Spreektekst1  Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over de MKB-plusfaciliteit Brabant
(22-09-2017)

Voorzitter,

Ik kom iedere week veel positieve mensen en nog meer positieve verhalen tegen. Dat is fantastisch: ondernemers zien kansen waar anderen die niet zien en zijn ‘hands on’. Daar zouden we als samenleving echt iets van kunnen leren.

Maar voorzitter, voordat je in mijn vak besluit om geld toe te vertrouwen aan ondernemers, leer je bijzonder snel positiviteit te onderscheiden van doorgeschoten opportuniteit, maar vooral positieve verhalen te onderscheiden van ‘grote verhalen’. En weet u wat het mooie is: ik begin meer en meer te merken dat zoiets bijzonder handig is in de Brabantse politiek. Helemaal bij deze gedeputeerde. Want toegegeven: er ligt een bijzonder positief verhaal van de heer Pauli, of is het een groot verhaal?

Voorzitter, hoewel met 60 miljoen inleggen – en daardoor 600 miljoen vrijmaken – dit verhaal zich op het eerste gezicht goed zou kunnen kwalificeren als een ‘groot verhaal’, gelooft het CDA toch vooral dat het een mooi en positief verhaal is. De gedeputeerde geeft aan dat hij een goede kans ziet al deze gelden vrij te maken bij de verschillende andere partijen en maakt netjes een voorbehoud dat dit nog wel dient te gebeuren. Hoe groot schat hij de kans in dat we die 600 miljoen gaan halen?

Voorzitter, we willen inhoudelijk starten met complimenten aan de gedeputeerde voor de denkrichting en grote lijn van dit stuk, maar ook de snelheid waarmee dit richting de Staten is gekomen.

Voorzitter, de richting/grote lijn kunnen we als CDA dan ook ondersteunen. Het CDA is bijvoorbeeld zeer te spreken dat de provincie naast leningen ook de equity kant gaat oppakken en passief gaat mee participeren. We hebben nog wel enkele vragen over het voorstel, bijvoorbeeld over de financiële dekking, die we gedurende het debat aan de gedeputeerde zullen stellen. Maar daar gaan we de 1e termijn niet voor gebruiken.

Want voorzitter, het CDA gelooft dat we dit voorstel nog beter en slimmer voor Brabant kunnen maken aan de hand van 3 punten. Voor deze punten hebben we ook ondersteunende feiten gevonden in o.a. de in mei 2017 uitgebrachte financieringsmonitor van Panteia op verzoek van EZ, de brief van minister Kamp Actieplan MKB Financiering, het onderzoek naar familiebedrijven door Kammerlander en Van Essen in de Harvard Business Review en het onderzoek naar familiebedrijven door o.a. BDO.

En voorzitter, op die drie punten van verbetering wil ik mij in de eerste termijn richten. En ik beloof de gedeputeerde nu al dat hij van alle drie enthousiast gaat worden.

Punt 1

Voorzitter, allereerst familiebedrijven en de economische structuurgedachte. Misschien is het het toch eens waard om hier dieper met elkaar over van gedachte te wisselen.

De gedeputeerde neemt dit initiatief om de Brabantse economische structuur te versterken. Wanneer bedrijven door een betere financieringsstructuur eerder kunnen opschalen en groeien, leidt dit tot meer banen, een sterke economie en wellicht in het Statenstuk ook tot minder overnames over vertrek naar het buitenland.

Maar voorzitter, als het doel is de Brabantse economie verder te versterken, vernieuwen en op te schalen, dan ligt het er wel aan bij wat voor soort bedrijven je dit doet, hoe innovatief deze bedrijven zijn en hoe verbonden die bedrijven zijn met Brabant.

  • En voorzitter, ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven in Brabant altijd de ruggengraad van onze economie zijn geweest en nog steeds zijn.
  • Ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven in Brabant behoren tot de meest innovatieve ondernemingen. Zie ook het onderzoek in de Harvard Business Review.
  • Ik hoef deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven bovengemiddeld scoren op het gebied van duurzaamheid.
  • Maar bovenal voorzitter, en dat is cruciaal, hoef ik deze gedeputeerde niet te vertellen dat familiebedrijven een bovengemiddelde binding kennen met Brabant en bovengemiddeld in verbinding staan met hun directe leefomgeving en keten. En voorzitter, dáár zit de crux. In mijn visie is een bedrijf niet louter een zielloze productie- of innovatiemachine altijd op zoek naar de maximale winst, het onderste uit de kan, maar heeft een bedrijf óók een essentiële maatschappelijke verbindings- en ontwikkelingsfunctie. En die verbindings- en ontwikkelingsfunctie naar de leefomgeving, naar de keten en naar Brabant komt buitengewoon positief naar voren bij familiebedrijven. Brabant heeft zich kunnen ontwikkelen op de schouders van familiebedrijven.

Voorzitter, om al deze vier redenen, maar vooral dus om de laatste, zouden juist groeiende en opschalende familiebedrijven optimaal moeten kunnen profiteren van de MKB-plusfaciliteit. Dat versterkt onze hele Brabantse samenleving niet alleen op economisch gebied.

Want voorzitter, uiteindelijk is het versterken van onze Brabantse economie niet een doel op zich. De economie verhoudt zich richting de samenleving, hoe een bankier zich naar mijn idee behoort te verhouden t.o.v. diezelfde reële economie. Namelijk als dienaar. Niet meer, niet minder. Een economie dient een samenleving, dient haar uitdagingen, maar dient bovenal dromen van mensen. Familiebedrijven vervullen deze rol bij uitstek vanuit de economie richting hun omgeving, de keten en de samenleving.

Wij vinden het dan ook een gemis dat er in dit voorstel met geen woord wordt gerept over familiebedrijven en geloven dat het echt van toegevoegde waarde is. Voor exact hetzelfde doel dat de gedeputeerde en het CDA delen. Namelijk een economisch krachtiger en daardoor maatschappelijk sterker Brabant. Wij komen daarom met een motie.

Punt 2

Voorzitter, maar dit sterke pleidooi voor familiebedrijven houdt ook verband met het volgende punt: méér ruimte voor het echte MKB bij deze faciliteit.

Dan begint het al met het begrip MKB. Daarbinnen heb je drie categorieën: microbedrijven 2-9, kleinbedrijven 10-49 en middelgrote bedrijven 50-249. Voorzitter, het overgrote deel van de bedrijven in Brabant zit in deze twee eerste categorieën. Hier vindt een gigantische vernieuwing en innovatie plaats, stapels plannen liggen op de kast, maar inderdaad heeft juist dit type qua grootte van bedrijf het soms moeilijk om financiering aan te trekken om te groeien en op te schalen (hoe groter het bedrijf hoe vaker een financieringsverzoek wordt gehonoreerd).

Alles vanaf 250 werknemers is grootbedrijf, ook wel ‘small of mid caps’ genoemd, en heeft niets meer te maken met MKB. En bij goede ideeën klotst het geld, door de kunstmatige en ongezonde lage rentes dankzij centrale banken, voor dit type bedrijven op dit moment werkelijk tegen de plinten omhoog. Zowel aan de eigen als vreemd vermogen kant. Voorzitter de laatste financieringsmonitor gepubliceerd door het ministerie van EZ bevestigt dit ook.

Nee voorzitter, de laatste financieringsmonitor leert ons dat een doorsnee MKB-bedrijf in Nederland en Brabant zich oriënteert op bedragen van rond de 200.000 euro. Dit varieert tussen 100.000 euro in microbedrijven, 200.000 euro in kleine bedrijven en 1,4 miljoen euro in het middenbedrijf. Voor snelle groeiers bij ‘scale ups’ ligt dit hoger. Maar het zijn met name bedragen, laat zeggen tot 5 miljoen euro, die worden gezocht om op te schalen en vaak niet worden gevonden.

En voorzitter, als je met deze feiten in het achterhoofd naar het voorstel kijkt, dan zijn wij bang dat dit fonds een fonds wordt voor de ‘happy few’ voornamelijk gevestigd in de regio Eindhoven. En dat het echte MKB hier niet of nauwelijks gebruik van kan maken.

Voorzitter, de SER wijst hier ook op. Dit laat overigens onverlet dat het CDA, ingeval van marktfalen, niet tegen de ondersteuning is van het grootbedrijf. Maar een deel van het fonds zou expliciet voor het MKB moeten worden gereserveerd en het drempelbedrag zou voor dat deel omlaag moeten. Ziet de gedeputeerde hier mogelijkheden?

Punt 3

Voorzitter, tot slot zou het CDA op voorhand iets uit willen uitsluiten. Namelijk dat de MKB-plusfaciliteit óók gebruikt t.b.v. overnamefinanciering. Wij vinden dit niet passen bij het beoogde doel, namelijk het realiseren van groei, innovaties en ‘scale up’ bij Brabantse bedrijven. Kan de gedeputeerde ons verzekeren dat de MKB-plusfaciliteit hier niet voor wordt gebruikt?

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers MKB-plusfaciliteit Brabant (22 september 2017)