Kees de Heer Statenlid voor het CDA

De 56-jarige Kees de Heer uit Eindhoven wordt in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten Noord-Brabant geïnstalleerd als Statenlid voor het CDA. Naar verwachting is dat op vrijdag 8 september a.s.

Kees de Heer vervangt Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot, die van 9 augustus tot 30 november met zwangerschapsverlof gaat.

Zittend Statenlid Ton Braspenning neemt gedurende deze periode het fractievoorzitterschap van Van der Sloot over.

Kees de Heer:

“Ik kijk ernaar uit om mij als volksvertegenwoordiger voor Brabant en de Brabanders te mogen inzetten. In mijn eigen regio Eindhoven zie ik de invloed van de provincie op tal van terreinen terug: bij de ontwikkeling van Brainport Eindhoven, de groei van de luchthaven, en de leefbaarheid in de plaatsen rond Eindhoven. De plannen van het huidige provinciebestuur zouden daar best wat meer CDA kunnen gebruiken, dus daaraan lever ik graag een bijdrage.”

Marianne van der Sloot:

“Ik ben ontzettend blij dat Kees onze fractie komt versterken met zijn kennis, enthousiasme en warme persoonlijkheid. Met hem is het CDA helemaal klaar voor het nieuwe politieke seizoen, dat naar onze verwachting begint met een hete herfst.

Zo besluit de provincie dit najaar over o.a. de verzachtende maatregelen voor de veehouderij, de herindeling van de gemeente Nuenen en de onverwachte bezuiniging op de philharmonie zuidnederland. Op al die onderwerpen zal het CDA alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat het college van Gedeputeerde Staten weer de juiste koers gaat varen.”

Kees de Heer is werkzaam voor werkgeversvereniging AWVN. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen.

CDA: provincie maakt historische fout

Het CDA vindt dat de provincie Noord-Brabant een historische fout maakt, door in te stemmen met de plannen om de veehouderij versneld te veranderen. De Brabantse CDA-fractie stemde op 7/8 juli tegen deze plannen en diende een motie van afkeuring in.

Kern van de voorstellen, is het terugbrengen van de uitstoot van stikstof. Voor boeren betekent dit dat zij al in 2022 moeten voldoen aan nieuwe, strengere milieuregels. Eerder was met de agrarische sector afgesproken dat zij in 2028 aan de nieuwe normen zouden voldoen.

Maar het college van VVD, SP, D66 en PvdA heeft deze datum eenzijdig naar voren gehaald. Dit brengt heel veel boeren in de problemen, omdat zij versneld extra moeten investeren. Veel insprekers wezen erop al veel investeringen te hebben en door dit nieuwe maatregelenpakket te worden klemgezet.

Ook is er nog veel onduidelijkheid over het zgn. ‘flankerend beleid’. Dat zijn maatregelen die ongewenste effecten verzachten of compenseren.

Statenlid Ton Braspenning (woordvoerder landbouw):

“Voor deze plannen ontbreekt niet alleen draagvlak, de plannen zijn ook tegengesteld aan wat we willen bereiken. Oók het CDA wil een duurzame landbouw van familiebedrijven, geworteld in de lokale samenleving.

Maar deze voorstellen leiden niet tot minder schaalvergroting, maar méér. Leiden niet tot minder intensivering, maar méér. Leiden tot een ongelijk speelveld en tot marktverstoring. Drijven talloze boerengezinnen tot wanhoop. Helpen de natuur niet. Zijn financieel niet haalbaar. Juridisch niet houdbaar. Technisch niet uitvoerbaar. En bestuurlijk onfatsoenlijk.

Bovendien begrijpt het CDA niet waarom nu wel dit ingrijpende pakket moet worden doorgedramd, terwijl er nog geen zicht is op verzachtende en compenserende maatregelen. Dit geeft nóg meer onzekerheid bij ondernemers.”

Over de nu nog onuitgewerkte delen van het maatregelenpakket besluit Provinciale Staten dit najaar. Het CDA verwacht na een hete zomer dan ook een hete herfst.

Opinie Ton Braspenning: ‘Verduurzamen met boerenverstand’

Opinie van Statenlid Ton Braspenning in Nieuwe Oogst d.d. 24 juni 2017.

Verduurzamen met boerenverstand

Provincie Noord-Brabant besluit op 7 juli over een omvangrijk en ingrijpend pakket maatregelen die de landbouw moeten verduurzamen. De grootste hervorming van de agrarische sector in jaren is echter zeer omstreden.

Ton Braspenning
Melkveehouder en lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA

Met gezond boerenverstand kan ik er niet bij wat de provincie voorstelt. Het effect is namelijk tegengesteld aan wat we beogen. Zo is het milieu-effect minimaal en wordt dit vervolgens teniet gedaan door de stikstofruimte te verplaatsen naar de industrie en logistiek.

En in plaats van meer verduurzaming, ruimte voor familiebedrijven én een beter verdienmodel resulteert het beleid in meer schaalvergroting, familiebedrijven die omvallen en gezinnen die door de armoedegrens gaan.

In het voorstel krijgen boeren in plaats van tot 2028 nog maar tot 2022 de tijd om hun stallen aan te passen aan de nieuwe milieueisen (minder stikstofuitstoot). Eisen die zo streng worden, dat er geen stallen bestaan die eraan kunnen voldoen. En met de adder onder het gras dat de vergunningen al vóór 2020 rond moeten zijn.

Financiering door baken is lastig door eerdere milieu-investeringen en lage prijzen. Een bank zal een terugbetalingsgarantie eisen, wat leidt tot schaalvergroting. Dit wordt bevestigd door het onderzoek naar het effect van dit pakket maatregelen.

Boven op de versnelde, kostbare milieueisen moeten boeren die oude, milieuvervuilende stallen willen vervangen door nieuwe, milieuvriendelijkere stallen, betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit stalderen is kostbaar en een hoge financiële drempel om het bedrijf voort te zetten.

Om deze kosten te omzeilen zullen veel uitbreiders kiezen voor een satellietlocatie, wat de maatschappelijke inbedding van een bedrijf niet altijd ten goede komt.

Mestverwerking of export van mest is voor veel boeren eveneens een hoge kostenpost. In Noord-Brabant zijn voor boeren te weinig mogelijkheden om mest kwijt te raken. De provincie wil in haar nieuwe plannen de mestverwerkingscapaciteit uitbreiden, met als limiet het Brabantse mestoverschot.

Deze limiet is een gemiste kans. Uit milieuoogpunt zou je namelijk álle mest willen verwaarden tot een volwaardige kunstmestvervanger. De provincie zou dit moeten faciliteren.

De provincie motiveert een groot deel van haar plannen door te stellen dat minder stikstofuitstoot door boeren leidt tot een betere bescherming van de Brabantse natuur. Maar eigen onderzoek van de provincie toont aan dat de vermindering die nu al is gehaald, ongeveer 20 procent, niet is terug te zien in minder stikstof op natuur. Daar is tot op heden geen verklaring voor.

De provincie bepleit ook dat minder stikstofuitstoot door boeren ten goede moet komen aan meer uitstoot door andere bedrijfssectoren of wegen. Wat schiet de natuur hier feitelijk mee op?

De provincie roept gemeenten, banken en pensioenfondsen op om boeren te ‘helpen’ bij het verduurzamen. Ze zouden allemaal geld moeten storten in een op te richten investeringsfonds. Maar hierover staat nog niets op papier. Onzeker is of deze onmisbare partners überhaupt bereid zijn om mee te doen.

Mijn conclusie: hoe goedbedoeld de plannen van de provincie ook zijn, de plannen zijn praktisch, financieel en juridisch onhaalbaar. Duurzaamheid is gebaat bij economisch perspectief op korte én op lange termijn. Laten we deze lange termijn niet uit het oog verliezen, want ook het platteland van morgen is een platteland met boeren.

Spreektekst Ton Braspenning – Veehouderijdebat 23/06

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(23-06-2017)

Voorzitter,

We zijn er al eerder duidelijk over geweest: deze plannen pakken dramatisch uit voor de landbouw en de sectoren die daar vanaf hangen.

U wilt naar een duurzame agrarische sector. Het CDA ook.

Maar met ons gezonde verstand begrijpen wij niet welke doelstellingen u met deze plannen wilt bereiken.

Wat u wilt is praktisch, financieel, juridisch én technisch niet haalbaar:

  • omdat de stalsystemen er niet zijn (praktisch);
  • omdat staldering zóveel geld kost dat boeren óf stoppen óf geen cent overhouden voor duurzame maatregelen en dierenwelzijn (financieel);
  • omdat de milieueisen uit de Verordening natuurbescherming niet hebben geleid tot minder stikstof in de natuur (een verschil tussen gemeten en gerealiseerde uitstoot dat bureau Arcadis niet kan verklaren) (juridisch);
  • omdat de plannen voor mestverwerking niet van de grond komen (technisch).

Kortom: de effecten van uw maatregelen zijn tegengesteld aan wat u beoogt.

Wij, en met ons vele andere organisaties hier aanwezig, zien bovendien dat u de stikstofruimte die u creëert meteen weer weggeeft aan andere sectoren, zoals de industrie en de logistiek. Het milieueffect is minimaal. En wat is nu de doelstelling: natuurdoelen halen uit het Convenant óf uitstoot inzetten voor andere plannen?
Wat is nu eigenlijk de milieuwinst die u boekt met het vervroegen van de deadline 2028?

Het CDA vreest dat uw plannen leiden tot:

  • nóg meer schaalvergroting, want alleen grote bedrijven kunnen uw maatregelen betalen;
  • de ondergang van familiebedrijven, inclusief innovatieve landbouwbedrijven en jonge boeren (zie brief ZLTO);
  • gezinnen die door de armoedegrens gaan, volgens uw eigen onderzoek meer dan de helft (ik kan mij voorstellen dat een partij als de SP zich daar ook niet goed bij voelt);
  • een dreun voor bedrijven die al hebben geïnvesteerd in biologisch boeren en ketenverwaarding.

Met dit voorstel bereikt u géén duurzame agrarische sector.
Wat u wél bereikt, is een kloof tussen de provincie en de agrarische sector, die nog nooit zo groot is geweest als nu.

Provinciale Staten zou er goed aan doen om de gedeputeerden terug maar de onderhandelingstafel te sturen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij (23 juni 2017)

Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en René Kuijken over het Convenant Stikstof en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over het Convenant Stikstof en de PAS.

Geacht college, 

Op 7 april jl. verzorgde de organisatie Connecting Agri & Food voor leden van Provinciale Staten een presentatie over de effecten van het voorgenomen stikstofbeleid van de provincie.

De fractie van het CDA heeft toen enkele vragen gesteld over het Convenant Stikstof, waarop wij de antwoorden tot op heden nog niet hebben ontvangen.

Graag leggen wij deze vragen, samen met een aantal extra vragen over de (herstel)maatregelen i.h.k.v. de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), daarom opnieuw aan u voor.

1. Onder punt 2 van het Convenant Stikstof lezen we over het saneren van ca. 40 tot 50 bedrijven rondom Natura 2000-gebieden om zgn. ‘piekbelasting’ op te heffen.

a) Wat is de stand van zaken van deze sanering?

b) Hoeveel bedrijven zijn er tot dusver gesaneerd gedurende de looptijd van het Convenant Stikstof?

c) Wat is het effect van deze sanering voor de stikstofdepositie (stikstofneerslag) op kwetsbare natuur?

2.

a) Hoeveel bedrijven die een proportionele stikstofdepositie veroorzaken zijn gelegen rondom kwetsbare natuur?

b) Hoe groot is daar de depositie op de natuur?

3. Twee van uw convenantpartners zijn de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB). Nu u voornemens bent het Convenant Stikstof te gaan wijzigen, nemen wij aan dat u met uw partners bestuurlijk overleg heeft gehad.

a) Wat was de reactie van de provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond op uw voorgenomen wijzigingen van het Convenant Stikstof?

b) Welke maatregelen neemt de provincie Limburg?

4. Ongeveer een jaar geleden heeft Provinciale Staten Noord-Brabant het addendum bij de zgn. ‘grondnota’ gewijzigd, zodat de provincie gronden zou kunnen gaan verwerven.

a) Wat zijn de ervaringen hiermee tot nu toe?

b) Hoe verloopt de grondaankoop?

c) Op welk moment in het proces van grondaankoop besluit Gedeputeerde Staten over het inzetten van onteigening om gronden te kunnen verwerven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt.

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en René Kuijken

Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Marianne van der Sloot over de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Geacht college, 

Gisteren noemde gedeputeerde Van den Hout in het televisieprogramma KRAAK de productiewijze van boeren erger dan de drugsdumpingen in Brabant1.

Het CDA heeft kennisgenomen van deze uitlatingen en wij hebben voor u de volgende vragen:

  1. Bent u als college bereid publiekelijk afstand te nemen van de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?
  2. Bent u als college bereid publiekelijk excuses aan te bieden aan alle Brabantse boeren voor de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Marianne van der Sloot

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2632941003/Bedrijfsvoering+boeren+schadelijker+voor+milieu+dan+vele+drugsdumpingen.aspx.

 

CDA: stikstof-deadline niet naar voren halen

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant wil niet dat de termijn waarop verouderde boerenstallen moeten voldoen aan de Verordening Stikstof naar voren wordt gehaald. Vandaag spreekt Provinciale Staten Noord-Brabant over dit onderwerp. Samen met de fracties van CU-SGP en Lokaal Brabant heeft het CDA een motie ingediend, die de provincie oproept de oorspronkelijke deadline te handhaven.

Van de provincie kregen de Brabantse boeren tot 2028 de tijd om maatregelen te nemen, die nodig zijn om de uitstoot van stikstof te verminderen. Nu wil de provincie deze deadline vervroegen naar 2020. Het CDA vindt dat onbehoorlijk bestuur. Een termijn van 10 jaar zomaar verkorten tot 2 jaar is onmogelijk en onhaalbaar.

Voor het CDA was 1 januari 2028 een krappe maar haalbare datum. Vooral omdat veel boeren al grote milieu-investeringen hebben gedaan, de marges in de sector dusdanig klein zijn dat er weinig investeringsruimte is én omdat een groot aantal boeren waarschijnlijk versneld stopt.

Daarnaast staat het vervroegen van de deadline haaks op het agrofoodbeleid van de provincie. Dat is namelijk gericht op het realiseren van zoveel mogelijk gescheiden mestsystemen en te komen tot andere stalconcepten. Deze doelstelling verdraagt zich niet met de verplichting om éérst stallen te gaan aanpassen, aldus het CDA. Zo dwing je ondernemers tot kostbare investeringen, die slechts een lapmiddel zijn voor het echte probleem. Het CDA vindt juist dat de provincie veel meer moet doen om innovaties aan te jagen en sneller in de markt te zetten.

Statenlid Ton Braspenning, woordvoerder landbouw:

“Dit gaat over bestuurlijke betrouwbaarheid. Een overheid zou zich moeten kunnen verplaatsen in een ondernemer. Zij moet beseffen dat investeringen altijd moeten worden terugverdiend en dat dit een zaak is van lange adem. Er ligt een afspraak met de sector en daar dient een overheid zich aan te houden. Niet voor niets staat in het Bestuursakkoord dat we zaken samen doen met partners. Dat betekent woord houden en géén voorschot nemen op beslissingen die partners frustreren.”

Verslag van De Landbouwavond 15/02

Bron: privéarchief Han Swinkels.

“We zijn niet naïef, wél positief!”

Dat was de strekking van De Landbouwavond van afgelopen 15 februari. In het authentieke en charmante Boerenbondmuseum in Gemert verzamelden zich een 50-tal agrarisch ondernemers, deskundigen en geïnteresseerden in de landbouw uit de Peelregio in de provincie Noord-Brabant. Onder het genot van koffie en ‘krintemik” werd stilgestaan bij de huidige stand van zaken, de plannen van Gedeputeerde Staten en de toekomst van de landbouw in Noord-Brabant.

Maatschappelijke ontwikkelingen van invloed op veranderingen in de landbouwsector
CDA Brabant bestuurslid Willy Hanssen begeleidde de avond. Voormalig lector Duurzame Veehouderijketens aan HAS Hogeschool Han Swinkels trapte af: “We gaan het hebben over geen woorden maar daden! Er is veel geformuleerd over agrifood, maar wat komt er nu echt van terecht?” De in Milheeze geboren en getogen consultant, “tot over mijn oren in de landbouw”, sprak over de veranderingen in de afgelopen 50 jaar in het voedselproductiesysteem. “Op deze foto ziet u het huis van mijn ome Tinus, geboren in 1917. Sinds die tijd is er veel veranderd: de arbeidsproductiviteit is toegenomen, we zien schaalvergroting en specialisatie in de agrarische sector en de relatie met de samenleving is veranderd. We zagen in de jaren ’50 en ’60 vrouwen demonstreren voor het eten van méér vlees, hun dochters willen vandaag de dag gehakt maken van de vleesindustrie.”
Ook de komende 30-40 jaar zal het voedselproductiesysteem wéér veranderen. “Op dit moment leidt de export van agri & food tot een jubelstemming in Den Haag”, vertelt Swinkels. “Deze sector is goed voor een export van 94 miljard euro! De vraag die bestuurders zich nu moeten stellen is: wat vind je hier nu van? Wil je dit behouden? Waar wil je naartoe? Of is het niet zo belangrijk? Deze miljarden worden niet zomaar verdiend, daar moet je wat voor doen als bestuurder.”

Provinciaal zwabberbeleid op het gebied van landbouw
Swinkels heeft niet veel goeds te vertellen over het huidige provinciaal beleid van coalitie van VVD, SP, PvdA en D66. “Het zijn veel mooie plaatjes en met het algemene beleid zoals dat in het Bestuursakkoord staat is niemand het oneens. Je komt er niet alleen met de Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij of een zoveelste Mestdialoog… het gaat om het nemen van stappen. De drive in de coalitie is heel versnippert: er zijn drie Gedeputeerden die er allemaal iets van moeten vinden. Zolang er niemand dedicated bezig is met de landbouw, zullen er weinig stappen gezet worden”.

Het is en blijft ook de vraag waarom het in Limburg (landbouwprogramma “Limburg Loont”) wél lijkt te lukken? Swinkels: “Het standpunt moet worden ingenomen vanuit de agrarisch ondernemer, niet vóór de agrarisch ondernemer. En dat gaat niet goed in Brabant. De provincie moet ondersteunen, maar het is wel de ondernemer zelf die de keuzes moet maken.” Tot slot heeft Swinkels nog wel een paar aanbevelingen voor de ondernemers in de zaal: “Sta stil bij wat je afzetmarkt precies is. Er is niet één bedrijf dat alleen produceert voor óf de Nederlandse markt óf alleen de wereldmarkt. Niet jouw afnemer Friesland Campina is jouw markt, de klanten van Friesland Campina zijn dat wel. En sta niet stil, blijf je ontwikkelen en sluit je aan bij de omgeving waarin je werkzaam bent. Ondernemen is leven lang leren!”

“De politiek kan mijn nertsenfokkerij morgen verbieden”
Tweede spreekster van de avond is ‘jonge held in het groen’ Anne Rooijakkers. De 26-jarige HAS-alumna uit de Rips is sinds 2 jaar fulltime betrokken bij de nertsenfarm van haar ouders. Openhartig vertelt ze dat ze er tijdens haar studie nooit aan heeft gedacht in de agrarische sector te gaan werken: “Ik hield van het stadsleven”. Na haar afstuderen bood haar vader aan enige tijd in de nertsenfarm te werken zodat Anne ondertussen rustig kon gaan solliciteren. “Dat solliciteren is er nooit meer van gekomen”, zegt ze. “Ik heb een allround baan nu. Ik ben verantwoordelijk voor veel taken: ik ben verpleegkundige, verzorgende en dierenarts en daarnaast doe ik ook de administratie en de financiën. Ik kan groeien en ik kan vooruit. Ik heb eindelijk het gevoel dat ik op mijn plek zit.” Heel fijn voor Anne, maar er is één – klein? – probleem. “Vanaf 2024 mogen er geen dieren meer worden gehouden voor bont.” En inderdaad; op 16 december 2016 besloot de Hoge Raad dat de pelsdierensector per wet verboden mag worden. Ondernemers hebben tot 2024 om hun investering terug te verdienen. “Er is weinig meer aan te doen. Met de uitspraak van de Hoge Raad is het al eerder gestelde oordeel van het gerechtshof definitief geworden. Wel gaan wij als niet akkoord met de sterfhuisconstructie zonder schadevergoeding zoals die er nu is, en stappen daarom nog naar het Europees hof.” Maar het verbod  doet pijn. “We waren gewoon stil”, herinnert Anne zich. “We zijn er achter gekomen dat de politiek zomaar kan besluiten dat we moeten stoppen. Maar hoe logisch is het om een gezonde sector zomaar te verbieden? En dieractivisten zien ons liever nog vandaag dan morgen sluiten.” Het verbod kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar hing de familie Rooijakkers al jaren boven het hoofd. Rooijakkers beschrijft de onzekerheid: “We weten al jaren dat er veel gaande is, dan was het een verbod omwille van het dierenwelzijn en nu dus uiteindelijk op ethische gronden. Maar ik heb een keuze gemaakt om in de agrarische sector te gaan werken, het is niet zo vanzelfsprekend meer in deze tijd dat een bedrijf van ouders op kinderen overgaat.” Hoe Rooijakkers na 2024 verder gaat weet ze nog niet. “Misschien naar het buitenland? Maar daar zitten ook veel haken en ogen aan.” In elk geval: de pelsdierhouderij –  en daarmee ook het bedrijf van de familie Rooijakkers – eindigt in 2024.

Agrarische sector moet zichzelf nog beter profileren
De inleiding van Swinkels en het persoonlijke verhaal van Rooijakkers hebben tot overpeinzingen in de zaal. De vrees bestaat dat het pelsdierenverbod het eerste zal zijn van meerdere verboden binnen de agrarische sector. Statenlid Ton Braspenning en gemeenteraadslid uit Deurne Benny Munsters – initiatiefnemers van De Landbouwavond – concluderen dat de discussie in de politiek vaak op emotie gestoeld is, terwijl het CDA de discussie op inhoud probeert te voeren. “Het CDA Brabant is soms een beetje een roepende in de woestijn. Ik vertel het verhaal en mijn omgeving weet waar ik mee bezig ben. Maar het verhaal moet ook op zondag langs het voetbalveld verteld worden. Partijen lijken vaak een vooringenomen standpunt in te nemen en worden niet gehinderd door veel kennis over de sector.” Velen uit de zaal zijn van mening dat de agrarische sector zélf een rol heeft in het vertellen van het verhaal, precies zoals Anne dat doet. Vanuit de zaal volgt een appel: “Straal ook trots uit! De agrarische sector gaat niet reageren vanuit het negatieve, maar laten we proactief zijn vanuit het positieve.” En zo is het.

Met dank aan Willy Hanssen, Han Swinkels, Benny Munsters, Anne Rooijakkers en medewerkers van het Boerenbondmuseum in Gemert.

Wilt u meer weten over het landbouwdossier? Meepraten over actuele thema’s? Ook een Landbouwavond in uw regio? Neem contact op met Statenlid/woordvoerder Landbouw Ton Braspenning via abraspenning@brabant.nl.

Contact opnemen met Benny Munsters kan via Twitter @BennyMunsters of via LinkedIn.

Klik op de volgende link voor de powerpointpresentatie van De Landbouwavond: Powerpointpresentatie De Landbouwavond (15 februari 2017).

© CDA Brabant, Liza Kozlowska, februari 2017 (ekozlowska@brabant.nl).