Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat op 29/06

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Vaststellen provinciale inpassingsplannen voor Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL)
(29-06-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

Voor ons liggen de provinciale inpassingsplannen voor de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat. Plannen voor het gebied tussen Waalwijk en Den Bosch-West met ambities op het gebied van economische vitaliteit, mobiliteit, water, natuur, fiets, erfgoed en leefbaarheid in het gebied.

Voorzitter, voordat ik aan mijn bijdrage begin, wil ik graag eenieder bedanken voor de bijdrage en inzet om te komen tot het totaalpakket dat nu voorligt. Met zoveel ambities in één plan en verschillende belangen géén gemakkelijke opgave om goed te kunnen uitleggen en goed te kunnen begrijpen. In het bijzonder wil ik onze waardering uitspreken richting alle belanghebbenden en bewoners, die met ruim tweehonderd zienswijzen duidelijk hebben gemaakt betrokken te zijn bij de ontwikkeling van hun omgeving.

Voorzitter, ik sta graag met u stil bij de volgende drie onderwerpen:

  1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen;
  2. communicatie zienswijzen en alternatieven;
  3. aandacht voor de kwaliteit van leefbaarheid.

1. A59 – oorzaak en oplossing van problemen

Voorzitter, hoewel de GOL-plannen een totale gebiedsontwikkeling betreffen, zijn m.n. de verkeersafwikkeling en hieruit voortvloeiende zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving, zoals geluid, luchtkwaliteit en veiligheid, onderwerpen die veelvuldig terugkomen in de zienswijzen en alternatieven.

Voorzitter, de GOL is noodzakelijk omdat in de huidige situatie sprake is van een dichtbevolkt en intensief gebruikt gebied aan beide zijden van de A59, die ook een barrière vormt ten noorden en ten zuiden van het gebied. Noodzakelijke toekomstige ontwikkelingen, zoals de bouw van meer huizen en uitbreiding van industrieterreinen, zullen ervoor zorgen dat knelpunten op dit vlak alleen maar toenemen. Feit is en blijft dat historisch gezien te dicht tegen de A59 is gebouwd en de beschikbare ruimte beperkt is. Als we het hebben over structurele oplossingen, dan ligt wederom ook het antwoord bij de A59.
Een aanpak van de A59 zou immers aanpassingen in het onderliggende wegennetwerk grotendeels overbodig maken. De realiteit is dat de A59 vanuit het Rijk op korte termijn onvoldoende prioriteit heeft om te worden aangepakt.

In dit kader de volgende vragen aan de gedeputeerde:

  • Kan de gedeputeerde bevestigen dat de voorliggende GOL-plannen geen belemmeringen vormen voor een toekomstige aanpak en ontwikkeling van de A59?
  • Kan de gedeputeerde toezeggen dat we richting het Rijk blijvend aandacht vragen voor de structurele aanpak van de A59?

2. Communicatie zienswijzen en alternatieven

Voorzitter, de GOL kent een lange geschiedenis, met een start op 12 december 2012 van twintig samenwerkende partijen. Gedurende de gehele periode van de GOL heeft er in diverse vormen omgevingscommunicatie plaatsgevonden met betrokkenen. Zoals ook is gebleken uit de zienswijzen zijn er meerdere invalshoeken, opvattingen en verwachtingen over de beste oplossing voor het gebied.

Voorzitter, in het kader van de Omgevingswet en Omgevingsvisie is het van belang dat we scherp zijn op trajecten waarbij we meerdere ambities samenbrengen en die ook in gesprek met de omgeving tot stand willen brengen. Het feit dat we veelvuldig communiceren en in gesprek zijn biedt helaas nog geen garantie dat we elkaar goed begrijpen, oplossingen kunnen aandragen en zorgen wegnemen.

De vraag aan de gedeputeerde is:

  • Welke leerpunten uit dit proces nemen we mee naar de toekomst als het gaat om de begrijpelijkheid en gedragenheid van complex samenhangende ambities? 

