Spreektekst Kees de Heer – Debat over innovatie life sciences & health op 31/08

Spreektekst1 Kees de Heer – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant 
Debat over het Uitvoeringsprogramma innovatie life sciences & health 2018-2022
(31-08-2018)

Voorzitter,

Vandaag bespreken we het Uitvoeringsprogramma innovatie life sciences & health, waarin het gaat over uitdagingen en kansen en twee programmalijnen rondom zorgvraagstukken. Het gaat dan over een, aldus de opstellers, innovatieve en technologisch intensieve sector.
Kortom, een tak van sport waar Brabant goed in is en ook goed in wil blijven.

De CDA-fractie volgt die denklijn en we hebben dan ook met belangstelling het voorstel gelezen.

Bij eerste lezing is het een helder document met een duidelijke marsroute. De aandachtsgebieden zijn goed in kaart gebracht en ook de kansen en bedreigingen.

Maar bij nadere bestudering bekruipt mij toch het gevoel dat dit document wel op een strategisch heel hoog niveau beschreven is en minder transparant is dan je zou willen.
Bijvoorbeeld, wie hebben er deelgenomen aan de werkgroepen, wie zijn de experts, welke ondernemers zijn aanwezig geweest enz.?

Het is een heel bedrijfskundige benadering. Dat lees je ook terug aan het adviesbureau dat is ingehuurd. Op de website presenteren zij zich als volgt: klanten worden ondersteund bij het realiseren van snellere en stabiele groei, hogere winsten en een grotere ondernemingswaarde. Dit is dus het bureau dat ons verder moet helpen bij het ontwikkelen van het Uitvoeringsprogramma.
Kortom, het programma richt zich dus heel sterk op het ondernemingsklimaat van Brabant. Het richt zich op het versterken van de concurrentiepositie van onze provincie ten opzichte van andere hightech regio’s. En daarmee dreigt het op zichzelf te komen staan en de verbinding met de inwoners van Brabant te verliezen.

Zoals gezegd: dit alles mondt uit in twee programmalijnen rondom innovatie en de verbinding tussen markt en patiënt. Let op de gebruikte terminologie: ik had hier liever het woord cliënt gelezen, dat drukt minder afhankelijkheid uit en meer gelijkwaardigheid.
En dit leidt weer tot maar liefst zes actielijnen.

En hier komen we op de tweede zorg van de CDA-fractie: dreigt de inzet van de provincie niet te zeer te versnipperen? Vijf miljoen euro over zes actielijnen verdeeld over twee jaar.  Hoe groot kan de rol van de provincie zijn in deze programmalijnen?

En welke visie zit hierachter? De CDA-fractie vindt dat economische ontwikkelprogramma’s, want daar praten we hier over, nadrukkelijk ten goede moeten komen van de inwoners van Brabant. Niet alleen in termen van werkgelegenheid, maar meer nog in termen van gezond burgerschap. Daarom willen wij nadrukkelijk inzetten op actie nr. 6: het creëren van een robuuste proeftuin voor innovaties in de thuisomgeving.

Brabanders mogen best merken dat ze wonen en leven in een hightech omgeving, ze zouden daar beter en sneller de vruchten van moeten kunnen plukken. Hier kan de provincie het verschil maken. Heel terecht wordt in deze actielijn dan ook gesteld dat de uitgangspunten zijn: het centraal stellen van de gebruiker, standaardisatie, open innovatie en systematische co-creatie met gebruikers in hun thuisomgeving. In het economische programma Brabant staat dit ook met zoveel woorden. Het gaat om goede en betaalbare gezondheidzorg. En goede gezondheidzorg is zorg dicht bij mensen.
Ten slotte de financiële onderbouwing. Verwacht wordt dat de verstrekte leningen worden terugbetaald en daarmee de norm van 40% revolverendheid bereikt.

Nog twee vragen:

  1. Kan de gedeputeerde aangeven op welke wijze het begrotingsvoorstel tot stand is gekomen? In het voorstel wordt aangegeven dat er toch nogal wat onzekerheden, afhankelijkheden enz. zijn. In het kader van realistisch ramen is onze fractie benieuwd waarom het dan geen vier of zes miljoen euro is geworden.
  2. In het voorstel wordt gesproken over grotendeels revolverend. In de bijlage lezen we echter terug dat het slechts wordt ingezet op 40% van de middelen revolverend. Met andere woorden: 60% van deze middelen kunnen we niet nogmaals inzetten voor Brabant.
    Kan de gedeputeerde aangeven waarom dit percentage zo laag is?

Tot zover mijn inbreng in 1ste termijn, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Kees de Heer Uitvoeringsprogramma innovatie en life sciences & heath 2018-2022 (31 augustus 2018)

Vooraankondiging Praktische Politieke Philosophie (PPP) op 19/11

Thema: Armoede in Nederland – wat christendemocraten doen en nalaten

Datum: maandag 19 november 2018
Tijd:
20.00-22.00 uur(inloop vanaf 19.30 uur)
Locatie:
Huize Groenberg, Molenstraat 27 in Oirschot
Genodigden:
CDA-leden, belangstellenden en relaties
Inleider:
Tweede Kamerlid René Peters
Aanmelding: v
óór 18 november a.s. via Elly Lammers (pcbjlammers1@gmail.com)

Achtergrond:

Op maandagavond 19 november houdt de CDA Brabant-groep Praktische Politieke Philosophie een dialoogconferentie over armoede. Het Brabantse Tweede Kamerlid René Peters zal de bijeenkomst inleiden. Een ieder is hiervoor van harte uitgenodigd.

Het CDA is een partij van de samenleving en een partij van idealen. René Peters wil het leven van mensen beter maken door beter overheidsbeleid en dat doet hij met hart en ziel. In zijn inleiding gaat hij specifiek in op het thema armoede. Waar hapert en faalt overheidsbeleid? Wat heeft hij al kunnen bereiken met o.a. moties en kritische vragen in het parlement? En wat moet zijn agenda verder zijn? U bent van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de dialoog.

René Peters studeerde geschiedenis in Nijmegen en was docent, bestuurder en wethouder in Oss. Als Tweede Kamerlid is hij woordvoerder op de terreinen werk en inkomen, armoedebeleid, schuldhulpverlening, jeugdzorg, jeugdreclassering en kinderbescherming.

 

Nieuwe CDA-vertegenwoordiger voor de Kempen

De Kempen krijgen een nieuwe CDA-vertegenwoordiger in Provinciale Staten. Op 31 augustus a.s. wordt Sophie Tinnemans uit Duizel, gemeente Eersel, geïnstalleerd als Statenlid voor het CDA. René Kuijken uit Bergeijk, die sinds 2011 de Kempen in het Brabantse parlement vertegenwoordigde, stopte eerder deze zomer omwille van het afronden van zijn promotieonderzoek aan de universiteit van Wageningen.

De 40-jarige Tinnemans, werkzaam bij adviesbureau Adlasz en gemeenteraadslid in Eersel, komt in de Staten door het vertrek van Ton Braspenning, die wethouder is geworden in zijn woonplaats Alphen-Chaam.

Fractievoorzitter Marianne van der Sloot: “Ik ben ongelooflijk blij dat Sophie onze fractie komt versterken en daarmee de Kempen goed vertegenwoordigd blijven in de Brabantse Staten. De Kempen zijn een voor Brabant belangrijke streek, waar veel mensen wonen en waarin veel gebeurt dat de aandacht van de provincie verdient. Bijvoorbeeld de bereikbaarheid van de regio, de leefbaarheid in dorpen en kleine kernen én de toekomst van het buitengebied.”

Verslag Praktische Politieke Philosophie d.d. 4 juli 2018

Christendemocratisch appèl: perspectief op de 21ste eeuw

In een plezierige en ontspannen sfeer werd op 4 juli in Huize Groenberg nagedacht en gesproken over de vraag: Biedt ons appèl een christendemocratisch perspectief op de 21ste eeuw? Belangrijke voorliggende 21ste-eeuwse thema’s waren aan de orde zoals migratie, klimaatvraagstukken en burgerschap. Ook werd gesproken over toekomstig leiderschap. De inleiders, Prof. dr. Ernst Hirsch Ballin en Dave Ensberg-Kleijkers MSc vertegenwoordigen twee verschillende generaties.

