Berichten

CDA: 250.000 euro extra voor gladheidsbestrijding

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant per direct 250.000 euro extra beschikbaar stelt voor gladheidsbestrijding op de Brabantse wegen. Hiertoe dient de partij een amendement (wijzigingsvoorstel) in op de lopende begroting 2017 tijdens de vergadering van Provinciale Staten vandaag.

Ook wil het CDA dat er in 2018 voldoende geld is om gladheid te bestrijden en ongelukken te voorkomen. Voor de financiële dekking moeten de algemene middelen van de provincie worden aangesproken, zegt financieel woordvoerder Stijn Steenbakkers.

Steenbakkers: “Al in de eerste maanden van 2017 heeft de provincie veel kosten moeten maken voor gladheidsbestrijding. Gelet op de weersomstandigheden begin deze maand bestaat het risico op kostenoverschrijding. Om dat te voorkomen en onze Brabantse wegen veilig te houden, wil het CDA nu extra geld uittrekken. Op het onderhoud van wegen en op gladheidsbestrijding mag niet worden bespaard.”

AMENDEMENT ophoging budget wegenonderhoud i.v.m. gladheidsbestrijding (15 december 2017)

CDA: onderzoek verscherpt financieel toezicht Eindhoven

Het CDA wil van de provincie weten of verscherpt financieel toezicht op de gemeente Eindhoven nodig is. Hiertoe heeft de partij mondelinge vragen aangemeld voor het Vragenuur tijdens de vergadering van Provinciale Staten Noord-Brabant, die vanmiddag plaatsvindt.

Eindhoven verkeert in grote financiële problemen. De gemeente moet haar reserves flink aanspreken om de begroting op papier sluitend te laten zijn. Dit gaat zóver dat het weerstandsvermogen van 89 miljoen euro, conform de wensen 10% van de begroting (894 miljoen euro), nu is gedaald naar 46 miljoen euro. Dit is krap 5,15% van de gehele begroting. Wanneer de gemeente Eindhoven in de toekomst te maken krijgt met extra onvoorziene financiële tegenvallers kan het weerstandsvermogen mogelijk onvoldoende zijn.

De provincie is toezichthouder op o.a. de financiën van gemeentes. In dat kader is elke gemeente verplicht om haar begroting uiterlijk vóór 15 november van het jaar voorafgaand het begrotingsjaar bij de provincie in te leveren (en de jaarrekening uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar). Naar aanleiding van de ingeleverde begroting neemt de provincie in december voor elke gemeente een besluit over de toezichtvorm voor het komende jaar. Zij kan dan besluiten tot repressief of preventief toezicht.

Statenlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder economie en financiën:

“Wij kennen Eindhoven als een slimme regio, die in 2016 zelfs een mainport-status heeft gekregen. Daar kunnen we als Brabant trots op zijn en daar kan en moet zelfs Nederland trots op zijn. De stad is van groot belang voor de regio, voor Brabant én voor Nederland. Als CDA maken wij ons dan ook zorgen over de aanhoudende berichtgeving rondom de financiële tekorten en mogelijke negatieve of beperkende effecten op de economische en andere ontwikkelingsmogelijkheden van de gemeente Eindhoven, de regio en de ‘Zuidelijke Mainport’. Wij zijn benieuwd hoe de provincie, als financieel toezichthouder op gemeenten, hier tegenaan kijkt én wat zij kan doen om Eindhoven te helpen er weer bovenop te komen. Ook wil het CDA weten wat het effect van Eindhovens financiële situatie is op de bestuurskracht van de gemeente én op de bestuurskracht van de regio.”

Het CDA heeft voor het college van gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van de provincie, de volgende mondelinge vragen:

  1. Heeft de gemeente Eindhoven haar begroting 2018 vóór 15 november 2017 bij de provincie ingeleverd?
  2. Heeft het college al een besluit kunnen nemen over de vorm van toezicht voor de gemeente Eindhoven? Indien ja, hoe luidt dit besluit? Indien niet, wanneer wil het college dit besluit nemen?
  3. Hoe kijkt het college als toezichthouder aan tegen de financiële problemen en specifiek tegen de hoogte van de reservepositie van de gemeente Eindhoven?
  4. Heeft het college voldoende comfort bij de begroting 2018 van de gemeente Eindhoven? Met andere woorden: is de begroting realistisch? Kunnen alle taakstellingen worden gehaald en zijn er andere financiële tegenvallers te verwachten?
  5. Is het college bereid om, samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de gemeente Eindhoven een begrotingsscan aan te bieden? Zien beide nog andere ondersteuningsmogelijkheden?
  6. Hoe worden Provinciale Staten in hun algemeenheid meegenomen in het financieel toezicht op gemeenten? De informatie is nu zeer summier. Is het college bereid om net als in andere provincies hier met regelmaat proactief over te communiceren en een overzicht met alle kerngegevens van de verschillende gemeenten samen te stellen?
  7. Eind 2016 heeft de burgemeester van Eindhoven zich in het kader van bestuurskracht stevig uitgelaten over hoe het bestuur in Zuidoost-Brabant eruit zou moeten zien. Hoe moet dit tekort volgens het college worden gezien t.a.v. de bestuurskracht van de gemeente Eindhoven zelf?
  8. Neemt het college deze feitelijke begrotingstekorten van de gemeente Eindhoven ook mee in de bredere discussie over bestuurskracht in de regio en de rol die de gemeente Eindhoven daarin speelt?

CDA over provinciebegroting: aandacht voor duurzame energie, infra en landbouw

Het CDA wil dat de provincie Noord-Brabant meer doet aan duurzame energie, infrastructuur en landbouw. De partij dient hiertoe verschillende moties (verzoeken aan het provinciebestuur) en amendementen (tekstuele wijzigingsvoorstellen) in tijdens het debat over de provinciebegroting 2018, waarover Provinciale Staten vandaag debatteert.

Zo wil het CDA dat de provincie 30 miljoen euro beschikbaar stelt als lening aan sportclubs en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) om zonnepanelen op hun daken te leggen. Het terugbetalen van deze leningen kan via de korting op de energierekening. Ook moet er wat het CDA betreft een zgn. ‘E-team’ komen, een provinciaal Energieteam dat gemeenten en lokale energie-initiatieven helpt met het krijgen van kennis, kunde en financiële middelen.

Daarnaast pleit het CDA voor een extra impuls van 1 miljoen euro voor het onderhoud aan provinciale wegen. De uitgaven aan wegenonderhoud dreigen in 2018 nl. lager dan ooit in deze bestuursperiode te worden. “Juist om onze Brabantse wegen nog veiliger te maken wil het CDA daarom extra geld vrijmaken voor onderhoud”, aldus Statenlid Stijn Steenbakkers. Het CDA vraagt tevens aandacht voor de werk- en leefomstandigheden voor vrachtwagenchauffeurs en transportondernemers. Die moeten worden verbeterd door méér beveiligde truckparkings met sanitair, zoals bij Hazeldonk, aan te leggen. De provincie zou dit moeten aanjagen.

Ten aanzien van de landbouw stelt het CDA voor om de provinciale plannen voor de veehouderij te ‘bevriezen’, totdat duidelijk is hoe de 200 miljoen euro voor warme sanering uit het regeerakkoord in Brabant gaat landen. Het CDA ziet nl. niets in 75 miljoen euro provinciegeld voor generieke regelgeving voor de hele sector, als er tegelijkertijd 200 miljoen euro beschikbaar is voor gerichte, warme sanering in gebieden waar het echt knelt. In de strijd tegen criminaliteit op het platteland wil het CDA dat de provincie procedures voor en richting gemeenten gaat versnellen om leegstand en oneigenlijk gebruik van agrarische gebouwen tegen te gaan.

Behalve aandacht voor duurzame energie, infrastructuur en landbouw vraagt het CDA in het begrotingsdebat ook aandacht voor het thema leefbaarheid. De provincie zou een actieve rol moeten pakken bij het oplossen van concrete leefbaarheidsvraagstukken, zoals slecht mobiel telefoonbereik in bijvoorbeeld een dorp als Olland. Het CDA blijft pleiten voor herintroductie van de ‘doe-budgetten’ voor kleine leefbaarheidsprojecten én voor een terugkeer van de succesvolle ‘Brabantse Dorpen Derby’.

Grootste zorg- en kritiekpunt van het CDA is de wijze waarop en de houding waarmee het huidige college van Gedeputeerde Staten de provincie op dit moment bestuurt.

Statenlid Stijn Steenbakkers, woordvoerder financiën en economische zaken:

“In de afgelopen 2,5 jaar konden we keer op keer in de krant lezen hoe de provincie rollebollend over straat ging met een vrijwilligersorganisatie, belangengroep, ondernemer of andere overheid. Van de philharmonie zuidnederland tot de ouderenbonden, van de inwoners van herindelingsgemeenten als Haaren en Nuenen tot de boeren, en van buurprovincies Limburg en Gelderland tot het Rijk.

VVD, SP, D66 en PvdA hadden in 2015 hun mond vol van ‘verbinden’, ‘co-creëren’ en ‘samen doen’. Hun hele bestuursakkoord staat er mee vol. Maar in de praktijk pakt dit toch vaak heel anders uit en wordt er onrust en argwaan gecreëerd. Als CDA doen we daarom op hen een klemmend beroep om deze eenzijdige, soms drammerigere manier van besturen in 2018 te veranderen. Met constructief overleg en gedragen besluiten is Brabant groot geworden en komt Brabant in beweging. Of zoals het spreekwoord zegt: alleen ben je sneller, maar samen kom je verder.”

CDA op werkbezoek bij Bossche Investerings Maatschappij

Het CDA brengt op 3 november a.s. een werkbezoek aan de Bossche Investerings Maatschappij (BIM) in De Jamfabriek te ‘s-Hertogenbosch.

Aan het werkbezoek nemen zowel leden van de Brabantse als de Bossche CDA-fractie deel, onder wie de Bosschenaren Stijn Steenbakkers (Lid van Provinciale Staten) en Mart van Nistelrooij (gemeenteraadslid).

De Bossche Investerings Maatschappij stimuleert economische bedrijvigheid in ’s-Hertogenbosch door ondernemers te helpen met huisvesting, financiële participaties, contact met overheden en onderwijsinstellingen en advies aan de gemeente.

Op het programma van het werkbezoek staan o.a. presentaties van Maurice Horsten, directeur van de BIM, en Rachel van de Greef, community manager van De Jamfabriek, en een rondleiding langs startups (startende ondernemers) en scale-ups (snelle groeiers).

Statenlid Stijn Steenbakkers:

“De BIM doet belangrijk werk voor ondernemers in onze provinciehoofdstad. Jonge mensen met fantastische ideeën krijgen via de BIM de mogelijkheid om een goede start te maken en zich verder te ontwikkelen. Dat is goed voor hen, goed voor ‘s-Hertogenbosch én goed voor Brabant. Als CDA komen we graag kijken hoe de BIM te werk gaat en zijn we benieuwd hoe de BIM aankijkt tegen de economische ontwikkelingen in onze provincie.”

Opinie Stijn Steenbakkers – ‘Gevraagd: een luis in de pels’

Gastopinie van Statenlid Stijn Steenbakkers in het Brabants Dagblad d.d. 23 september 2017.

Gevraagd: een luis in de pels

Elke week vliegen bij Statenleden de miljoenen zo ongeveer om de oren. Een pleidooi voor een onafhankelijk financieel adviseur.

De Duitse dichter en schrijver Goethe zei eens dat ‘het niet genoeg s, te weten, maar dat men ook moet toepassen; het niet genoeg is, te willen, maar dat men ook moet handelen’. Met die wijsheid in het achterhoofd schrijf ik deze opinie. De afgelopen jaren zijn er uitgebreide rapporten van de Zuidelijke Rekenkamer (het orgaan dat Provinciale Staten van Brabant en Limburg helpt met hun taken) geweest die bevestigen dat de controle vanuit Provinciale Staten, met name op financiële/technische onderwerpen, beter kan. Deze rapporten waren over een breed scala aan onderwerpen: van de investeringsfondsen tot de grondexploitaties, van onderdelen van jaarrekeningen tot het beleid rondom de verkoop van deelnemingen. Een rode draad in deze rapporten was: Provinciale Staten van Brabant, versterk uw controle!

Belangrijke keuzes

Dat deze controle beter kan en Provinciale Staten hierin ondersteund moet worden, is op zichzelf ook niet gek. Je hebt te maken met 55 deeltijdpolitici met verschillende achtergronden bij wie de miljoenen zo ongeveer iedere week om de oren vliegen. Ter illustratie, we nemen besluiten over de Brabantse begrotingen en jaarrekeningen. In 2017 was de begroting bijvoorbeeld circa 1,3 miljard euro groot. Dit geld is verdeeld en wordt uitgegeven over honderden programma’s, regelingen en deelnemingen. Dan hebben we het nog niet eens over wat er in alle investeringsfondsen gebeurt (ook nog eens circa 1 miljard) of welke belangrijke keuzes er gemaakt moeten worden ten aanzien van de spaarpot (geld uit de verkoop van Essent) van Brabant.

En het enge is dat ik soms het gevoel heb dat niet iedereen in Provinciale Staten weet of kan overzien wat de financiële consequenties zijn van de beslissingen die men heeft genomen. Beslissingen waar men wel eindverantwoordelijk voor is! Dat voelt voor mij alsof je in een vliegtuig op 10 kilometer hoogte zit, naar de cockpit loopt, er niemand aantreft, maar wel constateert dat het vliegtuig op de automatische piloot doorvliegt. Dat kan niet.

Ik vind dat er in brede zin onvoldoende financiële controle door ons als Staten is. Wellicht ingegeven vanuit een verleden dat er altijd voldoende financiële middelen aanwezig waren in Brabant (helemaal na de verkoop van Essent). Dat geld kan er misschien wel zijn, maar er is volgens mij niets mis met zuinigheid en kritisch kijken hoe Brabants belastinggeld wordt uitgegeven. Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent. En met aanhoudend lage rentestanden en het verplicht schatkistbankieren (Brabants belastinggeld moet verplicht bij het ministerie van Financiën worden gestald) is ook die grens voor Brabant in zicht.

“Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent”

Eerste stap

Gelukkig ziet ook Provinciale Staten zelf dat er verbeteringen in haar financieel controlerende taak moeten komen. Een nieuwe manier van behandelen en voorbereiden van de jaarrekening is al doorgevoerd. Een goede eerste stap, maar dit gaat naar mijn idee lang niet ver genoeg.

Ik pleit voor een onafhankelijk fulltime financieel adviseur van Provinciale Staten. Die gevraagd en ongevraagd dossiers tot in detail licht en Provinciale Staten op eventuele zere plekken wijst. Een luis in de pels. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit een besef dat een permanente kritische blik voor heel Brabant gewenst is. Iemand die ten bate van Provinciale Staten meekijkt op specifieke financieel-technische dossiers. Iemand die onafhankelijk staat ten opzichte van Gedeputeerde Staten (het dagelijks bestuur) en losstaat van de ambtelijke hiërarchie. Afgelopen jaar is dit meerdere malen geprobeerd, maar keer op keer werden deze moties weggestemd, elke partij om de voor hen moverende redenen.

Maar naar mijn idee moet er nu iets gebeuren, anders kan ik de conclusies van het volgende rapport van de Zuidelijke Rekenkamer al raden! We weten allemaal dat het beter moet. Mijn oproep aan alle partijen is dan ook: denk aan de woorden van Goethe: ‘het is niet genoeg, te weten, men moet ook toepassen; het is niet genoeg, te willen, men moet ook handelen’.

 

 

Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning over het aantal juridische procedures tegen de provincies en de bijbehorende kosten.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten.

Geacht college, 

Op 14 september jl. lazen wij via een publicatie in het Brabants Dagblad dat de Raad van State de provincie Noord-Brabant buiten spel heeft gezet inzake het conflict met de Diessense veehouder Nooijens. De provincie blijkt hier juridisch haar zaken niet op orde te hebben en te formalistisch naar haar eigen beleid te hebben gekeken.

Het valt het CDA op dat er in de media steeds vaker berichten verschijnen over juridische procedures tegen de provincie. Vaak gaat het om partijen, instanties of groepen mensen die dreigen dergelijke procedures te beginnen of al zijn begonnen n.a.v. besluiten van de provincie. Te denken valt, maar niet uitsluitend, aan de philharmonie zuidnederland, de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), de ZLTO, vakbonden en verschillende Brabantse gemeenten.

De berichtgeving in het Brabants Dagblad is voor het CDA aanleiding voor de volgende schriftelijke vragen t.b.v. een helder en feitelijk overzicht: 

  1. Hoeveel juridische procedures zijn er in 2013, 2014, 2015, 2016 en tot dusver in 2017 richting de provincie Noord Brabant gestart? Graag een overzicht per jaar.
  2. Welke van deze procedures zijn inmiddels afgerond? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  3. Bij welke procedures is de provincie uiteindelijk in het gelijk gesteld en bij welke de tegenpartij? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  4. Hoeveel juridische kosten (graag uitsplitsen naar interne kosten en extern ingehuurde kosten) was de provincie kwijt bij de individuele procedures? Graag aangeven per jaar per afzonderlijke procedure/casus.
  5. Hoeveel fte binnen de ambtelijke organisatie is bezig met deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  6. Hoeveel fte hebt u als provincie buiten de ambtelijke organisatie moeten inhuren t.b.v. deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  7. Wilt u vanaf heden Provinciale Staten ieder half jaar via een zgn. ‘Statenmedeling’ informeren met een update over de ontwikkelingen in juridische procedures (welke zijn afgerond, wie is in het gelijk gesteld, welke evt. nieuwe procedures zijn er bij gekomen én wat is de bijbehorende personele inzet als ook de kosten)?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning