Nieuwsbrief CDAV Brabant online: lees hier!

Wensen van duurzaamheid anno 2020
December 2019

Het jaar 2020 is een schrikkeljaar, zoals dat eens in de vier jaar voorkomt. Omdat de aarde in 365 dagen en ongeveer 6 uur om de zon draait. Dat houdt in dat we in het komende jaar een dag extra hebben om onze ambities op het gebied van duurzaamheid nu eens wél waar te maken. Met ‘onze eigen’ Frans Timmermans, polyglot en strenge Brusselse milieucommissaris, moet het lukken om in ieder geval binnen Europa grote stappen te zetten. Bovendien zou de moed en onverzettelijkheid van het jonge Zweedse meisje Greta Thunberg ons allen moeten inspireren om economische voordelen van de korte termijn opzij te zetten voor duurzaamheidwinst voor de lange termijn.

Behalve duurzaamheid voor het behoud van de aarde kennen we het begrip ‘sociale duurzaamheid’. Met het minder worden van de aloude sociale banden door kerken en verenigingen lijkt die op veel plaatsen aan betekenis te hebben ingeboet. De banden bestaan hier en daar nog wel, maar anno 2020 kan het geen kwaad om als samenleving naarstig op zoek te gaan naar manieren om de sociale cohesie te vergroten. Velen van ons dóen dat ook, en niet alleen in de kersttijd.

CDA’ers zijn zich terdege bewust van de verbondenheid met en de verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties, verwoord in het uitgangspunt ‘Rentmeesterschap’. Bijna niemand zal trouwens de noodzaak van duurzaamheid ontkennen. Maar hoe wordt de steun voor de diverse concrete maatregelen die nodig zijn verkregen? Voor een deel ligt de oplossing in de wijken waar de mensen wonen. Het invoeren van maatregelen die goed zijn voor ons milieu wordt gemakkelijker als mensen de plannen voor hun buurt begrijpen en er bij betrokken worden. Buurten die werken aan hun veiligheid. Dat is ook sociale duurzaamheid. Zoiets als sociale controle. Bepaalde mensen wisten altijd alles, waren misschien irritant nieuwsgierig, maar die sociale controle had ook als effect dat de veiligheid werd vergroot.
Het bruggetje met het thema van de CDAV-bijeenkomst van 22 november is snel gemaakt. Hoewel we Tweede Kamerlid Joba van den Berg in de eerste plaats hadden uitgenodigd om onze zorgen kenbaar te maken over de ontwikkelingen op het gebied van supersnel internet en de toenemende straling, zien we ook de voordelen daarvan: Het ‘internet of things’ (IoT) is misschien wel onze nieuwe buurvrouw, die door middel van slimme technologie je huis in de gaten houdt en zorgt voor veiligheid als je niet thuis bent. Op deze manier ontstaat anno 2020 meer contact met de buren, meer sociale duurzaamheid, meer gezelligheid in de buurt en meer bereidheid om mee te doen aan maatregelen die goed zijn voor de milieukwaliteit.
Al die apparaten die met elkaar verbonden worden. Het is voor velen van ons wennen. En we kennen ook nog niet de eventuele gezondheidsrisico’s. Toch kunnen we er veel voordelen van hebben. Voordelen die ook nog eens duurzaam zijn.

ALV in Oirschot/themabijeenkomst invoering 5G en gezondheidsrisico’s

Op 22 november was de najaarsbijeenkomst van het CDAV Brabant in Oirschot. Burgemeester Judith Keijzers-Verschelling was onze sympathieke gastvrouw in de Raadskelder van het gemeentehuis in Oirschot.
In het huishoudelijk gedeelte werden het Jaarverslag en het Financieel Jaaroverzicht 2018 vastgesteld. De penningmeester wees erop dat de bijdrage van het CDA Brabant nihil is en zal blijven. We zullen daarom creatief met onze activiteiten om moeten gaan. Dat betekent dat we in de toekomst wellicht een kleine bijdrage zullen vragen aan de deelnemers van de bijeenkomsten. Geopperd werd om in plaats van een bijdrage naar het landelijk CDAV een kleine bijdrage over te maken aan het Brabantse CDAV. We zullen zien hoe een en ander gaat uitpakken. In iedere geval willen we op mooie locaties interessante thema’s op de kaart blijven zetten.

Aan de hand van een presentatie (bijgevoegd bij deze Nieuwsbrief) gaf CDA Tweede Kamerlid Joba van den Berg een beeld van de problematiek en de stand van zaken van 5G. 5G is nodig om supersnel internet mogelijk te maken en 5G is nuttig. Tijden veranderen en ontwikkelingen houd je nu eenmaal niet tegen.
CDAV Brabant had vooraf nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de gezondheidsrisico’s van 5G. Joba gaf aan dat ze meer zorgen heeft om de ‘spyware’ dan om elektromagnetische straling. Niettemin heeft ze als woordvoerder 5G wel degelijk oog voor mogelijke gezondheidsrisico’s. Naar aanleiding van haar vragen aan de staatssecretarissen Mona Keijzer en Bruno Bruins en een aangenomen motie van haar hand is dit onderwerp nadrukkelijk in de Kamer aan de orde gesteld (zie bijlagen bij deze Nieuwsbrief). Begin november heeft de cie. VWS op verzoek van Joba de Gezondheidsraad gevraagd te adviseren over gezondheidsaspecten van 5G: https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/werkprogramma/werkprogramma/01/5g-en-gezondheid.

Ook wees ze op het Rapport van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, waarin wordt benadrukt dat Europa met een eigen visie op wettelijke eisen moet komen.
Gevraagd naar de in sommige landen grotere terughoudendheid ten aanzien van elektromagnetische straling zei Joba toe hier informatie over in te winnen. De Zweedse overheid bijvoorbeeld adviseert mobiele telefoons niet te dicht bij het hoofd te houden. We blijven dit graag volgen.

Na afloop volgde een rondleiding door het prachtige Oude Raadhuis uit 1513. CDA-wethouder Piet Machielsen en een van de vrijwilligers van de VVV hielden een enthousiast betoog over het buitengewoon grote culturele en monumentale erfgoed dat Oirschot rijk is en recente ontwikkelingen .

Burgemeesters gefeliciteerd; afscheid Henny Houben

Onze CDAV Brabant-leden Annemieke van de Ven en Wilma van der Rijt zijn (bijna) benoemd tot burgemeester van respectievelijk de gemeenten Reusel-De Mierden en Brunssem. Annemieke volgt Jetty Eugster op, die waarnemer was in de gemeente Reusel-De Mierden. Van harte gefeliciteerd en heel veel succes en plezier gewenst in de nieuwe functie! We zijn trots op jullie.

Henny Houben neemt na vele jaren afscheid als bestuurslid van het CDAV-Brabant. We danken haar voor haar inzet en wensen haar alle goeds toe.

Het bestuur van het CDAV Brabant wenst u prettige feestdagen en een gelukkig nieuwjaar.

Joke Wagter, Anneke Sprong, Jetty Eugster, Elma Petter, Susanne de Groot, Esther van den Bogaart en Bettie de Leeuw
Redactie Bettie de Leeuw

Klik op de volgende link om de volledige nieuwsbrief te bekijken: Nieuwsbrief CDAV Brabant december 2019.

 

Kerstreces: kantoor CDA Brabant gesloten

Tijdens het Kerstreces, de vergadervrije periode tot 6 januari 2020, is het kantoor van CDA Brabant in het Provinciehuis gesloten.

Bestuur, Statenfractie en medewerkers wensen eenieder fijne feestdagen toe: een mooi Kerstfeest en een goede jaarwisseling.

Tot in het nieuwe jaar!

Maiden speech Jürgen Stoop – Debat over PIP “Oude Strijper Aa” op 13/12

Spreektekst1 Jürgen Stoop – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het provinciaal inpassingsplan “Oude Strijper Aa”
(13-12-2019)

Voorzitter,

Het is bijzonder om op de laatste Statendag van het jaar mijn maiden speech te mogen houden. Met als aandachtsgebieden water, natuur en de aanpak stikstof, komen al deze terreinen in het provinciaal inpassingsplan “Herinrichting Oude Strijper Aa” bij elkaar.

De Strijper Aa is namelijk onderdeel van het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. Een gebied van in totaal 4.356 ha groot. Het gebied de Oude Strijper is waterrijk gebied en krijgt met dit inpassingsplan een echte natuurbestemming.

Omdat dit terrein voor mij nieuw is, ben ik in het beheerplan Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux gedoken. Voor mij is duidelijk geworden dat een Natura 2000-gebied bestaat uit uiteenlopende habitattypen, waar velerlei vogels hun leefruimte vinden. Uit de beantwoording van de technische vragen die de CDA-fractie samen met de VVD-fractie heeft ingediend, is duidelijk geworden dat er twee habitattypen relevant zijn voor het gebied Oude Strijper Aa: veenbossen en bossen op alluviale grond. Habitattypen die passen bij een gebied met veel water.

Uit het beheerplan van dit Natura 2000-gebied blijkt ook dat het stikstofprobleem, de depositieruimte en de verwachte daling van de depositieruimte binnen het gebied erg verschillend is. Zo is er in de Oude Strijper Aa geen stikstofprobleem, heeft dit gebied de maximaal mogelijke depositieruimte en is er in dit gebied een naar verwachting grote stikstofreductie. Voor dit natuurgebied speelt de stikstofproblematiek in ieder geval niet.

Wij vragen de gedeputeerde nadrukkelijk bij de gebiedsgerichte aanpak omtrent de stikstofaanpak rekening te houden met de diversiteit die er binnen een Natura 2000-gebied is en niet de buitengrenzen van de Natura 2000-gebieden als grens te hanteren. Het vraagt ook om en kritische blik of elk natuurgebied onderdeel moet uitmaken van een Natura 2000-gebied. Het CDA heeft bij het gebied de Oude Strijper Aa daarover wel vraagtekens. Het CDA zal zich de komende maanden in ieder geval extra gaan verdiepen in de andere beheerplannen van de Brabantse Natura 2000-gebieden om de gebiedsgerichte aanpak kritisch te kunnen volgen.

Een natuurgebied kan bijdragen aan het uitbreiden van het Natuurnetwerk Brabant, zonder dat het deel uitmaakt van een Natura 2000-gebied. Het doel van een Natura 2000-gebied is het beschermen van habitattypen en vogels. In het beheerplan is bijvoorbeeld terug te vinden dat vernatting van een gebied ook kan leiden tot bedreiging van het gebied waar bepaalde dieren leven en planten groeien. Daar dient goede aandacht voor te zijn. Het is niet terug te vinden of hiervan bij het gebied Ouder Strijper Aa sprake is.

Een problematiek die ook voor onze provincie speelt, is de kwaliteit van het water dat vanuit België Noord-Brabant binnenstroomt. In het beheerplan is aangegeven dat het water dat via het oppervlaktewater vanuit België onze provincie binnenstroomt, vervuild kan zijn en stikstof bevat. Er is sprake van lozingen vanuit de RWZI’s in België, die van invloed zijn op de waterstromen in Noord-Brabant. Lozingen van RWZI’s en riooloverstorten in Nederland en België vormen een knelpunt dat niet direct in het kader van dit beheerplan kan worden opgelost. Het CDA vraagt de gedeputeerde om hierover nadrukkelijk in overleg te blijven met onze zuiderburen.

Overigens zal het CDA dit provinciaal inpassingsplan wel steunen. Dit is ook in overeenstemming met de zienswijzen, waaruit geen bezwaren naar voren zijn gekomen. De antwoorden van uw college zijn helder en kunnen wij onderschrijven. Het provinciaal inpassingsplan is erop gericht de natuur in het gebied van de Oude Strijper Aa te herstellen. In dit gebied gaat het er voornamelijk om de waterkwantiteit en waterkwaliteit te verbeteren.

Het draagt bij aan vernatting, hetgeen tijdens twee zomers met extreme warmte en droogte heel belangrijk is. Het CDA gaat ervan uit dat een betere doorstroming van dit gebied zorgt voor ontzuring van het grondwater en het terugdringen van de zinkconcentraties die vijf tot tien maal de saneringsnorm overschrijden. Wij horen graag van de gedeputeerde dat dit het geval is.

Dit provinciaal inpassingsplan is onlosmakelijk verbonden met het PPWW over dit gebied van Waterschap De Dommel. Alle benodigde maatregelen voor dit gebied betreffen de waterhuishouding. Het pakket aan maatregelen dat in het PPWW is beschreven, ziet er gedegen uit. Het CDA zal de uitvoering van deze maatregelen en de effecten die dit heeft op dit gebied nadrukkelijk blijven volgen.

Dit was mijn bijdrage in eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Jürgen Stoop PIP ”Herinrichting Oude Strijper Aa” (13 december 2019)

CDA stapt uit Brabantse coalitie

Vanavond heeft de fractie van CDA Brabant de samenwerking met VVD, D66, GroenLinks en PvdA beëindigd en is uit de Brabantse coalitie gestapt.

Aanleiding is het debat over de Brabantse Aanpak Stikstof (BAS), met maatregelen voor de agrarische sector die de fractie van het CDA Brabant niet kan dragen. Zowel in aanloop naar dit debat als tijdens het debat zelf bleek bij de voormalige coalitiepartners geen ruimte om het voorgestelde beleid aan te passen in een voor de CDA-fractie acceptabele richting.

Deze opstelling van onze voormalige coalitiepartners gaf ons te weinig vertrouwen voor een goede samenwerking op andere dossiers in de toekomst.

De CDA-fractie betreurt dat zij dit besluit heeft moeten nemen en gaat zich beraden op de ontstane situatie. Wij zullen ons te allen tijde blijven inzetten voor de inwoners van onze provincie.

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof op 13/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Aanpak Stikstof 
(13-12-2019)

Voorzitter,

Iedere (Staten)dag schrijven we in dit Provinciehuis geschiedenis, voegen we een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal van Brabant. Zo ook vandaag. De stikstofuitspraak van de Raad van State en het eerste advies van de commissie-Remkes vormden het begin. Hierna zorgden diverse beladen debatten, over welke maatregelen wel en juist niet te nemen, voor een bewogen verloop. Nu moet er, wat het CDA betreft, een reëel einde komen én een hoopvol vervolg.

Hoewel het strikt genomen wel zou moeten, omdat we vooruit willen kijken, is het moeilijk om hier te staan zónder terug te denken aan 2017. Zelfde zaal, zelfde publiek, zelfde emoties. De besluiten van toen hebben diepe sporen nagelaten in onze provincie, dat merken we vandaag de dag nog steeds. Onze landbouwwoordvoerder Tanja van de Ven wijst ons daar elke week op: de agrarische sector heeft altijd willen verduurzamen, als zij maar voldoende tijd krijgt. De bezorgdheid en het wantrouwen jegens ons politici zijn groot, maar gelukkig is de betrokkenheid om mee te denken en mee te praten dat eveneens. Zo hebben wij in de afgelopen weken gemerkt. Dat geeft moed: Brabanders zijn strijdbaar.

En dat geldt ook voor het CDA. Vanaf 2017 is onze inzet geweest om realisme terug te brengen in deze toren en perspectief in al die Brabantse huiskamers. Met haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid als uitgangspunten. Wat wil zeggen dat termijnen realistisch moeten zijn, investeringen terug te verdienen, en innovaties goedgekeurd en beschikbaar. Net als dat in iedere andere sector het geval is.

Vanuit die gedachte hebben we op 18 oktober onze inzet aangaande het stikstofdossier op papier gezet en naar buiten gebracht. Duidelijk gemaakt waaraan een nieuw landbouwbeleid in ónze ogen zou moeten voldoen: uniforme stikstofregels in alle provincies, de vergunningdeadline 1 april 2020 van tafel, geen afname (zonder financiële compensatie) van vergunde stalcapaciteit, aansluiten bij de landelijke stoppersregeling, en geen gedwongen krimp van de veestapel. Vijf heldere punten.

Nu zijn we twee maanden verder en is het tijd om de balans op te maken. Er zal evenwicht moeten zijn tussen natuur, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Rentmeesterschap dus. Kijkend naar waar we vandaan komen, de in beton gegoten besluiten uit 2017, en welk maatregelenpakket er nu voorligt, kunnen we vaststellen dat er in elk geval sprake is van beweging. Niet van de agrarische sector weg, maar naar de agrarische sector toe. Een stapje in de goede richting, maar nog te weinig om te kunnen spreken van een ‘doorbraak’. Als CDA hebben we in de afgelopen tijd onze inzet, vertaald in de eerdergenoemde vijf punten, in veel moties en krantenkoppen teruggelezen. Dat deze nu óók, in meer of mindere mate, zijn terug te zien in het voorliggende pakket maatregelen, is enerzijds een goed vertrekpunt voor het debat vandaag.

Enerzijds, want anderzijds lezen we tussen de regels door ook zaken die ons zorgen baren. Bijvoorbeeld dat ‘in 2023 tenminste het afnamepad van het veehouderijbesluit van juli 2017 moet zijn gerealiseerd’. Hoe realistisch is dat tijdspad? Vanwaar 2023? Omwille van de verkiezingen? Graag een reactie. Verderop lezen we dat ‘ingeval de stikstofdepositie onvoldoende afneemt, het college nog deze bestuursperiode beleidsinterventies toepast om de beoogde dalende lijn te bevorderen’. Waarmee het eigenlijk zegt: we behouden ons het recht voor om tijdens de wedstrijd de spelregels te blijven veranderen. Wat zegt dat over de besluiten die we vandaag nemen? Welke kaders gelden hiervoor? En we lezen dat ‘ingrijpende maatregelen nodig zijn, zowel generiek als gebiedsgericht’. Terwijl wij als CDA juist maatwerk willen, en positief zijn over de gebiedsgerichte aanpak. Welke generieke maatregelen heeft het college voor ogen? Welke beleidsinterventies houdt het achter de hand? Daar moet het college over hebben nagedacht. Graag een helder antwoord.

Het zijn dit soort uitspraken die ons zorgen baren. Waar we kanttekeningen bij plaatsen, moeite mee hebben, omdat ze de provincie de mogelijkheid geven om elke maatregel die we vandaag, morgen of overmorgen afspreken, wanneer het uitkomt, weer te herzien. Dat geeft de Brabanders, de mensen buiten, niet de duidelijkheid en zekerheid die zij van een betrouwbare overheid mogen verwachten. En waarvoor velen vandaag naar het Provinciehuis zijn gekomen. Begrijpt het college dat?

Behalve zorgen over dit gebrek aan duidelijkheid en zekerheid is de kernvraag vandaag of met dit pakket een goede basis voor de toekomst wordt gelegd. Waarbij vooral de vraag centraal staat of de negen maanden extra tijd die boeren krijgen om hun vergunningaanvraag voor schonere stallen in orde te maken voldoende zijn. Negen maanden extra om als ondernemer de investering van je leven te doen. Niet wetend of je investeert in de beste oplossing, die innovatieve stal met de best beschikbare bronmaatregel, die nu nog niet beschikbaar is, of noodgedwongen moet kiezen voor de snelste ‘halfbakken’ oplossing.

Maar wél in de wetenschap dat de commissie-Remkes, het kabinet en de provincie je nog ieder moment kunnen verrassen met nieuwe inzichten en aanvullende maatregelen. Welke bank verstrekt je onder deze omstandigheden een lening? Juist om financiering mogelijk te maken, is heldere en eenduidige regelgeving nodig. En die moet in het pakket van vandaag zitten. Hoe kijkt het college hier tegenaan?

Als CDA hebben we het pakket lang en kritisch bestudeerd. En zijn daarbij niet over één nacht ijs gegaan. Zelden zoveel tafels gezien, zoveel mensen gesproken, zoveel meningen geteld. En zelden zo geworsteld. Niet omwille van onszelf, maar waar we de Brabanders echt mee helpen.

Zoals eerder aangegeven is voor ons als CDA de uitkomst van het debat van vandaag, de vragen die we stellen, de antwoorden die we krijgen, en het draagvlak voor de voorstellen die we zélf zullen doen, bepalend bij de finale beoordeling van dit pakket. Wat wij willen:

Allereerst: realisme en kwaliteit, die staan bij ons voorop. Ondernemers moeten maatregelen kunnen dragen, én kunnen kiezen voor de beste oplossing. Dat wil zeggen het meest duurzame, effectieve stalsysteem, dat zowel hen als Brabant helpt.

Bronmaatregelen zijn voor ons het wachten en stimuleren waard, en data niet in beton gegoten. Realisme en kwaliteit wegens voor ons zwaarder dan een deadline. Wij zullen daarom een motie indienen, om de datum 1 oktober 2022 flexibel te maken, en mee te kunnen schuiven.

We weten dat we nog wachten op landelijk beleid. Dat de commissie-Remkes met een tweede advies komt en het kabinet met aanvullende maatregelen. Met nieuwe inzichten voor de middellange en lange termijn. Zolang dit beleid er niet is, er geen duidelijkheid is over wat dat betekent voor Brabant, willen wij dat het college geen onomkeerbare stappen zet in haar stikstofbeleid. Om te allen tijde bij landelijk beleid te kunnen aansluiten. Ook hiertoe dienen wij een motie in.

Als CDA zijn we voorstander van de gebiedsgerichte aanpak. Van maatwerk. En dat biedt kansen. Kansen om behalve voor ondernemers en natuur óók iets te doen voor het landschap, voor de leefbaarheid en voor het klimaat. De vraag is dus om behalve economie en ecologie ook deze aspecten in de gebiedsgerichte aanpak mee te nemen. Hierop willen wij een toezegging van het college.

Het college streeft naar een daling van de stikstofdepositie met 25-40%. Een grote opgave, waarvan het CDA zich afvraagt of deze haalbaar is. Er bestaat veel discussie over metingen en methodieken, en die willen we graag overlaten aan experts. Maar wat we wel willen, is een eenduidig en eerlijk vertrekpunt. Aan de hand van een 0-meting van depositie in de Natura 2000-gebieden. Die moet er komen, en ook hierop vragen wij een toezegging.

Er komt een commissie die gaat toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat is goed. Voor het CDA is het belangrijk dat in deze commissie alle partijen meepraten. Agrarische ondernemers én natuurverenigingen. Wij willen de toezegging dat de samenstelling van deze commissie een afspiegeling gaat zijn van de Brabantse samenleving, en iedereen wordt betrokken.

Als laatste het verzoek om te onderzoeken of en hoe strostallen kunnen worden uitgezonderd van verplichte stalaanpassingen, omdat, wanneer bestaande strostallen worden voorzien van een luchtwasser, er geen aangenaam leefklimaat meer wordt gerealiseerd in de strobedden en een ander innovatief systeem niet in de maak is. Dat is niet het realistische beleid dat wij voorstaan, en dus pleiten wij bij motie voor een onderzoek naar aanpassing.

Tot zover onze inbreng in de eerste termijn. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college, zodat we deze kunnen meewegen bij het opmaken van de balans aan het einde van deze dag.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon BAS (13 december 2019)

Schriftelijke vragen over handhaving en toezicht Brabants buitengebied

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over handhaving en toezicht in het Brabantse buitengebied.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over handhaving en toezicht Brabants buitengebied.

Geacht college,

Gisteren berichtte o.a. het Brabants Dagblad over de staat van handhaving en toezicht in het Brabantse buitengebied. Deze berichtgeving baart het CDA zorgen. Temeer daar wij grote waardering hebben voor de mensen van Samen Sterk in Brabant (SSiB), die hard werken en zich met gevaar voor eigen leven inzetten voor de veilig- en leefbaarheid in onze provincie.

Wij hebben voor u de volgende vragen: 

  1. Bent u bekend met het bericht Zware kritiek op functioneren Samen Sterk in Brabant: Toezicht in buitengebied is ‘lachertje’ in het Brabants Dagblad d.d. 4 december jl.1?
  2. Deelt u het beeld dat handhaving en toezicht in het Brabantse buitengebied tekort schieten en criminelen er vrij spel hebben? Indien ja, wat zijn hiervan volgens u de oorzaken?
  3. Wat is uw indruk van SSiB? In hoeverre is de organisatie voldoende toegerust om haar taken, waaronder de aanpak van wildcrossen, stroperij en drugsafvaldumpingen, te kunnen uitvoeren?
  4. Kunt u nader ingaan op de signalen dat de aansturing en financiële situatie bij SSiB evenals de 24-uurs aanwezigheid van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in het buitengebied onder druk staan?
  5. Kunt u de organisatiecultuur binnen SSiB nader duiden? Hoe wordt bijvoorbeeld omgegaan met verbetersignalen van binnen en buiten de organisatie? Wordt de ‘klokkenluidersregeling’ gevolgd?
  6. Hoe beoordeelt u de samenwerking tussen boa’s in het veld, de politie en andere partners?
  7. Hoe is het gat in de begroting en de daaruit voortkomende onderbezetting ontstaan?
  8. Bent u bereid op korte termijn met SSiB en de verschillende partners in gesprek te gaan om tot oplossing te komen die SSiB in staat stelt voor honderd procent te doen waarvoor zij is opgericht, namelijk de veiligheid op het Brabantse platteland helpen vergroten? Welke maatregelen kunnen daartoe worden genomen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

1 Zie https://www.bd.nl/brabant/zware-kritiek-op-functioneren-samen-sterk-in-brabant-toezicht-in-buitengebied-is-lachertje-br-br~aa8e358d/

 

Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59 (vervolg)

Schriftelijke vragen van Statenlid Coen Hendriks over de veiligheid van snelfietsroute F59 ‘s-Hertogenbosch – Oss (vervolg).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over veiligheid snelfietsroute F59.

Geacht college,

Op 9 september jl. heeft het CDA schriftelijke vragen gesteld over de veiligheid van snelfietsroute F59 ’s-Hertogenbosch – Oss. Aanleiding was het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB en een brief van de Dorpsraad Nuland, die op eerdergenoemd traject diverse knelpunten signaleerde. Bijvoorbeeld het delen van de F59 met auto’s, een onprettig en gevaarlijk routestuk door de Waterleidingstraat, de overgang Waterleidingstraat – Elzenstraat waar fietsers op de fietsstraat blijven rijden, veel bijna-ongevallen op de kruising Kerkstraat – F59 , de (te) smalle) berm tussen de rijbaan en de sloot in de bocht van de Singel, en het delen van de F59 met een vrachtwagenroute over een gedeelte van de Wolfdijk.

Naar aanleiding van de beantwoording1 d.d. 1 oktober jl. hebben wij voor u de volgende vervolgvragen:

01. In antwoord op vraag 2 schrijft u dat de verbeterpunten uit het Testrapport Fietssnelwegen van de ANWB u bekend waren en u de adviezen van de ANWB gebruikt bij het ontwerp en de realisatie van nieuwe Waarom niet bij bestaande snelfietsroutes, zoals de huidige F59, waarvan de verbeterpunten u inmiddels bekend zijn?

02. In antwoord op vraag 5 schrijft u ‘altijd bereid te zijn overleg te hebben over de aanleg van een nieuwe of verbeteringen aan een bestaande snelfietsroute, zoals de F59, als onderdeel van de regionale multimodale afwegingen’. Heeft een dergelijk overleg inmiddels plaatsgevonden? Indien ja, wat zijn de uitkomsten?

03. In antwoord op vraag 6 schrijft u dat de F59 u heeft geleerd voor nieuwe snelfietsroutes voortaan hogere eisen te stellen aan de breedte van het fietspad, aan de kwaliteit van de wegverharding, het verplicht stellen van verkeersveiligheidsaudits en ruimte te bieden voor maatwerk.

  1. Hoe zijn deze eisen geborgd en wie ziet toe op naleving?
  2. Wat betekent dit voor de knelpunten aan de bestaande F59?

04. In antwoord op vraag 6 schrijft u dat op de website www.onsbrabantfietst.nl de komende periode meer informatie over de Brabantse snelfietsroutes beschikbaar komt. Bent u bereid op de website ook een plek in te richten, waar gebruikers knelpunten kunnen melden? Waarom wel/niet?

05. In antwoord op vraag 7 schrijft u dat, in afwachting van nieuwe landelijke richtlijnen voor bewegwijzering, ‘de bevoegd wegbeheerder intussen kleinschalige verbeteringen kan uitvoeren’. Wie is inzake de F59 de bevoegd wegbeheerder en is deze bereid kleinschalige verbeteringen uit te voeren die op korte termijn de veiligheid verbeteren?

06. In antwoord op vragen 8 en 9 schrijft u op de F59 een schouw te hebben uitgevoerd en de bevindingen samen met testrapport van de ANWB en de knelpunten van de Dorpsraad Nuland te zullen bespreken tijdens het periodieke overleg met gemeenten.

  1. Wat zijn de bevindingen van de schouw?
  2. Heeft het periodieke overleg inmiddels plaatsgevonden?
  3. Indien ja, wat zijn de uitkomsten van dit overleg?

07. In antwoord op 10 schrijft u bereid te zijn om met de gemeente ’s-Hertogenbosch, en door de gemeente ’s-Hertogenbosch betrokken partijen, maatregelen te overwegen die de fietsveiligheid en het fietscomfort op de F59 ’s-Hertogenbosch – Oss te verbeteren. Wat kunt u ons hierover melden?

08. Kunt u, in samenspraak met de gemeente ’s-Hertogenbosch en andere betrokken partijen, een planning/tijdspad geven voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de F59? Bijvoorbeeld wanneer overleg- en beslismomenten zijn, wanneer verbeteringen in gang worden gezet en zijn gerealiseerd.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks

1 Zie https://cdabrabant.nl/wp-content/uploads/2019/10/Antwoord-op-schriftelijke-vragen-over-veiligheid-snelfietsroute-F59.pdf

 

CDA Business Club met Ferdinand Grapperhaus op 16/12

Op maandag 16 december a.s. doet de landelijke CDA Business Club onze provincie aan en is te gast op de Brainport Industries Campus in Eindhoven.

De CDA Business Club is een ondernemersnetwerk dat vier keer per jaar bij elkaar komt op bijzondere locaties met bijzondere sprekers.  Meer informatie is te vinden op de website https://www.cda.nl/cda-business-club/.

Het programma op 16 december start om 17.00 uur (inloop vanaf 16.30 uur) met een welkomstwoord van de Eindhovense CDA-wethouder Stijn Steenbakkers en Willem van der Leegte, president-directeur VDL. Hierna volgen een korte introductie en rondleiding over de Campus. Aansluitend vindt een diner plaats met als gastspreker Ferdinand Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid. Twee onderwerpen die zeker aan de orde zullen komen zijn digitalisering en cybersecurity. De afsluiting is om 20.30 uur. Locatiegegevens: Brainport Industries Campus, BIC 1 te Eindhoven.

Ondernemers met interesse, voor de CDA Business Club in het algemeen of de bijeenkomst op 16 december in het bijzonder, kunnen contact opnemen met coördinator Esther Bergman via het e-mailadres cdabc@cda.nl.

Foto: Rijksoverheid.