3. Verzachtende maatregelen voor de kwaliteit van leefbaarheid

Voorzitter, graag kijk ik met u vooruit naar de voorliggende plannen en realisatie. De gevolgen voor de kwaliteit van de leefbaarheid verdienen hierbij bijzondere aandacht. We zien namelijk terechte zorgen van bewoners.

Voorzitter, als uitgangspunt is genomen dat de kernen zoveel mogelijk worden ontlast en de verkeersafwikkeling zich concentreert op wegen die hiervoor geschikt zijn. De zorgen van omwonenden van juist deze gebieden, die intensiever zullen worden gebruikt, zijn dan ook begrijpelijk. We hebben nu al een geluids- en fijnstof problematiek rondom de A59, die o.a. heeft geleid tot een tijdelijke verlaging van de snelheid naar 100 km/u. Gevoelsmatig brengt een parallel- of hoofdweg voor verkeersafwikkeling deze problemen dan ook dichterbij.

Als CDA zouden wij graag zien dat, als in het belang van de gehele regio op specifieke trajecten de kwaliteit van de leefbaarheid onder druk komt te staan a.g.v. toenemende verkeersafwikkeling, het eerlijk is om de zorgen van juist deze bewoners extra aandacht te geven.

Wij vragen de gedeputeerde daarom voor deze gebieden niet alleen te kijken naar wat noodzakelijk is, maar een stap extra te zetten door te kijken wat nodig is.

Enkele vragen hierover:

  • Zijn alle mitigerende maatregelen op het gebied van geluid, fijnstof en veiligheid reeds bekend en definitief? Of zal een deel na realisatie nog moeten worden geconcretiseerd/verbeterd op basis van werkelijke metingen?
  • Op welke wijze is geborgd dat de voorbereidende werkzaamheden, zoals een gemeentelijk vervoersplan, voor uitvoering door gemeenten ook in lijn lopen met de uitvoering van de GOL-plannen door de provincie?
  • Op welke wijze wordt geborgd dat het onderliggende wegennetwerk zal worden gebruikt als bedoeld en géén sluiproute wordt waar te hard wordt gereden. Met alle overlast van dien.

Voorzitter, zoals u van ons gewend bent denken wij graag mee in oplossingen. Innovatieve oplossingen, die ook passen bij de ambities van dit college. Een extra stap om de leefbaarheid te vergroten in de drukste straten: dát heeft deze regio nodig.

Voorzitter wij zien een mooie kans om een brug te slaan naar de energietransitie en transformatie naar nul-op-de-meterwoningen. Door huizen in het gebied te voorzien van een geluidsisolerende schil met gesloten voorgevel, in combinatie met een luchtwarmte circulatiesysteem, kunnen zowel de gevolgen van de GOL worden verzacht als nul-op-de-meterwoningen gerealiseerd.

Aangezien het gaat om veel particuliere koopwoningen hoort hier uiteraard een onderzoek bij naar een organisatiestructuur voor financiering, uitvoering en beheer van de maatregelen, waarbij de besparing op de energierekening als investering voor de ombouw kan dienen. Een vorm van sociale innovatie waarbij we de energietransitie bij koopwoningen via een centrale organisatie kunnen regelen.

Wij zien hier een uitgesproken kans en zien graag een reactie van de gedeputeerde op onze motie, die we samen met GroenLinks indienen.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. De vaststelling van de provinciale inpassingsplannen en het besluit van vandaag zijn niet het eindpunt van een langlopend dossier, maar juist een startpunt voor realisatie en daarmee de proef op de som. De plannen en berekeningen gaan tot leven komen in concrete resultaten.
Het is van belang dat we ook juist in deze fase in de gaten blijven houden of de opgeleverde resultaten aansluiten bij onze doelen en verwachtingen. Ook in deze ontwikkeling zullen we de omgeving moeten meenemen en daar waar nodig kunnen bijsturen.

Mijn laatste vraag aan de gedeputeerde is dan ook:

  • Hoe blijven we gedurende de realisatie van de plannen de omgeving meenemen in de ontwikkeling en borgen dat we onze doelen behalen?  

Tot zover mijn eerste termijn. Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar PIP Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (29 juni 2018)

CDA: haal de ‘paarse krokodillen’ uit de wielersport

Het CDA wil af van ‘paarse krokodillen’, overdreven en onzinnige regels bedacht door de overheid. Vanochtend vroeg het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement, aandacht voor paarse krokodillen in en om de wielersport.

Want wie in Brabant een wielerwedstrijd houdt en hiervoor een provinciale N-weg gebruikt en/of tijdelijke verkeersmaatregelen neemt, moet bij de provincie een vergunning aanvragen en leges betalen. En dan doen zich de volgende situaties voor:

  1. Wie jaar na jaar dezelfde wielerwedstrijd organiseert, moet ieder jaar opnieuw dezelfde tijdrovende vergunningsprocedure doorlopen.
    Het CDA vraagt zich af of we deze procedure kunnen vereenvoudigen, versnellen en goedkoper maken door bijvoorbeeld meerjarenvergunningen af te geven, indien de lokale (verkeers)omstandigheden ongewijzigd blijven.
  2. Wanneer een wielerwedstrijd door twee of meer gemeenten gaat, moet de organisatie bij de provincie een vergunning aanvragen. Zelfs wanneer de betrokken gemeentes toestemming geven en er géén gebruik wordt gemaakt van provinciale N-wegen.
    Het CDA zou graag zien dat de provincie deze paarse krokodil afschaft (daar de provincie ook geen doorzettingsmacht heeft om een initiatief tegen te houden).
  3. Een legestarief kan oplopen tot honderden euro’s. Ook bij wielerwedstrijden die al jaren hetzelfde zijn. Uitgaande van een uurtarief van ± 80,00 euro betekent dit dat voor een standaardhandeling als het verlenen van een vergunning een ambtenaar drie uur bezig is.
    Het CDA roept de provincie op om voor vergunningaanvragen die al jaren hetzelfde zijn een ander, goedkoper tarief te berekenen. Hoe hoger immers het legestarief, hoe groter het aantal benodigde sponsoren dat een organisatie moet zien te vinden.
  4. Veel gemeentes heffen geen leges of áls ze het doen, dan geven ze die via een subsidie weer terug.
    Het CDA is benieuwd hoe de provincie daartegenover staat.

Deze paarse krokodillen stelde vertrekkend Statenlid René Kuijken (CDA) aan de orde tijdens het Rondvraag-moment bij aanvang van de vergaderdag van Provinciale Staten vandaag.regels

Kuijken: “In de afgelopen jaren zijn er in onze provincie steeds meer regels bijgekomen. Veel Brabanders hebben daar last van en ervaren zgn. ‘regelhinder’. Het CDA wil daarom dat de provincie iedere regel kritisch tegen het licht houdt en waar mogelijk overbodige regelgeving schrapt. De paarse krokodillen uit de wielersport zijn daarvan een goed voorbeeld. Je moet een regel snappen of anders schrappen, zeggen we bij het CDA.”

In antwoord op de vragen en voorstellen van het CDA zei de verantwoordelijke provinciebestuurder, gedeputeerde Christophe van der Maat, geen problemen in de huidige regels te zien en geen aanpassingen te willen onderzoeken. Het CDA vindt dat jammer, m.n. voor de vele vrijwilligers die in hun vrije tijd al die wielerwedstrijden mee helpen organiseren.

Schriftelijke vragen over Hooipolder

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Roland van Vugt over Hooipolder.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Hooipolder.

Geacht college,

Deze week kwam het bericht naar buiten dat minister Van Nieuwenhuizen, Infrastructuur en Waterstaat, niet bereid is om van het prehistorische knelpunt Hooipolder een eigentijds, stoplicht- en filevrij knooppunt te maken. Te duur, vindt de minister.   

In Europa staan de beruchte ‘zwarte zaterdagen’ voor de deur, gekenmerkt door extreme vakantiedrukte op de Europese autowegen. Gelukkig zijn er daar maar een paar van. Voor Brabantse burgers en ondernemers dreigt het straks echter elke dag zwarte zaterdag te worden, nu de minister Hooipolder links laat liggen.

