Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over ondersteunende maatregelen transitie veehouderij
(27-10-2017)

Voorzitter,

We zijn een maand verder en zitten hier opnieuw bij elkaar om te praten over het flankerend beleid voor de veehouderij. En wéér moeten we constateren dat de voorliggende maatregelen geen recht doen aan die ondernemers die al bezig zijn om via concepten als Beter Leven en Biologisch óf die via  een andere benadering van de traditionele landbouw regelingen aan te passen. Het CDA heeft hier al eerder voor gepleit en doet dat nu nogmaals.

U schrijft dat GS de hardheidsclausule ‘kan’, let op dat woordje, gebruiken als het kalf bijna is verdronken. Wij zouden graag zien dat u deze al ver vóór dat moment inzet.

Bovendien hadden we gehoopt én bepleit dat ketenpartners nu eindelijk mee zouden denken, maar uit niets blijkt dat dit ook is gebeurd. En we willen hier nogmaals benadrukken dat het essentieel is voor het slagen van verduurzaming om samen aan tafel te gaan. Met ketenpartners, maar óók met de Regiegroep Vitale Varkenshouderij.

En daar is nog een partner bij gekomen: de landelijke overheid, die bereid is om, geheel in lijn met onze denkrichting, maar liefst 200 miljoen euro te investeren in een warme sanering. Met name voor Brabant. Onze nieuwe regering lijkt het dus te begrijpen: saneer waar het knelt bij wonen en natuur en maak géén idiote, generieke regelgeving voor heel Brabant. Wij zouden graag zien dat de provincie het geld uit Den Haag gebruikt om daar een substantieel bedrag bij te doen, en een doorrekening te maken van dat effect. De door u zo geroemde ‘multiplier’.

Bij de innovatieve stalsystemen, waar het CDA groot voorstander is, noemt u drie voorbeelden, die echter nog lang niet toe aan een brede uitrol. En daarmee komen we weer op de weerbarstigheid van de vergunningverlening, die in schril contrast staat met uw jaarplanningen. Wat wij niet willen, zijn zgn. ‘end-of-pipe oplossingen’. Zoals een luchtwasser in een geitenstal of melkveestal. Dat is pure verkwisting van het financieringsvermogen van de sector.

Omschakelen naar ‘natuurinclusief boeren’: wat verstaat u daar nu precies onder, wanneer voldoe je daaraan, en wat wilt u bereiken met de grondbank waar maar liefst 30 miljoen euro voor is gerreserveerd?

En dat brengt me bij die 75 miljoen euro aan flankerend beleid… 30 miljoen euro voor de grondbank, 17,5 miljoen euro stelpost en 15 miljoen euro voor een investeringsfonds… dan blijft er 12,5 miljoen euro over waar vooral adviseurs, ambtenaren en iedereen rondom de landbouw een graantje van mee pikken. En de boer? Die blijft met de risico’s blijft zitten.

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning ondersteunende maatregelen transitie veehouderij (27 oktober 2017)