvolgt als fractievoorzitter van de achthoofdige CDA-fractie: “Na vier jaar oppositie staat het CDA op het punt weer te gaan meebesturen in Brabant. Met twee gedeputeerden en acht Statenleden drukken we een stevige stempel op het provinciaal beleid. In een coalitie van partijen die ons als CDA in staat stelt de toekomst van Brabant mee vorm te geven. Want wil je iets voor Brabant betekenen, dan moet je bereid zijn om mee te doen, samen te werken en compromissen te sluiten. Door mee te doen, kan je zaken voor elkaar krijgen. Dát was onze redenering na de uitnodiging van de informateur. Het argument om ja te zeggen. En de drijfveer achter onze inzet voor dit bestuursakkoord.”

Over het bestuursakkoord hebben de vijf partijen in de afgelopen weken onderhandeld o.l.v. formateurs Huub Dekkers en Mariëtte Pennarts. Aan die formatie- ging een informatieperiode vooraf, waarin informateur Helmi Huijbregts-Schiedon in diverse gespreksrondes verkende welke van de twaalf partijen in Provinciale Staten met elkaar zouden kunnen samenwerken.

In het bestuursakkoord hebben de partijen per Brabants thema opgeschreven wat zij in de komende jaren willen bereiken. Met deze plannen gaat het nieuwe provinciebestuur vervolgens aan de slag. Hoeveel geld hiervoor beschikbaar komt, besluiten Provinciale Staten, het provincieparlement, bij de begrotingsbehandeling in november.

Voor de uitvoering is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk. Van de zeven gedeputeerden zijn er twee van het CDA. Van der Sloot wordt gedeputeerde Samenleving, Cultuur & Erfgoed en Bergsma gedeputeerde Veiligheid, Bestuur & Organisatie. “Echte CDA-portefeuilles”, aldus De Hoon. “Met Marianne krijgt Brabant, naast een economische, weer een echte sociale agenda. Renzes portefeuille is nieuw, er helemaal op ingericht om de strijd tegen de Brabantse onderwereld te intensiveren, de ondermijning in het buitengebied tegen te gaan, en de verkeersveiligheid te vergroten.” Van der Sloot, Bergsma en hun vijf collega’s van VVD, D66, GroenLinks en PvdA worden op 14 juni a.s. benoemd.

Het bestuursakkoord is te vinden onder de volgende link: https://www.brabant.nl/-/media/d6dcd12ed3ff4e45b9f5ffddf8474f78.pdf.

CDA: “Realisme komt terug in Brabantse landbouw”

Dankzij een herziening van de veehouderijbesluiten uit 2017 komt het realisme terug in de Brabantse landbouw. De herziening maakt deel uit van het bestuursakkoord 2019-2023, dat coalitiepartijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA vandaag presenteren. In de nieuwe plannen krijgen specifieke groepen boeren méér tijd om aan de doelstellingen uit de veehouderijbesluiten te voldoen. Ook neemt de provincie aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen.

Dat de provincie de veehouderijbesluiten uit 2017 opnieuw tegen het licht zou houden, was een belangrijke wens uit het CDA-verkiezingsprogramma en een stap die in de afgelopen twee jaar, onder het oude provinciebestuur, onmogelijk was. Met de herziening stapt het provinciebestuur af van generiek beleid dat voor alle boeren hetzelfde is en wordt maatwerk mogelijk. Precies wat het CDA wil, omdat de situatie op ieder erf in elk gezin anders is.

Kern van de besluiten uit 2017 is het vervroegen van de deadlines waarop boeren aan nieuwe milieueisen moeten voldoen: van 2028 naar 2022. Het CDA stemde hiertegen, omdat het de besluiten onrealistisch en oneerlijk vindt. Zo moeten boeren onverwachts hoge, extra investeringen doen én zijn de vereiste stalsystemen nog niet beschikbaar. Mede hierom pleitte het CDA er in de verkiezingscampagne voor de besluiten te herzien en onrealistische onderdelen eruit te halen.

Die belofte lost de partij nu in, want het CDA heeft ter aanvulling op de landbouwparagraaf in het bestuursakkoord het volgende kunnen bereiken (zie pag. 35 van het bestuursakkoord):

  • Melkveehouders met stro(oisel)stallen krijgen, onder voorwaarden, twee jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van vlees- en fokstieren krijgen, onder voorwaarden, één jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van geiten krijgen, onder voorwaarden, één jaar uitstel van de data uit de Verordening natuurbescherming.
  • Houders van varkens en vleeskalveren die kiezen voor brongerichte technieken krijgen, onder voorwaarden, een half jaar uitstel voor het indienen van een vergunbare aanvraag.
  • Bedrijven die per 1 januari 2022 willen stoppen, hoeven, onder voorwaarden, géén nieuwe vergunning aan te vragen.
  • Bedrijven die per uiterlijk 1 januari 2024 stoppen, hoeven, onder aanvullende voorwaarden, géén vergunning aan te vragen.
  • Bevordering van de toepassing van nieuwe stalsystemen door het sneller toekennen van ‘voorlopige emissiefactoren’ en het gebruik van kansrijke innovaties door het sluiten van ‘Green Deals’ (afspraken tussen de overheid en andere partijen).
  • Ondersteuning van varkenshouders die willen stoppen om dat op een ‘warme’ manier te doen. ‘Warm’ wil zeggen dat zij financieel worden gecompenseerd, o.a. door gerichtere inzet van de bestaande Ruimte voor Ruimte-regeling.
  • Introductie van een pachtsysteem om de hoge koop-/pachtprijzen voor melkveehouders aan te pakken, zodat zij straks minder geld kwijt zijn aan het pachten van grond en meer geld overhouden om te investeren in hun bedrijf.
  • De melkveehouderij blijft uitgezonderd van de zgn. ‘stalderingsregeling’, d.w.z. de verplichting om meer m2 oude stallen te slopen dan dat er m2 nieuwe stallen bijkomen.
  • De provincie verlaagt de zgn. ‘stalderingswaarde’ bij herbestemming: voor 10 m2 nieuw te ontwikkelen stal moet 12-14 m2 vrijkomende stal worden herbestemd.
  • Zolang met de maatregelen uit de besluiten t.a.v. de ‘Versnelling Transitie Veehouderij’ het voorgenomen doel t.a.v. de stikstofuitstoot wordt bereikt, legt de provincie geen extra maatregelen op (tenzij het Rijk, Europa of de rechter dat verplicht).

