Spreektekst1 René Kuijken – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over beleidsactualisatie BrUG (‘Brabant Uitnodigend Groen’)
(01-12-2017) – 1ste termijn

Voorzitter,

Het beschermen en zelfs uitbouwen van natuur is de moeite waard. Dat staat buiten kijf. Er wordt vaak gezegd dat een mooie natuur bijdraagt aan het leef- en vestigingsklimaat. Maar de natuur is meer dan een verdienmodel. De natuur heeft ook intrinsieke waarde. De natuur is naar mijn eigen bescheiden mening het meest prachtige wat er is. Het is een volledig zelfsturend systeem. En het is minstens zo complex als onze menselijke maatschappij. Waar wij echter onze maatschappij proberen te ordenen met onder andere symmetrie, wetten en handhavers, kent de natuur alleen natuurwetten. Deze rauwe anarchie maakt de natuur verrassend en fascinerend. En het mooie is dat, als je goed kijkt, deze natuurwetten nog altijd de belangrijkste drijvers zijn achter onze maatschappij, ondanks dat we denken dat we met al onze wetten, cultuur en orde een toonbeeld van beschaving zijn. Van machtsbeluste bokito’s in het bedrijfsleven tot baltsende tieners op zaterdagavond en van territoriale wereldleiders tot zelfopofferende ouders. Onze maatschappij is eigenlijk een ecologisch systeempje.

De natuur is ook een beetje zoals de politiek. De natuur is liberaal. Het gaat zijn eigen weg en soms zijn de beste resultaten dat waar de natuur zelf mee komt. ‘Survival of the fittest’. Het verschil is alleen dat in de maatschappij de vraag het aanbod leidt: de markt. In de natuur leidt het aanbod de vraag: evolutie.

Soms zijn er exoten, die komen in één keer op. Daar is niks mee. De natuur past zich aan. Dat heeft het altijd al gedaan. Zo is het konijn ook een exoot. En wat zouden we toch moeten zonder deze Spaanse vrienden. De natuur vormt zich om de exoot heen en ja, verandert een beetje. Maar is dat erg? De natuur in het jaar 1000 was ook heel anders dan de natuur in het jaar 1500. Verandering is altijd de enige constante geweest. Er bestaat niet zoiets als een oneindige en vast gedefinieerde Nederlandse natuur die 2000 jaar onveranderd blijft.

Ondanks dat de natuur vaak erg hard is, heeft de natuur ook een sociale kant. De natuur kent vele voorbeelden van een diepe solidariteit richting de kudde, hulpbehoevende familieleden of het volk.

De natuur is ook een beetje christendemocratisch.

De natuur gedijt het beste wanneer de mens zo min mogelijk ingrijpt. Soms komt de natuur toch onder druk te staan. Daar waar de natuur zichzelf kan herstellen, moeten we de natuur zichzelf laten ontplooien. Maar soms ontstaan er toch situaties, door toedoen van de mens, waarop de natuur zichzelf niet meer voldoende kan helpen en dan breekt het moment aan dat de mens de natuur een handje moet helpen om weer op eigen benen te staan, om weer veerkrachtig te worden. Het CDA staat voor goed rentmeesterschap en daar hoort bij dat we een veerkrachtige natuur door moeten geven aan de volgende generaties. In de vorige periode heeft het CDA dan ook ingestemd met het voltooien van het gehele Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voltooiing van het nationale én provinciale gedeelte. Het CDA staat nog steeds achter de 240 miljoen euro aan middelen die hiervoor nodig is.

Kijkend naar het stuk dat we vandaag bespreken, is het CDA het volledig oneens met twee zaken.

  1. De uitvoering van het NNB, waarbij er te vaak sprake is van ‘tekentafelnatuur’.
  2. De prestaties die er door dit college geleverd worden aangaande de realisatie van het natuurnetwerk.

Ten eerste: de tekentafelnatuur

Nederland is na Bangladesh, Zuid-Korea en wat eilandstaten het dichtstbevolkte land ter wereld. Tegelijkertijd willen we hier 2000 jaar landschapshistorie met alle dieren en planten die hier leefden én oer natuur artificieel naast elkaar brengen én met een hoop geld naast elkaar houden. Daarbij gaan we er voor het gemak maar vanuit dat deze onderhoudsgevoelige natuur de tand des tijds doorstaat voor de volgende 100 jaar. De 35 miljoen euro die dit college wil uittrekken voor leefgebieden past volledig in dit plaatje: we gaan super hoogwaardige natuur creëren, maar of dit ecologisch op de lange termijn het meest efficiënt is in termen van biodiversiteit en financiële zuinigheid is onbekend. Een belangrijke vraag is daarom: wat betekent de extra inzet voor leefgebieden voor de onderhoudskosten op de lange termijn? En hoe toekomstbestendig zijn deze natuurgebieden? Vergen ze veel onderhoud? Of zijn ze natuurlijk en zelf bedruipend?

Ten tweede: de prestaties van dit college

Uit de evaluatie van de fondsen en de evaluatie van BrUG blijkt dat de realisatie van NNB aan alle kanten is vertraagd.

  • Het tempo van verwerving is te traag.
  • Het tempo van inrichting is te traag.
  • Administratief is het een puinhoop.
  • De opstartfase van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) BV verliep ontzettend moeizaam.
  • De rapportages over de KPI’s zijn zeer moeizaam verlopen en lijken nu pas op orde.

Er is bovendien onvoldoende uitzicht op verbetering. Tegelijkertijd vraagt dit college op dit haperende dossier doodleuk, zonder enige uitwerking van beleid, om 43 miljoen euro voor natuur. Het adagium ‘eerst beleid, dan geld’, vaak gepredikt door verschillende coalitiepartijen, geldt ineens niet meer. We krijgen een Statenvoorstel van negen pagina’s, waarin uitgelegd wordt waar we een bak geld van 43 miljoen euro aan gaan besteden. De gedeputeerde Van den Hout heeft de 50 miljoen euro voor natuur goed uitonderhandeld aan de formatietafel, maar wat hij er mee moest? Dat blijft een ieder tot op heden volstrekt onduidelijk. Daarom dient het CDA de motie in ‘Eerst beleid, dan geld’.

Nu is het gemakkelijk om over de prestaties van dit college te klagen, maar daarbij moet ik ook even de prestaties van deze Staten aanstippen. In het debat over Attero van vrijdag 8 september ging het ook over de rol van PS. Had men niet kritischer kunnen zijn? Daar heeft het CDA van geleerd. Vandaag krijgen we een herkansing. Vandaag is zo’n moment waarop we kritisch moeten zijn. Weten we wel waar die 240 miljoen euro aan uit wordt gegeven? Halen we het maximale rendement aan biodiversiteit met de activiteiten die de provincie ontplooit met deze 240 miljoen euro? We weten het totaal niet. En laat dan de bak geld waar we het vandaag over hebben even tot je doordringen. Ter vergelijking: Attero is verkocht voor 170 miljoen euro. In het GOB zit 240 miljoen euro aan provinciale middelen, 210 miljoen euro aan Rijksgeld, 2274 ha en nu wordt e nóg 43 miljoen euro besteed aan de leefgebieden. Het gaat hier dus om zo’n drie Attero’s aan publieke middelen. En dit terwijl de realisatie van het NNB aan alle kanten is vertraagd en er totaal geen prestaties worden geleverd. Daarom dient het CDA een motie in met als strekking de subsidieregeling voor Biodiversiteit & Leefgebieden pas open te stellen zodra de realisatie van het NNB weer op schema ligt.

Daarnaast stelt het college voor de pilot voor de ecologische verbindingszones (EVZ’s) door te zetten. Dit terwijl vaststaat dat we door het ophogen van het subsidiepercentage naar 75% op het einde geld tekort komen in het groenfonds, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de slagingskansen van de doelen van het fonds. Waarom wordt de pilot eerst een jaar verlengd en wordt er over een jaar pas herijkt?

Tot zover.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst René Kuijken beleidsactualisatie BrUG (1 december 2017)