Berichten

Schriftelijke vragen over opruimkosten gedumpt drugsafval

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over de opruimkosten van gedumpt drugsafval.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over opruimkosten gedumpt drugsafval.

Geacht college,

Vandaag berichtte o.a. Omroep Brabant over een grondeigenaar uit Nuenen, die een rekening van ruim 26.000 euro moet betalen voor het opruimen van drugsafval dat op zijn terrein is gedumpt.

Het is niet de eerste keer dat onschuldige Brabanders moeten opdraaien voor de illegale activiteiten van drugscriminelen. Dit brengt de fractie van het CDA dan ook tot de volgende vragen:

  1. Hoeveel burgers, ondernemers en andere private partijen in Brabant hebben in 2016 en 2017 de kosten voor het opruimen van gedumpt drugsafval op hun terrein zelf moeten betalen?
  2.  Wat is de totale hoogte van deze gemaakte kosten in Brabant?
  3.  Kan voor de casus in kwestie de subsidieregeling voor het opruimen van drugsafval worden ingezet?
  4.  Heeft de betreffende grondeigenaar hiertoe een subsidieaanvraag bij u ingediend?
  5.  Indien ja, is deze subsidieaanvraag al toegewezen? Indien niet, waarom niet?
  6.  Wat is de status van uw lobby in Den Haag om over te gaan tot een vergoeding van 100% van de gemaakte opruimkosten?
  7.  Hoeveel subsidie voor het opruimen van drugsafval is tot op heden in 2017 in onze provincie verleend?
  8.  Het verweer van de gemeente Nuenen tijdens de rechtszaak komt erop neer dat burgers hun grond ‘beter moeten beschermen’ tegen het dumpen van drugsafval. Deelt u dit standpunt?
  9.  Indien ja, hoe zouden in uw ogen burgers hun grond beter moeten beschermen tegen het dumpen van drugsafval?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

 

 

Schriftelijke vragen over voorgenomen fusie Omroep Brabant en L1

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over een voorgenomen fusie van Omroep Brabant en L1.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over een voorgenomen fusie van Omroep Brabant en L1.

Geacht college,

Op 17 augustus jl. heeft het CDA via een publicatie in het Brabants Dagblad1 vernomen dat de regionale omroepen Omroep Brabant en L1 per 1 januari 2018 mogelijk samengaan in een nieuwe organisatie.

Naar aanleiding van deze berichtgeving hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Bent u op de hoogte van de voorgenomen fusie tussen Omroep Brabant en L1, waarover het Brabants Dagblad bericht?
  2. Indien ja, waarom hebt u in het kader van de actieve meldingsplicht Provinciale Staten van Noord-Brabant hierover niet geïnformeerd?
  3. Hoe kwalificeert u de voorgenomen fusie?
  4. Het betreffende nieuwsbericht vermeldt dat het merk Omroep Brabant bij de start van het nieuwe fusiebedrijf gewoon blijft bestaan. Impliceert dit dat het merk Omroep Brabant na verloop van tijd verdwijnt?
  5. Bent u van mening dat de fusie op korte, middellange of lange termijn zou kunnen leiden tot minder (kwalitatief dan wel kwantitatief) Brabants nieuws?Indien ja, kan de provincie een rol spelen om dit te vermijden?
  6. Welke consequenties heeft de voorgenomen fusie voor de zendmachtiging en de verantwoordelijkheid c.q. positie van de provincie Brabant?
  7. Is er een rol voor de provincie Noord-Brabant bij de voorgenomen fusie?
  8. Bent u, als regionale subsidieverstrekker, in overleg met de provincie Limburg danwel met het Commissariaat voor de Media over de voorgenomen fusie?
  9. Hoe wordt de redactionele onafhankelijkheid van de Brabantse regionale zender in een nieuwe fusie-organisatie gewaarborgd?
  10. Welke personele consequenties heeft de voorgenomen fusie van de twee provinciale omroepen op zowel korte als middellange termijn?
  11. Welke acties onderneemt u om de volwaardige programmering en activiteiten zoals Omroep Brabant die nu uitvoert ook in een nieuwe organisatie intact te houden?
  12. Bent u net als het CDA van mening dat een vergaande samenwerking een goed uitgangspunt is om de bezuinigingen die door de landelijke overheid zijn opgelegd te bewerkstelligen, maar dat een fusie, die volgens het Brabants Dagblad binnen enkele maanden zal plaatsvinden, mogelijk een stap te ver is?
  13. Volgens het CDA is een van de belangrijkste politiek-maatschappelijke uitdagingen van onze tijd dat we leven in een tijd die schreeuwt om meer maatschappelijke verbondenheid en gezamenlijke identiteit, ook in Brabant. Vindt u net als het CDA dat regionale media in Brabant t.a.v. deze expliciete maatschappelijke uitdaging een belangrijke positieve en bindende rol hebben? 
  14. Is er een kans dat een mogelijke fusie deze rol van Omroep Brabant kan/zal verkleinen of beschadigen? 
  15. Indien u op vraag 14 bevestigend antwoordt, wat kunt en wilt u dan politiek doen om te voorkomen dat deze belangrijke rol wordt beschadigd/verkleind?

