CDA: “Verbeter bewegwijzering Loonse en Drunense Duinen”

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant extra bewegwijzering richting de Loonse en Drunense Duinen mogelijk maakt, zodat toeristen en recreanten het natuurgebied beter weten te vinden. Statenlid Marcel Deryckere heeft hiertoe mondelinge vragen aangemeld voor de vergadering van Provinciale Staten, het Brabantse parlement, die vanmiddag plaatsvindt.

Al geruime tijd proberen de gemeente Loon op Zand en het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen om óók bij de afslag Loon op Zand aan de N261 bewegwijzering naar de Loonse en Drunense Duinen toe te voegen. De gemeente Loon op Zand is bereid de kosten hiervan op zich te nemen gelet op het belang van toerisme en recreatie voor de regio.

Tot op heden staat de provincie deze extra bewegwijzering echter niet toe. Als reden geeft zij dat het ‘onmogelijk’ zou zijn om op een weg tweemaal te verwijzen naar dezelfde locatie. Echter, mede als gevolg van provinciaal beleid zijn er twee verschillende Natuurpoorten (startpunten voor fiets- en wandelroutes door de Brabantse natuur) om naar te verwijzen: Natuurpoort Herberg Manege van Loon én Natuurpoort De Roestelberg.

Deryckere wil van het provinciebestuur het volgende weten:

  1. Waarom weigert de provincie de bewegwijzering aan te passen?
  2. Is de provincie het met het CDA eens dat de bekend- en bereikbaarheid van Natuurpoorten voor Brabant van groot belang is?
  3. Begrijpt de provincie vanuit recreatie- en bereikbaarheidsperspectief het belang van de gemeente Loon op Zand en het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen om naar beide Natuurpoorten te kunnen verwijzen?
  4. Waarom is het niet mogelijk om naar beide Natuurpoorten, Herberg Manege van Loon en De Roestelberg, te verwijzen in de bewegwijzering op de N261?

Deryckere: “Dit lijkt een typisch voorbeeld van een provinciale regel die een praktische oplossing onnodig in de weg zit. Als CDA hopen we dat de verantwoordelijke gedeputeerde dat óók vindt en hij de weg vrijmaakt voor de extra bewegwijzering waar de gemeente Loon op Zand en het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen terecht om vragen.“

Van Vugt (CDA): “Provincie moet aan de slag met arbeidsmigranten vraagstuk”

Statenlid Roland van Vugt (CDA) uit Andel wil dat de provincie Noord-Brabant samen met gemeenten aan de slag gaat met het arbeidsmigranten vraagstuk. Van Vugt pleit hiervoor tijdens het debat over de perspectiefnota, een terug- en vooruitblik op hoe Brabant ervoor staat, dat vandaag plaatsvindt.

In Brabant zijn veel arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa werkzaam in m.n. de logistieke en agrarische sector. Mensen die huis en haard verlaten en voor een deel onze Brabantse economie draaiende houden.

Momenteel is er nog maar weinig cijfermatige kennis beschikbaar over de (huidige en toekomstige) schaal en omvang van dit thema. Omdat de (groei van de) Brabantse economie voor een deel afhankelijk is van de inzet van deze groep werknemers, die zich al dan niet tijdelijk vestigt in de provincie, moet volgens Van Vugt de provincie hiermee aan de slag.

Van Vugt: “De komst van arbeidsmigranten levert een aantal uitdagingen op voor wat betreft huisvesting, borging van goede arbeidsomstandigheden, leefbaarheid, economie en participatie. Integrale regionale afstemming ontbreekt en daar kan de provincie een rol spelen.”

Ook signaleert Van Vugt dat veel inwoners zich zorgen maken wanneer woningen gebruikt worden voor huisvesting van arbeidsmigranten. “In veel dorpen en wijken is al een woningtekort en dat wordt hierdoor alleen maar groter. Er moet dus anders worden omgegaan met deze huisvesting.

Concreet wil Van Vugt de provincie de volgende opdracht meegeven: Breng het arbeidsmigrantenvraagstuk in Brabant op een integrale wijze in kaart (feiten en cijfers), ga na of het bestuurlijk instrumentarium toereikend is, maak een plan van aanpak om op een integrale wijze met deze uitdaging in Brabant om te gaan en leg dit voor aan Provinciale Staten tijdens de behandeling van de Begroting 2019.

Doel is inzicht krijgen in de omvang en schaal van de problematiek, nagaan of de huidige bestuurlijke instrumenten toereikend zijn om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan, innovatieve oplossingen te faciliteren én te komen tot een integrale (Brabantse) aanpak, afstemming en het delen van goede voorbeelden.

