Column Lambert van Nistelrooij: ‘Europa frontrunner gegevensbescherming’

Met de invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn op 25 mei in alle EU-lidstaten de privacyregels flink aangescherpt. Op diezelfde dag, toeval of niet, was Mark Zuckerberg, de oprichter en eigenaar van Facebook, in Brussel. Samen met mijn collega’s van het Europees Parlement kreeg ik de kans een groot aantal vragen te stellen. Belangrijkste aanleiding was het dataschandaal met Facebook-gegevens bij het bedrijf Cambridge Analytica, die waren gebruikt bij diverse politieke campagnes. Met deze actie bevestigt Europa nogmaals, dat zij de trend wil zetten om de gegevens van haar burgers te beschermen.

Organisaties in Europa moeten kunnen aantonen welke persoonsgegevens zij verzamelen, wat ze er mee doen en hoe ze deze beveiligen. U bepaalt zelf, of zij uw gegevens mogen gebruiken. Alle lidstaten en het Europees Parlement hebben daartoe besloten.

Bij het dataschandaal bij Facebook waren deze regels al overschreden. Gegevens van miljoenen klanten waren in handen gegeven van Cambridge Analytica voor politieke doeleinden. De heer Zuckerberg beloofde ons betere bescherming, want zo zei hij: “De veiligheid van onze klanten is belangrijker dan de winst van ons bedrijf.” Ook beloofde hij te zullen voldoen aan de nieuwe Europese regels. Voor zijn gehele bedrijf, overal ter wereld. Kortom, de Europese regels als maatstaf ook voor de rest van de wereld.

Er was niet genoeg tijd om alle vragen te beantwoorden. Die krijgen we nog schriftelijk, beloofde de heer Zuckerberg. Wij wachten af. Want ook het laten wissen van gegevens, verdient meer aandacht. U hebt immers ‘het recht om vergeten te worden’. Wilt u uw ervaringen kwijt, richt u zich dan tot de Autoriteit Persoonsgegevens of neem met mij contact op via lambert.vannistelrooij@europarl.europa.eu. Meer informatie: www.lambertvannistelrooij.nl.

Deze column is een samenvatting van de radiocolumn ‘Europa frontrunner gegevensbescherming’ van Europarlementariër Lambert van Nistelrooij.

Klik hier om de volledige column te lezen of beluister de column via het audiobestand hieronder:

CDA: géén uitbreiding van de gaswinning in Brabant

De Brabantse CDA-fractie wil niet dat de gaswinning in de provincie Noord-Brabant wordt uitgebreid. De partij is bezorgd over de mogelijke negatieve korte en/of lange termijn effecten van gaswinning op mens, natuur, vastgoed en infrastructuur.

Vandaag werd via Omroep Brabant bekend dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil toestaan dat er meer gas wordt gewonnen uit de Brabantse bodem. Het ministerie wil het Canadese gaswinningsbedrijf Vermilion Energy toestemming geven tot 2026 gas te winnen uit de bodem in de regio Waalwijk (Waalwijk, Land van Heusden en Altena). Inmiddels liggen de plannen van dit bedrijf ter inzage.

Op 29 maart jl. heeft het kabinet besloten dat in 2030 de gaskraan dicht gaat. Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat stelde toen: “De gaswinning gaat naar nul”.
Wat het CDA Brabant betreft geeft het ministerie een verkeerd signaal af door gaswinning in Groningen te willen afbouwen, maar het in Brabant te gaan opvoeren.

Statenlid Roland van Vugt (CDA) heeft daarom schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten en wil o.a. weten welke acties de provincie kan ondernemen om (uitbreiding van) gaswinning te voorkomen. Ook vraagt hij zich af wat het ministerie heeft gedaan met het negatieve advies over uitbreiding van de gaswinning, dat de provincie vorig jaar uitbracht.

Voor het beantwoorden van de vragen van het CDA heeft de provincie officieel vier weken de tijd. Van Vugt hoopt echter dat het spoediger kan: “Niet alleen voor de inwoners van Waalwijk en het Land van Heusden en Altena, maar ook voor de inwoners van andere Brabantse regio’s is het belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over dit onzalige besluit. Brabant mag geen tweede Groningen worden. We willen juist minder gaswinning, niet meer.”

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen te bekijken: Schriftelijke vragen over gaswinning in Brabant.

Update: ALV, Europa Special en sollicitatieprocedures PS2019 en WS2019

Een update van het partijbestuur van CDA Brabant over de algemene ledenvergadering en Europa Special op 26 mei a.s. én de sollicitatieprocedures naar de functies van kandidaat-Statenlid en kandidaat-Waterschapslid i.h.k.v. de Provinciale Staten- en Waterschapsverkiezingen van 2019. Let op: de sollicitatietermijn is met twee weken verlengd en eindigt op 15 juni 2018 (was 1 juni 2018).

De update lezen kan door op de volgende link te klikken: Update CDA Brabant.

Bij vragen kunt u rechtstreeks contact opnemen met Inge van Dijk, partijvoorzitter CDA Brabant, via het e-mailadres i.dijk@live.nl.

Graag tot bij de algemene ledenvergadering en Europa Special op 26 mei a.s.!

Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt over een – vermeende – ‘loonkloof’ tussen mannen en vrouwen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over loonkloof mannen-vrouwen.

Geacht college,

Europa lijkt in de ban van de ‘loonkloof’. In het afgelopen halfjaar konden we op verschillende momenten in de media lezen hoe Europese leiders omgaan met de – vermeende – ongelijke beloning van mannen en vrouwen. Vermeend, want over het bestaan en de omvang van een loonkloof verschillen politici, onderzoekers en bedrijfsleven sterk van mening.

Dit weerhield een aantal landen echter niet van het nemen van, soms vergaande, maatregelen om die – vermeende – kloof te dichten. Zo trad in januari in IJsland een wet in werking die bedrijven (met 25 werknemers of meer) verplicht om mannen en vrouwen hetzelfde loon te betalen voor hetzelfde werk. De Britse premier Therese May eiste van Britse bedrijven (met 250 werknemers of meer) dat zij vóór 5 april jl. aan de overheid meldden wat mannelijke en vrouwelijke werknemers ten opzichte van elkaar verdienen. En in Nederland is een wetsvoorstel op komst waarin staat dat bedrijven (met 50 werknemers of meer) moeten kunnen aantonen dat mannen en vrouwen gelijk loon krijgen voor gelijk werk.

Het CDA volgt de discussie rondom deze initiatieven met belangstelling en is benieuwd hoe Brabant, als economische topregio, scoort t.a.v. de gelijke beloning van mannen en vrouwen. Is er ook in onze provincie sprake van een kloof die moet worden gedicht, of hebben we het over slechts een greppel die binnen een aantal jaren vanzelf dichtslibt? Het brengt ons in elk geval tot de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het begrip ‘loonkloof’ en de recente berichtgeving daarover?
  2. Zijn er actuele cijfers bekend over hoe Brabantse bedrijven hun mannelijke en vrouwelijke werknemers belonen? Indien niet, acht u het zinvol dit te (laten) onderzoeken?
  3. Kijkend naar het beloningsbeleid van de provincie Noord-Brabant zelf: kunt u uitsluiten dat er op het Provinciehuis sprake is van een ‘loonkloof’, d.w.z. van een onterechte ongelijke beloning van mannelijke vs. vrouwelijke provinciemedewerkers?
  4. Vindt u dat de provincie meer aandacht kan en moet besteden aan dit thema? Indien ja, hoe stelt u zich dat voor? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar, Ton Braspenning, Marcel Deryckere, René Kuijken, Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt

Marcel Deryckere over verbetering bewegwijzering Loonse en Drunense Duinen

Statenlid Marcel Deryckere stelde op 18 mei 2018 mondelinge vragen aan het provinciebestuur, waarin hij pleit voor verbetering van de bewegwijzering naar de Loonse en Drunense Duinen (lees meer door hier te klikken).

Radiomaker Erik van Vliet, werkzaam voor o.a. Langstraat FM, interviewde Marcel over zijn oproep. Dit interview terugluisteren kan via het audiobestand hieronder.

Spreektekst Huseyin Bahar – Debat over de jaarstukken 2017 op 18/05

Spreektekst1 Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de jaarstukken 2017
(18-05-2018) – 1ste termijn

Voorzitter,

We behandelen vandaag de tweede en tevens laatste volledige jaarrekening waar dit college rekenschap over geeft. Met een jaarlijkse begroting van ruim 1,3 miljard euro een behoorlijke verantwoordelijkheid om te dragen namens de Brabanders.

Voorzitter, voordat ik begin aan mijn inbreng, wil ik namens de CDA-fractie onze dank en waardering uitspreken richting GS, griffie en alle ambtenaren voor de bijdrage in de resultaten van 2017. Voorzitter, zoals u ook stelt, zijn er naast de behaalde resultaten uiteraard ook zaken die anders zijn verlopen dan verwacht. In het 3e bestuursjaar van dit college zien wij ook dat programma’s of onderdelen die goed van start zijn gegaan vlot verlopen, maar bij een wankele start lukt het niet om het tij te keren.

Voorzitter, graag sta ik vandaag met u stil bij de volgende 3 onderwerpen:
1. financieel resultaat & inkomsten;
2. inzicht in uitgezette leningen;
3. resultaten programma’s en onderbesteding.

Financieel resultaat en inkomsten
Voorzitter, de jaarlijkse beleggingsdoelstelling en onze inkomsten staan al enige tijd onder druk. We lezen terug dat de jaarlijkse beleggingsdoelstelling van 122 miljoen euro is behaald en er zelfs stortingen zijn gedaan in de rentereserve en reserve-investeringsagenda. Voorzitter, het volledige verhaal hierachter is natuurlijk dat we het nodige kunst- en vliegwerk hebben verricht. Toekomstige resultaten zijn naar voren gehaald door de verkoop van obligaties. Feitelijk gaat het ook primair om toevoegingen vanuit de obligatieportefeuille met obligaties die een ‘negative yield’ hadden. Obligaties met een negatieve opbrengst en hiermee dus reserves voor zekere renteverliezen in de toekomst.

De vraag aan de gedeputeerde is dan ook of we dit nog apart gaan labelen? En wat zijn nou echt de harde reserves die ‘vrij besteedbaar’ zijn om tegenvallers of algemene daling door lage rentes op te vangen?

Voorzitter, zoals gesteld staan onze inkomsten onder druk en hebben we inmiddels van de gedeputeerde de toezegging dat we uitgewerkte inkomstenscenario’s tot 2028 tegemoet kunnen zien. Voorzitter, hier zouden we toch de nodige vaart in willen houden.

Kan de gedeputeerde aangeven op welk termijn we dit tegemoet kunnen zien? En kunnen we hier meer vaart achter zetten door alvast ideeën of instrumenten Statenbreed te bespreken om samen tot deze scenario’s te komen?

Inzicht in uitgezette leningen
Voorzitter, op dit moment hebben we ca. 1,4 miljard euro aan leningen uitstaan en daarnaast nog ca. 250 miljoen euro aan overeenkomsten waarop partijen ieder moment een beroep kunnen doen. Dit zijn forse bedragen die we kunnen uitzetten dankzij de zgn. Essentgelden. Geheel risicoloos is dit niet, met een voorziening van ca. 40 miljoen euro. Al met al forse bedragen waarbij ook de accountant heeft opgemerkt dat de informatievoorziening richting PS beperkt is.

Graag horen wij van de gedeputeerde hoe de informatievoorziening richting PS zal worden verbeterd zal worden en op welke termijn we dit kunnen verwachten?

Resultaten programma’s en onderbesteding
Voorzitter, in de verantwoordingsbrief lezen we dat de onderbesteding van ruim 20% is teruggebracht naar 5%. Een onderbesteding is natuurlijk het financiële plaatje wat duidelijk maakt dat beoogde resultaten niet zijn gehaald. Helaas is dit in 2017 nog ten opzichte van de gewijzigde begroting gemeten. Voor 2018 zien wij graag in lijn met onze eerdere motie een meting ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Kern is en blijft voor het CDA dat we een duidelijke doelstelling hebben, strak sturen op resultaat met als resultante realistische ramingen en begrotingen.