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1 Zie http://www.bd.nl/brabant/fusie-van-omroep-brabant-en-l1-op-handen~a9976600/.

 

 

Schriftelijke vragen over mindervaliden in Brabants openbaar vervoer

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over mindervaliden in het Brabantse openbaar vervoer.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over mindervaliden in Brabants openbaar vervoer.

Geacht college,

Op vrijdag 14 juli 2017 hield CDA Brabant voor de tweede maal haar OV-Race1. Het doel van de OV-Race is om door middel van een ludieke wedstrijd meer duidelijkheid te verkrijgen over de toegankelijkheid, kwaliteit en servicegerichtheid van het Brabantse openbaar vervoer. Dit jaar heeft CDA Brabant Noordoost-Brabant aangedaan: in drie teams heeft een gemêleerd gezelschap geprobeerd de dorpen Haren, Mariahout en Olland/Boerdonk te bereiken.

Tijdens de OV-Race hebben de deelnemers diverse gesprekken gevoerd: met buschauffeurs, reizigers, medewerkers van vervoersbedrijven en medewerkers van de klantenservice van vervoerders. Het is duidelijk dat de ontwikkelingen in het openbaar vervoer het afgelopen jaar niet hebben stilgestaan: vervoerders hebben ervoor gekozen om minder drukke buslijnen te laten vervallen of over te laten nemen door bijvoorbeeld een Buurtbus. In Boerdonk is het buitengewoon sympathieke initiatief van een Dorpsauto2 opgezet om het gebrek aan openbaar vervoer te compenseren.

Ondanks deze middelen heeft CDA Brabant geconcludeerd dat, zodra men minder goed ter been is of wordt, het buitengewoon ingewikkeld wordt in onze provincie te reizen. Zo bleek tijdens de OV-Race dat het niet mogelijk is om:

  • als vereniging (bijvoorbeeld: scouting) de mindervalide kinderen mee op kamp te nemen;
  • als mantelzorger je ouders mee te nemen op vakantie;
  • als gezin je mindervalide kind op vakantie ‘zomaar’ mee te nemen in bus of tram;
  • als mindervalide te reizen met de Buurtbus (ook niet als de reguliere buslijn is vervallen);
  • als mindervalide spontaan een reis met het openbaar vervoer te ondernemen.

Daarnaast is gebleken dat voorzieningen die zijn gecreëerd om mindervalide rolstoelgebruikers een alternatief te bieden voor het OV te duur (een ritje van Boxtel naar Olland kostte aanvankelijk €45,-) of niet voldoende te gebruiken zijn (een Deeltaxipas is niet geldig buiten de woon-/werkregio). Helaas is ook gebleken dat het vervoeren van een elektrische rolstoel met de buurtbus niet mogelijk is. Een elektrische rolstoel is namelijk te zwaar voor de rolstoellift. Dit is opmerkelijk aangezien de elektrische rolstoel al een begrip was voordat de buurtbussen er waren.

CDA Brabant pleit voor een goede bereikbaarheid van stad én dorp in de gehele provincie en is van mening dat goede mobiliteit voor alle burgers van essentieel belang is voor de leefbaarheid en economische ontwikkelingen in alle regio’s.

Het CDA heeft daarom een aantal dringende vragen aan het college:

  1. Is het college bekend met het feit dat het dus voor rolstoelgebruikers onmogelijk is om naar elke willekeurige plaats in de provincie Brabant te gaan?
  2. Bent u het met het CDA eens dat op vakantie gaan voor rolstoelgebruikers een probleem is?
  3. Bent u het met het CDA eens dat de ‘alternatieven’ voor het ov voor mindervaliden duur én inflexibel zijn?
  4. Wat is het college voornemens hieraan te doen?
  5. Is het college bekend met het ongeschikt zijn van de Buurtbus voor veel rolstoelgebruikers, met name de gebruikers van een elektrische rolstoel?
  6. Hebt u met vervoerders gesproken over ontwikkelingen en aanpassingen van de Buurtbussen?
  7. Kunt u aangeven hoe u dit probleem opgelost ziet op een zo kort mogelijke termijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 Voor een impressie van de OV-Race, zie: https://storify.com/CDABrabant/cda-brabant-test-brabants-ov-tijdens-ov-race.

2 “Dorpsauto Boerdonk”, zie: https://boerdonk.nl/4733/dorpsauto-boerdonk (geraadpleegd 28-7-2017).

 

Schriftelijke vragen over herindelingsproces gemeente Nuenen

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere (CDA) en Jan Heijman (Lokaal Brabant) over het herindelingsproces in de gemeente Nuenen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over herindelingsproces gemeente Nuenen.

Geacht college,

Op 12 juli jl. maakte u bekend de regie over te nemen bij de herindeling van de gemeente Nuenen.

Dit besluit heeft niet alleen de gemeente Nuenen en haar inwoners onaangenaam verrast, maar ook de fracties van CDA en Lokaal Brabant. Wij hebben voor u dan ook de volgende vragen:

01. Op welke juridische gronden en redenen baseert u uw besluit om de regie bij de herindeling van de gemeente Nuenen over te nemen?

02. Is dit besluit juridisch positief getoetst?

03. Wat is de exacte urgentie om nu in te grijpen?

04. Waarom is wachten tot een besluit van Nuenen zelf, uiterlijk in november, voor u geen optie?

05. Het CDA en LokaalBrabant roepen u op om uw besluit tot ingrijpen bij de herindeling van Nuenen te herzien en de gemeente in ieder geval tot en met november zélf aan de slag te laten gaan. Bent u bereid om aan deze oproep tegemoet te komen?

06. Wat is vanaf heden de rol van het college van B&W van de gemeente Nuenen in het herindelingsproces?

07. Wat is vanaf heden de rol van de gemeenteraad van de gemeente Nuenen in het herindelingsproces?

08. Dient de gemeenteraad van Nuenen in het komende proces nog formeel akkoord te gaan met een keuze voor een bepaalde fusie(partner)?

09. Komt er voor de inwoners van Nuenen een moment om zich uit te spreken en legt u zich neer bij een ‘nee’? 

10. In het geval dat Nuenen er tijdens het ‘open overleg’ zelf in slaagt een besluit te nemen over de fusiepartner:

  1. Accepteert u dit besluit dan?
  2. Krijgt Nuenen het proces in dat geval weer in eigen hand?

11. Hoe gaat dit open overleg er precies uitzien en wat is de specifieke rol van de provincie?

12. Een van de mogelijke fusiepartners is de gemeente Eindhoven, een gemeente met enkele tientallen miljoenen euro’s tekort op de begroting van 2016. In hoeverre is Eindhoven in uw ogen een financieel gezonde gemeente?

13. Eindhoven heeft geen Bestuurskrachtonderzoek naar de eigen gemeente laten uitvoeren. Voor een goede keuze vanuit Nuenen is een dergelijk onderzoek (en de resultaten daarvan) wel van belang. Bent u bereid om dit onderzoek in samenwerking met de gemeente Eindhoven te laten uitvoeren?

14. Deelt u de mening van het CDA dat de urgentie voor deze provinciale ingreep mede ontbreekt, omdat de gemeente Nuenen beter presteert dan de gemeente Eindhoven (zo had Nuenen een positief begrotingsoverschot en een hoge score in de tevredenheidsmonitor) en Eindhoven derhalve niet als een serieuze fusiepartner kan worden beschouwd?

15. Bent u op de hoogte van het feit dat een fusie met Eindhoven een andere, ‘lichte’ Ahri-procedure gaat inhouden dan een fusie met Son en Breugel en dat dit ook een andere voorbereiding tot fusiebesluit vergt? Kunt u voor ons de verschillen tussen beide procedures nog eens duiden?

16. Is er voor de inwoners van Eindhoven en Son en Breugel een mogelijkheid om zich uit te spreken en legt u zich neer bij een ‘nee’?

17. Hebt u met de gemeenten Eindhoven en Son en Breugel overleg gehad over uw besluit? Indien ja, wat was hun oordeel en wat is er met hen afgesproken over deze procedure? Indien niet, waarom niet?

18. U hebt eerder aangegeven dat bij de keuze van Nuenen voor Son en Breugel bepaalde taken moeten worden overgeheveld naar een regionale organisatie of naar de gemeente Eindhoven. Betekent dit dat u een nieuwe gemeente, gevormd door Nuenen en Son en Breugel, niet bestuurskrachtig genoeg acht om deze taken uit te voeren? Graag een specificatie per taak in kwestie.

19. Naar welke organisatie zouden deze taken moeten worden overgeheveld?

20. Hoe bent u van plan om de democratische legitimiteit van de uitvoering van deze taken te waarborgen?

21. In het geval de taken in kwestie niet door een nieuwe gemeente Nuenen-Son en Breugel kunnen worden uitgevoerd:

  1. In hoeverre kunnen deze taken dan wel worden uitgevoerd door andere vergelijkbare gemeenten in de regio?
  2. Moeten deze gemeenten ook taken gaan afstaan? Graag een specificatie per gemeente.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Marcel Deryckere (CDA) en Jan Heijman (Lokaal Brabant)

Schriftelijke vragen over bezuiniging philharmonie zuidnederland

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de bezuiniging op de philharmonie zuidnederland.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over bezuiniging philharmonie zuidnederland.