Prof. Dr. Ernst Hirsch Ballin
begon zijn inleiding met twee constateringen: de verdringing van het lange termijn denken en de fixatie op (directe) duidelijkheid. Er is veel behoefte aan onmiddellijke vervulling van verlangens.
De grote maatschappelijke thema’s van deze eeuw, zoals duurzaamheid en armoede, vragen om een perspectief dat veel verder weg ligt. In deze tijd is het moeilijk geworden om in de politiek een lange-termijndenker te zijn. Daarbij dreigt een pathologische hang naar eenduidigheid. Politiek daarentegen kan niet op die manier eenduidig zijn. Begrippen als eenduidigheid en duidelijkheid worden bovendien met elkaar verward. De behoefte aan directe duidelijkheid heeft onder meer te maken met de angst voor het niet weten, angst voor nuance. Bij het toelichten, spreekt hij van de Amerikanisering van de politiek: partijen hebben de lessen geleerd voor campagnevoering via consultants. Op basis van profielen worden segmenten van de samenleving gericht bestookt met campagneboodschappen. Partijen zijn dan als het ware in de greep genomen door deze tijdelijke en vluchtige campagneadviseurs.

Het christendemocratisch denken over politiek en samenleving is een antwoord op sociale kwesties en ervaringen van onrecht. In dit verband noemt Ernst de vroegere rol van de toenmalige Katholieke werkgeversvereniging in Brabant. Het ging ze om de waardigheid van arbeid, om erkenning van werknemers en verbinden van belangen. Hier was geen sprake van een gerichtheid op korte-termijn-winst; het ging over bestendigheid van lange termijnperspectief.
Op de vraag “biedt ons appel een christendemocratisch perspectief op 21e eeuw?” is zijn antwoord een helder “ja, mits”. Dat wil zeggen: mits we het perspectief willen zien en benutten. Er zijn verschillende bronnen voor kracht, zoals solidariteit en verbondenheid, waarbij acceptatie nodig is dat niet alles onder één noemer te brengen is. De maatstaf dient altijd gedragenheid en ‘gedeeldheid’ te zijn. Politiek in een democratische rechtsstaat vraagt verankering in vitaal burgerschap, met erkenning van de bronnen waar burgers uit putten, en is solidair met toekomstige generaties. Scheiding van kerk en staat is ook een kern van het CDA. Geloof is elkaar dragen en respecteren. Geloof is een inspiratiebron; op basis van je geloof kun je de ander iets voorleggen (nooit opleggen). “Een ambtsdrager in een rechtsstaat kan en mag niet zijn geloof als redengeving gebruiken voor een besluit dat de hele samenleving bindt,” aldus Ernst uit ervaring.

Als de grote vraagstukken van de 21e eeuw worden genoemd: klimaat, ongelijkheid, robotisering (de waarde van de mens in relatie tot arbeid, de midden categorie in het arbeidsbestel die erbij inschiet), migratie (er moet fundamenteel worden nagedacht dat Europa anders zal zijn) burgerschap (het vermogen om actief een rol te vervullen in de samenleving) en veiligheid van verbinding (wereldwijde verbindingen fysiek, internet ed.). Met opvangcentra voorkom je niet dat de samenleving verandert, urbanisatie zal voortgaan en de maatschappij wordt nog veel meer pluriform.
Universiteiten in de wereld zijn met elkaar in competitie aan de hand van scorelijstjes. Bijzonder is dat Nederland loopt voorop in landbouw; de Universiteit Wageningen staat wereldwijd aan de top. Aandacht moet blijvend gaan naar vernieuwde landbouw.

Lange termijn denken is verder denken en kijken dan de 4 jaren termijn.
Sociale cohesie wordt te vaak gedacht als een replicatie van wat er was. We moeten voorzichtig zijn met de geschiedenis te idealiseren. Sociale cohesie kan alleen worden opgebouwd op basis van wederkerigheid en respect voor elkaar.
Politiek is wetgeving, beleid, etc. Iemand die genoemde grote vraagstukken voor deze eeuw onderkent, spreekt niet zo snel in termen van “oplossingen”. Politiek is er ook om consensus op te bouwen, om de grote vraagstukken van een antwoord te voorzien en beleid te herijken naar de toekomst. Daarvoor zijn leiders nodig met geduld, doorzettingsvermogen, en overtuigingskracht.
Kortom het zal niet makkelijk zijn, maar dat hoeft ook niet.

Dave Ensberg-Kleijkers MSc.
ging aansluitend in op de verschillen tussen millennials en de generatie Z. De groep die nu 20 tot 35 jaar is, worden door sociologen en futurologen getypeerd als “self-centered, entitled, idealist, creative, dependent”. Voor de 12-19-jarigen van nu geldt: “self-aware, persistent, realist, innovative, self-reliant”. De jongere generatie, de zogeheten digital natives, wil aan zet zijn, wil meer aan het stuur zitten, en is interactief bezig met sociale media. Ze hebben behoefte aan transparantie, zijn kwetsbaar en menselijk. Het zijn geen idealisten; ze gebruiken heldere taal en kennen minder nuance of tinten grijs. Hun focus ligt op de korte termijn: hun politieke betrokkenheid is thema of persoonsgebonden. Een plaatje met een 11-tal vaardigheden illustreert welke vaardigheden nu aangeleerd worden aan onze kinderen. Dat betekent iets, en dat heeft gevolgen voor de burgers van de toekomst. Mensen worden meer zelfbewust, communicatief en op andere manieren samenwerkingsgericht. Culturele diversiteit is voor deze generatie een gegeven en niet iets ter keuze. Daarbij is ook sprake van (meer) balans tussen kennis- en sociaal-emotionele vaardigheden. Dave benadrukt dat het belang van deze simplistische stereotyperingen van een generatie Nederlanders, ontwikkeld door een aantal sociologen, ernstig gerelativeerd dient te worden. De verleiding voor politieke partijen als het CDA is echter groot om dergelijke sociologische onderzoeken zo serieus te nemen, dat ze de politieke strategie én christendemocratische, politieke boodschap gaan beheersen. Een partij die primair handelt vanuit pragmatisme, zou hiervoor gevoelig kunnen zijn.

Om de dialoog te prikkelen, worden idealisme en pragmatisme als CDA richtingen tegenover elkaar gezet. Dave signaleert dat onze politieke partij is gereduceerd tot een politiek marktmechanisme en zich onvoldoende op idealen baseert. De partij laat zich te veel leiden door politieke marketeers die prat gaan op de eerdergenoemde sociologische onderzoeken en typeringen van generaties in de 21e eeuw. Op lokaal niveau is flyeren in specifieke doelgroepwijken op basis van marketingonderzoek al zichtbaar; op landelijk niveau maakt hij zich oprecht zorgen over de marktbenadering en de dominantie van het pragmatisme. Politiek mag niet al te eenzijdig gaan om populariteit onder potentiële kiezers en de focus hebben op electorale winst op korte termijn. Zijn persoonlijke keuze is die voor meer idealisme en meer waarden gedreven politiek. We willen met elkaar iets betekenen voor de wereld. Hij is ervan overtuigd dat toekomstige burgers gevormd kunnen worden thuis, in het onderwijs, in de samenleving als geheel. Leiderschap bestaat op de eerste plaats vanuit een idealisme, vanuit overtuiging van een goede zaak. Op de tweede plaats moet een politiek leider goed kunnen communiceren: genuanceerd kunnen vertellen en continue de waarom vraag stellen. Daarbij roept hij de partij op tot veel intern dialoog en debat over de lange termijn vraagstukken. Als voorbeeld verwijst hij naar de visie van onze Belgische zusterpartij CD&V met de zich onderling versterkende wij-uitspraken.