“Daar zouden veel gemeenten, ondernemers en maatschappelijke organisaties mee geholpen zijn. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven.” Aldus Van Vugt.

CDA: “Realiseer z.s.m. tijdelijke truckparkings in Brabant”

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant samen met werkgeversvereniging VNO-NCW, brancheorganisatie TLN, (transport)ondernemers en andere overheden tijdelijke truckparkings gaat realiseren, waar vrachtwagenchauffeurs veilig en fatsoenlijk kunnen rusten. Dit als voorlopige oplossing voor het tekort aan veilige parkeer- en verzorgingsplaatsen.

Tijdens het debat over de provinciebegroting op 10 november jl. diende het CDA een motie in, waarmee zij de provincie opriep het ‘truckparkingprobleem’ te erkennen en zich samen met het Rijk hard te maken voor een oplossing. Deze motie werd toen unaniem aangenomen door Provinciale Staten. Een vergelijkbare motie van Tweede Kamerleden Dijkstra (VVD) en Von Martels (CDA) kreeg in de Tweede Kamer eveneens ruime steun.

Sindsdien is er veel overlegd, maar extra parkeerplaatsen voor truckers zijn er nog steeds niet. Ondertussen wordt het probleem, mede als gevolg van het verbod op cabinekamperen, alsmaar groter. Met mensonterende situaties tot gevolg, die we in Brabant niet zouden moeten willen. Zoals onveiligheid en te weinig mogelijkheden voor een betaalbare maaltijd, warme douche of schoon toilet.

“Onhoudbaar en on-Brabants”, aldus Statenlid Ankie de Hoon. Daarom diende de Brabantse CDA-fractie vanochtend, tijdens de eerste helft van het debat over de perspectiefnota, een motie in die de provincie oproept het voortouw te nemen bij het inrichten van tijdelijke truckparkings. Dit in afwachting van structurele maatregelen uit Den Haag en/of Brussel. Over de motie wordt vanavond gestemd.

Deze tijdelijke truckparkings zouden moeten komen op slimme locaties langs Rijks- en provinciale wegen, buiten de bebouwde kom en ver weg van dorpskernen. Het CDA stelt voor om te onderzoeken of hiervoor provinciale gronden kunnen worden ingezet en om ondernemers te betrekken bij de exploitatie. Het onderzoek, inclusief kostenplaatje met financiële consequenties, moet in september van dit jaar klaar zijn. Dan debatteert Provinciale Staten over de zgn. ‘bestuursrapportage’, een voortgangsrapportage over het lopende begrotingsjaar.

Statenlid Ankie de Hoon, woordvoerder verkeer en vervoer:

“Als CDA willen we dat de provincie zich het lot van vrachtwagenchauffeurs en transportondernemers aantrekt en zorgt voor een oplossing voor het tekort aan truckparkings, al is het maar tijdelijk. Het probleem is al jaren bekend, maar omdat geen enkele overheid zich verantwoordelijk voelt blijft een oplossing uit. Vandaar onze oproep aan de provincie om nu in actie te komen.”

Perspectiefnota 2018: hoe staat Brabant ervoor?

De provincie mag haar spierballen laten zien en haar schouders zetten onder de uitdagingen van vandaag en morgen, óók als deze niet tot haar kerntaken behoren: de overspannen arbeidsmarkt, het arbeidsmigranten vraagstuk en het lot van kwetsbare groepen als ouderen en vrachtwagenchauffeurs. Dát is de boodschap van het CDA in de provincie Noord-Brabant tijdens het debat over de perspectiefnota 2018.

In de perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant. Het perspectiefnota-debat van vandaag is het laatste van deze Statenperiode, want volgend jaar zijn er verkiezingen en komt er een nieuw provinciebestuur.

Kern van de CDA-inbreng is de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, bouw en logistiek lopen razendsnel op. Met grote gevolgen voor o.a. de zorg voor onze ouderen, de woningbouw en het halen van de klimaatdoelen. Het CDA wil dat de provincie de regie neemt bij het samenbrengen van partners, zoals brancheorganisaties, onderwijsinstellingen en andere overheden, en het tot stand brengen van regionale oplossingen. Dit in lijn met het advies dat de Sociaal-Economische Raad gisteren publiceerde1. “Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.” Aldus fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

Een tweede belangrijk punt wat het CDA onder de aandacht brengt, is de situatie rondom arbeidsmigranten. Van der Sloot: “In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor-zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.”

Ook pleit het CDA voor de terugkeer van het sociaal beleid, dat onder het huidige provinciebestuur vrijwel volledig is afgeschaft. Zonder steun van de provincie dreigen netwerkorganisaties als de Vereniging Kleine Kernen, belangenbehartiger van dorpen platteland, en buurthuizen-platform ’t Heft om te vallen. Dát wil het CDA voorkomen, want zij spelen een essentiële rol bij het betrekken van álle Brabanders bij de samenleving.

Daarnaast waarschuwen de christendemocraten voor de Essent-gelden, waarvan de renteopbrengsten in de komende jaren waarschijnlijk zullen dalen. Om te voorkomen dat er gaten in de provinciebegroting ontstaan, wil het CDA een ‘signalerende’ ondergrens vaststellen zodat de provincie tijdig keuzes kan maken bij onvoorziene tekorten.

Ten slotte roept het CDA de provincie op om te onderzoeken of het mogelijk is om op korte termijn tijdelijke truckparkings, bij voorkeur voorzien van sanitair en horeca, in te richten langs snel- en provinciale wegen. Als het kan op provinciale gronden en indien mogelijk geëxploiteerd door ondernemers. “Om vrachtwagenchauffeurs een veilige, fatsoenlijke rustplaats te bieden en overlast elders tegen te gaan”, legt Van der Sloot uit.

Klik op de volgende link om de volledige spreektekst van Marianne van der Sloot terug te lezen: Spreektekst Marianne van der Sloot perspectiefnota 2018 (20 april 2018).

1  Zie https://www.ser.nl/nl/actueel/nieuws/2010-2019/2018/20180419-energiestransitie-werkgelegenheid.aspx.

Opinie Marianne van der Sloot – ‘Provincie: toon spierballen’

Opinie van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot in het Brabants Dagblad d.d. 20 april 2018.

Provincie: toon spierballen

Tekort aan personeel in de zorg, de bouw, de problemen met arbeidsmigranten. Voor een integrale aanpak is een regisseur nodig. De provincie kan het verschil maken.

Marianne van der Sloot

GASTOPINIE

Brabant doet het goed. Op heel wat lijstjes staat onze provincie bovenaan: hightechregio Eindhoven een van de slimste regio’s ter wereld, West-Brabant de logistieke hotspot van Nederland, Midden-Brabant dé plek waar je als toerist moet zijn geweest, het thuis van Olympisch én landskampioenen. We mogen er graag over vertellen. En terecht.

Toch is er geen reden om zelfvoldaan achterover te leunen. Want ondanks zonnige berichten over meer banen, meer vacatures en meer vaste contracten pakken donkere wolken zich samen boven de Brabantse arbeidsmarkt. De personeelstekorten in de zorg, de bouw en de logistiek lopen razendsnel op. Tegelijkertijd groeit het aantal arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa, maar is huisvesting in veel gemeenten een probleem.

Te groot

“Niet onze verantwoordelijkheid” was in de afgelopen jaren veelvuldig de reactie van de provincie op deze en andere vraagstukken. Wat mij betreft veranderen we dat in “Samen de schouders eronder”. Veel van de uitdagingen waar Brabant voor staat zijn te groot voor één gemeente en te regiospecifiek om vanuit Den Haag te worden opgepakt. Hier kan de provincie als middenbestuur een rol spelen.

Nederland vergrijst en Brabant vergrijst mee. Dat vergt meer handen aan het bed en meer gekwalificeerd mbo-personeel. Een gemeente alleen lost de tekorten niet op. Hoewel partijen hard werken aan een oplossing, zijn er nog steeds teveel zorg vacatures. Het nieuwe Actieprogramma Werken in de Zorg van het Rijk smeekt om een regionale uitvoering. En daar komt de provincie in beeld, die overheden, verzekeraars, onderwijs- en zorginstellingen kan helpen om méér mensen te interesseren voor een baan in de zorg, afspraken te maken over voldoende stageplekken en na te denken andere, efficiëntere manieren van werken.

Eenzelfde regionale aanpak is nodig in de bouw. Het tekort aan bouwvakkers en technici is groot. Dat is een probleem voor onze economie, voor de woningbouw, maar ook voor het halen van de klimaatdoelen (Brabant energieneutraal in 2050). Het aantal jongens en meiden dat kiest voor een bouw- of technische opleiding is bij lange na niet voldoende om het groeiende aantal vacatures, inmiddels meer dan 2.500, in te vullen. Het minste wat de provincie kan doen is met bouwbedrijven, brancheorganisaties en bouwopleidingen om de tafel gaan en vragen wat zij nodig hebben om die in te vullen. Aantrekkelijkere leslokalen? Bijscholing voor docenten? Een imagocampagne?

Uitbuiting

In de logistieke en agrarische sector zijn veel arbeidsmigranten werkzaam: mensen die huis en haard verlaten en voor een deel onze Brabantse economie draaiende houden. Momenteel zien we in onze provincie gevolgen ontstaan die we niet zouden moeten willen, zoals verdringing op de woningmarkt, uitbuiting en slechte huisvesting van werknemers en gevoelens van onveiligheid in wijken. Gemeenten worstelen ieder-voor- zich met dit onderwerp. Een integrale afstemming in de regio ontbreekt. Dit onderwerp vraagt om regie, die verder gaat dan de individuele gemeenten of het bedrijfsleven. Die handschoen zou de provincie moeten oppakken.

Bestuurskundige Klaartje Peters publiceerde in 2007 een boek over de provincie getiteld Het opgeblazen bestuur. Hierin stelt ze o.a. dat provincies hun bestaansrecht proberen te rechtvaardigen door zich belangrijker te maken dan ze daadwerkelijk zijn. Door meer taken op zich te nemen dan hen traditioneel toekomt. Wel, wat mij betreft mag de provincie juist nu meer dan ooit haar spierballen laten zien. Zichzelf opblazen is niet nodig, want ons middenbestuur verkeert in topconditie. In ’s-Hertogenbosch staat een toren vol kennis, plannenmakers en ronde tafels, van waaruit  veel kan worden gedaan. Dat is geen kwestie van kunnen, maar een kwestie van willen. Brabant kan wel degelijk het verschil maken.

Marianne van der Sloot is Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en fractievoorzitter van het CDA.

 

Opinie Jaco Geurts en Ton Braspenning: ‘Geef de veehouderij een kans’

Opinie van Tweede Kamerlid Jaco Geurts en Statenlid Ton Braspenning in het Brabants Dagblad d.d. 19 maart 2018.

Geef de veehouderij een kans

Als we niet oppassen is er straks niet een zoon of dochter meer die het boerenbedrijf over wil nemen. Stop de negatieve beeldvorming. We doen het in Nederland heel goed.

Jaco Geurts
Ton Braspenning

GASTOPINIE

Het CDA staat voor een veehouderij die in balans is met zijn omgeving. Het is best lastig om die balans te bereiken, want het gevoel van onbalans komt meer vanuit een beleving dan vanuit de feitelijkheden. Boeren hebben geïnvesteerd in innovatieve stallen met onder andere welzijnsvloeren, zodat zij de beste zorg kunnen bieden aan hun dieren. Alleen wordt dat vaak weggelaten in de berichtgeving. Het CDA sluit haar ogen niet en wil juist zorgen voor de balans tussen de veehouderij en een gezonde leefomgeving voor iedereen. Waarbij er ruimte geboden wordt voor boeren om te blijven boeren. Dat betekent de dialoog aangaan met elkaar: lokaal, provinciaal en landelijk.

Naast de zorg voor dieren zetten CDA’ers zich lokaal, provinciaal en landelijk in om verder te bouwen aan een duurzame en innovatieve veehouderij. Daarbij zijn de zorg voor volksgezondheid en aanbevelingen van de Gezondheidsraad leidend. Wij zijn daarbij van mening dat het kabinet voor breed gedragen gezondheidsonderzoek moet zorgen waarbij niemand vraagtekens kan zetten. Wij vinden het onbegrijpelijk dat onze boeren continue worden bekritiseerd over de manier waarop zij werken, ondanks dat wij het in Nederland heel goed doen. Deze negatieve beeldvorming blijft niet zonder gevolgen. Want als we zo doorgaan dan is er geen enkele boerendochter of -zoon meer die nog verder wil met het familiebedrijf. Dan verliezen we goed en betrouwbaar voedsel van eigen bodem en de economische waarde daarvan voor de BV Nederland.

Bloeiende sector

Steeds meer toeleverende bedrijven aan de agrarische sector dreigen te vertrekken naar het buitenland. De ontwikkeling en toepassing van innovaties stokt in Nederland. Mede omdat de meest duurzame ontwikkelingen op het gebied van voedselveiligheid, dierwelzijn, milieu en economie in Nederland niet gebouwd mag worden. Onderzoek, innovatie en ontwikkeling zijn alleen maar mogelijk met voldoende boeren en boerinnen. Het CDA is van mening dat een bloeiende Nederlandse agrarische sector met oog voor de positie van boer en tuinder en haar omgeving daarom zeer belangrijk is.
Door steeds veranderende regels en een ongelijk speelveld in de Europese Unie wordt het veel boeren onmogelijk gemaakt om een eerlijke prijs en daarmee een goed inkomen te verwerven. Om aan de eisen te voldoen moet er stevig worden geïnvesteerd. Al die extra regels van de provincie Brabant zorgen er alleen maar voor dat de investeringen in duurzame en zorgvuldige oplossingen niet worden bevorderd en brengen zeer hoge kosten met zich mee. Investeringen zijn alleen mogelijk als de opbrengsten deze investeringen rendabel maken. Daar is momenteel absoluut geen sprake van. Het doel van nieuwe regelgeving moet zijn, dat gezonde bedrijven toekomst hebben, dat jonge ondernemers makkelijker een bedrijf kunnen overnemen en dat stoppende ondernemers een oudedagvoorziening hebben.

Voedselscheidsrechter

Daarnaast wil het CDA dat er een voedselscheidsrechter komt, die proactief de steeds schevere marktstructuur aanpakt. Dit als oplossing voor meer balans op de markt en tegen een ongelijk speelveld. Wij sluiten onze ogen niet voor de groeiende onbalans maar gaan juist over tot actie. Daarom is in het regeerakkoord opgenomen dat we de gezondheid- en leefomgevingsrisico’s niet willen negeren. Met de sector en overheden wordt ingezet op een warme sanering van de varkenshouderij in overbelaste gebieden. Hier is 200 miljoen euro voor beschikbaar gesteld. Wij menen dat daarnaast een verdere dialoog tussen boeren en inwoners plaats moet vinden. Juist om ervoor te zorgen dat we voldoende en goed voedsel blijven produceren, en dat agrarische ontwikkelingen voldoende ruimte krijgen. Daarnaast moeten we zorgen dat milieumaatregelen het juiste effect hebben op de juiste plaats. En moeten we ervaren overlast aanpakken en geen generiek beleid maken wat alleen maar leidt tot minder investeringsmogelijkheden voor ondernemers met als gevolg meer armoede op het platteland.

Jaco Geurts is CDA Tweede Kamerlid. Ton Braspenning is CDA Statenlid Brabant.

 

CDA: aanvalsplan vermindering bureaucratie voor ondernemers

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant met een ‘aanvalsplan’ komt om de bureaucratie en administratieve lastendruk voor ondernemers bij subsidies en regelingen te verminderen. De partij wil het provinciebestuur hiertoe oproepen tijdens het debat over de subsidieregeling MKB innovatiestimulering Topsectoren Zuid-Nederland (MIT Zuid) vandaag.

Doel van deze MIT-regeling is het stimuleren van innovatie bij het midden- en kleinbedrijf door subsidie beschikbaar te stellen voor innovatieadviesprojecten, haalbaarheidsstudies of gezamenlijke onderzoeksprojecten.

Statenlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder economie en financiën:

“Subsidies en regelingen als het MIT leveren een belangrijke bijdrage aan de economische ontwikkeling van de provincie Noord-Brabant. Onze provincie loopt voorop als het gaat om het stimuleren van ondernemers om gebruik te maken van dit soort regelingen.

Tegelijkertijd krijgen wij signalen van ondernemers dat zij veel administratieve lastendruk ervaren bij het aanvragen van subsidie via een regeling als de MIT. Ze noemen o.a. de nachtopenstelling, van 00.00 uur tot 05.30 uur, maar ook de lange tijd die er zit tussen de declaratie van gemaakte kosten en de uitbetaling van een toegekende subsidie.

Als CDA vinden we dat onwenselijk: ondernemers moeten kunnen ondernemen en als overheid dienen we dat te stimuleren in plaats van te frustreren.”

Daarom pleit het CDA voor een aanvalsplan om de administratieve lastendruk voor ondernemers te verlagen en waar mogelijk de aanvraag-/uitkeerprocedures te versnellen en te vereenvoudigen. De provincie zou dit samen met Stimulus Programmamanagement moeten oppakken, de uitvoeringsorganisatie die namens de provincie Noord-Brabant subsidieprogramma’s beheert en faciliteert.

Via een motie (verzoek aan het provinciebestuur) roept het CDA het provinciebestuur op om dit aanvalsplan vóór 31 december 2018 klaar te hebben.