Berichten

Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en René Kuijken over criminaliteit op het platteland en de Wet BIBOB.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB.

Geacht college, 

Zowel regionale als landelijke media berichtten afgelopen week over de criminaliteit op het platteland. Dit naar aanleiding van een brief van de twaalf Commissarissen van de Koning in Nederland. De Brabantse CDA-fractie is geschrokken van deze berichtgeving én van het feit dat de politiecapaciteit in Brabant blijkbaar nog steeds niet op orde is. Al eerder hebben wij onze steun uitgesproken voor de oproep van onze Commissaris aan Den Haag om de Brabantse politie te versterken. Dat blijven wij doen. In dit kader hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In hoeverre hebben Brabantse lobbypogingen in Den Haag extra capaciteit en inzet van politie in Brabant opgeleverd?

02. Wat is nodig om te voorkomen dat Den Haag de belangen van de regio’s, zoals Brabant, niet langer negeert?

03. Het oplospercentage van misdrijven in Brabant lag in 2014 met 24,6% onder het landelijk gemiddelde. In een gemeente als Goirle lag dit percentage op 11,6%, nog veel lager dus. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over opgeloste misdrijven in Brabant? In 2015/2016 bleek ook dat de aanrijtijden van de politie op het Brabantse platteland onder de maat waren. Te vaak werd de maximale aanrijtijd van vijftien minuten niet gehaald. In sommige delen van Brabant was de politie zelfs in bijna één op de twee gevallen te laat. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over de aanrijtijden van de politie in Brabantse plattelandsgemeenten?

In opdracht van de provincie evalueerde een commissie van experts de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant, een wet die moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Het doel van deze evaluatie was om alertheid waar nodig te vergroten. Uit het rapport van de commissie blijkt dat Brabant deze wet goed uitvoert. De commissie constateerde echter ook dat verschillende Brabantse (plattelands)gemeenten de Wet BIBOB nog niet of onvoldoende toepassen. Geen goed signaal gegeven de berichten dat criminelen vrij spel hebben op het Brabantse platteland. Het CDA vindt dat we behalve onze politiecapaciteit ook onze eigen (veiligheids)zaken in Brabant goed op orde moeten hebben. Klaarblijkelijk is dit nog niet het geval en daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

04. Wat gaat u als provincie richting gemeenten doen om, met dit rapport in de hand, de aanpak van criminaliteit in Brabant te verstevigen?

De commissie die de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant heeft geëvalueerd, doet een aantal zinvolle aanbevelingen.

05. Ten eerste adviseert de commissie om bij bijvoorbeeld een vergunningaanvraag een integriteitscheck te laten uitvoeren door de vakafdelingen zelf. Bent u van plan dit advies op te volgen in uw eigen organisatie en processen?

06. Ten tweede stelt de commissie voor het bewustzijn van de provinciale organisatie rondom (georganiseerde) criminaliteit te verbeteren. Hoe bent u van plan dit op te pakken?

07. Ten derde pleit de commissie ervoor om ambtenaren die actief betrokken zijn bij bedrijven waarop de Wet BIBOB van toepassing is te screenen. Bent u van plan dit vanaf heden te gaan doen?

08. Ten vierde doet de commissie aanbevelingen om goede, integere bedrijven minder te belasten met BIBOB-onderzoeken en tegelijkertijd malafide bedrijven te blijven aanpakken:

  1. Het zou eenvoudiger moeten worden om integere bedrijven die regelmatig vergunningaanvragen doen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van het BIBOB-instrumentaruim. Bijvoorbeeld door deze op een ‘witte lijst’ van goede praktijken te plaatsen of een certificaat te geven.
  2. Is het mogelijk om integere bedrijven simpelere en snellere procedures te laten doorlopen? Bent u van plan om dit toe te passen?
  3. Is het mogelijk om naast een ‘witte lijst’ ook een ‘zwarte lijst’ met malafide bedrijven en organisaties op te stellen om handhaving gemakkelijker te makenIn hoeverre is het (wettelijk) mogelijk om deze lijst te delen met Brabantse gemeenten om hen te ondersteunen en te waarschuwen voor de activiteiten van criminelen?
  4. Als alternatief voor een ‘zwarte lijst’ zou de provincie risicoprofielen van sectoren en bedrijfstypen kunnen opstellen. Een lijst hiervan zou de provincie geanonimiseerd kunnen delen met andere overheden om deze te helpen met toepassen van de BIBOB. Bent u bereid deze mogelijkheid te onderzoeken op haalbaarheid?

