CDA op werkbezoek in Keldonk i.h.k.v. ‘flankerend beleid’ veehouderij

Op uitnodiging van de ZLTO-afdeling Veghel brengt het CDA op 30 oktober een werkbezoek aan Keldonk. Het werkbezoek staat in het teken van het zgn. ‘flankerend beleid’ voor de veehouderij, een pakket maatregelen dat boeren moet helpen om te voldoen aan de nieuwe milieu-eisen die de provincie afgelopen zomer vaststelde.

Op het programma staan o.a. bezoeken aan twee melkvee-/vleesvarkensbedrijven, waar de effecten van de nieuwe eisen en voorgestelde maatregelen duidelijk merkbaar zijn.

Statenlid en landbouwwoordvoerder Ton Braspenning (CDA):

“Heel goed dat de ZLTO het initiatief heeft genomen om dit werkbezoek te organiseren. Niet alleen Veghel maar ook andere ZLTO-afdelingen hebben politieke partijen in hun stallen en aan hun keukentafels uitgenodigd om te spreken over de gevolgen van het nieuwe beleid van de provincie.

Het CDA is van begin af aan kritisch geweest op de nieuwe milieuplannen, die hard ingrijpen in de agrarische sector. Ook over de verzachtende maatregelen, het ‘flankerend beleid’ dat nu voorligt, hebben we onze zorgen. Zo blijft de vraag of boeren, gegeven de vervroegde deadline van de provincie, wel tijd en geld genoeg hebben om te kiezen voor de beste milieuoplossing i.p.v. de snelste en goedkoopste.

Als CDA zien wij andere manieren om de gestelde milieudoelen halen, die boeren meer tijd geven om verantwoorde investeringen te doen.”

Spreektekst Huseyin Bahar – Bestuursrapportage 2017 27/10

Spreektekst1  Huseyin Bahar – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Bestuursrapportage 2017
(27-10-2017)

Voorzitter,

Voor ons ligt de voorlaatste BURAP van deze bestuursperiode. Een mijlpaal, we zijn over de helft. Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om GS, de griffie en alle ambtenaren te bedanken voor hun werk. Dag in dag uit zetten zij zich met hart en ziel in voor Brabant en de Brabanders. Daar mogen we best trots op zijn.

Voorzitter, de BURAP is niet alleen een uitgelezen kans om terug te blikken en successen te vieren, maar óók een moment om kritisch te kijken naar verbeterpunten. Dat is namelijk het echte cadeau van de BURAP. De centrale vraag hierbij is: wat hebben we nodig om Brabant nog mooier te maken? En om deze vraag te beantwoorden sta ik graag met u stil bij drie punten:

1. Realistisch ramen: een goede start, maar het kan nog mooier.
2. Resultaat beoordeling: is te mooi en kan realistischer.
3. Prestatie indicatoren: is moderne kunst en kan Bourgondischer.

Punt 1 – Realistisch ramen: een goede start, maar het kan nog mooier

Dit betekent scherp kijken naar de verwachte resultaten in de komende periode en de financiële planning hierop aanpassen.

Hoewel het CDA de eerste aanzet tot financieel realistisch ramen toejuicht, zijn wij nog niet tevreden. Om scherp te zijn op resultaten en financiële middelen, zou de maximale onderbesteding in de jaarrekening feitelijk afgezet moeten worden t.o.v. de oorspronkelijke begroting en niet t.o.v. de BURAP. Dit komt niet alleen ten goede aan de scherpte waarmee we kijken naar resultaat en doelstelling, maar heeft ook effect op onze inkomsten als provincie.

Onrealistisch ramen kost de provincie namelijk geld. Over de 128 miljoen hadden we bijvoorbeeld rente-inkomsten kunnen hebben. Zelfs met de huidige lage rente hebben we het dan op jaarbasis over enkele tonnen die we zijn misgelopen. Wij horen graag van de gedeputeerde wat het voornemen is voor 2018 én dienen hiertoe een motie in.

Voorzitter, om een beter beeld te krijgen van dit proces van realistisch ramen horen wij graag van de gedeputeerde een schets van het doorlopen proces voor.

Om aan de inkomstenkant te beginnen: we zien dat er een vrije begrotingsruimte ontstaat m.n. door de groei van de provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting. Dit leidt zelfs tot een structurele stijging van 3,5 miljoen euro op jaarbasis. Kunt u aangeven waar deze groei vandaan komt en waarom als ‘structureel’ wordt betiteld?

Ten aanzien van SmartwayZ.NL lezen we terug dat de realisatie vooral doorschuift naar volgend jaar. We lezen ook terug dat de markt zal worden uitgedaagd in oplossingen. Kan de gedeputeerde aangeven welke concrete resultaten hij verwacht en waarop de meerjarige ramingen zijn gebaseerd?

Punt 2 – Resultaat beoordeling: is te mooi en kan realistischer

Voorzitter, al vanaf de eerste pagina’s van de BURAP is grote moeite gedaan om aan te kunnen geven dat er ‘beweging’ zit in Brabant c.q. de provincie. De vraag is echter of er ook echt beweging in zit, als we te maken hebben met een onderbesteding van 128 miljoen euro. De onderbesteding is in de afgelopen jaren van enkele procenten gestegen naar ruim 20%. Vrij vertaald zou je dus kunnen stellen dat 1 op de 5 doelstellingen niet is gehaald…

Voorzitter, om te schetsen welke mooie woorden we gebruiken neem ik u ter illustratie graag mee naar pagina 3 en de algemene voortgang van de programma’s.

– Programma Bestuur: de uitvoering loopt conform planning.
– Programma Ruimte: de uitvoering ligt op schema.
– Programma Natuur, Water en Milieu: de 3 opgaven liggen goed op koers.
– Programma Economie: Economie ligt goed op koers, Energie ligt op koers.
– Programma Mobiliteit: geen planning of koers te lezen, wel bezig met Toekomst Mobiliteit en Kwaliteitsvisie Onderhoud.
– Programma Cultuur en Samenleving: wederom geen planning of koers te lezen, de 4 verhalen worden steeds verder uitgewerkt.

Voorzitter, het blijft verbazingwekkend dat we zelfs op één pagina zoveel verschillende MOOIE bewoordingen nodig hebben. Het CDA ziet hier toch graag eenduidige en transparante bewoordingen. Het hoeft niet zo complex te zijn. Je ligt of op schema, achter op schema of loopt voor schema. Drie woorden, op, voor of achter, kunnen alles verklaren. Als CDA dienen wij daarom ook graag een motie in om voor de voortgang alléén deze woorden te gebruiken. En wees gerust voorzitter: om het mooier te maken mag u van ons elk lettertype gebruiken dat u wenst, zolang het maar deze drie transparante woorden zijn.

Voorzitter, om een link te leggen naar een specifiek voorbeeld en realistische resultaat beoordeling haal ik graag het Groen Ontwikkelfonds Brabant aan. We zien een totale opgave van 3.100 ha. In termen van realisatie zien we hier echter nog slechts een kleine 10 procent van terug. Dit wordt vervolgens wel aangegeven als CONFORM PLANNING. En overall ligt NATUUR goed op koers. Voorzitter, ik kan dit niet rijmen. Kan de gedeputeerde aangeven hoe realistisch deze beoordelingen zijn?

Punt 3 – Prestatie indicatoren: is moderne kunst en kan Bourgondischer

Voorzitter, de wijze waarop we omgaan met het rapporteren van prestatie indicatoren doet toch een groot beroep op de verbeeldingskracht, zoals je dat ook van moderne kunst kunt verwachten. We zien inmiddels gelukkig meer indicatoren en streefwaarden, maar voortgang rapporteren wordt nog te vaak aangeduid als CONFORM PLANNING. Voorzitter, ook hier geldt: hoe moeilijk kan het zijn om het gerealiseerde resultaat te vermelden? Ik neem u graag mee in een aantal voorbeelden om dit toe te lichten:

Bij de productgroep algemeen economisch beleid zien we een aantal concrete streefwaarden voor bijvoorbeeld handelsmissies, informatiebijeenkomsten, acquisitieprojecten etc. De voortgang lezen we als CONFORM PLANNING. Kan de gedeputeerde aangeven hoeveel handelsmissies er al zijn gerealiseerd? En zo ja, waarom wordt dit dan niet opgenomen in de BURAP?

Tweede voorbeeld: bij bedrijfsvoering zien we duidelijke streefwaarden in percentages. Voortgang wederom alleen CONFORM PLANNING. Kan de gedeputeerde aangeven wat het percentage tijdig afgehandelde subsidieaanvragen is? Zo ja, waarom wordt dit dan niet opgenomen in de BURAP?

Voorzitter, als CDA zien wij graag een eenduidige en transparante rapportage. Een mooi schilderij van het Brabantse natuurlandschap is toch veel duidelijker dan moderne kunst. Bij streefwaarden horen concrete resultaten in de voortgang en geen vage containerbegrippen. Zijn er geen resultaten, dan zien wij graag een korte toelichting waarom deze niet beschikbaar zijn. In onze aangekondigde motie maken we dit ook voor punt 2 en 3 expliciet.

Voorzitter,

Ik ga afronden. Het realistisch ramen heeft GS gedwongen om de roze bril van alleen maar ambitie af te zetten en de LEESBRIL erbij te pakken om scherper te kijken naar daadwerkelijke resultaten. Hierbij moeten we ook constateren dat alleen een leesbril niet voldoende is en er eenduidige en transparante meetwaarden moeten zijn om te lezen.

Voorzitter, om Brabant nog mooier te maken, is ambitie mooi, maar resultaat nog mooier.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Huseyin Bahar Bestuursrapportage 2017 (27 oktober 2017)

Spreektekst Ton Braspenning – Ondersteunende maatregelen transitie veehouderij 27/10

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over ondersteunende maatregelen transitie veehouderij
(27-10-2017)

Voorzitter,

We zijn een maand verder en zitten hier opnieuw bij elkaar om te praten over het flankerend beleid voor de veehouderij. En wéér moeten we constateren dat de voorliggende maatregelen geen recht doen aan die ondernemers die al bezig zijn om via concepten als Beter Leven en Biologisch óf die via  een andere benadering van de traditionele landbouw regelingen aan te passen. Het CDA heeft hier al eerder voor gepleit en doet dat nu nogmaals.

U schrijft dat GS de hardheidsclausule ‘kan’, let op dat woordje, gebruiken als het kalf bijna is verdronken. Wij zouden graag zien dat u deze al ver vóór dat moment inzet.

Bovendien hadden we gehoopt én bepleit dat ketenpartners nu eindelijk mee zouden denken, maar uit niets blijkt dat dit ook is gebeurd. En we willen hier nogmaals benadrukken dat het essentieel is voor het slagen van verduurzaming om samen aan tafel te gaan. Met ketenpartners, maar óók met de Regiegroep Vitale Varkenshouderij.

En daar is nog een partner bij gekomen: de landelijke overheid, die bereid is om, geheel in lijn met onze denkrichting, maar liefst 200 miljoen euro te investeren in een warme sanering. Met name voor Brabant. Onze nieuwe regering lijkt het dus te begrijpen: saneer waar het knelt bij wonen en natuur en maak géén idiote, generieke regelgeving voor heel Brabant. Wij zouden graag zien dat de provincie het geld uit Den Haag gebruikt om daar een substantieel bedrag bij te doen, en een doorrekening te maken van dat effect. De door u zo geroemde ‘multiplier’.

Bij de innovatieve stalsystemen, waar het CDA groot voorstander is, noemt u drie voorbeelden, die echter nog lang niet toe aan een brede uitrol. En daarmee komen we weer op de weerbarstigheid van de vergunningverlening, die in schril contrast staat met uw jaarplanningen. Wat wij niet willen, zijn zgn. ‘end-of-pipe oplossingen’. Zoals een luchtwasser in een geitenstal of melkveestal. Dat is pure verkwisting van het financieringsvermogen van de sector.

Omschakelen naar ‘natuurinclusief boeren’: wat verstaat u daar nu precies onder, wanneer voldoe je daaraan, en wat wilt u bereiken met de grondbank waar maar liefst 30 miljoen euro voor is gerreserveerd?

En dat brengt me bij die 75 miljoen euro aan flankerend beleid… 30 miljoen euro voor de grondbank, 17,5 miljoen euro stelpost en 15 miljoen euro voor een investeringsfonds… dan blijft er 12,5 miljoen euro over waar vooral adviseurs, ambtenaren en iedereen rondom de landbouw een graantje van mee pikken. En de boer? Die blijft met de risico’s blijft zitten.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning ondersteunende maatregelen transitie veehouderij (27 oktober 2017)

Opinie Marcel Deryckere en Patricia Brunklaus: ‘Orkest verdient een betere behandeling’

Gastopinie van Statenleden Marcel Deryckere en Marcel Deryckere in het Brabants Dagblad d.d. 23 oktober 2017.

‘Orkest verdient een betere behandeling’

GASTOPINIE De manier waarop de provincie met de Philharmonie Zuidnederland is omgegaan de afgelopen maanden is teleurstellend en Brabant onwaardig. Hoog tijd om een en ander recht te zetten.

Afgelopen zomer verraste de provincie Noord-Brabant vriend en vijand met de aankondiging dat zij de Philharmonie Zuidnederland met een half miljoen euro wil korten op haar jaarlijkse subsidie. Verantwoordelijk gedeputeerde Henri Swinkels deelde het besluit op donderdagochtend 13 juli mee via de media. Met Provinciale Staten, het orkest en andere subsidiepartners als de provincie Limburg en het rijk was niet overlegd. Er volgde een storm van kritiek.

De bewuste persconferentie van 13 juli leverde meer vragen op dan antwoorden. Bijvoorbeeld over de motivatie om te bezuinigen, de gevolgen voor het orkest, de besteding van de half miljoen vrijgemaakte euro’s en de gevolgde procedure. Er waren schriftelijke vragen aan de gedeputeerde, een overleg met de verschillende cultuurwoordvoerders, een spoeddebat én Kamervragen aan de minister voor nodig om op die vragen antwoord te krijgen.

“Wie zo’n ingrijpend besluit neemt, dient hierover op zijn minst met alle betrokken partijen te spreken”

En de uiteindelijke antwoorden waren helaas allerminst bevredigend. Daarom vroegen CDA en GroenLinks een spoeddebat aan. Ook toen kon de gedeputeerde niet duidelijk maken waarom de Philharmonie Zuidnederland in 2018 en in de jaren daarna een half miljoen euro moet inleveren, ten gunste van ons nog onbekende symfonische initiatieven. En dat terwijl Provinciale Staten, de Brabantse volksvertegenwoordiging, alléén mandaat hebben gegeven om 2 miljoen euro jaarlijks voor de Philharmonie te bestemmen.

Vraagtekens

Daarnaast zijn er vraagtekens bij de motivatie van het kortingsbesluit en de rol die het onderzoek van Berenschot en Haenen hierbij heeft gespeeld. In opdracht van de provincies Noord-Brabant en Limburg zijn verschillende toekomstscenario’s voor de Philharmonie onderzocht. Het onderzoek bevatte géén conclusies en kon vrij worden geïnterpreteerd.

Hoe de provincie Noord-Brabant dit gedaan heeft, welke conclusie(s) zij heeft getrokken en waarom deze afwijken van de conclusies van de provincie Limburg, is een raadsel. Het belangrijkste argument dat de provincie aanvoert voor haar besluit, dit onderzoek, zou niet met raadsels omgeven mogen zijn.

Tot slot bestaat er bij alle bij het orkest betrokken partijen én bij het orkest zelf verontwaardiging over de wijze van informeren en communiceren door de provincie. In antwoord op Kamervragen noemde de minister deze werkwijze ‘teleurstellend’, een kwalificatie die breed wordt gedeeld. Wie immers zo’n ingrijpend besluit neemt, dient hierover op zijn minst met alle betrokken partijen te spreken. Vooraf en niet achteraf. Dat zo’n overleg pas op 20 oktober, ruim drie maanden na bekendmaking van het besluit, heeft plaatsgevonden, is Brabant onwaardig. Hier kennen we een overlegtraditie en doen we het samen.

Dit ‘samen doen’ is bovendien vastgelegd in artikel 3.1 van het Cultuurconvenant 2017-2020, dat mede door de Brabantse gedeputeerde cultuur is ondertekend. Hierin staat dat subsidiëring van instellingen als de Philharmonie Zuidnederland, onderdeel van de landelijke culturele basisinfrastructuur, tot in elk geval 2020 een gezamenlijke verantwoordelijkheid van lokale, regionale en landelijke overheden is.

“Het toekennen van meer of minder geld mag dan een politieke keuze zijn, behoorlijk bestuur is dat niet”

De Philharmonie Zuidnederland is het enige regio-orkest in Zuid-Nederland, na het samengaan van het Limburgs Symfonie Orkest en Het Brabants Orkest in 2013. Het orkest vervult een belangrijke rol in de Brabantse en Limburgse samenleving op zowel muzikaal als educatief terrein. Met relatief weinig mensen wordt veel werk verzet. Die unieke positie, maatschappelijke rol en het brede takenpakket verplichten ons om zorgvuldig met het orkest om te gaan. Zeker na jaren waarin veel cultuurgelden in de Randstad terechtkwamen en de regio het nakijken had.

Veel schade

Het toekennen van meer of minder geld mag dan een politieke keuze zijn, behoorlijk bestuur is dat niet. Daaronder valt een zorgvuldige procedure, deugdelijke motivatie en kraakheldere wijze van informeren en communiceren. Aan alle drie heeft het de afgelopen maanden ontbroken, met veel schade tot gevolg.

De provincie Noord-Brabant doet er dan ook goed aan haar besluit te heroverwegen en met het orkest en al zijn subsidiepartners tot een gedragen voorstel te komen voor de toekomst van de Philharmonie Zuidnederland. Een orkest dat Brabant lief heeft.

Marcel Deryckere (CDA) en Patricia Brunklaus (GroenLinks) zijn lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant.

Schriftelijke vragen over stand van zaken POP3

Schriftelijke vragen van Statenlid Ton Braspenning over de stand van zaken van plattelandsontwikkelingsprogramma POP3.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over stand van zaken POP3.

Geacht college,

Het plattelandsontwikkelingsprogramma POP3 is een Europees subsidieprogramma voor het ontwikkelen, verduurzamen en innoveren van de agrarische sector in Nederland1.

Bij de vorige plattelandsontwikkelingsprogramma’s POP1 en POP2 was de Rijksoverheid verantwoordelijk voor de uitvoering. In het geval van POP3 is dat de provincie, die de subsidies verstrekt. POP3 loopt van 2014 tot 2020.

Voorbeelden van POP3-subsidies in de provincie Noord-Brabant zijn Innovaties voor precisiebemesting (2015), Jonge Landbouwers (2016) en Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische bedrijven (2017).

Voor de agrarische sector, zowel agrarische ondernemers als agrofood-ketenpartners, zijn de plattelandsontwikkelingsprogramma’s een belangrijk stimuleringsinstrument om te innoveren, verduurzamen en concurrerender te worden. Helemaal in lijn dus met uw eigen ambities in het Bestuursakkoord.

Gelet op het grote belang van de plattelandsontwikkelingsprogramma’s voor de Brabantse landbouw is het CDA benieuwd hoe de uitvoering van plattelandsontwikkelingsprogramma POP3 ervoor staat.

Wij hebben voor u daarom de volgende vragen:

01. Wat is de stand van zaken van plattelandsontwikkelingsprogramma POP3 in Brabant?

  1. Ligt de uitgifte van de voorziene begroting per subsidiemaatregel op schema?
  2. Worden de termijnen voor het beoordelen van subsidieaanvragen én voor uitbetaling binnen de gestelde Awb2-eisen gehaald?
  3. Reageert de beoogde doelgroep conform de verwachting op de oproepen? Indien niet, wat is hiervan de reden?

02. Stemt u de invulling van de subsidiemaatregelen af met:

  1. naburige provincies teneinde concurrentie te voorkomen?
  2. de Rijksoverheid, daar waar het met agrarische sectoren afgesproken doelen t.a.v. innovatie en duurzaamheid betreft?

03. Wat zijn de eerste bevindingen en ervaringen van de nieuwe, decentrale opzet van POP3 door de provincie? In het bijzonder die van de subsidiemaatregelen die voorheen door het Rijk werden uitgevoerd.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning

1 Op citaat: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

2 Algemene wet bestuursrecht.

Uitnodiging PPP: De toekomst van christendemocratische politiek

UITNODIGING           

Datum: Donderdag 26 oktober 2017
Tijd: 20.00 uur – 22.00 uur
Ontvangst vanaf 19.30 uur
Locatie: Huize Groenberg, Molenstraat 27 in Oirschot
Genodigden:

 

Vriendelijk

Verzoek:

CDA-ers en belangstellenden

Relaties PPP
Gelieve dit door te zenden aan mensen in uw eigen omgeving die zich mogelijk door het onderwerp aangesproken voelen of meer in het algemeen, aan mensen die maatschappelijke belangstelling hebben.

Gelieve u tevoren aan te melden!

Inleider: Prof. Govert Buijs

Thema: De toekomst van christendemocratische politiek


Geachte CDAers, geachte belangstellenden,

Op donderdag 26 oktober organiseert de CDA-Brabant groep Praktische Politieke Philosophie een dialoogconferentie over de toekomst van christendemocratische politiek. Het thema zal ingeleid worden door professor Govert Buijs. U bent van harte welkom.

Wat is christendemocratische politiek? En hoe zou deze zich kunnen en moeten onderscheiden van democratische politiek en van christelijke politiek? Hoogleraar Govert Buis zal hierover zijn licht laten schijnen.
Verder gaat hij in op het ontstaan van politieke partijen en op hedendaagse politiek met 26 partijen op het stembiljet. Ook deelt hij met ons zijn gedachten over de toekomst van politieke partijen in het algemeen.
Aansluitend wordt u van harte uitgenodigd deel te nemen aan de dialoog.

Prof. Govert Buijs studeerde politieke wetenschappen, filosofie en theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en in Canada. Hij is onderzoeker en docent en vanaf 2012 hoogleraar aan de VU. Vanaf 1 september 2017 is hij tevens bijzonder hoogleraar Christelijke filosofie in Rotterdam

Vriendelijke groet,

Mia Sol, vz PPP
06 27565443

Aanmelden: Graag horen we vóór 24 oktober via Elly Lammers pcbjlammers1@gmail.com of u aanwezig bent.

 

Schriftelijke vragen n.a.v. KBO-opinie Sociale Veerkracht

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere n.a.v. de opinie Sociale Veerkracht, de hippe hobby van ons provinciaal bestuur, geschreven door de Katholieke Bond Ouderen (KBO), afdeling Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen n.a.v. KBO-opinie Sociale Veerkracht.

Geacht college,

Op 5 oktober jl. publiceerde de Katholieke Bond Ouderen (KBO), afdeling Brabant, een opinie getiteld:

Sociale Veerkracht, de hippe hobby van ons provinciaal bestuur.

Naar aanleiding van deze opinie, die als bijlage aan deze schriftelijke vragen is toegevoegd (zie volgende pagina), heeft de fractie van het CDA voor u volgende vragen:

  1. Hebt u kennis genomen van de opinie Sociale Veerkracht, de hippe hobby van ons provinciaal bestuur, gepubliceerd door de KBO Brabant?
  2. Wat is uw inhoudelijke reactie op deze opinie? Deelt u de mening van de auteur? Waarom wel/niet?
  3. Is deze opinie, waarin het provinciebestuur specifiek wordt aangesproken, voor u aanleiding om hierover met de KBO Brabant, ambassadeur voor veel Brabantse ouderen, in gesprek te gaan?
  4. Welke punten uit de opinie neemt u mee in uw beleid t.a.v. Sociale Veerkracht?    

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

Publicatie KBO Brabant: opinie artikel – 5 oktober 2017

Sociale Veerkracht, de hippe hobby van ons provinciaal bestuur

De Koning zei het ooit in een troonrede: we leven in een participatiemaatschappij. ‘Meedoen’ is het devies. En dan niet op sleeptouw genomen worden door zogenaamde welzijnswerkers, maar zelfredzaam, zelf de regie over je leven voeren, samen met je sociale omgeving. Het zou een heuse ‘kanteling’ inhouden in de manier waarop mensen die hulp en ondersteuning nodig hebben, zouden worden bejegend.

Dat gegeven is aan het provinciaal bestuur van Noord-Brabant voorbij gegaan. Weliswaar wordt er beleid gevoerd onder de noemer ‘Sociale Veerkracht’, maar die veerkracht blijkt enkel te zitten in de sector van het welzijnswerk, in de onderzoeksinstituten en in de welzijnswerkers zelf. “Benoemt u het maar zoals u wilt, maar ons product blijft hetzelfde.” Als een dekseltje dat op elk potje past. Het vergt wat wringen, maar à la, het moet kunnen! Dat moet wel – het kan gewoon niet anders – de conclusie zijn na kennisneming van het onderzoeksrapport ‘Kwetsbaar Brabant’. ‘Met mij gaat het goed; met ons gaat het slecht’ is al jaren het devies van het Sociaal en Cultureel Planbureau als het eens in de twee jaar rapporteert over de Sociale Staat van Nederland. Het individu ervaart in het algemeen een hoge mate van zich welbevinden, maar het vindt ook dat het met de samenleving als geheel de verkeerde kant op gaat. Dat is al even zo en dat moet te denken geven.

