Berichten

Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en René Kuijken over criminaliteit op het platteland en de Wet BIBOB.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB.

Geacht college, 

Zowel regionale als landelijke media berichtten afgelopen week over de criminaliteit op het platteland. Dit naar aanleiding van een brief van de twaalf Commissarissen van de Koning in Nederland. De Brabantse CDA-fractie is geschrokken van deze berichtgeving én van het feit dat de politiecapaciteit in Brabant blijkbaar nog steeds niet op orde is. Al eerder hebben wij onze steun uitgesproken voor de oproep van onze Commissaris aan Den Haag om de Brabantse politie te versterken. Dat blijven wij doen. In dit kader hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In hoeverre hebben Brabantse lobbypogingen in Den Haag extra capaciteit en inzet van politie in Brabant opgeleverd?

02. Wat is nodig om te voorkomen dat Den Haag de belangen van de regio’s, zoals Brabant, niet langer negeert?

03. Het oplospercentage van misdrijven in Brabant lag in 2014 met 24,6% onder het landelijk gemiddelde. In een gemeente als Goirle lag dit percentage op 11,6%, nog veel lager dus. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over opgeloste misdrijven in Brabant? In 2015/2016 bleek ook dat de aanrijtijden van de politie op het Brabantse platteland onder de maat waren. Te vaak werd de maximale aanrijtijd van vijftien minuten niet gehaald. In sommige delen van Brabant was de politie zelfs in bijna één op de twee gevallen te laat. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over de aanrijtijden van de politie in Brabantse plattelandsgemeenten?

In opdracht van de provincie evalueerde een commissie van experts de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant, een wet die moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Het doel van deze evaluatie was om alertheid waar nodig te vergroten. Uit het rapport van de commissie blijkt dat Brabant deze wet goed uitvoert. De commissie constateerde echter ook dat verschillende Brabantse (plattelands)gemeenten de Wet BIBOB nog niet of onvoldoende toepassen. Geen goed signaal gegeven de berichten dat criminelen vrij spel hebben op het Brabantse platteland. Het CDA vindt dat we behalve onze politiecapaciteit ook onze eigen (veiligheids)zaken in Brabant goed op orde moeten hebben. Klaarblijkelijk is dit nog niet het geval en daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

04. Wat gaat u als provincie richting gemeenten doen om, met dit rapport in de hand, de aanpak van criminaliteit in Brabant te verstevigen?

De commissie die de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant heeft geëvalueerd, doet een aantal zinvolle aanbevelingen.

05. Ten eerste adviseert de commissie om bij bijvoorbeeld een vergunningaanvraag een integriteitscheck te laten uitvoeren door de vakafdelingen zelf. Bent u van plan dit advies op te volgen in uw eigen organisatie en processen?

06. Ten tweede stelt de commissie voor het bewustzijn van de provinciale organisatie rondom (georganiseerde) criminaliteit te verbeteren. Hoe bent u van plan dit op te pakken?

07. Ten derde pleit de commissie ervoor om ambtenaren die actief betrokken zijn bij bedrijven waarop de Wet BIBOB van toepassing is te screenen. Bent u van plan dit vanaf heden te gaan doen?

08. Ten vierde doet de commissie aanbevelingen om goede, integere bedrijven minder te belasten met BIBOB-onderzoeken en tegelijkertijd malafide bedrijven te blijven aanpakken:

  1. Het zou eenvoudiger moeten worden om integere bedrijven die regelmatig vergunningaanvragen doen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van het BIBOB-instrumentaruim. Bijvoorbeeld door deze op een ‘witte lijst’ van goede praktijken te plaatsen of een certificaat te geven.
  2. Is het mogelijk om integere bedrijven simpelere en snellere procedures te laten doorlopen? Bent u van plan om dit toe te passen?
  3. Is het mogelijk om naast een ‘witte lijst’ ook een ‘zwarte lijst’ met malafide bedrijven en organisaties op te stellen om handhaving gemakkelijker te makenIn hoeverre is het (wettelijk) mogelijk om deze lijst te delen met Brabantse gemeenten om hen te ondersteunen en te waarschuwen voor de activiteiten van criminelen?
  4. Als alternatief voor een ‘zwarte lijst’ zou de provincie risicoprofielen van sectoren en bedrijfstypen kunnen opstellen. Een lijst hiervan zou de provincie geanonimiseerd kunnen delen met andere overheden om deze te helpen met toepassen van de BIBOB. Bent u bereid deze mogelijkheid te onderzoeken op haalbaarheid?

09. Ten vijfde raadt de commissie aan om meer informatie over de BIBOB en informatie over toezicht en handhaving te delen met andere overheden en tussen overheden onderling. Welke wettelijke ruimte hebt u hier op dit moment voor en hoezeer staat privacywetgeving het delen van informatie in de weg?

10. Ten zesde concludeert de commissie dat niet alle Brabantse gemeenten de BIBOB-wet (goed) toepassen. Dit leidt ertoe dat criminelen bepaalde gemeenten misbruiken voor hun activiteiten.

  1. Hoe bent u van plan om álle Brabantse gemeenten de Wet BIBOB actief en zorgvuldig te laten toepassen?
  2. Bent u bereid om het zorgvuldig toepassen van de Wet BIBOB als criterium en onderzoeksvraag onderdeel te maken van het proces ‘Veerkrachtig Bestuur’?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en René Kuijken

Schriftelijke vragen over de problemen op Hazeldonk

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Huseyin Bahar over de problemen op verzorgingsplaats/bedrijventerrein Hazeldonk.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Hazeldonk.

Geacht college, 

Op 17 mei jl. lazen wij via dagblad BN De Stem het bericht Bewaakte parking Hazeldonk nog lang niet klaar1.

Naar aanleiding van deze berichtgeving én een werkbezoek aan Hazeldonk op 2 juni jl. heeft de fractie van het CDA voor u de volgende vragen: 

01. Bent u bekend met het bericht Bewaakte parking Hazeldonk nog lang niet klaar2?

02. Vrachtwagenchauffeurs, ondernemers en andere bezoekers en gebruikers van Hazeldonk ervaren verschillende problemen t.a.v. de bereikbaarheid, veiligheid én leefbaarheid. Zijn deze problemen zijn bij u bekend?

03. Lost volgens u de aanleg van de nieuwe, bewaakte truckparking, die al in mei open had moeten zijn, het huidige tekort aan parkeerplaatsen voor vrachtwagens tijdens piekmomenten structureel op?

04. Net als veel andere bedrijventerreinen in Brabant zijn de bedrijven op Hazeldonk niet bereikbaar per openbaar vervoer of per fiets, wat het voor ondernemers moeilijk maakt om openstaande vacatures in te vullen met werkzoekenden uit de regio.

  1. Erkent u dat dit een probleem is?
  2. Wat kunt u voor de ondernemers op Hazeldonk betekenen om dit probleem op te lossen?

05. Klopt het dat er op Hazeldonk meer dan gemiddeld sprake is van overlast en criminaliteit, zoals diefstal van voertuigen en ladingdiefstal? Kunt u ons hierover actuele en relevante cijfers (laten) overleggen?

06. Op welke wijze(n) worden dergelijke overlast en criminaliteit tegengegaan en wat is handhavingsbeleid daaromtrent?

07. Is de sanitaire capaciteit voldoende voor het aantal mensen dat Hazeldonk nu aandoet of in de toekomst aan zal doen? En wie is verantwoordelijk voor uitbreiding indien nodig?

08. Verwacht u dat gelet op de ontwikkelingen in de landen om ons heen, zoals de tolheffing in België en Duitsland, het Duits verbod op cabinekamperen en een toename van het internationale goederenvervoer gevolgen hebben voor Hazeldonk? Indien ja, welke gevolgen?

09. Bent u bekend met het bericht Europese miljoenen voor aanleg truckparkings op komst2?

10. In hoeverre is een tekort aan financiële middelen (mede)oorzaak van de problemen die op Hazeldonk zijn ontstaan?

11, In Limburg betaalt de provincie mee aan het beveiligen van truckparkings, zoals die bij Venlo, om zo o.a. de tarieven voor vrachtwagenchauffeurs te beperken. Op welke wijze(n) draagt de provincie Noord-Brabant, financieel of anderszins, bij aan een veilige en betaalbare truckstop op Hazeldonk? Welke rol ziet u daarbij voor de provincie?

12. Wat kunt u als provincie doen om de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid op en rond truckparkings en verzorgingsplaatsen in Brabant structureel te verbeteren?

13. Bent u bereid om op korte termijn met de minister van Infrastructuur en Milieu, de colleges van B&W van de gemeenten Zundert en Breda én met bedrijvenvereniging Logistic Center Hazeldonk-Meer (LCHM) in gesprek te gaan over de aard en omvang van de problemen op Hazeldonk en hoe deze zo spoedig mogelijk te verhelpen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Huseyin Bahar

1 Zie http://www.bndestem.nl/breda/bewaakte-parking-hazeldonk-nog-lang-niet-klaar~aa63f016/ (d.d. 17 mei 2017).

2 Zie http://www.bndestem.nl/breda/bewaakte-parking-hazeldonk-nog-lang-niet-klaar~aa63f016/ (d.d. 17 mei 2017).

3 Zie https://truckstar.nl/plan-aanpak-en-europese-miljoenen-aanleg-truckparkings-op-komst/ (d.d. 15 mei 2017).

Schriftelijke vragen over tweedeling Brabantse samenleving

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Geacht college, 

De verkenning Mind the Gap van kennisplatform BrabantKennis doet bij het CDA alle alarmbellen rinkelen. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter wordt. Hoog- en laagopgeleiden leven langs elkaar in plaats van met elkaar. Hierdoor kennen en ontmoeten Brabanders elkaar niet meer en leven ze in kleine groepen gelijkgestemden, in aparte wijken voor hoger- dan wel lageropgeleiden.

Om deze tweedeling tegen te gaan, doet BrabantKennis gelukkig een aantal zinvolle aanbevelingen. Hieronder de oproep tot het in stand houden van buurtvoorzieningen, tradities en evenementen. Dát zijn immers de plekken en momenten waar mensen elkaar ontmoeten, zoals tijdens het spelen van een partijtje voetbal, het vieren van carnaval of in de activiteiten van organisaties als ouderenbonden en vrouwenverenigingen.

Daarnaast pleit BrabantKennis ervoor om mensen beter voor te bereiden op onze ingewikkelde samenleving. We moeten Brabanders de vaardigheden en mogelijkheden geven om te kunnen blijven meedoen.

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Onderschrijft u de conclusie van BrabantKennis dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter en dieper wordt?
  2. Bent u van plan om de bevindingen van BrabantKennis te gebruiken als nieuwe input voor uw beleid omtrent ‘Sociale Veerkracht’?
  3. De meeste Brabanders zijn doeners en geen denkers, stelt BrabantKennis. Wat betekent deze observatie voor uw plannen omtrent ‘Sociale Veerkracht’? Moeten deze niet juist concreet en klein worden gehouden in plaats van breed en abstract (bijvoorbeeld door het betalen van promovendi)?
  4. Mensen ontmoeten elkaar in verenigingsverband, op sportclubs en tijdens evenementen als carnaval. In hoeverre bent u het met het CDA eens dat we als provincie deze ontmoetingen verder moeten stimuleren en faciliteren?
  5. Buurtvoorzieningen zijn een andere manier om ontmoeting tussen en door groepen heen mogelijk te maken. De provincie Noord-Brabant heeft o.a. via de zgn. ‘doe-budgetten’ langere tijd met succes ingezet op het concreet verbeteren van buurtvoorzieningen. Bent u, in het licht van de aanbevelingen van BrabantKennis, bereid om in samenwerking met gemeenten opnieuw in te zetten op het vernieuwen en verbeteren van buurtvoorzieningen?
  6. Tegelijk met het verdiepen van de tweedeling zien we nieuwe vormen van samenwerking ontstaan. Bijvoorbeeld coöperaties, platformen, burgerinitiatieven en sociale ondernemingen. Deze initiatieven stranden echter nog té vaak door onnodige problemen en door de overheid opgelegde beperkingen. Hoezeer hebt u voor elk van deze vernieuwende vormen in beeld tegen welke problemen, (wettelijke) beperkingen en moeilijkheden men aanloopt?
  7. Om te kunnen blijven meedoen in onze samenleving is een aantal vaardigheden onmisbaar. Te denken valt aan het gebruiken van digitale middelen, het spreken van de Nederlandse taal en het creëren van een vriendennetwerk. Deelt u de mening van het CDA dat de provincie deze vaardigheden actief moet stimuleren bij doelgroepen die dat nodig hebben?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

CDA: herkansing nachtbus tijdens evenementen

Het CDA in de provincie Noord-Brabant wil dat de nachtbus een herkansing krijgt tijdens Brabantse evenementen. De partij gaat hiertoe schriftelijke vragen stellen aan het Brabantse provinciebestuur.

Recent maakte de provincie Noord-Brabant bekend dat zij een lopende proef met de nachtbus op 1 juli a.s. voortijdig gaat beëindigen. Als belangrijkste reden hiervoor noemt verantwoordelijk gedeputeerde Van der Maat dat te weinig mensen van de nachtbus gebruik maken en deze daardoor niet kostendekkend is. Alleen met carnaval én tijdens een groot evenement, bijvoorbeeld de Groots met een zachte G concerten van Guus Meeuwis, is er sprake van een piek in het aantal nachtbusreizigers.

Nu het festivalseizoen is begonnen en er tal van grote zomerevenementen aankomen, vraagt het CDA zich, net als verschillende andere partijen, af of de proef met de nachtbus wel een eerlijke kans heeft gekregen. Het CDA stelt voor het resterende geld dat voor de proef was gereserveerd in te zetten om ervoor te zorgen dat de nachtbus blijft rijden met carnaval én tijdens grote evenementen. “Dus tijdens die momenten dat de nachtbus volgens de gedeputeerde wél vol zit”, aldus Statenlid Ankie de Hoon.

De vijf grootste Brabantse gemeenten, die hebben meebetaald aan de proef, zouden inspraak moeten krijgen bij het bepalen van de momenten waarop inzet van de nachtbus is gewenst.

Statenlid Ankie de Hoon, woordvoerder verkeer en vervoer:

“Als CDA pleiten wij voor zoveel mogelijk vervoer op maat, waarbij het OV-aanbod aansluit op de wens van de OV-reiziger. Aan een nachtbus blijkt met carnaval en tijdens evenementen grote behoefte te zijn. Wij willen dan ook dat de nachtbus blijft en op deze piekmomenten wordt ingezet.”

Schriftelijke vragen over toegankelijkheid Brabants OV

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Huseyin Bahar over de toegankelijkheid van Brabantse bussen en bushaltes voor rolstoelgebruikers.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de toegankelijkheid van het openbaar vervoer.

Geacht college, 

Sinds 2012 moet 98 procent van de bussen toegankelijk zijn voor gehandicapten. Op 30 mei jl. konden we echter in dagblad Trouw lezen dat de vervoerders  dat streven bij lange na niet halen.1

Voor het CDA kwam dit niet als een verrassing. Toen wij een jaar geleden de eerste editie van onze ‘OV-Race’ organiseerden, bedoeld om het Brabantse openbaar vervoer te testen, ondervond ons testpanel al dat rolstoelgebruikers op veel plaatsen niet de bus in kunnen of mogen rekenen op assistentie.

Verbetering van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor rolstoelgebruikers stond dan ook hoog op ons verlanglijstje voor de gedeputeerde Mobiliteit. Zelfredzaamheid en eigen regie vinden wij daarbij heel belangrijk.

Op de website van de regiotaxi Midden-Brabant lezen we dat iemand gebruik mag maken van de regiotaxi indien hij/zij geen gebruik wil maken van het reguliere openbaar vervoer. Deze zin wekt de verwachting dat ons openbaar vervoer 100% toegankelijk is. Maar dat is het dus niet.

Dit brengt het CDA tot de volgende schriftelijke vragen:

  1. Bent u bekend met het artikel in Trouw d.d. 30 mei jl. en de inhoud van het onderliggende onderzoek van DTV Consultants?
  2. Hoeveel procent van de bussen én hoeveel procent van de bushaltes in de provincie Noord-Brabant is op dit moment toegankelijk voor rolstoelgebruikers?
  3. Wat is de doelstelling, uitgedrukt in een percentage, m.b.t. de toegankelijkheid van Brabantse bussen én de toegankelijkheid van Brabantse bushaltes voor rolstoelgebruikers?
  4. Welke mogelijkheden heeft de provincie om de toegankelijkheid van Brabantse bussen en bushaltes voor mensen in een rolstoel te (laten) verbeteren?
  5. Welke van deze ‘instrumenten’ hebt u in het afgelopen jaar (periode mei 2016 – mei 2017) ingezet?
  6. Wat is het effect van deze inzet geweest?  
  7. Met welke regelmaat wordt de toegankelijkheid van het Brabantse openbaar vervoer get(o)etst?
  8. Wanneer is het eerstvolgende moment om maatregelen te (laten) nemen die de toegankelijkheid kunnen verbeteren?
  9. Welk telefoonnummer kan een Brabantse OV-gebruiker bellen, wanneer hij/zij een probleem ervaart inzake de toegankelijkheid van het openbaar vervoer?  
  10. Wat is uw definitie van ‘vervoer op maat’ in het Brabantse openbaar vervoer?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Huseyin Bahar

1 Op citaat: Trouw, Rolstoelers komen vaak de bus niet in, https://www.trouw.nl/samenleving/rolstoelers-komen-vaak-de-bus-niet-in~adf1c23c/, 30 mei 2017.

Schriftelijke (vervolg)vragen over nieuwe N69 en bereidheid vrachtwagenverbod

Schriftelijke (vervolg)vragen van Statenleden René Kuijken en Ankie de Hoon over de nieuwe N69 en de bereidheid tot het instellen van een vrachtwagenverbod.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over nieuwe N69 en bereidheid vrachtwagenverbod.

Geacht college, 

De vele vertragingen met betrekking tot de realisatie van de nieuwe N69 zorgen ervoor dat de omwonenden van de Eindhovenseweg en de Europalaan in Valkenswaard nog langer te maken zullen hebben met ernstige overlast door doorgaand zwaar vrachtverkeer. De overlast en het vertragen van de oplossing leiden tot zeer veel frustratie en moedeloosheid onder de inwoners van Valkenswaard.

Naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State (RvS) van januari 2017 omtrent het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) nieuwe N69 stelden wij u in februari 2017 enkele vragen. De vraag naar de praktische consequenties van een negatieve uitspraak van de RvS omtrent het PIP ontweek u in uw antwoord van 14 maart 2017. U stelde slechts “de uitspraak van de Raad van State met vertrouwen tegemoet te zien”. U hebt tevens geen antwoord gegeven op de vraag of u bij een negatieve uitspraak van de RvS bereid bent om in aanloop naar de realisatie van de nieuwe N69 het doorgaande vrachtverkeer te weren van de Europalaan en de Eindhovenseweg te Valkenswaard.

Nadat de termijn voor een uitspraak van de RvS twee keer verlengd werd, volgde op 17 mei 2017 eindelijk de uitspraak. Naar aanleiding van deze uitspraak hebben wij de volgende vervolgvragen aan u. Wij hopen en verwachten dat u deze vragen in volledigheid beantwoordt.

  1. Welke consequenties heeft deze uitspraak voor de planning ter realisatie van de nieuwe N69 en wanneer deelt u deze aangepaste planning met Provinciale Staten?
  2. Welke aanpassingen zijn er nu nog nodig aan het PIP en hoeveel tijd hebt u nodig om deze te realiseren?
  3. Welke andere risico’s en bedreigingen zijn er, naast de geformuleerde uit de uitspraak van de RvS van 17 mei, voor spoedige aanvang van de aanleg van de nieuwe N69?
  4. Wanneer kan volgens u op basis van de huidige vooruitzichten de schop in de grond?
  5. Bent u bereid om in aanloop naar de realisatie van de nieuwe N69 het doorgaande zware vrachtverkeer te weren van de Europalaan en de Eindhovenseweg te Valkenswaard indien de gemeente Heeze-Leende hier ook mee akkoord is?
  6. Vindt u een omleiding via de Zuidelijke Randweg (i.e. N396) hiervoor de beste omleidingsroute?
  7. Hoeveel vertraging m.b.t. start van de aanleg van de nieuwe N69 is er volgens u nodig voordat u bereid bent het doorgaand vrachtverkeer te weren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken en Ankie de Hoon

Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en René Kuijken over het Convenant Stikstof en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS.

Geacht college, 

Op 7 april jl. verzorgde de organisatie Connecting Agri & Food voor leden van Provinciale Staten een presentatie over de effecten van het voorgenomen stikstofbeleid van de provincie.

De fractie van het CDA heeft toen enkele vragen gesteld over het Convenant Stikstof, waarop wij de antwoorden tot op heden nog niet hebben ontvangen.

Graag leggen wij deze vragen, samen met een aantal extra vragen over de (herstel)maatregelen i.h.k.v. de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), daarom opnieuw aan u voor.

1. Onder punt 2 van het Convenant Stikstof lezen we over het saneren van ca. 40 tot 50 bedrijven rondom Natura 2000-gebieden om zgn. ‘piekbelasting’ op te heffen.

a) Wat is de stand van zaken van deze sanering?

b) Hoeveel bedrijven zijn er tot dusver gesaneerd gedurende de looptijd van het Convenant Stikstof?

c) Wat is het effect van deze sanering voor de stikstofdepositie (stikstofneerslag) op kwetsbare natuur?

2.

a) Hoeveel bedrijven die een proportionele stikstofdepositie veroorzaken zijn gelegen rondom kwetsbare natuur?

b) Hoe groot is daar de depositie op de natuur?

3. Twee van uw convenantpartners zijn de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB). Nu u voornemens bent het Convenant Stikstof te gaan wijzigen, nemen wij aan dat u met uw partners bestuurlijk overleg heeft gehad.

a) Wat was de reactie van de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond op uw voorgenomen wijzigingen van het Convenant Stikstof?

b) Welke maatregelen neemt de provincie Limburg?

4. Ongeveer een jaar geleden heeft Provinciale Staten Noord-Brabant het addendum bij de zgn. ‘grondnota’ gewijzigd, zodat de provincie gronden zou kunnen gaan verwerven.

a) Wat zijn de ervaringen hiermee tot nu toe?

b) Hoe verloopt de grondaankoop?

c) Op welk moment in het proces van grondaankoop besluit Gedeputeerde Staten over het inzetten van onteigening om gronden te kunnen verwerven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en René Kuijken

Schriftelijke vragen over afname banen door robotisering

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Marcel Deryckere over de afname van banen door robotisering.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over robotisering distributiecentra.

Geacht college, 

De Brabantse logistieke sector is van vitaal belang voor de economie van onze provincie. Distributiecentra spelen hier een essentiële rol in en zijn de sleutel tot het creëren van arbeidsplaatsen in de logistieke sector. In deze branche vinden vele technische ontwikkelingen plaats om effectiever en efficiënter te werken. Dit zou ten koste kunnen gaan van de arbeidsplaatsen van Brabanders. Het CDA ziet hierin enkele bedreigingen, maar óók zeker kansen.

We willen u daarom graag de volgende vragen stellen: 

  1. Bent u bekend met het bericht ‘Robots nemen duizenden banen over in Brabantse distributiecentra’, Brabants Dagblad 01-06-20171?
  2. Onderschrijft u de resultaten van het onderzoek van BCI, waarin wordt geschetst dat 35.000 van de 85.000 arbeidsplaatsen gaan verdwijnen in de komende 15 jaar in distributiecentra door robotisering?
  3. Klopt het dat Brabant daarbij de grootste klap krijgt van alle provincies met een verwacht verlies van 10.700 voltijdbanen?
  4. Indien dit getal voor Brabant klopt, hoeveel baanverlies kan in de sector in Brabant natuurlijk worden opgevangen door bijvoorbeeld pensionering en hoeveel banen zullen er ‘gedwongen’ verdwijnen? 
  5. Bent u bereid om samen met de distributiecentra in Brabant en andere relevante stakeholders die kunnen bijdragen aan een oplossing voor dit probleem, bijvoorbeeld in het onderwijs, om de tafel te gaan zitten? Dit met het doel om vroegtijdig passende afspraken te maken om deze transitie in goede banen te leiden voor alle werknemers. Doel van deze gesprekken zou volgens het CDA moeten zijn om eventuele gedwongen baanbeëindigingen te minimaliseren en werknemers in de distributiecentra vroegtijdig zoveel mogelijk zekerheid te geven.
  6. De twee Brabantse regio’s West- en Midden-Brabant hebben de logistiek gekozen als economische specialisatie en banenmotor. Wat betekent dit bericht voor hen en onze ambities en investeringen op het gebied van logistiek? 

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers en Marcel Deryckere

1 Zie http://www.bd.nl/economie/robots-nemen-duizenden-banen-over-in-brabantse-distributiecentra~a45cb12c/.

Schriftelijke vragen over iconisch erfgoedcomplex Bovendonk

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over iconisch erfgoedcomplex Bovendonk.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Bovendonk.

Geacht college, 

Het voormalige seminarie Bovendonk in Hoeven is een uniek, iconisch monument, ontworpen door de vermaarde architect Pierre Cuypers. Het huidige gebouw dateert uit 1907 en kent een lange historie met maar liefst 11 jaar leegstand tussen 1967 en 1978. Uiteindelijk is Stichting Bovendonk er met veel toewijding en geduld in geslaagd om samen met het bisdom de bijzondere locatie een nieuwe impuls te geven.

En met succes. In Bovendonk is nu een opleiding tot priester gevestigd en in het conferentiecentrum vinden talloze bruiloften en conferenties plaats. Wie meer wil weten over de geschiedenis van Bovendonk, kan aansluiten bij een van de vele rondleidingen die er worden georganiseerd.

Al geruime tijd is Bovendonk met de provincie Noord-Brabant en met andere partijen in gesprek over hoe Bovendonk te behouden voor toekomstige generaties. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft aangegeven 500.000 euro te willen investeren, indien de provincie een aandeel van 200.000 euro voor haar rekening wil nemen.

Bovendien zouden investeringen à 1,6 miljoen euro voor leefbaarheid en restauratie via een provinciale lening kunnen worden voortgezet. Dat risico wil Bovendonk nemen ten bate van cultuur.

De fractie van het CDA heeft voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het voornemen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om Bovendonk voor 500.000 euro te ondersteunen?
  2. Zonder steun van de provincie kan de RCE haar bijdrage geen gevolg geven. Is dat bij u bekend?
  3. Bent u bereid om Bovendonk via gunstige voorwaarden een lening te verstrekken à 1,6 miljoen euro?
  4. Bent u bereid om 200.000 euro in Bovendonk te investeren, nu de RCE de noodzaak van het voorbestaan van het complex heeft bekrachtigd met een investering van 500.000 euro?
  5. Het Brabantse ontwikkel- en investeringsprogramma ‘de Erfgoedfabriek’, dat iconische erfgoedcomplexen nieuwe leven inblaast1, kent een codering op grond waarvan de cultuurhistorische waarde van gebouwen wordt bepaald: must, need en nice. Bent u bereid om deze lijst én graderingen te heroverwegen?
  6. Indien ja, op welke termijn?
  7. Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 Op citaat: http://www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/cultuur/erfgoed-en-monumenten/herbestemming-cultureel-erfgoed.aspx.

Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Marianne van der Sloot over de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Geacht college, 

Gisteren noemde gedeputeerde Van den Hout in het televisieprogramma KRAAK de productiewijze van boeren erger dan de drugsdumpingen in Brabant1.

Het CDA heeft kennisgenomen van deze uitlatingen en wij hebben voor u de volgende vragen:

  1. Bent u als college bereid publiekelijk afstand te nemen van de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?
  2. Bent u als college bereid publiekelijk excuses aan te bieden aan alle Brabantse boeren voor de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Marianne van der Sloot

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2632941003/Bedrijfsvoering+boeren+schadelijker+voor+milieu+dan+vele+drugsdumpingen.aspx.