Dialoog
Opgemerkt wordt dat er verschil is tussen idealistisch, ideologisch of door waarden gedreven partij zijn. Ernst geeft zijn definities. Het begint bij idealen, maar in de politieke praktijk gaat het erom de idealen in praktijk te brengen, reëel te maken. Vervolgens wordt van gedachten gewisseld over de vraagstukken migratie en klimaat. Op de lange termijn kan klimaatverandering tot meer en grotere migratiestromen leiden.
Deze vraagstukken blijken meerdere lagen te hebben: Wat is reden van vertrek? Wie is ‘wij’? Wat zijn de (vermeende) onderliggende waarden? Wat vinden wij van mobiliteit van mensen? Moeten we op locatie (de thuislanden) niet veel meer echt een verantwoordelijkheid nemen?
Duidelijk wordt dat migratie een dermate complex vraagstuk is dat er geen eenduidig antwoord op mogelijk is: complexe problemen hebben geen simpele oplossing. Dit vraagt langetermijndenken, investeren in de toekomst, een visie op diversiteit op de langere termijn, etc.
Ernst: “Probeer je af te vragen wat er aan de andere kant van de grens gebeurt”.
De maatstaf voor het samenleven in een democratische rechtsstaat moet gelijk zijn voor mensen die hier nu zijn en nieuwkomers. Ontvanger en nieuwkomer moeten voor elkaar openstaan.
Twee woorden die hierbij vallen zijn: compassie en inlevingsvermogen.
Is een te grote bevolkingsgroei een gevaar voor welvaart? Migratie is van alle tijden. In de gouden eeuw heeft veruit de grootste migratie plaatsgevonden – gerelateerd aan de bevolking van toen.
Welvaart is een middel tegen overbevolking. De politieke discussie gaat voorbij aan de uitkomsten van allerlei onderzoeken. Dave onderscheidt welvaart van welzijn. Daarbij relativeert hij het belang van economische groei.
Sommige problemen hebben we al 20 jaar zien aan komen. Waarom duurt het zo lang om er wat aan te doen is een vraag die gesteld wordt. En wat doen we eraan om dat in de toekomst te verbeteren? Ernst licht toe dat politiek leiderschap nodig is en dat grote opgaven geen oplossing hebben maar om een goede richting vragen.
Andere vragen die worden opgeroepen: wat brengt de toekomst, hoe moet een politiek leider zijn en hoe haal je kracht uit de vereniging? Dave bepleit in de politiek, in de politieke vereniging en in de samenleving meer discussie; meer open dialoog.
In de dialoog die volgt over leiderschap wordt aan de hand van voorbeelden geduid op verschillen in stijl en sturing van politici. Leiderschap is aldus Ernst het vermogen om het goede uit de mens naar boven te halen. Niet alleen degene die de koers bepaalt heeft leiderschap. Krachtig leiderschap is niet de juiste term in dit verband. Het gaat om overtuigende leiders, die op basis van goede argumenten richting geven, en die mensen meekrijgen in die richting. Politiek leiderschap vraagt om creativiteit en is vooral ook hard werken.
Ernst noemt Ruud Lubbers als voorbeeld van een politiek leider in zijn tijd. Ruud Lubbers was visionair en hij was pragmatisch. Hij verstond de kunst om politiek en maatschappelijk ‘ruimte te behouden’, om de verschillende standpunten nog te laten innemen.
Dave sluit af. Hij onderstreept de rol van onderwijs in de samenleving, het belang van onderwijs en vorming in de ontwikkelingsfase van kinderen. “We moeten kinderen als het ware leren zichzelf te worden”, aldus Dave. Onze leraren worden veel afgeleid door allerhande zaken met als gevolg dat tijd en aandacht voor de kinderen beperkt is. Grootschaligheid van de klassen doet geen goed. Een keuze voor betekenisvol en vormend onderwijs vraagt extra geld. Het gaat om het echte contact van mens tot mens.

Huseyin Bahar
Statenlid CDA Brabant
Praktische Politieke Philosophie (PPP)