09. Ten vijfde raadt de commissie aan om meer informatie over de BIBOB en informatie over toezicht en handhaving te delen met andere overheden en tussen overheden onderling. Welke wettelijke ruimte hebt u hier op dit moment voor en hoezeer staat privacywetgeving het delen van informatie in de weg?

10. Ten zesde concludeert de commissie dat niet alle Brabantse gemeenten de BIBOB-wet (goed) toepassen. Dit leidt ertoe dat criminelen bepaalde gemeenten misbruiken voor hun activiteiten.

  1. Hoe bent u van plan om álle Brabantse gemeenten de Wet BIBOB actief en zorgvuldig te laten toepassen?
  2. Bent u bereid om het zorgvuldig toepassen van de Wet BIBOB als criterium en onderzoeksvraag onderdeel te maken van het proces ‘Veerkrachtig Bestuur’?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en René Kuijken

Schriftelijke (vervolg)vragen over nieuwe N69 en bereidheid vrachtwagenverbod

Schriftelijke (vervolg)vragen van Statenleden René Kuijken en Ankie de Hoon over de nieuwe N69 en de bereidheid tot het instellen van een vrachtwagenverbod.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over nieuwe N69 en bereidheid vrachtwagenverbod.

Geacht college, 

De vele vertragingen met betrekking tot de realisatie van de nieuwe N69 zorgen ervoor dat de omwonenden van de Eindhovenseweg en de Europalaan in Valkenswaard nog langer te maken zullen hebben met ernstige overlast door doorgaand zwaar vrachtverkeer. De overlast en het vertragen van de oplossing leiden tot zeer veel frustratie en moedeloosheid onder de inwoners van Valkenswaard.

Naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State (RvS) van januari 2017 omtrent het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) nieuwe N69 stelden wij u in februari 2017 enkele vragen. De vraag naar de praktische consequenties van een negatieve uitspraak van de RvS omtrent het PIP ontweek u in uw antwoord van 14 maart 2017. U stelde slechts “de uitspraak van de Raad van State met vertrouwen tegemoet te zien”. U hebt tevens geen antwoord gegeven op de vraag of u bij een negatieve uitspraak van de RvS bereid bent om in aanloop naar de realisatie van de nieuwe N69 het doorgaande vrachtverkeer te weren van de Europalaan en de Eindhovenseweg te Valkenswaard.

Nadat de termijn voor een uitspraak van de RvS twee keer verlengd werd, volgde op 17 mei 2017 eindelijk de uitspraak. Naar aanleiding van deze uitspraak hebben wij de volgende vervolgvragen aan u. Wij hopen en verwachten dat u deze vragen in volledigheid beantwoordt.

  1. Welke consequenties heeft deze uitspraak voor de planning ter realisatie van de nieuwe N69 en wanneer deelt u deze aangepaste planning met Provinciale Staten?
  2. Welke aanpassingen zijn er nu nog nodig aan het PIP en hoeveel tijd hebt u nodig om deze te realiseren?
  3. Welke andere risico’s en bedreigingen zijn er, naast de geformuleerde uit de uitspraak van de RvS van 17 mei, voor spoedige aanvang van de aanleg van de nieuwe N69?
  4. Wanneer kan volgens u op basis van de huidige vooruitzichten de schop in de grond?
  5. Bent u bereid om in aanloop naar de realisatie van de nieuwe N69 het doorgaande zware vrachtverkeer te weren van de Europalaan en de Eindhovenseweg te Valkenswaard indien de gemeente Heeze-Leende hier ook mee akkoord is?
  6. Vindt u een omleiding via de Zuidelijke Randweg (i.e. N396) hiervoor de beste omleidingsroute?
  7. Hoeveel vertraging m.b.t. start van de aanleg van de nieuwe N69 is er volgens u nodig voordat u bereid bent het doorgaand vrachtverkeer te weren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken en Ankie de Hoon

Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en René Kuijken over het Convenant Stikstof en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS.

Geacht college, 

Op 7 april jl. verzorgde de organisatie Connecting Agri & Food voor leden van Provinciale Staten een presentatie over de effecten van het voorgenomen stikstofbeleid van de provincie.

De fractie van het CDA heeft toen enkele vragen gesteld over het Convenant Stikstof, waarop wij de antwoorden tot op heden nog niet hebben ontvangen.

Graag leggen wij deze vragen, samen met een aantal extra vragen over de (herstel)maatregelen i.h.k.v. de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), daarom opnieuw aan u voor.

1. Onder punt 2 van het Convenant Stikstof lezen we over het saneren van ca. 40 tot 50 bedrijven rondom Natura 2000-gebieden om zgn. ‘piekbelasting’ op te heffen.

a) Wat is de stand van zaken van deze sanering?

b) Hoeveel bedrijven zijn er tot dusver gesaneerd gedurende de looptijd van het Convenant Stikstof?

c) Wat is het effect van deze sanering voor de stikstofdepositie (stikstofneerslag) op kwetsbare natuur?

2.

a) Hoeveel bedrijven die een proportionele stikstofdepositie veroorzaken zijn gelegen rondom kwetsbare natuur?

b) Hoe groot is daar de depositie op de natuur?

3. Twee van uw convenantpartners zijn de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB). Nu u voornemens bent het Convenant Stikstof te gaan wijzigen, nemen wij aan dat u met uw partners bestuurlijk overleg heeft gehad.

a) Wat was de reactie van de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond op uw voorgenomen wijzigingen van het Convenant Stikstof?

b) Welke maatregelen neemt de provincie Limburg?

4. Ongeveer een jaar geleden heeft Provinciale Staten Noord-Brabant het addendum bij de zgn. ‘grondnota’ gewijzigd, zodat de provincie gronden zou kunnen gaan verwerven.

a) Wat zijn de ervaringen hiermee tot nu toe?

b) Hoe verloopt de grondaankoop?

c) Op welk moment in het proces van grondaankoop besluit Gedeputeerde Staten over het inzetten van onteigening om gronden te kunnen verwerven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en René Kuijken

Schriftelijke vragen over de import van groen gas door Essent

Schriftelijke vragen van Statenleden Roland van Vugt en René Kuijken over de import van groen gas door Essent.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de import van groen gas door Essent.

Geacht college, 

Deze week bereikte ons via Omroep Brabant het bericht dat Essent 20 miljoen kuub groen gas uit Engeland importeert1. Dat lijkt goed nieuws, maar de vraag is of het slim is.

Uit de Perspectiefnota, die u onlangs vol trots presenteerde, blijkt uit alle infographics dat de provinciale ambitie op het gebied van duurzame energie op alle fronten achterloopt.

Niet alleen heeft de provincie op het gebied van duurzame energie, maar ook ten aanzien van elektrisch rijden, een grote ambitie, Brabant heeft óók een groot mestoverschot, een Green Chemistry Campus, vrachten rioolslib, een Biomassaplein enzovoort.

De grote vraag is nu hoe Essent vanuit Brabant kan worden gefaciliteerd, zodanig dat hen een oversteek van de Noordzee kan worden bespaard. Daarom aan u de volgende vragen:

  1. Wat doet u nu om Essent hierin te faciliteren?
  2. Wat kunt u doen om Essent hierin te faciliteren?
  3. Wat gaat u doen om Essent hierin te faciliteren?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Roland van Vugt en René Kuijken

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/263057902/Essent+haalt+groen+gas+uit+Engeland+want+de+vraag+is+zo+groot.aspx.

Schriftelijke vragen over de introductie van het edelhert in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid René Kuijken over de introductie van het edelhert in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over het edelhert.

Geacht college, 

Het CDA heeft grote twijfels bij de recente introductie van het edelhert, omdat het huidige initiatief ter introductie van 13 gevaccineerde dieren op een oppervlakte van 300 hectare meer weg heeft van een hertenkamp dan van natuur. Het CDA erkent dat het terreinbeheerders vrij staat om dergelijke hertenkampen aan te leggen op hun grond. Het CDA vraagt u middels deze brief zeer terughoudend te zijn met het inzetten van middelen en ondersteuning vanuit de provincie voor kunstmatige instandhouding van groot wild in Brabant.

Daarnaast heeft Provinciale Staten op 21 september 2012 aan Gedeputeerde Staten verzocht met kracht af te zien van het herintroduceren van de Big Five in Brabant. Hiermee werden de beoogde 8 miljoen euro voor de introductie van een vijftal dieren geschrapt.

Wij willen u daarom graag de volgende vragen stellen:

01. Welke materiële en immateriële steun heeft de provincie Noord-Brabant verleend bij de recente herintroductie van het edelhert in Brabant?

02. Volgt uw college nog steeds het besluit van Provinciale Staten om geen medewerking te verlenen aan de introductie van het edelhert?

03. Zou er volgens uw college een vrije wildbaan voor edelherten mogen komen in Brabant? Indien ja, op welke termijn?

04. In welke gebieden zou een vrije wildbaan voor edelherten volgens uw college bespreekbaar zijn?

05. Vindt u dat er volgens uw visie in de provincie Noord-Brabant voornamelijk oernatuur zou moeten zijn of voornamelijk cultuurlandschap zoals heide, blauwe graslanden en schraal grasland? Of beide?

Zonder de in de nota Brabant Uitnodigend Groen (BrUG) genoemde € 8 mln. ter introductie van de Big Five lopen er toch al vier van de vijf beoogde diersoorten rond in Brabant. Dit impliceert dat de oorspronkelijk gevraagde € 8 mln. niet nodig zijn geweest. Dit wordt bevestigd door de uitspraak van gedeputeerde Van den Hout in het Brabants Dagblad “dat het oordeel van PS nog niet betekent dat de dieren niet terugkeren. Organisaties kunnen nog steeds zelf plannen ontwikkelen”1 2.

06. Voor welke materiele en immateriële ondersteuning waren de beoogde € 8 mln. voor de introductie van de Big Five oorspronkelijk bedoeld?

07. Is uw college in de toekomst van plan nog geld uit te trekken voor de (her)introductie van bepaalde diersoorten in Brabant?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/180923812/Provinciale+Staten+zit+niet+te+wachten+op+terugkeer+Big+Five.aspx.

2 Zie http://www.bd.nl/regio/den-bosch-e-o/s-hertogenbosch/brabant-heeft-big-five-oerdieren-bijna-rond-1.5413058.

Schriftelijke vragen realisatie nieuwe N69 en de bereidheid tot een vrachtwagenverbod

Schriftelijke vragen van Statenlid René Kuijken over de realisatie van de nieuwe N69 en de bereidheid tot een vrachtwagenverbod.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de N69.

Geacht college, 

Op 26 januari jl. deed de Raad van State (RvS) een tussenuitspraak op een beroep 

aangetekend door o.a. de Brabantse Milieufederatie (BMF) en verschillende comités van omwonenden met betrekking tot de aanleg van de nieuwe N69.

Belangrijkste signaal van de RvS uit de tussenspraak was dat de provincie wat meer haast zou kunnen maken met het concreet maken van de natuurcompensatie en dat het onteigenen van de benodigde grond daartoe een goed middel zou kunnen zijn.

Het CDA deelt de opvatting van de provincie dat we zeer terughoudend dienen te zijn met het onteigenen van gronden benodigd voor de aanleg van de N69. Tegelijkertijd constateert het CDA dat de realisatie van de nieuwe N69 vertraging oploopt door de weinig concrete plannen ter natuurcompensatie. Deze vertraging heeft tot gevolg dat de omwonenden van de Eindhovense weg in Valkenswaard nog langer te maken zullen hebben met ernstige overlast door zwaar doorgaand vrachtverkeer. 

Naar aanleiding van deze situatie heeft de fractie van het CDA de volgende vragen voor het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Wat gaat u doen om zo snel mogelijk aan het tussenadvies van de Raad van State tegemoet te komen? 
  2. Van hoeveel hectare benodigde grond voor de aanleg van de N69 is er op dit moment geen concreet zicht op minnelijke verwerving?
  3. Welke consequenties heeft een negatieve uitspraak van de Raad van State omtrent het huidige Provinciaal Inpassings Plan (PIP) Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69 voor de planning van de realisatie van de nieuwe N69 en wat gaat u tot het uiterste doen om een negatieve uitspraak te voorkomen? 
  4. Kunt u de eventuele aangepaste planning ter realisatie met ons delen?
  5. Bent u van mening dat de start van de realisatie van de nieuwe verbinding i.e. de Westparallel nog in 2017 kan worden opgestart?
  6. Indien het antwoord op vraag 5 ontkennend is, bent u dan bereid om in aanloop naar de realisatie van de nieuwe N69 het zware doorgaande vrachtverkeer te weren van de Europalaan en de Eindhovense weg te Valkenswaard indien de gemeente Heeze-Leende hier ook mee akkoord is? 
  7. Vindt u een omleiding via de zuidelijke randweg (i.e. N396) hiervoor de beste omleidingsroute? 

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken

CDA: stoere boeren gezocht

In navolging van de Boerinnenkalender gaat de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant een kalender met stoere, Brabantse boeren uitgeven. Hiervoor is het CDA op zoek naar boeren met lef die op een vernieuwende manier met landbouw bezig zijn. Bijvoorbeeld door een goede bedrijfsvoering te combineren met het nadenken over hoe je milieu, dierenwelzijn of de leefomgeving kunt verbeteren.

Het CDA wil deze boeren én hun bedrijven op de foto zetten en deze foto’s bundelen tot een kalender. Die moet wat het CDA betreft in het Provinciehuis, ieder gemeentehuis én in de Tweede Kamer komen te hangen. Het eerste exemplaar is voor gedeputeerde Anne-Marie Spierings.

Met deze kalender wil het CDA aandacht vragen voor de situatie van de Brabantse boeren, die behalve met veel regels óók te kampen hebben met negatieve publiciteit. Door het verzamelen van goede voorbeelden wil de partij het landbouwdebat, dat behoorlijk is verhard, een positieve impuls geven.

Statenlid Ton Braspenning, woordvoerder Landbouw:

“In Brabant zijn héél veel goede voorbeelden te vinden van boeren die een succesvolle bedrijfsvoering combineren met innovaties ten gunste van milieu, dierenwelzijn of hun omgeving. Toch weten maar weinig mensen daarvan. Met onze campagne willen we daar verandering in brengen. We geven de Brabantse boeren een gezicht én we geven ze positieve aandacht. Juist nu kan de sector dat goed gebruiken, vinden wij.”

Behalve een kalender omvat de campagne van het CDA óók een serie interviews én een tour langs alle 12 stoere boeren die op de kalender komen. Het CDA hoopt dat er na de verkiezingen voor de Tweede Kamer weer een minister van Landbouw komt, die aan deze tour wil deelnemen.

Stoere boeren die aan de campagne willen meewerken, kunnen t/m 31 maart a.s. een e-mail sturen naar stoereboeren@cdabrabant.nl.

CDA: nieuwe stikstof-deadline moet van tafel

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant wil dat de nieuwe deadline waarop verouderde boerenstallen moeten voldoen aan de Verordening Stikstof van tafel gaat. Samen met de fracties van CU-SGP en Lokaal Brabant wil het CDA hiertoe een motie indienen tijdens de vergadering van Provinciale Staten vandaag.

Van de provincie kregen de Brabantse boeren tot 2028 de tijd om maatregelen te nemen, die nodig zijn om de uitstoot van stikstof te verminderen. Nu wil de provincie deze deadline vervroegen naar 2020. “Het CDA vindt dat onbehoorlijk bestuur”, aldus Statenlid Ton Braspenning.

Voor het was CDA was 1 januari 2028 een krappe maar haalbare datum. Vooral omdat veel boeren al grote milieu-investeringen hebben gedaan, de marges in de sector dusdanig klein zijn dat er weinig investeringsruimte is én omdat een groot aantal boeren waarschijnlijk versneld stopt.

Statenlid Ton Braspenning, woordvoerder landbouw:

“Net als de provincie vindt het CDA óók dat de landbouw moet vernieuwen én verduurzamen. Maar wel op een eerlijke manier. Niet met extra regels of door onduidelijkheid en onzekerheid te creëren. Het CDA zou veel liever zien dat de provincie Noord-Brabant met haar beleid aanhaakt bij lopende initiatieven, zoals het fosfaatreductieplan, en hierover afstemming zoekt met het Rijk.”

Opinie Ton Braspenning & René Kuijken over toekomst veehouderij

Voor de boeren in Brabant is het vijf voor twaalf.

De landbouw moet vernieuwen én verduurzamen. Dat vindt ook het CDA. De samenleving verandert en stelt nu andere eisen aan volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn dan 50 jaar geleden. Terecht.

Tegelijkertijd hebben we, in Nederland, meer dan 17 miljoenen monden te voeden. Alleen al in Brabant dragen duizenden boerenfamilies bij aan die enorme opgave. Ook zij zien in dat het boerenbedrijf van vandaag niet hetzelfde is als dat van morgen.

Vernieuwen en verduurzamen doe je echter wel op een eerlijke manier. Lange tijd hadden wij het vertrouwen dat VVD, SP, D66 en PvdA, de partijen die het nu in Brabant voor het zeggen hebben, dat óók voor ogen hadden.

Vernieuwen en verduurzamen vraagt tijd, geld en draagvlak. Van de provincie kregen de Brabantse boeren tot 2028 de tijd om de kostbare maatregelen te nemen, die nodig zijn om de uitstoot van stikstof te verminderen. Een krappe maar haalbare datum, vond het CDA. Te meer omdat veel boeren al grote milieu-investeringen hebben gedaan, de marges in de sector dusdanig klein zijn dat er weinig investeringsruimte is én omdat een groot aantal boeren waarschijnlijk versneld stopt.

Maar nu: nu vervroegt de provincie zonder inspraak en overleg de deadline naar 2020. Dit dwingt veel boeren om vervroegd te kiezen: dure extra investeringen doen óf stoppen. Zulke ingrijpende regels maar liefst 8 jaar naar voren halen: in geen enkele andere sector zou dát kunnen.

