Schriftelijke vragen over opgeheven buslijn 55 in Eindhoven

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Kees de Heer over de opgeheven buslijn 55 in Eindhoven.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over opgeheven buslijn 55 in Eindhoven.

Geacht college,

Sinds eind 2016 is buslijn 55 in Eindhoven opgeheven, een gevolg van de gewijzigde concessie voor het openbaar vervoer. Dit treft m.n. inwoners in het stadsdeel Tongelre, onder wie veel ouderen. Zij waren niet alleen voor hun dagelijkse boodschappen, maar ook voor bijvoorbeeld ziekenhuisbezoek en sociale contacten op deze busverbinding aangewezen.

Dat het opheffen van buslijn 55 veel Eindhovenaren in de problemen heeft gebracht, blijkt o.a. uit de resultaten van een handtekeningenactie, die duizenden handtekeningen tégen opheffing opleverde, en een enquête in opdracht van de gemeente, waarin tientallen bewoners van Tongelre aangaven niet meer zelfstandig van A naar B te kunnen reizen.

Als CDA vinden wij deze situatie zeer onwenselijk: niemand mag zijn uitgesloten van openbaar vervoer en kwetsbare groepen verdienen extra aandacht.

Bij het tot stand komen of wijzigen van een openbaar vervoer-concessie zijn de gemeente, de provincie en de vervoerder, in dit geval Hermes, betrokken. Omdat het uiteindelijk de provincie is die het besluit neemt, hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met de nadelige gevolgen die het opheffen van buslijn 55 heeft voor de inwoners van Eindhoven, in het bijzonder die in het stadsdeel Tongelre?
  2. Erkent u dat hierdoor voor een groep kwetsbare reizigers, namelijk ouderen, een probleem is ontstaan t.a.v. de bereikbaarheid van basisvoorzieningen als een supermarkt en een ziekenhuis?
  3. Bent u het met het CDA eens dat het vreemd is om éérst een buslijn op te heffen en pas dáárna de gevolgen in kaart te brengen en na te denken over alternatieve vervoersoplossingen?
  4. In hoeverre waren de aard en omvang van de nadelige gevolgen van het opheffen van buslijn 55 u vóór de enquête van de gemeente Eindhoven bekend? Wist u reeds voor het wijzigen van de concessie dat dit vooral veel ouderen in de problemen zou brengen?
  5. In antwoord op raadsvragen van o.a. het Ouderenappel verklaart de gemeente Eindhoven dat bij de zgn. lijnvoering voor een concessie ‘een efficiënte inzet van materieel en middelen in relatie tot de vervoersvraag leidend is’1. Hanteert u behalve dit efficiëntie-criterium nog meer (rand)voorwaarden, zoals toegankelijkheid en betaalbaarheid voor de reiziger? Indien ja, welke?
  6. Hoe ver zijn u, de gemeente Eindhoven en vervoerder Hermes met het realiseren van alternatief vervoer op maat voor de (oudere) inwoners van Tongelre? Graag een update en een tijdspad.
  7. Wat kan de provincie doen om de realisatie van alternatief vervoer op maat te bespoedigen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Kees de Heer

1 Zie https://eindhoven.raadsinformatie.nl/document/5090347/3/17bst00392%20Beantwoording%20raadsvragen%20OuderenApp%C3%A8l%20%28Verbeek%2C%20A_%20Rennenberg%29%2C%20PvdA%20%28Depla%29%20en%20GroenLinks%20%28Thijs%29%20over%20de%20Openbaar%20vervoerconcessie, pagina 3

CDA op werkbezoek bij Brabantse Ontwikkelings Maatschappij

Het CDA brengt op 29 september a.s. een werkbezoek aan de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM), gevestigd in Tilburg.

Aan het werkbezoek nemen zowel leden van de Brabantse als de Tilburgse CDA-fractie deel, onder wie de Tilburgers Marcel Deryckere (Lid van Provinciale Staten) en Cécile van Berkel (gemeenteraadslid).

De Brabantse Ontwikkelings Maatschappij ondersteunt Brabantse bedrijven die willen groeien en draagt aldus bij aan het versterken van de Brabantse economie. Aandeelhouders in de BOM zijn de provincie Noord-Brabant en het ministerie van Economische Zaken.

Op het programma van het werkbezoek staan verschillende presentaties en gesprekken met medewerkers van de BOM. Daarnaast maken de politici kennis met een van de bedrijven waarmee de BOM samenwerkt.

Statenlid Marcel Deryckere, initiatiefnemer van het werkbezoek:

“De BOM is voor Brabant een onmisbare partner bij het versterken van de Brabantse economie op lange termijn. Als CDA laten we ons graag bijpraten over actuele ontwikkelingen, de werkwijze van de BOM en hoe de BOM de samenwerking met overheden als de provincie Noord-Brabant ervaart. We zijn heel benieuwd.”

Opinie Stijn Steenbakkers – ‘Gevraagd: een luis in de pels’

Gastopinie van Statenlid Stijn Steenbakkers in het Brabants Dagblad d.d. 23 september 2017.

Gevraagd: een luis in de pels

Elke week vliegen bij Statenleden de miljoenen zo ongeveer om de oren. Een pleidooi voor een onafhankelijk financieel adviseur.

De Duitse dichter en schrijver Goethe zei eens dat ‘het niet genoeg s, te weten, maar dat men ook moet toepassen; het niet genoeg is, te willen, maar dat men ook moet handelen’. Met die wijsheid in het achterhoofd schrijf ik deze opinie. De afgelopen jaren zijn er uitgebreide rapporten van de Zuidelijke Rekenkamer (het orgaan dat Provinciale Staten van Brabant en Limburg helpt met hun taken) geweest die bevestigen dat de controle vanuit Provinciale Staten, met name op financiële/technische onderwerpen, beter kan. Deze rapporten waren over een breed scala aan onderwerpen: van de investeringsfondsen tot de grondexploitaties, van onderdelen van jaarrekeningen tot het beleid rondom de verkoop van deelnemingen. Een rode draad in deze rapporten was: Provinciale Staten van Brabant, versterk uw controle!

Belangrijke keuzes

Dat deze controle beter kan en Provinciale Staten hierin ondersteund moet worden, is op zichzelf ook niet gek. Je hebt te maken met 55 deeltijdpolitici met verschillende achtergronden bij wie de miljoenen zo ongeveer iedere week om de oren vliegen. Ter illustratie, we nemen besluiten over de Brabantse begrotingen en jaarrekeningen. In 2017 was de begroting bijvoorbeeld circa 1,3 miljard euro groot. Dit geld is verdeeld en wordt uitgegeven over honderden programma’s, regelingen en deelnemingen. Dan hebben we het nog niet eens over wat er in alle investeringsfondsen gebeurt (ook nog eens circa 1 miljard) of welke belangrijke keuzes er gemaakt moeten worden ten aanzien van de spaarpot (geld uit de verkoop van Essent) van Brabant.

En het enge is dat ik soms het gevoel heb dat niet iedereen in Provinciale Staten weet of kan overzien wat de financiële consequenties zijn van de beslissingen die men heeft genomen. Beslissingen waar men wel eindverantwoordelijk voor is! Dat voelt voor mij alsof je in een vliegtuig op 10 kilometer hoogte zit, naar de cockpit loopt, er niemand aantreft, maar wel constateert dat het vliegtuig op de automatische piloot doorvliegt. Dat kan niet.

Ik vind dat er in brede zin onvoldoende financiële controle door ons als Staten is. Wellicht ingegeven vanuit een verleden dat er altijd voldoende financiële middelen aanwezig waren in Brabant (helemaal na de verkoop van Essent). Dat geld kan er misschien wel zijn, maar er is volgens mij niets mis met zuinigheid en kritisch kijken hoe Brabants belastinggeld wordt uitgegeven. Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent. En met aanhoudend lage rentestanden en het verplicht schatkistbankieren (Brabants belastinggeld moet verplicht bij het ministerie van Financiën worden gestald) is ook die grens voor Brabant in zicht.

“Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent”

Eerste stap

Gelukkig ziet ook Provinciale Staten zelf dat er verbeteringen in haar financieel controlerende taak moeten komen. Een nieuwe manier van behandelen en voorbereiden van de jaarrekening is al doorgevoerd. Een goede eerste stap, maar dit gaat naar mijn idee lang niet ver genoeg.

Ik pleit voor een onafhankelijk fulltime financieel adviseur van Provinciale Staten. Die gevraagd en ongevraagd dossiers tot in detail licht en Provinciale Staten op eventuele zere plekken wijst. Een luis in de pels. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit een besef dat een permanente kritische blik voor heel Brabant gewenst is. Iemand die ten bate van Provinciale Staten meekijkt op specifieke financieel-technische dossiers. Iemand die onafhankelijk staat ten opzichte van Gedeputeerde Staten (het dagelijks bestuur) en losstaat van de ambtelijke hiërarchie. Afgelopen jaar is dit meerdere malen geprobeerd, maar keer op keer werden deze moties weggestemd, elke partij om de voor hen moverende redenen.

Maar naar mijn idee moet er nu iets gebeuren, anders kan ik de conclusies van het volgende rapport van de Zuidelijke Rekenkamer al raden! We weten allemaal dat het beter moet. Mijn oproep aan alle partijen is dan ook: denk aan de woorden van Goethe: ‘het is niet genoeg, te weten, men moet ook toepassen; het is niet genoeg, te willen, men moet ook handelen’.

 

 

Schriftelijke vragen over mobiel telefoonbereik in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over het mobiele telefoonbereik in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over mobiel telefoonbereik in Brabant.

Geacht college,

Op 31 oktober 2016 heeft het CDA schriftelijke vragen gesteld over het slechte mobiele telefoonbereik in Brabant.

Uit onderzoek bleek namelijk dat de Brabanders het mobiele telefoonbereik in hun provincie waardeerden met een 5,1, het slechtste in Nederland na de provincie Drenthe. In Sint-Oedenrode was dit cijfer nog lager: een 3,7. Voor inwoners van het dorp Olland was zelfs alarmnummer 112 regelmatig onbereikbaar.

Als CDA hebben wij onze zorgen geuit over deze situatie, die wij behalve onwenselijk ook gevaarlijk vinden. Kern van onze vragen was dan ook om als provincie, vanuit uw verbindende en signalerende rol, proactief met het ministerie van Economische Zaken, gemeenten, telecomaanbieders en andere partners te zoeken naar een snelle oplossing voor dit probleem.

In uw beantwoording van onze vragen (d.d. 22 november 2016) schreef u het niet als uw verantwoordelijkheid te beschouwen om u op dit onderwerp proactief te gaan opstellen, maar dat u wel een brief zou sturen aan de minister van Economische Zaken.

Inmiddels zijn we bijna een jaar verder en blijkt de mobiele bereikbaarheid in onze provincie nog steeds onvoldoende. Zo krijgt het CDA meerdere signalen uit Sint-Oedenrode/Olland dat inwoners bijvoorbeeld nog altijd geen 112 kunnen bellen. Wij vinden dat gevaarlijk, met name in het geval dat zich calamiteiten voordoen.

Gelet op de ernst en urgentie van deze situatie willen wij u via de volgende vragen oproepen tot actie:

  1. Kunt u bevestigen dat er een 112-dekkingsprobleem is in het dorp Olland (gemeente Meierijstad), waarbij zelfs alarmnummer 112 met grote regelmaat onbereikbaar is?
  2. Hebt u in beeld op welke plekken in Brabant de mobiele bereikbaarheid dusdanig slecht is, dat zelfs alarmnummer 112 niet kan worden gebeld?
  3. In uw beantwoording van onze schriftelijke vragen (d.d. 22 november 2016) schreef u destijds dat de provincie geen specifiek of flankerend beleid t.a.v. mobiele bereikbaarheid ontwikkelt, omdat dit geen verantwoordelijkheid is van de provincie. Is het voorbeeld van Olland voor u reden dit standpunt te herzien, nu blijkt dat de problemen met mobiel telefoonbereik nog steeds niet zijn opgelost en Brabanders hierdoor in (levens)gevaarlijke situaties terecht kunnen komen?
  4. Kunt u ons de brief doen toekomen die u, conform de toezegging in uw beantwoording van onze schriftelijke vragen (d.d. 22 november 2016), destijds aan de minister van Economische Zaken heeft gestuurd?
  5. Helaas lijkt uw brief aan de minister niet het gewenste effect te hebben gehad: inwoners van Olland, en mogelijk inwoners van vergelijkbare plaatsen, hebben nog steeds onvoldoende mobiel telefoonbereik. Wat kunt u als provincie nog voor deze mensen betekenen en wat hebt u hiervoor nodig?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

Spreektekst Stijn Steenbakkers – MKB-plusfaciliteit Brabant 22/09

Spreektekst1  Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de MKB-plusfaciliteit Brabant
(22-09-2017)

Voorzitter,

Ik kom iedere week veel positieve mensen en nog meer positieve verhalen tegen. Dat is fantastisch: ondernemers zien kansen waar anderen die niet zien en zijn ‘hands on’. Daar zouden we als samenleving echt iets van kunnen leren.

Maar voorzitter, voordat je in mijn vak besluit om geld toe te vertrouwen aan ondernemers, leer je bijzonder snel positiviteit te onderscheiden van doorgeschoten opportuniteit, maar vooral positieve verhalen te onderscheiden van ‘grote verhalen’. En weet u wat het mooie is: ik begin meer en meer te merken dat zoiets bijzonder handig is in de Brabantse politiek. Helemaal bij deze gedeputeerde. Want toegegeven: er ligt een bijzonder positief verhaal van de heer Pauli, of is het een groot verhaal?

Voorzitter, hoewel met 60 miljoen inleggen – en daardoor 600 miljoen vrijmaken – dit verhaal zich op het eerste gezicht goed zou kunnen kwalificeren als een ‘groot verhaal’, gelooft het CDA toch vooral dat het een mooi en positief verhaal is. De gedeputeerde geeft aan dat hij een goede kans ziet al deze gelden vrij te maken bij de verschillende andere partijen en maakt netjes een voorbehoud dat dit nog wel dient te gebeuren. Hoe groot schat hij de kans in dat we die 600 miljoen gaan halen?

Voorzitter, we willen inhoudelijk starten met complimenten aan de gedeputeerde voor de denkrichting en grote lijn van dit stuk, maar ook de snelheid waarmee dit richting de Staten is gekomen.

Voorzitter, de richting/grote lijn kunnen we als CDA dan ook ondersteunen. Het CDA is bijvoorbeeld zeer te spreken dat de provincie naast leningen ook de equity kant gaat oppakken en passief gaat mee participeren. We hebben nog wel enkele vragen over het voorstel, bijvoorbeeld over de financiële dekking, die we gedurende het debat aan de gedeputeerde zullen stellen. Maar daar gaan we de 1e termijn niet voor gebruiken.

Want voorzitter, het CDA gelooft dat we dit voorstel nog beter en slimmer voor Brabant kunnen maken aan de hand van 3 punten. Voor deze punten hebben we ook ondersteunende feiten gevonden in o.a. de in mei 2017 uitgebrachte financieringsmonitor van Panteia op verzoek van EZ, de brief van minister Kamp Actieplan MKB Financiering, het onderzoek naar familiebedrijven door Kammerlander en Van Essen in de Harvard Business Review en het onderzoek naar familiebedrijven door o.a. BDO.

En voorzitter, op die drie punten van verbetering wil ik mij in de eerste termijn richten. En ik beloof de gedeputeerde nu al dat hij van alle drie enthousiast gaat worden.

Punt 1

Voorzitter, allereerst familiebedrijven en de economische structuurgedachte. Misschien is het het toch eens waard om hier dieper met elkaar over van gedachte te wisselen.

De gedeputeerde neemt dit initiatief om de Brabantse economische structuur te versterken. Wanneer bedrijven door een betere financieringsstructuur eerder kunnen opschalen en groeien, leidt dit tot meer banen, een sterke economie en wellicht in het Statenstuk ook tot minder overnames over vertrek naar het buitenland.

Maar voorzitter, als het doel is de Brabantse economie verder te versterken, vernieuwen en op te schalen, dan ligt het er wel aan bij wat voor soort bedrijven je dit doet, hoe innovatief deze bedrijven zijn en hoe verbonden die bedrijven zijn met Brabant.

  • En voorzitter, ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven in Brabant altijd de ruggengraad van onze economie zijn geweest en nog steeds zijn.
  • Ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven in Brabant behoren tot de meest innovatieve ondernemingen. Zie ook het onderzoek in de Harvard Business Review.
  • Ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven bovengemiddeld scoren op het gebied van duurzaamheid.
  • Maar bovenal voorzitter, en dat is cruciaal, hoef ik deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven een bovengemiddelde binding kennen met Brabant en bovengemiddeld in verbinding staan met hun directe leefomgeving en keten. En voorzitter, dáár zit de crux. In mijn visie is een bedrijf niet louter een zielloze productie- of innovatiemachine altijd op zoek naar de maximale winst, het onderste uit de kan, maar heeft een bedrijf óók een essentiële maatschappelijke verbindings- en ontwikkelingsfunctie. En die verbindings- en ontwikkelingsfunctie naar de leefomgeving, naar de keten en naar Brabant komt buitengewoon positief naar voren bij familiebedrijven. Brabant heeft zich kunnen ontwikkelen op de schouders van familiebedrijven.

Voorzitter, om al deze vier redenen, maar vooral dus om de laatste, zouden juist groeiende en opschalende familiebedrijven optimaal moeten kunnen profiteren van de MKB-plusfaciliteit. Dat versterkt onze hele Brabantse samenleving niet alleen op economisch gebied.

Want voorzitter, uiteindelijk is het versterken van onze Brabantse economie niet een doel op zich. De economie verhoudt zich richting de samenleving, hoe een bankier zich naar mijn idee behoort te verhouden t.o.v. diezelfde reële economie. Namelijk als dienaar. Niet meer, niet minder. Een economie dient een samenleving, dient haar uitdagingen, maar dient bovenal dromen van mensen. Familiebedrijven vervullen deze rol bij uitstek vanuit de economie richting hun omgeving, de keten en de samenleving.

Wij vinden het dan ook een gemis dat er in dit voorstel met geen woord wordt gerept over familiebedrijven en geloven dat het echt van toegevoegde waarde is. Voor exact hetzelfde doel dat de gedeputeerde en het CDA delen. Namelijk een economisch krachtiger en daardoor maatschappelijk sterker Brabant. Wij komen daarom met een motie.

Punt 2

Voorzitter, maar dit sterke pleidooi voor familiebedrijven houdt ook verband met het volgende punt: méér ruimte voor het echte MKB bij deze faciliteit.

Dan begint het al met het begrip MKB. Daarbinnen heb je drie categorieën: microbedrijven 2-9, kleinbedrijven 10-49 en middelgrote bedrijven 50-249. Voorzitter, het overgrote deel van de bedrijven in Brabant zit in deze twee eerste categorieën. Hier vindt een gigantische vernieuwing en innovatie plaats, stapels plannen liggen op de kast, maar inderdaad heeft juist dit type qua grootte van bedrijf het soms moeilijk om financiering aan te trekken om te groeien en op te schalen (hoe groter het bedrijf hoe vaker een financieringsverzoek wordt gehonoreerd).

Alles vanaf 250 werknemers is grootbedrijf, ook wel ‘small of mid caps’ genoemd, en heeft niets meer te maken met MKB. En bij goede ideeën klotst het geld, door de kunstmatige en ongezonde lage rentes dankzij centrale banken, voor dit type bedrijven op dit moment werkelijk tegen de plinten omhoog. Zowel aan de eigen als vreemd vermogen kant. Voorzitter de laatste financieringsmonitor gepubliceerd door het ministerie van EZ bevestigt dit ook.

Nee voorzitter, de laatste financieringsmonitor leert ons dat een doorsnee MKB-bedrijf in Nederland en Brabant zich oriënteert op bedragen van rond de 200.000 euro. Dit varieert tussen 100.000 euro in microbedrijven, 200.000 euro in kleine bedrijven en 1,4 miljoen euro in het middenbedrijf. Voor snelle groeiers bij ‘scale ups’ ligt dit hoger. Maar het zijn met name bedragen, laat zeggen tot 5 miljoen euro, die worden gezocht om op te schalen en vaak niet worden gevonden.

En voorzitter, als je met deze feiten in het achterhoofd naar het voorstel kijkt, dan zijn wij bang dat dit fonds een fonds wordt voor de ‘happy few’ voornamelijk gevestigd in de regio Eindhoven. En dat het echte MKB hier niet of nauwelijks gebruik van kan maken.

Voorzitter, de SER wijst hier ook op. Dit laat overigens onverlet dat het CDA, ingeval van marktfalen, niet tegen de ondersteuning is van het grootbedrijf. Maar een deel van het fonds zou expliciet voor het MKB moeten worden gereserveerd en het drempelbedrag zou voor dat deel omlaag moeten. Ziet de gedeputeerde hier mogelijkheden?

Punt 3

Voorzitter, tot slot zou het CDA op voorhand iets uit willen uitsluiten. Namelijk dat de MKB-plusfaciliteit óók gebruikt t.b.v. overnamefinanciering. Wij vinden dit niet passen bij het beoogde doel, namelijk het realiseren van groei, innovaties en ‘scale up’ bij Brabantse bedrijven. Kan de gedeputeerde ons verzekeren dat de MKB-plusfaciliteit hier niet voor wordt gebruikt?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers MKB-plusfaciliteit Brabant (22 september 2017)

Spreektekst Marcel Deryckere – Bezuiniging philharmonie zuidnederland 22/09

Spreektekst1  Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de bezuiniging op de philharmonie zuidnederland
(22-09-2017)

Voorzitter,

Het reces was nog maar net begonnen, toen gedeputeerde Swinkels een verrassing voor Brabant in petto had. Ik neem u graag mee in het proces van de afgelopen maanden.

Op 3 februari stelden deze Staten een begrotingswijziging vast voor de philharmonie zuidnederland: 2 miljoen euro voor 2017 en onder voorbehoud ook voor de jaren daarna.

Op 13 juli maakte de gedeputeerde bekend een half miljoen euro van de voor de philharmonie zuidnederland bestemde gelden vrij te maken voor andere symfonische initiatieven. Dit was een besluit van Gedeputeerde Staten en werd via een Statenmededeling aan Provinciale Staten bekend gemaakt.

Ná de themavergadering van 8 september leerde ingewonnen expertise ons dat dit besluit van Gedeputeerde Staten onrechtmatig is. Er is géén mandaat vanuit Provinciale Staten om de half miljoen euro anders te besteden dan aan de philharmonie zuidnederland. De begrotingswijziging van 3 februari kent maximaal 2 miljoen per jaar toe aan de philharmonie en geeft géén ruimte voor andere bestedingen.

De gedeputeerde blijkt van plan zijn eigen mandaat achteraf, in de Bestuursrapportage en Begroting 2018, te verruimen, zodat het besluit tóch doorgang kan vinden. Zo zet hij Provinciale Staten op het verkeerde been.

De gedeputeerde heeft dus onrechtmatig gehandeld en Provinciale Staten buiten spel gezet.

Iedereen in deze zaal weet hoe veelbesproken onze samenwerking met de philharmonie zuidnederland is. Op 3 februari spraken we nog uitvoerig over het belang van de philharmonie en de standplaats Eindhoven.

Daarom de volgende vragen:

Waarom kiest deze gedeputeerde voor een misleidend proces dat Provinciale Staten buitenspel zet?

Waarom heeft de gedeputeerde zonder mandaat van Provinciale Staten het besluit genomen om 0.5 miljoen euro van de Philharmonie Zuid-Nederland te benutten voor andere symfonische initiatieven?

Waarom verrast deze gedeputeerde alles en iedereen, van Provinciale Staten tot de provincie Limburg en de minister, met een eenzijdig en onrechtmatig besluit?

Waarom volgt u in dit dossier niet uw eigen principe ‘eerst beleid, dan geld’ en komt u niet met concrete plannen voor de half miljoen vrijgemaakte euro’s?

Wij zien uit naar de antwoorden van de gedeputeerde.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Deryckere bezuiniging philharmonie zuidnederland (22 september 2017)

Spreektekst Marcel Deryckere – Herindelingsproces gemeente Nuenen 22/09

Spreektekst1  Marcel Deryckere – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over Provinciaal Initiatief bestuurlijke herindeling Gemeente Nuenen ca.
(22-09-2017)

Voorzitter,

Voor het CDA staat vandaag één vraag centraal: zijn de inwoners van Nuenen en Son en Breugel beter af door de ingreep van de provincie? Het CDA vindt van niet.

Om te beginnen de volgende vraag: waarom is het zgn. ‘open overleg’ met de gemeenten zo schimmig en geheim verlopen?

Het CDA vindt dat het belang van inwoners voorop moet staan. Daarom is het CDA voorstander van herindelingen van onderaf. Het zijn de gekozen gemeenteraden die samen met hun inwoners dit belang het beste kunnen afwegen. Niet de provincie.

Wij betreuren dan ook dat de provincie ingrijpt in Nuenen en de democratische verantwoordelijkheid van de Nuenense gemeenteraad overruled. Dit treft overigens niet alleen de gemeenteraad van Nuenen, maar ook die van Son en Breugel.

Dat brengt ons tot de vraag aan de gedeputeerde of haar ingreep de facto betekent dat zij óók Son en Breugel gaat verplichten tot een herindeling. Daar is namelijk in onze ogen géén aanleiding toe.

Uw handelwijze leidt ertoe dat behalve Nuenen en Son en Breugel meer Brabantse gemeenten zullen vrezen voor de herindelingsdwang van dit college. Denk bijvoorbeeld aan de gemeenten in het Land van Cuijk en in de Kempen.

Onze vraag is dan ook: bent u van plan ook deze gemeenten een herindeling op te leggen? Van belang is dat u voor eens en altijd duidelijk maakt wat u verstaat onder ‘een gemeente die krachtig genoeg is om zelfstandig te blijven’. Kortom, welke criteria hanteert u daarvoor? Zonder heldere criteria dreigt namelijk willekeur.

Ten slotte wil het CDA graag uw algemene visie op herindelingen in Brabant horen. Wat is uw einddoel en uw visie als het gaat om de schaal van het gemeentebestuur in Brabant? Cruciale hierbij is of er volgens u een verband bestaat tussen de omvang en de bestuurskracht van een gemeente.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Marcel Deryckere Provinciaal Initiatief bestuurlijke herindeling Gemeente Nuenen ca. (22 september 2017)

Spreektekst Ton Braspenning – Uitwerking Flankerend beleid versnelling transitie veehouderij 22/09

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over uitwerking Flankerend beleid versnelling transitie veehouderij
(22-09-2017)

Voorzitter,

Het besluit van 7 juli jl. is in de ogen van het CDA een historische fout. En na deze historische fout dreigt nu een historische blamage. Uw flankerend beleid lijkt blamerend beleid te worden.

Als CDA hebben wij u keer op keer gewaarschuwd: uw plannen zijn financieel, technisch, praktisch én juridisch niet haalbaar. En onze zorgen blijken terecht: de provincie krijgt de ene na de andere juridische procedure aan de broek. We zijn heel benieuwd naar de antwoorden op onze schriftelijke vragen eerder deze week, over het aantal, de uitkomst en kosten van al deze procedures.

Voorzitter,

Terwijl de nieuwe regels voor veehouders meteen na 7 juli in gingen, gaf het college zichzelf een hele zomer de tijd om na te denken over verzachtende maatregelen. En het resultaat is teleurstellend: het beleid is nog verre van af en in de 80% die voor ligt, zit nog geen 20% van de eisen die coalitiepartner VVD t.a.v. het flankerend beleid stelde. Heel teleurstellend: met een niet-operationeel stalderingsloket, een tegoedbon en niet-realistische energiemaatregelen (zoals zonneweiden: dikke investeringen en een lange terugverdientijd) komt u er niet.

Het college wil boeren ondersteunen met nieuwe stalsystemen. Maar deze ontwikkelen kost veel tijd en geld, terwijl de vergunning al in 2019 rond moet zijn. Bent u bereid om veehouders die vóór 2028 willen investeren in deze nieuwe stalsystemen meer tijd te geven en hen niet te dwingen in de tussentijd te investeren in verouderde technieken?

Bent u bereid om bijzondere keurmerken, zoals Biologisch en Beter Leven, tot 2028 de tijd te geven om de uitstoot te beperken?

Uw ondersteuning voor jonge veehouders en veehouders op leeftijd is een sigaar uit eigen doos, want u grijpt terug op bestaande regels en partners.

Wat doet u concreet voor deze twee groepen om hen financieel te helpen?

En hebt u in beeld wat voor veehouders de fiscale gevolgen zijn van uw maatregelen? Daar hebben we u nog niet over gehoord en daar zijn we heel benieuwd naar.

Als alternatief voor uw plannen stelt het CDA een stoppersregeling voor, genaamd Coöperatief Door Afbouw (CDA). Stoppen in uiterlijk 2028 levert veehouders als voordeel op dat zij niet hoeven te voldoen aan de nieuwe eisen. U zou kunnen overwegen om bij deze deal te betrekken dat zij tot die tijd 90% van hun veestapel mogen houden. Dit levert direct minder uitstoot op.

Voorzitter,

Tot slot: de historische fout is helaas al gemaakt. Voorkomt u echter een historische blamage en komt s.v.p. terug met nieuwe plannen. Plannen die compleet en fatsoenlijk zijn en die écht helpen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning uitwerking Flankerend beleid versnelling transitie veehouderij (22 september 2017)

CDA en GroenLinks willen extra debat over philharmonie

CDA en GroenLinks willen een extra debat over de bezuiniging op de philharmonie zuidnederland. Dit zgn. ‘interpellatiedebat’ zou op 22 september a.s. moeten plaatsvinden.

De provincie Noord-Brabant wil het orkest voor minstens een half miljoen euro korten op het jaarlijkse budget. CDA en GroenLinks zijn tegen dit besluit, dat volgens de twee partijen onrechtmatig is.

Statenleden Marcel Deryckere (CDA) en Patricia Brunklaus (GroenLinks):

“Het provinciebestuur heeft van Provinciale Staten géén mandaat gekregen om dit ingrijpende besluit te mogen nemen. Het besluit is dus onrechtmatig. Dat het provinciebestuur nu achteraf probeert om dit mandaat via de bestuursrapportage en de begroting 2018 alsnog te krijgen, zet Provinciale Staten op het verkeerde been. Is hier wel sprake van behoorlijk bestuur?”

In een extra debat willen CDA en GroenLinks in elk geval de volgende vragen aan de orde stellen:

  1. Waarom heeft het provinciebestuur gekozen voor een zo onduidelijk proces, waarin het éérst mandaat vraagt voor een jaarlijks budget voor de philharmonie zuidnederland van twee miljoen euro per jaar en daar vervolgens met een eigen, eenzijdig besluit op terugkomt?
  2.  Waarom heeft het provinciebestuur zonder mandaat van Provinciale Staten het besluit genomen om een half miljoen euro van de philharmonie zuidnederland te besteden aan andere symfonische initiatieven?
  3. Waarom volgt het provinciebestuur in dit dossier niet het eigen principe ‘eerst beleid, dan geld’ en komt het niet met concrete plannen voor de half miljoen vrijgemaakte euro’s?

Om het extra debat a.s. vrijdag op de agenda te krijgen, is steun nodig van een meerderheid van de politieke partijen in Provinciale Staten.

Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning over het aantal juridische procedures tegen de provincies en de bijbehorende kosten.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten.

Geacht college, 

Op 14 september jl. lazen wij via een publicatie in het Brabants Dagblad dat de Raad van State de provincie Noord-Brabant buiten spel heeft gezet inzake het conflict met de Diessense veehouder Nooijens. De provincie blijkt hier juridisch haar zaken niet op orde te hebben en te formalistisch naar haar eigen beleid te hebben gekeken.

Het valt het CDA op dat er in de media steeds vaker berichten verschijnen over juridische procedures tegen de provincie. Vaak gaat het om partijen, instanties of groepen mensen die dreigen dergelijke procedures te beginnen of al zijn begonnen n.a.v. besluiten van de provincie. Te denken valt, maar niet uitsluitend, aan de philharmonie zuidnederland, de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), de ZLTO, vakbonden en verschillende Brabantse gemeenten.

De berichtgeving in het Brabants Dagblad is voor het CDA aanleiding voor de volgende schriftelijke vragen t.b.v. een helder en feitelijk overzicht: 

  1. Hoeveel juridische procedures zijn er in 2013, 2014, 2015, 2016 en tot dusver in 2017 richting de provincie Noord Brabant gestart? Graag een overzicht per jaar.
  2. Welke van deze procedures zijn inmiddels afgerond? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  3. Bij welke procedures is de provincie uiteindelijk in het gelijk gesteld en bij welke de tegenpartij? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  4. Hoeveel juridische kosten (graag uitsplitsen naar interne kosten en extern ingehuurde kosten) was de provincie kwijt bij de individuele procedures? Graag aangeven per jaar per afzonderlijke procedure/casus.
  5. Hoeveel fte binnen de ambtelijke organisatie is bezig met deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  6. Hoeveel fte hebt u als provincie buiten de ambtelijke organisatie moeten inhuren t.b.v. deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  7. Wilt u vanaf heden Provinciale Staten ieder half jaar via een zgn. ‘Statenmedeling’ informeren met een update over de ontwikkelingen in juridische procedures (welke zijn afgerond, wie is in het gelijk gesteld, welke evt. nieuwe procedures zijn er bij gekomen én wat is de bijbehorende personele inzet als ook de kosten)?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning