Berichten

Opinie Stijn Steenbakkers – ‘Gevraagd: een luis in de pels’

Gastopinie van Statenlid Stijn Steenbakkers in het Brabants Dagblad d.d. 23 september 2017.

Gevraagd: een luis in de pels

Elke week vliegen bij Statenleden de miljoenen zo ongeveer om de oren. Een pleidooi voor een onafhankelijk financieel adviseur.

De Duitse dichter en schrijver Goethe zei eens dat ‘het niet genoeg s, te weten, maar dat men ook moet toepassen; het niet genoeg is, te willen, maar dat men ook moet handelen’. Met die wijsheid in het achterhoofd schrijf ik deze opinie. De afgelopen jaren zijn er uitgebreide rapporten van de Zuidelijke Rekenkamer (het orgaan dat Provinciale Staten van Brabant en Limburg helpt met hun taken) geweest die bevestigen dat de controle vanuit Provinciale Staten, met name op financiële/technische onderwerpen, beter kan. Deze rapporten waren over een breed scala aan onderwerpen: van de investeringsfondsen tot de grondexploitaties, van onderdelen van jaarrekeningen tot het beleid rondom de verkoop van deelnemingen. Een rode draad in deze rapporten was: Provinciale Staten van Brabant, versterk uw controle!

Belangrijke keuzes

Dat deze controle beter kan en Provinciale Staten hierin ondersteund moet worden, is op zichzelf ook niet gek. Je hebt te maken met 55 deeltijdpolitici met verschillende achtergronden bij wie de miljoenen zo ongeveer iedere week om de oren vliegen. Ter illustratie, we nemen besluiten over de Brabantse begrotingen en jaarrekeningen. In 2017 was de begroting bijvoorbeeld circa 1,3 miljard euro groot. Dit geld is verdeeld en wordt uitgegeven over honderden programma’s, regelingen en deelnemingen. Dan hebben we het nog niet eens over wat er in alle investeringsfondsen gebeurt (ook nog eens circa 1 miljard) of welke belangrijke keuzes er gemaakt moeten worden ten aanzien van de spaarpot (geld uit de verkoop van Essent) van Brabant.

En het enge is dat ik soms het gevoel heb dat niet iedereen in Provinciale Staten weet of kan overzien wat de financiële consequenties zijn van de beslissingen die men heeft genomen. Beslissingen waar men wel eindverantwoordelijk voor is! Dat voelt voor mij alsof je in een vliegtuig op 10 kilometer hoogte zit, naar de cockpit loopt, er niemand aantreft, maar wel constateert dat het vliegtuig op de automatische piloot doorvliegt. Dat kan niet.

Ik vind dat er in brede zin onvoldoende financiële controle door ons als Staten is. Wellicht ingegeven vanuit een verleden dat er altijd voldoende financiële middelen aanwezig waren in Brabant (helemaal na de verkoop van Essent). Dat geld kan er misschien wel zijn, maar er is volgens mij niets mis met zuinigheid en kritisch kijken hoe Brabants belastinggeld wordt uitgegeven. Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent. En met aanhoudend lage rentestanden en het verplicht schatkistbankieren (Brabants belastinggeld moet verplicht bij het ministerie van Financiën worden gestald) is ook die grens voor Brabant in zicht.

“Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent”

Eerste stap

Gelukkig ziet ook Provinciale Staten zelf dat er verbeteringen in haar financieel controlerende taak moeten komen. Een nieuwe manier van behandelen en voorbereiden van de jaarrekening is al doorgevoerd. Een goede eerste stap, maar dit gaat naar mijn idee lang niet ver genoeg.

Ik pleit voor een onafhankelijk fulltime financieel adviseur van Provinciale Staten. Die gevraagd en ongevraagd dossiers tot in detail licht en Provinciale Staten op eventuele zere plekken wijst. Een luis in de pels. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit een besef dat een permanente kritische blik voor heel Brabant gewenst is. Iemand die ten bate van Provinciale Staten meekijkt op specifieke financieel-technische dossiers. Iemand die onafhankelijk staat ten opzichte van Gedeputeerde Staten (het dagelijks bestuur) en losstaat van de ambtelijke hiërarchie. Afgelopen jaar is dit meerdere malen geprobeerd, maar keer op keer werden deze moties weggestemd, elke partij om de voor hen moverende redenen.

Maar naar mijn idee moet er nu iets gebeuren, anders kan ik de conclusies van het volgende rapport van de Zuidelijke Rekenkamer al raden! We weten allemaal dat het beter moet. Mijn oproep aan alle partijen is dan ook: denk aan de woorden van Goethe: ‘het is niet genoeg, te weten, men moet ook toepassen; het is niet genoeg, te willen, men moet ook handelen’.

 

 

Opinie Marcel Deryckere: ‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gastopinie van Statenlid Marcel Deryckere in het Brabants Dagblad d.d. 4 augustus 2017.

‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gemeenten én hun inwoners moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie. Zij hebben niet de legitimiteit. Herindelen doe je van onderaf, vindt Marcel Deryckere, lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Vorige maand dook het weer op: het H-woord. H-woord? Ja: Herindelen. Ditmaal in Nuenen, waar de provincie de regie over het herindelingsproces van de gemeente heeft overgenomen.

Wie de jaren negentig heeft meegemaakt, kan zich ongetwijfeld de herindeling uit 1997 herinneren. In dat jaar werden 49 Brabantse gemeenten opgeheven. Traditionele dorpen werden buitenwijken van (middel)grote steden. Dit moest leiden tot lagere kosten en effectiever en efficiënter besturen. Kortom, tot gemeenten die beter presteren en financieel gezonder zijn.

Het jaar 1997 markeerde een van de grootste, maar beslist niet de laatste herindeling in de recente Brabantse geschiedenis. Vorig jaar gingen Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode op in de nieuwe gemeente Meierijstad. In 2019 fuseren Aalburg, Werkendam en Woudrichem tot de gemeente Altena. Onder meer Haaren en Nuenen zijn gemeenten waar op dit moment herindelingstrajecten lopen.

Niet tactvol

Herindelingen verlopen zelden geruisloos en zonder slag of stoot, zoals we recent uit de media konden vernemen ten aanzien van Haaren en Nuenen. De provincie vindt dat beide gemeenten te weinig haast maken en is zich met het proces gaan bemoeien. Niet erg tactvol. Gevolg: verontwaardigde gemeentebestuurders en miskende inwoners. Zij noemen het besluit van de provincie ‘onzorgvuldig’. Ik noem het ook ‘on-Brabants’. In Brabant horen we het samen te doen en niet eenzijdig af te dwingen. Vanuit het centrale belang van de inwoners.

Dat herindelen emoties losmaakt, of zelfs weerstand oproept, is niet vreemd. Het voelt immers als gedwongen verhuizen zonder van je plek te komen. Je adres, huis, buren en paspoort blijven hetzelfde, maar je raakt tegelijkertijd ‘iets’ kwijt. Iets ongrijpbaars. Iets dat je vaak pas mist als je het niet meer hebt. Je zou het ‘identiteit’ kunnen noemen.

Herindelen betekent niet alleen afscheid nemen van een stukje ‘identiteit’, maar óók het inleveren van kleinschaligheid. Opgaan in een groter geheel, in een andere gemeente. En dus anoniemer zijn, slechts één van velen. De vrees voor aantasting van het dorpse karakter van ‘ons kent ons’ is denk ik niet onterecht.

Des te wranger dat we in Brabant aan de ene kant géén megastallen willen, maar aan de andere kant wél megagemeenten. Het liefste van 100.000 inwoners of meer. Maar groter is niet per se beter, maken de fiasco’s bij zorg- en onderwijsinstellingen ons duidelijk. Tóch schreven VVD en PvdA deze ambitie in 2012 nog in hun regeerakkoord. Een plek waar zo’n ambitie mijns inziens absoluut niet thuishoort.

Ik vind namelijk dat gemeentelijke herindelingen van onderaf moeten komen. Gemeenten én hun inwoners zijn degenen die gezamenlijk moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie, want zij hebben niet de (democratische) legitimiteit om deze keuze te mogen maken. Alleen in extreme gevallen van bestuurlijke of financiële wanorde horen zij in te grijpen. Bij Haaren en Nuenen is daarvan geen sprake.

Te lang

De provincie Noord-Brabant nam echter tóch het besluit om de regie over de herindelingen in deze twee gemeenten over te nemen van de gemeenten zelf. Een onverwachte ingreep die gemeentebesturen en inwoners buiten spel zet. En alleen omdat het de provincie te lang duurt.

Zo’n besluit zegt meer over het onvermogen van de provincie dan over het vermeende onvermogen van de gemeenten in kwestie. Met drammen en dicteren forceer je een uitkomst op korte termijn, met tijd en geduld bereik je resultaat op lange termijn.

