CDA: elke Brabantse bus een elektrische rolstoelplaat

Het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, wil dat elke Brabantse bus, dus ook een buurtbus, is voorzien van een elektrische rolstoelplaat. Hiertoe dient de partij vandaag een voorstel in tijdens het debat over de nieuwe ‘OV visie’ van de provincie, waarin de toekomst van het Brabantse openbaar vervoer wordt vastgelegd.

In dit voorstel vraagt het CDA aan provinciebestuurder Van der Maat om snel met vervoerders en het Brabantse bedrijfsleven om de tafel te gaan en te kijken hoe elektrische rolstoelplaten in alle Brabantse bussen te realiseren. Aanleiding voor het CDA om met dit voorstel te komen zijn de ervaringen die de partij de afgelopen jaren opdeed tijdens verschillende ‘OV-Races’: door het CDA zelf georganiseerde tests van het openbaar vervoer in de vorm van een wedstrijd. Hieruit bleek o.a. dat m.n. buurtbussen lang niet altijd zijn uitgerust met een elektrische rolstoelplaat en reizigers met een rolstoel niet altijd kunnen meenemen.

Statenlid Ankie de Hoon (CDA): “Openbaar vervoer blijft mensenwerk. Zo lukt het de ene buschauffeur wel om even uit te stappen en reizigers met een rolstoel de bus in te helpen, terwijl de andere buschauffeur door tijdsdruk de rolstoeler helaas moet laten staan. Onwenselijk. Als CDA stellen we daarom voor álle Brabantse bussen standaard uit te rusten met een elektrische rolstoelplaat. Dan kunnen mensen met een rolstoel, die vaak afhankelijk zijn van het OV, deelnemen aan het reguliere openbaar vervoer én helpen we ook de buschauffeur die onder tijdsdruk staat.”

Tijdens het debat over de nieuwe OV visie komt het CDA, net als in het debat over de provinciebegroting vorige maand, tevens met een voorstel dat de provincie oproept te starten met experimenten gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. De Hoon: “Op veel plekken in Brabant liggen de banen voor het oprapen, maar zijn die banen niet of slecht bereikbaar per OV. Dit is een Brabant breed probleem, dat we als CDA overal tegenkomen: van Moerdijk tot Breda, van Waalwijk tot Oss, van Oirschot tot Werkendam. Wij vragen de gedeputeerde actie te ondernemen en samen met vervoerders en bedrijven tot slimme, creatieve oplossingen te komen. Misschien dat het tweemaal per dag uitbreiden van een route, tijdens de spits en op piekmomenten, al voldoende is of de inzet van een ‘bedrijvenbus’ met een gepensioneerde oud-werknemer als vrijwilliger achter het stuur.”

Schriftelijke vragen over Tuf Recycling

Schriftelijke vragen van Statenleden Jeffrey van Agtmaal en Ankie de Hoon over een Europese subsidie voor het bedrijf Tuf Recycling in Dongen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Tuf Recycling.

Geacht college,

Op 30 november jl. publiceerde dagblad BN De Stem een artikel getiteld Europese subsidie van 135.000 euro voor ‘grensoverschrijdend’ werkend Tuf1. Te lezen is dat kunstgrasmat-verwerker Tuf Recycling uit Dongen i.h.k.v. het Europese project CrossRoads2 een Europese subsidie van 135.000 euro heeft ontvangen met als doel ‘innovatie te bevorderen’. De provincie Noord-Brabant is een van de partners van het project CrossRoads2.

Het CDA vindt het toekennen van deze subsidie aan Tuf Recycling zorgwekkend. Uit een reportage van het televisieprogramma ZEMBLA blijkt nl. dat Tuf Recycling zich niet houdt aan wet- en milieuregels en niet beschikt over de juiste vergunningen2. Sinds de zomer van 2017 heeft de gemeente Dongen aan Tuf Recycling tot driemaal toe een dwangsom opgelegd. Voor zover de CDA-fractie bekend is tot op heden geen afdoende oplossing gevonden voor de milieusituatie ter plaatse en voor de openstaande schuld bij de gemeente Dongen.

Naar aanleiding hiervan hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Wat was de rol van de provincie Noord-Brabant bij de toekenning van deze Europese subsidie aan Tuf Recycling?
  2. Kunt u toelichten welke rol Stimulus Programmamanagement namens de provincie Noord-Brabant speelde bij het toekennen van deze subsidie?
  3. Heeft er overleg plaatsgevonden tussen de provincie en de gemeente Dongen over toekenning van deze subsidie en waarom wel/niet?
  4. Hoe is naar uw oordeel de toekenning van deze subsidie te verantwoorden gelet op de zorgwekkende situatie rondom Tuf Recycling zoals hierboven omschreven?
  5. Hoe is de toekenning van deze subsidie aan Tuf Recycling tot stand gekomen?

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Jeffrey van Agtmaal en Ankie de Hoon

1 Zie https://www.bndestem.nl/oosterhout/europese-subsidie-van-135-000-euro-voor-grensoverschrijdend-werkend-tuf~a812c1a6/.

2 Zie https://zembla.bnnvara.nl/nieuws/gemeente-treedt-op-tegen-illegale-opslag-kunstgrasmatten-bij-tuf-recycling.

 

Brabander Tom Berendsen nr. 4 op Europese CDA-lijst

Tom Berendsen uit Breda staat op plaats 4 van de conceptkandidatenlijst van het CDA voor de Europese verkiezingen volgend jaar.

Brabant werd in het Europees Parlement vijftien jaar vertegenwoordigd door vertrekkend Europarlementariër Lambert van Nistelrooij uit Diessen. Berendsen wil het stokje van Van Nistelrooij overnemen en zo diens Brabantse zetel in het Europese Parlement behouden voor onze provincie.

Momenteel werkt Berendsen als adviseur duurzaamheid, energie en klimaat bij een groot advieskantoor. Daarnaast is hij voorzitter van de CDA-afdeling in zijn woonplaats Breda.

Berendsen over zijn voordracht: “Ik voel mij vereerd met deze mooie positie op de lijst en het vertrouwen dat daaruit spreekt. Voor mij begint het werk nu pas, want er zijn vele voorkeursstemmen nodig om mijn eigen zetel te verdienen en de Brabantse belangen straks te kunnen vertegenwoordigen.”

Lambert van Nistelrooij: “Tom heeft mijn steun. Brabant verdient een getalenteerde, sterke kandidaat om onze belangen in Brussel te blijven behartigen.” Bij de vorige Europese verkiezingen in 2014 haalde Van Nistelrooij met 32.970 de voorkeursdrempel voor een eigen zetel in het Europees Parlement.

Inge van Dijk, partijvoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant: “Lambert van Nistelrooij heeft Brabant in de afgelopen jaren geweldig vertegenwoordigd. Hij wil het stokje overdragen aan een nieuwe generatie. Tom Berendsen is een uitstekende, talentvolle kandidaat om het belangrijke werk voor Brabant voort te zetten. Wij hopen dat zoveel mogelijk Brabanders Tom in mei zullen steunen, zodat we de directe van Brabant met Brussel behouden.”

Het CDA heeft op dit moment vijf zetels in het Europees Parlement. Lijsttrekker van het CDA bij de Europese verkiezingen is Esther de Lange. De leden van het CDA stellen de kandidatenlijst op 9 februari a.s. definitief vast.

De verkiezingen voor een nieuw Europees Parlement zijn op 23 mei 2019.

CDA: fusie Nuenen-Eindhoven afblazen i.p.v. uitstellen

De provincie Noord-Brabant moet de fusie van de gemeentes Nuenen en Eindhoven niet uitstellen, maar definitief afblazen. Dat is de reactie van het CDA op het nieuws dat de provincie het fusievoorstel voorlopig intrekt in afwachting van nieuwe herindelingsregels uit Den Haag. Deze staan in het zgn. Beleidskader gemeentelijke herindeling, waarvan een concept vorige week naar buiten kwam.

Statenlid Marcel Deryckere (CDA): “Het besluit om het fusievoorstel voorlopig in te trekken toont aan hoe wankel de argumentatie is, waarmee de provincie Nuenen en Eindhoven tot een fusie wil dwingen. Maar zo lang als het fusievoorstel niet definitief van tafel gaat, blijven de inwoners van Nuenen in onzekerheid over hun toekomst. Als CDA roepen wij de provincie daarom op de fusie af te blazen, zodat de Nuenenaren duidelijkheid krijgen en de gemeente weer vooruit kan kijken.”

In de nieuwe regels voor het herindelen van gemeentes zou o.a. staan dat enkel een gebrek aan bestuurskracht geen reden mag zijn om gemeentes te dwingen te fuseren. Voor de provincie Noord-Brabant was dit altijd de belangrijkste reden om Nuenen en Eindhoven te willen samenvoegen.

Deryckere: “Het is buitengewoon wrang dat de provincie Nuenen een gebrek aan bestuurskracht verwijt, terwijl het de provincie zelf is die haar huiswerk niet in orde blijkt te hebben.”

Hannie Visser-Kieboom opnieuw verkiesbaar voor Waterschap Rivierenland

Hannie Visser-Kieboom is opnieuw verkiesbaar voor het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland. De Werkendamse staat op plaats 3 van de conceptkandidatenlijst van het CDA voor de waterschapsverkiezingen volgend jaar.

Op 15 december a.s. stellen de leden van het CDA de lijst definitief vast. Tot die tijd kunnen CDA-afdelingen nog wijzigingsvoorstellen doen.

Visser-Kieboom heeft nu ook zitting in het waterschapsbestuur, waarvoor eens in de vier jaar verkiezingen zijn. Daarnaast zet ze zich op verschillende andere terreinen in voor het Land van Heusden en Altena. Zo is ze betrokken bij de Stichting Erfgoed Altena, het Liniepadfestival en de Stichting Vrienden Biesboschmuseum. Ook reikt Visser-Kieboom jaarlijks de Toontje Sprengerpluim uit om vrouwen te stimuleren politiek actief te worden.

Hannie Visser-Kieboom: “Het is een eer om te zijn voorgedragen voor de derde plek op de CDA-kandidatenlijst in het Waterschap Rivierenland. Waterschappen vervullen belangrijke taken als het gaat om het leef- en bewoonbaar houden van ons land. Bijvoorbeeld in tijden van droogte of juist bij overvloedige regenval. Ook bewaken waterschappen de kwaliteit van ons oppervlaktewater, dat planten en dieren nodig hebben om te kunnen leven. Door lozingen van bijvoorbeeld drugsafval komt die waterkwaliteit ernstig onder druk te staan.”

Lijsttrekker van het CDA in het Waterschap Rivierenland is Henk Driessen, oud-wethouder in de gemeente Tiel.

De verkiezingen voor een nieuw waterschapsbestuur vinden plaats op 20 maart 2019.

Beantwoording technische vragen “PAS Leegveld, Deurne”

Beantwoording technische vragen van het CDA door het provinciebestuur van Noord-Brabant
over het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) “PAS Leegveld, Deurne” (28-11-2018)

Vraag 1
Wat zijn de verschillen tussen de plannen uit 2005 (het Landinrichtingsplan ‘Het Onverenigbare Verenigt’) en de huidige plannen?

Antwoord 1
Het Landinrichtingsplan is een plan met verschillende doelstellingen. Eén daarvan is de doelstelling voor natuur. Voor hoogveen is gesteld het realiseren van levend hoogveen en andere hoogveeneigen vegetatietypen in de bestaande natuurgebieden en in de nieuwe natuurgebieden. In het Landinrichtingsplan is daarbij aangegeven dat gezien de lange ontwikkelingsduur van met name levend hoogveen dit neerkomt op het realiseren van de vereiste abiotische condities.
De doelstelling voor het hoogveen in het Natura 2000-beheerplan is zorgen voor het instandhouden en uitbreiden van de habitattypen herstellende en actief hoogveen. Het Landinrichtingsplan en het Natura 2000-beheerplan verschillen dus niet wat betreft doelstellingen. Het Landinrichtingsplan uit 2005 bevat globale inrichtingsmaatregelen. In dit landinrichtingsplan zijn maatregelen opgenomen voor het hoogveenherstel dus nog niet in detail uitgewerkt. In het plan is aangegeven dat detaillering maatwerk is en dat dit locatie specifiek uitgewerkt wordt in deelplannen. Wat betreft de wateropgave t.b.v. het hoogveenherstel is door waterschap Aa en Maas in opdracht van de provincie deze wateropgave uitgewerkt in de GGOR-inrichtingsvisie Deurnsche Peel (2011) (GGOR = Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime). De maatregelen opgenomen in de GGOR-visie vormen ook de basis voor de hydrologische maatregelen in het Natura 2000-beheerplan. De maatregelen uit het GGOR-/Natura 2000-beheerplan (2018) zijn weer verder geconcretiseerd in het projectplan Waterwet (2018). De plannen volgen elkaar op en er is geen strijdigheid tussen de plannen.

Vraag 2
Waaruit blijkt de noodzaak om veel meer te gaan vernatten t.o.v. het Landschappelijk Inrichtingsplan (LIP) 2005 om de Natura 2000-doelstelling te halen? Zijn er alternatieven onderzocht?

Antwoord 2
Zoals hierboven al is aangegeven zijn het Landinrichtingsplan, de GGOR-visie, Natura 2000-beheerplan en projectplan Waterwet plannen die elkaar opvolgen. Voor het gebied Leegveld vormt de GGOR-visie de basis voor het maatregelenpakket. In het beheerplan is aangegeven dat hiervoor eerst nog een uitvoeringsplan moet worden opgesteld, waarin de maatregelen worden geoptimaliseerd. Dat plan is het projectplan Waterwet. De hoofddoelstellingen zoals genoemd in het Landinrichtingsplan staan hierin nog steeds centraal. Overigens is het niet zo dat een groter gebied onder water wordt gezet, maar in een aantal compartimenten wordt wel voor een ander streefpeil gekozen dan in de bestuurlijk vastgestelde GGOR-visie. Soms lager en soms hoger. Reden hiervoor is dat streefpeilen beter kunnen aansluiten bij de maaiveldhoogtes van een compartiment dan beschreven in de GGOR. Dat is een belangrijke verfijning om de doelen uit het beheerplan te kunnen halen.

Vraag 3
Is met betrekking tot de huidige plannen tot overeenstemming gekomen met de betrokkenen (zoals dat in 2005 ook is gebeurd)?

Antwoord 3
Zoals hierboven al aangegeven is in het LIP opgenomen dat de detailuitwerking uitgevoerd wordt in deelplannen. Met deze werkwijze hebben de partijen door ondertekening van het Landinrichtingsplan ingestemd. De opgestelde GGOR-visie heeft ter inzage gelegen en is vastgesteld door waterschap Aa en Maas. Bij de totstandkoming van de GGOR-visie is een gebiedsproces doorlopen. Met een werkgroep van de verschillende gebiedspartijen zijn zes overleggen gehouden, waarin de modellering, de maatregelen en de effecten zijn besproken. De betrokken partijen die zitting hadden in de werkgroep waren: waterschap Aa en Maas, provincie Noord-Brabant, Staatsbosbeheer, ZLTO en afdeling Deurne, gemeente Deurne, Werkgroep Behoud de Peel, DLG, ambtelijk vertegenwoordiger van de Bestuurscommissie Peelvenen.

Vraag 4
In het laatste hydrologische model zijn de meest recente weersomstandigheden (nat en droog) en klimaateffecten niet meegenomen. Waarom niet?

Antwoord 4
Het model geeft aan welke maatregelen nodig zijn om een stabiel waterpeil in het gebied mogelijk te maken. Het model is gemaakt op basis van langjarige gemiddelden en is doorgerekend tot 2016. Onderdeel van de uit te voeren maatregelen is de aanleg van regelbare kunstwerken (stuwen), zodat beheerders in de toekomst kunnen inspelen op veranderende situaties.
Ook is rekening gehouden met regenbuien die maar eens in de 25 jaar voorkomen. In de nieuwe natuur is het mogelijk om de hoeveelheid neerslag die tijdens deze buien valt in de natuur te kunnen opvangen, zodat het watersysteem benedenstrooms wordt ontlast. Het project betekent dus een sterke verbetering van het waterbergend vermogen van het gebied. Er wordt naar gestreefd het gebied zoveel mogelijk lekdicht te houden en de waterpeilen in de hoogveenkerngebieden zo stabiel mogelijk te houden. Het levende hoogveen dat zich moet gaat vormen zal ook langdurige droogteperiodes moeten kunnen overleven. Daar is de norm voor de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) GLG op gebaseerd. Regenval en droogte zijn niet te sturen en wateraanvoer van elders in een hoogveenkern is geen optie (is zelfs een bedreiging). Welke tijdsduur van droogte ontstaat is afhankelijk van regenbuien en tijdsduur van een droge periode. Extra (Maas)water aanvoeren en vasthouden (in het gebied buiten de natuur) en daarmee extra tegendruk creëren ter compensatie is een mogelijkheid die in 2018 door het waterschap is toegepast. Dit wordt nu niet als besluit voorgelegd, want dat is onderdeel van waterbeheer in (extreem) droge perioden. Resumerend, het berekenen van een droogvalduur heeft geen invloed op (extra) maatregelen. Hoogveengebieden hebben in een droge periode de hoogste prioriteit voor aanvoer van water in de omgeving (= categorie 1). Huidig beleid is de optimale waarborg voor het voorkomen van schade in het hoogveengebied als gevolg van droogte.

Vraag 5
Waarom vindt op korte termijn besluitvorming ten aanzien van de vaststelling van de plannen plaats, terwijl de hydrologische gevolgen binnen en buiten het plangebied niet volledig inzichtelijk zijn?

Antwoord 5
Met behulp van grondwatermodellen en schadeberekeningen is onderzocht waar en hoe groot de wateroverlast zal zijn als gevolg van het project Leegveld. De gebieden waar mogelijk wateroverlast/-schade zal ontstaan zijn bekend. In overleg met de betrokkenen worden maatregelen opgesteld om deze schade te mitigeren. Met het grondwatermodel en monitoringsnetwerk voor de nulsituatie en effecten bestaat er goed inzicht in de grondwaterstanden en onverwachte wijzigingen hiervan. In het voorkomende geval dat zich toch situaties voordoen die zorgen voor wateroverlast dan zijn maatregelen voorhanden om zo nodig in te kunnen grijpen. De maatregelen die op voorhand getroffen worden zijn het aanleggen van (peilgestuurde) drainage en het ophogen van percelen.
Het bestaande netwerk van peilbuizen in dit gebied is uitgebreid met circa 60 peilbuizen. Met behulp van deze peilbuizen wordt automatisch de grondwaterstand in het gebied gemeten. Met behulp van dit meetnetwerk zal in de periode na aanleg gemonitord worden wat de effecten zijn van de maatregelen. De gegevens van de peilbuizen zijn door eenieder in te zien op:  https://aaenmaas.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=8654c063515546d4a8adc800a560921b.
Voorafgaand aan de start van de uitvoering wordt een bebouwingsopname uitgevoerd bij woningen/gebouwen rondom het natuurgebied.

Vraag 6
Op dit moment is er grote overlast van muggen in het gebied, wat wordt daaraan gedaan? Dit mede gelet op de geplande ontwikkelingen (en nog meer kans op muggen).

Antwoord 6
Bij de planvorming van het project Leegveld wordt gebruik gemaakt van de aanwezige kennis en ervaring uit eerdere deelprojecten. Op basis van deze onderzoeken zijn de factoren die een rol spelen bij de ontwikkeling en verspreiding van de overlast gevende moerassteekmuggen en knutten bekend. Het is bekend waar broedplaatsen kunnen ontstaan en hoe muggen zich kunnen verspreiden. Wageningen Environmental Research adviseert provincie en waterschap bij dit project om te komen tot een inrichting die voorkomt dat de huidige overlast van muggen groter wordt. Een heel belangrijke maatregel is het voorkomen van langdurig tijdelijk water. Dit is water dat niet in verbinding staat met permanent water en dus geen natuurlijke vijanden bevat. Monitoring na aanleg is ook een belangrijk middel om overlast te kunnen vaststellen. Vooruitlopend op het project wordt in 2018, 2019 en 2020 op diverse locaties in het gebied gemonitord naar muggen en knutten. In de jaren na afronding van de maatregelen zal ook gemonitord worden om te bewaken hoe die muggen en knutten zich gaan ontwikkelen. Ook in de fase na de uitvoering zijn maatregelen mogelijk om overlast te voorkomen.

Vraag 7
Bij recreatieve en agrarische ondernemers kan er directe economische schade ontstaan door deze muggenoverlast. Waarom is er geen schadeloket voor schade door muggenoverlast, zoals er wel een loket voor natschade is?

Antwoord 7
Het loket voor natschade vloeit voort uit een wettelijke plicht (zie vraag 8), dat is niet het geval bij muggenoverlast. Het PIP en het projectplan zijn (uiteraard) niet gericht op muggenoverlast, het voorkomen of beperken van muggenoverlast is bovendien geen belang dat onder de doelstellingen van de Waterwet valt. In het kader van het woon- en leefklimaat is er bij het maken van de plannen veel aandacht geweest voor de overlast van muggen. De plannen en besluiten bevatten voorzorgsmaatregelen om verdere overlast van muggen en knutten tegen te gaan (zie hiervoor). Met deze maatregelen verwachten wij dat er geen verdere toename van overlast zal plaatsvinden door de voorliggende plannen.

Vraag 8
Zijn de mogelijkheden voor een schadefonds onderzocht, waarin vóóraf schadeloosstelling plaatsvindt om zo jarenlange juridische procedures te voorkomen?

Antwoord 8
Dit is niet onderzocht, omdat de Waterwet een regeling biedt voor afhandeling van natschade. In het projectplan wordt met betrekking tot natschade verwezen naar de geldende verordening schadevergoeding van het waterschap. Indien er redelijkerwijs van kan worden uitgegaan dat het verzoek om schadevergoeding zal worden toegekend, kan een voorschot verleend worden.
Naast het projectplan heeft GS een grondstrategieplan vastgesteld voor situaties waarin de maatregelen een zodanige inbreuk maken op de belangen van derden dat ze redelijkerwijs nopen tot onteigening. De aan de belanghebbende toe te kennen schadevergoeding wordt in dergelijke gevallen vastgesteld overeenkomstig de uitgangspunten van de Onteigeningswet.

Vraag 9
Enkele ondernemers in het gebied worden uitgekocht. Waarom worden niet gehele bedrijven opgekocht, maar blijven ondernemers achter met ‘stukjes’ zoals hun woonhuis of stukje van een bedrijf, waarmee ze niet of nauwelijks inkomen kunnen hebben?

Antwoord 9
De Onteigeningswet voorziet in deze situatie in artikel 38. Kort gezegd komt het hierop neer dat:
• Gebouwen, van welke een gedeelte onteigend wordt, moeten op vordering van de eigenaar door de Provincie geheel worden overgenomen.
• Ditzelfde zal met erven moeten geschieden, wanneer er door de onteigening 25% of minder van overblijft of het restant kleiner dan 10.000m2 wordt.
De aanbiedingen die we doen worden gebaseerd op het wettelijke systeem. Dit betreft een soort vangnet. Echter, in het minnelijke overleg wordt ook onderzocht of wellicht overname van het hele bedrijf mogelijk is indien hierom wordt verzocht en strikt genomen niet wordt voldaan aan de criteria van artikel 38 Onteigeningswet. Wat we immers juist willen voorkomen is dat door de onteigening ondernemers onvoldoende inkomen meer kunnen behalen op het overblijvende gedeelte van hun bedrijf.

Wellicht ten overvloede nog het volgende:
– De eigenaar wordt door de onteigeningsvergoeding in de gelegenheid gebracht om elders grond te kopen. Of hij hiervan gebruik maakt is aan de eigenaar.
– In de onteigeningsvergoeding is het uitgangspunt dat alle schade wordt gecompenseerd (volledige schadeloosstelling) en wordt dus ook rekening gehouden met inkomensschade/investeringsschade en bijkomende schade.

Vraag 10
Het LIP en de gebiedsvisie Leegveld stellen dat er t.a.v. de ondernemers in de attentiezone voldoende economische perspectieven moeten worden geboden. Hoe is dat geborgd in het plan?

Antwoord 10
In het Landinrichtingsplan zijn diverse doelstellingen opgenomen voor het gebied. De uitwerking van deze verschillende doelstellingen vindt plaats door middel van deelprojecten. De uitwerking van de doelstelling voor de landbouw maakt geen onderdeel uit van het projectplan Waterwet.
In de gebiedsvisie Leegveld is aangegeven dat het waterschap Aa en Maas de regie voert op de uitwerking en uitvoering van de hydrologische en ecologische maatregelen. Voor de overige maatregelen in het gebied zijn andere partijen als trekker verantwoordelijk. Voor het thema landbouw is aangegeven dat dit de agrariërs zijn.

Vraag 11
Is er een 0-meting geweest in het gebied met betrekking tot wateroverlast aan woningen, gewassen etc. voorafgaand aan het nemen van de eerste maatregelen?

Antwoord 11
Zie antwoord 5.

Vraag 12
Wij begrijpen dat het plan uit 2005 voldoet aan de verplichtingen van Natura 2000, klopt dat?

Antwoord 12
Nee, dat klopt niet. Zoals bij antwoord 01 al is aangegeven zijn het Landinrichtingsplan, de GGOR-visie en projectplan Waterwet plannen die elkaar opvolgen. Voor het gebied Leegveld is de GGOR-visie de basis voor het maatregelenpakket. In deze GGOR-visie is aangegeven dat hiervoor eerst nog een uitvoeringsplan moet worden opgesteld waarin de maatregelen verder worden geoptimaliseerd. Dat plan is het projectplan Waterwet.

Vraag 13
Wat zijn de deadline en het tijdspad voor dit PIP? Hangt dit samen met Europese financiering of subsidies?

Antwoord 13
Het tijdspad hangt samen met het PAS. Uitvoering van de maatregelen is een wettelijke verplichting, die in de eerste beheerplanperiode van het PAS gerealiseerd moeten zijn. Deze periode eindigt op 1 juli 2021. Dit hangt niet samen met Europese financiering of subsidies.

Vraag 14
Is in de planvorming agrarisch natuurbeheer mogelijk?

Antwoord 14
Veruit de meeste gronden waarop de PAS-herstelmaatregelen worden getroffen liggen binnen het bestemmingsplan “Buitengebied, 3e herziening” van de gemeente Deurne. Op grond van deze bestemming is agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer mogelijk. De gemeente bepaalt in deze gevallen of een (agrarische) activiteit aan de bestemming voldoet. Het PIP omvat slechts een gedeelte van het gebied waarop de maatregelen worden getroffen. De gronden die opgenomen zijn in het PIP zijn bestemd als ‘Natuur’, waarbij de mogelijkheid van agrarisch natuurbeheer niet is opgenomen. Gelet op de vernatting zijn er op dit moment geen vormen van agrarisch gebruik denkbaar die aansluiten/passen bij de natuurdoelstelling. Bovendien vormt deze bestemming de onteigeningstitel, dat (ook) het gevolg is van het gegeven dat op deze percelen zelfrealisatie, vaak gebaseerd op agrarisch gebruik van de gronden, niet aan de orde is en er ook geen belangstelling voor is.

Vraag 15
Op welke wijze wordt bepaald wie het agrarisch natuurbeheer mag/kan uitvoeren?

Antwoord 15
Zie vraag 14.

Vraag 16
Kunnen de ondernemers in de attentiezone met voorrang gebruik maken van deze mogelijkheden?

Antwoord 16
Zie vraag 14.

Vraag 17
Als de ondernemers in de attentiezone zouden willen voldoen aan het criterium ‘grondgebondenheid’, kan dat dan in de nieuwe situatie?

Antwoord 17
Zie vraag 14.

Vraag 18
Op welke wijze(n) en momenten, gedurende het traject tot dusver, is er contact geweest met de gemeente Deurne, betrokken dorpsraden, en organisaties van bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden in het gebied?

Antwoord 18
Bij de voorbereiding van het projectplan Waterwet zijn er drie algemene informatiebijeenkomsten gehouden in het gebied op 11 mei 2017, 14 december 2017 en 11 juni 2018. Tijdens deze bijeenkomsten is het doel van het project toegelicht, is verteld wat de maatregelen zijn die worden uitgevoerd en zijn de aanwezigen in de gelegenheid gesteld om de vragen te stellen aan de bij het project betrokken deskundigen. Daarnaast is er periodiek ambtelijk overleg met de gemeente Deurne (gemiddeld 4 keer per jaar) en nemen ambtenaren van de gemeente Deurne deel aan de werkgroep Leegveld en het projectteam dat het PPWW heeft opgesteld en die de uitvoeringsplannen opstelt.

Bestuurlijk is de raadscommissie Ruimte & Economie tijdens drie vergaderingen geïnformeerd over de plannen Leegveld.

Een belangrijke rol is weggelegd voor de omgevingsmanager van het waterschap. De omgevingsmanager is eerste aanspreekpunt voor het gebied en gaat daar waar nodig, vaak ondersteund door deskundigen, bij de mensen langs om het project en de gevolgen daarvan toe te lichten. Hiervan is al regelmatig gebruik gemaakt.
Door de omgevingsmanager is bij verschillende dorpsraden een presentatie gegeven over het project. Alle belanghebbenden uit het gebied zijn vertegenwoordigd in de werkgroep Leegveld. Deze werkgroep is inmiddels 15 keer bijeen geweest. Tijdens bijeenkomsten van deze werkgroep worden de leden geïnformeerd over de voortgang van het project en wordt hen gevraagd de diverse producten en plannen te toetsen. Leden van de werkgroep worden ook betrokken bij het opstellen van diverse deelproducten. De werkgroep adviseert de integrale gebiedscommissie Peelvenen (IGC)

Er is een website (www.aaenmaas.nl/leegveld) waarop informatie staat over het project, de voortgang, procedures, etc. Ook kan men hierop de diverse documenten m.b.t. het project vinden. Er wordt periodiek een nieuwsbrief uitgebracht en verstuurd naar de geïnteresseerden. Deze nieuwsbrieven zijn ook terug te vinden op bovenstaande website

Vraag 19
Hoe zijn c.q. worden de communicatie en informatievoorziening richting al deze betrokken partijen verder georganiseerd?

Antwoord 19
De communicatie zal in grote lijnen gelijk zijn zoals beschreven in antwoord 18. Vooruitlopend op de uitvoering worden één of meerdere informatiebijeenkomsten georganiseerd. De werkgroep Leegveld zal in de vorm van een werkbegeleidingscommissie betrokken blijven bij de uitvoering.

Beantwoording technische vragen over PIP PAS Leegveld – Deurne (28 november 2018)

CDA Brabant stelt kandidatenlijsten waterschapsverkiezingen vast

Tijdens de algemene ledenvergadering van het CDA Brabant op 24 november jl. hebben de Brabantse CDA-leden de kandidatenlijsten voor de waterschapsverkiezingen volgend jaar vastgesteld, met Hans Peter Verroen, Els Stravens en Peter Ketelaars als lijsttrekkers in resp. de waterschappen Brabantse Delta, De Dommel en Aa en Maas. Alle drie zijn op dit moment dagelijks bestuurslid in hun waterschap en kunnen bogen op ruime politiek-maatschappelijke ervaring. Verroen is afkomstig uit Lepelstraat, Stravens woont in Steensel en Ketelaars komt uit Boekel.

Achter Verroen staat Rijenaar Alwijn ten Cate op plaats 2. Hij is de hoogste nieuwkomer op de CDA-lijst voor het waterschap Brabantse Delta. Lian Korst-Dingemans, afkomstig uit Lepelstraat en huidig fractievoorzitter, staat op plaats 3. De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Rein Valk uit Tilburg en Hans Verbraak uit Roosendaal. Jacques van der Aa uit Dongen staat op plaats 6. De lijst vervolgt met Gert-Jan van den Dries uit Loon op Zand op plaats 7, Janneau Meijer uit Etten-Leur op plaats 8, Yvonne Brabander uit Teteringen op plaats 9 en Jan van Leeuwen uit Oudenbosch op plaats 10.

In het waterschap De Dommel staat huidig fractievoorzitter Maarten van den Tillaart uit Tilburg op plaats 2. Theo van Beek, afkomstig uit Riethoven, staat op plaats 3. De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Christo Weijs uit Eindhoven en Henk van der Schoot uit Oirschot. Van der Schoot is de hoogste nieuwkomer op de lijst. Anneke Sprong uit Eindhoven staat op plaats 6, Cor van Limpt uit Reusel op plaats 7, Wim van Erp uit Liempde op plaats 8, Jos Vos uit Sterksel op plaats 9 en Ans Beijens uit Helvoirt op plaats 10.

Jos Leenders uit Heusden (Asten) volgt Peter Ketelaars op kandidatenlijst voor het waterschap Aa en Maas. De nr. 2 is de hoogste nieuwkomer op de lijst. Peter Brouwers, afkomstig uit Rijkevoort, staat op plaats 3. De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Erik Geene uit Landhorst en Yvonne Schram uit ‘s-Hertogenbosch. Eugène Kuis uit Hedikhuizen staat op plaats 6. Adri School uit Heesch (plaats 7), Ben Wagemakers uit ’s-Hertogenbosch (plaats 8), Jan Swinkels uit Someren (plaats 9) en Jan Stoffelen uit Vierlingsbeek (plaats 10) maken de top 10 compleet.

Inge van Dijk, partijvoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant: “Ik ben trots op deze kandidatenlijsten. Een mooie combinatie van ervaring en vernieuwing, stad en platteland.”

Drie kandidaatstellingscommissie spraken in de afgelopen maanden met kandidaten, stelden de concept-kandidatenlijsten samen en legden deze voor aan het partijbestuur van het CDA Brabant. Het partijbestuur heeft deze lijsten aan de lokale CDA-afdelingen in Brabant verstuurd, die vervolgens wijzigingsvoorstellen konden indienen op de lijsten.

De definitieve kandidatenlijsten zijn hieronder te vinden.

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP BRABANTSE DELTA

2019-2023

PLAATS KANDIDAAT WOONPLAATS
1 Hans Peter Verroen Lepelstraat
2 Alwijn ten Cate Rijen
3 Lian Korst-Dingemans Lepelstraat
4 Rein Valk Tilburg
5 Hans Verbraak Roosendaal
6 Jacques van der Aa Dongen
7 Gert-Jan van den Dries Loon op Zand
8 Janneau Meijer Etten-Leur
9 Yvonne Brabander Breda
10 Jan van Leeuwen Oudenbosch
11 Ton Braspenning Strijbeek
12 Jeffrey van Agtmaal Ossendrecht
13 Jan Paantjens Oud Gastel
14 Remco Beekers Breda
15 Ad Backx Roosendaal
16 Jack Schoep Klundert
17 Riné van Dongen Waalwijk
18 Jeanne Jansen Ossendrecht
19 Jeroen Weerdenburg De Heen
20 Jacqueline Aarts-van den Kieboom Rijsbergen
21 Frans van Geel Lage Zwaluwe
22 Ad Siemons Sint Willebrordt
23 Ad van Tetering Hoeven

 

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP DE DOMMEL

2019-2023

PLAATS KANDIDAAT WOONPLAATS
1 Els Stravens Steensel
2 Maarten van den Tillaart Tilburg
3 Theo van Beek Riethoven
4 Christo Weijs Eindhoven
5 Henk van der Schoot Oirschot
6 Anneke Sprong Eindhoven
7 Cor van Limpt Reusel
8 Wim van Erp Liempde
9 Jos Vos Sterksel
10 Ans Beijens Helvoirt
11 Guus Mulders Moergestel
12 Peter van Iersel Udenhout
13 Sjaak Sperber Goirle
14 Wouter Heuven Vught
15 Pieter Springer Boxtel

 

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP AA EN MAAS

2019-2023

PLAATS KANDIDAAT WOONPLAATS
1 Peter Ketelaars Boekel
2 Jos Leenders Heusden (Asten)
3 Peter Brouwers Rijkevoort
4 Erik Geene Landhorst
5 Yvonne Schram ‘s-Hertogenbosch
6 Eugène Kuis Hedikhuizen
7 Adri School Heesch
8 Ben Wagemakers ‘s-Hertogenbosch
9 Jan Swinkels Someren
10 Jan Stoffelen Vierlingsbeek
11 Bettie de Leeuw ‘s-Hertogenbosch
12 Jochem Jacobs Velp
13 Hennie de Gooijer Helmond
14 Toon van de Rijt Schijndel
15 Harry Brugmans Beek en Donk
16 Joost Hendriks Cuijk
17 John Loeffen Ravenstein
18 Peter van Boekel Heesch
19 Piet Beltman Uden
20 Harrie van Dongen Zeeland
21 Jan Roefs Helmond
22 Marius Wijdeven Volkel
23 Toon Jaspers Huisseling
24 Hans Vermeulen Sint Hubert
25 Anke van Extel-van Katwijk Gemert
26 Annemieke van de Ven Veghel

CDA Brabant stelt kandidatenlijst Provinciale Statenverkiezingen vast

Tijdens de algemene ledenvergadering van het CDA Brabant op 24 november jl. hebben de Brabantse CDA-leden de kandidatenlijst voor de Provinciale Statenverkiezingen volgend jaar vastgesteld, met Marianne van der Sloot als lijsttrekker. Van der Sloot is al drie jaar fractievoorzitter van het CDA in de Brabantse Staten en voerde ook bij de verkiezingen in 2015 de provinciale CDA-lijst aan. Ze woont in ’s-Hertogenbosch.

Op de tweede plaats staat Renze Bergsma, CDA-wethouder uit Woudrichem en al eerder Statenlid in de periode 2003-2009. Melkvee-/varkenshoudster Tanja van de Ven uit Beek en Donk staat op plaats 3. Zij is de hoogste nieuwkomer.

De plaatsen 4 en 5 worden bezet door resp. Ankie de Hoon uit Etten-Leur en Marcel Deryckere uit Tilburg. Beiden zijn sinds 2015 Statenlid. Kees de Heer uit Eindhoven, nu ook Statenlid, staat op plaats 6.

Nieuwkomers zijn John Bankers uit Asten (plaats 7), Coen Hendriks uit Erp (plaats 8), Marcel Thijssen uit Beers (plaats 9) en Jürgen Stoop uit Bergen op Zoom (plaats 10). Zij maken de top 10 van het CDA Brabant compleet.

De lijst vervolgt met Ria van der Hamsvoord uit Wintelre op plaats 11, Huseyin Bahar uit Helmond op plaats 12, Jan Paantjens uit Oud Gastel op plaats 13, Ezra Leeger uit Nistelrode op plaats 14 en Roel Eerden uit Vught op plaats 15.

Inge van Dijk, partijvoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant: “Ik ben trots op deze kandidatenlijst. Het is een echte Brabantse lijst geworden, waarop alle regio’s vertegenwoordigd zijn en waarin elke Brabander zich zou kunnen herkennen. Een mooie combinatie van ervaring en vernieuwing, man en vrouw, jong en oud, stad en platteland.”

De kandidaatstellingscommissie bestond uit Frank van der Meijden, Judith Keijzers-Verschelling, Jeroen Bruijns en Otto Dieleman. Zij spraken in de afgelopen maanden met tientallen kandidaten, stelden de concept-kandidatenlijst samen en legden deze voor aan het partijbestuur van het CDA Brabant. Het partijbestuur heeft deze lijst aan de lokale CDA-afdelingen in Brabant verstuurd, die vervolgens wijzigingsvoorstellen konden indienen op de lijst.

De definitieve kandidatenlijst is hieronder te vinden.

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

PROVINCIALE STATEN

2019-2023

PLAATS

KANDIDAAT

WOONPLAATS

1 Marianne van der Sloot ‘s-Hertogenbosch
2 Renze Bergsma Woudrichem
3 Tanja van de Ven-Vogels Beek en Donk
4 Ankie de Hoon Etten-Leur
5 Marcel Deryckere Tilburg
6 Kees de Heer Eindhoven
7 John Bankers Asten
8 Coen Hendriks Erp
9 Marcel Thijssen Beers
10 Jürgen Stoop Bergen op Zoom
11 Ria van der Hamsvoord Wintelre
12 Huseyin Bahar Helmond
13 Jan Paantjens Oud Gastel
14 Ezra Leeger Nistelrode
15 Roel Eerden Vught
16 Wendy van Ooijen Woudrichem
17 Jenny Schram-Wouterse Chaam
18 Yannick Lataster ‘s-Hertogenbosch
19 Jeltje Straatman Bladel
20 Frans Wouters Overloon
21 Tom Reesing Sint-Michielsgestel
22 Erik Groothoff Nuenen
23 Eduard Kerssemakers Waalre
24 Lian Korst-Dingemans Lepelstraat
25 Thomas Hoogeboom Rosmalen
26 Philip van Gils Waalre
27 Willem van Rosmalen Rosmalen
28 Wilfried Hermans Mill
29 Herbertine Buiting-Klerk Sint-Michielsgestel
30 Ben van de Leur Heeze
31 Erik Verbogt Halsteren
32 Holke Flapper Helmond
33 Freek van Genugten ‘s-Hertogenbosch
34 Gert-Jan van den Dries Loon op Zand
35 Nicole Roeken Nispen
36 Piet Hein Jonkergouw Schaijk
37 Cors de Visser Klundert
38 Jens Peter Frankemölle Rijen
39 Eddy van Wezel Huijbergen
40 Mari van Kilsdonk Lithoijen
41 André Vonk Dongen
42 Freya Ruiter-Nouws Zundert
43 Evert van Kampen Deurne
44 Arno Wouters Overloon
45 Ton Oomen-Lamers Prinsenbeek
46 Judith Kastelijn Oirschot
47 Jos van den Broek Gassel
48 Tosca Goorden Schijf
49 Jos Nielen Katwijk
50 Stijn Steenbakkers ‘s-Hertogenbosch

 

 

 

Kandidatenlijsten Provinciale Staten- en waterschapsverkiezingen

Tijdens de algemene ledenvergadering van het CDA Brabant op 24 november jl. stelden de Brabantse CDA-leden de kandidatenlijsten vast voor de Provinciale Staten- en waterschapsverkiezingen volgend jaar. De definitieve kandidatenlijsten zijn hieronder te vinden.

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

PROVINCIALE STATEN

2019-2023

PLAATS

KANDIDAAT

WOONPLAATS

1 Marianne van der Sloot ‘s-Hertogenbosch
2 Renze Bergsma Woudrichem
3 Tanja van de Ven-Vogels Beek en Donk
4 Ankie de Hoon Etten-Leur
5 Marcel Deryckere Tilburg
6 Kees de Heer Eindhoven
7 John Bankers Asten
8 Coen Hendriks Erp
9 Marcel Thijssen Beers
10 Jürgen Stoop Bergen op Zoom
11 Ria van der Hamsvoord Wintelre
12 Huseyin Bahar Helmond
13 Jan Paantjens Oud Gastel
14 Ezra Leeger Nistelrode
15 Roel Eerden Vught
16 Wendy van Ooijen Woudrichem
17 Jenny Schram-Wouterse Chaam
18 Yannick Lataster ‘s-Hertogenbosch
19 Jeltje Straatman Bladel
20 Frans Wouters Overloon
21 Tom Reesing Sint-Michielsgestel
22 Erik Groothoff Nuenen
23 Eduard Kerssemakers Waalre
24 Lian Korst-Dingemans Lepelstraat
25 Thomas Hoogeboom Rosmalen
26 Philip van Gils Waalre
27 Willem van Rosmalen Rosmalen
28 Wilfried Hermans Mill
29 Herbertine Buiting-Klerk Sint-Michielsgestel
30 Ben van de Leur Heeze
31 Erik Verbogt Halsteren
32 Holke Flapper Helmond
33 Freek van Genugten ‘s-Hertogenbosch
34 Gert-Jan van den Dries Loon op Zand
35 Nicole Roeken Nispen
36 Piet Hein Jonkergouw Schaijk
37 Cors de Visser Klundert
38 Jens Peter Frankemölle Rijen
39 Eddy van Wezel Huijbergen
40 Mari van Kilsdonk Lithoijen
41 André Vonk Dongen
42 Freya Ruiter-Nouws Zundert
43 Evert van Kampen Deurne
44 Arno Wouters Overloon
45 Ton Oomen-Lamers Prinsenbeek
46 Judith Kastelijn Oirschot
47 Jos van den Broek Gassel
48 Tosca Goorden Schijf
49 Jos Nielen Katwijk
50 Stijn Steenbakkers ‘s-Hertogenbosch

 

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP BRABANTSE DELTA

2019-2023

PLAATS KANDIDAAT WOONPLAATS
1 Hans Peter Verroen Lepelstraat
2 Alwijn ten Cate Rijen
3 Lian Korst-Dingemans Lepelstraat
4 Rein Valk Tilburg
5 Hans Verbraak Roosendaal
6 Jacques van der Aa Dongen
7 Gert-Jan van den Dries Loon op Zand
8 Janneau Meijer Etten-Leur
9 Yvonne Brabander Breda
10 Jan van Leeuwen Oudenbosch
11 Ton Braspenning Strijbeek
12 Jeffrey van Agtmaal Ossendrecht
13 Jan Paantjens Oud Gastel
14 Remco Beekers Breda
15 Ad Backx Roosendaal
16 Jack Schoep Klundert
17 Riné van Dongen Waalwijk
18 Jeanne Jansen Ossendrecht
19 Jeroen Weerdenburg De Heen
20 Jacqueline Aarts-van den Kieboom Rijsbergen
21 Frans van Geel Lage Zwaluwe
22 Ad Siemons Sint Willebrordt
23 Ad van Tetering Hoeven

 

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP DE DOMMEL

2019-2023

PLAATS KANDIDAAT WOONPLAATS
1 Els Stravens Steensel
2 Maarten van den Tillaart Tilburg
3 Theo van Beek Riethoven
4 Christo Weijs Eindhoven
5 Henk van der Schoot Oirschot
6 Anneke Sprong Eindhoven
7 Cor van Limpt Reusel
8 Wim van Erp Liempde
9 Jos Vos Sterksel
10 Ans Beijens Helvoirt
11 Guus Mulders Moergestel
12 Peter van Iersel Udenhout
13 Sjaak Sperber Goirle
14 Wouter Heuven Vught
15 Pieter Springer Boxtel

 

KANDIDATENLIJST CDA BRABANT

WATERSCHAP AA EN MAAS

2019-2023

PLAATS KANDIDAAT WOONPLAATS
1 Peter Ketelaars Boekel
2 Jos Leenders Heusden (Asten)
3 Peter Brouwers Rijkevoort
4 Erik Geene Landhorst
5 Yvonne Schram ‘s-Hertogenbosch
6 Eugène Kuis Hedikhuizen
7 Adri School Heesch
8 Ben Wagemakers ‘s-Hertogenbosch
9 Jan Swinkels Someren
10 Jan Stoffelen Vierlingsbeek
11 Bettie de Leeuw ‘s-Hertogenbosch
12 Jochem Jacobs Velp
13 Hennie de Gooijer Helmond
14 Toon van de Rijt Schijndel
15 Harry Brugmans Beek en Donk
16 Joost Hendriks Cuijk
17 John Loeffen Ravenstein
18 Peter van Boekel Heesch
19 Piet Beltman Uden
20 Harrie van Dongen Zeeland
21 Jan Roefs Helmond
22 Marius Wijdeven Volkel
23 Toon Jaspers Huisseling
24 Hans Vermeulen Sint Hubert
25 Anke van Extel-van Katwijk Gemert
26 Annemieke van de Ven Veghel

Spreektekst Marcel Deryckere – Themabijeenkomst over samenvoeging Nuenen c.a. en Eindhoven op 23/11

Spreektekst1 Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Themabijeenkomst over samenvoeging van de gemeenten Nuenen c.a. en Eindhoven
(23-11-2018)

Voorzitter,

Hier zitten we weer. Voor de 3de keer bijeen en nog steeds geen duidelijkheid over de precieze redenen waarom, volgens de gedeputeerde, een gedwongen fusie tussen Nuenen en Eindhoven noodzakelijk is. Iets met ‘politiek-bestuurlijk samenspel tussen raad, college en inwoners’. Nou, die inwoners hebben gesproken. In Nuenen zelf én in deze zaal. Zij moeten niks hebben van die opgelegde fusie.

De grote vraag van vandaag is dan ook: wat doet de SP? Blijft de partij bij haar principes en weigert een gedwongen fusie? Of zoekt en vindt men een ‘escape’ om toch voor te stemmen? Ik hoop dat de SP vandaag duidelijkheid geeft over haar standpunt.

Maar voorzitter, sinds de vorige bijeenkomst is er wel degelijk het nodige veranderd. Het kabinet heeft namelijk een nieuw concept Beleidskader gemeentelijke herindeling naar het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gestuurd. Een kader dat schijnbaar veel strikter is en draagvlak voor een herindeling nog belangrijker maakt. Op vragen van CDA-Kamerlid Harry van der Molen blijkt dat de minister van provincies eist dat zij bij herindelingen nu al rekening houden met het nieuwe beleidskader. Het heeft de provincie Noord-Holland er afgelopen woensdag toe gebracht de opgelegde herindelingen in het Gooi af te blazen.

Voorzitter, dit brengt mij tot de volgende drie vragen aan de gedeputeerde:

  1. Kan de gedeputeerde ons het concept Beleidskader gemeentelijke herindeling van het kabinet doen toekomen, zodat de Staten daar rekening mee kunnen houden in hun besluitvorming?
  2. Hoe groot is de kans dat op grond van het nieuwe Beleidskader de minister en de Tweede en Eerste Kamer dit herindelingsvoorstel van Nuenen en Eindhoven zullen afkeuren?
  3. Is de gedeputeerde bereid om, net als de provincie Noord-Holland, te besluiten dat onder het nieuwe beleidskader een opgelegde fusie van Nuenen en Eindhoven niet kan doorgaan?

Voorzitter, voor de CDA-fractie is steeds duidelijker geworden dat de afgedwongen fusie van Eindhoven en Nuenen een slecht idee is en geen draagvlak heeft bij de inwoners van Nuenen. De gedeputeerde blijft zeggen dat er een gebrek aan politiek-bestuurlijk samenspel is tussen raad, inwoners en college zonder dat te onderbouwen met goede voorbeelden. Deze argumentatie is volstrekt ontoereikend om een fusie op te leggen. Zoals eerder aangekondigd zullen wij dus tegen het voorstel stemmen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Deryckere samenvoeging van de gemeenten Nuenen c.a. en Eindhoven (23 november 2018)