Voorzitter, in dat opzicht start ik met een algemene reflectie op de inhoud van de 420 pagina’s tellende jaarrekening. Een enorme hoeveelheid informatie waar zelfs de accountant kanttekeningen bij plaatst. Voorzitter, we zien heel veel indicatoren in aantallen – aantal  projecten, netwerken, rapporten, bezoekers etc. – en slechts beperkte relevante indicatoren die meten of we het doel in zicht is. En daar waar we deze wel hebben zijn ze nog niet gemeten of op tijd beschikbaar. Om één voorbeeld uit te lichten: voor de prestaties rondom VTH-taken is één zeer relevante indicator de generieke kwaliteitsdoelstellingen vergunningverlening. We lezen echter: niet op tijd beschikbaar…

Kan de gedeputeerden aangeven wanneer deze indicator wel beschikbaar is?

Groen Ontwikkelfonds Brabant
Voorzitter, rapportages en resultaten van dit Groenfonds zijn al jaren een punt van aandacht. Met ruim 280 miljoen euro aan middelen plus ruilgronden is dit een waarde van wel twee keer Attero aan publieke middelen. Ondanks deze forse belangen lukt het maar niet om het geheel op de rails te krijgen, want ook in 2017 zien we weer tegenvallende resultaten.

Maar nog belangrijker is dat prestatie-indicatoren niet volgens afspraak zijn of tegenstrijdig. Bijvoorbeeld de indicator: Zijn de middelen voldoende om de doelen te behalen (mate van uitputting)? In de jaarrekening staat ‘ja’. Terwijl afgesproken is dat zou worden gerapporteerd in ‘% realisatie maatschappelijke opgave versus % gebruik van het fonds’.

Kan de gedeputeerde aangeven of dit een bewuste keuze is of een foutje?

Of een ander voorbeeld dat we niet kunnen rijmen. De verwerving en inrichting van natuurgebieden uit het Groenfonds moet evenredig worden verdeeld over de drie categorieën A, B en C. Waarbij categorie C maximaal 15% subsidie kent en vooral ondernemend EHS en minstens net zo groot als A zou zijn. Enerzijds lezen we terug dat deze prestaties geleverd zijn, anderzijds lezen we dat het bedrijfsleven nagenoeg niet bereid is te investeren.

Kan de gedeputeerde aangeven wie er dan voor de categorie C heeft betaald? En was de 85% inbreng wel grond en geld zoals beloofd?

Mobiliteit
Voorzitter, voor het programma Mobiliteit zien we twee onderwerpen die ons tot denken zetten. Het programma Verkeersveiligheid en Hooipolder Plus-plan. Zuiver kijkend naar proces en werkwijze is het geheel volgens het boekje en kan je daar niet iets op aanmerken. Als (deel)opgaven zijn afgerond en er middelen over zijn, dan vloeien deze terug naar de algemene middelen of naar de bestemmingsreserve. Maar toch voorzitter, het voelt niet goed aan. Als GS en PS hadden wij toch een doel om te bereiken en niet alleen een vinkje te halen.

Vraag aan de gedeputeerde is: Bent u van mening dat met het afronden van het activiteitenplan Verkeersveiligheid onze opgave hierop volledig is ingevuld en hadden we de resterende middelen van ca. 275.000 euro niet kunnen besteden aan de inrichting van een verkeersmonitor, die inzicht geeft in de veiligheid en het gebruik van onze wegen?

Voorzitter, met het Hooipolder Plus-plan was de gedeputeerde volop in overleg met Rijk en gemeenten en dit zou eindelijk iets gaan worden: tot 2030 filevrij! We lezen echter terug dat de verkeerslichten bij Hooipolder weer op rood staan en 750.000 euro retour reserve gaat. De vraag aan de gedeputeerde is: Hoe lang blijft dit plan nu op de plank liggen? We waren toch zo goed en doortastend bezig?

Sociale Veerkracht
Voorzitter, voor het derde jaar op rij moeten we constateren hoe weinig voortgang wordt geboekt op Sociale Veerkracht. Hier lezen we dat de ‘responsieve aanpak’ heeft geleid tot een onderbesteding van 600.000 euro. Voorzitter, als u googelt op ‘responsieve aanpak’, dan lijkt dit alleen voorbehouden te zijn aan onderwijs, kleine kinderen en de overheid met als belangrijke kenmerk: ‘Nog zoekende wat betreft concreet te behalen resultaten’.

De vraag aan de gedeputeerde is dan ook: Wanneer is u zoektocht naar te behalen resultaten afgerond en kunnen we eindelijk over tot effectief helpen van de Brabanders?