 

Geacht college,

Vandaag maakte u bekend te willen gaan bezuinigen op de philharmonie zuidnederland.

In 2017 ontving de philharmonie van de provincie een subsidie van 2 miljoen euro. Voor 2018 en 2019 brengt u dat bedrag terug naar maximaal 1,5 miljoen euro per jaar.

Het CDA is verrast over dit besluit van het college en vraagt zich af hoe dit besluit tot stand is gekomen én welke consequenties deze bezuiniging heeft. Daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In de nieuwe situatie ontvangt de philharmonie maximaal 1,5 miljoen euro per jaar. ‘Maximaal’ impliceert dat dit bedrag ook lager kan uitvallen. Hanteert u behalve deze bovengrens ook een ondergrens, d.w.z. een minimum- of basisbedrag aan subsidie, waar de philharmonie in elk geval op kan rekenen?    

02. De philharmonie zuidnederland is behalve in Noord-Brabant ook actief in Limburg. Hebt u de bezuiniging op de philharmonie met de provincie Limburg overlegd? Wat was haar reactie?

03. Hoe is de provincie Limburg van plan met de philharmonie zuidnederland om te gaan? Verwacht u uit deze provincie ook bezuinigingen, of juist extra investeringen nu Brabant gaat bezuinigen?

04. Was het niet beter geweest om met de provincie Limburg tot een gezamenlijke toekomstvisie voor de philharmonie zuidnederland te komen i.p.v. als provincie Noord-Brabant alleen en eenzijdig te werk te gaan?

05. Samen met de provincie Limburg hebt u verschillende toekomstscenario’s voor de philharmonie laten onderzoeken.

  1. Waarom hebt u op basis van dit onderzoek gekozen voor dit scenario?
  2. Voor welk scenario kiest de provincie Limburg en waarom?

06. De 2 miljoen euro subsidie uit 2017 brengt u terug tot maximaal 1,5 miljoen euro subsidie in 2018 en 2019. Wat gaat u concreet doen met de 500.000 euro die u jaarlijks overhoudt?

07. De philharmonie zuidnederland is gevestigd op twee locaties: in Eindhoven en in Maastricht. Is het voorstelbaar dat a.g.v. deze bezuiniging de philharmonie uit een van deze locaties vertrekt?

08. Vindt u het wenselijk dat de philharmonie uit een van deze locaties vertrekt of zich op een andere locatie vestigt?

09. De philharmonie zuidnederland is een regio-orkest. Daarvan zijn er in Zuid-Nederland niet veel, dus daar moeten we zuinig op zijn. Welke (rand)voorwaarden gaat u stellen om ervoor te zorgen dat het orkest haar regiofunctie kan behouden?

10. Bezuinigen kan ertoe leiden dat de philharmonie, om te kunnen besparen, activiteiten en optredens moet gaan schrappen of de prijs voor concertkaarten moet verhogen. Hoe gaat u als provincie waarborgen dat de philharmonie een orkest blijft, waarvan de activiteiten voor iedereen zichtbaar én toegankelijk zijn?

11. De philharmonie zuidnederland maakt onzekere tijden door. Eerst de fusie van het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest. Daarna onzekerheid over de vestigingsplaats(en). Nu bezuinigingen. Over twee jaar weer een evaluatie en mogelijk andere plannen. Het lijkt erop dat de philharmonie in de ongewenste situatie terecht komt dat het meer tijd kwijt is met beleid maken dan met muziek maken. Bent u het met het CDA eens dat dit onwenselijk is en de kwaliteit en continuïteit van het regio-orkest niet ten goede komt?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

Schriftelijke vragen over weigering verbreding A2 Weert-Eindhoven

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar en Ankie de Hoon over de weigering van minister Schultz om de A2 Weert-Eindhoven te verbreden.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen weigering verbreding A2 Weert-Eindhoven.

Geacht college,

Op de A2 staan tussen Weert en Eindhoven elke werkdag files, vooral in de ochtendspits richting Eindhoven. Niet alleen weggebruikers, maar ook betrokken gemeenten en de provincies Brabant en Limburg ondervinden hier veel negatieve gevolgen van. Naast de economische schade die files veroorzaken, is het overmatig sluipverkeer, dat via woonkernen als Leende probeert de files te vermijden, een steeds groter wordend probleem.

Het CDA maakt zich grote zorgen over de bereikbaarheid van Zuid-Nederland, nu minister Schultz van Infrastructuur de A2 tussen Weert en Eindhoven niet wil verbreden. Niet alleen omdat de economische groei in de regio Eindhoven groter is dan die in heel Nederland, maar ook groter dan die in steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag.

Alleen een bereikbare regio kan een economisch sterke regio zijn, vindt het CDA. Daarom de volgende vragen:

  1. Deelt u de mening dat het voor Brainport Eindhoven, maar ook voor de logistieke hotspot Venlo, alsmede voor de bereikbaarheid van de Chemelot Campus, de Maastricht Health Campus en de Smart Services Hub in Heerlen, kortom voor een belangrijk deel van de Nederlandse economie, van groot belang is dat rond Eindhoven kan worden doorgereden?
  2. Deelt u de mening dat zonder spoedige verbreding van de A2 tussen Weert en Eindhoven het probleem in de komende jaren nijpender wordt door toename van verkeer én dat nu ingrijpen zowel goed is voor verdere banengroei als voor duurzame mobiliteitsontwikkeling (‘smart mobility’) en verbetering van de verkeersveiligheid?
  3. Deelt u de mening van veiligheidsdeskundigen dat de krappe vormgeving tussen Weert-Noord en Leende en de dichtheid van op- en afritten in combinatie met de verkeersdruk leiden tot meer onveiligheid?
  4. Kunt u verklaren hoe het mogelijk is dat tussen Weert en Eindhoven elke dag een file staat, maar dat bij de berekeningen van het Rijk dit niet als een op te lossen knelpunt wordt gesignaleerd?
  5. Hebt u samen met de provincie Limburg een stevige lobby gevoerd richting het Rijk en minister Schultz om de verbreding van de A2 tussen Weert en Eindhoven hoog op de agenda te krijgen?
  6. Bent u gekend in het besluit van minister Schultz om de A2 niet te verbreden en in te zetten op het alternatief gedragsbeïnvloeding door middel van het zogenaamde ‘spitsmijden’?
  7. Op basis van welke overwegingen, anders dan financiële, zijn een extra rijstrook bij Valkenswaard, het toevoegen van spitsstroken of het verbreden van het complete traject in beide richtingen, nu afgevallen?
  8. Ondersteunt u het alternatief van ministere Schultz en bent u inderdaad van mening dat de gebruikers van dit stuk van de A2 een keuze hebben en kunnen worden beïnvloed door middel van beloning?
  9. Ziet u, behalve de evidente oplossing van de broodnodige uitbreiding van de A2, nog andere aanvullende maatregelen dan het ‘spitsmijden’ om de pijn te verzachten zolang de A2 nog niet wordt verbreed?
  10. Welke acties heeft u al ondernomen of gaat u nog ondernemen tegen het overmatige sluipverkeer, als gevolg van de vele files op de A2 tussen Weert en Eindhoven, in veel woonkernen langs de A2, zoals in Leende? Dit zolang er nog geen prioriteit wordt gegeven aan en financiële middelen worden vrij gemaakt voor de verbreding van de A2.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar en Ankie de Hoon

 

Schriftelijke vragen over besluit versnelling transitie veehouderij

Schriftelijke vragen van Statenlid René Kuijken over het besluit versnelling.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen besluit versnelling transitie veehouderij.

Geacht college,

De CDA-fractie was tijdens de themavergadering Landbouw op 30 juni 2017 van mening dat investeren in de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen door de provincie én het aan boeren vervroegd opleggen van nieuwe stalsystemen elkaar bijten. Boeren zullen immers snel investeren in zgn. ‘end-of-pipe systemen’ (e.g. luchtwassers) terwijl de betere technieken, die bijdragen aan emissiereductie bij de bron (stabiliseren of afvoeren van mest), beter werken, maar te laat beschikbaar komen. Gedeputeerde Spierings was van mening dat deze twee beleidslijnen elkaar niet bijten. Haar verwachting is dat deze technieken binnen 2,5 jaar op de markt zijn.

Echter, volgens uw voorstel Versnelling transitie veehouderij onder stuk nr. 41/17 zullen boeren met stallen ouder dan 15 jaar al in 2020 een ontvankelijke vergunningsaanvraag moeten hebben ingediend. In deze aanvragen zullen, bij gebrek aan beter, de beoogde end-of-pipe stalsystemen zijn opgenomen.

  1. Verwacht u dat er voor 2019 totaal nieuwe stalsystemen gaan worden getest en als best beschikbare techniek gaan worden aangemerkt? Verwacht u dat deze nog in de vergunningsaanvragen gaan worden meegenomen?
  2. Verwacht u dat boeren hun vergunningsaanvraag gaan aanpassen en de procedures met de bank, architect en agrarische adviesbureaus gaan overdoen, als er voor januari 2020 nieuwe technieken beschikbaar komen?
  3. Hoe ziet u het voor zich dat deze betere, maar reeds te ontwikkelen technieken hun weg gaan vinden in de vergunningsaanvragen voor 2020?
  4. Kunt u kort toelichten op welke punten de adviezen uit PAS als Kans van BrabantAdvies van februari 2017 voor u ongewenst zijn?
  5. Kunt u kort toelichten op welke punten de adviezen uit PAS als Kans van BrabantAdvies van februari 2017 juridisch onhaalbaar zijn?
  6. Volgens het rapport Onderzoek naar verwachte effecten van voorgenomen maatregelen veehouderij: effecten op natuur en milieu van Pouderoyen Compagnons1 is voor de periode 2020-2028 de totale stikstofwinst in vergunde ammoniakemissie ca. 12,5 kiloton, wanneer je de door u voorgestelde aanpassingen in de Verordening natuurbescherming vergelijkt met de versie ten tijde van dit onderzoek. Indien de agrarische sector met een alternatief bod komt om de vergunde stikstofemmissie met 12,5 kiloton terug te brengen, bent u dan bereid om de deadline voor aanpassing van stallen terug te zetten naar 2028? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken

1 Zie http://www.brabant.nl/-/media/816160ed45bb468e97f1c043379c6e65.pdf?la=nl&hash=DE7CD4A5684B16B96605426E4ACE25F3A396DCE7.

Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en René Kuijken over criminaliteit op het platteland en de Wet BIBOB.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB.

Geacht college, 

Zowel regionale als landelijke media berichtten afgelopen week over de criminaliteit op het platteland. Dit naar aanleiding van een brief van de twaalf Commissarissen van de Koning in Nederland. De Brabantse CDA-fractie is geschrokken van deze berichtgeving én van het feit dat de politiecapaciteit in Brabant blijkbaar nog steeds niet op orde is. Al eerder hebben wij onze steun uitgesproken voor de oproep van onze Commissaris aan Den Haag om de Brabantse politie te versterken. Dat blijven wij doen. In dit kader hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In hoeverre hebben Brabantse lobbypogingen in Den Haag extra capaciteit en inzet van politie in Brabant opgeleverd?

02. Wat is nodig om te voorkomen dat Den Haag de belangen van de regio’s, zoals Brabant, niet langer negeert?

03. Het oplospercentage van misdrijven in Brabant lag in 2014 met 24,6% onder het landelijk gemiddelde. In een gemeente als Goirle lag dit percentage op 11,6%, nog veel lager dus. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over opgeloste misdrijven in Brabant? In 2015/2016 bleek ook dat de aanrijtijden van de politie op het Brabantse platteland onder de maat waren. Te vaak werd de maximale aanrijtijd van vijftien minuten niet gehaald. In sommige delen van Brabant was de politie zelfs in bijna één op de twee gevallen te laat. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over de aanrijtijden van de politie in Brabantse plattelandsgemeenten?

In opdracht van de provincie evalueerde een commissie van experts de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant, een wet die moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Het doel van deze evaluatie was om alertheid waar nodig te vergroten. Uit het rapport van de commissie blijkt dat Brabant deze wet goed uitvoert. De commissie constateerde echter ook dat verschillende Brabantse (plattelands)gemeenten de Wet BIBOB nog niet of onvoldoende toepassen. Geen goed signaal gegeven de berichten dat criminelen vrij spel hebben op het Brabantse platteland. Het CDA vindt dat we behalve onze politiecapaciteit ook onze eigen (veiligheids)zaken in Brabant goed op orde moeten hebben. Klaarblijkelijk is dit nog niet het geval en daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

04. Wat gaat u als provincie richting gemeenten doen om, met dit rapport in de hand, de aanpak van criminaliteit in Brabant te verstevigen?

De commissie die de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant heeft geëvalueerd, doet een aantal zinvolle aanbevelingen.

05. Ten eerste adviseert de commissie om bij bijvoorbeeld een vergunningaanvraag een integriteitscheck te laten uitvoeren door de vakafdelingen zelf. Bent u van plan dit advies op te volgen in uw eigen organisatie en processen?

06. Ten tweede stelt de commissie voor het bewustzijn van de provinciale organisatie rondom (georganiseerde) criminaliteit te verbeteren. Hoe bent u van plan dit op te pakken?

07. Ten derde pleit de commissie ervoor om ambtenaren die actief betrokken zijn bij bedrijven waarop de Wet BIBOB van toepassing is te screenen. Bent u van plan dit vanaf heden te gaan doen?

08. Ten vierde doet de commissie aanbevelingen om goede, integere bedrijven minder te belasten met BIBOB-onderzoeken en tegelijkertijd malafide bedrijven te blijven aanpakken:

  1. Het zou eenvoudiger moeten worden om integere bedrijven die regelmatig vergunningaanvragen doen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van het BIBOB-instrumentaruim. Bijvoorbeeld door deze op een ‘witte lijst’ van goede praktijken te plaatsen of een certificaat te geven.
  2. Is het mogelijk om integere bedrijven simpelere en snellere procedures te laten doorlopen? Bent u van plan om dit toe te passen?
  3. Is het mogelijk om naast een ‘witte lijst’ ook een ‘zwarte lijst’ met malafide bedrijven en organisaties op te stellen om handhaving gemakkelijker te makenIn hoeverre is het (wettelijk) mogelijk om deze lijst te delen met Brabantse gemeenten om hen te ondersteunen en te waarschuwen voor de activiteiten van criminelen?
  4. Als alternatief voor een ‘zwarte lijst’ zou de provincie risicoprofielen van sectoren en bedrijfstypen kunnen opstellen. Een lijst hiervan zou de provincie geanonimiseerd kunnen delen met andere overheden om deze te helpen met toepassen van de BIBOB. Bent u bereid deze mogelijkheid te onderzoeken op haalbaarheid?

09. Ten vijfde raadt de commissie aan om meer informatie over de BIBOB en informatie over toezicht en handhaving te delen met andere overheden en tussen overheden onderling. Welke wettelijke ruimte hebt u hier op dit moment voor en hoezeer staat privacywetgeving het delen van informatie in de weg?

10. Ten zesde concludeert de commissie dat niet alle Brabantse gemeenten de BIBOB-wet (goed) toepassen. Dit leidt ertoe dat criminelen bepaalde gemeenten misbruiken voor hun activiteiten.

  1. Hoe bent u van plan om álle Brabantse gemeenten de Wet BIBOB actief en zorgvuldig te laten toepassen?
  2. Bent u bereid om het zorgvuldig toepassen van de Wet BIBOB als criterium en onderzoeksvraag onderdeel te maken van het proces ‘Veerkrachtig Bestuur’?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en René Kuijken

Schriftelijke vragen over de problemen op Hazeldonk

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Huseyin Bahar over de problemen op verzorgingsplaats/bedrijventerrein Hazeldonk.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Hazeldonk.

Geacht college, 

Op 17 mei jl. lazen wij via dagblad BN De Stem het bericht Bewaakte parking Hazeldonk nog lang niet klaar1.

Naar aanleiding van deze berichtgeving én een werkbezoek aan Hazeldonk op 2 juni jl. heeft de fractie van het CDA voor u de volgende vragen: 

01. Bent u bekend met het bericht Bewaakte parking Hazeldonk nog lang niet klaar2?

02. Vrachtwagenchauffeurs, ondernemers en andere bezoekers en gebruikers van Hazeldonk ervaren verschillende problemen t.a.v. de bereikbaarheid, veiligheid én leefbaarheid. Zijn deze problemen zijn bij u bekend?

03. Lost volgens u de aanleg van de nieuwe, bewaakte truckparking, die al in mei open had moeten zijn, het huidige tekort aan parkeerplaatsen voor vrachtwagens tijdens piekmomenten structureel op?

04. Net als veel andere bedrijventerreinen in Brabant zijn de bedrijven op Hazeldonk niet bereikbaar per openbaar vervoer of per fiets, wat het voor ondernemers moeilijk maakt om openstaande vacatures in te vullen met werkzoekenden uit de regio.

  1. Erkent u dat dit een probleem is?
  2. Wat kunt u voor de ondernemers op Hazeldonk betekenen om dit probleem op te lossen?

05. Klopt het dat er op Hazeldonk meer dan gemiddeld sprake is van overlast en criminaliteit, zoals diefstal van voertuigen en ladingdiefstal? Kunt u ons hierover actuele en relevante cijfers (laten) overleggen?

06. Op welke wijze(n) worden dergelijke overlast en criminaliteit tegengegaan en wat is handhavingsbeleid daaromtrent?

07. Is de sanitaire capaciteit voldoende voor het aantal mensen dat Hazeldonk nu aandoet of in de toekomst aan zal doen? En wie is verantwoordelijk voor uitbreiding indien nodig?

08. Verwacht u dat gelet op de ontwikkelingen in de landen om ons heen, zoals de tolheffing in België en Duitsland, het Duits verbod op cabinekamperen en een toename van het internationale goederenvervoer gevolgen hebben voor Hazeldonk? Indien ja, welke gevolgen?

09. Bent u bekend met het bericht Europese miljoenen voor aanleg truckparkings op komst2?

10. In hoeverre is een tekort aan financiële middelen (mede)oorzaak van de problemen die op Hazeldonk zijn ontstaan?

11, In Limburg betaalt de provincie mee aan het beveiligen van truckparkings, zoals die bij Venlo, om zo o.a. de tarieven voor vrachtwagenchauffeurs te beperken. Op welke wijze(n) draagt de provincie Noord-Brabant, financieel of anderszins, bij aan een veilige en betaalbare truckstop op Hazeldonk? Welke rol ziet u daarbij voor de provincie?

12. Wat kunt u als provincie doen om de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid op en rond truckparkings en verzorgingsplaatsen in Brabant structureel te verbeteren?

13. Bent u bereid om op korte termijn met de minister van Infrastructuur en Milieu, de colleges van B&W van de gemeenten Zundert en Breda én met bedrijvenvereniging Logistic Center Hazeldonk-Meer (LCHM) in gesprek te gaan over de aard en omvang van de problemen op Hazeldonk en hoe deze zo spoedig mogelijk te verhelpen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Huseyin Bahar

1 Zie http://www.bndestem.nl/breda/bewaakte-parking-hazeldonk-nog-lang-niet-klaar~aa63f016/ (d.d. 17 mei 2017).

2 Zie http://www.bndestem.nl/breda/bewaakte-parking-hazeldonk-nog-lang-niet-klaar~aa63f016/ (d.d. 17 mei 2017).

3 Zie https://truckstar.nl/plan-aanpak-en-europese-miljoenen-aanleg-truckparkings-op-komst/ (d.d. 15 mei 2017).

Schriftelijke vragen over tweedeling Brabantse samenleving

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Geacht college, 

De verkenning Mind the Gap van kennisplatform BrabantKennis doet bij het CDA alle alarmbellen rinkelen. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter wordt. Hoog- en laagopgeleiden leven langs elkaar in plaats van met elkaar. Hierdoor kennen en ontmoeten Brabanders elkaar niet meer en leven ze in kleine groepen gelijkgestemden, in aparte wijken voor hoger- dan wel lageropgeleiden.

Om deze tweedeling tegen te gaan, doet BrabantKennis gelukkig een aantal zinvolle aanbevelingen. Hieronder de oproep tot het in stand houden van buurtvoorzieningen, tradities en evenementen. Dát zijn immers de plekken en momenten waar mensen elkaar ontmoeten, zoals tijdens het spelen van een partijtje voetbal, het vieren van carnaval of in de activiteiten van organisaties als ouderenbonden en vrouwenverenigingen.

Daarnaast pleit BrabantKennis ervoor om mensen beter voor te bereiden op onze ingewikkelde samenleving. We moeten Brabanders de vaardigheden en mogelijkheden geven om te kunnen blijven meedoen.

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Onderschrijft u de conclusie van BrabantKennis dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter en dieper wordt?
  2. Bent u van plan om de bevindingen van BrabantKennis te gebruiken als nieuwe input voor uw beleid omtrent ‘Sociale Veerkracht’?
  3. De meeste Brabanders zijn doeners en geen denkers, stelt BrabantKennis. Wat betekent deze observatie voor uw plannen omtrent ‘Sociale Veerkracht’? Moeten deze niet juist concreet en klein worden gehouden in plaats van breed en abstract (bijvoorbeeld door het betalen van promovendi)?
  4. Mensen ontmoeten elkaar in verenigingsverband, op sportclubs en tijdens evenementen als carnaval. In hoeverre bent u het met het CDA eens dat we als provincie deze ontmoetingen verder moeten stimuleren en faciliteren?
  5. Buurtvoorzieningen zijn een andere manier om ontmoeting tussen en door groepen heen mogelijk te maken. De provincie Noord-Brabant heeft o.a. via de zgn. ‘doe-budgetten’ langere tijd met succes ingezet op het concreet verbeteren van buurtvoorzieningen. Bent u, in het licht van de aanbevelingen van BrabantKennis, bereid om in samenwerking met gemeenten opnieuw in te zetten op het vernieuwen en verbeteren van buurtvoorzieningen?
  6. Tegelijk met het verdiepen van de tweedeling zien we nieuwe vormen van samenwerking ontstaan. Bijvoorbeeld coöperaties, platformen, burgerinitiatieven en sociale ondernemingen. Deze initiatieven stranden echter nog té vaak door onnodige problemen en door de overheid opgelegde beperkingen. Hoezeer hebt u voor elk van deze vernieuwende vormen in beeld tegen welke problemen, (wettelijke) beperkingen en moeilijkheden men aanloopt?
  7. Om te kunnen blijven meedoen in onze samenleving is een aantal vaardigheden onmisbaar. Te denken valt aan het gebruiken van digitale middelen, het spreken van de Nederlandse taal en het creëren van een vriendennetwerk. Deelt u de mening van het CDA dat de provincie deze vaardigheden actief moet stimuleren bij doelgroepen die dat nodig hebben?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot