Column Marianne van der Sloot: ‘Tradities’

Column van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot.

‘Tradities’

Traditie. Voor mij hét woord van 2018. Dat wat verbindt, zich herhaalt, we graag koesteren en doorgeven. Waarin we impliciet vastleggen wat we belangrijk, van waarde, vinden. ‘Goede gewoontes’, tijdloos en nooit sleets. Gewoontes die we juist in deze tijd van het jaar, rond de feestdagen, extra stevig willen omarmen. Dicht bij ons houden.  Die we trots uitdragen en graag delen,  iedereen mag meekijken. Sociale media staan vol met inkijkjes in de (Kerst)tradities van onszelf en van anderen. De ene keer heel persoonlijk: met familie & vrienden aan het Kerstdiner, bij ons thuis door mijn moeder gemaakt. In een huis vol licht en Kerststallen. De andere keer van nationale betekenis, zoals de Kersttoespraak van de koning die we met z’n allen kijken. Soms zijn tradities heel dichtbij, bijvoorbeeld het worstenbroodje na afloop van de nachtmis. De andere keer zijn ze kilometers ver weg, op een plein in Rome waar duizenden mensen luisteren naar de woorden van een wijs man.

Traditie: dat wat verbindt, zich herhaalt, we graag koesteren en doorgeven. Maar dit jaar, meer dan ooit, ook dat wat ons verdeelt, we ter discussie stellen, willen en ook kunnen veranderen. De koning in de Gouden Koets, het Sinterklaasfeest, vlees op het (Kerst)menu, vuurwerk met de jaarwisseling: niets lijkt meer onbesproken, ‘heilige huisjes’ zijn er steeds minder. In het land, maar ook in eigen kring. Want wat was het fijn dat die supermarkt op Tweede Kerstdag open ging. Terwijl het op de weg ook allesbehalve rustig was. We gaan er massaal op uit: familiebezoek, maar even goed naar pretpark, winkelcentrum of via het vliegveld naar een exotische bestemming. Ook dat is traditie. File rijdend komen we onderweg de ene na de andere vrachtwagen tegen, want ook morgen willen we dat de schappen weer gevuld zijn. Moet kunnen, moet mogen. Want er kunnen altijd weer nieuwe tradities ontstaan.

Onze provincie is rijk aan tradities, kent er vele. Sommigen al eeuwenoud, andere nog maar enkele jaren jong. Die willen we niet kwijt, ze verhalen over wie we zijn en waar we vandaan komen. Natuurlijk carnaval, maar ook de Tilburgse kermis, de Brabantsedag, de Bloemencorso’s in Zundert en Valkenswaard en ‘Daags na de Tour’ in Boxmeer. Grote evenementen die Brabant (inter)nationaal op de kaart zetten en waarvoor de rest van Nederland graag de rivieren oversteekt. Maar óók zoveel kleinere, waaronder een wijk, dorp en stad zich verenigd weet. Levend gehouden door het plaatselijke verenigingsleven, de middenstand en veel betrokken inwoners. Zoals gildes, Oranjecomité’s, wagenbouwers, Katholieke Plattelands Jongeren en de grote kring vrijwilligers daarom heen. Zij zijn het die onze tradities kennen, onderhouden en doorgeven. Zij beschermen onze tradities, wij beschermen hen. Voor hen wil ik hier een lans breken, voor de hoeders van onze tradities. Laten we stilstaan bij al hun goede werk, onder niet altijd eenvoudige omstandigheden. Ik wens Brabant een ‘verenigingsrijk’ 2019.

Marianne van der Sloot
Trotse Brabander uit Den Bosch, verzamelaar van Kerststallen

 

December-nieuwsbrief online: het laatste nieuws van CDA Brabant!

De december-nieuwsbrief van CDA Brabant staat online, met het laatste nieuws van de Statenfractie en uit de partij.

Lezen kan door op de volgende link te klikken: Nieuwsbrief #December2018 CDA Brabant. Reageren? Mail naar info@cdabrabant.nl.

Fijne feestdagen: een zalig Kerstfeest en een gelukkig en gezond 2019!

 

Fijne feestdagen namens fractie & bestuur!

Beste CDA-leden,

Het jaar 2018 was een goed jaar. Een jaar met gemeenteraadsverkiezingen, waarbij het ons is gelukt om de grootste lokale partij van Nederland te blijven. Een mooi resultaat, dat vertrouwen geeft en verantwoordelijkheid vraagt. Veel nieuwe raadsleden en wethouders zijn aan de slag gegaan en tegelijkertijd namen we afscheid van betrokken collega’s, die zich in verschillende rollen en met hart en ziel voor onze partij hebben ingezet. Hiervoor zijn we hen heel dankbaar.

Nu staan we aan de vooravond van 2019, alweer een belangrijk verkiezingsjaar. Brabant mag naar de stembus voor de Provinciale Staten, waterschappen, het Europees Parlement én de Eerste Kamer. Verkiezingen die bepalend zijn voor de koers en de toekomst van onze provincie.

Als CDA Brabant hopen we dat veel CDA’ers straks voor onze provincie aan de slag kunnen. Dat doen we door altijd dichtbij en in de buurt te zijn. Want dáár zit onze kracht, in altijd en overal actief zijn. Weten wat er speelt en welke uitdagingen politiek en bestuur moeten oppakken. Zodat we de juiste dingen kunnen doen voor onze Brabanders.

Voor nu wensen wij u en uw naasten fijne feestdagen toe en hopen dat u met een goed gevoel terugkijkt op het afgelopen jaar. En dat u net als wij zin heeft in 2019, waarin we graag weer samen met u de schouders zetten onder onze club.

Marianne van der Sloot (fractievoorzitter/lijsttrekker) & Inge van Dijk (partijvoorzitter)

Verslag Praktische Politieke Philosopie op 19/11

Het klopt wel, maar het deugt niet is de titel van een boek van Trouw-journalist Stevo Akkerman, maar was ook de titel van de inleiding die Tweede Kamerlid René Peters hield tijdens de dialoogavond Praktische Politieke Philosophie (PPP) op 19 november jl. in Oirschot.

Onderwerp van de avond was het omgaan van onze samenleving met armoede en schuldhulpverlening en overheidsmaatregelen die deze problemen zouden moeten aanpakken.

Het blijkt dat er verschillende criteria zijn over wat armoede precies is, maar dat er wel eenduidige cijfers bestaan over het aantal Nederlanders dat problematische schulden heeft. Dit zijn er één miljoen. De regering heeft 1,2 miljard euro beschikbaar gesteld t.b.v. schuldhulpverlening, maar dat bedrag blijkt slechts 10.000 mensen uit de schulden te kunnen helpen. Hoe kan dat?

Peters noemt vier oorzaken.

  1. De regelgeving in Nederland focust erg op rechtmatigheid. We beoordelen of een burger ergens recht op heeft en, als dat zo is, of hij er gebruik van mag maken. Hiervoor zijn veel ingewikkelde en langdurige procedures nodig v.w.b. aanvragen en formulieren invullen.
  2. Om risico’s te vermijden timmeren we regelingen steeds dicht en stellen we tegelijkertijd nog meer regels op. Die blijken echter niet bij te dragen aan risicomijding. Peters noemt een voorbeeld: hoeveel recent wegens kindermisbruik veroordeelden hadden géén VOG (Verklaring Omtrent Gedrag)? Antwoord: geen enkele. Ze hadden allemaal een VOG, dus daarmee los je het probleem niet op.
  3. Wanneer iemand in aanmerking komt voor bijv. ondersteuning door de overheid heeft hij ook recht op de beste zorg. Gevolg: Het komt voor dat tien verschillende hulpverleners en casemanagers een ‘probleemgezin’ begeleiden, die elkaar allemaal niet kennen…
  4. De overheid gaat te veel uit van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Bij fraude volgt onmiddellijk straf, nl. een boete, en bij herhaling zelfs detentie.  Maar wie al in de schulden zit, kan die boete onmogelijk betalen. En vaak is de fraude is vaak helemaal geen fraude, maar slechts een verkeerd ingevuld (want te ingewikkeld) formulier.

Wat zouden we volgens Peters moeten doen?

  1. Niet meer uitgaan van rechtmatigheid, maar uitgaan van individuele behoefte. Dat betekent kijken naar wat iemand nodig heeft.
  2. Niet te veel uitgaan van de zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid van het individu, maar juist de verantwoordelijkheid van de omgeving vergroten. Wat kan de familie doen? Waarom zou een werkloze met een uitkering geen vrijwilligerswerk mogen doen? De verantwoordelijkheid van degene die het aangaat moeten we geleidelijk uitbouwen.
  3. Hulpverlenings- en zorginstanties zouden meer met elkaar moeten overleggen. We moeten dan misschien de privacyregels aan de kant durven zetten. Hoe kan het zijn dat op één gezin zeven verschillende instanties met casemanagers zitten die elkaar niet kennen?
  4. Betere signalering. Veel mensen met schulden melden zich uit schaamte of uit onvermogen niet bij de gemeente. Mensen in armoede zijn dikwijls ook degenen die de weg niet kunnen vinden in de procedures en die de formulieren niet goed kunnen invullen.
  5. Alleen inzetten op ‘aan het werk gaan’ (zoals de VVD wil) gaat niet helpen. Van veel gezinnen onder de armoedegrens werken beide ouders namelijk al.

Na Peters’ inleiding komt de zaal aan het woord. Een selectie van de vragen en reacties.

De meeste schulden blijken huurachterstanden te zijn. Waarom maakt de overheid huursubsidie niet rechtstreeks over aan de verhuurder? Peters antwoordt dat de overheid die maatregel op dit moment onderzoekt. Het is nu al zo dat de gemeente iemands ziektekostenverzekering direct aan de zorgverzekeraar betaalt.

Een andere vraag: zou een basisinkomen niet veel van de schuldenproblemen kunnen oplossen? Peters legt uit dat daarvoor in de huidige coalitie geen draagvlak is.  Wel onderzoekt het CDA de mogelijkheid voor een ‘basisbaan’, waarbij een werkzoekende het minimumloon ontvangt en daarna mag kiezen uit een ‘banenpool’. Het Wetenschappelijk Instituut publiceerde hierover recent een rapport getiteld De baan als basis. Lezen kan via https://d2vry01uvf8h31.cloudfront.net/Organisaties/WI/Rapporten/2018%20OKT%20De%20baan%20als%20basis.PDF.

Andere vragen gaan over de vele senioren die geen schulden hebben, maar wel in permanente armoede leven. Over de Wajonger die alleen uitzendwerk krijgt en zonder vaste baan snel in de problemen komt. Volgens Peters zouden lokale overheden (gemeenten) kunnen helpen deze personen goed in beeld te krijgen en ook de bedrijven te kennen. Zo koppelen we persoon en persoon aan elkaar, waarna het bedrijf ook aandacht moet geven aan begeleiding.

Blijven nog enkele vragen van ondergetekende over. Hoe is het mogelijk dat in een welvarend land als het onze één miljoen mensen in armoede leven en voedselbanken nodig zijn? Tot hoever mag je als overheid gaan met regelgeving en het opleggen van dwangmaatregelen? Als je rechtmatigheid loslaat, hoe voorkom je dan willekeur? Overheidsinstanties kunnen beter samenwerken en gegevens (technisch) met elkaar uitwisselen, maar hoe bescherm je de privacy? Privacywetgeving kan schuldhulptrajecten behoorlijk in de weg zitten.

De problemen van mensen in de schuldhulpverlening zijn voor het CDA schrijnend genoeg om zich daarvoor te willen blijven inzetten. Onze kernwaarden solidariteit, publieke gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap lenen zich daar bij uitstek voor.

Geschreven door Herbertine Buiting.

Schriftelijke vragen over GHB in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over GHB in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over GHB in Brabant.

Geacht college,

In de afgelopen weken zag Nederland in de documentairereeks Tygo in de GHB het schrikbarende gebruik van GHB onder jongeren in o.a. West-Brabant.

Het is algemeen bekend dat de productie en het gebruik van (hard)drugs in onze provincie een groot en wijdverbreid probleem zijn. GHB is daar helaas maar een van de vele voorbeelden van.

Tygo in de GHB schetst een onthutsend beeld van het gebruik van, de verslaving aan en de gevolgen van GHB voor de Brabantse samenleving. De serie laat zien hoe deze en andere drugs zowel mensen als de samenleving kapot maken.

Drugspreventie, verslavingszorg en drugsbestrijding zijn geen kerntaken van de provincie, maar de zorgwekkende situatie in specifiek Brabant vraagt om actie. De overheid heeft immers een verantwoordelijkheid als het gaat om het beschermen van de samenleving tegen de gevaren en gevolgen van drugs.

En ook de provinciale overheid moet hier haar verantwoordelijkheid nemen, vindt het CDA.

Daarom de volgende vragen:

01. Bent u bekend met de documentairereeks Tygo in de GHB, uitgezonden door de EO op NPO3?

02. Zijn er cijfers bekend over het gebruik van GHB in Brabant?

  1. Indien ja, wat zijn deze cijfers?
  2. Indien niet, is het mogelijk deze cijfers voortaan te gaan verzamelen en bijhouden?

03. In Tygo in de GHB komt het beeld naar voren dat er in Brabant te weinig verslavingszorg is.

  1. Herkent u dit beeld?
  2. Bent u bereid om, in samenwerking met andere overheden en de verslavingszorg, dit probleem aan te pakken?

04. Brabant heeft de ambitie om te komen tot nul verkeersdoden. In Tygo in de GHB komen verschillende momenten naar voren dat mensen onder invloed van drugs achter het stuur kruipen en zich in het verkeer begeven.

  1. Zijn er cijfers bekend over drugsgebruik in het Brabantse verkeer?
  2. Kent de verkeersveiligheidscampagne Brabant gaat voor NUL verkeersdoden een preventieve aanpak t.a.v. drank- als drugsgebruik in het verkeer? Indien niet, waarom niet?
  3. Vinden er voorafgaand aan, tijdens en na Brabantse evenementen, zoals festivals, preventie, drugstesten en controles plaats?  

05. In Tygo in de GHB zien we op een gegeven moment hoe de politie een GHB-gebruiker van de weg haalt. Na enkele uren in de cel treden zulke heftige ontwenningsverschijnselen op dat de persoon volgens een arts een nieuwe dosis nodig heeft. Zonder verhoor of sanctie wordt de persoon op straat gezet. De kans dat deze persoon opnieuw GHB gebruikt, in de auto stapt en zichzelf en andere weggebruikers in gevaar brengt is groot.

  1. Is bij u bekend hoe vaak situaties als deze in Brabant voorkomen?
  2. Bent u bereid om samen met bijvoorbeeld de politie en Rijksoverheid te onderzoeken hoe situaties als deze in de toekomst tegen te gaan?

06. De tekortschietende politiecapaciteit in onze provincie is al lange tijd een bron van zorg. Hierover hebben Provinciale Staten al eerder uitspraken gedaan en de minister van Justitie en Veiligheid heeft onze provincie extra agenten toegezegd. Is deze extra capaciteit volgens u voldoende om in de aanpak van het Brabantse drugsprobleem wezenlijk verschil te kunnen maken?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat hartelijk bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

Spreektekst Caroline van Brakel – Debat over de Brabantse Omgevingsvisie op 14/12

Spreektekst1 Caroline van Brakel – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Brabantse Omgevingsvisie
(14-12-2018)

Voorzitter,

Voor ons ligt de Brabantse Omgevingsvisie. De inhoud deugt, het doorlopen proces deugt: hier mogen we trots op zijn. Dank aan allen die hieraan hebben meegewerkt.

In de Omgevingsvisie staat onze gezondheid centraal en daartoe hebben we als provincie vijf hoofdopgaven geformuleerd.

01. De basis op orde. We moeten zuinig zijn op onze aarde, onze omgeving oftewel op ons milieu. En heel elementair bezien dus op onze vier elementen: aarde (bodem), water, vuur (energie) en lucht. Eigenlijk is het al een hele uitdaging om álle partijen, sectoren en branches ‘hun ding’ te laten doen zonder schade toe te brengen aan deze elementen.

Vervolgens zien we voor de middellange toekomst een viertal uitdagingen op ons afkomen.

02. Klimaatadaptatie.

03. De energietransitie.

04. Een concurrerende duurzame economie.

05. De slimme netwerkstad.

Wij zijn blij dat onze inbreng tijdens het proces in de provinciale Omgevingsvisie is meegenomen: het afzonderlijk benoemen van onze zorg voor de elementaire elementen. En onlangs hebt u ook toegezegd nadrukkelijker een relatie te willen maken met onze zuiderburen, temeer omdat dit kansen biedt voor een aantal van de opgaven waarvoor wij staan. Denk aan de energietransitie, maar ook bijvoorbeeld aan het gebruik van het luchtruim.

Ook zijn we blij dat in het stuk al een aanzet wordt gemaakt tot de gewenste cultuuromslag. Het gaat bij de Omgevingsvisie namelijk niet alleen om de inhoud, maar óók om het terugleggen van een stuk verantwoordelijkheid voor onze omgeving én voor de uitdagingen waarvoor we staan bij de samenleving, bij de Brabanders. Dat betekent dat we veel meer moeten gaan initiëren en faciliteren in plaats vanachter het bureau op te schrijven wat vooral niet (meer) mag dan wel gewenst is.

Tevens willen we integraler gaan kijken: vanuit meerdere disciplines goede afwegingen maken. Er zijn kenners, specialisten die beweren dat het juist om déze cultuuromslag gaat, en dat dit feitelijk ook mogelijk is binnen het huidige stelsel aan wet- en regelgeving v.w.b. onze fysieke leefomgeving. Desalniettemin, ons helpt het om nu in één oogopslag te kunnen zien waar wij als provincie voor staan. Het betreft niet al onze kerntaken, maar wel veel.

De beoogde cultuuromslag wordt nu benoemd als diep, rond en breed kijken.

Een goed begin is het halve werk, zou je zeggen. Ja dat is zo, maar het échte werk waar het in de Omgevingsvisie om draait, gaat nu pas beginnen. En ook het onderliggende instrumentarium, de Omgevingswet, is daarin bepalend. Een hele mooie uitdaging voor onze nieuwe Staten om hier verder vorm en inhoud aan te geven.

Toch nog een aantal tips:

  • Zoeken naar constructies waarin nadrukkelijker lasten maar ook lusten worden gedeeld (denk aan het meeprofiteren van goedkope energie door de directe omgeving bij windmolens of nabij een vliegveld). Anders vertaald: we moeten op zoek naar nieuwe solidariteiten, dichter bij onze mensen, onze Brabanders. Hiermee kunnen we zorgen voor meer draagvlak.
  • Bedenk formuleringen in ‘geboden’ i.p.v. ‘verboden’. Of anders gezegd: verleiden i.p.v. verbieden.
  • Als we de gezondheid van onze Brabanders centraal stellen, en daartoe vooral zorg hebben en houden voor een goede gesteldheid van onze basiselementen, dan zou één eenduidige verordening hieromtrent t.b.v. alle partijen, sectoren en branches afdoende moeten zijn. Ofwel, wij zien het als een uitdaging om dusdanig consequent beleid op te stellen dat daarop aanvullend sectorspecifiek beleid niet nodig is. In die zin dus voor m.n. ‘de basis op orde’ wellicht toch sprake van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. En dit is een uitdaging, bijvoorbeeld voor vliegvelden, hoogspanningskabels, maar ook de landbouw.

We stellen een reactie van de gedeputeerde op deze tips op prijs. Dank.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Caroline van Brakel Brabantse Omgevingsvisie (14 december 2018)

Spreektekst Roland van Vugt – Debat over de Energieagenda 2019-2030 op 14/12

Spreektekst1 Roland van Vugt – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Energieagenda 2019-2030
(14-12-2018)

Voorzitter,

Hoewel zeker geen klimaatdeskundige, durf ik mij vanmiddag aan één voorspelling wel te wagen. Namelijk dat de klimaatdiscussie en het energievraagstuk ons de komende decennia intensief zullen bezighouden.

Om die reden behandelen we vanmiddag de Energieagenda 2019-2030 met een doorkijk naar 2050. Onze ambitie is helder: ten opzichte van het jaar 1990 stoten we de helft minder CO2 uit en komt de helft van onze energie uit duurzame bronnen.

In de uitvoeringsagenda, die nog volgt, komen meer concrete keuzes aan de orde. Maar dat zal een nieuw college, met nieuwe energie, verder handen en voeten gaan geven.

Urgentie

Voorzitter, tussen zeggen dat iets urgent is en handelen op basis van urgentie zit een wereld van verschil.

Nederlanders stoten driemaal zoveel CO2 uit dan de gemiddelde wereldburger, namelijk 10.000 kilo per inwoner.  Voor het grootste deel door wonen, vervoer en consumeren.

De maand december trouwens zou best eens heel symbolisch kunnen zijn voor de wijze waarop we de klimaaturgentie beleven.

Rondom een oud verhaal van verlichte eenvoud trekken wij anno 2018 opnieuw alle registers open.

De bol.coms van deze wereld kunnen ons consumptiegeweld nauwelijks aan. Uit het Oosten komen vooral arbeidsmigranten om onze schoenen en met kerstverlichting versierde huizen te vullen met nog meer spullen. De door onze woonwijken scheurende pakketdiensten maken overuren. We eten ons rond aan meer dan vlezige kerstdiners en met vele duizenden kilo’s vuurwerk knallen we 2019 in of we vliegen er heerlijk even tussenuit.

Voorzitter, het zou wat makkelijk zijn hier vanaf deze plaats een oordeel te vellen. Ook ik ben een welvaartskind. Maar ik constateer slechts dat het gevoel van urgentie en het mobiliseren van de samenleving nog wel wat inzet van ons vraagt. Het is nog even zoeken naar die verlichte ster die ons de weg wijst.

We zijn het in dit huis redelijk eens over de ambitie. Wat nog niet helder is, is de vraag hoe we deze ambitie gaan halen. Wie de media goed volgt, ziet ook dat deskundigen en wetenschappers nogal van mening verschillen. Niet alleen over het probleem, maar ook over tempo, oplossingsrichting en technieken verschijnt het ene na het andere inzicht en artikel. De vraag naar haalbaar en betaalbaar is zeker nog niet beantwoord.

Dichtbij huis

Voorzitter, wat het CDA betreft beginnen we in ieder geval dicht bij huis én bij het begin. Besparen, isoleren en zo lokaal mogelijk in je eigen energie voorzien. Door de woning te isoleren kunnen we ongeveer een kwart van onze uitstoot verminderen. We zijn dan ook blij dat dát uw eerste principe is. Dicht bij huis blijven is ook wezenlijk bij het mobiliseren van de samenleving. Dat was destijds ook onze insteek bij de motie Samen aan de bal.

De komende periode zullen alle Brabantse gemeenten in de vier regio’s aan de slag gaan met hun energiestrategieën. Wat ons nog wel zorgen baart is het ongelijke speelveld in kennis en kunde. Hier ligt toch wel nadrukkelijk een provinciale meerwaarde in de zin van schakelen en makelen.

Zuinig ruimtegebruik

Waar het CDA graag een lans voor wil breken, met een knipoog naar de Omgevingsvisie, is het zuinig ruimtegebruik. Ruimte is schaars, ook in Brabant. En ook andere opgaven vragen ruimte, zoals het circulair maken van de landbouw. Daarom dienen we hierover een motie in. De CDA-fractie zou graag een duurzame ladder van zuinig ruimtegebruik zien. Naar de visie van het CDA neemt de klimaaturgentie af naarmate de maatregelen waarvoor wordt gekozen (de kwaliteit van) het landschap aantasten.

Wat ons betreft zetten we volop in om binnen bestaande (infra)structurele mogelijkheden de energie van de zon maximaal te benutten. In, op of langs wegen, op bestaande en nieuwe daken van woningen, bedrijfsloodsen en op boerenschuren. Er ligt een paar duizend hectare onbenut dakoppervlakte in Brabant in de zon te wachten. Ook een viertal spaarbekkens in de Biesbosch. Daarnaast ligt er in Brabant 17 tot 18 miljoen m2 aan nog te vervangen asbestdaken. Een kans die Essent in Limburg verzilvert door asbest te vervangen door zonnepanelen. Compleet gefinancierd voor de boer.

Vraag aan de gedeputeerde: hoe kunnen we bevorderen dat dit ook in Brabant gaat gebeuren?

Volgens de Omgevingsdienst ligt in Brabant naar schatting 17-18 miljoen m2 aan asbestdaken. Uit cijfers van het Landelijk Asbestvolgsysteem blijkt dat in Brabant 7,6 miljoen m2 dak is verwijderd sinds 2016. Als de schatting van de provincie klopt, moet daar vanaf 2019 jaarlijks 3,5 miljoen m2 dak bij komen.

Meten is weten

In het vandaag gepubliceerde eindrapport Energie in transitie onderstreept de Zuidelijke Rekenkamer het gebrek aan heldere tussendoelen en het gebrek aan eenduidig cijfermateriaal. Hierdoor hebben we onvoldoende zicht op wat we doen.

Deze constatering, voorzitter, is niet alleen relevant voor onze toekomstige route, maar stelt ook de vraag waar we nu staan. Wat is onze startpositie? Vorige week gaven onderzoekers aan dat de landelijke doelstellingen voor CO2-reductie niet uitkomen op de verwachte 25% maar op slechts 15% reductie. Uw college heeft tot op heden aangegeven dat we de Brabantse doelstellingen halen. Althans als we de biobijstook van de Amercentrale meetellen.

Echter, de vraag is nu of ook de provinciale cijfers hierdoor niet onder druk komen te staan.

Graag de reactie van de gedeputeerde: waar staan wij nu?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Roland van Vugt Energieagenda 2019-2030 (14 december 2018)

Vier Brabanders op CDA-lijst Eerste Kamer

Op de conceptkandidatenlijst van het CDA voor de Eerste Kamerverkiezingen volgend jaar staan vier Brabanders. Het zijn Ton Rombouts uit Den Bosch, Peter Essers uit Loon op Zand, Hansko Broeksteeg uit Grave en Erik de Ridder uit Tilburg.

Oud-burgemeester van Den Bosch Ton Rombouts, nu ook Eerste Kamerlid, staat op plaats 6 en is de hoogste Brabander op de CDA-lijst. Hoogleraar belastingrecht Peter Essers, al eerder lid van de Eerste Kamer tussen 2003 en 2015, staat op plaats 8. Hij komt uit Loon op Zand.

Op plaats 16 staat Hansko Broeksteeg uit Grave, universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Radboud Universiteit. De Tilburgse wethouder Erik de Ridder is lijstduwer op plaats 24.

Inge van Dijk, partijvoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant: “Ik ben blij met deze kandidatenlijst voor de Eerste Kamer, waarop onze provincie goed en herkenbaar vertegenwoordigd is. Brabants, maatschappelijk betrokken, politiek ervaren en met een grote juridische en fiscale kennis, dát typeert onze kandidaten. Een viertal om trots op te zijn.”

De leden van het CDA stellen de Eerste Kamer-lijst op 9 februari definitief vast. Lijsttrekker is Ben Knapen. Het CDA heeft nu 12 zetels in de Eerste Kamer.

De verkiezingen voor de Eerste Kamer zijn op 27 mei 2019. De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van Provinciale Staten, de provinciale parlementen. De verkiezingen daarvoor zijn in maart.

Foto: Eerste Kamer.

Column Lambert van Nistelrooij: ‘Het lokale verhaal centraal, ook digitaal’

Door de komst van het internet zijn ook de lokale media in de wereld van de digitale nieuwsvoorziening beland. Hierdoor hebben de lokale omroepen, maar ook de regionale kranten en gratis huis-aan-huis bladen het op dit moment moeilijk. Belangrijkste concurrenten zijn de nieuwe media, zoals Google en Facebook, die een groot deel van de inkomsten uit advertenties naar zich toe hebben gehaald. Tijd voor een tegengeluid. Lokale nieuwsvoorziening is essentieel voor betrokkenheid van burgers in hun eigen leefomgeving. Er zijn hoopgevende initiatieven. Den Haag maar ook de provincie Brabant en sommige gemeenten stellen extra fondsen beschikbaar. Voorbeelden in het buitenland laten zien, dat ook Google bereid is steun te geven aan verbetering van de lokale nieuwsvoorziening. Wordt dat ook hier de koers om de stap naar de nieuwe media te maken?

De helft van de Nederlanders leest de krant ook digitaal. Het aantal abonnees van de landelijke en regionale kranten is flink gezakt. Terwijl hun inkomsten uit advertenties in rap tempo afnemen, levert deze inkomstenbron miljoenen op voor nieuwe media als Google en Facebook. De kwaliteit van de nieuwsvoorziening, ook bij de lokale en regionale media, staat onder druk. Het in de lucht houden van objectieve en publieke informatievoorziening is onmisbaar voor de lokale democratie. Betrokken, maar ook kritisch en innovatief.

Zeker, ook de lokale omroepen proberen met de tijd mee te gaan. Met een breed aanbod, regionale samenwerking en gepaste inzet van professionele deskundigheid zoeken zij een nieuwe koers. En met behoud van het lokale draagvlak, dat de vele vrijwilligers motiveert de lokale nieuwsvoorziening in de lucht te houden. Ze beseffen zich terdege, dat het tijd is voor een ommezwaai om aansluiting te vinden met de wereld van morgen. Financiële steun van de overheid kan helpen, maar ook grote mediabedrijven zijn bereid kun kennis en middelen in te zetten. Of worden we dan nog meer van hen afhankelijk? Zeker is: we gaan allemaal digitaal, ook voor het lokale verhaal.

Spreektekst Ankie de Hoon – Debat over OV visie 2030 op 07/12

Spreektekst1 Ankie de Hoon – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de Visie `Gedeelde mobiliteit is maatwerk` en uitwerking hiervan in een adaptieve aanpak
(07-12-2018)

Voorzitter,

Veel mensen hebben hard gewerkt om deze nieuwe OV visie op tijd klaar te hebben. Complimenten.

Het CDA heeft veel waardering voor de wijze waarop het proces is verlopen. Het lijkt een gedragen stuk, waarover veel betrokken organisaties en overheden konden meepraten.

Daarnaast ging vanuit PS de werkgroep OV visie aan het werk. Waardevol om met elkaar te verkennen wat de gemene delers zijn en hoe we de visie geïnterpreteerd willen zien.

In het voorstel geeft u aan dat de ontwikkelingen in de P&C-cyclus worden voorgelegd. Dit betreft echter een besloten overleg zonder verslaglegging. Het CDA wil liever de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en doorontwikkeling van de visie en adaptieve agenda een Statenbreed onderwerp laten zijn. Het gaat hier immers om een bedrag van 90 miljoen euro voor leefbaarheid en vervoer. Graag een reactie van de gedeputeerde.

Negentig miljoen euro dus, waarover het CDA zich o.a. het volgende afvraagt:

  • Welke factoren zijn nodig om de adaptieve agenda en visie tot een succes te maken?
  • Hoe zorgen we ervoor dat de betaalbaarheid kan worden gegarandeerd?
  • Tegen welke tarieven en wie houdt hier zicht op?

Tijdens de laatste themabijeenkomst stelde het CDA voor om werkgroep OV visie een vervolg te geven. Hiertoe dient het CDA een motie in.

Voorzitter, Albert Einstein heeft eens gezegd: “Meer dan het verleden interesseert mij de toekomst, want daarin ben ik van plan te leven.” Welnu, op hoofdlijnen geeft deze OV visie volgens het CDA een goed strategisch inzicht in de toekomstige ontwikkelingen. Het onderbrengen van de verschillende stromingen onder Direct, Flex en Samen is overzichtelijk.

Graag nemen we u mee in de toekomstschets en invulling zoals wij die zien.

En daarbij putten we graag uit de ervaringen die we als CDA hebben opgedaan tijdens de OV-Race. Praktijkonderzoek. In de vorm van een wedstrijd tussen teams van Statenleden en OV-gebruikers om het openbaar vervoer te testen op o.a. reistijd, bereikbaarheid en toegankelijkheid.

De 1ste race vond plaats in Oost- Brabant. De 2de in Midden-Brabant. De 3de in West-Brabant.

En tijdens deze laatste editie, van Etten-Leur naar Wernhout, kregen we gezelschap van een groep cliënten van de Stichting Dag- en Woonvoorzieningen – SDW – én van de gedeputeerde zelf. Wat was hij fanatiek. En wat levert zo’n busreis mooie herinneringen, bijzondere ervaringen en waardevolle informatie op.

We zien zaken die goed gaan. Zoals betrokken chauffeurs, behulpzame vrijwilligers op de buurtbus en handige apps die de zoektocht naar de snelste route voor de ‘mobiele generatie’ – de Millennials en Generatie Z – een stuk eenvoudiger maken. Als je tenminste mobiel bereik hebt… Zegt Olland u nog iets?

Slecht of geen mobiel bereik, aansluitproblemen, buurtbussen die niet geschikt zijn voor de elektrische rolstoel… Het zijn punten die in iedere OV-Race terugkwamen, maar waarover de voorliggende OV visie weinig tot niets zegt. Dus doen wij als CDA het maar.

Voorzitter, ik wil in het bijzonder stilstaan bij vijf onderwerpen. Hele concrete, hele herkenbare.

  1. Elektrische rolstoelplaten.
  2. Iedereen moet mee kunnen.
  3. Bereikbaarheid van bedrijventerreinen.
  4. Flexibiliteit is de norm.
  5. Communicatie.

01. Elektrische rolstoelplaten

Voorzitter, de belangrijkste conclusie is dat openbaar vervoer, en het succes ervan, mensenwerk blijft. Zo lukt het de ene chauffeur wel om tijd te maken en de rolstoelplaat van de Bravo Direct bus uit te klappen, terwijl de andere chauffeur door tijdsdruk de rolstoeler helaas moet laten staan.

Is daar anno 2018 niet iets aan te doen? Kunnen we de chauffeurs niet helpen? Het CDA denkt van wel. En daarom vragen we aan de gedeputeerde om op korte termijn met het bedrijfsleven om de tafel te gaan en een elektrische rolstoelplaats voor de Bravo Direct te ontwikkelen en toe te passen.

Juist mensen in een rolstoel zijn afhankelijk van het openbaar vervoer. Met elektrische rolstoelplaten in alle (buurt)bussen geven we hen de mogelijkheid om deel te nemen aan het reguliere openbaar vervoer. Is de gedeputeerde bereid dit mee te nemen in een volgende concessie?

En voorzitter, maak hier dan ook meteen een grensoverschrijdende voorbeeldfunctie van die wij als Brabant kunnen oppakken. Hier moet uw collega Pauli toch enthousiast van worden: mooie innovatieve ontwikkelingen. En ook uw collega Swinkels kan hier op leefbaarheid een fantastische slag maken. Net als collega Spierings, want mobiliteit levert zo een aanzienlijke bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Het CDA komt met een motie.

02. Iedereen moet mee kunnen

Voorzitter, we leven in een land waarin we steeds ouder worden en met een grote groep inwoners die leeft met een matige of ernstige beperking. Ook deze mensen zijn geholpen met goed georganiseerd openbaar vervoer. Het huidige vervoersaanbod vindt het CDA echter nog teveel gericht op mensen zónder beperking. Dat moet anders. (Openbaar) vervoer voor iedereen toegankelijk. Onderschrijft de gedeputeerde dat?

03. Bereikbaarheid van bedrijventerreinen

Voorzitter, op veel plekken in Brabant liggen de banen voor het oprapen, maar… zijn die banen niet of slecht bereikbaar per openbaar vervoer. Van Moerdijk tot Breda, van Waalwijk tot Oss, van Oirschot tot Werkendam: we kwamen het als CDA overal tegen. Studenten, stagiair(e)s en forenzen hebben daar last van. En ondernemers. En de Brabantse economie. Het CDA zou dan ook graag zien dat de provincie start met experimenten – pilots – specifiek gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid van bedrijventerreinen met het openbaar vervoer. Hiertoe dienden wij tijdens de begrotingsbehandeling een motie in. Vandaag doen we dat opnieuw. Een motie Bedrijventerreinen.  

04. Flexibiliteit is de norm

Voorzitter, al aan het begin van deze bestuursperiode pleitte het CDA voor flexibel openbaar vervoer. Want dát heeft de toekomst, zo bleek al tijdens een provinciale mobiliteitswedstrijd in 1999. De winnaar was een deelauto – als in Bravo Samen – en de 2e prijs was voor een flexibel ingerichte bus, naar het idee van de Bobrobus. Naar het schijnt uitgevonden door iemand uit Goirle. Jawel, in Brabant gebeurt het.

Voor het CDA is flexibiliteit heel belangrijk. Dé voorwaarde om ons openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk te maken, stad en buitengebied bereikbaar te houden en te kunnen voldoen aan de behoefte van de OV-reiziger via slim maatwerk. Zoals een taxi of buurtbus die de leerling op tijd naar school brengt, dan de polikliniek van het streekziekenhuis aandoet en op de terugweg de aanvragers voor een nieuwe paspoort afzet bij het stadskantoor. Mooi op tijd.

Maar flexibiliteit betekent óók kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen en gebeurtenissen. Bijvoorbeeld een extra bus laten rijden op die momenten dat meer capaciteit nodig is. Zodat studenten verzekerd zijn van hun rit naar de universiteit en niet hutjemutje van A naar B moeten of zelfs achterblijven in de kou.

Bravo Direct en Flex geven ruimte voor die flexibiliteit. En samen met u zoekt het CDA graag de grenzen op van wat kan en nodig is. Laat bijvoorbeeld voor onze inwoners de Direct lijnen een Flex inrichting kennen. Klap de stoeltjes in, verwijder deze op rustige lijnen en maak het mensen mogelijk hun eigen fiets mee te nemen in of op de bus.

Wil de gedeputeerde hier eens op reflecteren?

05. Communicatie

Voorzitter, om deze OV visie te doen is communicatie heel belangrijk. Want zeg nu zelf: hoeveel Brabanders gaan dit lijvige stuk straks lezen? Deze bestuursperiode investeerde u veel geld in een stickercampagne om de naam van het Brabantse openbaar vervoer te veranderen. B-r-a-v-o. Als CDA zijn we hier kritisch op geweest: u veranderde de voorkant, maar de achterkant bleef hetzelfde. Want wie een reis wil plannen of contact zoekt met de klantenservice, wordt via de website www.bravo.info netjes terugverwezen naar de websites van Arriva en Hermes en… komt daar de oude Arriva-/Hermes-logo’s en -huisstijl tegen.

Bravo zou voor een betere herkenning van het Brabantse openbaar vervoer moeten zorgen. Als CDA vinden we dat de meest ultieme vorm van herkenbaarheid van openbaar vervoer het daadwerkelijk zien rijden van een bus is. En het liefst een volle.

Besteedt u uw communicatiebudget s.v.p. van nu af aan aan het promoten van de initiatieven en experimenten uit deze nieuwe OV visie. Onder alle doelgroepen, dus ook de studenten uit de overvolle bussen in Altena en de cliënten, met rolstoel, van SDW in Roosendaal.

Wij op onze beurt zullen de routes blijven testen met onze OV-Race. De stip aan het einde van het asfalt is met deze OV visie gezet.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ankie de Hoon OV visie 2030 (7 december 2018)