De provincie Noord-Brabant heeft een variant bedacht: ‘Overall gaat het goed, maar niet overal.’ Dat ‘overall’ staat er niet zo maar: als het over Sociale Veerkracht gaat moet het doorspekt zijn met anglicismen, want anders is het niet van deze tijd en zeker niet van de ‘future’. En het is een en al ‘future’ wat de klok slaat; het beleven van het heden is aan de Brabander blijkbaar niet besteed.

Toch ken ik er wel een paar die zich vooral daarop richten. Als vrijwilliger ten behoeve van de medemens voor wie dat zelfredzame niet is weggelegd. Senioren vooral, want toen zij jong waren ging niet zoals nu meer dan de helft van de jeugd naar HBO of universiteit. Als er eentje was in de familie dan waren ze daar al trots op. We hebben de samenleving zo complex gemaakt dat je dat opleidingsniveau wel nodig hebt om zelfstandig je weg te vinden. Zoals onze vrijwilliger die op HBO-niveau acteert als hij of zij anderen behulpzaam is. Maar ‘vrijwilliger’ klinkt niet goed in de oren van het provinciaal bestuur, zal wel kwalitatief minderwaardig zijn, zal wel vrijblijvend zijn. Althans, dat mogen we afleiden uit de wijze waarop het provinciaal bestuur de vrijwilligers als een baksteen heeft laten vallen bij het lanceren van ‘Sociale Veerkracht’. Het provinciaal bestuur richt zich enkel nog op ‘young’ en ‘future’. De rest kan het schudden. Zogenaamd geen doelgroepenbeleid; je moet wel stekeblind zijn om dat te blijven geloven.

‘Het nieuwste Brabant’ was de veelbelovende titel van een dik boek waaraan velen – ook ik – een bijdrage hebben geleverd – ik in euro’s; anderen in inhoud – om een beeld te schetsen van waar we met ons allen naar toe willen. Ik begrijp nu dat dat Brabant tot stand zal moeten komen, niet dankzij het bestuur van de provincie Noord-Brabant, maar in weerwil van. Een gedachte waarbij de rillingen me over de rug lopen; zozeer is Brabant mij lief.

Gérard Mustert, secretaris KBO-Brabant

__________________________________________________________________

KBO-Brabant telt circa 130.000 leden die in zo’n 300 lokale Afdelingen zijn vertegenwoordigd. Voor de collectieve belangenbehartiging van senioren – onder meer richting gemeentelijke overheid – werken de Afdelingen samen in gemeentelijke KBO-Kringen. De KBO werd zo’n 70 jaar geleden in Brabant opgericht en KBO-Brabant is de grootste vereniging in de provincie. Daarnaast behoort KBO-Brabant tot de drie grootste seniorenverenigingen in Nederland.

Voor meer informatie over dit bericht kunt u contact opnemen met Marieke Hageman, communicatiemedewerker van KBO-Brabant. Telefoon (073) 644 40 66 of per e-mail: mhageman@kbo-brabant.nl.

Lambert van Nistelrooij – Europa anders

Onlangs benadrukte Commissievoorzitter Juncker het nog eens in zijn ‘State of the Union’, zijn jaarlijkse speech voor het Europees Parlement: de situatie in Europa is nu beter dan vorig jaar. Zowel politiek als economisch zijn verbeteringen merkbaar en zichtbaar. Ook komen er in Brussel nieuwe zaken op de agenda, zoals bescherming tegen cybercrime, versterking van de Eurozone en méér inzet op onderzoek en innovatie. Nu de vraag in Zuid-Nederland naar goed opgeleide mensen sterk toeneemt, zijn extra inspanningen nodig om tot oplossingen te komen. Samen met de Buitenlandcommissie van het CDA-Brabant organiseer ik daarom op 12 oktober bij Vanderlande in Veghel een speciale themamiddag.

Door extra investeringen groeit de economie in Europa weer, zelfs meer dan in de Verenigde Staten. Voor de politiek liggen er nog een aantal grote klussen, zoals de onderhandelingen over de Brexit, vorming van een Europese defensie en versterking van de buitengrenzen en van de Euro. Veel wordt verwacht van de samenwerking tussen Merkel en Macron, die vanuit Duitsland respectievelijk Frankrijk een scherper profiel willen geven aan Europa. Een Europa dat haar economie verder vernieuwt en zich houdt aan klimaatverdragen.

Europa moet het hebben van het omzetten van topkennis in het leveren van producten en diensten. Van ‘Bedacht in Europa’ naar ‘Gemaakt in Europa’. Door deze ontwikkelingen komen er ook op gemeentelijk en provinciaal niveau indringende vragen op ons af. In diverse sectoren komen we nu al mensen te kort. Wat kunnen we doen om onze werknemers bij de tijd te houden? Wat kan Europa daarbij betekenen? Tijdens de studiemiddag ‘Internationalisering arbeidsmarkt en scholing van werkenden ‘ ga ik met betrokkenen kijken, hoe we tot een initiatief kunnen komen. Zodat het opleidingsniveau bij bedrijven, vooral op HBO en MBO niveau, wordt verbeterd. Wilt u deelnemen of met mij in gesprek gaan? Ga dan naar www.lambertvannistelrooij.nl.

Schriftelijke vragen over truckstops in West-Brabant

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Huseyin Bahar over truckstops in West-Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over truckstops in West-Brabant.

Geacht college,

West-Brabant ontwikkelt zich razendsnel. Mede vanwege haar strategische ligging tussen Antwerpen en Rotterdam is de regio in 2017 dé nr. 1 logistieke hotspot van Nederland. Dat is goed nieuws voor o.a. de transportsector, die staat te springen om chauffeurs, en voor de gelegenheid in de regio.

Tegelijkertijd lijkt West-Brabant te lijden onder de wet van de remmende voorsprong: het aantal truckbewegingen groeit, maar faciliteiten en voorzieningen voor vrachtverkeer groeien niet mee. Sterker nog: het aantal truckstops neemt af. Dit leidt niet alleen tot een tekort aan parkeerplaatsen, maar ook tot een tekort aan sanitaire voorzieningen en verkooppunten van een betaalbare, gezonde maaltijd. Op 11 september jl. lazen we in dagblad BN De Stem dat truckers aan de bel trekken en vragen om meer (beveiligde) parkeerplaatsen en (betaalbare) wegrestaurants in West-Brabant1.

Als CDA delen we de oproep van de truckers. Willen we on-Brabantse toestanden, zoals overvolle parkeerplaatsen en oververmoeide chauffeurs, voorkomen én ervoor zorgen dat onze provincie gastvrij en economisch aantrekkelijk blijft, dan moeten de randvoorwaarden hiertoe wel in orde zijn.

Het CDA wil daarom dat de provincie haar verantwoordelijkheid neemt en kijkt hoe zij kan bijdragen aan het verbeteren van deze randvoorwaarden. In dit geval zijn dat de rij- en leefomstandigheden van chauffeurs, die blijkbaar nog verre van optimaal zijn. In Hazeldonk is een eerste, belangrijke stap gezet met de aanleg van een nieuwe, beveiligde truckparking, nu de rest van (West-)Brabant nog.

Wij hebben daarom voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het bericht in BN De Stem, d.d. 11 september jl., waarin truckers hun zorgen uiten over het tekort aan parkeerplaatsen en wegrestaurants in West-Brabant?
  2. Deelt u deze zorgen?
  3. Is de provincie op enigerlei wijze betrokken bij het oplossen van de onderliggende problemen, zoals het tekort aan beveiligde parkeerplaatsen?
  4. Indien ja, hoe is de provincie betrokken?
  5. Indien niet, waarom niet?
  6. Hoe is de Regio West-Brabant, een samenwerkingsverband van 19 gemeenten, hierbij betrokken?
  7. Bent u het met het CDA eens dat, willen we Brabant economisch aantrekkelijk en gastvrij houden, de randvoorwaarden hiertoe wel in orde moeten zijn?
  8. De oproep van de chauffeurs is een signaal dat deze randvoorwaarden in West-Brabant (nog) niet op orde zijn. Erkent u dat?
  9. Hoe kan de provincie, bijvoorbeeld via gericht beleid of een incidentele impuls, eraan bijdragen dat deze randvoorwaarden z.s.m. weer op Brabants hoog niveau komen, zodat truckers een veilige, comfortabele rit door onze provincie kunnen maken?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Huseyin Bahar

1  Zie https://www.bndestem.nl/brabant/trucker-wil-meer-parkeerplaatsen-en-wegrestaurants-in-west-brabant~a98d3ba2/.