Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de provinciebegroting 2020 op 08/11

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de provinciebegroting 2020
(08-11-2019)

Voorzitter,

Voordat ik begin met de brede blik van het CDA op de begroting die vandaag voorligt eerst dit: wij hebben zorgen. Na pittige gesprekken overal in de provincie, met onze achterban, en stevige debatten hier in de Statenzaal. Zorgen over de agrarische sector in Brabant.

Gisteren ontvingen we een rapport over de innovatieve technieken. En alsof er al niet genoeg onzekerheid en twijfel waren bij de mensen thuis, die zijn met dit rapport alleen maar toegenomen. Ondernemers kunnen nu geen plannen meer maken. En wij hier wachten op alle uitgezette lijnen, het beleid en houvast om met elkaar te bespreken na 1 december 2019. Als wij met elkaar die tijd nodig vinden, kunnen we niet van onze ondernemers verlangen dat zij hun plannen op zo’n korte termijn al wel op orde hebben. Een vergunning kost maanden voorbereiding, dus laten we hen niet tegen een muur laten aanlopen, maar perspectief proberen te bieden.

1 april 2020 is geen realistische datum. Om duidelijk te zijn: wij willen dat 1 april 2020 voor het einde van dit jaar volledig van tafel gaat. En we dienen daartoe een motie in.

Inleiding

Vandaag is een belangrijk moment is het politieke jaar. We bespreken met elkaar de provinciebegroting voor 2020 en stellen vast waar het geld het komende jaar aan moet worden besteed. Ruim een miljard euro. Het college gaf ons reeds een voorzet, met investeringen in zeven zogenaamde ‘maatschappelijke trendbreuken’. Stuk voor stuk uitdagingen die het CDA herkent uit de samenleving. In het tweede gedeelte van onze bijdrage zullen we stilstaan bij de uitdagingen die volgens ons prioriteit zouden moeten krijgen. Om deze aan te kunnen gaan, is een gezonde financiële huishouding de randvoorwaarde. Daarom beginnen we onze inbreng met een blik op de financiële situatie van onze provincie, nu en in de toekomst.

Financiën

Het huishoudboekje van de provincie is nog steeds op orde. De begroting is voor de gehele bestuursperiode sluitend, en de structurele inkomsten zijn hoger dan de structurele lasten. Bovendien is er voldoende ‘weerstandsvermogen’ om eventuele risico’s op te vangen. Wel reserveren we met deze begroting het laatste stuk van de vrij beschikbare begrotingsruimte. Dat betekent dat we toekomstige ambities zullen moeten financieren uit de reguliere middelen. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen we nog tot 2029 rekenen op een bijdrage uit de immunisatieportefeuille van jaarlijks 122,5 miljoen euro.

De huidige lage marktrente speelt hier een belangrijke rol. Hoe denkt het college ook na 2029 het jaarlijkse bedrag van 122,5 miljoen euro veilig te stellen?

Dat de immunisatieportefeuille in de toekomst, binnen de bestaande randvoorwaarden, ook wordt ingezet voor de financiering van maatschappelijk vastgoed in Brabant, vinden wij een goede ontwikkeling. Andere vraag: hoe borgen we dat de vrijgekomen middelen uit het Breedbandfonds revolverend worden ingezet, zoals eerder afgesproken? Hoe gaat het college ervoor zorgen dat de Staten deze middelen eenvoudig kunnen identificeren en volgen om die revolverendheid te controleren en waarborgen?

Voorzitter, dan nu drie uitdagingen die wij vandaag centraal willen stellen.

Veilige samenleving

Voorzitter, allereerst veiligheid. Zoals we allemaal weten, staan we op dit terrein voor grote uitdagingen. Het aantal verkeerdoden stijgt, handhavers in het buitengebied stuiten steeds vaker op criminele activiteiten, en de georganiseerde misdaad heeft in Brabant vaste voet aan de grond gekregen. Gegeven deze ontwikkelingen is het CDA blij dat de provincie, voor het eerst, veiligheid tot kerntaak heeft verklaard en met voorstellen én budget komt om Brabant veiliger te maken. En er, ook voor het eerst, een gedeputeerde Veiligheid is die deze plannen mag uitvoeren.

Voor het Brabantse veiligheidsbeleid vindt het CDA drie zaken van belang.

1) De provincie moet gemeentes zoveel mogelijk ondersteunen. Om de problemen rondom bijvoorbeeld drugscriminaliteit aan te pakken, vinden wij het van belang dat gemeenten zowel voldoende middelen als voldoende mogelijkheden hebben om initiatieven gericht op o.a. samenwerken, informatie vergaren en uitwisselen, en bewustwording creëren op te zetten en te ondersteunen. Net als experimenten met maatregelen als gericht cameratoezicht, waar het CDA al eerder voor heeft gepleit. De provincie kan volgens ons een rol hebben om dergelijke initiatieven, afkomstig van de overheid of uit de samenleving zelf, zoals het verenigingsleven of ondernemersverbanden, mee mogelijk te maken. We zouden graag zien dat voor dergelijke initiatieven ruimte komt in de nog te formuleren bestuursopdracht, en dienen daarvoor een motie in.

2) Behalve gemeenten moet ook het Rijk investeren in de aanpak van ondermijning en drugscriminaliteit. Afgelopen week kwam het zoveelste signaal dat de politiecapaciteit in Brabant onvoldoende is. De burgemeester van Valkenswaard liet weten dat de balie op he politiebureau in zijn gemeente nog maar drie dagen in de week open is. Blijkbaar worden Brabantse politieagenten elders in Nederland ingezet. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar is dat wel als de politiecapaciteit in onze provincie daar onder te lijden heeft. Er is simpelweg te weinig blauw in de stad en op het platteland. We dienen daarom een motie in om als Staten van Brabant het signaal richting Den Haag af te geven, dat er in Brabant meer politie moet komen. En we willen graag dat de provincie dit probleem in kaart brengt: op welke plaatsen knelt het, waar gaan politiebalies dicht of rijden te weinig auto’s rond?

3) Ondermijning stopt niet bij de grens. We zien in toenemende mate drugsgerelateerde criminaliteit vlak over de grens. We willen de provincie oproepen om vanuit een regisserende rol de banden aan de halen met de ons omringende landen en provincies. Vooral in de samenwerking met de Belgische autoriteiten valt volgens ons nog veel te winnen.

Leefbare samenleving

Voorzitter, dan de leefbaarheid in onze provincie. Op dit thema zou het CDA graag de volgende drie punten willen meegeven.

1) Bescherm en behoud onze tradities, waarin Brabanders met zeer verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. Een mooi voorbeeld zijn de corso’s in Valkenswaard en Zundert. Na het zomerreces was een van onze eerste werkbezoeken aan de corsobouwers in Zundert. Vol trots vertelden die mannen en vrouwen, jongens en meisjes over hun corso en harde werken het hele jaar door. En deelden ze met ons hun ambitie: erkenning van de corsotraditie, door vermelding op de erfgoedlijst van UNESCO. Via een motie willen we het college oproepen zich hiervoor in te spannen.

2) Het is tijd voor actie als gevolg van de vergrijzing. De inwoners van Brabant worden steeds ouder en dat is mooi. Ouderen zijn de meest actieve bevolkingsgroep als het gaat om vrijwilligerswerk. Zonder onze 55-plussers zou menig vereniging of maatschappelijk initiatief niet bestaan. Die vergrijzing vraagt echter ook om een andere inrichting van de samenleving en om een andere overheid. Meer ouderen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Zo zien we dat drie Brabantse gemeenten nog altijd niet dementievriendelijk zijn. Wij willen het college graag vragen hoe dit kan en hoe we kunnen zorgen dat binnenkort alle Brabantse gemeenten dat zijn.

Daarnaast zien we de snelle opkomst van de ‘geldmaat’, de nieuwe geldautomaat voor iedereen. Wij hopen dat de geldmaat de snelle daling van het aantal pinautomaten in Brabantse dorpen en wijken – vooral met veel oudere inwoners – een halt kan toebrengen. Graag een reactie van het college hierop.

3) Dan de gevolgen van de stikstofmaatregelen voor de leefbaarheid op het platteland. Want die gevolgen zijn groot. Er komt een gebiedsgerichte aanpak om problemen lokaal op te lossen. Als CDA maken we ons niet alleen zorgen over de ecologische en economische gevolgen van de stikstofproblematiek, maar ook over de consequenties voor de leefbaarheid van het platteland. We stellen dan ook bij motie voor om bij de gebiedsgerichte aanpak ook nadrukkelijk rekening te houden met de leefbaarheid van een gebied, via een zogenaamd ‘leefbaarheidsplan’. Het CDA ziet grote kansen in deze aanpak. Bijvoorbeeld om het woningtekort in bepaalde dorpen op te lossen door stoppende agrarische bedrijven om te bouwen tot CPO-projecten voor jonge gezinnen.

Ondernemende samenleving

Voorzitter, het derde thema dat het CDA wil aansnijden is ondernemen in Brabant. Wat ons betreft staat het Brabantse mkb in de komende jaren stipt op één in het Brabantse economische beleid. Daartoe de volgende drie aandachtspunten.

1) Ten eerste het koppelen van Brabantse jongeren aan het Brabantse mkb. Veel jongeren kiezen na hun studie voor een loopbaan bij een bedrijf in de Randstad. Het CDA wil deze jonge talenten voor Brabant behouden en vindt het belangrijk dat zij al vroeg kennismaken met het Brabantse mkb. Want als je het Brabantse bedrijfsleven niet kent, ga je er ook niet werken. Ziet het college mogelijkheden om een rol te pakken in het verbeteren van de koppeling tussen Brabantse jongeren en het mkb?

2) Ten tweede vragen we het college in gesprek te gaan met ondernemers, de Kamer van Koophandel, de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en andere partners over hoe in Brabant de kennis en vaardigheden van ondernemers om een goede financieringsaanvraag te doen te verbeteren. Uit onderzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt namelijk dat het voor veel, vooral kleine, ondernemers moeilijk is om een goede financieringsaanvraag te doen, vanwege een gebrek aan ervaring, kennis, tijd en financiële middelen. Juist omdat voor een ondernemer financiering een belangrijke voorwaarde is om te kunnen ondernemen, vragen wij het college met een motie hiermee aan de slag te gaan.

3) Ten derde een probleem waar menig mkb’er in Brabant tegenaan loopt, namelijk het gebrek aan ruimte voor groei. Bedrijventerreinen worden vol gezet met grote logistieke dozen van multinationals en vastgoedbeheerders uit het buitenland. Tot op zekere hoogte is dat goed voor onze provincie, maar het mag niet zo zijn dat daardoor lokale mkb’ers geen ruimte krijgen om te groeien. Zo ontvangen wij signalen dat mkb-bedrijven haast worden verplicht om zich drie dorpen verderop te vestigen in plaats van in hun eigen dorp, waar hun medewerkers en klanten vandaan komen en ze de voetbalclub sponsoren. Graag een reactie van het college.

Voorzitter, tot zover de inbreng van het CDA in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon provinciebegroting 2020 (8 november 2019)

“We trekken een duidelijke streep” – Deadline 1 april 2020 nog dit jaar van tafel

Beste CDA-leden,

Vorige week voerden wij in Provinciale Staten een stevig debat over het Brabantse landbouwbeleid. Voorafgaand aan dit debat hebben wij als CDA duidelijk gemaakt wat onze inzet zou zijn. Kern: het landbouwbeleid in Brabant moet zo snel mogelijk in lijn komen met het landelijke landbouwbeleid. Dat hadden we vertaald in vijf eisen.

Deels hebben we die eisen binnengehaald, zoals meer tijd voor boeren die aan de slag willen met innovatieve stalsystemen die nu nog niet beschikbaar zijn, het opschuiven van de aanmelddatum voor deelname aan de provinciale stoppersregeling van 1 november 2019 naar 1 april 2020, geen verplichte inlevering van ‘latente ruimte’ en geen gedwongen krimp van de veestapel. Deels ook niet. Waarbij het debat in Provinciale Staten aan het einde van dit jaar nog verder wordt gevoerd.

We hebben de Statenvergadering nadien goed geëvalueerd. Hierbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de reflectie die verschillende afdelingen en individuele leden aan ons hebben gegeven. We zijn tot de conclusie gekomen dat we duidelijker moeten zijn over onze inzet. Dat willen we in deze nieuwsbrief dan ook doen.

Scherpere koers in Brabant
Brabant vaart in het landbouwbeleid een andere, scherpere koers. Met strengere regels en termijnen die afwijken van die in andere provincies. Al bij de start van deze coalitie waren we daar ongelukkig mee, maar hebben dat destijds geaccepteerd vanwege enkele verzachtende aanpassingen en in de verwachting dat we gaandeweg deze bestuursperiode voldoende invloed op het landbouwbeleid kunnen uitoefenen.

Conformeren aan landelijk beleid
Sinds de start van de coalitie dit voorjaar is de wereld echter veranderd. De uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) heeft gezorgd voor een nieuwe werkelijkheid. Juist deze uitspraak heeft duidelijk gemaakt dat uniform landelijk beleid nu keihard nodig is. Laat er geen misverstand over bestaan: ook wij dragen de natuur een warm hart toe en vinden dat er oplossingen moeten komen voor het stikstofprobleem. Daar wordt in Den Haag met man en macht aan gewerkt, zeker ook door onze CDA-collega’s in het parlement en kabinet. Dat wetende vinden wij dat Brabant zich moet conformeren aan het landelijk stikstofbeleid. Van onze landbouwsector wordt immers al een grote inspanning gevraagd. Een tijdspad dat afwijkt van het landelijke tijdspad mogen wij deze sector, mogen wij onze boeren, niet aandoen.

Duidelijke streep
Concreet: Brabant hanteert op dit moment een deadline van 1 april 2020 waarop boeren een vergunning moeten hebben aangevraagd om aan verscherpte milieueisen voor stallen te kunnen voldoen. In de Statenvergadering is er via een amendement voor bepaalde bedrijven een uitzondering gemaakt, maar wat ons betreft is dat niet voldoende. Daarom trekken we een duidelijke streep: de deadline voor vergunningaanvragen die Brabant op 1 april 2020 heeft gezet, moet nog dit jaar volledig van tafel. Natuurlijk heeft de hele problematiek meer aspecten en daar willen we in de komende maanden graag samen met onze coalitiepartners de schouders onder zetten. Maar instandhouding van de datum van 1 april 2020 kunnen en zullen wij niet dragen.

Met vriendelijke groet,

Provinciale Statenfractie CDA Brabant

Spreektekst Ankie de Hoon – Landbouwdebat op 11/10

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 
(25-10-2019)

Voorzitter,

Probeer het je maar eens voor te stellen. Je hebt een varkensbedrijf in Venhorst, onder de rook van Eindhoven. Je woont en werkt in de slimste regio ter wereld. De Brabantse innovatiekracht zou ook jou vooruit moeten helpen. Dat doet het eigenlijk al. En je huidige stal is, dankzij o.a. luchtwassers, in vergelijking met de oude stal van je vader al veel schoner. Het heeft wel een flinke duit gekost, maar je wilt vooruit en de fosfaat- en dierrechten die je hebt maken dat je verder kunt en dan de investering terugverdienen.

Nieuwe stalsystemen zouden het hem mogelijk gaan maken om over een paar jaar de volgende stap te zetten en zijn bedrijf nóg duurzamer te maken dan het al is. Hij víndt het ook belangrijk om die volgende stap te kunnen zetten. Want hoe trots hij ook is op zijn bedrijf, het kan altijd beter. Gezond en veilig voedsel zo duurzaam mogelijk produceren. Maar dat lukt alleen als die veelbelovende systemen ook mogen worden gebruikt. En, laten we dat vooral niet vergeten, als hij het vertrouwen heeft dat zijn investering ook kan worden terugverdiend.

En daar, voorzitter, zit nu het probleem.

Als zijn bedrijf in Franeker, i.p.v. in Venhorst, had gestaan, was dit een stuk gemakkelijker geweest… Nu moet hij voor 1 april 2020 een vergunningsaanvraag gereed hebben. Dat vergt een investering op zich, maar dat zou nog geen probleem zijn indien hij dan al kon opteren voor de techniek die razendsnel wordt ontwikkeld.

Als hij Zuidoost-Brabants, slim was, zocht hij het best passende innovatieve stalsysteem uit en ging daarmee aan de slag. Dat heeft echter nog geen RAV-code en daarom kan hij dat nog niet op zijn vergunningsaanvraag zetten. En, alhoewel de resultaten goed lijken te zijn, is het nog net te vroeg om zeker te zijn. De bank denkt er ook zo over en zal hem zeggen: “Beste boer, we kunnen je op dit moment nog niet aan een financiering helpen voor dit systeem”.

Er zit voor onze boer uit Venhorst niets anders op dan een vergunning aan te vragen om met ouderwetse luchtwassers aan de slag te gaan in zijn nieuwe stal. En snel ook, want anders mag hij niets meer. Zijn collega in Franeker heeft zijn plannen op orde. Het nieuwe stalsysteem, waar hij mee aan de slag wil, is waarschijnlijk eind 2020 of begin 2021, over een jaar ongeveer, zover dat het een certificering heeft en er een vergunning voor kan worden aangevraagd. Met een beetje geluk kan hij er dan in 2023 mee aan de slag. Mooi op tijd om de volgende stap te zetten naar een duurzame toekomst.

Intussen verzucht onze boer in Venhorst: ‘Was men maar in Brabant zo slim als een Fries’.

Het verhaal van deze boer is illustratief voor de situatie waarin veel hardwerkende Brabantse boeren en hun gezinnen verkeren. Er is onzekerheid en onduidelijkheid. De uitspraak van de Raad van State over de PAS, de brief van de minister, de daar weer van afwijkende voorstellen van de provincies. Veel boeren wisten de afgelopen jaren al niet waar ze aan toe kwamen. Maar in plaats van duidelijkheid en perspectief hebben ze daar een nog grotere bestuurlijke chaos voor teruggekregen. De onvrede die in de afgelopen weken, al dan niet vergezeld van een stevige stoet met trekkers, wordt geuit is dan ook begrijpelijk. Boeren, bouwers en burgers, niemand weet meer hoe, wat, waarom of wanneer. We kunnen niet doorgaan met het opleggen van nóg meer regels en deadlines.

Als Lid van Provinciale Staten merkte ik al langer dat mijn telefoon nooit stil stond. In de afgelopen week werd ik, net als mijn fractiegenoten, werkelijk overstelpt met belletjes, appjes, e-mails en reacties op sociale media. De helderheid die we vorige week gaven werd duidelijk zeer gewaardeerd. Dat sterkt ons in het uitgangspunt dat boeren in Brabant perspectief verdienen.

Het CDA is van mening dat Brabantse boeren niet minder kans op een duurzame toekomst mogen hebben dan die in andere provincies. Daarom moet er een eenduidig beleid komen qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie die door het CDA en de VVD in de Tweede Kamer werd ingediend en de motie die eerder vandaag ook hier is ingediend én aangenomen.

Voorzitter, beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders en dat geen deadlines moeten worden opgelegd die niet haalbaar zijn en die niet in lijn zijn met wat voor ondernemers in andere provincies geldt. Kortom: wat het CDA betreft moeten we in Brabant niet langer vasthouden aan strengere regels.

Indien met nieuwe stalsystemen aan de slag kan worden gegaan ,kan de uitstoot enorm worden gereduceerd. Het is niet reëel dat een vergunningsaanvraag voor zo’n systeem kan worden gedaan vóór 1 april 2020. Voor die datum zijn die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar en is hiervoor nog geen landelijk beleid vastgesteld. Uitstel is hier de enige redelijke weg.

Indien we ruimte willen scheppen voor de investeringen van de boeren die per saldo de uitstoot sterk verminderen, dan moeten we dat ruimhartig doen. Daarbij heeft het geen pas latente ruimte in te trekken. Een veehouder die, net als onze boer uit Venhorst, nog niet de gehele vergunningsruimte heeft gebruikt, heeft vaak al een forse investering, bijv. in zijn infrastructuur, ter voorbereiding van verdere uitbreiding gedaan.

Voorzitter, waarom zouden voor Brabantse boeren die overwegen te stoppen met hun bedrijf andere, vermoedelijk minder gunstige, regelingen moeten gelden dan voor stoppers elders? Het is meer dan redelijk af te wachten waar het Rijk mee komt op dit gebied en dáárbij aan te sluiten. Dat is waarschijnlijk niet alleen voor de boeren die dit betreft beter, ook voor Brabant kan dit veel gunstiger uitpakken indien de kosten niet alleen door onze belastingbetalers hoeven te worden opgebracht.

Daarom moet de stoppersregeling opgaan in de landelijke regeling en omdat die niet voor 1 december van dit jaar bekend zal zijn, is het goed dat de Brabantse aanmelddatum, van 1 november a.s., is opgeschoven naar 1 april 2020.

Al deze maatregelen moeten ertoe leiden dat de uitstoot van stikstof drastisch wordt verminderd. Deze maatregelen, investeringen, moeten kunnen worden terugverdiend. Dat gaat niet lukken met een gedwongen krimp van de veestapel, het CDA gaat daar dan ook niet mee akkoord. Krimp van de veestapel, in de vorm van bedrijfsbeëindiging of anderszins, mag slechts het gevolg zijn van een vrijwillige stap van de betrokken veehouder.

Voorzitter, ik rond af. De CDA-fractie is ervan overtuigd dat we hier samen, zoals we dat in Brabant altijd doen, uitkomen. Het CDA heeft vertrouwen in uw en in ons college en is ervan overtuigd dat er een mooie toekomst is voor alle Brabanders, Boeren, Bouwers en Burgers.

En, voorzitter, ook het CDA is trots op de Brabantse boer.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon IOV (25 oktober 2019)

CDA: eerste stappen naar realistisch en eerlijk landbouwbeleid

Het CDA is voorzichtig positief over het landbouwdebat in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, dat op dit moment aan de gang is. Nog niet alles is bereikt, maar er worden volgens de partij belangrijke eerste stappen gezet naar een eerlijker en realistischer landbouwbeleid. Een keerpunt t.o.v. twee jaar geleden, toen Brabantse boeren door het vorige provinciebestuur versneld extra strenge maatregelen kregen opgelegd. “Een historische fout”, aldus het CDA destijds, omdat de besluiten van toen Brabantse familiebedrijven onevenredig hard raken. Inzet van het debat vandaag is voor het CDA juist minder strenge regels en meer compassie met de agrarische sector.

Meer tijd voor boeren met innovatieve stalsystemen

Veruit de belangrijkste beleidswijziging vandaag: boeren die met nieuwe, innovatieve stalsystemen aan de slag willen, ter vervanging van bijvoorbeeld ouderwetse luchtwassers (medeveroorzaker van o.a. stalbranden), hoeven niet langer op 1 april 2020 een vergunning te hebben aangevraagd indien deze stalsystemen nu nog niet beschikbaar zijn. Zij krijgen in dat geval van de provincie meer tijd en zo meer investeringsruimte om zowel hun bedrijf als het milieu een stap vooruit te helpen. Dit was een grote wens van het CDA, dat daartoe samen met andere partijen een voorstel (amendement) indient dat, zoals het er nu naar uitziet, kan rekenen op voldoende steun in de Brabantse Staten.

Ook krijgt de provincie de bevoegdheid om boeren uit te zonderen van bepaalde vergunning- en bouwdeadlines, wanneer zij een stalsysteem in gebruik willen nemen dat pas na 2022 beschikbaar is. Zo krijgen ook zij de ruimte om binnen een realistisch tijdspad schone investeringen te doen. Precies wat het CDA wil en altijd heeft bepleit.

Stikstofaanpak nu afstemmen, hopelijk later uniformeren

Daarnaast komt het CDA samen met haar coalitiepartners met een voorstel (motie) om in kaart te brengen hoe de landelijke en provinciale stikstofaanpak zich tot elkaar verhouden en hoe de afstemming tussen het Rijk en provincies is geregeld. Wat het CDA uiteindelijk wil, is uniform beleid: een gelijk speelveld voor boeren en tuinders, in alle provincies dezelfde stikstofregels en in Brabant geen strengere regels dan elders. Dit voorstel ziet de partij daartoe als een eerste stap: nu afstemming en wat het CDA betreft daarna uniformering.

Geen afname vergunde stalcapaciteit en geen gedwongen krimp veestapel

Deze twee voorstellen zijn in lijn met de voorwaarden die het CDA vorige week naar buiten bracht t.a.v. het Brabantse landbouwbeleid. Zo wil de partij dat emissieregels in Brabant niet strenger zijn dan in andere provincies én dat de vergunningdeadlines voor de bouw van nieuwe stallen worden herzien. Beide lijken te gaan lukken. Ook twee andere eisen van het CDA staan overeind: de overheid mag boeren de aan hen vergunde stalcapaciteit niet (zonder financiële compensatie) afnemen en krimp van de veestapel kan alléén plaatsvinden op basis van vrijwilligheid. Het CDA had voorstellen (moties) klaarliggen om initiatieven die tegen deze eisen zouden ingaan te blokkeren, maar deze lijken gelukkig niet nodig. Het afnemen van wel vergunde maar niet benutte stalcapaciteit en een gedwongen krimp van de veestapel zijn in Brabant momenteel niet aan de orde. Mocht dat in de toekomst wel dreigen te gebeuren, dan zal het CDA die alsnog proberen tegen te houden.

Een vijfde voorwaarde die het CDA stelde, namelijk dat de Brabantse ‘stoppersregeling’, bedoeld voor boeren die hun bedrijf willen beëindigen, opgaat in de landelijke stoppersregeling die nu in de maak is, moet in samenspraak met het Rijk worden gerealiseerd. Dat kan de provincie niet alleen.

Fractievoorzitter Ankie de Hoon: “Dit is voor alle betrokkenen, boeren, burgers maar ook politici, een bewogen dag. Als CDA hebben we vorige week aangegeven waar we staan in het Brabantse landbouwdebat, door vijf voorwaarden te formuleren die agrarische ondernemers in onze provincie perspectief moeten bieden. Die duidelijkheid werd gewaardeerd en nu is het zaak om onze woorden om te zetten in daden. Mijn conclusie is dat nu de eerste stappen worden gezet naar een eerlijker en realistischer landbouwbeleid. Of we er daarmee zijn? Zeker niet. Er komt in de komende tijd nog veel op ons af en dit is een traject van lange adem. Waarbij ik ervan overtuigd ben dat wij als CDA het verschil kunnen maken.”

CDA formuleert eisen voor Brabants landbouwbeleid

Het CDA heeft vandaag eisen geformuleerd voor het Brabantse landbouwbeleid. Aanleiding zijn de recente ontwikkelingen rondom de stikstofproblematiek, waaronder het eerste advies van de commissie-Remkes. Kern is dat het landbouwbeleid in Brabant zo snel mogelijk in lijn moet komen met het landelijke landbouwbeleid.

Daartoe wil het CDA allereerst dat er uniform beleid komt qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie-Geurts/Harbers die vannacht in de Tweede Kamer werd ingediend. Beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders. Het CDA verzoekt het Brabantse provinciebestuur om niet langer vast te houden aan strengere regels.

Ten tweede wil het CDA dat niet langer deadlines voor het indienen van vergunningaanvragen voor nieuwe stalsystemen worden opgelegd, zolang die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar zijn én zolang hiervoor nog geen landelijk beleid is vastgesteld. Dat impliceert dat deadlines als die van 1 april 2020, waarover het Brabantse provinciebestuur op 25 oktober a.s. zou besluiten, in de ijskast moeten.

Ten derde wil het CDA dat boeren de volledige aan hen vergunde stalcapaciteit, inclusief de zgn. ‘latente ruimte’, mogen houden. De overheid mag deze niet afpakken.

Ten vierde wil het CDA dat de Brabantse ‘stoppersregeling’, bedoeld voor boeren die hun bedrijf willen beëindigen, opgaat in de landelijke stoppersregeling die nu in de maak is. Dat betekent het opschorten van de provinciale aanmelddatum van 1 november a.s. en aansluiten bij de landelijke datum van aanmelden.

Ten vijfde wil het CDA in Brabant, net als in de rest van Nederland, géén door de overheid gedwongen krimp van de veestapel. De partij zal ieder voorstel daartoe blokkeren. Krimp van de veestapel kan wat het CDA betreft alleen plaatsvinden op basis van vrijwilligheid.

Voor het CDA Brabant zijn deze vijf eisen leidend bij komende besluitvorming in Provinciale Staten, het Brabantse provinciebestuur. Met dit eisenpakket wil de partij de balans terugbrengen in het stikstofdebat. Balans, realisme en een eerlijke verdeling van de lasten moeten zijn geborgd, wil het CDA steun kunnen geven aan welke maatregel dan ook.

Fractievoorzitter Ankie de Hoon: “Nu de minister gisteren, tijdens het debat over de stikstofproblematiek in de Tweede Kamer, heeft aangegeven dat provincies de vrijheid hebben om bovenop het landelijke beleid eigen, in het geval van Brabant veel strengere, stikstofregels te stellen, vinden wij het als CDA belangrijk dat onze provincie geen eiland wordt waar Brabanders het wonen en ondernemen onmogelijk gemaakt wordt. Brabant mag niet op slot. Dat is namelijk in niemands belang: niet in het belang van onze inwoners, familiebedrijven en uiteindelijk ook niet in het belang van onze Brabantse natuur. Brabant wordt niet de groene gordel van de Randstad, waar geen enkele ontwikkeling meer mogelijk is.”

Omdat de ontwikkelingen in het stikstofdossier elkaar de laatste tijd snel opvolgden, heeft het CDA Brabant het debat in de Tweede Kamer, en de daaraan voorafgaande hoorzitting van deskundigen, willen afwachten alvorens met een reactie en eisenpakket naar buiten te komen. “We hebben in de afgelopen weken met veel mensen over het stikstofprobleem gesproken en begrijpen hun zorgen, boosheid en ongeduld. Ook wat de positie van het CDA Brabant betreft. Toch hebben we bij het bepalen van ons standpunt en eisenpakket niet over één nacht ijs willen gaan, want daar is dit probleem te groot en te complex voor. Zorgvuldigheid voor snelheid. Als CDA hebben we bestuursverantwoordelijkheid genomen om enerzijds zaken, die wij voor Brabant belangrijk vinden, voor elkaar te krijgen en anderzijds zaken, die wij voor Brabant onwenselijk vinden, tegen te houden. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak, waarbij wat ons betreft het resultaat telt: het beste voor de Brabanders. Dáár gaan wij voor en dáár mogen zij het CDA op afrekenen.” Aldus De Hoon, die de fractievoorzitters van coalitiepartners VVD, D66, GroenLinks en PvdA eerder vandaag in een ingelast overleg informeerde over de positie van haar partij.

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat advies commissie-Remkes op 11/10

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het eerste advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek (commissie-Remkes)
(11-10-2019)

Voorzitter,

In de afgelopen weken is er veel gebeurd. Het grootste boerenprotest uit de Nederlandse geschiedenis, het eerste advies van de commissie-Remkes, de reactie van het kabinet en van ons provinciebestuur hierop, en vandaag een Provinciehuis vol bezorgde Brabanders. Zorgen die wij als CDA goed begrijpen. Hun zorgen zijn onze zorgen. Hun vragen zijn onze vragen. Wat komt er nu weer op mij, op mijn bedrijf, en op onze sector af? Krijg ik mijn vergunning wel rond? Wanneer kan ik mijn bedrijfsactiviteiten voortzetten? Wat gaat mij dat kosten? Waarom zou ik nog doorgaan met mijn onderneming? Terechte vragen. En vragen die beantwoord moeten worden. Het liefst vandaag, in dit debat, en anders zo snel mogelijk.

De boodschap van de commissie-Remkes was duidelijk: breng de balans terug tussen natuur, leefbaarheid en economische groei. Daar wil het CDA aan meewerken, maar wel op een zorgvuldige en realistische manier. Met regionaal maatwerk en een bijdrage van alle relevante economische sectoren om het stikstofvraagstuk op te lossen. Hiervoor moet niet één specifieke sector alleen hoeven opdraaien. We moeten het samen doen. Maatregelen moeten evenwichtig zijn, zodat we als provincie onze inwoners duidelijkheid en perspectief kunnen bieden en hen helpen de juiste keuzes te maken. Brabant mag niet op slot: de vergunningverlening voor het bouwen van woningen, de aanleg van wegen en het doen van bedrijfsactiviteiten moet zo snel mogelijk weer op gang komen.

In het vervolg van mijn bijdrage wil ik stilstaan bij vier onderwerpen: (1) landelijk beleid vs. Brabants beleid, (2) de houdbaarheid van deadline 1 april 2020, (3) metingen door het RIVM en (4) een aantal praktische vragen.

Landelijk beleid vs. Brabants beleid

De commissie-Remkes benadrukt het belang van samenwerking tussen álle betrokken overheden – Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen – om te komen tot een gezamenlijke oplossing voor de stikstofproblematiek. Voor het CDA is het essentieel dat de provincie in gesprek blijft met álle partijen. Zoals VNO-NCW, Bouwend Nederland, ZLTO, BAJK, ANWB, maar óók inwoners verenigd in bijvoorbeeld dorpsraden of bewonersplatforms. Kortom, met iedereen die betrokken is bij het probleem waarmee we ons geconfronteerd zien. Partijen met wie we samen een oplossing moeten zien te vinden.

In het bestuursakkoord geeft u aan ‘stimulerend, initiërend en verbindend’ te willen zijn. Hoe gaat u hieraan invulling geven in de samenwerking met onze landelijke, lokale en regionale gesprekspartners?

Hoe gaat u ervoor zorgen dat Brabantse ondernemers volop gebruik kunnen maken van landelijke regelingen voor ‘stoppers’, stalsystemen en innovaties? En dat deze maatregelen niet gaan of zullen conflicteren met de opgestelde Brabantse regelgeving?

Kortom: hoe voorkomen we dat Brabant een eiland wordt waar niemand meer kan ondernemen, stoppers niet kunnen stoppen en jonge ondernemers geen perspectief meer hebben?

Houdbaarheid deadline 1 april 2020

De veehouderijbesluiten van 7 juli 2017 waren gebaseerd op een toen nog springlevende Programmatische Aanpak Stikstof. Inmiddels zijn we ruim twee jaar verder, is het PAS gesneuveld, en worden we geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid. Concreet betekent dit dat de Rijksoverheid nieuwe plannen heeft opgesteld voor het ‘vrijwillig’ saneren van de veehouderij in de buurt van Natura 2000-gebieden.

Het bestuursakkoord 2019-2023 gaat er ook vanuit dat Brabant in de PAS moet lopen. Maar er is geen PAS meer, het kan dus niet anders dan dat het bestuursakkoord hieraan wordt aangePASt. Deze nieuwe werkelijkheid heeft meer flexibiliteit nodig in de gestelde deadlines.

Is de provincie bereid de vergunning-deadline van 1 april 2020 opnieuw tegen het licht te houden?

Metingen door het RIVM

Dan de informatie waarop wij ons beleid baseren. Feitelijke informatie wel te verstaan. Gegevens die afkomstig zijn van het RIVM. In de afgelopen dagen zijn er veel vragen gesteld aan dit RIVM over de wijze van rekenen en het meten van stikstof. Het CDA in de Tweede Kamer heeft gerede twijfels geuit over de betrouwbaarheid van het meetmodel. Wij hebben geconstateerd dat het model in de afgelopen jaren weliswaar is aangepast, maar volgens het RIVM zélf nog steeds een grote onzekerheidsmarge kent van 30% tot 70%. Leg dát de mensen wier toekomst van deze metingen afhangt maar eens uit.

Nu heeft de gedeputeerde aangegeven graag ‘datagedreven’ te werk te willen gaan. Het CDA wil dan ook graag van de gedeputeerde weten of de provincie bereid is mee te werken aan uitbreiding van het meetnet met daadwerkelijke stikstofdepositiemetingen op de grond, om tot een betrouwbaarder meetmodel te komen?

Voor het CDA zijn zorgvuldigheid en realisme belangrijk. De gedeputeerde heeft vanmorgen aangegeven dat meetsystemen niet het stikstofprobleem doen verdwijnen. Dat is helder. Maar als de basis klopt en de informatie waarop we besluiten nemen niet ter discussie staat, dan kunnen we het beter hebben over de oplossingen. ‘Realtime meten’ zou daar wat ons betreft goed bij kunnen helpen.

Praktische vragen

De stikstofproblematiek treft alle Brabanders en raakt aan vrijwel alle sectoren. Niet alleen landbouw, niet alleen infrastructuur, niet alleen bouw.

Maar ook aan leefbaarheid in brede zin: veilig opgroeien, prettig wonen, je thuis kunnen voelen. Bij inwoners, bedrijven en andere overheden bestaan ook hierover veel vragen. Daarom zou het CDA graag zien dat in de gebiedsgerichte aanpak niet alleen wordt gekeken naar de stikstofuitstoot, maar dat daarin alle aspecten van leefbaarheid worden meegenomen. Hoe zorgen we ervoor dat het platteland en het buitengebied een leefbare omgeving blijft?

Graag verneemt het CDA van de gedeputeerde welke planning de provincie voor ogen heeft t.a.v. de ‘gebiedsgerichte aanpak’. Hoe gaat de provincie ervoor zorgen dat de maatregelen voor realisatie van de stikstofambitie de leefbaarheid in een gebied, in brede zin, versterken i.p.v. verzwakken? Hoe staat de provincie tegenover het CDA-voorstel om een ‘provinciale helpdesk stikstofproblematiek’ in te richten, waar inwoners, bedrijven en overheden terechtkunnen met vragen of voor advies?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon advies Adviescollege Stikstofproblematiek (11 oktober 2019)

Schriftelijke vragen over provinciale helpdesk stikstofproblematiek

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Tanja van de Ven-Vogels over een provinciale helpdesk stikstofproblematiek.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over provinciale helpdesk stikstofproblematiek.

Geacht college,

Op 4 oktober jl. stuurde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een brief naar de Tweede Kamer, waarin het kabinet uiteenzet hoe het, n.a.v. de uitspraak van de Raad van State en de aanbevelingen van het Adviescollege Stikstofproblematiek (de ‘commissie-Remkes’), met provincies, waterschappen en gemeenten het zgn. ‘stikstofreductieplan’ wil vormgeven1.

In dit stikstofreductieplan is een belangrijke rol weggelegd voor provincies. Bijvoorbeeld bij de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak, de financiering van extra acties, de uitvoering van reeds geplande en nieuwe natuurherstelmaatregelen en het bewaken van het proces (door de Commissaris van de Koning, in zijn hoedanigheid als Rijksheer). Over hoe hieraan gevolg te geven, heeft de provincie Noord-Brabant op 8 oktober jl. een beleidsregel vastgesteld2.

Bij veel inwoners, bedrijven en gemeenten bestaat grote onzekerheid over wat de maatregelen uit het stikstofreductieplan voor hen gaan betekenen. Het CDA vindt het belangrijk dat zij snel duidelijkheid, perspectief, advies en hulp kunnen krijgen, en van begin af aan bij de uitwerking van de maatregelen worden betrokken. Dat begint bij een goede informatievoorziening en gestroomlijnde communicatie vanuit de (provinciale) overheid.

In dat kader heeft het CDA voor u de volgende vraag:

  1. Bent u bereid om op korte termijn een provinciale helpdesk stikstofproblematiek in te richten, bemenst door specialisten, waar inwoners, bedrijven, gemeenten en andere overheden terechtkunnen met vragen of verzoeken om advies en informatie, en hier de nodige ruchtbaarheid aan te geven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Tanja van de Ven-Vogels

1 Zie https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-landbouw-natuur-en-voedselkwaliteit/documenten/kamerstukken/2019/10/04/aanpak-stikstofproblematiek

2 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2019/oktober/provincie-pakt-stilgevallen-vergunningverlening-snel-op.

CDA: maatwerk en perspectief voor stikstofvraagstuk

Op 25 september jl. presenteerde het Adviescollege Stikstofproblematiek, ook wel bekend als de ‘commissie-Remkes’, zijn aanbevelingen over hoe op korte termijn om te gaan met de stikstofproblematiek in Nederland. Klik hier om dit advies te lezen of te downloaden.

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant bestudeert op dit moment het rapport en blijft alle ontwikkelingen nauwgezet volgen. Samen met lokale, landelijke en Europese CDA-vertegenwoordigers hopen de Statenleden zo snel mogelijk in kaart te kunnen brengen wat per portefeuille en per Brabantse regio de gevolgen zullen zijn. Input van eenieder is daarbij van harte welkom.

Namens de Provinciale Statenfractie van CDA Brabant is fractievoorzitter Ankie de Hoon woordvoerder op het stikstofdossier. Haar eerste reactie op het advies van de commissie-Remkes vindt u hieronder.

“De balans tussen natuur, leefbaarheid en economische groei moet terug. Op een eerlijke, realistische manier. Daarom pleit het CDA voor regionaal maatwerk en een bijdrage van alle relevante economische sectoren om het stikstofvraagstuk op te lossen. Hiervoor moet niet een specifieke sector alleen hoeven opdraaien. We moeten het samen doen. Het is belangrijk dat de minister snel met een evenwichtig pakket maatregelen komt, waarmee we als provincie onze inwoners duidelijkheid en perspectief kunnen bieden en hen helpen de juiste keuzes te maken. Brabant mag niet op slot: de vergunningverlening voor het bouwen van woningen, de aanleg van wegen en het doen van bedrijfsactiviteiten moet zo snel mogelijk weer worden hervat.”

Bij vragen kunt u contact opnemen met communicatiemedewerker Ernst van Welij via het e-mailadres evwelij@psbrabant.nl.

CDA Brabant op werkbezoek in Zundert

Het CDA Brabant trapt het nieuwe politieke seizoen, dat volgende week begint, af in Zundert. Op vrijdag 23 augustus brengen provinciale én landelijke CDA-vertegenwoordigers een werkbezoek aan de gemeente, het eerste van dit jaar.

In de ochtend maken de politici kennis met de Coöperatieve Vereniging Treeport Zundert, die zich inzet voor versterking van de boomkwekerijsector in West-Brabant. Onderdeel van deze kennismaking is, naast een uitleg over de activiteiten van het platform, een bedrijfsbezoek aan Boot & Dart Boomkwekerijen, een van de ruim honderd ondernemingen en organisaties die bij Treeport zijn aangesloten.

‘s Middags staat allereerst een bezoek aan de Nederlandse vestiging van het familiebedrijf Ardo (met de hoofdzetel in Ardooie, België) op het programma. Ardo is een belangrijke speler in de productie van een volledig aanbod vriesverse groenten, kruiden en fruit voor de retail, foodservice en industrie. Hierna neemt de CDA-delegatie een kijkje bij de voorbereidingen voor het Corso, dat op 1 en 2 september a.s. in Zundert plaatsvindt. Het Zundertse bloemencorso is het grootste van de wereld en bestaat sinds 1936. De CDA’ers bezoeken o.a. het ‘Corsohome’ aan de Industrieweg en de bouwtent van buurtschap Tiggelaar, dat met negentien andere buurtschappen strijdt om het bouwen van de mooiste wagen.

Aan het werkbezoek namen verschillende Statenleden van het CDA deel, provinciale volksvertegenwoordigers die bij de verkiezingen eerder dit jaar in het Brabantse parlement zijn gekozen. Onder hen de West-Brabantse Ankie de Hoon uit Etten-Leur, die als fractievoorzitter de achthoofdige fractie aanvoert. Daarnaast wonen ook de Brabantse Tweede Kamerleden Erik Ronnes en René Peters (een deel van) het programma bij evenals diverse plaatselijke CDA’ers.

De Hoon: “Geen betere plaats om het politieke jaar te beginnen dan in het prachtige Zundert, met een werkbezoek waarin o.a. economie, ondernemerschap, innovatie en cultuur samenkomen. Kortom, veel van waar Brabant goed in is én trots op mag zijn. En we hadden ook geen beter moment kunnen uitkiezen, want over iets meer dan een week kan heel de wereld tijdens het Corso genieten van al het moois dat Zundert te bieden heeft. Een uniek evenement, immaterieel cultureel erfgoed, waaraan duizenden vrijwilligers meewerken en dat wat het CDA betreft beslist een plek verdient op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. We zijn vereerd om alvast een voorproefje te krijgen en kijken ernaar uit om Zundert, in al zijn facetten, beter te leren kennen.”

Schriftelijke vragen over PAS-uitspraak Raad van State

Schriftelijke vragen van Statenleden Tanja van de Ven en Ankie de Hoon over de uitspraak van de Raad van State over het beoordelingssysteem Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over PAS-uitspraak Raad van State.

Geacht college,

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State over de Nederlandse stikstofaanpak, die een einde maakt aan het beoordelingssysteem ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS), en de provinciale themabijeenkomst over de consequenties hiervan op 28 juni jl. hebben wij voor u de volgende vragen:

01. Sinds eind mei is de vergunningverlening i.h.k.v. het PAS stopgezet. U hebt aangegeven vanaf september 2019 tot eind 2022 met een ‘beperkt instrumentarium’, en scherp geprioriteerd, weer vergunningen te willen gaan verlenen. Door deze nieuwe realiteit lijken de ambities uit het bestuursakkoord echter te zijn ingehaald.

  1. Bent u het met CDA eens dat er sinds de recente stikstofuitspraak van de Raad van State sprake is van een nieuwe realiteit?
  2. Tijdens de themabijeenkomst op 28 juni jl. sprak u de verwachting uit dat vergunningverlening ‘niet gladjes’ zal verlopen. Waar voorziet u problemen en wat gaat u hiertegen doen?

02. Wanneer de provincie de vergunningverlening weer opstart, leidt dit mogelijk tot veel nieuwe vergunningaanvragen. Het tussentijds aanpassen van omgevingsvergunningen en Wet Natuurbeschermingsvergunningen (Wnb) vraagt veel extra inzet en capaciteit van gemeenten en omgevingsdiensten. Hoe ziet u in dit verband de hoos aan vergunningaanvragen die nog gaat komen n.a.v. de maatregelen Versnelling transitie veehouderij? Wat betekent dit voor het behandeltraject van al deze vergunningaanvragen en de extra kosten die zowel overheden als veehouders moeten maken?

03. Er zijn veehouderijbedrijven die geen Wnb-vergunning hebben, maar alleen een melding hoefden te doen in het kader van het PAS. Dit gold voor bedrijven wier uitstoot op het dichtstbijzijnde natuurgebied tussen de 0,05 en 1 mol/kg/ha bedroeg.

  1. Hoe gaat u om met bedrijven die een geaccepteerde melding hebben i.h.k.v. het PAS en voor wie nog niet duidelijk is hoe zij hun vergunning moeten aanpassen?
  2. Hoe gaat u om met bedrijven die minder uitstoten dan de drempelwaarde 0,05 mol/kg/ha en waarbij geen melding nodig was?

04. Klopt het dat na de uitspraak van de Raad van State veehouderijbedrijven een milieueffectrapportage (MER) moeten opvragen? Hoe denkt u over het tijdspad hiervoor?

05. Kunt u in kaart brengen wat de gevolgen van de uitspraak van Raad van State zijn voor de Brabantse economie, in brede zin, per sector en per regio?

06. Wat betekent de uitspraak van de Raad van State voor infrastructurele projecten in Brabant, zoals de (geplande) verbreding van wegen en de aan te pakken knelpunten op provinciale wegen? Kunt u per project op een rijtje zetten wat de gevolgen zijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Tanja van de Ven en Ankie de Hoon