Berichten

Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning over het aantal juridische procedures tegen de provincies en de bijbehorende kosten.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten.

Geacht college, 

Op 14 september jl. lazen wij via een publicatie in het Brabants Dagblad dat de Raad van State de provincie Noord-Brabant buiten spel heeft gezet inzake het conflict met de Diessense veehouder Nooijens. De provincie blijkt hier juridisch haar zaken niet op orde te hebben en te formalistisch naar haar eigen beleid te hebben gekeken.

Het valt het CDA op dat er in de media steeds vaker berichten verschijnen over juridische procedures tegen de provincie. Vaak gaat het om partijen, instanties of groepen mensen die dreigen dergelijke procedures te beginnen of al zijn begonnen n.a.v. besluiten van de provincie. Te denken valt, maar niet uitsluitend, aan de philharmonie zuidnederland, de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), de ZLTO, vakbonden en verschillende Brabantse gemeenten.

De berichtgeving in het Brabants Dagblad is voor het CDA aanleiding voor de volgende schriftelijke vragen t.b.v. een helder en feitelijk overzicht: 

  1. Hoeveel juridische procedures zijn er in 2013, 2014, 2015, 2016 en tot dusver in 2017 richting de provincie Noord Brabant gestart? Graag een overzicht per jaar.
  2. Welke van deze procedures zijn inmiddels afgerond? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  3. Bij welke procedures is de provincie uiteindelijk in het gelijk gesteld en bij welke de tegenpartij? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  4. Hoeveel juridische kosten (graag uitsplitsen naar interne kosten en extern ingehuurde kosten) was de provincie kwijt bij de individuele procedures? Graag aangeven per jaar per afzonderlijke procedure/casus.
  5. Hoeveel fte binnen de ambtelijke organisatie is bezig met deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  6. Hoeveel fte hebt u als provincie buiten de ambtelijke organisatie moeten inhuren t.b.v. deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  7. Wilt u vanaf heden Provinciale Staten ieder half jaar via een zgn. ‘Statenmedeling’ informeren met een update over de ontwikkelingen in juridische procedures (welke zijn afgerond, wie is in het gelijk gesteld, welke evt. nieuwe procedures zijn er bij gekomen én wat is de bijbehorende personele inzet als ook de kosten)?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning

 

Schriftelijke vragen over effecten afsluiting N65 Tilburg-Den Bosch

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Marcel Deryckere over de effecten van de maandenlange afsluiting van de provinciale weg N65 op het traject Tilburg-Den Bosch.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over effecten afsluiting N65 Tilburg-Den Bosch.

Geacht college,

Eerder deze week berichtte het Brabants Dagblad over de grote onrust bij ondernemers n.a.v. de maandenlange afsluiting van de provinciale weg N65.

Deze afsluiting staat weliswaar pas gepland voor 2024 of 2025, maar de Haarense wethouder Van den Dungen geeft terecht aan dat “dít het moment is waarop wij ons geluid moeten laten horen”.

Het CDA deelt deze opvatting en ook de zorgen van de ondernemers. Het afsluiten van de N65 voor acht maanden brengt tenminste 55.000 weggebruikers dagelijks in de problemen. Dat is niet alleen ongewenst, maar ook onacceptabel.

Als CDA begrijpen wij dat de ombouw van het spoor in en bij Vught onvermijdelijk gepaard gaat met hinder, maar die staat onzes inziens in geen verhouding tot de overlast die het afsluiten van de N65 met zich meebrengt. Niet alleen weggebruikers en ondernemers zijn van deze afsluiting de dupe, maar ook inwoners van met name langs de N65 gelegen gemeenten die bijvoorbeeld te maken krijgen met sluipverkeer of verdwaald verkeer van (buitenlandse) vrachtauto’s. Midden-Brabant heeft nu al regelmatig te kampen met forse files en vertragingen door o.a. een overbelaste A58 tussen Tilburg en Eindhoven. Problemen waarvan het nog maar de vraag is of deze in 2024/2025 zijn opgelost.

In het verleden voerden overheden bij vergelijkbaar ingrijpende infraprojecten een optimaal ‘doorstroombeleid’, waarbij o.a. via duidelijke informatie in kranten en op internet de doorstroom van het verkeer gewaarborgd bleef. Een goed voorbeeld hiervan is de N279.

Dit brengt de fractie van het CDA tot de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het voornemen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu om eind september in te stemmen met het definitieve tracébesluit en het besluit over afsluiting van de N65 tussen Den Bosch en Tilburg?
  2. Staat u achter het besluit om de N65 voor een periode van acht maanden af te sluiten voor weggebruikers?
  3. Ligt er aan het besluit de N65 voor een periode van acht maanden af te sluiten een studie naar de verkeerskundige effecten ten grondslag?
  4. Is er een alternatief voor een afsluiting van acht maanden?
  5. Indien ja, wat zijn de argumenten om toch te kiezen voor een dergelijk lange afsluiting?
  6. Zijn bij de afweging van de opties de totale maatschappelijke impact van deze maatregel en de kosten daarvan meegenomen?
  7. Indien ja, op welke wijze zijn deze meegewogen?
  8. Wat zijn de gevolgen van de afsluiting van de N65 voor de verkeersdruk en files op de Midden-Brabantweg en de A59 (in het bijzonder in de zomerperiode in relatie tot het vakantieverkeer richting de Efteling)?
  9. Bent u voornemens om tijdens de werkzaamheden op de N65 optimale doorstroommogelijkheden te creëren? Indien ja, hoe gaat u dat concreet invullen?
  10. Bent u bereid het optimale doorstroombeleid van de N279 in te zetten voor de N65?
  11. Bent u bereid om gedurende de afsluiting als flankerende maatregel extra openbaar vervoer (trein en/of bus) op het traject Tilburg-Den Bosch v.v. in te zetten?
  12. Ziet u mogelijkheden om als provincie ondernemers tegemoet te komen in de kosten die zij maken als gevolg van de langdurige afsluiting van de N65 dan wel hen op andere manieren te helpen? Indien ja, welke? Indien nee, waarom niet?
  13. Hoe gaat u als provincie de hinder en overlast voor inwoners van met name langs de N65 gelegen gemeenten, bijvoorbeeld a.g.v. sluipverkeer, tot een minimum beperken?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Marcel Deryckere

Schriftelijke vragen over opruimkosten gedumpt drugsafval

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over de opruimkosten van gedumpt drugsafval.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over opruimkosten gedumpt drugsafval.

Geacht college,

Vandaag berichtte o.a. Omroep Brabant over een grondeigenaar uit Nuenen, die een rekening van ruim 26.000 euro moet betalen voor het opruimen van drugsafval dat op zijn terrein is gedumpt.

Het is niet de eerste keer dat onschuldige Brabanders moeten opdraaien voor de illegale activiteiten van drugscriminelen. Dit brengt de fractie van het CDA dan ook tot de volgende vragen:

  1. Hoeveel burgers, ondernemers en andere private partijen in Brabant hebben in 2016 en 2017 de kosten voor het opruimen van gedumpt drugsafval op hun terrein zelf moeten betalen?
  2.  Wat is de totale hoogte van deze gemaakte kosten in Brabant?
  3.  Kan voor de casus in kwestie de subsidieregeling voor het opruimen van drugsafval worden ingezet?
  4.  Heeft de betreffende grondeigenaar hiertoe een subsidieaanvraag bij u ingediend?
  5.  Indien ja, is deze subsidieaanvraag al toegewezen? Indien niet, waarom niet?
  6.  Wat is de status van uw lobby in Den Haag om over te gaan tot een vergoeding van 100% van de gemaakte opruimkosten?
  7.  Hoeveel subsidie voor het opruimen van drugsafval is tot op heden in 2017 in onze provincie verleend?
  8.  Het verweer van de gemeente Nuenen tijdens de rechtszaak komt erop neer dat burgers hun grond ‘beter moeten beschermen’ tegen het dumpen van drugsafval. Deelt u dit standpunt?
  9.  Indien ja, hoe zouden in uw ogen burgers hun grond beter moeten beschermen tegen het dumpen van drugsafval?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

 

 

Schriftelijke vragen over voorgenomen fusie Omroep Brabant en L1

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over een voorgenomen fusie van Omroep Brabant en L1.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over een voorgenomen fusie van Omroep Brabant en L1.

Geacht college,

Op 17 augustus jl. heeft het CDA via een publicatie in het Brabants Dagblad1 vernomen dat de regionale omroepen Omroep Brabant en L1 per 1 januari 2018 mogelijk samengaan in een nieuwe organisatie.

Naar aanleiding van deze berichtgeving hebben wij voor u de volgende vragen:

  1. Bent u op de hoogte van de voorgenomen fusie tussen Omroep Brabant en L1, waarover het Brabants Dagblad bericht?
  2. Indien ja, waarom hebt u in het kader van de actieve meldingsplicht Provinciale Staten van Noord-Brabant hierover niet geïnformeerd?
  3. Hoe kwalificeert u de voorgenomen fusie?
  4. Het betreffende nieuwsbericht vermeldt dat het merk Omroep Brabant bij de start van het nieuwe fusiebedrijf gewoon blijft bestaan. Impliceert dit dat het merk Omroep Brabant na verloop van tijd verdwijnt?
  5. Bent u van mening dat de fusie op korte, middellange of lange termijn zou kunnen leiden tot minder (kwalitatief dan wel kwantitatief) Brabants nieuws?Indien ja, kan de provincie een rol spelen om dit te vermijden?
  6. Welke consequenties heeft de voorgenomen fusie voor de zendmachtiging en de verantwoordelijkheid c.q. positie van de provincie Brabant?
  7. Is er een rol voor de provincie Noord-Brabant bij de voorgenomen fusie?
  8. Bent u, als regionale subsidieverstrekker, in overleg met de provincie Limburg danwel met het Commissariaat voor de Media over de voorgenomen fusie?
  9. Hoe wordt de redactionele onafhankelijkheid van de Brabantse regionale zender in een nieuwe fusie-organisatie gewaarborgd?
  10. Welke personele consequenties heeft de voorgenomen fusie van de twee provinciale omroepen op zowel korte als middellange termijn?
  11. Welke acties onderneemt u om de volwaardige programmering en activiteiten zoals Omroep Brabant die nu uitvoert ook in een nieuwe organisatie intact te houden?
  12. Bent u net als het CDA van mening dat een vergaande samenwerking een goed uitgangspunt is om de bezuinigingen die door de landelijke overheid zijn opgelegd te bewerkstelligen, maar dat een fusie, die volgens het Brabants Dagblad binnen enkele maanden zal plaatsvinden, mogelijk een stap te ver is?
  13. Volgens het CDA is een van de belangrijkste politiek-maatschappelijke uitdagingen van onze tijd dat we leven in een tijd die schreeuwt om meer maatschappelijke verbondenheid en gezamenlijke identiteit, ook in Brabant. Vindt u net als het CDA dat regionale media in Brabant t.a.v. deze expliciete maatschappelijke uitdaging een belangrijke positieve en bindende rol hebben? 
  14. Is er een kans dat een mogelijke fusie deze rol van Omroep Brabant kan/zal verkleinen of beschadigen? 
  15. Indien u op vraag 14 bevestigend antwoordt, wat kunt en wilt u dan politiek doen om te voorkomen dat deze belangrijke rol wordt beschadigd/verkleind?

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

1 Zie http://www.bd.nl/brabant/fusie-van-omroep-brabant-en-l1-op-handen~a9976600/.

 

 

Schriftelijke vragen over mindervaliden in Brabants openbaar vervoer

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over mindervaliden in het Brabantse openbaar vervoer.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over mindervaliden in Brabants openbaar vervoer.

Geacht college,

Op vrijdag 14 juli 2017 hield CDA Brabant voor de tweede maal haar OV-Race1. Het doel van de OV-Race is om door middel van een ludieke wedstrijd meer duidelijkheid te verkrijgen over de toegankelijkheid, kwaliteit en servicegerichtheid van het Brabantse openbaar vervoer. Dit jaar heeft CDA Brabant Noordoost-Brabant aangedaan: in drie teams heeft een gemêleerd gezelschap geprobeerd de dorpen Haren, Mariahout en Olland/Boerdonk te bereiken.

Tijdens de OV-Race hebben de deelnemers diverse gesprekken gevoerd: met buschauffeurs, reizigers, medewerkers van vervoersbedrijven en medewerkers van de klantenservice van vervoerders. Het is duidelijk dat de ontwikkelingen in het openbaar vervoer het afgelopen jaar niet hebben stilgestaan: vervoerders hebben ervoor gekozen om minder drukke buslijnen te laten vervallen of over te laten nemen door bijvoorbeeld een Buurtbus. In Boerdonk is het buitengewoon sympathieke initiatief van een Dorpsauto2 opgezet om het gebrek aan openbaar vervoer te compenseren.

Ondanks deze middelen heeft CDA Brabant geconcludeerd dat, zodra men minder goed ter been is of wordt, het buitengewoon ingewikkeld wordt in onze provincie te reizen. Zo bleek tijdens de OV-Race dat het niet mogelijk is om:

  • als vereniging (bijvoorbeeld: scouting) de mindervalide kinderen mee op kamp te nemen;
  • als mantelzorger je ouders mee te nemen op vakantie;
  • als gezin je mindervalide kind op vakantie ‘zomaar’ mee te nemen in bus of tram;
  • als mindervalide te reizen met de Buurtbus (ook niet als de reguliere buslijn is vervallen);
  • als mindervalide spontaan een reis met het openbaar vervoer te ondernemen.

Daarnaast is gebleken dat voorzieningen die zijn gecreëerd om mindervalide rolstoelgebruikers een alternatief te bieden voor het OV te duur (een ritje van Boxtel naar Olland kostte aanvankelijk €45,-) of niet voldoende te gebruiken zijn (een Deeltaxipas is niet geldig buiten de woon-/werkregio). Helaas is ook gebleken dat het vervoeren van een elektrische rolstoel met de buurtbus niet mogelijk is. Een elektrische rolstoel is namelijk te zwaar voor de rolstoellift. Dit is opmerkelijk aangezien de elektrische rolstoel al een begrip was voordat de buurtbussen er waren.

CDA Brabant pleit voor een goede bereikbaarheid van stad én dorp in de gehele provincie en is van mening dat goede mobiliteit voor alle burgers van essentieel belang is voor de leefbaarheid en economische ontwikkelingen in alle regio’s.

Het CDA heeft daarom een aantal dringende vragen aan het college:

  1. Is het college bekend met het feit dat het dus voor rolstoelgebruikers onmogelijk is om naar elke willekeurige plaats in de provincie Brabant te gaan?
  2. Bent u het met het CDA eens dat op vakantie gaan voor rolstoelgebruikers een probleem is?
  3. Bent u het met het CDA eens dat de ‘alternatieven’ voor het ov voor mindervaliden duur én inflexibel zijn?
  4. Wat is het college voornemens hieraan te doen?
  5. Is het college bekend met het ongeschikt zijn van de Buurtbus voor veel rolstoelgebruikers, met name de gebruikers van een elektrische rolstoel?
  6. Hebt u met vervoerders gesproken over ontwikkelingen en aanpassingen van de Buurtbussen?
  7. Kunt u aangeven hoe u dit probleem opgelost ziet op een zo kort mogelijke termijn?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 Voor een impressie van de OV-Race, zie: https://storify.com/CDABrabant/cda-brabant-test-brabants-ov-tijdens-ov-race.

2 “Dorpsauto Boerdonk”, zie: https://boerdonk.nl/4733/dorpsauto-boerdonk (geraadpleegd 28-7-2017).