Van de SP, PvdA en D66 kan je dit verwachten. Maar wat doet de VVD? Ooit waren de liberalen voor minder regels en meer ondernemerschap, nu helpen ze bij het omvallen van familiebedrijven en de leegloop van het platteland.

Boerenzoons en -dochters zien namelijk het bedrijf van hun ouders aan telkens veranderende regels en negatieve publiciteit ten onder gaan. Zij maken andere toekomstplannen en willen het bedrijf niet overnemen. De meeste boeren hebben om aan de nieuwe eisen te voldoen een lening van de bank nodig. Banken geven deze lening alleen maar, wanneer de boeren deze kunnen terugbetalen. Dit kan vaak alleen maar door bedrijfsuitbreiding. Maar naast de extra vroege milieu-investeringen wil de provincie nu óók nog eens dat boeren die oude milieuvervuilende stallen willen vervangen door grotere milieuvriendelijkere stallen gaan betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit zorgt voor een dusdanige financiële drempel dat veel boeren worden gedwongen om te stoppen en dat veel boerendochters en -zoons er niet over piekeren om het bedrijf over te nemen.

Noemen we dit vernieuwen en verduurzamen? Het CDA niet. Wij zien aan de ene kant een sector die dichtgeregeld wordt, die moet vechten voor haar imago, en die niet weet waar zij aan toe is a.g.v. nieuwe en telkens veranderende regels. We zien keihard werkende mensen voor een loon tegen de armoedegrens. Aan de andere kant zien we een provincie die zich een uiterst onbetrouwbare overheid toont. De hardwerkende boer krijgt de rekening én het stigma van vervuiler opgeplakt.

De provincie vat haar landbouwbeleid samen als People – Planet – Profit. Het CDA duidt het als Oneerlijk – Onbetrouwbaar – Onzorgvuldig. Zo verdwijnen niet alleen de boeren, maar ook het boerenverstand uit onze provincie.

Ton Braspenning en René Kuijken zijn beiden Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Schriftelijke vragen Brabants landbouwdossier

Schriftelijke vragen van Statenleden René Kuijken en Ton Braspenning over het Brabantse landbouwdossier.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Brabants landbouwdossier.

Geacht college,

Op 21 oktober jl. vond er een themavergadering plaats over het brede landbouwdossier. In deze vergadering werd de samenhang besproken tussen o.a. de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), de Brabantse Uitvoeringsagenda Agrofood (UBA), de aanpak van urgentiegebieden en het provinciale beleid rond mestverwerking. Het CDA agendeerde dit onderwerp in april 2016, omdat er destijds verschillende landbouwonderwerpen afzonderlijk op de agenda van de procedurevergadering stonden1.

De redenen van het CDA om deze dossiers te agenderen waren:

  1. aan de voorkant enige suggesties meegeven vóór de uitwerking van provinciaal landbouwbeleid door Gedeputeerde Staten (GS) en
  2. het stellen van enkele bestuurlijke vragen.

De redenen om deze dossiers integraal in één vergadering te bespreken waren een hogere efficiëntie, de afwezigheid van een formeel moment voor Statenleden om losse, minder urgente vragen te stellen aan GS-leden en de samenhang tussen de dossiers.

Helaas waren voor het CDA de 2 minuten spreektijd en de 90 minuten totale vergadertijd tijdens de themavergadering van 21 oktober niet voldoende om u deze suggesties te verschaffen én om de nodige vragen te stellen. Omdat het CDA tóch graag voor het uitwerken van beleid meepraat i.p.v. na het uitwerken van beleid klaagt, willen we u middels deze brief, inclusief schriftelijke vragen ex artikel 27 van het Reglement van Orde, onze zorgen en suggesties meegeven. We hopen dat u ons daarin tegemoet kan komen tijdens de uitwerking van de verschillende landbouwdossiers.

Het CDA beseft dat de individuele dossiers in samenhang moeten worden bekeken, omdat het totaalpakket aan provinciaal beleid het totale agrarische systeem aangaat. Omwille van de leesbaarheid hebben wij echter onze zorgen, vragen en opvattingen per beleidsdossier gecategoriseerd.

1. Vrijkomende agrarische bebouwing incl. staldering

Voor een zuivere discussie over de toekomst van de veehouderij in Brabant is het volgens het CDA noodzakelijk onze cijfers te kennen. Cijfers over de demografische, planologische en sociaaleconomische trends stellen ons tijdig in staat om op trends in de agrarische sector in te kunnen springen. Daartoe zouden meerjarige cijfers, zoals het aantal agrarische bedrijven, het aantal dieren, een indicatie van de inkomenssituatie van boeren, het aantal milieuovertredingen, het aantal (verwachte) stoppers, het aantal bedrijfsuitbreidingen binnen de BZV, het areaal aan asbest, het aandeel van de agrarische sector in de economie en het percentage verwerkte mest te allen tijde beschikbaar moeten zijn. Het ontsluiten van deze informatie zou bijvoorbeeld kunnen via de P&C cyclus, de trenddag of een afzonderlijke rapportage. De concrete doelen van uw college zou u via de unaniem door onze Provinciale Staten gewenste2 ‘methode-Duisenberg’3 kunnen communiceren, zodat wij de voortgang kunnen controleren.

a. Bent u bereid om deze cijfers jaarlijks te communiceren?

b. Wat is volgens u de beste vorm om deze cijfers en trends met Provinciale Staten en de Brabanders te delen?

c. Bent u bereid om uw doelen concreter en beter controleerbaar te formuleren volgens de Duisenberg-methode?

2. Mestbeleid en circulaire economie

Er bestaat een angst vanuit burgers en belangenorganisaties over de dierenaantallen in Brabant. Het CDA constateert dat deze angst terecht is en dat er in Brabant genoeg dieren zijn. Tegelijkertijd worden de dieraantallen vaak aangegrepen om ontwikkelingen rond de verwerking en verwaarding van mest tegen te gaan. Dit terwijl mestverwaarding bijdraagt aan het circulair maken van onze economie en een teveel uitrijden van mest voorkomt.

De stap van geen of een kleine mestverwaardingsinstallatie op het erf naar een grootschalige installatie op een industrieterrein is echter een zeer grote. Het toestaan van kleinschalige initiatieven op boerenerven of bij loonwerkers zorgt voor laagdrempelige initiële investeringen, concurrentie en korte vervoersafstanden. Wanneer deze initiatieven aan zeer strenge uitstooteisen voldoen, kunnen deze bijdragen aan de verdere verduurzaming van de sector.

Het verhogen van het gehalte aan organische koolstof is goed voor het klimaat, de bodembiodiversiteit, waterhuishouding en productie. Op dit moment concurreert het uitrijden van compost met een hoog C-gehalte met het uitrijden van mest, omdat de compost ook nog (gebonden) stikstof en fosfaat bevat. Op deze manier wordt het verhogen van het organisch koolstofgehalte ontmoedigd. Het zou goed zijn om een positieve prikkel te creëren voor landbouwers om het C-gehalte te laten toenemen, zonder dat dit meteen geld kost voor de provincie Noord-Brabant. 3

a. Bent u bereid om middelgrote mestverwerkingsinstallaties (tot 250.000 ton) toe te staan op plekken die door omwonenden en de betreffende gemeentes aanvaardbaar zijn?

b. Bent u het ermee eens dat gemeentes en omwonenden het beste kunnen bepalen of een middelgrote mestverwaardingsinstallatie inpasbaar is in de omgeving?

c. Welke kansen ziet u om de hoeveelheid vastgelegde koolstof in de bodem te belonen?

d. Bent u bereid te onderzoeken of u als college ‘Green Deals’ kunt sluiten tussen bedrijven die hun CO2-footprint willen verlagen en de agrarische sector?

3. Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)

De BZV is een adequaat middel om bedrijven die willen uitbreiden in bouwblok en dierenaantallen een stapje extra te laten doen m.b.t. duurzaamheid, dierenwelzijn en inpassing in de maatschappij en het landschap. Op dit moment verplicht het college de ondernemers om aan de BZV te voldoen bij kleine emissieneutrale aanpassingen van het bedrijf waarbij de dierenaantallen niet toenemen. Dit zorgt ervoor dat economische of milieutechnische bedrijfsontwikkelingen niet worden gedaan, omdat het voldoen aan de BZV een financiële en procedurele drempel opwerpt. Op deze manier werkt de BZV dus averechts.

a. Ziet u de BZV als een tijdelijk instrument of als een instrument voor onbepaalde tijd?

b. Bent u bereid om bedrijfsaanpassingen waarbij het dierenaantal en de emissie van fijnstof en stikstof niet toeneemt te vrijwaarden van de BZV?

c. Bent u bereid om innovatieve en duurzame mestverwaarding te belonen via het ‘cafetariamodel’ van de BZV?

d. Bent u bereid om het vastleggen van organische koolstof in de bodem te belonen via het ‘cafetariamodel’ van de BZV?

4. Toekomstperspectief varkenshouderij incl. verbinding met regiegroep Vitale Varkenshouderij

De landelijke regiegroep varkenshouderij heeft de nodige massa gecreëerd m.b.t. financiën, verantwoordelijkheid en betrokkenheid van stakeholders, waardoor de oplossing voor de varkenshouderij dichterbij komt.

a. Is de verbinding met deze landelijke regiegroep al gelegd met de provinciale ambitie?

b. Zijn de dwarsverbanden met de ambitie over leegstand al gemaakt?

5. Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

Uw college heeft via een Statenmededeling4 met Provinciale Staten gedeeld dat de grote achterstanden m.b.t. de afhandeling van vergunningsaanvragen in het kader van de Natuurbeschermingswet (NB-wet) onder controle zijn. De PAS maakt het mogelijk om ontwikkelingsruimte te bieden aan agrarische bedrijven en tegelijkertijd de bureaucratie en kosten rondom vergunningverlening te beperken. Daarnaast is er nog een aantal factoren die ervoor zorgen dat de doorlooptijd van vergunningen aanmerkelijk kunnen worden versneld.

Voorbeelden hiervan zijn de beperkte ontwikkelingsruimte omdat de depositieruimte in sommige gebieden op is en de extra Brabantse regels die extra uitstoot veroorzakende bedrijfsontwikkelingen rond een viertal natuurgebieden verbiedt.

  1. In sommige Brabantse gebieden is de ontwikkelingsruimte op.
  2. De extra Brabantse regels rondom de PAS zorgen ervoor dat veel bedrijven rondom een viertal natuurgebieden geen kans op extra depositieruimte hebben.

a. Wat is de huidige doorlooptijd van NB-wetvergunningaanvragen onder het PAS-regime?

Om ontwikkelingsruimte mogelijk te blijven maken en de huidige ontwikkelingen te legitimeren, dienen de herstelmaatregelen in het kader van de PAS vóór 2021 uitgevoerd te zijn.

b. Klopt het dat u versnelt inzet op het realiseren van de mitigerende natuurmaatregelen in het kader van de PAS?

c. Op welke manier wijkt u bij de realisatie van deze natuurmaatregelen af van de voorheen gehanteerde strategie ter realisatie van natuuropgaves

d. Bent u het met het CDA eens dat u zoveel mogelijk het minnelijke traject van toepassing moet laten zijn

e. Treedt u samen met de waterschappen en de gemeentes vanaf het begin op als één overheid tijdens het realiseren van natuurprojecten in het kader van de PAS? Zo nee, waarom niet?

Het uitzetten van luchtwassers wordt nog wel eens gedaan, omdat deze installaties erg veel elektriciteit kosten. Het uitzetten van luchtwassers ondermijnt het draagvlak voor de agrarische boeren onder de burgers ontzettend en is niet eerlijk t.o.v. eerlijke, welwillende boeren. Het CDA vindt dan ook dat hier strak op gehandhaafd dient te worden

f. Wat is uw ambitie om volledig op afstand de luchtwassers van intensieve veehouderijen te monitoren? Kunt u daarbij s.v.p. een tijdspad en een percentage geven?

g. Leidt het op afstand monitoren van luchtwassers op den duur tot een kostenbesparing en een verbeterd naleefgedrag?

Wij verzoeken u om uw antwoorden per dossier ruim op tijd toe te sturen, voordat het betreffende dossier wordt geagendeerd voor een themavergadering en/of plenaire vergadering van Provinciale Staten. Bij voorbaat zéér bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken en Ton Braspenning

1Op 4 april 2016: Statenmededeling Overzicht acties om gemeenten te stimuleren om hun rol in het transitieproces zorgvuldige veehouderij op te nemen. 4 april 2016: Statenmededeling Transitie zorgvuldige veehouderij: PvA slimmer en efficiënter toezicht. 4 april 2016: Resultaten zorgvuldige dialoog Verordening Ruimte (cq. de Bedrijfsdialoog in de veehouderij).

2Zie: MotieM2 Provinciale Staten 21 oktober 2016. Statenvoorstel 74/16: Methode Duisenberg, ingediend door CDA, VVD en PvdA (unaniem aangenomen).

3Zie: ‘Overheidsfinanciën voor dummies: het succes van ‘de Methode Duisenberg’, fd.nl dd. 14-08-2016: https://fd.nl/economie-politiek/1160974/overheidsfinancien-voor-dummies-het-succes-van-de-methode-duisenberg.

4Zie: Bijlage 1 Statenmededeling Resultaten actualisatie vergelijkend onderzoek vergunningverlening Natuurbeschermingswet “De voorraad weggewerkt?”, behorende bij: rapport: “De voorraad weggewerkt?” Actualisatie vergelijkend onderzoek vergunningverlening Natuurbeschermingswet, dd. 15-06-2016 van Berenschot. 1 juli 2016.