Moratorium
Voorzitter, in de categorie ‘lang wachten en niet weten waar we aan toe zijn’ valt ook het tijdelijk moratorium geitenhouderij. Hier was toch het karakter ‘tijdelijk’ en zouden we niet onnodig lang wachten op langdurige GGZ-onderzoeken? De gedeputeerde zou zelf een onderzoek starten en binnen 3 tot 6 maanden duidelijkheid verschaffen.

Kan de gedeputeerde aangeven wat de status is van het moratorium?

Voorzitter, mijn laatste maar zeker niet minste punt is de overbesteding op organisatiekosten. Voorzitter, in het kader van realistisch ramen zijn de begrotingen op programma’s naar beneden bijgesteld gedurende het jaar, de bijbehorende organisatiekosten laten alleen een stijging en overschrijding zien. De vraag aan de gedeputeerde is: Wat is de oorzaak van deze overschrijdingen op organisatiekosten, en waar blijft de strakke sturing hierop? Welke relatie ziet de gedeputeerde tussen deze overschrijdingen en juist forse besparingen van 4,5 miljoen op primaire werkprocessen? 

Kortom voorzitter, we hebben nog een weg te gaan als het gaat om het meten of doelen behaald zijn, sturen op resultaat en hiermee samenhangend realistisch ramen.

Voorzitter, ik ga afsluiten met een laatste illustratief voorbeeld…

Voorzitter, we hebben besloten dat de ingang van de bezoekersparkeerplaats bij het Provinciehuis anders moest. Daar is lang over nagedacht, normen op losgelaten, plannen gemaakt en uiteindelijk gerealiseerd. Alleen wat blijkt nu: de praatpaal staat reuze onhandig en levert zelfs gevaarlijke situaties op. Er wordt een groot beroep gedaan op de rijvaardigheid én fysieke gesteldheid van onze bezoekers. Vanuit hun zichtveld kan de griffie u er alles over vertellen.
Tja, wat doe je dan als best bestuurde decentrale overheid met concrete geluiden en feedback van de Brabanders, nu blijkt dat het resultaat er wel staat, maar het doel nog lang niet is gehaald?

Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar jaarstukken 2017 (18 mei 2018)

CDA: “Verbeter bewegwijzering Loonse en Drunense Duinen”

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant extra bewegwijzering richting de Loonse en Drunense Duinen mogelijk maakt, zodat toeristen en recreanten het natuurgebied beter weten te vinden. Statenlid Marcel Deryckere heeft hiertoe mondelinge vragen aangemeld voor de vergadering van Provinciale Staten, het Brabantse parlement, die vanmiddag plaatsvindt.

Al geruime tijd proberen de gemeente Loon op Zand en het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen om óók bij de afslag Loon op Zand aan de N261 bewegwijzering naar de Loonse en Drunense Duinen toe te voegen. De gemeente Loon op Zand is bereid de kosten hiervan op zich te nemen gelet op het belang van toerisme en recreatie voor de regio.

Tot op heden staat de provincie deze extra bewegwijzering echter niet toe. Als reden geeft zij dat het ‘onmogelijk’ zou zijn om op een weg tweemaal te verwijzen naar dezelfde locatie. Echter, mede als gevolg van provinciaal beleid zijn er twee verschillende Natuurpoorten (startpunten voor fiets- en wandelroutes door de Brabantse natuur) om naar te verwijzen: Natuurpoort Herberg Manege van Loon én Natuurpoort De Roestelberg.

Deryckere wil van het provinciebestuur het volgende weten:

  1. Waarom weigert de provincie de bewegwijzering aan te passen?
  2. Is de provincie het met het CDA eens dat de bekend- en bereikbaarheid van Natuurpoorten voor Brabant van groot belang is?
  3. Begrijpt de provincie vanuit recreatie- en bereikbaarheidsperspectief het belang van de gemeente Loon op Zand en het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen om naar beide Natuurpoorten te kunnen verwijzen?
  4. Waarom is het niet mogelijk om naar beide Natuurpoorten, Herberg Manege van Loon en De Roestelberg, te verwijzen in de bewegwijzering op de N261?

Deryckere: “Dit lijkt een typisch voorbeeld van een provinciale regel die een praktische oplossing onnodig in de weg zit. Als CDA hopen we dat de verantwoordelijke gedeputeerde dat óók vindt en hij de weg vrijmaakt voor de extra bewegwijzering waar de gemeente Loon op Zand en het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen terecht om vragen.“

Mondelinge vragen over vervuilde ammoniakmetingen meetstation Vredepeel

Mondelinge vragen van Statenleden Ton Braspenning en René Kuijken over vervuilde ammoniakmetingen van meetstation Vredepeel.

Klik op de volgende link: Mondelinge vragen over vervuilde ammoniakmetingen meetstation Vredepeel.

Geachte voorzitter,

Afgelopen week berichtten veel (agrarische) media over de ‘vervuiling’ in de meetgegevens van meetstation Vredepeel met betrekking tot ammoniak. Die zou worden veroorzaakt doordat het station is gelegen op ongeveer 150 meter van een groot pluimveebedrijf, terwijl richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) uitgaan van minimaal 300 meter. De analyses van de onderzoekers laten zien dat het pluimveebedrijf grote invloed heeft en zorgt voor een vertekening van de metingen ammoniakconcentratie.

Ook de provincie Noord-Brabant heeft deze vervuilde, vertekende gegevens gebruikt bij de uitgangspunten voor haar beleid. Hierom zou het CDA graag de volgende mondelinge vragen willen stellen aan het college van Gedeputeerde Staten, tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 18 mei 2018:

01. Wat is de reactie van het college van Gedeputeerde Staten op het gegeven van de onderzoekers dat Brabantse ammoniakcijfers lijken te zijn ‘opgeplust’ door verkeerde gegevens?

02. Hoe komt het dat de locatie van het meetstation Vredepeel in een rapport van de provincie is veranderd ten opzichte van de werkelijke locatie?

03. 

  1. Was u op de hoogte van deze situatie?
  2. Wat vindt u hiervan?

Het CDA heeft in het (recente) verleden meerdere malen aandacht gevraagd voor het ter discussie staan van de meetgegevens van ammoniak. Dit heeft zich onder andere gemanifesteerd in twee moties getiteld Meten is weten.

04. Bent u het met het CDA eens dat de gegevens over de ammoniakdepositie nu toch weer extra ter discussie staan?

05. Verwacht u niet, net zoals het CDA, dat er zonder betere en meer meetpunten de discussie over de kwaliteit van de meetgegevens blijft terugkeren?

06. Verwacht u dat het in twijfel trekken van de ammoniakgegevens uw beleid juridisch kan ondermijnen?

07. Bent u het met het CDA eens dat de discussie over de betrouwbaarheid van het meten en modelleren van ammoniakdepositie afleidt van waar het echt over zou moeten gaan: hoe dringen we op een economisch en maatschappelijk proportionele manier de ammoniakdepositie terug?

08. Welke acties gaat u ondernemen om de betrouwbaarheid van de meetgegevens voor eens en voor altijd buiten discussie te plaatsen?

Wij hopen dat de procedurevergadering van Provinciale Staten positief besluit over toelating van deze mondelinge vragen tot het Vragen(half)uur tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 18 mei 2018.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en René Kuijken

Schriftelijke vragen over onorthodoxe anti-drugsmaatregelen

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt, René Kuijken en Marcel Deryckere over onorthodoxe anti-drugsmaatregelen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over onorthodoxe anti-drugsmaatregelen.

Geacht college,

Deze week kopte het Brabants Dagblad dat de politie in Brabant een extra toename van lozingen van drugsafval verwacht met name in afgelegen natuurgebieden. De extra dumpingen zouden te maken hebben met de extra productie van drugs vanwege de start van het festivalseizoen.

Dergelijke dumpingen zijn niet alleen slecht voor het milieu, maar leveren ook een gevaar op voor de volksgezondheid. Daarnaast zien wij ook een toenemend veiligheidsrisico voor onze inwoners, omdat drugsdumpers steeds brutaler worden en zich nietsontziend gedragen. Je zult als argeloze bezoeker in een afgelegen Brabants natuurgebied maar bij toeval op dumpende criminelen stuiten.

Inmiddels is ons en u genoegzaam bekend dat het toezicht in deze gebieden verre van optimaal is.

Hoewel het CDA de inspanningen van de provincie om dit probleem aan te pakken waardeert, zien wij toch nog een aantal mogelijkheden die zouden kunnen helpen. 

Wij zouden graag zien dat uw college in overleg met politie en gemeenten enkele experimenten opzet met alternatieve vormen van toezicht ter bestrijding van het dealen in en dumpen van drugs. Wij denken hierbij specifiek aan het plaatsen van camerapoorten. Een natuurgebied als de Biesbosch met slechts enkele toegangswegen zou zich wat ons betreft hiervoor prima lenen. Maar ook bij andere natuurgebieden, zoals de Loons en Drunense Duinen, zou dit een mogelijkheid kunnen zijn. Een andere variant is het inzetten van drones. Al eerder heeft onze fractie deze suggestie bij u neergelegd.

Gelet op het bovenstaande hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Herkent u het door de politie geschetste beeld?
  2. Bent u het met ons eens dat we ons niet bij deze dreigende werkelijkheid mogen neerleggen?
  3. Bent u er, net als wij, voor in om wellicht minder orthodoxe maatregelen te treffen die dit probleem aanpakken?
  4. Ziet u mogelijkheden voor cameratoezicht en de inzet van drones? En indien ja, welke Brabantse gebieden zouden hier volgens u voor in aanmerking komen?
  5. Welke stappen heeft u inmiddels gezet naar aanleiding van onze eerder gedane suggesties ten aanzien van de inzet van drones?
  6. Welke andere (innovatieve/onorthodoxe) maatregelen ziet u bij de bestrijding van drugsdumpingen tot de mogelijkheden behoren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Roland van Vugt, René Kuijken en Marcel Deryckere

Schriftelijke vragen over vergoeding mezenschade

Schriftelijke vragen van Statenlid Ton Braspenning over het vergoeden van vraatschade aan fruitbomen veroorzaakt door mezen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over vergoeding mezenschade.

Geacht college,

Op 9 mei jl. oordeelde de Raad van State dat provincies vraatschade veroorzaakt door mezen moeten blijven vergoeden1, zoals te lezen was in o.a. het Algemeen Dagblad2 en agrarisch weekblad Nieuwe Oogst3.

Tot 1 januari 2017 konden fruittelers bij mezenschade rekenen op een (afgebouwde) schadevergoeding van het Faunafonds. Sindsdien bestaat het Faunafonds niet meer en is met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet natuurbescherming het fauna(schade)beleid gedecentraliseerd naar de provincies. Die zijn van mening dat mezenschade tot het ‘normaal ondernemersrisico’ behoort en niet hoeft te worden vergoed. Per 1 januari 2017 ontvangen fruittelers daarom géén schadevergoeding meer.

Het CDA is het met de fruittelers eens dat van normaal ondernemersrisico echter geen sprake is. De mees is een beschermde zangvogel, wat het nemen van effectieve maatregelen, op een bedrijfseconomisch verantwoorde manier, onmogelijk maakt. Het gevolg: fruittelers blijven zitten met aangepikt en onverkoopbaar fruit.

De Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO) ging op 2 augustus 2017 tegen de beslissing van het Faunafonds en de provincies in beroep en kreeg van de rechter gelijk: bij vraatschade moet schadevergoeding worden blijven gegeven. Naar aanleiding van het hoger beroep aangetekend door de provincie Gelderland fluit nu ook de Raad van State de provincies terug.

Nu het fruitseizoen voor de deur staat, wil het CDA de schadevergoeding voor fruittelers snel geregeld zien en heeft voor u de volgende vragen: 

  1. Bent u bekend met de uitspraak van de Raad van State d.d. 9 mei jl. over het vergoeden van mezenschade?
  2. Wat gaat u aan de hand van deze uitspraak doen?
  3. Bent u, gegeven de naderende start van het fruitseizoen, bereid om Provinciale Staten hierover op korte termijn te informeren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning

1 Zie https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=95043&summary_only=&q=.

2 Zie https://www.ad.nl/zeeland/raad-van-state-blokkeert-afbouw-vergoeding-mezenschade-perenboomgaarden-kapelle~a44c9314/.

3 Zie https://www.nieuweoogst.nu/nieuws/2018/05/09/rechter-fluit-provincies-terug-om-mezenschade.