Schriftelijke vragen Brabants landbouwdossier

Schriftelijke vragen van Statenleden René Kuijken en Ton Braspenning over het Brabantse landbouwdossier.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Brabants landbouwdossier.

Geacht college,

Op 21 oktober jl. vond er een themavergadering plaats over het brede landbouwdossier. In deze vergadering werd de samenhang besproken tussen o.a. de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), de Brabantse Uitvoeringsagenda Agrofood (UBA), de aanpak van urgentiegebieden en het provinciale beleid rond mestverwerking. Het CDA agendeerde dit onderwerp in april 2016, omdat er destijds verschillende landbouwonderwerpen afzonderlijk op de agenda van de procedurevergadering stonden1.

De redenen van het CDA om deze dossiers te agenderen waren:

  1. aan de voorkant enige suggesties meegeven vóór de uitwerking van provinciaal landbouwbeleid door Gedeputeerde Staten (GS) en
  2. het stellen van enkele bestuurlijke vragen.

De redenen om deze dossiers integraal in één vergadering te bespreken waren een hogere efficiëntie, de afwezigheid van een formeel moment voor Statenleden om losse, minder urgente vragen te stellen aan GS-leden en de samenhang tussen de dossiers.

Helaas waren voor het CDA de 2 minuten spreektijd en de 90 minuten totale vergadertijd tijdens de themavergadering van 21 oktober niet voldoende om u deze suggesties te verschaffen én om de nodige vragen te stellen. Omdat het CDA tóch graag voor het uitwerken van beleid meepraat i.p.v. na het uitwerken van beleid klaagt, willen we u middels deze brief, inclusief schriftelijke vragen ex artikel 27 van het Reglement van Orde, onze zorgen en suggesties meegeven. We hopen dat u ons daarin tegemoet kan komen tijdens de uitwerking van de verschillende landbouwdossiers.

Het CDA beseft dat de individuele dossiers in samenhang moeten worden bekeken, omdat het totaalpakket aan provinciaal beleid het totale agrarische systeem aangaat. Omwille van de leesbaarheid hebben wij echter onze zorgen, vragen en opvattingen per beleidsdossier gecategoriseerd.

1. Vrijkomende agrarische bebouwing incl. staldering

Voor een zuivere discussie over de toekomst van de veehouderij in Brabant is het volgens het CDA noodzakelijk onze cijfers te kennen. Cijfers over de demografische, planologische en sociaaleconomische trends stellen ons tijdig in staat om op trends in de agrarische sector in te kunnen springen. Daartoe zouden meerjarige cijfers, zoals het aantal agrarische bedrijven, het aantal dieren, een indicatie van de inkomenssituatie van boeren, het aantal milieuovertredingen, het aantal (verwachte) stoppers, het aantal bedrijfsuitbreidingen binnen de BZV, het areaal aan asbest, het aandeel van de agrarische sector in de economie en het percentage verwerkte mest te allen tijde beschikbaar moeten zijn. Het ontsluiten van deze informatie zou bijvoorbeeld kunnen via de P&C cyclus, de trenddag of een afzonderlijke rapportage. De concrete doelen van uw college zou u via de unaniem door onze Provinciale Staten gewenste2 ‘methode-Duisenberg’3 kunnen communiceren, zodat wij de voortgang kunnen controleren.

a. Bent u bereid om deze cijfers jaarlijks te communiceren?

b. Wat is volgens u de beste vorm om deze cijfers en trends met Provinciale Staten en de Brabanders te delen?

c. Bent u bereid om uw doelen concreter en beter controleerbaar te formuleren volgens de Duisenberg-methode?

2. Mestbeleid en circulaire economie

Er bestaat een angst vanuit burgers en belangenorganisaties over de dierenaantallen in Brabant. Het CDA constateert dat deze angst terecht is en dat er in Brabant genoeg dieren zijn. Tegelijkertijd worden de dieraantallen vaak aangegrepen om ontwikkelingen rond de verwerking en verwaarding van mest tegen te gaan. Dit terwijl mestverwaarding bijdraagt aan het circulair maken van onze economie en een teveel uitrijden van mest voorkomt.

De stap van geen of een kleine mestverwaardingsinstallatie op het erf naar een grootschalige installatie op een industrieterrein is echter een zeer grote. Het toestaan van kleinschalige initiatieven op boerenerven of bij loonwerkers zorgt voor laagdrempelige initiële investeringen, concurrentie en korte vervoersafstanden. Wanneer deze initiatieven aan zeer strenge uitstooteisen voldoen, kunnen deze bijdragen aan de verdere verduurzaming van de sector.

Het verhogen van het gehalte aan organische koolstof is goed voor het klimaat, de bodembiodiversiteit, waterhuishouding en productie. Op dit moment concurreert het uitrijden van compost met een hoog C-gehalte met het uitrijden van mest, omdat de compost ook nog (gebonden) stikstof en fosfaat bevat. Op deze manier wordt het verhogen van het organisch koolstofgehalte ontmoedigd. Het zou goed zijn om een positieve prikkel te creëren voor landbouwers om het C-gehalte te laten toenemen, zonder dat dit meteen geld kost voor de provincie Noord-Brabant. 3

a. Bent u bereid om middelgrote mestverwerkingsinstallaties (tot 250.000 ton) toe te staan op plekken die door omwonenden en de betreffende gemeentes aanvaardbaar zijn?

b. Bent u het ermee eens dat gemeentes en omwonenden het beste kunnen bepalen of een middelgrote mestverwaardingsinstallatie inpasbaar is in de omgeving?

c. Welke kansen ziet u om de hoeveelheid vastgelegde koolstof in de bodem te belonen?

d. Bent u bereid te onderzoeken of u als college ‘Green Deals’ kunt sluiten tussen bedrijven die hun CO2-footprint willen verlagen en de agrarische sector?

3. Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)

De BZV is een adequaat middel om bedrijven die willen uitbreiden in bouwblok en dierenaantallen een stapje extra te laten doen m.b.t. duurzaamheid, dierenwelzijn en inpassing in de maatschappij en het landschap. Op dit moment verplicht het college de ondernemers om aan de BZV te voldoen bij kleine emissieneutrale aanpassingen van het bedrijf waarbij de dierenaantallen niet toenemen. Dit zorgt ervoor dat economische of milieutechnische bedrijfsontwikkelingen niet worden gedaan, omdat het voldoen aan de BZV een financiële en procedurele drempel opwerpt. Op deze manier werkt de BZV dus averechts.

a. Ziet u de BZV als een tijdelijk instrument of als een instrument voor onbepaalde tijd?

b. Bent u bereid om bedrijfsaanpassingen waarbij het dierenaantal en de emissie van fijnstof en stikstof niet toeneemt te vrijwaarden van de BZV?

c. Bent u bereid om innovatieve en duurzame mestverwaarding te belonen via het ‘cafetariamodel’ van de BZV?

d. Bent u bereid om het vastleggen van organische koolstof in de bodem te belonen via het ‘cafetariamodel’ van de BZV?

4. Toekomstperspectief varkenshouderij incl. verbinding met regiegroep Vitale Varkenshouderij

De landelijke regiegroep varkenshouderij heeft de nodige massa gecreëerd m.b.t. financiën, verantwoordelijkheid en betrokkenheid van stakeholders, waardoor de oplossing voor de varkenshouderij dichterbij komt.

a. Is de verbinding met deze landelijke regiegroep al gelegd met de provinciale ambitie?

b. Zijn de dwarsverbanden met de ambitie over leegstand al gemaakt?

5. Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

Uw college heeft via een Statenmededeling4 met Provinciale Staten gedeeld dat de grote achterstanden m.b.t. de afhandeling van vergunningsaanvragen in het kader van de Natuurbeschermingswet (NB-wet) onder controle zijn. De PAS maakt het mogelijk om ontwikkelingsruimte te bieden aan agrarische bedrijven en tegelijkertijd de bureaucratie en kosten rondom vergunningverlening te beperken. Daarnaast is er nog een aantal factoren die ervoor zorgen dat de doorlooptijd van vergunningen aanmerkelijk kunnen worden versneld.

Voorbeelden hiervan zijn de beperkte ontwikkelingsruimte omdat de depositieruimte in sommige gebieden op is en de extra Brabantse regels die extra uitstoot veroorzakende bedrijfsontwikkelingen rond een viertal natuurgebieden verbiedt.

  1. In sommige Brabantse gebieden is de ontwikkelingsruimte op.
  2. De extra Brabantse regels rondom de PAS zorgen ervoor dat veel bedrijven rondom een viertal natuurgebieden geen kans op extra depositieruimte hebben.

a. Wat is de huidige doorlooptijd van NB-wetvergunningaanvragen onder het PAS-regime?

Om ontwikkelingsruimte mogelijk te blijven maken en de huidige ontwikkelingen te legitimeren, dienen de herstelmaatregelen in het kader van de PAS vóór 2021 uitgevoerd te zijn.

b. Klopt het dat u versnelt inzet op het realiseren van de mitigerende natuurmaatregelen in het kader van de PAS?

c. Op welke manier wijkt u bij de realisatie van deze natuurmaatregelen af van de voorheen gehanteerde strategie ter realisatie van natuuropgaves

d. Bent u het met het CDA eens dat u zoveel mogelijk het minnelijke traject van toepassing moet laten zijn

e. Treedt u samen met de waterschappen en de gemeentes vanaf het begin op als één overheid tijdens het realiseren van natuurprojecten in het kader van de PAS? Zo nee, waarom niet?

Het uitzetten van luchtwassers wordt nog wel eens gedaan, omdat deze installaties erg veel elektriciteit kosten. Het uitzetten van luchtwassers ondermijnt het draagvlak voor de agrarische boeren onder de burgers ontzettend en is niet eerlijk t.o.v. eerlijke, welwillende boeren. Het CDA vindt dan ook dat hier strak op gehandhaafd dient te worden

f. Wat is uw ambitie om volledig op afstand de luchtwassers van intensieve veehouderijen te monitoren? Kunt u daarbij s.v.p. een tijdspad en een percentage geven?

g. Leidt het op afstand monitoren van luchtwassers op den duur tot een kostenbesparing en een verbeterd naleefgedrag?

Wij verzoeken u om uw antwoorden per dossier ruim op tijd toe te sturen, voordat het betreffende dossier wordt geagendeerd voor een themavergadering en/of plenaire vergadering van Provinciale Staten. Bij voorbaat zéér bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

René Kuijken en Ton Braspenning

1Op 4 april 2016: Statenmededeling Overzicht acties om gemeenten te stimuleren om hun rol in het transitieproces zorgvuldige veehouderij op te nemen. 4 april 2016: Statenmededeling Transitie zorgvuldige veehouderij: PvA slimmer en efficiënter toezicht. 4 april 2016: Resultaten zorgvuldige dialoog Verordening Ruimte (cq. de Bedrijfsdialoog in de veehouderij).

2Zie: MotieM2 Provinciale Staten 21 oktober 2016. Statenvoorstel 74/16: Methode Duisenberg, ingediend door CDA, VVD en PvdA (unaniem aangenomen).

3Zie: ‘Overheidsfinanciën voor dummies: het succes van ‘de Methode Duisenberg’, fd.nl dd. 14-08-2016: https://fd.nl/economie-politiek/1160974/overheidsfinancien-voor-dummies-het-succes-van-de-methode-duisenberg.

4Zie: Bijlage 1 Statenmededeling Resultaten actualisatie vergelijkend onderzoek vergunningverlening Natuurbeschermingswet “De voorraad weggewerkt?”, behorende bij: rapport: “De voorraad weggewerkt?” Actualisatie vergelijkend onderzoek vergunningverlening Natuurbeschermingswet, dd. 15-06-2016 van Berenschot. 1 juli 2016.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *