CDA blij met steun BZW en BFBG voor provinciaal onderzoek naar familiebedrijven

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant is blij met de steun van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) en het Brabants Familiebedrijven Genootschap (BFBG) voor een provinciaal onderzoek naar familiebedrijven. Op 12 januari jl. stelde Statenlid Stijn Steenbakkers, tevens kandidaat-Kamerlid, hiertoe schriftelijke vragen aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten.

In een brief aan het college d.d. 17 januari jl. gaven Peter Struik, voorzitter van de BZW, en Bob Hutten, voorzitter van het BFBG, aan positief te zijn over een dergelijk onderzoek én over de oprichting van een expertisecentrum bij een van de Brabantse onderwijsinstellingen.

Voor de fractie van het CDA zijn familiebedrijven dé ruggengraat van de Brabantse economie. Zij zijn historisch en óók anno 2017 de cruciale aanjagers van noodzakelijke vernieuwing en verduurzaming van onze economie. Het CDA is dan ook van mening dat familiebedrijven en de specifieke, belangrijke rol die zij spelen méér aandacht verdienen vanuit Brabant. Dit met als doel dat zij duidelijker worden gepositioneerd én beter ondersteund in het economisch beleid van de provincie.

Steenbakkers:

“Een betere ondersteuning en positionering van familiebedrijven begint met het verzamelen van kennis. Zijn familiebedrijven inderdaad de ruggengraat van de Brabantse economie, zoals de CDA-fractie denkt? Want hoeveel familiebedrijven heeft Brabant nu eigenlijk? In welke sectoren zijn ze actief? Hoeveel banen zitten er bij deze bedrijven? Hoeveel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken hier? Welke uitdagingen spelen er precies bij deze ondernemers? Van welke overheidsregelgeving hebben zij het meeste last? Waar zijn ze vanuit de regionale overheid precies mee geholpen? We weten het niet exact.

Veel van deze vragen zijn namelijk nog nooit onderzocht of de data hiervan zijn zo versnipperd of verouderd, dat deze geen goed, representatief beeld meer geven. Als CDA pleiten we daarom voor een provinciaal onderzoek naar familiebedrijven onder regie van de BZW en het BFBG.”

Hieronder vindt u de complete set schriftelijke vragen die het CDA op 12 januari jl. aan het college van Gedeputeerde Staten heeft gesteld:

01. Bent u bereid een breed onderzoek naar familiebedrijven, onder regie van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) en het Brabants Familiebedrijven Genootschap (BFBG) in partnership met de provincie, te financieren?

02. Hebt u, behalve de door het CDA hierboven genoemde concrete vragen, zelf nog specifieke vragen/aspecten t.a.v. familiebedrijven, die u in een dergelijk onderzoek wilt laten onderzoeken?

03. Bestaat er in Brabant bij een universitaire instelling een leerstoel, zoals bij de Universiteit Nyenrode, die zich louter focust op familiebedrijven? Indien ja, wat is de formele naam van deze leerstoel?

04. Bestaat er in Brabant bij een hbo-instelling een lectoraat, zoals in Overijssel bij de Hogeschool Windesheim, dat zich louter focust op familiebedrijven? Indien ja, wat is de formele naam van dit lectoraat?

05. Wanneer een leerstoel en/of lectoraat t.a.v. familiebedrijven ontbreekt bij Brabantse universitaire/hbo-instellingen, bent u dan bereid om met de instellingen in gesprek te gaan om dit z.s.m. te bewerkstelligen?

06. Bent u bereid om hier eventueel financieel aan bij te dragen?

Behalve het verwerven van kennis en het creëren van een netwerk zijn ook bedrijfsopvolging en transparantie belangrijke uitdagingen voor het familiebedrijf.

07. Kunt u aangeven:

  1. waar in het huidige provinciaal beleid specifiek aandacht wordt besteed aan familiebedrijven; en
  2. of en hoe ondersteuning bij bedrijfsopvolging en (her)inrichting van de bedrijfsstructuur daar nu in zijn geborgd?

Bijlage: Brief BZW-BFBG n.a.v. vragen CDA.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *