Oud-premier Piet de Jong overleden

Bijna een eeuw geleden. Een jongen van vijf staat op het strand van Ameland en kijkt uit over het water. Hij tuurt achter de horizon. Vanaf dat moment wist Piet de Jong dat hij naar zee wilde. ‘Ik wilde admiraal worden en dat gevoel heb ik mijn hele leven lang gehouden. Nog steeds vind ik de zee onuitsprekelijk mooi. Mensen hier in Nederland zien nooit een behoorlijke sterrenhemel, maar midden op zee of in de woestijn, realiseer je je eigen nietigheid, de relativiteit van de factor tijd en het mysterie van het heelal.’ Zo beschreef hij in 2011 aan journaliste Annemarie Gaulthérie van Weezel zijn liefde voor het water.

Piet de Jong is altijd die zee­man gebleven. Hij was bescheiden en charmant, eenvoudig, vol zelfrelativering en bijzonder aimabel. Zo aardig dat je niet tegen hem kon zijn, verzuchtte een tijdgenoot. ‘Een politicus heeft geen andere taak dan bij te dragen aan vrede en recht in de samenleving’, zei hij eens. Die ogenschijnlijk beperkte taakopvatting stelde hem in staat koers te houden in de politiek roerige jaren zestig. Zijn eigen geweten was zijn kompas en zijn ervaringen op zee een nooit aflatende bron van inspiratie en betekenisvolle anekdotes.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog voer De Jong als commandant op de onderzeeboot Hr. Ms. O­24. Die jaren onder water en de nabijheid van het gevaar hebben hem blijvend gevormd. ‘Als je eenmaal het suizen van de zeis hebt gehoord, dan is het leven daarna een beetje anders geworden. Je hebt dan voor je hele verdere leven geleerd te relativeren.’ Teambelang, loyaliteit en verantwoordelijkheid waren voor De Jong sleutelbegrippen. Aan boord leerde hij onder moeilijke omstandigheden om te gaan met mensen van hoog tot laag en verschillen te respecteren. Nog bij de samenstelling van zijn kabinet in 1967 gold deze ervaring als lakmoesproef voor de selectie van zijn bewindspersonen: ‘Zou ik hem of haar in oorlogstijd aan boord willen hebben?’

Zowel van zijn bemanning als van zijn bewindsploeg eiste hij onvoorwaardelijke inzet. Hij hield niet van haantjesgedrag en hij had geen geduld voor bewindspersonen die hun zaakjes niet op orde hadden of te laat kwamen voor de ministerraad. Daartegenover stond de onvoorwaardelijke loyaliteit aan ‘zijn’ team. Na de oorlog is de band met de bemanning van de O­24 blijven bestaan. Als minister­president ontving hij de manschappen op het Catshuis, waar de kok hem na een rondleiding door de ambtswoning zei: ‘Commandant, u woont hier netjes’, zo herinnerde De Jong zich later met veel plezier. Ook de nog levende bewindspersonen van zijn kabinet zagen elkaar tot op het laatst nog maandelijks voor een gezamenlijke lunch.

De marine huldigde aan boord de gouden regel dat geen ruzie mocht worden gemaakt over geloofszaken. Dat was het geheim om de saamhorigheid en verdraagzaamheid onder de bemanning – met christenen, Joden en moslims onder de manschappen – te bewaren: ‘Geen ruzies in de hitte’. Die stelregel vertaalde De Jong in zijn politieke pleidooi voor het volstrekte respect voor andere godsdiensten, zoals hij dat ook in 2010 op het CDA­congres in de Rijnhal in Arnhem verwoordde.

De oorlogsjaren op zee maakten hem relativerend over het ‘geharrewar aan wal’. Vanaf het water lijkt de ‘andere kant van de kustlijn een beetje bekrompen’. Als premier kreeg hij te maken met de protesten van provo’s en Dolle Mina’s in Amsterdam, stakingen tegen de loonpolitiek, het onderzoek naar de politionele acties in Indonesië en de eerste Molukse gijzeling in Den Haag. Zijn stijl van regeren was bijna a­politiek – ‘het algemeen belang gaat altijd boven het partijbelang’ – maar niet minder doortastend. De Jong toonde begrip voor gerechtvaardigde verlangens, onderkende de veranderingen in de samenleving en dook niet weg bij moeilijke besluiten. Na de onlusten in Amsterdam, liet hij het ontslag van burgemeester Van Hall niet over aan zijn minister van Binnenlandse Zaken Geerdink, maar voerde hij zelf de gesprekken om de burgemeester van de hoofdstad persoonlijk te overtuigen zijn functie neer te leggen.

Piet de Jong was zijn leven lang een voorvechter van de christelijke normen en waarden in de Nederlandse samenleving, een warm pleitbezorger voor de monarchie en het Huis van Oranje, een Atlanticus in zijn zorg over de internationale veiligheid en een Europeaan in zijn inzet voor de Europese samenwerking. Hij stond aan de basis van het akkoord met de Fransen over de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de EEG. Een verenigd Europa zonder de Engelsen was in zijn ogen niet denkbaar.

‘De zee heeft mij gemaakt tot wie ik ben’, zei Piet de Jong in een interview in 1971. Zonder ooit een politicus te worden, heeft hij veel voor Nederland en het CDA bereikt.

Hans Janssens
Hoofd Communicatie CDA

Stephan van der Veeken nieuw lid kascommissie

Enige tijd geleden plaatste het CDA Brabant een oproep voor een nieuw lid van de kascommissie. Stephan van der Veeken heeft gehoor gegeven aan deze oproep en het CDA Brabant is erg blij hem te mogen verwelkomen in de kascommissie.

Stephan werkt bij PWC als Senior Associate en is binnen het CDA bekend door zijn verschillende functies binnen het CDJA en het CDA. Waaronder: Voorzitter Audit Committee, Algemeen Bestuurder CDJA, Commissielid selectie voorzitter CDJA, Penningmeester CDJA Brabant, Voorzitter kascommissie CDJA, Werkgroeplid Sociaal en Economische Zaken CDJA en (beleids)adviseur CDJA en CDA Oosterhout.

CDA: haal de Tour naar Brabant!

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant wil dat de provincie Noord-Brabant gaat lobbyen om een Touretappe naar Brabant te halen. Het CDA heeft hiertoe schriftelijke vragen gesteld aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten.

Als het aan het CDA ligt, voert al in 2017 een etappe van de Tour de France door Brabant. Mocht dat niet mogelijk blijken, dan wil het CDA dat de provincie inzet op een van de Touredities daarna: 2018 of 2019.

In het huidige Sportplan van de provincie Noord-Brabant is er voor grote sportevenementen als de Tour geen plek en geld gereserveerd. Wil er een groot sportevenement in Brabant plaatsvinden, dan is daarvoor een apart voorstel mét financiële dekking nodig. Het CDA vraagt de provincie daarom met een voorstel voor een ‘Brabantse’ Touretappe te komen én een Tour-lobby te starten.

Statenlid Steenbakkers (woordvoerder sport):

“Brabant is een echte sportprovincie, waar top- en breedtesport hand in hand gaan. De Tour de France is niet alleen een sportevenement van wereldklasse, ook brengt de Tour mensen met uiteenlopende achtergronden van over de hele wereld bij elkaar. Tourhelden als Tom Dumoulin en Bauke Mollema zijn een voorbeeld voor generaties kinderen, die elkaar ontmoeten bij een van de vele wielerverenigingen die onze provincie rijk is. Prachtig!

Al jarenlang zetten bekende en immens populaire wielercriteria als die in Boxmeer, Chaam en Roosendaal Brabant op de kaart als provincie die sporten én fietsen hoog in het vaandel heeft. De Tour kan zowel de top- als breedtesport in Brabant een geweldige impuls geven én trekt ongetwijfeld veel Tourliefhebbers en fietstoeristen naar onze provincie. Goed voor de economie. Al met al genoeg redenen om ons maximaal in te spannen voor de Tour door Brabant!”

Het CDA heeft het college gevraagd om behalve voor de Tour de France óók te lobbyen voor andere wielerrondes over Brabantse bodem, zoals de Giro d’Italia en de Vuelta.

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning te bekijken: Schriftelijke vragen over Tour de France door Brabant.

CDA blij: veilige fietsroute Haghorst-Moergestel stap dichterbij

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant is blij dat de aanleg van een veilige fietsroute tussen de dorpen Haghorst en Moergestel, dankzij de provincie Noord-Brabant, een stap dichterbij is gekomen.

In antwoord op vragen van CDA en VVD heeft de provincie nl. aangegeven dat voor de aanleg van het nu nog ontbrekende stuk fietspad subsidiëring door de provincie mogelijk is. De gemeente Oisterwijk, waar Moergestel onder valt, kan hiervoor een subsidieaanvraag indienen, waarvan de provincie heeft toegezegd deze voortvarend te zullen behandelen.

Het CDA maakt zich al lange tijd zorgen over de veiligheid van de fietsroute Haghorst-Moergestel, omdat het fietspad bij de gemeentegrens van Haghorst abrupt ophoudt en fietsers richting Moergestel, onder wie veel kinderen die in Oisterwijk naar school gaan, hun reis vervolgens over een smalle, gevaarlijke polderweg moeten vervolgen.

Het was de 12-jarige Inge den Boer uit Haghorst die in 2014 als eerste aan de (fiets)bel trok en via crowdfunding 12.000,00 euro inzamelde voor de aanleg van een veilig fietspad. Ook de gemeente Oisterwijk zette geld opzij, maar zorgen bleven of het bedrag voldoende zou zijn om de gehele route fietsveilig te maken. Dat de provincie de mogelijkheid heeft om financieel bij te springen, is dan ook goed nieuws. Aldus het CDA.

Statenlid Roland van Vugt (CDA): “Als CDA zijn we blij met de positieve houding van de provincie. De actie van Inge was immers een duidelijk signaal: hier is sprake van een onveilige situatie en er moet iets gebeuren. We hopen dat met steun van de provincie het gewenste fietspad er snel komt en fietsers als Inge voortaan veilig van Haghorst naar Moergestel v.v. kunnen fietsen.”

Klik op de volgende link om de antwoorden op de schriftelijke vragen van CDA en VVD in te zien: Antwoord op schriftelijke vragen over fietspad Haghorst.

Nieuwsbrief #12 is uit: lees hier

Nieuwsbrief nr. 12 van het CDA Brabant staat online, met o.a. een update over de stormschade in Zuidoost-Brabant, nieuwe vragen over de verkoop van afvalverwerker Attero, vragen n.a.v. het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO), fotoverslagen van activiteiten werkbezoeken en meer!

Lezen kan door op de volgende link te klikken: Nieuwsbrief #12 CDA Brabant. Veel leesplezier!

Reageren? Mail naar cda@brabant.nl.

Stormschade ZO-Brabant: update

Op 23 juni jl. trok een hagelstorm van ongekende omvang over Zuidoost-Brabant, die voor zoveel schade en menselijk leed heeft gezorgd dat volgens het CDA mag worden gesproken van een ramp.

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant stelde op 28 juni schriftelijke vragen aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten, met het verzoek maatregelen te nemen ter ondersteuning van door de ramp gedupeerde ondernemers, burgers en verenigingen (zie Schriftelijke vragen over schade noodweer ZO-Brabant).

Op 1 juli bracht de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant, samen met Tweede Kamerleden Erik Ronnes en Jaco Geurts, lokale CDA’ers én de ZLTO, een bezoek aan het dorp Luyksgestel, een van de plaatsen die a.g.v. de storm zwaar is getroffen.

De ZLTO bood op 5 juli met verschillende andere organisaties een petitie aan in de Tweede Kamer, met een oproep om de getroffen regio tot rampgebied te verklaren via de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts).

Twee dagen later, op 7 juli, debatteerde de Tweede Kamer met verantwoordelijk staatssecretaris Van Dam over de schade in Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg. In dit debat heeft CDA Tweede Kamerlid Jaco Geurts ervoor gepleit om de getroffen regio de status van ‘rampgebied’ te geven en noodhulp te bieden. Hiervoor was geen steun bij o.a. coalitiepartijen VVD en PvdA én de staatssecretaris.

Op 14 juli ontving de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant de antwoorden op haar schriftelijke vragen d.d. 28 juni (zie Antwoord op schriftelijke vragen over schade noodweer ZO-Brabant). Daarnaast publiceerde het college een zgn. ‘Statenmededeling’, met daarin een reactie op alle gebeurtenissen (zie Statenmededeling Hagelstorm Zuidoost-Brabant). De gesuggereerde steunmaatregelen vond het CDA weinig concreet.

Tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 15 juli vond daarom op verzoek van het CDA een extra debat plaats over provinciale hulp aan gedupeerden in Zuidoost-Brabant. Statenlid René Kuijken stelde toen namens het CDA een aantal concrete acties voor, waaronder het versneld en tegen gunstige voorwaarden vervangen van asbestdaken door zonnepanelen (of andere duurzame initiatieven).

De CDA-motie Eendracht maakt macht, die verzekeraars oproept coulant te zijn en het gedupeerden mogelijk te maken een schade-uitkering te gebruiken voor bedrijfsbeëindiging/-verplaatsing/-omvorming, werd unaniem door Provinciale Staten aangenomen (zie Motie ‘Eendracht maakt macht).

Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met Statenlid René Kuijken via RKuijken@brabant.nl.

 

 

Verbazing bij CDA over mogelijk overnamebod Attero

Brabantse schatkist mogelijk miljoenen euro’s misgelopen

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant is verbaasd over het bericht dat een of meer Chinese partijen afvalverwerker Attero, het voormalige Essent Milieu, voor ca. 1 miljard euro zouden willen overnemen. Het CDA vreest dat, als de berichtgeving klopt, de Brabantse schatkist miljoenen euro’s is misgelopen.

Het nieuws over de vermeende overname kwam gisteren naar buiten. De provincie Noord-Brabant is, samen met vijf andere provincies en 116 gemeenten, oud-eigenaar van Attero en heeft het bedrijf in 2013 voor 170 miljoen euro verkocht aan een investeringsmaatschappij.

Dat Attero nu, drie jaar later, voor ca. 1 miljard euro weer van eigenaar zou wisselen, doet vermoeden dat de provincie Noord-Brabant, met 30% van de aandelen destijds leider van de verkooponderhandelingen, een slechte deal heeft gemaakt en miljoenen euro’s aan inkomsten is misgelopen. Extra wrang is dat de huidige eigenaar binnen anderhalf jaar al 183 miljoen euro aan dividend heeft uitgekeerd.

Statenlid Stijn Steenbakkers (woordvoerder Economische Zaken en Financiën):

“Als CDA vinden wij het bizar dat Attero na amper drie jaar met een verkoopprijsverschil van mogelijk miljoenen euro’s wordt verkocht. Geld dat van Brabant had kunnen zijn en waarmee we goede dingen voor de Brabanders hadden kunnen doen. Wij willen dat het college dit komt uitleggen en Provinciale Staten op de hoogte houdt van de verdere ontwikkelingen.

Bovendien leidt een nieuwe eigenaar tot veel onzekerheid bij de werknemers van Attero, bij de gemeenten die hun afval via Attero verwerken én bij de Brabantse burger. Dat is niet goed.”

Steenbakkers, die al eerder in een spoeddebat aandacht vroeg voor de buitensporige dividenduitkeringen door Attero’s huidige eigenaar, heeft Provinciale Staten verzocht het college van Gedeputeerde Staten vandaag nog de volgende vragen te mogen stellen.

  1. Bent u bekend met het bericht van Reuters d.d. 14 juli 2016, dat een consortium van partijen bereid is om ca. 1 miljard euro voor Attero te betalen?
  2. Volgens Reuters worden in augustus de eerste biedingen gedaan en moet dit in oktober van dit jaar zijn afgerond. Bent u of iemand anders binnen de provincie hier op enige manier van op de hoogte gebracht?
  3. Hoe verhoudt het bedrag van 170 miljoen euro, dat de vorige aandeelhouders hebben gehad voor de verkoop, zich tot de door Reuters genoemde 1 miljard euro?
  4. Hoe verklaart u dit verschil van 830 miljoen euro in de biedingsprijs in minder dan 3 jaar tijd?
  5. Waarom wordt er in minder dan drie jaar tijd 6 keer méér betaald voor dezelfde club, terwijl de omzet volgens het Financieel Dagblad (berichtgeving: 10 april 2016) in 2015 slechts met 38 miljoen euro is gestegen?
  6. Is het college met dit nieuwe verkoopbedrag nog steeds van mening destijds een goede deal voor Brabant en de Brabantse burger te hebben gesloten?
  7. Is het juridisch en volgens het verkoopcontract voor de huidige eigenaar mogelijk om Attero alweer binnen 3 jaar te verkopen?
  8. Hebben wij afspraken gemaakt over earn out regelingen of over het eventueel meeprofiteren bij een verkoop?
  9. Mocht de verkoop aan deze partij doorgaan, wat betekent een buitenlands aandeelhouderschap dan voor alle gemeenten, de werknemers en de afvalverwerking in Brabant?
  10. De bieding van 1 miljard euro is formeel natuurlijk nog niet bevestigd, maar volgens het Financieel Dagblad (berichtgeving: 14 juli 2016) hoeft dit niet irreëel te zijn daar afvalrecycler Van Gansewinkel drie jaar geleden afvalverbrander AVR óók voor 944 miljoen euro heeft verkocht. Is het college bereid dit proces nauw te volgen en Provinciale Staten gedurende het proces actief op de hoogte te houden van de ontwikkelingen rondom het vermeende verkoopproces?