Berichten

Opinie Marcel Deryckere: ‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gastopinie van Statenlid Marcel Deryckere in het Brabants Dagblad d.d. 4 augustus 2017.

‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gemeenten én hun inwoners moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie. Zij hebben niet de legitimiteit. Herindelen doe je van onderaf, vindt Marcel Deryckere, lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Vorige maand dook het weer op: het H-woord. H-woord? Ja: Herindelen. Ditmaal in Nuenen, waar de provincie de regie over het herindelingsproces van de gemeente heeft overgenomen.

Wie de jaren negentig heeft meegemaakt, kan zich ongetwijfeld de herindeling uit 1997 herinneren. In dat jaar werden 49 Brabantse gemeenten opgeheven. Traditionele dorpen werden buitenwijken van (middel)grote steden. Dit moest leiden tot lagere kosten en effectiever en efficiënter besturen. Kortom, tot gemeenten die beter presteren en financieel gezonder zijn.

Het jaar 1997 markeerde een van de grootste, maar beslist niet de laatste herindeling in de recente Brabantse geschiedenis. Vorig jaar gingen Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode op in de nieuwe gemeente Meierijstad. In 2019 fuseren Aalburg, Werkendam en Woudrichem tot de gemeente Altena. Onder meer Haaren en Nuenen zijn gemeenten waar op dit moment herindelingstrajecten lopen.

Niet tactvol

Herindelingen verlopen zelden geruisloos en zonder slag of stoot, zoals we recent uit de media konden vernemen ten aanzien van Haaren en Nuenen. De provincie vindt dat beide gemeenten te weinig haast maken en is zich met het proces gaan bemoeien. Niet erg tactvol. Gevolg: verontwaardigde gemeentebestuurders en miskende inwoners. Zij noemen het besluit van de provincie ‘onzorgvuldig’. Ik noem het ook ‘on-Brabants’. In Brabant horen we het samen te doen en niet eenzijdig af te dwingen. Vanuit het centrale belang van de inwoners.

Dat herindelen emoties losmaakt, of zelfs weerstand oproept, is niet vreemd. Het voelt immers als gedwongen verhuizen zonder van je plek te komen. Je adres, huis, buren en paspoort blijven hetzelfde, maar je raakt tegelijkertijd ‘iets’ kwijt. Iets ongrijpbaars. Iets dat je vaak pas mist als je het niet meer hebt. Je zou het ‘identiteit’ kunnen noemen.

Herindelen betekent niet alleen afscheid nemen van een stukje ‘identiteit’, maar óók het inleveren van kleinschaligheid. Opgaan in een groter geheel, in een andere gemeente. En dus anoniemer zijn, slechts één van velen. De vrees voor aantasting van het dorpse karakter van ‘ons kent ons’ is denk ik niet onterecht.

Des te wranger dat we in Brabant aan de ene kant géén megastallen willen, maar aan de andere kant wél megagemeenten. Het liefste van 100.000 inwoners of meer. Maar groter is niet per se beter, maken de fiasco’s bij zorg- en onderwijsinstellingen ons duidelijk. Tóch schreven VVD en PvdA deze ambitie in 2012 nog in hun regeerakkoord. Een plek waar zo’n ambitie mijns inziens absoluut niet thuishoort.

Ik vind namelijk dat gemeentelijke herindelingen van onderaf moeten komen. Gemeenten én hun inwoners zijn degenen die gezamenlijk moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie, want zij hebben niet de (democratische) legitimiteit om deze keuze te mogen maken. Alleen in extreme gevallen van bestuurlijke of financiële wanorde horen zij in te grijpen. Bij Haaren en Nuenen is daarvan geen sprake.

Te lang

De provincie Noord-Brabant nam echter tóch het besluit om de regie over de herindelingen in deze twee gemeenten over te nemen van de gemeenten zelf. Een onverwachte ingreep die gemeentebesturen en inwoners buiten spel zet. En alleen omdat het de provincie te lang duurt.

Zo’n besluit zegt meer over het onvermogen van de provincie dan over het vermeende onvermogen van de gemeenten in kwestie. Met drammen en dicteren forceer je een uitkomst op korte termijn, met tijd en geduld bereik je resultaat op lange termijn.

Ik kies voor het laatste. Want je verliest misschien tijd, maar je wint draagvlak. En iedere bestuurder weet: draagvlak komt te voet en gaat te paard. Daar moeten we zorgvuldig naar op zoek gaan en heel zuinig op zijn. Ik hoop dat de provincie dat ook inziet en Haaren en Nuenen alsnog over hun eigen toekomst laat beslissen. Dat zou pas echt ‘veerkrachtig bestuur’ zijn.

Schriftelijke vragen over herindelingsproces gemeente Nuenen

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere (CDA) en Jan Heijman (Lokaal Brabant) over het herindelingsproces in de gemeente Nuenen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over herindelingsproces gemeente Nuenen.

Geacht college,

Op 12 juli jl. maakte u bekend de regie over te nemen bij de herindeling van de gemeente Nuenen.

Dit besluit heeft niet alleen de gemeente Nuenen en haar inwoners onaangenaam verrast, maar ook de fracties van CDA en Lokaal Brabant. Wij hebben voor u dan ook de volgende vragen:

01. Op welke juridische gronden en redenen baseert u uw besluit om de regie bij de herindeling van de gemeente Nuenen over te nemen?

02. Is dit besluit juridisch positief getoetst?

03. Wat is de exacte urgentie om nu in te grijpen?

04. Waarom is wachten tot een besluit van Nuenen zelf, uiterlijk in november, voor u geen optie?

05. Het CDA en LokaalBrabant roepen u op om uw besluit tot ingrijpen bij de herindeling van Nuenen te herzien en de gemeente in ieder geval tot en met november zélf aan de slag te laten gaan. Bent u bereid om aan deze oproep tegemoet te komen?

06. Wat is vanaf heden de rol van het college van B&W van de gemeente Nuenen in het herindelingsproces?

07. Wat is vanaf heden de rol van de gemeenteraad van de gemeente Nuenen in het herindelingsproces?

08. Dient de gemeenteraad van Nuenen in het komende proces nog formeel akkoord te gaan met een keuze voor een bepaalde fusie(partner)?

09. Komt er voor de inwoners van Nuenen een moment om zich uit te spreken en legt u zich neer bij een ‘nee’? 

10. In het geval dat Nuenen er tijdens het ‘open overleg’ zelf in slaagt een besluit te nemen over de fusiepartner:

  1. Accepteert u dit besluit dan?
  2. Krijgt Nuenen het proces in dat geval weer in eigen hand?

11. Hoe gaat dit open overleg er precies uitzien en wat is de specifieke rol van de provincie?

12. Een van de mogelijke fusiepartners is de gemeente Eindhoven, een gemeente met enkele tientallen miljoenen euro’s tekort op de begroting van 2016. In hoeverre is Eindhoven in uw ogen een financieel gezonde gemeente?

13. Eindhoven heeft geen Bestuurskrachtonderzoek naar de eigen gemeente laten uitvoeren. Voor een goede keuze vanuit Nuenen is een dergelijk onderzoek (en de resultaten daarvan) wel van belang. Bent u bereid om dit onderzoek in samenwerking met de gemeente Eindhoven te laten uitvoeren?

14. Deelt u de mening van het CDA dat de urgentie voor deze provinciale ingreep mede ontbreekt, omdat de gemeente Nuenen beter presteert dan de gemeente Eindhoven (zo had Nuenen een positief begrotingsoverschot en een hoge score in de tevredenheidsmonitor) en Eindhoven derhalve niet als een serieuze fusiepartner kan worden beschouwd?

15. Bent u op de hoogte van het feit dat een fusie met Eindhoven een andere, ‘lichte’ Ahri-procedure gaat inhouden dan een fusie met Son en Breugel en dat dit ook een andere voorbereiding tot fusiebesluit vergt? Kunt u voor ons de verschillen tussen beide procedures nog eens duiden?

16. Is er voor de inwoners van Eindhoven en Son en Breugel een mogelijkheid om zich uit te spreken en legt u zich neer bij een ‘nee’?

17. Hebt u met de gemeenten Eindhoven en Son en Breugel overleg gehad over uw besluit? Indien ja, wat was hun oordeel en wat is er met hen afgesproken over deze procedure? Indien niet, waarom niet?

18. U hebt eerder aangegeven dat bij de keuze van Nuenen voor Son en Breugel bepaalde taken moeten worden overgeheveld naar een regionale organisatie of naar de gemeente Eindhoven. Betekent dit dat u een nieuwe gemeente, gevormd door Nuenen en Son en Breugel, niet bestuurskrachtig genoeg acht om deze taken uit te voeren? Graag een specificatie per taak in kwestie.

19. Naar welke organisatie zouden deze taken moeten worden overgeheveld?

20. Hoe bent u van plan om de democratische legitimiteit van de uitvoering van deze taken te waarborgen?

21. In het geval de taken in kwestie niet door een nieuwe gemeente Nuenen-Son en Breugel kunnen worden uitgevoerd:

  1. In hoeverre kunnen deze taken dan wel worden uitgevoerd door andere vergelijkbare gemeenten in de regio?
  2. Moeten deze gemeenten ook taken gaan afstaan? Graag een specificatie per gemeente.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Marcel Deryckere (CDA) en Jan Heijman (Lokaal Brabant)

Schriftelijke vragen over bezuiniging philharmonie zuidnederland

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de bezuiniging op de philharmonie zuidnederland.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over bezuiniging philharmonie zuidnederland.

 

Geacht college,

Vandaag maakte u bekend te willen gaan bezuinigen op de philharmonie zuidnederland.

In 2017 ontving de philharmonie van de provincie een subsidie van 2 miljoen euro. Voor 2018 en 2019 brengt u dat bedrag terug naar maximaal 1,5 miljoen euro per jaar.

Het CDA is verrast over dit besluit van het college en vraagt zich af hoe dit besluit tot stand is gekomen én welke consequenties deze bezuiniging heeft. Daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In de nieuwe situatie ontvangt de philharmonie maximaal 1,5 miljoen euro per jaar. ‘Maximaal’ impliceert dat dit bedrag ook lager kan uitvallen. Hanteert u behalve deze bovengrens ook een ondergrens, d.w.z. een minimum- of basisbedrag aan subsidie, waar de philharmonie in elk geval op kan rekenen?    

02. De philharmonie zuidnederland is behalve in Noord-Brabant ook actief in Limburg. Hebt u de bezuiniging op de philharmonie met de provincie Limburg overlegd? Wat was haar reactie?

03. Hoe is de provincie Limburg van plan met de philharmonie zuidnederland om te gaan? Verwacht u uit deze provincie ook bezuinigingen, of juist extra investeringen nu Brabant gaat bezuinigen?

04. Was het niet beter geweest om met de provincie Limburg tot een gezamenlijke toekomstvisie voor de philharmonie zuidnederland te komen i.p.v. als provincie Noord-Brabant alleen en eenzijdig te werk te gaan?

05. Samen met de provincie Limburg hebt u verschillende toekomstscenario’s voor de philharmonie laten onderzoeken.

  1. Waarom hebt u op basis van dit onderzoek gekozen voor dit scenario?
  2. Voor welk scenario kiest de provincie Limburg en waarom?

06. De 2 miljoen euro subsidie uit 2017 brengt u terug tot maximaal 1,5 miljoen euro subsidie in 2018 en 2019. Wat gaat u concreet doen met de 500.000 euro die u jaarlijks overhoudt?

07. De philharmonie zuidnederland is gevestigd op twee locaties: in Eindhoven en in Maastricht. Is het voorstelbaar dat a.g.v. deze bezuiniging de philharmonie uit een van deze locaties vertrekt?

08. Vindt u het wenselijk dat de philharmonie uit een van deze locaties vertrekt of zich op een andere locatie vestigt?

09. De philharmonie zuidnederland is een regio-orkest. Daarvan zijn er in Zuid-Nederland niet veel, dus daar moeten we zuinig op zijn. Welke (rand)voorwaarden gaat u stellen om ervoor te zorgen dat het orkest haar regiofunctie kan behouden?

10. Bezuinigen kan ertoe leiden dat de philharmonie, om te kunnen besparen, activiteiten en optredens moet gaan schrappen of de prijs voor concertkaarten moet verhogen. Hoe gaat u als provincie waarborgen dat de philharmonie een orkest blijft, waarvan de activiteiten voor iedereen zichtbaar én toegankelijk zijn?

11. De philharmonie zuidnederland maakt onzekere tijden door. Eerst de fusie van het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest. Daarna onzekerheid over de vestigingsplaats(en). Nu bezuinigingen. Over twee jaar weer een evaluatie en mogelijk andere plannen. Het lijkt erop dat de philharmonie in de ongewenste situatie terecht komt dat het meer tijd kwijt is met beleid maken dan met muziek maken. Bent u het met het CDA eens dat dit onwenselijk is en de kwaliteit en continuïteit van het regio-orkest niet ten goede komt?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

CDA: groen licht voor meer scholieren naar het Provinciehuis

Het Presidium (dagelijks bestuur) van Provinciale Staten Noord-Brabant heeft gisteren groen licht gegeven voor een uitbreiding van het aantal klassenbezoeken aan het Provinciehuis.

Daarmee komt de provincie tegemoet aan een voorstel van het CDA dat, ondersteund door diverse andere partijen, opriep tot het uitwerken van een plan om meer scholieren in de gelegenheid te stellen tijdens hun schooltijd het Provinciehuis te bezoeken.

Via Prodemos kunnen jaarlijks 40 schoolklassen het Provinciehuis van Noord-Brabant bezoeken. Veel te weinig, vindt het CDA, dat zelf ook regelmatig scholen uitnodigt om op bezoek te komen. Statenleden Stijn Steenbakkers en Marcel Deryckere schreven daarom een voorstel, waarin zij ervoor pleiten om dat aantal in de toekomst te verhogen.

Dit besluit van het Presidium is daartoe een belangrijke eerste stap, aldus het CDA. De provincie gaat haar capaciteit uitbreiden van 40 naar 60 klassenbezoeken per jaar. Ook gaat de provincie bijdragen aan de vaak hoge kosten voor (bus)vervoer naar het Provinciehuis. Na een jaar vindt een evaluatie plaats.

Steenbakkers en Deryckere zijn enthousiast:

“Als CDA willen we meer aandacht voor burgerschap en maatschappelijke vorming. Daar hoort een bezoek aan de Tweede Kamer of de gemeenteraad bij, maar óók een excursie naar het Provinciehuis. De provincie is de meest onbekende bestuurslaag, zoals ook blijkt uit de lage opkomstcijfers bij verkiezingen. Daar moeten we iets aan doen, want ook de provincie neemt besluiten die jongeren raken. Bijvoorbeeld over openbaar vervoer, de agrarische sector of de leefbaarheid in hun gemeente. Die besluiten nemen we in het Provinciehuis, dus voorwaar een goede reden om jongeren daar uit te nodigen.”

CDA op werkbezoek in Volkel

Het CDA brengt op maandag 19 juni een werkbezoek aan Volkel, gemeente Uden. Aan het werkbezoek nemen o.a. Tweede Kamerlid Erik Ronnes, Statenlid Marcel Deryckere en de Udense CDA’ers Ellen Alofs en Maurits van den Bosch deel.

De CDA-delegatie is te gast bij recreatiepark BillyBird Park Hemelrijk, waar de politici met eigenaar en recreatieondernemer Ton Derks spreken over de vrijetijdseconomie in Brabant. Actueel is het zgn. ‘Leisure Ontwikkel Fonds’ (LOF), via welke de provincie Noord-Brabant samen met een aantal andere partijen investeert in de toeristische sector in onze provincie.

Marcel Deryckere, Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en namens het CDA o.m. woordvoerder vrijetijdseconomie:

“Als CDA zijn we blij dat we bij Ton Derks en zijn familie te gast mogen zijn. Het CDA is behalve een familie- ook een echte ondernemerspartij, die familiebedrijven als BillyBird Hemelrijk van grote waarde vindt voor de Brabantse economie én voor de Brabantse samenleving. We zijn benieuwd hoe een ondernemer als Ton tegen de ontwikkelingen in zijn sector aankijkt en hoe hij de relatie met de overheid ervaart. Daarnaast laten we ons graag verrassen met alle andere onderwerpen die tijdens het bezoek ter sprake komen.”

Behalve over recreatie en toerisme spreken de CDA’ers ook over de politieke actualiteit in Volkel en de gemeente Uden. Mede hierom is ook Tweede Kamerlid Erik Ronnes aanwezig, die in Den Haag de regio Oost-Brabant vertegenwoordigt.

Na het bezoek aan Volkel brengt een deel van het gezelschap nog een bezoek aan een aantal boeren in de regio, die zijn getipt voor de CDA-kalender met stoere, Brabantse boeren. Het CDA wil deze kalender in 2018 uitgeven en daarmee het landbouwdebat in de provincie een positieve impuls geven. Meer dan 100 boeren werden aangemeld en van twaalf van hen tekent het CDA stoere verhalen en foto’s op voor op de kalender. Meer informatie over dit initiatief is te vinden op de website van het CDA Brabant: http://cdabrabant.nl/cda-stoere-boeren-gezocht/.

Het werkbezoek start om 14.00u bij BillyBird Park Hemelrijk aan de Zeelandsedijk 34A in Volkel, gemeente Uden.

Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en René Kuijken over criminaliteit op het platteland en de Wet BIBOB.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB.

Geacht college, 

Zowel regionale als landelijke media berichtten afgelopen week over de criminaliteit op het platteland. Dit naar aanleiding van een brief van de twaalf Commissarissen van de Koning in Nederland. De Brabantse CDA-fractie is geschrokken van deze berichtgeving én van het feit dat de politiecapaciteit in Brabant blijkbaar nog steeds niet op orde is. Al eerder hebben wij onze steun uitgesproken voor de oproep van onze Commissaris aan Den Haag om de Brabantse politie te versterken. Dat blijven wij doen. In dit kader hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In hoeverre hebben Brabantse lobbypogingen in Den Haag extra capaciteit en inzet van politie in Brabant opgeleverd?

02. Wat is nodig om te voorkomen dat Den Haag de belangen van de regio’s, zoals Brabant, niet langer negeert?

03. Het oplospercentage van misdrijven in Brabant lag in 2014 met 24,6% onder het landelijk gemiddelde. In een gemeente als Goirle lag dit percentage op 11,6%, nog veel lager dus. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over opgeloste misdrijven in Brabant? In 2015/2016 bleek ook dat de aanrijtijden van de politie op het Brabantse platteland onder de maat waren. Te vaak werd de maximale aanrijtijd van vijftien minuten niet gehaald. In sommige delen van Brabant was de politie zelfs in bijna één op de twee gevallen te laat. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over de aanrijtijden van de politie in Brabantse plattelandsgemeenten?

In opdracht van de provincie evalueerde een commissie van experts de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant, een wet die moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Het doel van deze evaluatie was om alertheid waar nodig te vergroten. Uit het rapport van de commissie blijkt dat Brabant deze wet goed uitvoert. De commissie constateerde echter ook dat verschillende Brabantse (plattelands)gemeenten de Wet BIBOB nog niet of onvoldoende toepassen. Geen goed signaal gegeven de berichten dat criminelen vrij spel hebben op het Brabantse platteland. Het CDA vindt dat we behalve onze politiecapaciteit ook onze eigen (veiligheids)zaken in Brabant goed op orde moeten hebben. Klaarblijkelijk is dit nog niet het geval en daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

04. Wat gaat u als provincie richting gemeenten doen om, met dit rapport in de hand, de aanpak van criminaliteit in Brabant te verstevigen?

De commissie die de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant heeft geëvalueerd, doet een aantal zinvolle aanbevelingen.

05. Ten eerste adviseert de commissie om bij bijvoorbeeld een vergunningaanvraag een integriteitscheck te laten uitvoeren door de vakafdelingen zelf. Bent u van plan dit advies op te volgen in uw eigen organisatie en processen?

06. Ten tweede stelt de commissie voor het bewustzijn van de provinciale organisatie rondom (georganiseerde) criminaliteit te verbeteren. Hoe bent u van plan dit op te pakken?

07. Ten derde pleit de commissie ervoor om ambtenaren die actief betrokken zijn bij bedrijven waarop de Wet BIBOB van toepassing is te screenen. Bent u van plan dit vanaf heden te gaan doen?

08. Ten vierde doet de commissie aanbevelingen om goede, integere bedrijven minder te belasten met BIBOB-onderzoeken en tegelijkertijd malafide bedrijven te blijven aanpakken:

  1. Het zou eenvoudiger moeten worden om integere bedrijven die regelmatig vergunningaanvragen doen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van het BIBOB-instrumentaruim. Bijvoorbeeld door deze op een ‘witte lijst’ van goede praktijken te plaatsen of een certificaat te geven.
  2. Is het mogelijk om integere bedrijven simpelere en snellere procedures te laten doorlopen? Bent u van plan om dit toe te passen?
  3. Is het mogelijk om naast een ‘witte lijst’ ook een ‘zwarte lijst’ met malafide bedrijven en organisaties op te stellen om handhaving gemakkelijker te makenIn hoeverre is het (wettelijk) mogelijk om deze lijst te delen met Brabantse gemeenten om hen te ondersteunen en te waarschuwen voor de activiteiten van criminelen?
  4. Als alternatief voor een ‘zwarte lijst’ zou de provincie risicoprofielen van sectoren en bedrijfstypen kunnen opstellen. Een lijst hiervan zou de provincie geanonimiseerd kunnen delen met andere overheden om deze te helpen met toepassen van de BIBOB. Bent u bereid deze mogelijkheid te onderzoeken op haalbaarheid?

09. Ten vijfde raadt de commissie aan om meer informatie over de BIBOB en informatie over toezicht en handhaving te delen met andere overheden en tussen overheden onderling. Welke wettelijke ruimte hebt u hier op dit moment voor en hoezeer staat privacywetgeving het delen van informatie in de weg?

10. Ten zesde concludeert de commissie dat niet alle Brabantse gemeenten de BIBOB-wet (goed) toepassen. Dit leidt ertoe dat criminelen bepaalde gemeenten misbruiken voor hun activiteiten.

  1. Hoe bent u van plan om álle Brabantse gemeenten de Wet BIBOB actief en zorgvuldig te laten toepassen?
  2. Bent u bereid om het zorgvuldig toepassen van de Wet BIBOB als criterium en onderzoeksvraag onderdeel te maken van het proces ‘Veerkrachtig Bestuur’?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en René Kuijken

PPP: Brabant, de achterkant van Nederland?

  • Dialoogconferentie werkgroep Praktische politieke Philosopie, 9 mei 2017 –

 

Op deze avond is Prof. Pieter Tops uitgenodigd, om te spreken over zijn in januari verschenen boek over drugscriminaliteit in Brabant dat hij schreef samen met journalist Jan Tromp. Verder gaven Marcel Deryckere, lid van Provinciale Staten, en burgemeester Anton Ederveen van Valkenswaard elk hun eigen visie op de problematiek

1. De wetenschapper

Hoofdvraag van deze avond is “Wat is er toch aan de aan de hand met de criminaliteit in Nederland?”

Het is een griezelig en onheilspellend beeld dat opdoemt: er blijkt een parallelle samenleving te zijn ontstaan in sommige steden (in het boek wordt een wijk in Tilburg beschreven) met zijn eigen normen en waarden. Criminaliteit is daar de norm. Af en toe in de gevangenis komen wordt beschouwd als bedrijfsrisico, een moord (afrekening) is ‘collateral damage’. De normen en waarden rondom welke onze Nederlandse maatschappij is georganiseerd (goed Nederlands burgerschap, werken voor je loon, verantwoordelijkheid voor de naaste – ook als die geen familie is -, eerlijkheid, respect voor overheid, bestuur en rechtspraak) zeggen de leden van deze op zichzelf gerichte samenleving kennelijk weinig of niets. Men heeft eigen normen en waarden (familiebanden, zoveel mogelijk geld maken, eigenrichting).

Nog verontrustender dan deze constatering is dat deze samenleving blijkt zich te kunnen handhaven omdat verantwoordelijken wegkijken. Agrariërs en MKB-ers verhuren hun schuur of zolder.   Wietplantages zijn bekend, maar buren melden ze niet bij de politie. Er wordt op straat gehandeld, maar wijkbewoners of zelfs politie kijken soms even weg of durven niet in te grijpen. Lokale politici gedogen of plegen zelf strafbare feiten. Geld wordt witgewassen.  Op deze manier raken onderwereld en bovenwereld steeds nauwer verstrengeld.

Tops vertelde vanavond een persoonlijk verhaal. Hoe kan het dat ik, een in Tilburg werkzaam en woonachtig academicus, tot aan het verschijnen van het rapport over hennepteelt in 2013, nooit iets hiervan gemerkt heb terwijl de omvang ervan enorm is?  Naar schatting 2500 personen in deze stad zijn erbij betrokken. De jaaromzet van de hennepindustrie ligt tussen de 750 en 900 miljoen Euro.

Verwondering en nieuwsgierigheid zetten Tops en journalist Tromp aan tot het in gesprek gaan met criminelen, drugsdealers, wijkagenten, maar ook met gewone buurtbewoners. Verrassende constatering was dat de lokale crimineel goed ingebed bleek in de plaatselijk samenleving, en zelfs op persoonlijk vlak voor individuele burgers veel bleek te betekenen.

Bewoners in volkswijken voelden zich in de 70er jaren, na het wegvallen van de na WO II ingestelde commissie Onmaatschappelijkheid, en de latere buurtzorg op initiatief van Marinus Cobbenhagen met ondersteuning van de R.K.-kerk, door de overheid in de steek gelaten. De rijks controle op woningbouwverenigingen nam af.

Zij voelden zich gedwongen om “dan maar voor zichzelf te gaan zorgen”. De komst van speed in 1970 en later amfetaminen en XTC zorgden voor een snelle en gemakkelijke manier om in korte tijd veel geld te verdienen. Hennepteelt nam een grote vlucht.

Op jongeren oefent het snelle geld een grote aantrekkingskracht uit, evenals op boeren met een verliesgevend bedrijf of een mager pensioen. Het geld wordt gedeeltelijk uitgegeven aan plaatselijke MKB-ers.

2. De politicus

Provinciaal Statenlid Marcel Deryckere vindt dat er in ieder geval een taak voor het provinciebestuur is weggelegd. Hij komt zelf uit de studentenwereld waar drugs normaal blijken te zijn en graag gewild. Op festivals kost een ‘ruitjespil’ 5 euro. Om hetzelfde effect te krijgen moet je heel veel biertjes drinken en ben je veel duurder uit. Het verkopen van drugs wordt steeds meer sociaal geaccepteerd. Geld is snel verdiend, en je wilt immers een scooter? Ouders en grootouders in de zaal vragen zich bij zijn verhaal van nog meer af: hoe is het gebruik onder jongeren terug te dringen? De Rijckere zou graag meer middelen willen uittrekken voor voorlichting op scholen. Het persoonlijke verhaal van een (ex-) drugsverslaafde voor de klas blijkt namelijk bij leerlingen een grote indruk te maken en een afschrikwekkend effect te hebben. Op deze manier vraag je aandacht voor de vernietigende invloed op hun gezondheid.

Verder zou de provincie vaker kunnen besluiten om een no–tolerance beleid te voeren en dus wat vaker geen vergunning af te geven. Op deze manier laat je zien dat het gebruik van drugs niet sociaal geaccepteerd wordt.

  1. De burgemeester

Anton Ederveen, burgemeester van Valkenswaard, schrikt niet van het boek van Prof. Tops, maar is juist verbaasd dat de problematiek nog steeds zo onbekend is. Als bestuurder van Valkenswaard vecht hij al jaren tegen illegale hennepplantages. Hij spreekt over ‘dweilen met de kraan open’. Voor burgemeesters, politie en de rechterlijke macht zijn de middelen en de capaciteit volstrekt onvoldoende. Als lid van de speciale werkgroep van de VNG voor cannabisbeleid kiest Ederveen niet voor reguleren en gedogen, maar voor regelen en handhaven. Hier is de landelijke politiek aan zet. De discussie over o.a. het D66 initiatiefwetsvoorstel kan bij de lopende coalitieonderhandelingen alle kanten op bewegen                

4. Het publiek

Er blijken veel zorgen en vragen, onder andere van de Stichting Moedige Moeders, die ouders van verslaafde kinderen vertegenwoordigt. Zij pleit voor regulering voor verslaafden, maar straffen voor handelaren. Kunnen we leren van de buitenlandse grootsteedse problematiek? –Ja, want de recente maatregel van het afpakken van vastgoed en dat teruggeven aan de gemeenschap (zoals onlangs is gebeurd met het huis van een bekende drugscrimineel) is afgekeken van Italië.

Aan het einde van de avond blijft voor ons deelnemers de volgende vraag over: Als het probleem zo wijdverspreid is, en de onderwereld en bovenwereld zozeer met elkaar verstrengeld zijn, moet de wietteelt (of erger) ook bij ons om de hoek gebeuren. Wat doen wij dan, kijken we weg of werken we met de rechtshandhavers mee? Wat doen de overheden, werken zij samen of houden zij hun informatie onder hun eigen pet? Wat doen de MKB-ers als ze verdacht geld waarnemen? Willen ze verdienen of blijven ze eerlijk? Wat doen de rechters? Pieter Tops vindt dat het recht duidelijker moet zijn en beter gehandhaafd: het is normaal dat op een wetsovertreding/misdrijf een straf volgt. Laten we dat eens volhouden.

Huiswerk voor ons, en voor het nieuwe kabinet is nu: zorgen dat Prof. Cyrille Fijnaut geen gelijk krijgt, en dat Nederland niet “het Colombia van West-Europa” wordt.

 

Herbertine Buiting