Marianne van der Sloot, lijsttrekker en beoogd gedeputeerde namens het CDA: “Dankzij het CDA gaat een deur open, die de afgelopen jaren potdicht heeft gezeten. Want in de Brabantse landbouw wordt maatwerk mogelijk. Bepaalde groepen boeren krijgen méér tijd om aan de doelstellingen uit het veehouderijbesluit te voldoen. En we nemen aanvullende maatregelen om Brabantse boeren te ondersteunen. Met dit pakket verlichten we hun situatie en verbeteren we hun toekomstperspectief. Zowel voor boeren die willen stoppen als voor boeren die hun bedrijf willen voortzetten. En op wie het CDA trots is en heel zuinig wil zijn. Ook dat zit in dit bestuursakkoord.”

De landbouwparagraaf van het bestuursakkoord bevat verschillende ambities voor de agrarische sector, zoals kringlooplandbouw, een gezonde bodem, het stimuleren van innovaties en aandacht voor dierenwelzijn. Stuk voor stuk doelstellingen die het CDA van harte kan onderschrijven. Ook het streven naar mestbewerking op logische locaties, (dicht)bij de boer of op een industrieterrein (met een saneringsplicht na afloop van de vergunningsperiode), is in lijn met het CDA-verkiezingsprogramma.

Ankie de Hoon, Statenlid en beoogd fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie: “Vandaag kunnen we zeggen dat een dichte deur is opengegaan. Nog niet wagenwijd, maar voldoende om weer wat zonlicht naar binnen te kunnen doen vallen. Dat was lang geleden. En we hebben twee van onze beste mensen, beoogd gedeputeerden Marianne van der Sloot en Renze Bergsma, als ‘poortwachters’ bij die deur kunnen neerzetten. Zij zullen er de komende vier jaar alles aan doen om die deur waar mogelijk nog verder open te zetten. Ook dat is de grote winst die het CDA boekt met de landbouwparagraaf in dit bestuursakkoord. Een dichte deur gaat open, het boerenverstand is terug in het college.”

Opinie Ankie de Hoon – ‘Bereikbaarheid Brainport: het hele verhaal’

Opinie van Statenlid Ankie de Hoon, woordvoerder verkeer & vervoer namens CDA Brabant.

‘Bestuurlijke durf voor bereikbaar Brainport’

De bereikbaarheid van Brabant is een van de grootste thema’s van de verkiezingen op 20 maart. Hoe houden we dorpskernen en binnensteden leef- en bereikbaar? Hoe zorgen we voor goede verbindingen naar onze familiebedrijven? Hoe verleiden we ondernemers van buiten onze provincie om zich in Brabant te vestigen, “omdat je hier zo gemakkelijk kunt komen”? En hoe zorgen we ervoor dat al die nieuwe woonwijken die we willen bouwen straks goed toegankelijk zijn voor starters, gezinnen en senioren? Het zijn deze grote vragen die de Brabanders bezighouden.

En bij grote vragen horen grote antwoorden. Met ‘klein bier’, hoe lekker ook, kom je er niet. Wie door Brabant rijdt, ervaart het zelf. ‘Even’ van Eindhoven naar Helmond, een ritje van 18 kilometer, kost je bij slecht weer al gauw anderhalf uur. De regio Eindhoven, ‘Brainport’, is de slimste regio en tegelijkertijd een van de grootste verkeersknelpunten van Nederland. Met dagelijks files, ongevallen en sluipverkeer. Wat kunnen we daartegen doen? In de Volkskrant van 4 maart jl. gaf de verantwoordelijke provinciebestuurder, gedeputeerde Van der Maat (VVD), zijn visie. Wij vullen die graag aan, om het verhaal eerlijk en compleet te maken.

Laten we bij het begin beginnen. Er was eens een bereikbaarheidsprobleem dat al tientallen jaren speelde. Met meer dan 7 miljoen euro aan onderzoeken. In 2014 lag er eindelijk een plan, was er geld (maar liefst 271 euro miljoen euro) én bestuurlijke durf om iets te gaan doen. Maar voor dat plan, de aanleg van een zgn. ‘Noordoostcorridor’, bleek in de regio geen draagvlak. En dus ging het van tafel.

Toch was daarmee de hoop op een alternatieve oplossing niet verdwenen. Een jaar later, in 2015, zouden er immers verkiezingen zijn voor een nieuw provinciebestuur. Nieuwe ronde, nieuwe mensen, nieuwe kansen. Met 1.777 stemmen verschil werd de VVD de grootste partij in Brabant. Het CDA moest genoegen nemen met zilver. Desondanks waren we niet somber. Het geld voor Eindhoven lag immers nog steeds te wachten op een goed, gedragen plan. En op bestuurlijke durf. Hoopten we althans. Helaas, het liep anders.