De Brabantse CDA-fractie vindt dit besluit van de minister zéér teleurstellend en heeft voor u de volgende vragen:

  1. Deelt u onze teleurstelling?
  2. Volgens de minister kost het 200 miljoen euro om Hooipolder stoplichtvrij te maken. Hoe hoog is de economische schade voor de Brabantse samenleving a.g.v. vertragingen door de dagelijkse files bij Hooipolder (waardoor producten bijvoorbeeld te laat in de winkels liggen en productieprocessen worden verstoord)?
  3. Het bedrag om Hooipolder stoplichtvrij te maken zal de komende jaren niet lager worden. Eerder hoger, want de problemen blijven bestaan, nemen zeer waarschijnlijk toe evenals de kosten om ze op te lossen. Hoe ziet u de toekomst van Hooipolder voor u? Wanneer de minister nu niet bereid is om te investeren in een structurele, duurzame oplossing, wanneer en onder welke omstandigheden dan wel?
  4. Wat is uw boodschap voor de inwoners van Midden-Brabant, o.a. in Oosterhout, Geertruidenberg en op het eiland Altena, die de druk op het onderliggende wegennet en de daarmee gepaard gaande overlast alleen maar zien toe- in plaats van afnemen?
  5. Kunt u voor ons inzichtelijk maken hoe het kostenplaatje voor het stoplichtvrij maken van Hooipolder zich in de loop der jaren zal ontwikkelen? Wat zijn naar verwachting de kosten voor ieder jaar dat er langer wordt gewacht?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Roland van Vugt

CDA op werkbezoek in Knegsel

Het CDA brengt op maandag 25 juni een werkbezoek aan het duurzame melkveebedrijf van de familie Seuntiëns in Knegsel, gemeente Eersel. Aan het werkbezoek nemen o.a. Europarlementariër Lambert van Nistelrooij, Statenlid Ton Braspenning en diverse plaatselijke CDA’ers deel.

De familie Seuntiëns opende recent haar vernieuwde koeienstal, voorzien van een hypermodern ‘HyCare’ stalsysteem dat de hygiëne, verzorging én het rendement van de veestapel enorm verbetert. Voor Henny van Dooren, fractievoorzitter van het CDA in Eersel, een goede reden om haar CDA-collega’s in het Europees Parlement en het Provinciehuis uit te nodigen eens te komen kijken.

“En die uitnodiging nemen we graag aan”, aldus Ton Braspenning, woordvoerder landbouw namens het CDA in Provinciale Staten, het Brabantse parlement. “We zijn heel benieuwd naar het bedrijfsverhaal van Jos Seuntiëns, zijn drijfveren en visie op de toekomst van de landbouw. Belangrijk voor Brabant, Nederland én Europa.”

Het werkbezoek start om 12.30 uur en duurt tot 14.30 uur.

Wisseling van de wacht bij CDA Brabant

Wisseling van de wacht bij de fractie van CDA Brabant: op 29 juni a.s. nemen Statenleden Stijn Steenbakkers en René Kuijken afscheid van Provinciale Staten, het Brabantse parlement. Zij worden opgevolgd door Kees de Heer en Jeffrey van Agtmaal, die diezelfde dag worden geïnstalleerd.

Bosschenaar Stijn Steenbakkers werd eind vorige maand benoemd als wethouder in de gemeente Eindhoven, een fulltime functie die zich niet laat combineren met het lidmaatschap van Provinciale Staten. René Kuijken uit Bergeijk stopt omwille van het afronden van zijn promotieonderzoek aan de universiteit van Wageningen.

Opvolgers Kees de Heer uit Eindhoven en Jeffrey van Agtmaal uit Woensdrecht hebben beiden al de nodige Staten-ervaring. Zo verving Kees de Heer vorig jaar fractievoorzitter Marianne van der Sloot tijdens haar zwangerschapsverlof en was Jeffrey van Agtmaal al eerder Statenlid in de periode 2011-2015.

Fractievoorzitter Marianne van der Sloot: “Met het vertrek van Stijn en René verliest onze fractie twee boegbeelden. Hun ervaring, dossierkennis, kleurrijke inbrengen en energie gaan we in de Staten enorm missen. Gelukkig hebben we met Kees en Jeffrey twee uitstekende opvolgers in huis. Met hen aan boord zijn we weer op volle sterkte en helemaal klaar voor een nieuw, spannend politiek seizoen.”

CDA: hoe kwetsbaar zijn onze kleine vliegvelden voor criminaliteit?

Het CDA vraagt zich af hoe kwetsbaar de kleine vliegvelden in Brabant zijn voor criminaliteit en heeft hierover schriftelijke vragen gesteld aan het provinciebestuur. Het betreft de kleine, regionale burgerluchthavens Breda International Airport (gelegen in Bosschenhoofd, gemeente Halderberge) en Kempen Airport (gelegen in Budel, gemeente Cranendonck). Beide vallen onder bevoegdheid van de provincie.

Aanleiding voor de vragen is een signaal vanuit de Koninklijke Marechaussee eerder dit jaar, die waarschuwde voor het gebrek aan toezicht op de elf kleine luchthavens die Nederland telt. Omdat hier geen permanent, dat wil zeggen 24/7, fysiek toezicht aanwezig is, zouden deze vliegvelden gevoelig zijn voor criminele activiteiten. Bijvoorbeeld mensenhandel en drugssmokkel.

Op 23 mei jl. debatteerde de Tweede Kamer op initiatief van Kamerlid Van Toorenburg (CDA) over deze kwestie. Uit dit Kamerdebat kwam o.a. naar voren dat er op dit moment weinig zicht is op evt. ondermijnende criminaliteit bij kleine luchthavens. Duidelijke cijfers ontbreken. Het CDA in Provinciale Staten wil weten of Brabant risico loopt en stelt het provinciebestuur de volgende vragen:

01. Bent u bekend met de signalen zoals die eerder dit jaar zijn afgegeven door de Marechaussee?

02. Wat is het actuele regionale ondermijningsbeeld voor de kleine, regionale burgerluchthavens in Brabant, Breda International Airport en Kempen Airport? Zijn u incidenten bekend?

03. Is er op beide vliegvelden sprake van 24/7 fysiek toezicht? Indien niet, leidt dit volgens u tot een verhoogd risico op criminele, ondermijnende activiteiten?

04. Wie is of zijn in Brabant verantwoordelijk voor het toezicht en de veiligheid op en rond kleine vliegvelden (zowel in beleid, uitvoering als financieel)?

Als CDA Brabant hebben wij recent gepleit voor meer robuuste, onorthodoxe maatregelen in de strijd tegen (drugs)criminelen, zoals cameratoezicht en kentekenregistratie bij de toegang tot natuurgebieden (bijvoorbeeld de Biesbosch of de Loonse en Drunense Duinen).

05. Hoe staat u tegenover permanent cameratoezicht op en rond kleine vliegvelden (zodat we zicht hebben op wie zich daar ophoudt)?

Via de campagne Eyes & Ears roept de Marechaussee de hulp in van omwonenden, piloten en vliegveldpersoneel bij het signaleren van verdachte situaties rondom kleine vliegvelden.

06. Wat zijn de status en resultaten van deze campagne, in het bijzonder t.a.v. de kleine, regionale burgerluchthavens in Brabant? Bent u evt. bereid deze campagne een nieuwe impuls en de nodige publiciteit te geven, om zo (nog) meer bewustwording en waakzaamheid onder omwonenden van kleine vliegvelden te creëren?

Statenlid Marcel Deryckere (CDA): “Gegeven de signalen uit de Marechaussee vragen wij ons af hoe kwetsbaar de kleine vliegvelden in Brabant zijn voor criminaliteit. Immers: overheidsdiensten zijn niet permanent op kleine vliegvelden aanwezig, de terreinen zijn een groot deel van de tijd onbewaakt en soms relatief eenvoudig binnen te dringen. Wanneer er inderdaad sprake is van een, verhoogd, risico op criminele activiteiten op en rond deze vliegvelden, is het belangrijk dat we dat weten én ernaar kunnen handelen.”

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen te bekijken: Schriftelijke vragen over criminaliteit kleine vliegvelden.

Schriftelijke vragen over aflopen subsidieregeling drugsdumpingen

Schriftelijke vragen van Statenleden Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) en Marcel Deryckere (CDA) over het aflopen van de subsidieregeling drugsdumpingen en sporenonderzoek naar dumpingen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over aflopen subsidieregeling drugsdumpingen en sporenonderzoek naar dumpingen.

Geacht college,

In 2015 spraken de provincies in een convenant met het Rijk af, dat via een subsidieregeling maximaal de helft van de opruimkosten voor drugsdumpingen konden worden verhaald. Provinciale Staten Noord-Brabant hebben er sindsdien meermaals bij u op aangedrongen om de regeling structureel te maken én te verruimen voor particulieren. Nu blijkt echter dat de regeling in 2018 afloopt en alléén aanvragen m.b.t. dumpingen in 2017 nog kunnen worden ingediend en vergoed. Elke particulier die in 2018 te maken kreeg met dumping op zijn terrein moet dus zélf opdraaien voor de volledige opruimkosten. De fracties van de ChristenUnie-SGP en het CDA vinden dat onacceptabel. Wij stellen u dan ook de volgende vragen:

01. Klopt het dat de subsidieregeling opruimkosten drugsdumpingen per 1 september a.s. afloopt en kosten voor het opruimen van dumpingen in 2018 niet meer voor vergoeding in aanmerking komen?

02. Op welk wijze hebt u hier de gemeenten, terreinbeheerders en andere betrokkenen over geïnformeerd?

03. Hoeveel dumpingen hebben er tot nu toe in 2018 plaatsgevonden? Kunt u een indicatie geven van de opruimkosten van het opruimen van deze dumpingen?

04. Ziet u met ons het gevaar van het ontbreken van een rechtvaardige vergoedingsregeling als gevolg waarvan grondeigenaren het gedumpte spul eigenhandig gaan verwijderen teneinde niet voor de opruimkosten te hoeven opdraaien?

05. Bent u bereid om de regeling ook voor het lopende jaar overeind te houden, desnoods vanuit eigen provinciale middelen?

06. Bent u bereid om particulieren een 100% vergoeding van de opruimkosten te geven en deze vergoeding ook binnen drie maanden na het maken van de kosten uit te keren?

Tijdens de bijeenkomst ‘Ontmoeting in het Groen’ eerder dit jaar ontvingen wij signalen dat er steeds minder sporenonderzoek naar dumpingen plaatsvindt. Kennelijk ligt de prioriteit bij de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) niet bij drugsdumpingen. Slechts het vaststellen van de inhoud van de dumping, noodzakelijk voor het indienen van de subsidieaanvraag opruimkosten drugsdumpingen, zou onderwerp van onderzoek zijn. Nader sporenonderzoek heeft geen prioriteit.

07. Herkent u dit geschetste beeld?

08. Vindt u net als wij dat bij elke dumping sporenonderzoek dient plaats te vinden om de pakkans van de criminelen te vergroten?

09. Welke acties hebt u ondernomen en gaat u ondernemen om het sporenonderzoek naar dumpingen hoger op de prioriteitenlijst van het LFO te krijgen?

10. Deelt u onze zorgen dat, wanneer er geen regeling voor de opruimkosten meer is, de aangiftebereidheid van grondeigenaren, en daarmee de mogelijkheden voor onderzoek en de pakkans voor criminelen, zal afnemen?

Zowel het geruisloos aflopen van de subsidieregeling opruimkosten drugsdumpingen als de verminderde prioriteit voor sporenonderzoek roept bij ons de vraag op of er geen verslapping plaatsvindt in de strijd tegen de drugscriminaliteit in Brabant. En dat baart de fracties van ChristenUnie-SGP en het CDA grote zorgen.

11. Deelt u die zorgen?

12. Welke acties gaat u ondernemen om de strijd tegen drugscriminaliteit en dumpingen op volle sterkte te blijven voeren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de fracties van ChristenUnie-SGP en het CDA,

Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) en Marcel Deryckere (CDA)

CDA: provincie moet zich aansluiten bij antidrugscoalitie Oost-Brabant

Het CDA wil dat de provincie zich aansluit bij de antidrugscoalitie in Oost-Brabant en deze helpt uit te breiden naar álle Brabantse gemeenten. De partij heeft het onderwerp op de agenda laten zetten van de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten, het Brabantse parlement, die a.s. vrijdag 15 juni plaatsvindt.

Begin deze week berichtte o.a. Omroep Brabant dat veertig gemeenten in Oost-Brabant een gezamenlijke antidrugscampagne starten onder de titel ‘Drugs? Die kunnen we hier niet gebruiken’1. Doel van dit initiatief is om de normalisering van drugs tegen te gaan en jongeren bewust te maken van de risico’s en negatieve gevolgen van drugsgebruik.

“Want drugsgebruik is niet normaal”, aldus Statenlid Marcel Deryckere (CDA). “Drugs zijn ongezond, maken verslaafd en zorgen voor overlast en gevaarlijkste situaties. Het is schrikbarend hoeveel Brabantse jongeren al op jonge leeftijd met drugs worden geconfronteerd. Alle reden dus om in actie te komen en de krachten te bundelen. Wanneer we meer jongeren kunnen overtuigen af en weg te blijven van drugs, treffen we ook de producenten. Daarmee zijn we er nog niet, want veel in Nederland geproduceerde drugs zijn bestemd voor het buitenland. Maar helpen doet het wel. We moeten af van het romantische, alledaagse imago van drugs.”

Van het college van Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van de provincie, wil het CDA o.a. het volgende weten:

  1. Herkent u het beeld dat het drugsgebruik onder Brabantse jongeren schrikbarend hoog is?
  2. Wat vindt u van de normalisering van drugs?
  3. Hoe gaat u om met deze ontwikkelingen gegeven het provinciaal belang en de provinciale verantwoordelijkheid rondom bijvoorbeeld drugsdumpingen?
  4. Wat doet de provincie op dit moment al om drugsgebruik in Brabant tegen te gaan?
  5. Is de provincie bereid zich aan te sluiten bij de coalitie van 40 gemeenten, Novadic-Kendron, GGD, politie en jongerenwerk?

Schriftelijke vragen over flamingo’s in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt (CDA) en Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) over flamingo’s in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over flamingo’s in Brabant.

Geacht college,

Gisteren, 11 juni 2018, Twitterde boswachter Thomas van der Es1 dat een zwerm Europese flamingo’s is neergestreken op het Krammer-Volkerak nabij de Biesbosch. Dat is niet voor het eerst: in de afgelopen jaren maakten deze ‘exotische’ dieren vaker een tussenstop in onze provincie.

De fracties van CDA en ChristenUnie-SGP zijn verheugd met dit nieuws. Want hoewel er in de afgelopen jaren merkbaar een andere wind door onze provincie is gaan waaien, die sommige bewoners, met en zonder veren, in hun voortbestaan bedreigt (pechvogels), is Brabant voor anderen blijkbaar nog steeds een aantrekkelijk toevluchtsoord (geluksvogels). In het bijzonder de Biesbosch, een logistieke hotspot als het gaat om het vogelverkeer van Zuid- naar Noord-Europa en vice versa.

Een paradijs op aarde, een plek om te koesteren. Voorwaar een goede reden om, zoals wij al vele malen hebben bepleit, alles te doen wat nodig is om de Biesbosch dump- en dealvrij te maken. En voor iedereen toegankelijk. Of je nu in Brabant bent geboren of niet, of je nu toevallig komt aangevlogen of noodgedwongen op zoek moet naar bed, bad en brood.

Gegeven deze ontwikkelingen hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met de recente waarnemingen van flamingo’s in Brabant?
  2. Vindt u dit een goede of een slechte zaak?
  3. Weet u hoeveel flamingo’s onze provincie jaarlijks aandoen en of er sprake is van een stijging dan wel daling van het aantal flamingo-landingen?
  4. Verwacht u de komende jaren nog meer vreemde vogels in Brabant? Zou er sprake kunnen zijn van een aanzuigende werking?
  5. Bent u het met ons eens dat behalve vrachtwagenchauffeurs ook flamingo’s en andere trekvogels geholpen zouden zijn met voldoende veilige verzorgingsplaatsen, waar zij kunnen rusten en bijkomen?
  6. Indien ja, bent u bereid dit bij uw natuurbeleid te betrekken? Indien niet, waarom niet?
  7. Ziet u met ons mogelijkheden om de flamingo in de toekomst in de Brabantse Big Five op te nemen?
  8. Denkt u dat een toename van het aantal flamingo’s enerzijds en de door u gewenste afname van o.a. pluimvee anderzijds kan leiden tot een ongewenste tweedeling in de gevederde samenleving? Vreest u voor spanningen tussen geluks- en pechvogels?
  9. Ziet u de belangstelling van de flamingo voor onze provincie als een aansporing om extra inzet te plegen teneinde gebieden als de Biesbosch te vrijwaren van drugsdealers, afvaldumpers, stropers en illegale wildcrossers?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de fracties van CDA en ChristenUnie-SGP,

Roland van Vugt (CDA) en Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) 

1 Twitter Thomas van der Es: @ThomasvanderEs.

Uitnodiging Praktische Politieke Philosophie (PPP)

Thema: Biedt ons appèl een christendemocratisch perspectief op de 21ste eeuw?

Datum: woensdag 4 juli 2018
Tijd: 20.00-22.00 uur (ontvangst vanaf 19.30 uur)
Locatie: Huize Groenberg (Molenstraat 27 te Oirschot)
Genodigden: een ieder met belangstelling voor het thema
Inleider: Ernst Hirsch Ballin
Referent: Dave Ensberg-Kleijkers

Aanmelding: vóór 2 juli via Elly Lammers (pcbjlammers1@gmail.com)

Achtergrond:

De tijd van stabiele gesloten gemeenschappen ligt achter ons. We plukken nog de vruchten van hun onderlinge solidariteit, maar zijn we voorbereid op een toekomst waarin het leven van mensen zich afspeelt in veranderlijke levensfasen, vaak op verschillende plaatsen en allerhande netwerken?

In zijn inleiding bespreekt Ernst Hirsch Ballin de vraag waardoor burgerschap in de 21ste eeuw moet worden gekenmerkt. Het christendemocratische denken over politiek en samenleving is ontstaan in reactie op de Industriële Revolutie. Welke perspectieven opent dit denken voor mensen die zich afvragen hoe ze zich kunnen verhouden tot de veranderingen die onze tijd kenmerken, zoals intens gegevensverkeer, nieuwe vormen van politieke actie, handel en conflicten, en een herbronning van geloof en geloofsgemeenschappen?

Na de inleiding zal Dave Ensberg-Kleijkers gevraagd worden als eerste zijn reactie te geven. Aansluitend wordt u van harte uitgenodigd deel te nemen aan de dialoog.

Over de sprekers:

Prof. Ernst Hirsch Ballin is verbonden aan de rechtenfaculteit van Tilburg University en aan het Asser Instituut van Internationaal en Europees recht/Universiteit van Amsterdam. Zijn speciale aandacht hebben constitutionele vraagstukken en burgerrechten. Hij was driemaal minister van Justitie, Lid van de Eerste Kamer en Lid van de Raad van State. Tal van prestigieuze onderscheidingen werden hem toegekend.

Dave Ensberg-Kleijkers is bestuurskundige. Hij is voorzitter van het College van Bestuur van de Stichting Biezonderwijs in Tilburg en bestuursvoorzitter van Kompass – Mensenrechten dichtbij. In 2015 won hij de Jan Peter Balkenende Award voor zijn “bijzondere bijdrage” aan de ontwikkeling van het christendemocratisch gedachtegoed en “als voorvechter voor de multiculturele samenleving”. In 2017 debuteerde hij als schrijver met het boek Bezielde Beschaving.