“We trekken een duidelijke streep” – Deadline 1 april 2020 nog dit jaar van tafel

Beste CDA-leden,

Vorige week voerden wij in Provinciale Staten een stevig debat over het Brabantse landbouwbeleid. Voorafgaand aan dit debat hebben wij als CDA duidelijk gemaakt wat onze inzet zou zijn. Kern: het landbouwbeleid in Brabant moet zo snel mogelijk in lijn komen met het landelijke landbouwbeleid. Dat hadden we vertaald in vijf eisen.

Deels hebben we die eisen binnengehaald, zoals meer tijd voor boeren die aan de slag willen met innovatieve stalsystemen die nu nog niet beschikbaar zijn, het opschuiven van de aanmelddatum voor deelname aan de provinciale stoppersregeling van 1 november 2019 naar 1 april 2020, geen verplichte inlevering van ‘latente ruimte’ en geen gedwongen krimp van de veestapel. Deels ook niet. Waarbij het debat in Provinciale Staten aan het einde van dit jaar nog verder wordt gevoerd.

We hebben de Statenvergadering nadien goed geëvalueerd. Hierbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de reflectie die verschillende afdelingen en individuele leden aan ons hebben gegeven. We zijn tot de conclusie gekomen dat we duidelijker moeten zijn over onze inzet. Dat willen we in deze nieuwsbrief dan ook doen.

Scherpere koers in Brabant
Brabant vaart in het landbouwbeleid een andere, scherpere koers. Met strengere regels en termijnen die afwijken van die in andere provincies. Al bij de start van deze coalitie waren we daar ongelukkig mee, maar hebben dat destijds geaccepteerd vanwege enkele verzachtende aanpassingen en in de verwachting dat we gaandeweg deze bestuursperiode voldoende invloed op het landbouwbeleid kunnen uitoefenen.

Conformeren aan landelijk beleid
Sinds de start van de coalitie dit voorjaar is de wereld echter veranderd. De uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) heeft gezorgd voor een nieuwe werkelijkheid. Juist deze uitspraak heeft duidelijk gemaakt dat uniform landelijk beleid nu keihard nodig is. Laat er geen misverstand over bestaan: ook wij dragen de natuur een warm hart toe en vinden dat er oplossingen moeten komen voor het stikstofprobleem. Daar wordt in Den Haag met man en macht aan gewerkt, zeker ook door onze CDA-collega’s in het parlement en kabinet. Dat wetende vinden wij dat Brabant zich moet conformeren aan het landelijk stikstofbeleid. Van onze landbouwsector wordt immers al een grote inspanning gevraagd. Een tijdspad dat afwijkt van het landelijke tijdspad mogen wij deze sector, mogen wij onze boeren, niet aandoen.

Duidelijke streep
Concreet: Brabant hanteert op dit moment een deadline van 1 april 2020 waarop boeren een vergunning moeten hebben aangevraagd om aan verscherpte milieueisen voor stallen te kunnen voldoen. In de Statenvergadering is er via een amendement voor bepaalde bedrijven een uitzondering gemaakt, maar wat ons betreft is dat niet voldoende. Daarom trekken we een duidelijke streep: de deadline voor vergunningaanvragen die Brabant op 1 april 2020 heeft gezet, moet nog dit jaar volledig van tafel. Natuurlijk heeft de hele problematiek meer aspecten en daar willen we in de komende maanden graag samen met onze coalitiepartners de schouders onder zetten. Maar instandhouding van de datum van 1 april 2020 kunnen en zullen wij niet dragen.

Met vriendelijke groet,

Provinciale Statenfractie CDA Brabant

Maiden speech Coen Hendriks – Debat over Windpark Karolinapolder op 26/10

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsverordening Windpark Karolinapolder, te Steenbergen
(26-10-2019)

Voorzitter,

Ondanks mijn ervaring als raadslid in het prachtige Meierijstad, went het maar moeizaam: politieke processen duren lang, soms te lang wat mij betreft. Dat ligt ongetwijfeld ook aan mijzelf, want ik ben een vrij ongeduldig type. Als ondernemer bedenk je ’s ochtends iets, en voer je het ’s middags uit. Als raadslid moet je soms weken wachten op een beetje resultaat, als Statenlid maanden, als Kamerlid jaren. U zou zich kunnen afvragen waarom ik, dit wetende, in hemelsnaam de politiek in ben gegaan. Simpel: een uit de hand gelopen hobby. De een steekt zijn vrije tijd in sport, een vereniging of zorg voor anderen, en Brabant telt gelukkig héél veel van deze mensen, de ander probeert op een andere manier onze provincie nog mooier te maken. Bijvoorbeeld als volksvertegenwoordiger, in mijn geval als één van de vijfenvijftig mensen die de toekomst van Brabant mee vorm mag geven. Een groot voorrecht.

En behalve een voorrecht vind ik het op het eerste plaats leuk én belangrijk om vanuit deze functie iets voor anderen te kunnen betekenen. Samen met een geweldig team, genaamd CDA Brabant. In de komende tijd komen er diverse grote vraagstukken op ons af, zoals klimaatverandering, de vergrijzende samenleving, de overstap naar hernieuwbare energie, het nijpende tekort aan woningen en de verduurzaming van de landbouw. Dat ik deel uitmaak van de generatie die op deze onderwerpen Brabant een beslissende wending mag geven, is geweldig.

Over (te) lang durende politieke processen gesproken: Windpark Karolinapolder, waarover wij vandaag spreken, is er zo een, een project dat al vanaf 2011 loopt. Acht jaar geleden heeft de Regio West-Brabant een bod windenergie aan de provincie uitgebracht, waarbij ook de gemeente Steenbergen heeft aangegeven een aandeel te leveren. In dit bod staat dat de West-Brabant 200 MW aan opgesteld vermogen windenergie gaat realiseren, waarvan minimaal 9,6 en maximaal 21,6 MW moet worden aangevuld door opschaling van het bestaande windpark Karolinadijk. Het huidige park bestaat al vanaf 1997 en staat aan de dijk langs het Volkerak in Dinteloord, het bestaat uit 4 turbines met een tiphoogte van 77 meter.

Een kleine reconstructie. Om deze opschaling mogelijk te maken:

  • heeft energiebedrijf Innogy op 5 februari 2018 een verzoek ingediend voor een omgevingsvergunning;
  • heeft de gemeente Steenbergen op 17 april 2018 een ontwerp-omgevingsvergunning gepubliceerd;
  • heeft de Steenbergse gemeenteraad op 31 mei 2018 een verklaring van geen bedenkingen afgegeven;
  • hebben ontwerpvergunning én het voornemen voor een verklaring van geen bedenkingen van 7 juni tot 19 juli 2018 ter inzage gelegen.

Om voor de gemeente Steenbergen moverende redenen is behandeling van het omgevingsvergunning herhaaldelijk uitgesteld (14 augustus 2018 → 15 januari 2019 → 21 maart 2019), wat ertoe heeft geleid dat de wettelijke besluitvormingstermijn van 26 weken ruimschoots is overschreden. Hierom, en a.g.v. de val van het Steenbergse college, een nieuw raadsakkoord en nieuwe randvoorwaarden, zijn gemeente en provincie, het coördinerend bevoegd gezag voor besluitvorming over windprojecten, in overleg gegaan.

Wij begrijpen dat de provincie de gemeente Steenbergen de gelegenheid heeft geboden om met een alternatief, door de gemeenteraad gedragen plan te komen, waarvan de deadline eerst 1 juli jl. was en vervolgens, na een verzoek om uitstel, 15 augustus jl. Uiteindelijk heeft Steenbergse gemeentebestuur in het bestuurlijk overleg op 14 augustus jl. uitgesproken geen mogelijkheden te zien om binnen de randvoorwaarden van het nieuwe raadsakkoord een alternatief plan te ontwikkelen. Kan de gedeputeerde bevestigen dat deze reconstructie juist is, en door alle betrokken partijen wordt onderschreven?

Het CDA vindt het buitengewoon jammer, voor alle betrokken partijen, dat het niet is gelukt om tot een plan te komen dat past binnen de eigen, door Steenbergen zélf geformuleerde randvoorwaarden. Te meer daar wij zeer hechten aan wat heet ‘subsidiariteit’: regel lokaal wat lokaal kan, want dát staat het dichtste bij inwoners. En de gemeente Steenbergen heeft daartoe ook alle ruimte en coulance gekregen, maken wij op uit de stukken. Dat afspraken dan toch keer op niet keer niet worden nagekomen, het proces alsmaar wordt vertraagd en besluitvorming steeds uitgesteld, komt de kracht van het lokaal bestuur niet ten goede. Zo kan je niet samenwerken, zo kan je geen besluiten nemen. Dat rechtvaardigt in onze ogen het ingrijpen van de provincie, en het overnemen van de vergunningsprocedure van de gemeente (een bevoegdheid waar de provincie aanvankelijk van af wilde zien, wat wij in het kader van subsidiariteit positief vinden).

De provincie heeft dit besluit op 10 september jl. genomen. Klopt het dat de gemeente Steenbergen hiervan pas op 12 september formeel op de hoogte is gesteld, terwijl er op 11 september jl. al een persconferentie heeft plaatsgehad? Dat zouden wij namelijk niet heel chique vinden.

De voorgeschiedenis kennende en alles afwegende kan het CDA meegaan in het voorstel dat vandaag voorligt. Omdat:

  • je een beslissing niet kunt blijven uitstellen;
  • de aanvraag door Innogy een net proces heeft doorlopen.
  • provincies en gemeenten hun afspraken met het Rijk moeten nakomen v.w.b. het realiseren van Wind op Land.
  • goede sociale randvoorwaarden lijken te zijn geborgd;
  • er sprake was van goede afspraken over ‘stilstandvoorzieningen’.

Een laatste vraag: hoe ver zijn de overige gemeenten in West-Brabant met hun bijdrage aan de provinciale (wind)energieopgave?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks Windpark Karolinapolder (26 oktober 2019)

Spreektekst Ankie de Hoon – Landbouwdebat op 11/10

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 
(25-10-2019)

Voorzitter,

Probeer het je maar eens voor te stellen. Je hebt een varkensbedrijf in Venhorst, onder de rook van Eindhoven. Je woont en werkt in de slimste regio ter wereld. De Brabantse innovatiekracht zou ook jou vooruit moeten helpen. Dat doet het eigenlijk al. En je huidige stal is, dankzij o.a. luchtwassers, in vergelijking met de oude stal van je vader al veel schoner. Het heeft wel een flinke duit gekost, maar je wilt vooruit en de fosfaat- en dierrechten die je hebt maken dat je verder kunt en dan de investering terugverdienen.

Nieuwe stalsystemen zouden het hem mogelijk gaan maken om over een paar jaar de volgende stap te zetten en zijn bedrijf nóg duurzamer te maken dan het al is. Hij víndt het ook belangrijk om die volgende stap te kunnen zetten. Want hoe trots hij ook is op zijn bedrijf, het kan altijd beter. Gezond en veilig voedsel zo duurzaam mogelijk produceren. Maar dat lukt alleen als die veelbelovende systemen ook mogen worden gebruikt. En, laten we dat vooral niet vergeten, als hij het vertrouwen heeft dat zijn investering ook kan worden terugverdiend.

En daar, voorzitter, zit nu het probleem.

Als zijn bedrijf in Franeker, i.p.v. in Venhorst, had gestaan, was dit een stuk gemakkelijker geweest… Nu moet hij voor 1 april 2020 een vergunningsaanvraag gereed hebben. Dat vergt een investering op zich, maar dat zou nog geen probleem zijn indien hij dan al kon opteren voor de techniek die razendsnel wordt ontwikkeld.

Als hij Zuidoost-Brabants, slim was, zocht hij het best passende innovatieve stalsysteem uit en ging daarmee aan de slag. Dat heeft echter nog geen RAV-code en daarom kan hij dat nog niet op zijn vergunningsaanvraag zetten. En, alhoewel de resultaten goed lijken te zijn, is het nog net te vroeg om zeker te zijn. De bank denkt er ook zo over en zal hem zeggen: “Beste boer, we kunnen je op dit moment nog niet aan een financiering helpen voor dit systeem”.

Er zit voor onze boer uit Venhorst niets anders op dan een vergunning aan te vragen om met ouderwetse luchtwassers aan de slag te gaan in zijn nieuwe stal. En snel ook, want anders mag hij niets meer. Zijn collega in Franeker heeft zijn plannen op orde. Het nieuwe stalsysteem, waar hij mee aan de slag wil, is waarschijnlijk eind 2020 of begin 2021, over een jaar ongeveer, zover dat het een certificering heeft en er een vergunning voor kan worden aangevraagd. Met een beetje geluk kan hij er dan in 2023 mee aan de slag. Mooi op tijd om de volgende stap te zetten naar een duurzame toekomst.

Intussen verzucht onze boer in Venhorst: ‘Was men maar in Brabant zo slim als een Fries’.

Het verhaal van deze boer is illustratief voor de situatie waarin veel hardwerkende Brabantse boeren en hun gezinnen verkeren. Er is onzekerheid en onduidelijkheid. De uitspraak van de Raad van State over de PAS, de brief van de minister, de daar weer van afwijkende voorstellen van de provincies. Veel boeren wisten de afgelopen jaren al niet waar ze aan toe kwamen. Maar in plaats van duidelijkheid en perspectief hebben ze daar een nog grotere bestuurlijke chaos voor teruggekregen. De onvrede die in de afgelopen weken, al dan niet vergezeld van een stevige stoet met trekkers, wordt geuit is dan ook begrijpelijk. Boeren, bouwers en burgers, niemand weet meer hoe, wat, waarom of wanneer. We kunnen niet doorgaan met het opleggen van nóg meer regels en deadlines.

Als Lid van Provinciale Staten merkte ik al langer dat mijn telefoon nooit stil stond. In de afgelopen week werd ik, net als mijn fractiegenoten, werkelijk overstelpt met belletjes, appjes, e-mails en reacties op sociale media. De helderheid die we vorige week gaven werd duidelijk zeer gewaardeerd. Dat sterkt ons in het uitgangspunt dat boeren in Brabant perspectief verdienen.

Het CDA is van mening dat Brabantse boeren niet minder kans op een duurzame toekomst mogen hebben dan die in andere provincies. Daarom moet er een eenduidig beleid komen qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie die door het CDA en de VVD in de Tweede Kamer werd ingediend en de motie die eerder vandaag ook hier is ingediend én aangenomen.

Voorzitter, beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders en dat geen deadlines moeten worden opgelegd die niet haalbaar zijn en die niet in lijn zijn met wat voor ondernemers in andere provincies geldt. Kortom: wat het CDA betreft moeten we in Brabant niet langer vasthouden aan strengere regels.

Indien met nieuwe stalsystemen aan de slag kan worden gegaan ,kan de uitstoot enorm worden gereduceerd. Het is niet reëel dat een vergunningsaanvraag voor zo’n systeem kan worden gedaan vóór 1 april 2020. Voor die datum zijn die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar en is hiervoor nog geen landelijk beleid vastgesteld. Uitstel is hier de enige redelijke weg.

Indien we ruimte willen scheppen voor de investeringen van de boeren die per saldo de uitstoot sterk verminderen, dan moeten we dat ruimhartig doen. Daarbij heeft het geen pas latente ruimte in te trekken. Een veehouder die, net als onze boer uit Venhorst, nog niet de gehele vergunningsruimte heeft gebruikt, heeft vaak al een forse investering, bijv. in zijn infrastructuur, ter voorbereiding van verdere uitbreiding gedaan.

Voorzitter, waarom zouden voor Brabantse boeren die overwegen te stoppen met hun bedrijf andere, vermoedelijk minder gunstige, regelingen moeten gelden dan voor stoppers elders? Het is meer dan redelijk af te wachten waar het Rijk mee komt op dit gebied en dáárbij aan te sluiten. Dat is waarschijnlijk niet alleen voor de boeren die dit betreft beter, ook voor Brabant kan dit veel gunstiger uitpakken indien de kosten niet alleen door onze belastingbetalers hoeven te worden opgebracht.

Daarom moet de stoppersregeling opgaan in de landelijke regeling en omdat die niet voor 1 december van dit jaar bekend zal zijn, is het goed dat de Brabantse aanmelddatum, van 1 november a.s., is opgeschoven naar 1 april 2020.

Al deze maatregelen moeten ertoe leiden dat de uitstoot van stikstof drastisch wordt verminderd. Deze maatregelen, investeringen, moeten kunnen worden terugverdiend. Dat gaat niet lukken met een gedwongen krimp van de veestapel, het CDA gaat daar dan ook niet mee akkoord. Krimp van de veestapel, in de vorm van bedrijfsbeëindiging of anderszins, mag slechts het gevolg zijn van een vrijwillige stap van de betrokken veehouder.

Voorzitter, ik rond af. De CDA-fractie is ervan overtuigd dat we hier samen, zoals we dat in Brabant altijd doen, uitkomen. Het CDA heeft vertrouwen in uw en in ons college en is ervan overtuigd dat er een mooie toekomst is voor alle Brabanders, Boeren, Bouwers en Burgers.

En, voorzitter, ook het CDA is trots op de Brabantse boer.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon IOV (25 oktober 2019)

CDA: eerste stappen naar realistisch en eerlijk landbouwbeleid

Het CDA is voorzichtig positief over het landbouwdebat in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, dat op dit moment aan de gang is. Nog niet alles is bereikt, maar er worden volgens de partij belangrijke eerste stappen gezet naar een eerlijker en realistischer landbouwbeleid. Een keerpunt t.o.v. twee jaar geleden, toen Brabantse boeren door het vorige provinciebestuur versneld extra strenge maatregelen kregen opgelegd. “Een historische fout”, aldus het CDA destijds, omdat de besluiten van toen Brabantse familiebedrijven onevenredig hard raken. Inzet van het debat vandaag is voor het CDA juist minder strenge regels en meer compassie met de agrarische sector.

Meer tijd voor boeren met innovatieve stalsystemen

Veruit de belangrijkste beleidswijziging vandaag: boeren die met nieuwe, innovatieve stalsystemen aan de slag willen, ter vervanging van bijvoorbeeld ouderwetse luchtwassers (medeveroorzaker van o.a. stalbranden), hoeven niet langer op 1 april 2020 een vergunning te hebben aangevraagd indien deze stalsystemen nu nog niet beschikbaar zijn. Zij krijgen in dat geval van de provincie meer tijd en zo meer investeringsruimte om zowel hun bedrijf als het milieu een stap vooruit te helpen. Dit was een grote wens van het CDA, dat daartoe samen met andere partijen een voorstel (amendement) indient dat, zoals het er nu naar uitziet, kan rekenen op voldoende steun in de Brabantse Staten.

Ook krijgt de provincie de bevoegdheid om boeren uit te zonderen van bepaalde vergunning- en bouwdeadlines, wanneer zij een stalsysteem in gebruik willen nemen dat pas na 2022 beschikbaar is. Zo krijgen ook zij de ruimte om binnen een realistisch tijdspad schone investeringen te doen. Precies wat het CDA wil en altijd heeft bepleit.

Stikstofaanpak nu afstemmen, hopelijk later uniformeren

Daarnaast komt het CDA samen met haar coalitiepartners met een voorstel (motie) om in kaart te brengen hoe de landelijke en provinciale stikstofaanpak zich tot elkaar verhouden en hoe de afstemming tussen het Rijk en provincies is geregeld. Wat het CDA uiteindelijk wil, is uniform beleid: een gelijk speelveld voor boeren en tuinders, in alle provincies dezelfde stikstofregels en in Brabant geen strengere regels dan elders. Dit voorstel ziet de partij daartoe als een eerste stap: nu afstemming en wat het CDA betreft daarna uniformering.

Geen afname vergunde stalcapaciteit en geen gedwongen krimp veestapel

Deze twee voorstellen zijn in lijn met de voorwaarden die het CDA vorige week naar buiten bracht t.a.v. het Brabantse landbouwbeleid. Zo wil de partij dat emissieregels in Brabant niet strenger zijn dan in andere provincies én dat de vergunningdeadlines voor de bouw van nieuwe stallen worden herzien. Beide lijken te gaan lukken. Ook twee andere eisen van het CDA staan overeind: de overheid mag boeren de aan hen vergunde stalcapaciteit niet (zonder financiële compensatie) afnemen en krimp van de veestapel kan alléén plaatsvinden op basis van vrijwilligheid. Het CDA had voorstellen (moties) klaarliggen om initiatieven die tegen deze eisen zouden ingaan te blokkeren, maar deze lijken gelukkig niet nodig. Het afnemen van wel vergunde maar niet benutte stalcapaciteit en een gedwongen krimp van de veestapel zijn in Brabant momenteel niet aan de orde. Mocht dat in de toekomst wel dreigen te gebeuren, dan zal het CDA die alsnog proberen tegen te houden.

Een vijfde voorwaarde die het CDA stelde, namelijk dat de Brabantse ‘stoppersregeling’, bedoeld voor boeren die hun bedrijf willen beëindigen, opgaat in de landelijke stoppersregeling die nu in de maak is, moet in samenspraak met het Rijk worden gerealiseerd. Dat kan de provincie niet alleen.

Fractievoorzitter Ankie de Hoon: “Dit is voor alle betrokkenen, boeren, burgers maar ook politici, een bewogen dag. Als CDA hebben we vorige week aangegeven waar we staan in het Brabantse landbouwdebat, door vijf voorwaarden te formuleren die agrarische ondernemers in onze provincie perspectief moeten bieden. Die duidelijkheid werd gewaardeerd en nu is het zaak om onze woorden om te zetten in daden. Mijn conclusie is dat nu de eerste stappen worden gezet naar een eerlijker en realistischer landbouwbeleid. Of we er daarmee zijn? Zeker niet. Er komt in de komende tijd nog veel op ons af en dit is een traject van lange adem. Waarbij ik ervan overtuigd ben dat wij als CDA het verschil kunnen maken.”

CDA formuleert eisen voor Brabants landbouwbeleid

Het CDA heeft vandaag eisen geformuleerd voor het Brabantse landbouwbeleid. Aanleiding zijn de recente ontwikkelingen rondom de stikstofproblematiek, waaronder het eerste advies van de commissie-Remkes. Kern is dat het landbouwbeleid in Brabant zo snel mogelijk in lijn moet komen met het landelijke landbouwbeleid.

Daartoe wil het CDA allereerst dat er uniform beleid komt qua tijdspad voor investeringen in emissiereductie. Dat is in lijn met de motie-Geurts/Harbers die vannacht in de Tweede Kamer werd ingediend. Beleidsregels moeten in alle provincies hetzelfde zijn, wat betekent dat de emissieregels in Brabant niet strenger mogen zijn dan elders. Het CDA verzoekt het Brabantse provinciebestuur om niet langer vast te houden aan strengere regels.

Ten tweede wil het CDA dat niet langer deadlines voor het indienen van vergunningaanvragen voor nieuwe stalsystemen worden opgelegd, zolang die stalsystemen nog niet goedgekeurd en beschikbaar zijn én zolang hiervoor nog geen landelijk beleid is vastgesteld. Dat impliceert dat deadlines als die van 1 april 2020, waarover het Brabantse provinciebestuur op 25 oktober a.s. zou besluiten, in de ijskast moeten.

Ten derde wil het CDA dat boeren de volledige aan hen vergunde stalcapaciteit, inclusief de zgn. ‘latente ruimte’, mogen houden. De overheid mag deze niet afpakken.

Ten vierde wil het CDA dat de Brabantse ‘stoppersregeling’, bedoeld voor boeren die hun bedrijf willen beëindigen, opgaat in de landelijke stoppersregeling die nu in de maak is. Dat betekent het opschorten van de provinciale aanmelddatum van 1 november a.s. en aansluiten bij de landelijke datum van aanmelden.

Ten vijfde wil het CDA in Brabant, net als in de rest van Nederland, géén door de overheid gedwongen krimp van de veestapel. De partij zal ieder voorstel daartoe blokkeren. Krimp van de veestapel kan wat het CDA betreft alleen plaatsvinden op basis van vrijwilligheid.

Voor het CDA Brabant zijn deze vijf eisen leidend bij komende besluitvorming in Provinciale Staten, het Brabantse provinciebestuur. Met dit eisenpakket wil de partij de balans terugbrengen in het stikstofdebat. Balans, realisme en een eerlijke verdeling van de lasten moeten zijn geborgd, wil het CDA steun kunnen geven aan welke maatregel dan ook.

Fractievoorzitter Ankie de Hoon: “Nu de minister gisteren, tijdens het debat over de stikstofproblematiek in de Tweede Kamer, heeft aangegeven dat provincies de vrijheid hebben om bovenop het landelijke beleid eigen, in het geval van Brabant veel strengere, stikstofregels te stellen, vinden wij het als CDA belangrijk dat onze provincie geen eiland wordt waar Brabanders het wonen en ondernemen onmogelijk gemaakt wordt. Brabant mag niet op slot. Dat is namelijk in niemands belang: niet in het belang van onze inwoners, familiebedrijven en uiteindelijk ook niet in het belang van onze Brabantse natuur. Brabant wordt niet de groene gordel van de Randstad, waar geen enkele ontwikkeling meer mogelijk is.”

Omdat de ontwikkelingen in het stikstofdossier elkaar de laatste tijd snel opvolgden, heeft het CDA Brabant het debat in de Tweede Kamer, en de daaraan voorafgaande hoorzitting van deskundigen, willen afwachten alvorens met een reactie en eisenpakket naar buiten te komen. “We hebben in de afgelopen weken met veel mensen over het stikstofprobleem gesproken en begrijpen hun zorgen, boosheid en ongeduld. Ook wat de positie van het CDA Brabant betreft. Toch hebben we bij het bepalen van ons standpunt en eisenpakket niet over één nacht ijs willen gaan, want daar is dit probleem te groot en te complex voor. Zorgvuldigheid voor snelheid. Als CDA hebben we bestuursverantwoordelijkheid genomen om enerzijds zaken, die wij voor Brabant belangrijk vinden, voor elkaar te krijgen en anderzijds zaken, die wij voor Brabant onwenselijk vinden, tegen te houden. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak, waarbij wat ons betreft het resultaat telt: het beste voor de Brabanders. Dáár gaan wij voor en dáár mogen zij het CDA op afrekenen.” Aldus De Hoon, die de fractievoorzitters van coalitiepartners VVD, D66, GroenLinks en PvdA eerder vandaag in een ingelast overleg informeerde over de positie van haar partij.

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat advies commissie-Remkes op 11/10

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het eerste advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek (commissie-Remkes)
(11-10-2019)

Voorzitter,

In de afgelopen weken is er veel gebeurd. Het grootste boerenprotest uit de Nederlandse geschiedenis, het eerste advies van de commissie-Remkes, de reactie van het kabinet en van ons provinciebestuur hierop, en vandaag een Provinciehuis vol bezorgde Brabanders. Zorgen die wij als CDA goed begrijpen. Hun zorgen zijn onze zorgen. Hun vragen zijn onze vragen. Wat komt er nu weer op mij, op mijn bedrijf, en op onze sector af? Krijg ik mijn vergunning wel rond? Wanneer kan ik mijn bedrijfsactiviteiten voortzetten? Wat gaat mij dat kosten? Waarom zou ik nog doorgaan met mijn onderneming? Terechte vragen. En vragen die beantwoord moeten worden. Het liefst vandaag, in dit debat, en anders zo snel mogelijk.

De boodschap van de commissie-Remkes was duidelijk: breng de balans terug tussen natuur, leefbaarheid en economische groei. Daar wil het CDA aan meewerken, maar wel op een zorgvuldige en realistische manier. Met regionaal maatwerk en een bijdrage van alle relevante economische sectoren om het stikstofvraagstuk op te lossen. Hiervoor moet niet één specifieke sector alleen hoeven opdraaien. We moeten het samen doen. Maatregelen moeten evenwichtig zijn, zodat we als provincie onze inwoners duidelijkheid en perspectief kunnen bieden en hen helpen de juiste keuzes te maken. Brabant mag niet op slot: de vergunningverlening voor het bouwen van woningen, de aanleg van wegen en het doen van bedrijfsactiviteiten moet zo snel mogelijk weer op gang komen.

In het vervolg van mijn bijdrage wil ik stilstaan bij vier onderwerpen: (1) landelijk beleid vs. Brabants beleid, (2) de houdbaarheid van deadline 1 april 2020, (3) metingen door het RIVM en (4) een aantal praktische vragen.

Landelijk beleid vs. Brabants beleid

De commissie-Remkes benadrukt het belang van samenwerking tussen álle betrokken overheden – Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen – om te komen tot een gezamenlijke oplossing voor de stikstofproblematiek. Voor het CDA is het essentieel dat de provincie in gesprek blijft met álle partijen. Zoals VNO-NCW, Bouwend Nederland, ZLTO, BAJK, ANWB, maar óók inwoners verenigd in bijvoorbeeld dorpsraden of bewonersplatforms. Kortom, met iedereen die betrokken is bij het probleem waarmee we ons geconfronteerd zien. Partijen met wie we samen een oplossing moeten zien te vinden.

In het bestuursakkoord geeft u aan ‘stimulerend, initiërend en verbindend’ te willen zijn. Hoe gaat u hieraan invulling geven in de samenwerking met onze landelijke, lokale en regionale gesprekspartners?

Hoe gaat u ervoor zorgen dat Brabantse ondernemers volop gebruik kunnen maken van landelijke regelingen voor ‘stoppers’, stalsystemen en innovaties? En dat deze maatregelen niet gaan of zullen conflicteren met de opgestelde Brabantse regelgeving?

Kortom: hoe voorkomen we dat Brabant een eiland wordt waar niemand meer kan ondernemen, stoppers niet kunnen stoppen en jonge ondernemers geen perspectief meer hebben?

Houdbaarheid deadline 1 april 2020

De veehouderijbesluiten van 7 juli 2017 waren gebaseerd op een toen nog springlevende Programmatische Aanpak Stikstof. Inmiddels zijn we ruim twee jaar verder, is het PAS gesneuveld, en worden we geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid. Concreet betekent dit dat de Rijksoverheid nieuwe plannen heeft opgesteld voor het ‘vrijwillig’ saneren van de veehouderij in de buurt van Natura 2000-gebieden.

Het bestuursakkoord 2019-2023 gaat er ook vanuit dat Brabant in de PAS moet lopen. Maar er is geen PAS meer, het kan dus niet anders dan dat het bestuursakkoord hieraan wordt aangePASt. Deze nieuwe werkelijkheid heeft meer flexibiliteit nodig in de gestelde deadlines.

Is de provincie bereid de vergunning-deadline van 1 april 2020 opnieuw tegen het licht te houden?

Metingen door het RIVM

Dan de informatie waarop wij ons beleid baseren. Feitelijke informatie wel te verstaan. Gegevens die afkomstig zijn van het RIVM. In de afgelopen dagen zijn er veel vragen gesteld aan dit RIVM over de wijze van rekenen en het meten van stikstof. Het CDA in de Tweede Kamer heeft gerede twijfels geuit over de betrouwbaarheid van het meetmodel. Wij hebben geconstateerd dat het model in de afgelopen jaren weliswaar is aangepast, maar volgens het RIVM zélf nog steeds een grote onzekerheidsmarge kent van 30% tot 70%. Leg dát de mensen wier toekomst van deze metingen afhangt maar eens uit.

Nu heeft de gedeputeerde aangegeven graag ‘datagedreven’ te werk te willen gaan. Het CDA wil dan ook graag van de gedeputeerde weten of de provincie bereid is mee te werken aan uitbreiding van het meetnet met daadwerkelijke stikstofdepositiemetingen op de grond, om tot een betrouwbaarder meetmodel te komen?

Voor het CDA zijn zorgvuldigheid en realisme belangrijk. De gedeputeerde heeft vanmorgen aangegeven dat meetsystemen niet het stikstofprobleem doen verdwijnen. Dat is helder. Maar als de basis klopt en de informatie waarop we besluiten nemen niet ter discussie staat, dan kunnen we het beter hebben over de oplossingen. ‘Realtime meten’ zou daar wat ons betreft goed bij kunnen helpen.

Praktische vragen

De stikstofproblematiek treft alle Brabanders en raakt aan vrijwel alle sectoren. Niet alleen landbouw, niet alleen infrastructuur, niet alleen bouw.

Maar ook aan leefbaarheid in brede zin: veilig opgroeien, prettig wonen, je thuis kunnen voelen. Bij inwoners, bedrijven en andere overheden bestaan ook hierover veel vragen. Daarom zou het CDA graag zien dat in de gebiedsgerichte aanpak niet alleen wordt gekeken naar de stikstofuitstoot, maar dat daarin alle aspecten van leefbaarheid worden meegenomen. Hoe zorgen we ervoor dat het platteland en het buitengebied een leefbare omgeving blijft?

Graag verneemt het CDA van de gedeputeerde welke planning de provincie voor ogen heeft t.a.v. de ‘gebiedsgerichte aanpak’. Hoe gaat de provincie ervoor zorgen dat de maatregelen voor realisatie van de stikstofambitie de leefbaarheid in een gebied, in brede zin, versterken i.p.v. verzwakken? Hoe staat de provincie tegenover het CDA-voorstel om een ‘provinciale helpdesk stikstofproblematiek’ in te richten, waar inwoners, bedrijven en overheden terechtkunnen met vragen of voor advies?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon advies Adviescollege Stikstofproblematiek (11 oktober 2019)

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels – Debat over de IOV op 11/10

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Interim omgevingsverordening (IOV)
(11-10-2019)

Voorzitter,

Op 1 oktober jl., en zo te merken vandaag opnieuw, is het voor iedereen duidelijk dat de agrarische ondernemers een signaal willen afgeven. Een signaal dat er duidelijkheid moet komen over wat er op hen afkomt. Een gebalde vuist, maar ook een uitgestoken hand om gezamenlijk tot werkbare oplossingen te komen. De inspanningen die alle sectoren al hebben gedaan, mogen niet voor niets zijn geweest.

De agrarische sector moet kunnen rekenen op een betrouwbare overheid, die niet steeds nieuwe wetgeving opstapelt die een lange termijnkoers onmogelijk maakt. Er zijn grote zorgen en er heerst veel onzekerheid. De Brabantse agrarische ondernemers verdienen duidelijkheid en een gelijk speelveld. Het is belangrijk dat we perspectief bieden aan degenen die door willen met hun bedrijf of die een opvolger hebben. Maar het is minstens zo belangrijk dat we degenen die willen stoppen een helpende hand bieden om dat op een verantwoorde en menselijke manier te doen.

Het is daarom van het grootste belang dat we ons als Brabant aansluiten bij de plannen van de minister en flexibel omgaan met de datum van 1 april voor het Brabantse beleid.

Mijn vragen aan de gedeputeerde:

  1. Indien gaat worden ingestemd met de IOV, dan ligt de datum van 1 april 2020 juridisch vast. In hoeverre ‘bijt’ dit met het landelijk beleid? Wat als landelijk beleid anders uitpakt?
  2. De bedrijven die het besluit willen nemen of al besloten hebben om hun bedrijf in 2022 of 2024 te beëindigen, moeten dit op 1 november a.s. hebben gemeld hebben bij hun gemeente. Hoe realistisch is dat, als we zorgvuldig beleid willen voorstaan? Deze Brabantse boeren vallen dan immers buiten de boot voor de warme sanering. Graag een reactie van de gedeputeerde.
  3. Het Aerius rekeninstrument: in antwoord op een eerdere vraag van mij hebt u aangegeven dat Aerius voor een aantal veehouderijen nog niet toepasbaar is. Hoe zorgt u voor handreikingen om met deze beperkingen te kunnen omgaan? Bijvoorbeeld via ondersteunende modellen. Deze modellen kosten adviesbureaus veel geld om toe te passen, die dit zullen doorberekenen naar de klant. Hoe werkbaar is dat volgens u in de praktijk?
  4. Gedeputeerde, neemt u ons eens mee: wat gebeurt er als we nu niks zouden doen? Als we de IOV op 25 oktober niet vaststellen?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Tanja van de Ven-Vogels Interim omgevingsverordening (11 oktober 2019)

Spreektekst Coen Hendriks – Debat over het Klimaatakkoord op 11/10

Spreektekst1 Coen Hendriks – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over het Klimaatakkoord 
(11-10-2019)

Voorzitter,

Het CDA staat achter de Brabantse Energieagenda en achter het Klimaatakkoord. Maar van het Brabant van vandaag naar het Brabant van morgen, van Den Bosch naar Parijs, van 2019 naar 2050, is een lange weg. Die afstand ervaren veel Brabanders ook. Willen we ons doel halen, onze bestemming bereiken, dan zullen we hen moeten meenemen. Stap voor stap. Eerst naar 2030: Brabant voor 50% energieneutraal. Dan naar 2050: Brabant 100% duurzaam. Aan ons de opdracht om met de blik op die horizon de weg te effenen voor de generaties na ons.

Momenteel wordt in 30 energie-regio’s gewerkt aan 30 Regionale Energiestrategieën, de RESsen. Het CDA is voorstander van deze regionale aanpak, waarbij gezamenlijkheid het uitgangspunt is. Provincie, gemeentes en waterschappen komen samen met betrokken partijen tot gedragen keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de opslag- en energie-infrastructuur.

Een aantal vragen:

  • Brabant telt vier energie-regio’s. Kan de gedeputeerde een update geven van wat daar nu gebeurt?
  • In de Handreiking RES staat het volgende: ‘De RES kan alleen succesvol zijn als het een participatief proces kent, waarin lokale (maatschappelijke) partijen en bewoners van begin af aan worden betrokken’. Wat zijn in Brabant de betrokken partijen, de ‘stakeholders’, met wie overheden aan de RESsen werken? Hoe zijn of worden bewoners betrokken?
  • Een RES is een instrument om te komen tot een regionale energiestrategie. Wat is de juridische status van dit instrument, en hoe verhoudt een RES zich tot andere instrumenten?
  • Scheep- en luchtvaart zijn niet meegenomen in het Klimaatakkoord. Betekent dit dat Brabantse industrie- en luchthavens ook niet betrokken zijn bij de RESsen?
  • Het CDA is positief over het inrichten van een ‘loket’, waarin regio’s met vragen terechtkunnen: een Expertisecentrum Energietransitie. Wat vindt de gedeputeerde hiervan?

Tot slot. Op weg naar 2030 en 2050 zal het CDA elke klimaatregel toetsen op: haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar. Zonder draagvlak gaat de energietransitie niet slagen. Dat is de boodschap uit het Klimaatakkoord en ook de boodschap van het CDA.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Coen Hendriks Klimaatakkoord (11 oktober 2019)

Schriftelijke vragen over provinciale helpdesk stikstofproblematiek

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Tanja van de Ven-Vogels over een provinciale helpdesk stikstofproblematiek.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over provinciale helpdesk stikstofproblematiek.

Geacht college,

Op 4 oktober jl. stuurde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een brief naar de Tweede Kamer, waarin het kabinet uiteenzet hoe het, n.a.v. de uitspraak van de Raad van State en de aanbevelingen van het Adviescollege Stikstofproblematiek (de ‘commissie-Remkes’), met provincies, waterschappen en gemeenten het zgn. ‘stikstofreductieplan’ wil vormgeven1.

In dit stikstofreductieplan is een belangrijke rol weggelegd voor provincies. Bijvoorbeeld bij de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak, de financiering van extra acties, de uitvoering van reeds geplande en nieuwe natuurherstelmaatregelen en het bewaken van het proces (door de Commissaris van de Koning, in zijn hoedanigheid als Rijksheer). Over hoe hieraan gevolg te geven, heeft de provincie Noord-Brabant op 8 oktober jl. een beleidsregel vastgesteld2.

Bij veel inwoners, bedrijven en gemeenten bestaat grote onzekerheid over wat de maatregelen uit het stikstofreductieplan voor hen gaan betekenen. Het CDA vindt het belangrijk dat zij snel duidelijkheid, perspectief, advies en hulp kunnen krijgen, en van begin af aan bij de uitwerking van de maatregelen worden betrokken. Dat begint bij een goede informatievoorziening en gestroomlijnde communicatie vanuit de (provinciale) overheid.

In dat kader heeft het CDA voor u de volgende vraag:

  1. Bent u bereid om op korte termijn een provinciale helpdesk stikstofproblematiek in te richten, bemenst door specialisten, waar inwoners, bedrijven, gemeenten en andere overheden terechtkunnen met vragen of verzoeken om advies en informatie, en hier de nodige ruchtbaarheid aan te geven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Tanja van de Ven-Vogels

1 Zie https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-landbouw-natuur-en-voedselkwaliteit/documenten/kamerstukken/2019/10/04/aanpak-stikstofproblematiek

2 Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2019/oktober/provincie-pakt-stilgevallen-vergunningverlening-snel-op.

Schriftelijke vragen over hoogspanningslijnen

Schriftelijke vragen van Statenleden Coen Hendriks en Kees de Heer n.a.v. het recente besluit van de gemeente Eindhoven om bovengrondse hoogspanningslijnen vooralsnog niet onder de grond te brengen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over hoogspanningslijnen.

Geacht college,

Naar aanleiding van het recente besluit van de gemeente Eindhoven om bovengrondse hoogspanningslijnen vooralsnog niet onder de grond te brengen1 heeft het CDA voor u de volgende vragen:

01. Bent u bekend met het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen, wat inhoudt dat het Rijk aan gemeenten en netbeheerders adviseert om vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s geen nieuwe woningen te bouwen in de buurt van hoogspanningslijnen en geen nieuwe hoogspanningslijnen aan te leggen in de buurt van woningen2?

02. Bent u bekend met de wens in de gemeente Eindhoven, neergelegd in het coalitieakkoord 2018-2022 (pag. 18), om bovengrondse hoogspanningslijnen onder de grond te brengen3?

03. Kloppen de volgende gegevens?

  1. In Eindhoven gaat het om ongeveer 4 kilometer hoogspanningslijn, die door bewoond gebied gaat (Acht en Woensel-Noord), waarvan de gemeente wil dat deze ondergronds gaat4.
  2. Dit betreft de tracés Best – Eindhoven Noord en Eindhoven Noord – Eindhoven Oost, die de Rijksoverheid in het ‘Besluit aanwijzing delen hoogspanningsnetten ex art. 22a Elektriciteitswet 1998’ heeft aangewezen om te verkabelen/verplaatsen5.
  3. De totale kosten van deze ‘verkabeling’ bedragen ongeveer 24 miljoen euro6.
  4. Volgens het ‘Besluit verplaatsen en verkabelen hoogspanningsverbindingen’ moet de netbeheerder 80 procent van de kosten betalen en de gemeente 20 procent7.

04. Bent u bekend met de conclusie van het Eindhovense college van burgemeester & wethouders dat het ondergronds aanleggen van deze hoogspanningslijnen op dit moment door de gemeente financieel niet is op te brengen8?

05. Is er contact geweest tussen de gemeente Eindhoven en de provincie Noord-Brabant over het verkabelen en de financiering daarvan? Indien ja, op welke momenten?

06. De Rijksoverheid heeft ook in de Brabantse gemeenten Best, Breda, Geertruidenberg, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Helmond, Oirschot, Oss, ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Uden tracés van hoogspanningsverbindingen aangewezen die ondergronds (of verplaatst) mogen9.

  1. Weet u in welke van deze gemeenten wensen of voornemens bestaan dan wel acties lopen om te gaan verkabelen/verplaatsen? Indien niet, wilt u dit nagaan?
  2. In welke gemeenten vormt financiering, net als in Eindhoven, een probleem?
  3. In welke gemeenten is de provincie Noord-Brabant bij verkabeling/verplaatsing betrokken?

07. Bent u bereid met om met Eindhoven en andere Brabantse gemeenten in gesprek te gaan om u te laten informeren over de mate waarin financiering een probleem is bij verkabelen/verplaatsen en mee te denken over oplossingen voor cofinanciering?

08. De gemeente Eindhoven geeft aan dat, in haar geval, de ‘lasten’ voor het verkabelen voor één gemeente zijn, maar de ‘lusten’ voor veel meer gemeenten. Hoe ziet u in dit licht de rol van de provincie? Is het voorstelbaar dat de provincie als ‘bovenlokale’ overheid initiatieven als deze meefinanciert?

09. Hoe gaan andere provincies om met dit (financierings)vraagstuk?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Coen Hendriks en Kees de Heer

1 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/cda-eindhoven-houdt-vast-aan-kabels-br-ondergronds-br~af8c52a1/.

2 Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening-en-gebiedsontwikkeling/wonen-bij-hoogspanningslijnen.

3 Zie https://www.eindhoven.nl/sites/default/files/2018-05/Coalitie%20magazine_0.pdf.

4 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/onderzoek-naar-ondergrondse-kabels-in-eindhoven-noord-br~a66fd034/.

5 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041518/2019-01-01.

6 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/onderzoek-naar-ondergrondse-kabels-in-eindhoven-noord-br~a66fd034/.

7 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041451/2019-01-01.

8 Zie https://www.ed.nl/eindhoven/cda-eindhoven-houdt-vast-aan-kabels-br-ondergronds-br~af8c52a1/.

9 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0041518/2019-01-01.