Want nog maar kort na de verkiezingen spatte onze droom voor een bereikbaar Brainport uiteen. Schakend op twee borden koos de VVD ervoor om een deal te sluiten met de SP en twee andere partijen: ‘links’ mocht vier jaar losgaan op milieu, de VVD op industrie. En de bereikbaarheid van Eindhoven? Daar zouden deze vier partijen het dan deze periode niet over hebben. De verkeersparagraaf in het Brabantse ‘regeerakkoord’ ging over fietspaden, rotondes en ‘smart mobility’. Echte oplossingen voor de bereikbaarheid van Eindhoven, of voor het ‘prehistorische’ knooppunt Hooipolder, stonden er niet in. En hoewel je fietsend tegenwoordig best een eind kan komen, laten duizenden kratjes bier uit Lieshout zich niet verplaatsen per fiets.

Had uitbreiding van het openbaar vervoer een optie kunnen zijn? Altijd een goed idee. Maar ook dat is niet genoeg. Zelfs als we het openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk, betaalbaar en overzichtelijk maken, blijven de files. En die kunnen we alleen oplossen door nieuwe wegen aan te leggen of bestaande wegen te verbreden. Hoe dan ook: met meer asfalt.

Maar extra asfalt kost geld. Van de 271 miljoen euro die was gereserveerd voor bereikbaarheidsoplossing voor Eindhoven, verdampte in het eerste jaar ná het aantreden van het nieuwe college al 90 miljoen. Een derde van het totaalbedrag. En kort daarna ging ook de rest van het geld verloren aan ‘alternatieve’ projecten waarover we nooit meer iets hoorden. Omdat er voor Eindhoven maar geen plan, geen oplossingsrichting kwam. De in het Brabantse regeerakkoord beloofde ‘beweging in Brabant’ bleef uit. Pas nu, vlak voor de verkiezingen, meldt de gedeputeerde, inmiddels lijsttrekker, zich weer met interviews in verschillende media. Met aan betrokken gemeenten de boodschap dat hij alleen wil weten wat zij wél willen, niet wat ze niet willen. Niet echt daadkrachtig, als je weet dat vorige plannen strandden wegens te weinig draagvlak.

In de afgelopen vier jaar was er alle tijd om met een oplossing te komen. Met de regio om de tafel gaan. Scenario’s laten onderzoeken. De voorstellen van andere partijen oppakken. (Voor)financiering regelen. Draagvlak creëren. Een koers bepalen. Toch gebeurde er niets. Waarom niet? Mocht het misschien niet in het college met ‘links’? Waar een wil is, is een weg. Waar geen wil is, komt geen weg. Dat is gebleken.

Want wat kan wel? Verbreding van de Kennedylaan en de Eisenhowerlaan in Eindhoven, aanleg van een Oostelijke Randweg om Nuenen, van de provinciale weg N279 een ongelijkvloerse weg maken met 2×2 rijstroken, aanleg van een nieuwe weg die de N279 bij Aarle-Rixtel verbindt met de A50 bij Son, verbreding van de A50 bij Ekkersrijt, verbreding van de A67 en aanleg van een station Eindhoven Airport.

Voor dit wensenlijstje zijn draagvlak, geld en bestuurlijke durf nodig. Met alle drie had in de afgelopen vier jaar kunnen worden begonnen. Maar aan alle drie heeft het die periode ontbroken. Wat Brainport wél kreeg, was meer ergernis, meer overlast en meer economische schade.

Na 20 maart doet zich opnieuw een kans voor om de bereikbaarheid van de regio Eindhoven structureel te verbeteren. Volgens de gedeputeerde komt er weer geld aan, zo lezen wij in de krant. Dat is goed nieuws. Nu nog het draagvlak en de bestuurlijke durf. Het CDA levert die graag. Zuidoost-Brabant verdient het.

Staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) op campagnebezoek in Brabant

Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (CDA) brengt op zaterdag 9 maart a.s. een campagnebezoek aan Brabant. De staatssecretaris gaat naar Den Bosch, Veghel en Uden en neemt deel aan diverse activiteiten in het kader van de verkiezingen voor een nieuw provinciebestuur, die over twee weken plaatsvinden.

Belangrijke verkiezingsthema’s in Brabant zijn o.a. de economie en de leefbaarheid in steden en dorpen, twee onderwerpen waarmee ook de staatssecretaris zich in Den Haag bezighoudt. Zo presenteerde zij afgelopen zomer een actieplan ter versterking van het midden- en kleinbedrijf en stelde voor deze kabinetsperiode 200 miljoen euro beschikbaar om dit sterker, efficiënter en productiever te maken. Dit geld komt ook in Brabant terecht, waar familiebedrijven en het midden- en kleinbedrijf voor de meeste werkgelegenheid zorgen.

Met deze extra aandacht voor het midden- en kleinbedrijf wil Mona Keijzer o.m. winkelgebieden in steden en dorpen vitaal houden. De leefbaarheid in binnensteden en dorpskernen is ook een belangrijk verkiezingspunt van het CDA Brabant, dat vindt dat de provincie daarin een taak en verantwoordelijkheid heeft. Niet alleen als het gaat om het bevorderen van voldoende winkelaanbod, maar ook om te zorgen voor een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer, het bouwen van genoeg woningen voor starters, gezinnen en senioren én het vergroten van de verkeersveiligheid.

Het programma van de staatssecretaris begint om 11.15 uur op de Markt in Den Bosch, waar ook de Brabantse CDA-lijsttrekker Marianne van der Sloot, Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg en Eerste Kamerlid Ton Rombouts aanwezig zijn. Tussen 12.30 uur en 13.30 uur is Mona Keijzer in Veghel voor een bezoek aan de Jumbo Foodmarkt met verschillende CDA’ers uit de regio. Onder hen Erpenaar Coen Hendriks, die op plaats 8 van de provinciale CDA-lijst staat. Vanaf 14.30 uur doet de staatssecretaris samen met Tweede Kamerlid Erik Ronnes Uden aan voor een ontmoeting met het winkelend publiek en een kennismaking met plaatselijke ondernemers. Om 16.00 uur is het bezoek afgelopen.

Marianne van der Sloot, lijsttrekker CDA Brabant: “Wij zijn blij met de komst van Mona Keijzer naar onze mooie provincie Brabant. Als staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat is zij verantwoordelijk voor belangrijke onderwerpen als het midden- en kleinbedrijf, het ondernemersbeleid en innovatie. We nemen haar graag mee door onze provincie, langs de mensen die de Brabantse economie draaiende houden: de ondernemers achter het midden- en kleinbedrijf en achter die vele familiebedrijven. Zij zorgen voor werk en hebben vaak ook een maatschappelijke functie. Bijvoorbeeld omdat ze sportclubs, lokale evenementen en buurtactiviteiten sponsoren. Of zorgen voor stageplaatsen. Als CDA zijn we trots op deze mensen. En natuurlijk ook op onze staatssecretaris die zich voor hen inzet.”

Schriftelijke vragen over OV 2040 – Houdt links van Breda de wereld op?

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 2040: houdt links van Breda de wereld op?

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over OV 2040.

Geacht college,

Onlangs stuurde staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer een brief over het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 20401. Wat opvalt in deze visie op het openbaar vervoer van de toekomst, is dat vooral de economische kernregio’s in Nederland snellere en betere openbaar vervoersverbindingen krijgen. En dat een regio als West-Brabant het nakijken heeft.

Want wie in Bergen op Zoom woont en in Tilburg studeert, hoeft in de visie van de staatssecretaris niet te rekenen op sneller en beter openbaar vervoer. En werk je in Roosendaal maar woon je in Den Bosch, dan ben je eveneens slecht af. Net als je collega die op en neer reist tussen Zeeland en West- of Midden-Brabant v.v.

Het CDA maakt zich zorgen over deze eenzijdige focus op de Randstad en het negeren van een regio waar meer dan 700.000 mensen wonen. De indruk ontstaat dat de Brabantse verkeersgedeputeerde, onze belangrijkste ambassadeur en lobbyist in Den Haag, die zelf in Breda woont, met zijn neus naar Den Bosch kijkt en met de rug naar West-Brabant staat. Alsof links van Breda de wereld ophoudt…

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Hoe is Brabant betrokken bij de totstandkoming van de visie Toekomstbeeld OV 2040?
  2. Wat is de Brabantse inbreng geweest?
  3. In hoeverre is meegenomen dat een betere OV-verbinding tussen de regio(‘s) en de Randstad kan bijdragen aan een oplossing voor andere vraagstukken van de Rijksoverheid (zoals werkgelegenheid en het woningtekort)?
  4. Is er contact (geweest) met de provincie Zeeland, waar de situatie en belangen deels vergelijkbaar zijn met die in Brabant?
  5. Bent u het met het CDA eens dat de stations Bergen op Zoom en Roosendaal belangrijke schakels zijn richting de provincie Zeeland, richting de metropoolregio’s en richting Midden- en Oost-Brabant? Indien ja, vindt u met ons dat er meer aandacht moet komen voor o.a. de treinverbinding tussen West-Brabant en Zeeland, tussen West-Brabant en de Randstad en tussen West-Brabant en Midden- en Oost-Brabant?
  6. Deelt u de mening van het CDA dat een treinverbinding zonder overstappen of aansluitend overstappen én het vaker laten rijden van treinen via station Bergen op Zoom en vanaf station Roosendaal naar de Randstad én naar Tilburg en Den Bosch bijdraagt aan het verbeteren van de verbinding tussen West-Brabant/Zeeland, de Randstad en Midden- en West-Brabant?
  7. Willen de Rijksoverheid, de Nederlandse Spoorwegen en ProRail mee in de noodzakelijke verbetering van de verbinding van Brabant met Zeeland, met de Randstad en met Midden- en Oost-Brabant?
  8. Bent u bereid Provinciale Staten op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in de Tweede Kamer omtrent het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer en evt. investeringen in dit verband die voor Brabant van belang zijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 Zie https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/02/06/toekomstbeeld-openbaar-vervoer/toekomstbeeld-openbaar-vervoer.pdf.

Tweede Sint-Janslezing – Inleiding door Stijn Steenbakkers

Op 15 februari jl. verzorgde Stijn Steenbakkers, oud-Statenlid en thans wethouder voor het CDA in de gemeente Eindhoven, de inleiding voor de Tweede Sint-Janslezing in de Sint-Janskathedraal te ‘s-Hertogenbosch. Zijn spreektekst is hieronder te vinden.

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Wethouder Gemeente Eindhoven
Tweede Sint-Janslezing
(15-02-2019)

Inleiding

Monseigneur, Dames en Heren,

De verkiezing van Trump, de protesten van de gele hesjes in Frankrijk, en het rapport van onze eigen Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onder de titel De val van de middenklasse?.

We leven in een bijzondere tijd. Ik vind het een eer dat u mij juist in deze tijd heeft gevraagd om te spreken over mijn visie op onze economie en samenleving. Monseigneur, dank voor de uitnodiging!

Ik zal gedurende deze lezing schakelen tussen de ontwikkelingen op een meer macroniveau en op het Brabantse niveau, meer specifiek Zuidoost-Brabant. Waar ik als wethouder Economie & Brainport van de stad Eindhoven de economische ontwikkelingen in (Zuidoost-)Brabant nauwgezet volg. In deze lezing geef ik u vanuit mijn persoonlijke kant enkele diepere bespiegelingen over de uitdagingen in onze economie en samenleving die ik op dit moment zie, en probeer daarbij ook meteen een begin van een perspectief te schetsen. Ik doe dit op basis van wat op mijn hart ligt n.a.v. artikelen, boeken die ik heb gelezen, ervaringen en gesprekken die ik in de afgelopen jaren heb gehad. In het besef dat dit verre van volledig is.

15 februari is in economisch opzicht een bijzondere dag. In de wereldgeschiedenis vonden er enkele fundamentele omwentelingen plaats.

  • 15 februari 1864 is de oprichtingsdag van misschien wel het bekendste bedrijf van het Koninkrijk der Nederlanden. Op die dag in 1864 kocht de toen 22-jarige Gerard Adriaan Heineken namelijk brouwerij ‘De Hooiberg’ in Amsterdam. Een omwenteling. Het begin van de firma Heineken. Nu zijn we hier in Brabant gelukkig gezegend met een ander heerlijk biermerk, gemaakt door een fantastisch Brabants familiebedrijf, maar toch: een Nederland zonder Heineken, zegt zelfs deze Brabander, zou een gemis zijn.
  • Exact 72 jaar later, op 15 februari 1936, vond een andere economische omwenteling plaats op Europees niveau. In Duitsland, dat destijds gebukt ging onder een verschrikkelijk bewind, vond de opening van de eerste fabriek van Volkswagen plaats. Ik heb getwijfeld of ik deze gebeurtenis moest noemen, juist vanwege die donkere kant die er ook onlosmakelijk mee verbonden is. Tegelijkertijd heeft het beschikbaar komen van een auto voor de gewone man onze economie in de 20e eeuw structureel veranderd.
  • En nog maar 14 jaar geleden, op 15 februari 2005, weer zo’n economische omwenteling, maar dan op wereldniveau. De oprichtingsdag van YouTube. Een compleet nieuwe sector, waardoor bestaande industrieën, zoals de muziekindustrie, structureel werden veranderd

Centrale boodschap

En nu is het weer 15 februari, 15 februari 2019.

  • In Amerika is de ‘American Dream’ op veel plekken vervangen door de ‘Fear of Falling’. De angst om te verliezen wat verworven leek. De opkomst van het gevoel dat harder werken niet altijd leidt tot een beter bestaan. Voor de Verenigde Staten is dit gevoel ook een omwenteling.
  • In Frankrijk lopen al maandenlang grote groepen mensen in gele hesjes. Zij protesteren tegen de overheid en willen verandering, het beter krijgen. Ook zij willen een omwenteling.
  • In ons eigen land, zo vertelde minister Hoekstra recent, vindt 85% van de mensen dat het hen economisch goed gaat, maar nog maar 35% denkt dat hun kinderen het financieel beter gaan krijgen dan zijzelf. Nog nooit was deze kloof zo groot, ook een omwenteling.

Allemaal fundamentele ontwikkelingen. Ondertussen worstelen overheden met het vinden van passende en hedendaagse antwoorden. Ook de vrije markt heeft absoluut geen kant en klare oplossing. Zowel markt als overheid zijn naar mijn idee, om het maar economisch te benoemen, in een zekere zin failliet. Zij kunnen dit niet alleen in de bestaande structuren oplossen.

Daarom geloof ik dat we vandaag de dag wéér een omwenteling nodig hebben. Een andere omwenteling. Een meer fundamentele. Eén in de structuur. Volledig beseffend dat ook mijn perspectief niet alomvattend is en slechts een deel van of aanzet tot de totaaloplossing. Maar ik geloof wel dat dit een begin van een perspectief is én dat we er mee moeten beginnen.

Ik pleit voor een fundamentele omwenteling door de informele kant van onze economie te versterken, met de ‘triple helix’ samenwerking als middel. De informele economie is alles wat niet tot de markt en tot de overheid behoort. De Italiaanse econoom Bruni gebruikt de term ‘civiele economie’. ‘Een economie’, zoals hij zegt, ‘waarin de intrinsieke waarde van intermenselijke relaties economisch wordt erkend’. Een economie is meer dan wat meetbaar is in geld.’ De triple helix samenwerking – de samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs verenigd in een onafhankelijk orgaan waar de hoofdlijnen van het economisch beleid gezamenlijk in gedragenheid worden bepaald – is hier naar mijn idee een perfect hedendaags voorbeeld van. Alle partijen zetten zich daar vrijwillig in, in onderlinge afhankelijkheid, voor het groter belang en de bredere economische en maatschappelijke ontwikkeling.

Deze triple helix samenwerking zou naar mijn idee op alle niveaus gestalte kunnen krijgen: op lokaal, regionaal, nationaal en wellicht zelfs Europees niveau. Waarbij ik ervoor pleit dat de centrale overheid dit in ieder geval stimuleert en ondersteunt op lokaal en regionaal niveau.

En Brabant kan hierbij met zijn historie en ervaringen in triple helix samenwerkingen zoals Brainport, AgriFood Capital en Midpoint een belangrijke rol vervullen.

De huidige economische situatie

Hoe kom ik hierop? Ik neem u mee in mijn diepere analyse.

Na de crisis van 2008 kennen we een fantastische economische groei in Nederland, over de laatste vier jaar gemiddeld meer dan 2,0% per jaar. De werkloosheid liep in de crisis flink op met als piek 7,4% in 2014, om vervolgens vanaf 2015 weer te dalen naar 4,9% eind 2017. Historisch gezien zeer laag.

Voor Brainport Eindhoven golden bijna Chinese economische groeicijfers. In 2017 4,9% groei, ver boven het landelijk gemiddelde. Met een werkloosheidspercentage van 4,2%, iets onder het landelijk gemiddelde. Op dit moment staan er alleen in de Brainport regio bijna 13.000 vacatures open die we niet zomaar krijgen ingevuld. Vaak in de high tech maakindustrie, op alle niveaus: wo, hbo en mbo. Dus zowel de knappe koppen als de gouden handjes.

We kunnen dus stellen dat het, op zijn Brabants gezegd, ‘keigoed’ gaat met onze economie. Niks meer aan doen. Strik eromheen en door. Toch?

Laat ik beginnen met te zeggen dat er natuurlijk veel dingen goed gaan in onze economie en samenleving, en dat we daar met elkaar echt trots op mogen zijn. Maar in de diepere lagen van onze economie en samenleving broeit en speelt er veel meer. En dit is breed in de westerse wereld. Ik had het er al over:

  • In Amerika de ‘Fear of Falling’.
  • In Frankrijk de gele hesjes.
  • In Nederland de zorgen om de financiële toekomst van onze kinderen.

Kim Putters, de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, verwoordde dit gevoel in Nederland naar mijn idee heel goed: ‘Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht’.

Analyse

Hoe komt het nu dat we zulke fundamentele vragen over de houdbaarheid van onze economie/samenleving hebben? Het is natuurlijk moeilijk om hier een eenduidig antwoord te geven en ik zal verre van volledig zijn, maar laat ik hierop mijn analyse en visie geven.

Caroline de Gruyter beschreef het in haar column in NRC, o.a. geïnspireerd op de Canadese hoogleraar Mintberg, laatst mooi: ’Stelt u zich een kruk op drie poten voor.’ Stevig en in balans op de grond. Historisch gezien kon je onze economie/samenleving zien als een kruk, met drie stevige poten: de markt, de overheid en de informele sector. Markt en overheid behoeven geen verdere uitleg. Tot de informele sector behoorden de vele verenigingen, kerken, clubjes, vakbonden, gilden, product- en bedrijfschappen, buurtgezelschappen en ga maar door. Juist in onze Brabantse economie/samenleving was deze informele sector zeer aanwezig. En nog steeds zien we dit aspect in Brabant sterk terug. Houdt u dit krukje nu even vast in uw gedachten en zie hoe twee historische ontwikkelingen begonnen te zagen aan twee van de krukpoten.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog ontstond op het politieke toneel een decennialange focus op de strijd tussen kapitalisme en communisme. In deze intensieve strijd tussen markt en overheid, tussen links en rechts, tussen individu en collectief is veel wat noch tot de markt noch tot de overheid behoort in de afgelopen decennia langzaam steeds meer in het politieke verdomhoekje geraakt. De informele sector. Het cement tussen markt en overheid. De sector die zowel overheid als markt kon temmen. Het belangrijkste verschil was dat in die informele sector men informeel sterk met elkaar verbonden en afhankelijk was. Men keek naar elkaar om, zorgde voor elkaar. Er golden informele regels die zowel voor de markt als voor de overheid onlogisch waren. De Italiaanse econoom Bruni zou zeggen dat intermenselijke relaties hier economisch werden gewaardeerd. Mensen deden dingen voor elkaar die niet mogelijk waren voor markt of overheid. Twee voorbeelden.

  1. Een voetbalvereniging die een nieuwe accommodatie nodig had in economische hoogtijdagen. Op de ‘markt’ kon het niet voor het geld dat ze hadden gereserveerd. Een aantal aannemers, die de club een warm hart toedroegen, ‘konden het wel’ uit liefde voor de club. Het enige wat ze wilden was het gereserveerde geld van de gemeente en dan regelden ze het allemaal zelf wel. In het verleden kon dit. Maar tegenwoordig is dit moeilijker. Veel is dichtgeregeld: aanbestedingsregels, procedures, welstandseisen, bestemmingsplannen etc. Terwijl wanneer dit wel zou kunnen de informele sector de markt ‘te slim af’ kan zijn.
  2. De bedrijfshal en het productiemateriaal van een ondernemer die zwaar waren beschadigd door een blikseminslag en wateroverlast. In plaats van te wachten op het verzekeringsgeld werd de ondernemer door concurrenten en andere bedrijven direct geholpen aan een nieuwe ruimte om te kunnen blijven produceren tot het gebouw werd gemaakt. Medewerkers en mensen uit de buurt werkten gratis mee aan de verhuizing. De overheid bood steun en keek actief mee hoe ze zo flexibel mogelijk met de regels kon omgaan in deze bijzondere situatie.

Allemaal voorbeelden van een informele sector en samenwerking tussen partijen waarvan er gelukkig nog steeds veel mooie voorbeelden in Brabant zijn. Maar door de voortdurende focus op markt-overheid, links-rechts, hebben we deze krukpoot in politieke zin wel verwaarloosd en wellicht onbewust beschadigd. ‘De economie’ werd meer van de andere twee actoren, van de markt en/of de overheid.

Deze machtsverhouding was in de meeste westerse samenlevingen, ook de Nederlandse, tot ca. twintig jaar geleden minder merkbaar. Waarom?

Hier komt Mintzberg met een interessante analyse. Er bestonden namelijk nog twee dominante marktordeningsideologieën: het communisme en het kapitalisme. Zij vochten op het wereldtoneel om dominantie. Hoewel in de meeste westerse landen het kapitalisme, de markt, op meer aanhang kon rekenen bestond er óók in westerse landen een grote groep aanhangers van het communisme. Door de aanwezigheid van een sterke andere ideologie, in dit geval het communisme, werd het kapitalisme, de markt, getemd. En feitelijk werd de rol van de overheid hierdoor versterkt. De scherpe randjes gingen zo van het kapitalistische systeem af. Maar toen het communisme wereldwijd langzaam aftakelde, met uiteindelijk de val van de Muur, veranderde dit. Het kapitalisme had ‘gewonnen’ en geen concurrentie meer. En toen ging ‘de markt’ los…

  • Met een onuitputtelijk geloof in deregulering, een blind vertrouwen in de vrije markt en het heilige geloof in groei, ‘no matter what’, evolueerden onze economie en samenleving tot wat zij nu zijn.
  • De dominantie van de markt. Waarbij de overheid de markt niet of nauwelijks meer kan temmen.
  • Het is schokkend, maar in veel landen is de markt nu even machtig als de staat destijds in het Oostblok was.
  • En dit systeem loopt, naar mijn idee, tegen zijn grenzen aan.

Oordeel

En nu weer terug naar het krukje van De Gruyter. Er zitten nog steeds drie poten onder. De krukpoot van de markt staat fier overeind, maar bij de andere twee zitten stevige scheuren. Het evenwicht is zoek.

Mensen glijden van het krukje af. Glijden uit onze economie/samenleving. Voelen zich er geen onderdeel meer van. Voelen zich, soms, machteloos.

Het is naar mijn overtuiging dit effect, deze ontwikkeling, die leidt tot de fundamentele bestaanszekerheidsvragen.

Dit zijn de gele hesjes. De economie, de samenleving. Ze voelen zich er geen onderdeel meer van. Sommige voelen zich machteloos. Het staat ver weg.

Dit is ook te zien in de betekenis van het woord ‘economie’ nu. Lees het nieuws met het woord economie erin: het gaat over financiële markten, rentes, winsten etc. In de Dikke van Dale staat letterlijk:

  1. De wetenschap die het menselijk streven naar welvaart tot voorwerp heeft.
  2. Het geheel van financiële voorzieningen, de handel en industrie van een land.

Deze definitie staat ver weg van mensen. Er is behoefte aan meer geborgenheid, aan een economie waar mensen zich meer nadrukkelijk onderdeel van voelen. Is de markt dan slecht? Nee, zeker niet. We hebben de markt hard nodig. Maar de markt is nu wel heel dominant geworden.

Zoals ik al in mijn inleiding en bij mijn centrale boodschap heb gezegd, denk ik dat fundamentele versterking van de informele economie via de triple helix samenwerking bij economisch beleid kan bijdragen aan een oplossing. Waarom zeg ik dit en wat heeft mij hierbij geïnspireerd?

Inspiratie: leren uit het verleden

Wat is economie? De oorsprong: humanisme en katholicisme

Zijn er bij het zoeken naar een oplossing inspiratiebronnen? Ongetwijfeld zijn er in vele overtuigingen/religies heel mooie inspiratiebronnen te vinden. Ook hier wil ik zeker niet de schijn wekken volledig te zijn. Maar voor mij zijn er twee die eruit springen: het humanisme en het katholicisme.

Het humanisme. Tijdens mijn middelbareschooltijd op Bernrode, hier in de buurt in Heeswijk-Dinther, leerden we dat het Griekse woord ‘oikos’ huis betekende. Dit stond overigens soms op de muren in de ‘chambretjes’ gekrast. Wellicht omdat de studenten van die tijd wel eens heimwee hadden? Klopt dit Monseigneur? En daarna leerden we dat dit eigenlijk het basiswoord was voor ‘oikonomia’, het equivalent van economie nu. ‘Oikonomia’ bestaat uit de Griekse woorden ‘oikos’ (huis) en ‘nomos’ (wet/regel). In het Grieks betekende ‘oikonomia’, economie, dus niets meer of minder dan huishoudkunde. Bij de Grieken had het woord economie dus een zeer kleinschalige en dichtbije betekenis.

Dit strookt ook met wat we zien in de deugdenethiek van Aristoteles uit die tijd. Hij verstond onder oikonomia ‘alles wat nodig is om je doel/de praxis te verwezenlijken’. Het streven naar sec meer welvaart of geld, puur als doel, zou Aristoteles dus sterk afkeuren. Omdat hierin de praxis, het doel, niet meer centraal zou staan.

Ook het katholieke denken biedt inspiratie. Het woord ‘oikonomia’ wordt hier gebruikt in het Nieuwe Testament (Lucas 16:2-4), waar het werd vertaald als ‘beheer’ of ‘rentmeesterschap’. Het gaat hier om een zorgvuldig beheer van een goed of dienst, maar ook van je omgeving/de wereld.

Dit begrip van economie is verder uitgewerkt in het katholieke sociale denken door de jaren heen. Van het ‘Rerum Novarum’ (1891) tot het ‘Laudato Si’ (2015). Dit denken zegt dat mensen/partijen het met elkaar moeten doen en dat ze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De mensen die rijk zijn, zowel qua bezit of geest, dus ook als je bovenmatige intellectuele capaciteiten hebt, zijn verplicht deze ‘overvloed’ te delen met hun medemensen. Je mag dus zeker rijk zijn, bezit hebben, sterker dit wordt aangemoedigd, maar je bent verplicht dit te delen.

Interessant vind ik de directe lijn van dit denken naar het recente ‘Laudato Si’ van Paus Franciscus uit 2015. Hierin wordt de integraliteit van de onderlinge verbondenheid van mensen, die nu op aarde rondlopen, nadrukkelijk verbonden naar onze kinderen en kleinkinderen die nog geboren moeten worden. Het legt wederom een sterke rol op het beherende van de mens in de economie. Duurzaamheid. We hebben het allemaal te leen van onze (klein)kinderen. Zoals een familiebedrijf.

Uiteindelijk komen de katholieke sociale leer en inspiratie voor mij in diepere zin hierop neer.

Mensen zijn, juist zonder markt of overheid, intrinsiek met elkaar verbonden en hebben een verantwoordelijkheid voor elkaar te zorgen. Alleen onderlinge samenwerking en verbinding tussen (groepen) mensen leiden tot een betere en duurzaam houdbare economische orde/samenleving.

Dames en heren, zowel de oude Grieken, een economie die dichtbij is/‘huishoudkunde’, als het katholieke sociale denken in a. ‘het beherende’ en b. ‘de onderlinge verbondenheid en goede samenwerking’ geven mij inspiratie om te kijken hoe we het evenwicht kunnen terugbrengen.

Mijn perspectief

Zoals gezegd in mijn boodschap aan het begin, geloof ik in een fundamentele omschakeling. De informele sector moet worden versterkt. Ik stel voor om dit te doen op een hedendaagse manier, via de samenwerking in de triple helix. In dit onafhankelijke orgaan zetten ondernemers, overheden en onderwijs zich gezamenlijk op vrijwillige basis in om de lokale, regionale, landelijke en wellicht zelfs Europese economische koers te bepalen. Alle partijen zullen daarbij wellicht een deel van hun verantwoordelijkheden moeten durven loslaten. Waarom geloof ik hierin?

  1. Burgers kunnen zo op drie verschillende manieren indirect verbonden zijn met de vorming van economisch beleid. Via de overheid, via het onderwijs of via het bedrijfsleven. Dit kan ervoor zorgen dat economie weer dichter bij mensen komt te staan. ‘Op huishoudniveau’, zoals ooit bedoeld door de oude Grieken.
  2. In de triple helix zijn alle partijen erbij gebaat om goed samen te werken. Om rekening te houden met elkaars belangen, juist op de langere termijn. Je moet er gezamenlijk uitkomen en weet ook dat je elkaar (over)morgen en over één jaar, tien jaar weer tegenkomt. Dit kan zorgen voor een meer beherende, lange termijn vorm van economisch beleid. Zie hier het beherende uit het katholiek sociale denken.
  3. Door de manier van samenwerken wordt ook een informele onderlinge verbinding en afhankelijkheid gecreëerd. Zoals de Italiaan Bruni zei: ‘De intrinsieke waarde van intermenselijke relaties wordt economisch erkend’. Partijen hebben iets voor elkaar over, hoewel het financieel gezien wellicht op sec dat onderdeel niet het meest efficiënt is. Feitelijk de informele sector zoals we die vroeger kenden. Zie hier de inspiratie van de onderlinge verbondenheid uit het katholieke sociale denken.

In mijn centrale boodschap bij de inleiding heb ik ook gezegd dat Brabant en Brainport hierin een gidsfunctie kunnen vervullen.

Waarom vind ik dat? Om drie redenen:

  1. Het zit in het DNA van de Brabander. Er is behoefte om dit te verkennen en verbeteren! Om het evenwicht te herstellen. Veel mensen in Brabant zijn op zoek naar verbetering van ons economisch systeem en van onze samenleving, naar zingeving met een zachte G. Brabant Advies verwoordt dit wat mij betreft mooi in de uitnodiging voor de Trendnacht 2019: God, Geld en Geluk. ‘Brabant is ontkerkelijkt. De levensbeschouwelijke leegte die het geloof achterliet, is opgevuld door het streven naar materiële welvaart, individuele vrijheid en geluk. Maar deze geld-is-geluk-bubbel is niet zaligmakend, merken we. Ondanks dat grotere huis, die mooiere auto, die tweede vakantie, missen we iets. Zo zijn steeds meer jonge Brabanders op zoek naar betekenis. En ook ondernemers in Brabant gaan niet alleen maar voor winstmaximalisatie: ze willen dat hun bedrijf ook sociale en ecologische meerwaarde creëert. Wat bezielt deze zingevers met een zachte G? Wat maakt ons leven en het samenleven waarde(n)vol?’
  2. De langetermijnvisie zit in het DNA en de structuur van de Brabantse economie. Dit omdat de Brabantse economie, en helemaal die in Brainport Eindhoven, zich kenmerkt door een zeer sterke, hechte maar afhankelijke bedrijfsstructuur. In Brainport werken Philips, ASML, VDL, NXP en DAF samen in een keten met 6000 MKB-ondernemingen. Deze zijn afhankelijk van elkaar, wat maakt dat bedrijven verder kijken dan de volgende kwartaalcijfers. Dit langetermijndenken is van enorme meerwaarde aan de triple helix tafel.
  3. We hebben er ervaring mee in Brabant. In Brainport werken en experimenteren overheid, bedrijfsleven en onderwijs bijvoorbeeld al sinds de jaren ’90 met de triple helix samenwerking . Op basis van gelijkwaardigheid tussen de drie partijen worden hier belangrijke beslissingen voor de toekomst genomen.

Zijn we er dan al in Brabant/Brainport? Nee natuurlijk niet, dit is een complex probleem dat niet zomaar is opgelost. En ook acteren we in een mondiale, concurrentiegevoelige economie. Maar er staat een fundament. Drie partijen, drie poten van de kruk, praten op basis van gelijkwaardigheid met elkaar en nemen samen beslissingen. De ambitie is er om ook Brainport nog meer ‘voor iedereen’ te laten zijn en dichter bij mensen te brengen. Daar gaan we dit jaar allerlei initiatieven voor nemen (MKB klankbord; werkgroep sociale inclusiviteit/brede welvaart). Het is mijn overtuiging dat we in dit soort relatief nieuwe structuren als de triple helix verder moeten gaan ontdekken en ontwikkelen. Geen gemakkelijke opgave, maar zeker mogelijk!

Kortom, de ingrediënten zijn er om het anders te doen, om zo een duurzamer en draagbaarder economisch systeem en samenleving te creëren.

Monseigneur, tot zover. Ik ben heel benieuwd naar uw visie en kijk op deze thematiek.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers Tweede Sint-Janslezing (15 februari 2019)