Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere n.a.v. de opinie Sociale Veerkracht, de hippe hobby van ons provinciaal bestuur, geschreven door de Katholieke Bond Ouderen (KBO), afdeling Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen n.a.v. KBO-opinie Sociale Veerkracht.

Geacht college,

Op 5 oktober jl. publiceerde de Katholieke Bond Ouderen (KBO), afdeling Brabant, een opinie getiteld:

Sociale Veerkracht, de hippe hobby van ons provinciaal bestuur.

Naar aanleiding van deze opinie, die als bijlage aan deze schriftelijke vragen is toegevoegd (zie volgende pagina), heeft de fractie van het CDA voor u volgende vragen:

  1. Hebt u kennis genomen van de opinie Sociale Veerkracht, de hippe hobby van ons provinciaal bestuur, gepubliceerd door de KBO Brabant?
  2. Wat is uw inhoudelijke reactie op deze opinie? Deelt u de mening van de auteur? Waarom wel/niet?
  3. Is deze opinie, waarin het provinciebestuur specifiek wordt aangesproken, voor u aanleiding om hierover met de KBO Brabant, ambassadeur voor veel Brabantse ouderen, in gesprek te gaan?
  4. Welke punten uit de opinie neemt u mee in uw beleid t.a.v. Sociale Veerkracht?    

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

Publicatie KBO Brabant: opinie artikel – 5 oktober 2017

Sociale Veerkracht, de hippe hobby van ons provinciaal bestuur

De Koning zei het ooit in een troonrede: we leven in een participatiemaatschappij. ‘Meedoen’ is het devies. En dan niet op sleeptouw genomen worden door zogenaamde welzijnswerkers, maar zelfredzaam, zelf de regie over je leven voeren, samen met je sociale omgeving. Het zou een heuse ‘kanteling’ inhouden in de manier waarop mensen die hulp en ondersteuning nodig hebben, zouden worden bejegend.

Dat gegeven is aan het provinciaal bestuur van Noord-Brabant voorbij gegaan. Weliswaar wordt er beleid gevoerd onder de noemer ‘Sociale Veerkracht’, maar die veerkracht blijkt enkel te zitten in de sector van het welzijnswerk, in de onderzoeksinstituten en in de welzijnswerkers zelf. “Benoemt u het maar zoals u wilt, maar ons product blijft hetzelfde.” Als een dekseltje dat op elk potje past. Het vergt wat wringen, maar à la, het moet kunnen! Dat moet wel – het kan gewoon niet anders – de conclusie zijn na kennisneming van het onderzoeksrapport ‘Kwetsbaar Brabant’. ‘Met mij gaat het goed; met ons gaat het slecht’ is al jaren het devies van het Sociaal en Cultureel Planbureau als het eens in de twee jaar rapporteert over de Sociale Staat van Nederland. Het individu ervaart in het algemeen een hoge mate van zich welbevinden, maar het vindt ook dat het met de samenleving als geheel de verkeerde kant op gaat. Dat is al even zo en dat moet te denken geven.

De provincie Noord-Brabant heeft een variant bedacht: ‘Overall gaat het goed, maar niet overal.’ Dat ‘overall’ staat er niet zo maar: als het over Sociale Veerkracht gaat moet het doorspekt zijn met anglicismen, want anders is het niet van deze tijd en zeker niet van de ‘future’. En het is een en al ‘future’ wat de klok slaat; het beleven van het heden is aan de Brabander blijkbaar niet besteed.

Toch ken ik er wel een paar die zich vooral daarop richten. Als vrijwilliger ten behoeve van de medemens voor wie dat zelfredzame niet is weggelegd. Senioren vooral, want toen zij jong waren ging niet zoals nu meer dan de helft van de jeugd naar HBO of universiteit. Als er eentje was in de familie dan waren ze daar al trots op. We hebben de samenleving zo complex gemaakt dat je dat opleidingsniveau wel nodig hebt om zelfstandig je weg te vinden. Zoals onze vrijwilliger die op HBO-niveau acteert als hij of zij anderen behulpzaam is. Maar ‘vrijwilliger’ klinkt niet goed in de oren van het provinciaal bestuur, zal wel kwalitatief minderwaardig zijn, zal wel vrijblijvend zijn. Althans, dat mogen we afleiden uit de wijze waarop het provinciaal bestuur de vrijwilligers als een baksteen heeft laten vallen bij het lanceren van ‘Sociale Veerkracht’. Het provinciaal bestuur richt zich enkel nog op ‘young’ en ‘future’. De rest kan het schudden. Zogenaamd geen doelgroepenbeleid; je moet wel stekeblind zijn om dat te blijven geloven.

‘Het nieuwste Brabant’ was de veelbelovende titel van een dik boek waaraan velen – ook ik – een bijdrage hebben geleverd – ik in euro’s; anderen in inhoud – om een beeld te schetsen van waar we met ons allen naar toe willen. Ik begrijp nu dat dat Brabant tot stand zal moeten komen, niet dankzij het bestuur van de provincie Noord-Brabant, maar in weerwil van. Een gedachte waarbij de rillingen me over de rug lopen; zozeer is Brabant mij lief.

Gérard Mustert, secretaris KBO-Brabant

__________________________________________________________________

KBO-Brabant telt circa 130.000 leden die in zo’n 300 lokale Afdelingen zijn vertegenwoordigd. Voor de collectieve belangenbehartiging van senioren – onder meer richting gemeentelijke overheid – werken de Afdelingen samen in gemeentelijke KBO-Kringen. De KBO werd zo’n 70 jaar geleden in Brabant opgericht en KBO-Brabant is de grootste vereniging in de provincie. Daarnaast behoort KBO-Brabant tot de drie grootste seniorenverenigingen in Nederland.

Voor meer informatie over dit bericht kunt u contact opnemen met Marieke Hageman, communicatiemedewerker van KBO-Brabant. Telefoon (073) 644 40 66 of per e-mail: mhageman@kbo-brabant.nl.