Ik kies voor het laatste. Want je verliest misschien tijd, maar je wint draagvlak. En iedere bestuurder weet: draagvlak komt te voet en gaat te paard. Daar moeten we zorgvuldig naar op zoek gaan en heel zuinig op zijn. Ik hoop dat de provincie dat ook inziet en Haaren en Nuenen alsnog over hun eigen toekomst laat beslissen. Dat zou pas echt ‘veerkrachtig bestuur’ zijn.

Opinie Ton Braspenning: ‘Verduurzamen met boerenverstand’

Opinie van Statenlid Ton Braspenning in Nieuwe Oogst d.d. 24 juni 2017.

Verduurzamen met boerenverstand

Provincie Noord-Brabant besluit op 7 juli over een omvangrijk en ingrijpend pakket maatregelen die de landbouw moeten verduurzamen. De grootste hervorming van de agrarische sector in jaren is echter zeer omstreden.

Ton Braspenning
Melkveehouder en lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA

Met gezond boerenverstand kan ik er niet bij wat de provincie voorstelt. Het effect is namelijk tegengesteld aan wat we beogen. Zo is het milieu-effect minimaal en wordt dit vervolgens teniet gedaan door de stikstofruimte te verplaatsen naar de industrie en logistiek.

En in plaats van meer verduurzaming, ruimte voor familiebedrijven én een beter verdienmodel resulteert het beleid in meer schaalvergroting, familiebedrijven die omvallen en gezinnen die door de armoedegrens gaan.

In het voorstel krijgen boeren in plaats van tot 2028 nog maar tot 2022 de tijd om hun stallen aan te passen aan de nieuwe milieueisen (minder stikstofuitstoot). Eisen die zo streng worden, dat er geen stallen bestaan die eraan kunnen voldoen. En met de adder onder het gras dat de vergunningen al vóór 2020 rond moeten zijn.

Financiering door baken is lastig door eerdere milieu-investeringen en lage prijzen. Een bank zal een terugbetalingsgarantie eisen, wat leidt tot schaalvergroting. Dit wordt bevestigd door het onderzoek naar het effect van dit pakket maatregelen.

Boven op de versnelde, kostbare milieueisen moeten boeren die oude, milieuvervuilende stallen willen vervangen door nieuwe, milieuvriendelijkere stallen, betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit stalderen is kostbaar en een hoge financiële drempel om het bedrijf voort te zetten.

Om deze kosten te omzeilen zullen veel uitbreiders kiezen voor een satellietlocatie, wat de maatschappelijke inbedding van een bedrijf niet altijd ten goede komt.

Mestverwerking of export van mest is voor veel boeren eveneens een hoge kostenpost. In Noord-Brabant zijn voor boeren te weinig mogelijkheden om mest kwijt te raken. De provincie wil in haar nieuwe plannen de mestverwerkingscapaciteit uitbreiden, met als limiet het Brabantse mestoverschot.

Deze limiet is een gemiste kans. Uit milieuoogpunt zou je namelijk álle mest willen verwaarden tot een volwaardige kunstmestvervanger. De provincie zou dit moeten faciliteren.

De provincie motiveert een groot deel van haar plannen door te stellen dat minder stikstofuitstoot door boeren leidt tot een betere bescherming van de Brabantse natuur. Maar eigen onderzoek van de provincie toont aan dat de vermindering die nu al is gehaald, ongeveer 20 procent, niet is terug te zien in minder stikstof op natuur. Daar is tot op heden geen verklaring voor.

De provincie bepleit ook dat minder stikstofuitstoot door boeren ten goede moet komen aan meer uitstoot door andere bedrijfssectoren of wegen. Wat schiet de natuur hier feitelijk mee op?

De provincie roept gemeenten, banken en pensioenfondsen op om boeren te ‘helpen’ bij het verduurzamen. Ze zouden allemaal geld moeten storten in een op te richten investeringsfonds. Maar hierover staat nog niets op papier. Onzeker is of deze onmisbare partners überhaupt bereid zijn om mee te doen.

Mijn conclusie: hoe goedbedoeld de plannen van de provincie ook zijn, de plannen zijn praktisch, financieel en juridisch onhaalbaar. Duurzaamheid is gebaat bij economisch perspectief op korte én op lange termijn. Laten we deze lange termijn niet uit het oog verliezen, want ook het platteland van morgen is een platteland met boeren.

Opinie Ton Braspenning & René Kuijken over toekomst veehouderij

Voor de boeren in Brabant is het vijf voor twaalf.

De landbouw moet vernieuwen én verduurzamen. Dat vindt ook het CDA. De samenleving verandert en stelt nu andere eisen aan volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn dan 50 jaar geleden. Terecht.

Tegelijkertijd hebben we, in Nederland, meer dan 17 miljoenen monden te voeden. Alleen al in Brabant dragen duizenden boerenfamilies bij aan die enorme opgave. Ook zij zien in dat het boerenbedrijf van vandaag niet hetzelfde is als dat van morgen.

Vernieuwen en verduurzamen doe je echter wel op een eerlijke manier. Lange tijd hadden wij het vertrouwen dat VVD, SP, D66 en PvdA, de partijen die het nu in Brabant voor het zeggen hebben, dat óók voor ogen hadden.

Vernieuwen en verduurzamen vraagt tijd, geld en draagvlak. Van de provincie kregen de Brabantse boeren tot 2028 de tijd om de kostbare maatregelen te nemen, die nodig zijn om de uitstoot van stikstof te verminderen. Een krappe maar haalbare datum, vond het CDA. Te meer omdat veel boeren al grote milieu-investeringen hebben gedaan, de marges in de sector dusdanig klein zijn dat er weinig investeringsruimte is én omdat een groot aantal boeren waarschijnlijk versneld stopt.

Maar nu: nu vervroegt de provincie zonder inspraak en overleg de deadline naar 2020. Dit dwingt veel boeren om vervroegd te kiezen: dure extra investeringen doen óf stoppen. Zulke ingrijpende regels maar liefst 8 jaar naar voren halen: in geen enkele andere sector zou dát kunnen.

Van de SP, PvdA en D66 kan je dit verwachten. Maar wat doet de VVD? Ooit waren de liberalen voor minder regels en meer ondernemerschap, nu helpen ze bij het omvallen van familiebedrijven en de leegloop van het platteland.

Boerenzoons en -dochters zien namelijk het bedrijf van hun ouders aan telkens veranderende regels en negatieve publiciteit ten onder gaan. Zij maken andere toekomstplannen en willen het bedrijf niet overnemen. De meeste boeren hebben om aan de nieuwe eisen te voldoen een lening van de bank nodig. Banken geven deze lening alleen maar, wanneer de boeren deze kunnen terugbetalen. Dit kan vaak alleen maar door bedrijfsuitbreiding. Maar naast de extra vroege milieu-investeringen wil de provincie nu óók nog eens dat boeren die oude milieuvervuilende stallen willen vervangen door grotere milieuvriendelijkere stallen gaan betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit zorgt voor een dusdanige financiële drempel dat veel boeren worden gedwongen om te stoppen en dat veel boerendochters en -zoons er niet over piekeren om het bedrijf over te nemen.

Noemen we dit vernieuwen en verduurzamen? Het CDA niet. Wij zien aan de ene kant een sector die dichtgeregeld wordt, die moet vechten voor haar imago, en die niet weet waar zij aan toe is a.g.v. nieuwe en telkens veranderende regels. We zien keihard werkende mensen voor een loon tegen de armoedegrens. Aan de andere kant zien we een provincie die zich een uiterst onbetrouwbare overheid toont. De hardwerkende boer krijgt de rekening én het stigma van vervuiler opgeplakt.

De provincie vat haar landbouwbeleid samen als People – Planet – Profit. Het CDA duidt het als Oneerlijk – Onbetrouwbaar – Onzorgvuldig. Zo verdwijnen niet alleen de boeren, maar ook het boerenverstand uit onze provincie.

Ton Braspenning en René Kuijken zijn beiden Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Opinie Stijn Steenbakkers over Attero

Gastopinie van Statenlid Stijn Steenbakkers in het Brabants Dagblad van 16 september 2016 (pagina 16)

Van 170 miljoen naar een miljard: een neoliberaal sprookje

Buitensporige winst op ons afval

Was de verkoop van Attero wel zo’n ‘uitstekende deal’? Goed dat er een onafhankelijk onderzoek komt.

Stijn Steenbakkers


GASTOPINIE

Stel: u verkoopt uw huis eind 2013 voor 170.000 euro. Binnen anderhalf jaar vindt de nieuwe eigenaar ‘toevallig’ 183.000 euro spaargeld in een oud keukenkastje en zet dit op zijn spaarrekening. Verder investeert hij niet veel in het huis: koopt geen grond bij, vervangt de kozijnen niet en alles blijft enkel glas.

Toch wil de nieuwe eigenaar van al zijn buren extra geld zien. Vanwege ‘goed gedrag’. Ook lijkt het erop dat de nieuwe eigenaar eind 2016 zijn huis voor meer dan 1 miljoen euro kan verkopen.

Klinkt bizar? Toch vat dit verhaal de geschiedenis van afvalverwerker Attero goed samen. Met Brabant als grootste aandeelhouder verkocht een groep provincies en gemeenten Attero – voorheen Essent Milieu – in 2013 voor slechts 170 miljoen euro aan investeringsmaatschappij Waterland. Meteen na de verkoop trekt deze nieuwe eigenaar voor miljoenen euro’s extra leningen aan voor Attero, om dit geld (zo’n 183 miljoen euro) vervolgens aan zichzelf uit te keren. De gehele aankoopprijs is dus in anderhalf jaar tijd terugverdiend.

Bedankje

Attero verwerkt voor veel gemeenten afval. Omdat de inwoners hun afval steeds beter scheiden, kreeg Attero minder afval dan afgesproken in de contracten. Attero’s eigenaar Waterland deelt daarom boetes uit aan gemeenten die te weinig afval aanleveren. Boetes die de belastingbetaler betalen. Een bedankje voor het scheiden van uw afval.

Het kan nóg gekker: de provincie meldt deze week dat Attero alweer door Waterland wordt verkocht. Volgens Reuters aan Chinezen, die er een miljard euro voor over zouden hebben. Desondanks houdt Brabants verantwoordelijk gedeputeerde Pauli vol dat de verkoopprijs van 170 miljoen euro een ‘uitstekende deal’ was. Ik zet daar mijn vraagtekens bij.

Het Attero-dossier roept veel meer vragen op. Vragen die het CDA herhaaldelijk aan Gedeputeerde Staten heeft gesteld. Hoe kan het dat de nieuwe eigenaar zo buitensporig veel dividend uitkeert aan zijn aandeelhouders? Zitten er extra risico’s aan de enorme schuldpositie bij Attero en mag dit zomaar? Was de verkoopprijs wel goed? Waarom krijgen gemeentes boetes van Attero vanwege goed gedrag?

Antwoord krijgen blijkt moeilijk, mede omdat een aantal essentiële documenten geheim zijn. Statenleden uit Brabant en Limburg pleitten onder andere daarom voor een onafhankelijk onderzoek door de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK). Gisteren werd bekend dat dit onderzoek er komt. Gelukkig! De ZRK gaat onderzoeken of de verkoop (en waardering) van Attero juist en zorgvuldig is verlopen én of Provinciale Staten goed zijn geïnformeerd. De resultaten worden begin 2017 verwacht.

Wat die uitkomsten ook zullen zijn, feit blijft dat PS unaniem, op basis van de toen beschikbare informatie, vóór verkoop van Attero hebben gestemd, met veel op- en aanmerkingen. Tegen PS werd gezegd: afval verwerken is geen overheidstaak; de markt kan het goedkoper en beter; en er wordt een goede prijs betaald.

Maar de kernvraag is fundamenteler. Als afvalverwerking geen (kern)taak van de overheid is, waarom dan wel voor de markt? En is een investeringsmaatschappij met een kortetermijnstrategie wel de juiste aandeelhouder? Op de lange termijn kent de afvalbranche grote gevolgen voor maatschappij en milieu. Denk aan het opslaan van afval.

Ik vind dat de economie en politiek van vandaag zijn doorgeschoten in het neoliberale marktdenken; het hardnekkige geloof dat een volledig vrije markt alles beter kan. In een aantal gevallen klopt dit, maar in vele zeker niet. Het is een achterhaalde opvatting uit de 20e eeuw, waar onder andere Ruttes VVD nog steeds trots op is. Ten onrechte.

Het moet gaan om wat optimaal is voor de gehele samenleving op langere termijn. Dienstbaarheid aan de echte, reële economie. Het CDA heeft niets tegen de vrije markt, niets tegen investeringsmaatschappijen en niets tegen mooie winsten maken. Neoliberale excessen moeten echter verdwijnen. Terug naar het gezond verstand, terug naar een op lange(re) termijn gerichte economie, terug naar het derde principe van Sybrand Buma: een eerlijke economie!

Stijn Steenbakkers is Statenlid in Brabant voor het CDA en kandidaat-Tweede Kamerlid

Klik op de volgende link om deze opinie in het Brabants Dagblad in originele opmaak terug te lezen: BD Gastopinie Stijn Steenbakkers.