Schriftelijke vragen over bezuiniging philharmonie zuidnederland

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de bezuiniging op de philharmonie zuidnederland.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over bezuiniging philharmonie zuidnederland.

 

Geacht college,

Vandaag maakte u bekend te willen gaan bezuinigen op de philharmonie zuidnederland.

In 2017 ontving de philharmonie van de provincie een subsidie van 2 miljoen euro. Voor 2018 en 2019 brengt u dat bedrag terug naar maximaal 1,5 miljoen euro per jaar.

Het CDA is verrast over dit besluit van het college en vraagt zich af hoe dit besluit tot stand is gekomen én welke consequenties deze bezuiniging heeft. Daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In de nieuwe situatie ontvangt de philharmonie maximaal 1,5 miljoen euro per jaar. ‘Maximaal’ impliceert dat dit bedrag ook lager kan uitvallen. Hanteert u behalve deze bovengrens ook een ondergrens, d.w.z. een minimum- of basisbedrag aan subsidie, waar de philharmonie in elk geval op kan rekenen?    

02. De philharmonie zuidnederland is behalve in Noord-Brabant ook actief in Limburg. Hebt u de bezuiniging op de philharmonie met de provincie Limburg overlegd? Wat was haar reactie?

03. Hoe is de provincie Limburg van plan met de philharmonie zuidnederland om te gaan? Verwacht u uit deze provincie ook bezuinigingen, of juist extra investeringen nu Brabant gaat bezuinigen?

04. Was het niet beter geweest om met de provincie Limburg tot een gezamenlijke toekomstvisie voor de philharmonie zuidnederland te komen i.p.v. als provincie Noord-Brabant alleen en eenzijdig te werk te gaan?

05. Samen met de provincie Limburg hebt u verschillende toekomstscenario’s voor de philharmonie laten onderzoeken.

  1. Waarom hebt u op basis van dit onderzoek gekozen voor dit scenario?
  2. Voor welk scenario kiest de provincie Limburg en waarom?

06. De 2 miljoen euro subsidie uit 2017 brengt u terug tot maximaal 1,5 miljoen euro subsidie in 2018 en 2019. Wat gaat u concreet doen met de 500.000 euro die u jaarlijks overhoudt?

07. De philharmonie zuidnederland is gevestigd op twee locaties: in Eindhoven en in Maastricht. Is het voorstelbaar dat a.g.v. deze bezuiniging de philharmonie uit een van deze locaties vertrekt?

08. Vindt u het wenselijk dat de philharmonie uit een van deze locaties vertrekt of zich op een andere locatie vestigt?

09. De philharmonie zuidnederland is een regio-orkest. Daarvan zijn er in Zuid-Nederland niet veel, dus daar moeten we zuinig op zijn. Welke (rand)voorwaarden gaat u stellen om ervoor te zorgen dat het orkest haar regiofunctie kan behouden?

10. Bezuinigen kan ertoe leiden dat de philharmonie, om te kunnen besparen, activiteiten en optredens moet gaan schrappen of de prijs voor concertkaarten moet verhogen. Hoe gaat u als provincie waarborgen dat de philharmonie een orkest blijft, waarvan de activiteiten voor iedereen zichtbaar én toegankelijk zijn?

11. De philharmonie zuidnederland maakt onzekere tijden door. Eerst de fusie van het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest. Daarna onzekerheid over de vestigingsplaats(en). Nu bezuinigingen. Over twee jaar weer een evaluatie en mogelijk andere plannen. Het lijkt erop dat de philharmonie in de ongewenste situatie terecht komt dat het meer tijd kwijt is met beleid maken dan met muziek maken. Bent u het met het CDA eens dat dit onwenselijk is en de kwaliteit en continuïteit van het regio-orkest niet ten goede komt?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

In Memoriam: Gerrit Braks (1933-2017)

Het CDA is bedroefd door het overlijden van oud-minister en -oud-fractievoorzitter voor het CDA in de Eerste Kamer Gerrit Braks. Hij is 84 jaar geworden.

Gerrit Braks was het CDA zeer toegewijd en het CDA was zeer gesteld op Gerrit Braks. Nog steeds kwam Gerrit naar allerlei bijeenkomsten, samen met zijn vrouw Giny, gaf zijn mening over allerlei zaken en gaf steun waar mogelijk.

Sybrand Buma: ‘Met verdriet hebben wij kennisgenomen van het overlijden van Gerrit Braks. Braks was een vooraanstaand CDA-politicus die op verschillende terreinen een enorme bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse politiek. Het CDA is hem zeer dankbaar voor zijn inzet en verdiensten.’

Partijvoorzitter Ruth Peetoom: ‘Braks was een groot christendemocraat; een boerenzoon die minister en senaatvoorzitter werd. Hij was een politicus met een rechte rug en een groot hart, iemand die stond voor zijn zaak.’

Braks carrière was lang en imposant.
De meeste mensen zullen zich Gerrit Braks vooral herinneren als oud-minister van Landbouw en Visserij. Hij volgde in 1980 Fons van der Stee op en zou het ambt liefst tien jaar bekleden. Braks was minister in alledrie de kabinetten-Lubbers.

Hij kreeg tijdens zijn ministerschap onder andere te maken met de mestproblematiek en de visfraude. Toen in laatstgenoemd dossier de PvdA het vertrouwen in hem opzegde moest hij in 1990 vroegtijdig aftreden als minister.

Als minister van Landbouw had Braks nauwe banden met Brussel. Hij voerde als minister onderhandelingen over het Europese landbouwbeleid. Ook was hij een fervent voorstander van Europese samenwerking. In een interview ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag met het Reformatorisch Dagblad in 2013 zei hij daarover: ‘Ik ben groot voorstander van Europese samenwerking. Van dichtbij heb ik als jongetje tijdens de Tweede Wereldoorlog de verschrikkelijke gevolgen gezien van een oorlog tussen de grootmachten van Europa. Mijn Europese gezindheid is voor 100 procent daarop gebaseerd. Ik ben echt federalist. De stabiliteit die wij in Europa hebben, danken wij aan de Europese samenwerking.’
In hetzelfde interview antwoordt hij op de vraag hoe hij herinnerd zou willen worden: ‘Ik heb er altijd wel een beetje naar geleefd hoe ik later gezien wil worden: als mensen-mens die hecht aan betrouwbaarheid en integriteit. Ik wil graag door andere mensen gerespecteerd blijven. En er is waardering. Daarom is het goed zo.’

Braks werd na zijn ministerschap voorzitter van de KRO, maar keerde snel terug in de politiek. Van 1991 tot 2003 was hij lid van de Eerste Kamer. Van 1999-2001 was hij fractievoorzitter van de CDA-fractie. De laatste twee jaar van zijn periode als Eerste Kamerlid mocht Braks de rol van voorzitter van de Eerste Kamer op zich nemen. Van 2007-2008 was hij waarnemend burgemeester van Eindhoven.

Gerrit Braks stond bekend als een vriendelijke, benaderbare en gemoedelijke man.

Gerrit Braks ontving diverse onderscheidingen in binnen- en buitenland. Hij was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Ook ontving hij de Jacoba van Beierenprijs in 1990, de erepenning van de Landbouwuniversiteit in Wageningen (1993) en was hij ereburger van de provincie Noord-Brabant.

Ook in het buitenland kende men Braks hoge onderscheidingen toe. Frankrijk benoemde hem in 1984 tot Grootofficier in de Orde van het Legioen van Eer; een jaar later kreeg hij van de Duitse regering het Grosses Verdienstkreuz mit Stern und Schulterband. De Belgische regering kende hem in 1992 het Grootkruis in de Orde van Leopold II toe en het Vaticaan benoemde hem in 1996 tot Commandeur in de Orde van H. Gregorius de Grote. Verder benoemde de Spaanse koning Braks in 2001 tot Ridder van het Grootkruis Isabella la Cathólica en in 2003 benoemde de Franse regering hem tot Commandeur de l’ordre du Mérite Agricole, vanwege zijn verdiensten op het gebied van de Europese eenwording.

Het CDA is Gerrit Braks zeer dankbaar voor het vele werk dat hij voor ons land en voor het CDA heeft verricht. We zullen hem zeer missen, in het CDA en als vriend.

 

Reactie CDA op herindelingsproces Nuenen

De Brabantse CDA-fractie is zwaar teleurgesteld dat gedeputeerde Spierings (D66) opnieuw doordrammen boven draagvlak verkiest. Haar besluit om de herindeling van Nuenen als provincie over te nemen is een on-Brabants dictaat.

Het CDA is van mening dat gemeentelijke herindelingen altijd van onderaf moeten komen. Gemeenteraden en inwoners van gemeenten zijn degenen die gezamenlijk moeten besluiten over hun toekomst. De provincie heeft niet de democratische legitimiteit om deze keuze voor hen te maken. Alleen in extreme gevallen van financiële en bestuurlijke wanorde kan een provinciale interventie wenselijk zijn. Dit is niet het geval in de gemeente Nuenen.

De urgentie van een snelle, door de provincie afgedwongen fusie is niet aanwezig. Zowel het Bestuurskrachtonderzoek over de gemeente Nuenen van enkele jaren geleden als de commissie-Demmers spraken van verschillende knelpunten, maar niet van een acute problematiek die een versnelde herindeling noodzakelijk maakt.

De gemeenteraad van Nuenen heeft afgelopen maand aangegeven op zijn laatst in november te besluiten over de gewenste fusiepartner: Son en Breugel of Eindhoven. Over de noodzaak van een gemeentelijke herindeling was iedereen het eens. Het bepalen van de juiste partner(s) voor het vormen van een nieuwe gemeente vergt een zorgvuldig besluit. De Nuenense gemeenteraad stelde enkele maanden extra nodig te hebben om voldoende geïnformeerd tot een keuze te komen. Het CDA vindt dat de gemeenteraad het recht had én heeft op deze extra tijd.

Het CDA zal gedeputeerde Spierings via schriftelijke vragen oproepen om de provinciale ‘Arhi-procedure’ onmiddellijk te stoppen en de gemeenteraad van Nuenen weer zelf de mogelijkheid te geven om te beslissen over haar eigen toekomst.

CDA: groen licht voor meer scholieren naar het Provinciehuis

Het Presidium (dagelijks bestuur) van Provinciale Staten Noord-Brabant heeft gisteren groen licht gegeven voor een uitbreiding van het aantal klassenbezoeken aan het Provinciehuis.

Daarmee komt de provincie tegemoet aan een voorstel van het CDA dat, ondersteund door diverse andere partijen, opriep tot het uitwerken van een plan om meer scholieren in de gelegenheid te stellen tijdens hun schooltijd het Provinciehuis te bezoeken.

Via Prodemos kunnen jaarlijks 40 schoolklassen het Provinciehuis van Noord-Brabant bezoeken. Veel te weinig, vindt het CDA, dat zelf ook regelmatig scholen uitnodigt om op bezoek te komen. Statenleden Stijn Steenbakkers en Marcel Deryckere schreven daarom een voorstel, waarin zij ervoor pleiten om dat aantal in de toekomst te verhogen.

Dit besluit van het Presidium is daartoe een belangrijke eerste stap, aldus het CDA. De provincie gaat haar capaciteit uitbreiden van 40 naar 60 klassenbezoeken per jaar. Ook gaat de provincie bijdragen aan de vaak hoge kosten voor (bus)vervoer naar het Provinciehuis. Na een jaar vindt een evaluatie plaats.

Steenbakkers en Deryckere zijn enthousiast:

“Als CDA willen we meer aandacht voor burgerschap en maatschappelijke vorming. Daar hoort een bezoek aan de Tweede Kamer of de gemeenteraad bij, maar óók een excursie naar het Provinciehuis. De provincie is de meest onbekende bestuurslaag, zoals ook blijkt uit de lage opkomstcijfers bij verkiezingen. Daar moeten we iets aan doen, want ook de provincie neemt besluiten die jongeren raken. Bijvoorbeeld over openbaar vervoer, de agrarische sector of de leefbaarheid in hun gemeente. Die besluiten nemen we in het Provinciehuis, dus voorwaar een goede reden om jongeren daar uit te nodigen.”

Schriftelijke vragen over weigering verbreding A2 Weert-Eindhoven

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar en Ankie de Hoon over de weigering van minister Schultz om de A2 Weert-Eindhoven te verbreden.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen weigering verbreding A2 Weert-Eindhoven.

Geacht college,

Op de A2 staan tussen Weert en Eindhoven elke werkdag files, vooral in de ochtendspits richting Eindhoven. Niet alleen weggebruikers, maar ook betrokken gemeenten en de provincies Brabant en Limburg ondervinden hier veel negatieve gevolgen van. Naast de economische schade die files veroorzaken, is het overmatig sluipverkeer, dat via woonkernen als Leende probeert de files te vermijden, een steeds groter wordend probleem.

Het CDA maakt zich grote zorgen over de bereikbaarheid van Zuid-Nederland, nu minister Schultz van Infrastructuur de A2 tussen Weert en Eindhoven niet wil verbreden. Niet alleen omdat de economische groei in de regio Eindhoven groter is dan die in heel Nederland, maar ook groter dan die in steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag.

Alleen een bereikbare regio kan een economisch sterke regio zijn, vindt het CDA. Daarom de volgende vragen:

  1. Deelt u de mening dat het voor Brainport Eindhoven, maar ook voor de logistieke hotspot Venlo, alsmede voor de bereikbaarheid van de Chemelot Campus, de Maastricht Health Campus en de Smart Services Hub in Heerlen, kortom voor een belangrijk deel van de Nederlandse economie, van groot belang is dat rond Eindhoven kan worden doorgereden?
  2. Deelt u de mening dat zonder spoedige verbreding van de A2 tussen Weert en Eindhoven het probleem in de komende jaren nijpender wordt door toename van verkeer én dat nu ingrijpen zowel goed is voor verdere banengroei als voor duurzame mobiliteitsontwikkeling (‘smart mobility’) en verbetering van de verkeersveiligheid?
  3. Deelt u de mening van veiligheidsdeskundigen dat de krappe vormgeving tussen Weert-Noord en Leende en de dichtheid van op- en afritten in combinatie met de verkeersdruk leiden tot meer onveiligheid?
  4. Kunt u verklaren hoe het mogelijk is dat tussen Weert en Eindhoven elke dag een file staat, maar dat bij de berekeningen van het Rijk dit niet als een op te lossen knelpunt wordt gesignaleerd?
  5. Hebt u samen met de provincie Limburg een stevige lobby gevoerd richting het Rijk en minister Schultz om de verbreding van de A2 tussen Weert en Eindhoven hoog op de agenda te krijgen?
  6. Bent u gekend in het besluit van minister Schultz om de A2 niet te verbreden en in te zetten op het alternatief gedragsbeïnvloeding door middel van het zogenaamde ‘spitsmijden’?
  7. Op basis van welke overwegingen, anders dan financiële, zijn een extra rijstrook bij Valkenswaard, het toevoegen van spitsstroken of het verbreden van het complete traject in beide richtingen, nu afgevallen?
  8. Ondersteunt u het alternatief van ministere Schultz en bent u inderdaad van mening dat de gebruikers van dit stuk van de A2 een keuze hebben en kunnen worden beïnvloed door middel van beloning?
  9. Ziet u, behalve de evidente oplossing van de broodnodige uitbreiding van de A2, nog andere aanvullende maatregelen dan het ‘spitsmijden’ om de pijn te verzachten zolang de A2 nog niet wordt verbreed?
  10. Welke acties heeft u al ondernomen of gaat u nog ondernemen tegen het overmatige sluipverkeer, als gevolg van de vele files op de A2 tussen Weert en Eindhoven, in veel woonkernen langs de A2, zoals in Leende? Dit zolang er nog geen prioriteit wordt gegeven aan en financiële middelen worden vrij gemaakt voor de verbreding van de A2.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar en Ankie de Hoon

 

CDA: provincie maakt historische fout

Het CDA vindt dat de provincie Noord-Brabant een historische fout maakt, door in te stemmen met de plannen om de veehouderij versneld te veranderen. De Brabantse CDA-fractie stemde op 7/8 juli tegen deze plannen en diende een motie van afkeuring in.

Kern van de voorstellen, is het terugbrengen van de uitstoot van stikstof. Voor boeren betekent dit dat zij al in 2022 moeten voldoen aan nieuwe, strengere milieuregels. Eerder was met de agrarische sector afgesproken dat zij in 2028 aan de nieuwe normen zouden voldoen.

Maar het college van VVD, SP, D66 en PvdA heeft deze datum eenzijdig naar voren gehaald. Dit brengt heel veel boeren in de problemen, omdat zij versneld extra moeten investeren. Veel insprekers wezen erop al veel investeringen te hebben en door dit nieuwe maatregelenpakket te worden klemgezet.

Ook is er nog veel onduidelijkheid over het zgn. ‘flankerend beleid’. Dat zijn maatregelen die ongewenste effecten verzachten of compenseren.

Statenlid Ton Braspenning (woordvoerder landbouw):

“Voor deze plannen ontbreekt niet alleen draagvlak, de plannen zijn ook tegengesteld aan wat we willen bereiken. Oók het CDA wil een duurzame landbouw van familiebedrijven, geworteld in de lokale samenleving.

Maar deze voorstellen leiden niet tot minder schaalvergroting, maar méér. Leiden niet tot minder intensivering, maar méér. Leiden tot een ongelijk speelveld en tot marktverstoring. Drijven talloze boerengezinnen tot wanhoop. Helpen de natuur niet. Zijn financieel niet haalbaar. Juridisch niet houdbaar. Technisch niet uitvoerbaar. En bestuurlijk onfatsoenlijk.

Bovendien begrijpt het CDA niet waarom nu wel dit ingrijpende pakket moet worden doorgedramd, terwijl er nog geen zicht is op verzachtende en compenserende maatregelen. Dit geeft nóg meer onzekerheid bij ondernemers.”

Over de nu nog onuitgewerkte delen van het maatregelenpakket besluit Provinciale Staten dit najaar. Het CDA verwacht na een hete zomer dan ook een hete herfst.

Slotwoord Ton Braspenning – Veehouderijdebat 07/07

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(07-07-2017) – 2de termijn

Voorzitter, vandaag is een historische dag gebleken. Maar ook een verdrietige, omdat er vrijwel alléén maar verliezers zijn.

 Ik zal ze noemen, in willekeurige volgorde:

  • de Brabantse cultuur van overleg en de overheid daarbij als betrouwbare partner;
  • innovatieve boeren die, we hebben het vanmorgen gehoord, in de kou staan met onrendabele investeringen;
  • de agrarische sector én aanverwante sectoren;
  • de natuur, die geen mol opschiet met deze maatregelen;
  • de Brabantse burger, die straks door een buitengebied rijdt met leegstaande oude stallen, met nóg grotere agrarische industriële bedrijven, en met vee in stallen in plaats van in de wei;
  • de Brabantse concurrentiepositie.

Voorzitter, vandaag is óók de dag dat veel actoren door de mand zijn gevallen.

In de eerste plaats het college. Dat zegt de dialoog en samenwerking te zoeken, maar eindigt met een schaamteloos dictaat.

Op de tweede plaats de coalitie, die de belangen van vele Brabantse gezinsbedrijven opoffert aan een onhoudbaar, onrealistisch, onbetaalbaar en onwerkbaar compromis.

Op de derde plaats de VVD, die zich profileert als ondernemerspartij, antiregelpartij, en partij van de eerlijke concurrentie.

We hebben er niets van vernomen vandaag. Integendeel. Vandaag 7 juli 2017 heeft de VVD, ondanks vele oproepen uit de achterban, de Brabantse familiebedrijven de rug toegekeerd. Heeft de VVD een oneerlijk speelveld gecreëerd. En heeft de VVD nieuwe regels gestapeld op een sector die in regelgeving gesmoord wordt.

Voorzitter, vandaag, 7 juli 2017, zijn we een illusie armer. De VVD is géén ondernemerspartij.

Voorzitter, en dan nu ons grootste verbazing. Vandaag is veel gezegd over ‘flankerend beleid’ en hoe geweldig belangrijk dit is. Maar het blijft bij loze kreten.

Wat wij zien is een uitgebreid bureaucratisch pakket aan beperkende maatregelen. Daar is veel tijd in gestoken. Maar een serieuze poging om flankerend beleid op te stellen heeft niet plaatsgevonden. Daar had u geen tijd voor over.

Dit ondanks beloften van de coalitiepartijen, die hiervoor bij de perspectiefnota op 21 april een heuse motie indienden. Met als opdracht aan het college om dit vóór 15 juni aan te leveren.

De handtekeningen van álle coalitiepartijen stonden eronder. Die handtekeningen bleken niets, maar dan ook niets waard. Uw eigen college heeft dit verzoek aan uw laars gelapt.

Voorzitter, u predikt “integraal beleid”. Maar vandaag gooit u alleen het zuur over de schutting.

En het zoet? Dat houdt u ons als een geduldige worst voor. Vindt u het gek dat wij u niet geloven? U leverde immers ook al niet voor 15 juni. U kwam niet met flankerend beleid. Ook al had u hier meer dan 3 maanden de tijd voor.

Voorzitter, ons ordevoorstel aan het begin van dit debat was juist hierop gericht. Om door uitstel méér balans in de plannen te krijgen. Met een fors en serieus pakket flankerende maatregelen.

Maar vandaag moest en zou dit eenzijdige pakket doorheen er worden gedramd. Niet omwille van een duurzaam Brabant. Maar omwille van een duurzame coalitie.

Waarom? Waarom niet een paar maanden wachten en ons dan een integraal pakket maatregelen, inclusie robuust flankerend beleid, voorleggen? Boter bij de vis.

Voorzitter, en dáár haken wij af.

U hebt vandaag veel kapot gemaakt. En maakt een historische fout.

Wij keuren zowel uw proces als uw beleid af.

Daarom dienen wij, overigens niet tot ons plezier, een motie van afkeuring in.

En stellen wij voor om de stemming over beide Verordeningen uit te stellen,

tot het moment dat het flankerend beleid compleet én concreet is.

Dank u wel.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij – termijn 2 (7 juli 2017)

Spreektekst Ton Braspenning – Veehouderijdebat 07/07

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(07-07-2017)

Inleiding

Voorzitter,

de BZW;

VNO-NCW; AgriFood Capital;

VVD‘er Uri Rosenthal;

de Dierenbescherming;

Bob Hutten;

Agrifirm;

Campina;

de ZLTO;

het NAJK;

het BAJK;

de Trotse Jonge Boeren;

Boeren horen bij Brabant;

Boerenprotest Baarle;

de Rabobank;

ABAB;

VION;

de POV;

de NVV;

de NVM;

de NFE;

veehandel Paridaans & Liebregts;

mengvoerbedrijf Fransen Gerrits;

De Heus Diervoeders;

de HAS Hogeschool;

verschillende AgriFood Capital gemeenten;

de gemeente Sint Anthonis; de gemeente Baarle-Nassau;

de gemeente Cranendonck; de gemeente Alphen-Chaam; de gemeente Gilze en Rijen;

de gemeente Dongen; de gemeente Deurne;

de gemeente Asten;

de gemeente Someren;

de provincie Limburg;

de VVD-fractie in Deurne;

de VVD-fractie in Someren;

de VVD-fractie in Bergeijk;

de VVD-fractie in Heeze-Leende;

de VVD-fractie in Oirschot;

de VVD-fractie in Reusel-De Mierde;

de VVD-fractie in Woensdrecht;

de VVD-fractie in Hilvarenbeek;

de VVD-fractie in Meierijstad;

de VVD-fractie in Gilze en Rijen;

de VVD-fractie in Moerdijk;

de VVD-fractie in Boxmeer;

de VVD-fractie in St. Michielsgestel.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Van links tot rechts. Van publiek tot privaat. Alle genoemde partijen en organisaties hebben grote bezwaren tegen deze plannen.

Voorzitter, dit college was toch die “vernieuwende” coalitie die het helemaal anders zou aanpakken? Het frisse college dat sámen met de Brabanders op zoek ging naar innovatieve oplossingen? Samenwerken, co-creatie, draagvlak: uw linkse coalitieakkoord staat er vól mee.

Voorzitter, deze plannen zijn op geen enkele manier te rijmen met hoe u zegt te willen werken.

Integendeel:

  • een complete sector in de gordijnen;
  • hele families die door de armoedegrens gaan;
  • jonge boeren die geen toekomst meer zien;
  • boze werkgeversverenigingen;
  • gemeenten die zeggen dat uw plannen onuitvoerbaar zijn;
  • financiers die waarschuwen voor een financieel sprookje,
  • en juristen die een berg juridische procedures voorspellen.

 Voorzitter, wij spreken nu alle vier de coalitiepartijen aan: VVD, SP, D66 en PvdA.

Waarom tóch deze plannen doorzetten, ondanks zóveel kritiek en zó weinig draagvlak? Dát is de kernvraag vandaag.

Gelooft u werkelijk dat deze plannen kans van slagen hebben, óf is hier sprake van een politieke deal over de rug van honderden ondernemers en boerenfamilies? Zij hebben recht op het eerlijke antwoord.

Wij stellen deze vraag aan gedeputeerde Spierings en aan gedeputeerde Van den Hout, de architecten van deze plannen.

Maar óók aan gedeputeerde Pauli: hoe kunt u, als VVD’er en als hoeder van familiebedrijven, de mensen hier in de ogen kijken en beweren dat deze plannen voor hen goed uitpakken?

En aan gedeputeerde Swinkels. Want zeg nou zelf: voor dit soort plannen, die leiden tot een armoedeval onder een grote groep Brabanders, bent u als SP’er toch niet de politiek ingegaan?

En tot slot een vraag aan het gehele college: vindt ú deze plannen een voorbeeld van goed, fatsoenlijk bestuur? Graag van u allen een reactie.

Voorzitter, dit college startte meer dan een jaar geleden met een “dialoog”, maar dreigt nu te eindigen met een dictaat. Met uw voorstellen bereikt u géén duurzame agrarische sector. Wat u wél bereikt, is een kloof tussen de provincie en de agrarische sector. En die kloof is nog nooit zo groot geweest als nu.

Een enorm gebrek aan draagvlak is het probleem, maar óók de sleutel tot de oplossing. Wij willen daarom dat de besluitvorming over deze plannen wordt uitgesteld, dat de gedeputeerden teruggaan naar de onderhandelingstafel, en dat zij met nieuwe, gedragen voorstellen komen.

De gehele oppositie, van links tot rechts, wil met u meedenken. Als CDA zeggen we er graag onze zomervakantie voor af. En we komen met een motie.

Voorzitter, voor deze plannen ontbreekt niet alleen draagvlak, de plannen zijn ook tegengesteld aan wat we willen bereiken.

Oók het CDA wil een duurzame landbouw van familiebedrijven, geworteld in de lokale samenleving.

Maar deze voorstellen:

  • leiden niet tot minder schaalvergroting, maar méér;
  • leiden niet tot minder intensivering, maar méér;
  • leiden tot een ongelijk speelveld en tot marktverstoring;
  • drijven talloze boerengezinnen tot wanhoop;
  • helpen de natuur niet;
  • zijn niet uitvoerbaar;
  • financieel niet haalbaar;
  • juridisch niet houdbaar;
  • en bestuurlijk onfatsoenlijk.

Een aantal voorbeelden waaruit dit blijkt:

1)

Nog vóórdat de mesttafel-overleggen waren afgerond, kwam u met nieuwe maatregelen voor stikstofreductie en met een nieuwe, vervroegde deadline. Alsof je de hypotheek op je huis ineens jaren eerder moet aflossen. Onmogelijk, oneerlijk en onbetrouwbaar.

2)

De milieu-eisen uit de Verordening natuurbescherming hebben tot dusver nog niet geleid tot minder stikstof in de natuur. Kortom, de effecten van uw maatregelen blijven uit. En dus zijn uw maatregelen juridisch discutabel. En uitgerekend daar waar de stikstofdaling wél op koers ligt, gaat u de eisen nog verder aanscherpen. Om de vrije stikstofruimte daarna zogenaamd weg te geven aan andere sectoren.

Maar is dat wel echt zo? Kan gedeputeerde Van den Hout dat garanderen? Want voor die projecten was toch al lang ruimte gereserveerd? Hoe kunt u zwart op wit garanderen dat deze ruimte in de economie terecht komt? Wel een relevant punt, omdat u daarmee de VVD heeft overgehaald.

En voorzitter, dát is meteen de cruciale vraag: want wat is nu eigenlijk de milieuwinst door het naar voren halen van de datum, terwijl in 2028 dezélfde uitstootwinst zou worden geboekt?

U en ik hebben het duidelijk gehoord bij de tientallen insprekers. Een versnelling naar 2022 is niet haalbaar voor de sector. Ook omdat u boeren dwingt te kiezen voor de snelste oplossing (aangepaste stallen) i.p.v. de beste oplossing (nieuwe stallen).

Wanneer u de deadline 2028 zou handhaven, komt u zowel uw afspraak met de boeren als uw afspraak met de natuur na. Dát is pas behoorlijk bestuur.

Wij dienen een amendement in om de deadline 2028 te handhaven.

Voorzitter, het college negeert in haar plannen de biologische sector. Boeren met keurmerken. Of boeren in gebieden waar uitstoot geen probleem is en maatregelen geen effect hebben. Of boeren die op korte termijn gaan stoppen. Voor hen moet op zijn minst een uitzondering voor komen. Voor deze boeren dienen wij 2 amendementen en 2 moties in:

Voorzitter, als CDA vinden wij het belangrijk om de juiste cijfers te kennen, vóórdat we ingrijpende maatregelen nemen waarvan het effect niet is bewezen. Dat heet behoorlijk bestuur.

Nu is er behalve over stikstofmeting óók veel discussie over de meetwijze en effecten van ammoniakuitstoot. Bijvoorbeeld over het feit dat ammoniak nu maar op 2 plekken in Brabant wordt gemeten. 2 plekken, waar u uw beleid op baseert. Dat moet anders.

Bent u van plan onze eerdere motie “Meten is weten” te gaan uitvoeren?

3)

Voorzitter, uw plannen voor mestverwerking komen niet van de grond.

Het college kiest voor grootschalige verwerking van mest op industrieterreinen. Wij zijn daar tegen. Wij vrezen dat dit niet alleen leidt tot maatschappelijke onrust, maar óók tot tal van juridische problemen. En of het ecologisch verstandig is, is ook nog eens volstrekt onduidelijk.

Hoe ziet de SP dit, met de ervaringen uit Oss nog vers in het geheugen?

Wij raden u aan te kiezen voor mestverwerking bij agrarisch-technische bedrijven, zoals kasteel-Meeuwen in Aalburg en Houbraken in Bergeijk. Helpt u deze “Willie Wortels” vooruit.

De zin over het aanvoeren van mest via pijpleidingen mag dan wat ons betreft worden geschrapt. Onzinnig en onwerkbaar, dus dienen wij 2 moties in.

En daarnaast wij zien ook kansen voor het verwerken van mest door loonwerkers. Hiervoor ook een motie.

Voorzitter, in de plannen wil het college de mestverwerkingscapaciteit uitbreiden, met als limiet het Brabantse mestoverschot. Deze limiet is een gemiste kans.

Uit milieuoogpunt zou je namelijk álle mest willen verwaarden tot een volwaardige vervanger van kunstmest. U zou dit dan ook als provincie moeten faciliteren. In een innovatieve en concurrerende mestverwerkingsmarkt gaan dan de kosten voor de boer omlaag. Dat blijkt uit uw eigen onderzoek, waarin we lezen dat uw maatregelen méér boeren de armoede in jagen. Dat kan toch ook niet de bedoeling zijn, vragen wij aan de SP?

Mestverwaarding is goed voor de boer én voor het milieu.

Wij dienen een motie in om álle mest te gaan verwerken.

4)

Voorzitter, een belangrijke peiler onder uw plannen is het zogenaamde “stalderen”. Een sloop-plicht voor boeren die willen uitbreiden. Hier slaat u wat ons betreft de plank volledig mis.

Uw plannen zijn financieel niet haalbaar. Stalderen kost namelijk veel geld, zeker als boeren dat alléén moeten financieren.

Het kost zóveel geld, dat boeren óf noodgedwongen stoppen óf geen cent overhouden voor duurzame maatregelen en dierenwelzijn.

Bovendien straft u welwillende boeren die al dure aanpassingen hebben gedaan met uw verbod op intern salderen.

Dat verbod moet worden opgeheven. Hiertoe dienen wij een motie in.

5)

Voorzitter, de stalsystemen die u voorschrijft in de inmiddels beruchte “Bijlage 2” bestaan in een aantal gevallen nog niet. En zijn dus praktisch niet haalbaar.

6)

En dan het “flankerend beleid”, ofwel “de maatregelen als schaamlapje voor het bloeden”. Maar het college wil voor deze maatregelen vooralsnog geen cent uittrekken. En wat het beleid inhoudt, is ook totaal onduidelijk.

Geen verband, pleister of doekje voor het bloeden: nee, u amputeert een been en laat de patiënt stuiptrekkend en met bloedverlies achter.

Oh ja, u wilt een investeringsfonds ter waarde van 30 miljoen euro oprichten om boeren te helpen met verduurzamen. Maar de pot blijft leeg zolang gemeenten, banken en andere private partijen niet willen inleggen.

Hierover is nog geen enkele afspraak gemaakt, dus op welke wijze helpt dit fonds de boer vooruit? Hoe haalbaar is dit?

Volgens ons is het niet haalbaar. D66 zal dit luchtballonnetje ongetwijfeld een “living lab” noemen, wij noemen het een roekeloos experiment.

Als CDA pleiten wij voor een saneringsfonds om kwetsbare gebieden echt een alternatief te bieden. Hiervoor een motie, getiteld “Warm saneren in hotspot gebieden”.

7)

Voorzitter, een laatste voorbeeld.

Gemeenten moeten een groot deel van dit beleid gaan uitvoeren. Maar dat is een onmogelijke opgave, gelet op de verwachte ambtelijke capaciteit en dure procedures. Dit signaal klinkt uit alle hoeken van de provincie. Wat u voorstelt, is niet uitvoerbaar.

 Afsluiting

Voorzitter, vandaag staat 1 sector in de spotlights. Maar er is ook 1 grote afwezige. Een speler die Écht de sleutel tot verduurzaming in handen heeft: de retail. Het wordt hoog tijd dat zij haar maatschappelijke verantwoordelijkheid echt vorm en inhoud geeft. En niet de schijn ophoudt met cosmetische marketingtrucs en ondertussen boeren met wurgcontracten uitmelkt en marges afroomt.

Mede namens ons dient collega Vreugdenhil hiertoe een motie in.

Voorzitter, ik rond af. Vandaag is hoe dan ook een “historische” dag voor Brabant. Want na een onverantwoord proces van besluitvorming, dreigt over de rug van de agrarische sector een besluit te vallen dat enorme impact heeft op deze bedrijfstak, op aanverwante sectoren én op het Brabantse buitengebied.

Een besluit dat niet bijdraagt aan een duurzame agrarische sector, dat niet kan rekenen op enig draagvlak en dat praktisch, financieel, juridisch en technisch niet haalbaar is.

Van links tot rechts kan niemand zich in deze plannen vinden. En het allerergste: het kan u allemaal niets schelen.

Straks valt hier een besluit met enorme consequenties. Een kloof in Brabant. De provincie had daarin haar verantwoordelijkheid moeten en kunnen nemen. Dat heeft zij niet gedaan.

Máár voorzitter, het is nog niet te laat. Wij roepen college en coalitie op, in het bijzonder de VVD, om deze plannen te laten vallen. En terug te gaan naar de onderhandelingstafel.

Tot zover, voorzitter. Op een aantal onderwerpen zullen wij nog met extra moties of amendementen komen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij (7 juli 2017)

Lambert van Nistelrooij – Knokken voor de consument

In het Brabants Dagblad van 15 juni werd het uitgebreid besproken. Wie op Schiphol een auto huurt, is als Nederlander duurder uit dan een buitenlander. In het Europees Parlement zet ik me er voor in, dat deze vorm van prijsdiscriminatie wordt tegengegaan; gewoonweg omdat het niet mag. Dat wij knokken voor de consument blijk ook uit het verdwijnen van de roamingkosten bij internationaal mobiel bellen binnen de EU en de miljardenboete voor Google.

De EU heeft een interne markt, waarin burgers allemaal dezelfde rechten hebben. Uit onderzoek blijkt echter dat regelmatig bij de consument ten onrechte extra kosten in rekening worden gebracht. Daarom worden vanaf 2018 betere regels ingevoerd. Het mag niet uitmaken, waar u als consument in de EU woont. Elke klant is en klant met dezelfde rechten. Dit geldt ook bij aankopen via webwinkels. Het opsporen van onterechte verschillen in kosten voor het verzenden van producten krijgt nu extra aandacht van het Europees Parlement.

Afgelopen jaren is hard gewerkt aan het afschaffen van extra kosten voor het bellen vanuit het buitenland. Ondanks verzet van de telecombedrijven, die beweerden dat het systeem in belang was van de consument. Vooral providers in landen met veel toeristen hebben er jarenlang veel aan verdiend. Het verdwijnen van de zogenoemde ‘roamingkosten’ is dan ook terecht.

Als Europees Parlement staan we gezonde concurrentie tussen bedrijven niet in de weg. Maar we blijven scherp. Als uit zorgvuldig onderzoek blijkt, dat Google met haar zoekmachine zichzelf bevoordeelt, is een hoge boete het resultaat. Op zo’n moment knokt de EU voor u. De EU is hierin bevoegd op te treden, voor 500 miljoen inwoners. Onze Brusselse wetten zijn bindend in alle lidstaten.

Heeft u ervaringen met onterechte rekeningen over de grens? Trek gerust aan de bel. Als lid van de Commissie voor Interne Markt en Consumentenbescherming duik er met liefde en plezier in.

Schriftelijke vragen over besluit versnelling transitie veehouderij

Schriftelijke vragen van Statenlid René Kuijken over het besluit versnelling.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen besluit versnelling transitie veehouderij.

Geacht college,

De CDA-fractie was tijdens de themavergadering Landbouw op 30 juni 2017 van mening dat investeren in de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen door de provincie én het aan boeren vervroegd opleggen van nieuwe stalsystemen elkaar bijten. Boeren zullen immers snel investeren in zgn. ‘end-of-pipe systemen’ (e.g. luchtwassers) terwijl de betere technieken, die bijdragen aan emissiereductie bij de bron (stabiliseren of afvoeren van mest), beter werken, maar te laat beschikbaar komen. Gedeputeerde Spierings was van mening dat deze twee beleidslijnen elkaar niet bijten. Haar verwachting is dat deze technieken binnen 2,5 jaar op de markt zijn.

Echter, volgens uw voorstel Versnelling transitie veehouderij onder stuk nr. 41/17 zullen boeren met stallen ouder dan 15 jaar al in 2020 een ontvankelijke vergunningsaanvraag moeten hebben ingediend. In deze aanvragen zullen, bij gebrek aan beter, de beoogde end-of-pipe stalsystemen zijn opgenomen.

  1. Verwacht u dat er voor 2019 totaal nieuwe stalsystemen gaan worden getest en als best beschikbare techniek gaan worden aangemerkt? Verwacht u dat deze nog in de vergunningsaanvragen gaan worden meegenomen?
  2. Verwacht u dat boeren hun vergunningsaanvraag gaan aanpassen en de procedures met de bank, architect en agrarische adviesbureaus gaan overdoen, als er voor januari 2020 nieuwe technieken beschikbaar komen?
  3. Hoe ziet u het voor zich dat deze betere, maar reeds te ontwikkelen technieken hun weg gaan vinden in de vergunningsaanvragen voor 2020?
  4. Kunt u kort toelichten op welke punten de adviezen uit PAS als Kans van BrabantAdvies van februari 2017 voor u ongewenst zijn?
  5. Kunt u kort toelichten op welke punten de adviezen uit PAS als Kans van BrabantAdvies van februari 2017 juridisch onhaalbaar zijn?
  6. Volgens het rapport Onderzoek naar verwachte effecten van voorgenomen maatregelen veehouderij: effecten op natuur en milieu van Pouderoyen Compagnons1 is voor de periode 2020-2028 de totale stikstofwinst in vergunde ammoniakemissie ca. 12,5 kiloton, wanneer je de door u voorgestelde aanpassingen in de Verordening natuurbescherming vergelijkt met de versie ten tijde van dit onderzoek. Indien de agrarische sector met een alternatief bod komt om de vergunde stikstofemmissie met 12,5 kiloton terug te brengen, bent u dan bereid om de deadline voor aanpassing van stallen terug te zetten naar 2028? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken

1 Zie http://www.brabant.nl/-/media/816160ed45bb468e97f1c043379c6e65.pdf?la=nl&hash=DE7CD4A5684B16B96605426E4ACE25F3A396DCE7.