CDA: rapport ZRK over verkoop Attero aangeboden

Vandaag bood de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK) haar onderzoeksrapport aan over de verkoop van afvalverwerker Attero. De ZRK deed dit onderzoek op verzoek van Provinciale Staten in Brabant en Limburg.

Het CDA in de provincie Noord-Brabant heeft met belangstelling en waardering kennis genomen van het rapport én van de constructieve reacties van de colleges van Gedeputeerde Staten in beide provincies. Het rapport is helder en neemt verschillende maatschappelijke en politieke vragen weg.

De belangrijkste conclusies van de Zuidelijke Rekenkamer zijn:

  1. Er zijn geen onregelmatigheden aangetroffen bij het bepalen van de verkoopprijs op het moment van verkoop. Het proces voldoet in opzet en uitvoering grotendeels aan de gestelde eisen.
  2. Het archiefwerk bij de provincie Noord-Brabant was incompleet en de verslaglegging rondom Provinciale Staten is voor verbetering vatbaar.
  3. De gemaakte keuzes in de timing en het tempo van het verkooptraject zijn van invloed geweest op het behaalde resultaat. Hierbij was de prijs op dat moment de maximum haalbare prijs in de markt.
  4. Gedeputeerde Staten had Provinciale Staten op verschillende momenten uitgebreider in het besluitvormingsproces kunnen meenemen.
  5. Provinciale Staten had meer gebruik kunnen maken van de beschikbare instrumenten om haar controlerende rol te vervullen. Zij had kunnen overwegen om daarbij gebruik te maken van contra-expertise.

Daarnaast geeft het rapport aan Gedeputeerde en Provinciale Staten duidelijke aanbevelingen mee voor de toekomst:

  1. Provinciale Staten dient nadrukkelijker aan te geven in welke mate zij betrokken wil worden bij het proces en meer gebruik te maken van de mogelijkheden die Gedeputeerde Staten biedt om op de hoogte te worden gesteld.
  2. Gedeputeerde Staten ziet toe op goede verslaglegging en archivering van alle stappen in het verkoopproces inclusief vertrouwelijke vergaderingen.
  3. Gedeputeerde Staten dient Provinciale Staten bij wijzigingen in de context en/of samenstelling van Provinciale Staten meer actief te raadplegen.

Een verkoop van een deelneming/bedrijf, zoals in het geval van Attero, komt binnen de provinciale politiek niet veel voor. Het CDA wil in ieder geval dat er een lerend effect optreedt naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer.

 

Spreektekst Stijn Steenbakkers – Debat over fondsbeheer door provincie Noord-Brabant

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant

Evaluatie Zuidelijke Rekenkamer Informatievoorziening investeringsfondsen N-B

(09-06-2017)

Voorzitter,

Vandaag gaat het weliswaar niet over de inhoud van de fondsen, maar tóch een winstwaarschuwing vooraf. Het is helaas een dubbele inbreng geworden: positief zeker, maar óók zeer kritisch. Aan de ene kant kunt u denken ‘jammer, we krijgen het als GS wéér over ons heen’, aan de andere kant kunt u het ook positief oppakken en bedenken…

‘dat de scherpste kritiek het grootste bewijs is van belangstelling, betrokkenheid en gevoel van verantwoordelijkheid’.

Want voorzitter, vandaag bespreken we hier een cruciaal en glashelder rapport van de Zuidelijk Rekenkamer. Met als centrale vraag: wat is de kwaliteit van de informatie die PS ontvangt over de investeringsfondsen van GS? Heel simpel op het eerste gezicht.

Maar voorzitter, dit is geen formeel, procedureel afvinkmoment. Het raakt de daadwerkelijke kern van onze controlerende taak. Feitelijk is de vraag: krijgen wij informatie die van een voldoende niveau is om onze controlerende functie goed te kunnen invullen t.a.v. de investeringsfondsen?

Voorzitter, waarom is dit dan een cruciaal rapport? Historisch zelfs, in de ogen van het CDA. In 2013-2014 is er in totaal een half miljard euro geïnvesteerd in deze fondsen. Voorzitter, in dit huis vliegen de nullen je soms om de oren, maar ik herhaal het toch nog maar even: een half miljard euro, één van de grootste autonome investeringspaketten ooit gedaan door een regionale overheid in Noordwest-Europa.

240 miljoen euro werd niet-revolverend gereserveerd voor natuur via het Groenfonds. De rest revolverend 125 miljoen euro voor innovatie, 60 miljoen euro voor energie, 50 miljoen euro voor snelle verbindingen en 25 miljoen euro voor cultuur.

Voorzitter, dit deden onze voorgangers met een reden. Dit deden ze, zo valt te lezen, om:

  • concrete ambities voor Brabant te verwezenlijken;
  • concrete tastbare resultaten te bereiken;
  • en om vernieuwende dingen te ontwikkelen die Brabant op het gebied van economie, natuur, cultuur en energie verder zouden helpen.

En beste collega’s, wij zijn er om te controleren of dit geld goed wordt besteed. Wij zijn er om de voortgang te monitoren. Collega’s, voor die controle zijn we zelfs politiek eindverantwoordelijk. Niet GS, niet de fondsen. maar PS controleert uiteindelijk of er met deze enorme bak aan belastinggeld daadwerkelijk voldoende van de grond komt, er daadwerkelijk voldoende, concrete resultaten worden gehaald. Uiteraard doen we dat in goede samenwerking met alle stakeholders, zoals GS, verbonden partijen en de fondsen. Maar de uiteindelijke afweging ligt hier: bij PS.

Maar voorzitter, hiervoor zijn we voor een groot deel afhankelijk van de kwantiteit en kwaliteit van de informatie die GS ons toestuurt. En collega’s, dan lees je dit rapport van de Zuidelijk Rekenkamer vandaag. En hier worden stevige uitspraken gedaan. Een aantal fondsen is op orde, hulde daarvoor en daarover later in de inbreng ook zeker meer, maar voor een tweetal fondsen (Brabant C maar m.n. het Groenfonds) lezen we dat het onder de maat en niet volgens afspraak verloopt. Voorzitter, een aantal constateringen zorgen bij het CDA voor grote zorgen. Luistert u even mee naar de opsomming van de Zuidelijke Rekenkamer.

1. Om te beginnen een algemeen punt. De provincie blijkt haar informatievoorziening, huishouding én archivering niet geheel op orde te hebben:

  • de Zuidelijke Rekenkamer moet herhaaldelijk zaken verzoeken,
  • moet herhaaldelijk richting de fondsen om info te krijgen; en
  • moet herhaaldelijk moeite doen om de juiste info boven tafel te krijgen.

Hoe kan dit? Dit zou een persoon of bedrijf die een vergunning op wat voor gebied dan ook moet aanvragen bij de provincie eens moeten doen! Kortom, wij verwachten het wel van derden, maar zelf hebben we het nog niet helemaal op orde. Gelukkig erkent GS dit in haar reactie en wordt hier aan gewerkt.

2. Voorzitter, punt 2, onze grootste zorg: het Groenfonds. Hier worden enkele stevige constateringen gedaan. Voorzitter, we hebben hier bij de Jaarrekening al aandacht aan besteed, maar toch even de belangrijkste constateringen van de Zuidelijke Rekenkamer uit het rapport:

  • de uitgangssituatie is nog niet duidelijk;
  • er wordt, zo schrijft de Zuidelijke Rekenkamer, überhaupt nauwelijks gerapporteerd over de afgesproken ‘kritische prestatie-indicatoren’ (KPI’s);
  • zo wordt over de omvang van de categorieën (c>a) en de multiplier niets gemeld, omdat de realisatie tot nu minimaal is;
  • over een derde KPI (gewogen mate van spreiding) wordt niets gemeld, omdat de provincie deze niet relevant vindt voor het fonds, huh?; en
  • over een vierde KPI (mate van uitputting) wordt gesteld dat deze niet meetbaar is en dat men op zoek gaat naar een nieuwe indicator;
  • daarnaast is informatie inconsistent, verwarrend en onnauwkeurig, bijvoorbeeld de KPI mate van uitputting van het Groenfonds;
  • en áls er al informatie wordt gemeld gebeurt dit op verschillende plekken, wat lastig zoeken is voor PS;
  • zo wordt er bij de begroting in één keer onder een ‘eigen productgroep’ gerapporteerd.

Samengevat: er wordt nauwelijks iets gemeld en als er al iets wordt gemeld, is het vaak moeilijk met elkaar te rijmen. Collega’s, heel simpel samengevat: op basis van deze info hebben we hier alle 55 op dit moment dus gewoon geen flauw idee wat er gebeurt met een pot van 240 miljoen euro Brabants belastinggeld. Dit maakt controle vanuit PS over het Groenfonds onmogelijk. Al bij de behandeling van de Jaarrekening merkte het CDA op dat dit niet langer kan en hebben wij daarom o.a. met GroenLinks aanvullende vragen gesteld. Wij begrijpen dat deze vragen inmiddels zijn behandeld in GS en hebben ook het laatste memo van de gedeputeerde gezien. Dank voor de snelle reactie. Wij zijn vooralsnog blij met zijn constructieve houding om de cijfers z.s.m. boven tafel te krijgen, maar begrijpen dat dit iets langer gaat duren dan wij hadden gehoopt. Wij hebben hier begrip voor, maar willen nogmaals plenair benadrukken dat we de initieel afgesproken KPI’s z.s.m. op tafel willen hebben. Kan de gedeputeerde ons gerust stellen dat hij hier druk mee bezig is én dat de gevraagde informatie z.s.m. bij de Staten komt? En wanneer hij dit moment verwacht? En kan hij hierbij aanhaken op de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) zoals ook de andere fondsen doen.

3. Voorzitter, punt 3: het Brabant C fonds. Dit gaat over een stuk minder geld, maar desalniettemin blijft het 25 miljoen euro. Dat goed en conform de afspraken besteed moet worden. Ook op dit fonds hebben wij meerdere op- en aanmerkingen:

  • informatie over indicatoren verschilt door documenten in de P&C-cyclus heen;
  • er zijn geen KPI’s geformuleerd.

Voorzitter, ook dit behoeft verbetering, maar het CDA vindt dat we hier ook onszelf als Provinciale Staten moeten aankijken. Bij de start was immers afgesproken dat we meer concrete KPI’s zouden afspreken, maar dit is tot nu toe simpelweg nog niet gedaan. Maar hier hebben we dus ook zelf als PS kennelijk nog onvoldoende achteraan gezeten. Wij zouden dit graag z.s.m. in samenspraak met de gedeputeerde willen doen. Graag een reactie van mijn collega’s en van GS of we dit z.s.m. kunnen bespreken.

Voorzitter, tot nu toe veel ijzige, koude maar volgens ons ook noodzakelijke woorden. Maar voorzitter, u kent het CDA óók als een Brabantse, gezellige en warme partij. Het warme deel van de inbreng begint nu. Gaat u er maar eens goed voor zitten. De zorgen die wij namelijk hebben bij het Groenfonds en in mindere mate bij Brabant C, hebben wij bijvoorbeeld niet bij het Innovatiefonds. KPI’s worden concreet en op tijd aangeleverd en wanneer over een indicator nog niet volledig kan worden gerapporteerd (bijv. revolverendheid), meldt men in ieder geval concrete afgeronde prestaties op deelprojecten. Voorzitter, het CDA wil hier grote complimenten geven aan het fonds en de verantwoordelijk gedeputeerde Pauli.

4. Voorzitter, tot slot: u hebt het woord revolverendheid nog niet gehoord. Cruciaal voor het CDA. Daar wil ik het nog even over hebben. Voor alle fondsen behalve het Groenfonds is revolverendheid een groot aandachtspunt. Wij snappen hier echter ook de reactie van GS wel dat dit tot nu toe nog moeilijk is te rapporteren. Wij lezen echter in de reactie van GS dat men dit vanaf nu op alle fondsen waar het betrekking op heeft (Innovatiefonds, Energiefonds, Breedbandfonds en Brabant C fonds) gaat doen. Als wij dit mogen noteren als harde afspraak, is dit vooralsnog voldoende voor het CDA. Graag een bevestiging van de gedeputeerde.

Voorzitter, rest mij om de Rekenkamer hartelijk te danken voor het uitstekende rapport en, ondanks de soms wel zeer positieve uitleg van onderdelen van het Rekenkamerrapport in de reactie van GS, willen wij ook GS danken voor een aantal constructieve reacties op het rapport. Wat ons betreft op onderdelen een voorbeeld van hoe kritische blikken van de verschillende partijen (ZRK, Staten en GS) elkaar scherp houden t.b.v. een beter openbaar bestuur.

Tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers Evaluatie ZRK Informatievoorzieningen investeringsfondsen NB (9 juni 2017)

Schriftelijke vragen over afname banen door robotisering

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Marcel Deryckere over de afname van banen door robotisering.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over robotisering distributiecentra.

Geacht college, 

De Brabantse logistieke sector is van vitaal belang voor de economie van onze provincie. Distributiecentra spelen hier een essentiële rol in en zijn de sleutel tot het creëren van arbeidsplaatsen in de logistieke sector. In deze branche vinden vele technische ontwikkelingen plaats om effectiever en efficiënter te werken. Dit zou ten koste kunnen gaan van de arbeidsplaatsen van Brabanders. Het CDA ziet hierin enkele bedreigingen, maar óók zeker kansen.

We willen u daarom graag de volgende vragen stellen: 

  1. Bent u bekend met het bericht ‘Robots nemen duizenden banen over in Brabantse distributiecentra’, Brabants Dagblad 01-06-20171?
  2. Onderschrijft u de resultaten van het onderzoek van BCI, waarin wordt geschetst dat 35.000 van de 85.000 arbeidsplaatsen gaan verdwijnen in de komende 15 jaar in distributiecentra door robotisering?
  3. Klopt het dat Brabant daarbij de grootste klap krijgt van alle provincies met een verwacht verlies van 10.700 voltijdbanen?
  4. Indien dit getal voor Brabant klopt, hoeveel baanverlies kan in de sector in Brabant natuurlijk worden opgevangen door bijvoorbeeld pensionering en hoeveel banen zullen er ‘gedwongen’ verdwijnen? 
  5. Bent u bereid om samen met de distributiecentra in Brabant en andere relevante stakeholders die kunnen bijdragen aan een oplossing voor dit probleem, bijvoorbeeld in het onderwijs, om de tafel te gaan zitten? Dit met het doel om vroegtijdig passende afspraken te maken om deze transitie in goede banen te leiden voor alle werknemers. Doel van deze gesprekken zou volgens het CDA moeten zijn om eventuele gedwongen baanbeëindigingen te minimaliseren en werknemers in de distributiecentra vroegtijdig zoveel mogelijk zekerheid te geven.
  6. De twee Brabantse regio’s West- en Midden-Brabant hebben de logistiek gekozen als economische specialisatie en banenmotor. Wat betekent dit bericht voor hen en onze ambities en investeringen op het gebied van logistiek? 

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers en Marcel Deryckere

1 Zie http://www.bd.nl/economie/robots-nemen-duizenden-banen-over-in-brabantse-distributiecentra~a45cb12c/.

CDA: ‘provinciale Porsche’ nog niet op koers

‘De glimmende provinciale Porsche raast verder over de Brabantse wegen’, kopte Omroep Brabant na afloop van het debat over de Perspectiefnota op 21 april jl.[1] Tijdens deze jaarlijkse APK-keuring van het provinciaal beleid pleitte het CDA voor een grote onderhoudsbeurt, met aanpassingen en reparaties om de provinciale wagen op de weg te houden.

Vandaag keek Provinciale Staten tijdens het debat over de Jaarrekening 2016 terug op hoe de bestuurders van de provincie in het afgelopen jaar met onze Porsche zijn omgesprongen. En of dit volgens de afspraken in de begroting is gegaan. Het CDA constateerde bij deze controle helaas behoorlijk veel tekortkomingen.

Statenlid Stijn Steenbakkers (woordvoerder financiën):

“Dit college van Gedeputeerde Staten heeft een heleboel beloofd. Grote woorden, veel papieren tijgers, wat zou het allemaal anders gaan worden… Maar wat is er nu écht veranderd voor de Brabander, ten positieve? De Jaarrekening laat zien dat de beloftes groot zijn, maar de prestaties op veel terreinen mager. Bij een aantal belangrijke dossiers ontbreken ook nog eens relevante cijfers en gegevens, wat een degelijke, duidelijke controle door Provinciale Staten moeilijk maakt.”

Een voorbeeld is het energiedossier. Om in 2050 100% energieneutraal te zijn, moet de provincie in 2020 op 14% zitten. In 2014 zaten we op 7,2%. Niemand weet echter hoe het er nu voor staat: geen cijfers bekend over 2015 en 2016 of over het percentage CO2-reductie, 10.000 elektrische auto’s minder dan gepland en geen flauw besef van het aantal gerealiseerde banen op de Green Chemistry Campus of in de biobased economy.

Ook over de staat van het zgn. Groen Ontwikkelfonds, waarmee de provincie investeert in Brabantse natuur, ontbreekt veel informatie. Terwijl hierin 240 miljoen euro Brabants geld is gestoken. Gegevens die ontbreken zijn bijvoorbeeld die over hoe het fonds presteert, is gebruikt en of er nog genoeg geld over is voor het realiseren van de doelen. Zorgwekkend, vindt Steenbakkers, die bijval kreeg van verschillende collega’s. Steenbakkers: “Maar er zijn natuurlijk ook lichtpuntjes, zoals op het gebied van economie én de snelheid waarmee de provincie nu de facturen van haar eigen leveranciers betaalt.”

Steenbakkers over de Jaarrekening: “Het CDA vindt dat de kwaliteit van de controle op de Jaarrekening omhoog moet. Daarom hebben wij, samen met een aantal andere fracties, twee moties ingediend die het college van Gedeputeerde Staten oproepen om bij iedere jaarrekening een verantwoordingsbrief te schrijven én de Jaarrekening 2017 door een onafhankelijk bureau te laten controleren. De eerste motie is aangenomen, bij de tweede staakten de stemmen. Hierover stemt Provinciale Staten op 9 juni a.s. opnieuw.”

1 Zie: http://www.omroepbrabant.nl/?news/264031472/Glimmende+provinciale+Porsche+raast+verder+over+de+Brabantse+wegen+.aspx.

 

CDA: voor heel Nederland!

Nederland is groter dan de Randstad. Dat wordt door veel politieke partijen wel eens vergeten. Zo kiest de VVD voor een verhuurdersheffing van 2,7 miljard euro. Het CDA is bezorgd dat hierdoor onvoldoende woningen beschikbaar komen, zeker in de regio waar de leefbaarheid al onder druk staat. Daarnaast wil de VVD samen met partijen als de PvdA, D66 en ChristenUnie bezuinigen op de spoedeisende hulp in streekziekenhuizen. Hierdoor moeten mensen die met spoed zorg nodig hebben nog verder reizen. Het CDA is bezorgd over dergelijke plannen die de voorzieningen en leefbaarheid in de regio onder druk zetten.

Kamerlid Madeleine van Toorenburg uit Rosmalen: “We hebben de afgelopen jaren de gevolgen van dit beleid gezien: de aanrijtijden voor de politie en ambulance in het buitengebied namen toe, na de hagelstorm in Zuidoost-Brabant liet het kabinet boeren en tuinders in de kou staan, pomphouders in de grensregio hielden het hoofd niet meer boven water en kleine scholen dreigden gesloten te worden. Het CDA heeft hier de afgelopen jaren tegen gestreden, soms met succes zoals in het geval van de rechtbanken die niet gesloten werden. Maar de toekomst van de regio’s is te belangrijk om over te laten aan de willekeur van partijen die alleen oog hebben voor de Randstad.” Het kan anders. Daarom kiest het CDA voor heel Nederland.

Ons plan bevat voorstellen voor meer veiligheid in de regio, investeringen in regionale innovatie en economie. Kandidaat-Kamerlid René Peters uit Oss: “Wij zien nieuwe kansen voor regio’s waar de bevolking nu nog krimpt. Dat vraagt om investeringen in de bereikbaarheid en de economie, maar ook om slimme keuzes om voorzieningen als kleine scholen, pinautomaten en winkels open te houden. Wij willen een transitiefonds voor vrijkomende gebouwen en willen meer ruimte voor lokale investeringen van burgers en bedrijven in bijvoorbeeld de aanleg van breedband of schone energie.”

Ook vraagt het CDA aandacht voor de sterkte van de politie. Dit kabinet heeft veel politiebureaus en wijkposten gesloten en het aantal agenten is gedaald. Ondertussen verhardt in verschillende provincies de strijd tegen de georganiseerde (drugs)criminaliteit terwijl de aanrijtijden voor politie toenemen. Daarom investeert het CDA flink in de versterking van de hele veiligheidsketen en wordt de strijd tegen de georganiseerd misdaad opgevoerd.

Het hele plan leest u hier: http://www.cda.nl/voor-de-regio.

Schriftelijke vragen Actieplan Big Data

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over een Actieplan Big Data.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Actieplan Big Data.

Geachte college,

De data gedreven economie groeit snel. In Europa verdubbelen we van 272 miljard euro in 2015 naar 544 miljard euro in 2020. Juist in Brabant, de slimste regio ter wereld met véél technologisch georiënteerde bedrijven, is er volop ruimte om de kansen van de data-economie te benutten. Op het gebied van slimme gezondheidszorg, voedselveiligheid en -productie, efficiënt grondstofgebruik, energiemanagement, slim transport en openbaar vervoer, ‘smart cities’ en ordehandhaving staan er initiatieven op stapel.

Big Data kan voor veel problemen in deze sectoren de sleutel tot de oplossing zijn. Brabantse bedrijven kunnen daar vervolgens in Europa én wereldwijd succesvol de markt mee op. Het CDA vindt dat we als provincie o.l.v. gedeputeerde Pauli een goede eerste stap hebben gezet met de Jheronimus Academy of Data Science (JADS) in ‘s-Hertogenbosch. Concurrentie m.b.t. Big Data (ontwikkeling) ligt echter in binnen- én buitenland op de loer. Dat vraagt om actie.

Als CDA willen we dat Brabant voorop blijft lopen als het gaat om Big Data. Hiertoe hebben wij het volgende voorstel. Tot 26 april 2017 loopt er een ‘public consultation’ van de Europese Commissie om obstakels voor een snellere ontwikkeling van de Europese data-economie in kaart te brengen, met de ambitie deze daarna uit de weg te ruimen. Zie https://ec.europa.eu/digital-single-market/en/news/public-consultation-building-european-data-economy.

Om ervoor te zorgen dat Brabant én de JADS koploper blijven op het gebied van Big Data in Europa, pleit het CDA voor een actieplan gericht op:

  • het actief meebepalen van de Europese agenda (agendasetting);
  • het optimaal profiteren van nieuwe kennis en initiatieven uit Europa (kennisontwikkeling);
  • het optimaal profiteren van (nieuw) Europees geld. 

In dit kader heeft de fractie van het CDA de volgende vragen voor het college van Gedeputeerde Staten: 

  1. Deelt u het belang van Big Data en de ambitie van het CDA om als Brabant op dit gebied koploper te blijven in Europa? Indien ja, kunt u het actieplan van het CDA ondersteunen en is het naar uw mening volledig?
  2. Zijn de provincie en de JADS bekend met de ‘public consultation’ van de Europese Commissie?
  3. Over het aspect ‘agendasetting’: gaan de provincie en/of de JADS actief de Europese agenda mede vormgeven, bijvoorbeeld door een inbreng te leveren t.b.v. deze public consultation? Indien ja, wat wordt deze inbreng?
  4. Over het aspect ‘kennisontwikkeling’: is er al een relatie tussen Brabant en de JADS enerzijds en de Europese Data Science Academy anderzijds? Indien niet, bent u bereid te faciliteren dat de JADS wordt gepresenteerd bij de startende Europese Data Science Academy (http://edsa-project.eu/overview/about-edsa/) in Brussel? De JADS en Brabant kunnen dan optimaal profiteren van de kennis die wordt ontwikkeld bij de European Data Science Academy (en andersom).
  5. Over het aspect Europese gelden: om in Europa Big Data verder te ontwikkelen zijn verschillende financiële middelen aanwezig. Bijvoorbeeld voor de uitbouw van de noodzakelijke fysieke infrastructuur, om zo de groei van de Big Data-economie optimaal te faciliteren. Dit via Europese pilotprojecten in het kader van het EU 5G Action Plan. Van welke van deze middelen maakt Brabant dan wel de JADS op dit moment gebruik t.b.v. de ontwikkeling van Big Data in Brabant? Waar ziet u nog verdere kansen? En wat wordt de inzet en/of de doelstelling voor de komende periode?
  6. Naast de Jheronimus Academy of Data Science van de TU Eindhoven en Tilburg University komt er óók een Amsterdam School of Data Science van de UvA, Vrije Universiteit en Hogeschool van Amsterdam. Wordt er samengewerkt met dit Amsterdamse initiatief? Indien ja, op welke wijze? Indien niet, waarom niet? Wel of niet samenwerken kan namelijk effect hebben op Europese geldverdeling.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

CDA: elke scholier naar het Provinciehuis

Elke Brabantse scholier moet tijdens zijn/haar middelbare schooltijd het Provinciehuis kunnen bezoeken. Dat vindt de Provinciale Statenfractie van het CDA in Noord-Brabant, die hiertoe een voorstel voorbereidt.

Het CDA nodigt regelmatig schoolklassen uit in het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch en merkt bij leerlingen én leraren een grote behoefte aan méér aandacht voor politiek en maatschappelijke vorming. In het bijzonder voor het provinciebestuur. Met name voor jongeren blijkt de provincie een onbekende bestuurslaag, die weinig zichtbaar is en waar ze weinig van weten.

Daarom komt het CDA met een voorstel dat de provincie Noord-Brabant aanzet om scholen in Brabant in staat te stellen met hun leerlingen naar het Provinciehuis te komen. Dat vraagt geld, maar óók creativiteit, stelt het CDA. Voor veel scholen zijn de vervoerskosten een drempel om naar het Provinciehuis te komen. Met de aanschaf van een eigen Brabant-bus, die leerlingen ophaalt en terug naar school brengt, zou de provincie daar bijvoorbeeld al in tegemoet kunnen komen. En er zijn andere oplossingen, waarover het CDA de komende tijd met betrokkenen in gesprek gaat om te komen tot een totaalvoorstel.

Als het aan het CDA ligt, bestaan de schoolbezoeken aan het Provinciehuis in elk geval uit een ontmoeting met een vertegenwoordiger van de provincie, een rondleiding door het gebouw én een scholierendebat over provinciale onderwerpen. Hiervoor zou de provincie nog intensiever moeten gaan samenwerken met voorlichtingscentrum ProDemos, maar óók met studenten die bijvoorbeeld een lerarenopleiding doen of bestuurskunde studeren. Zij kunnen in het Provinciehuis les- en werkervaring opdoen en zo ontstaat een win-winsituatie.

Het streven van het CDA is dat uiteindelijk tenminste 75% van de middelbare scholieren in Brabant het Provinciehuis een keer bezoekt. Hiervoor moet de provincie structureel geld opzij zetten, vindt de partij. “Dit sluit ook aan bij de letter en geest van het landelijk verkiezingsprogramma van het CDA, waarin wij pleiten voor meer aandacht voor burgerschap en maatschappelijke vorming”. Aldus Stijn Steenbakkers, behalve Statenlid ook kandidaat-Kamerlid bij de aankomende Tweede Kamerverkiezingen.

Statenleden Marcel Deryckere en Stijn Steenbakkers, initiatiefnemers van het voorstel:

“Willen we jongeren betrokken maken bij de wereld om hen heen, dan moeten we ze meenemen naar de plekken waar over hun toekomst wordt beslist.

Veel scholieren bezoeken met hun middelbare school de Tweede Kamer of het Europees Parlement, maar over de provincie weten de meesten weinig tot niets. Terwijl ook dáár belangrijke zaken voor hen worden geregeld, zoals het openbaar vervoer of regels voor het runnen van een agrarisch bedrijf. En niet te vergeten: de leden van Provinciale Staten kiezen de leden van de Eerste Kamer, een belangrijke schakel met de landelijke politiek.

Met ons voorstel willen wij de provincie dichterbij brengen. Het is een investering in onze kinderen en in de toekomst van onze democratie. Voor het Brabant dat we door willen geven.”

Het CDA wil haar initiatief indienen bij de behandeling van de Voorjaarsnota van de provincie. Dat is een tussenstand van het lopende begrotingsjaar, waarover Provinciale Staten in april debatteert.

CDA op werkbezoek bij Shimano Europe in Eindhoven

Het CDA brengt op 10 februari a.s., als eerste politieke partij, een werkbezoek aan het nieuwe hoofdkantoor van Shimano Europe in Eindhoven. Aan dit werkbezoek nemen o.a. zittend Tweede Kamerlid Erik Ronnes, kandidaat-Kamerlid Stijn Steenbakkers, Statenlid Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) en verschillende andere provinciale CDA’ers deel.

Shimano is een Japans bedrijf, dat producten maakt voor o.a. de wieler-, hengel- en roeisport. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de e-bikes met Shimano Steps motor. Het nieuwe Europese hoofdkantoor van Shimano werd op 31 januari jl. geopend en staat op de High Tech Campus van Eindhoven. Er zijn momenteel ongeveer 180 mensen werkzaam.

Op het programma van het werkbezoek staan o.m. een kennismaking met het bedrijf, een ontmoeting met Marc van Rooij (President Shimano Europe Group) en Peter d’Haens (Product Coordinator Shimano Europe) én een rondleiding door het gloednieuwe, duurzame pand.

Het CDA in Brabant gaat regelmatig op werkbezoek bij toonaangevende of anderszins bijzondere bedrijven in de regio. De partij pleit in haar verkiezingsprogramma nadrukkelijk voor een eerlijke economie, waarin iedereen moet kunnen meeprofiteren van het werk dat we sámen verzetten: werkgevers én werknemers. Voor het CDA is een eerlijke economie óók een duurzame economie, waar ondernemerschap loont en groei en bedrijvigheid de toekomst van onze kinderen versterken in plaats van belasten.

Erik Ronnes over het bezoek aan Shimano:

“Als CDA zijn we bijzonder vereerd dat we bij Shimano Europe te gast mogen zijn. Het is een interessant bedrijf, dat mooie producten maakt in een unieke omgeving. In Brabant zijn we er trots op dat Shimano voor Eindhoven als vestigingsplaats heeft gekozen. We zijn benieuwd naar de historie van het bedrijf, de producten die het maakt én de plannen voor de toekomst. Daarnaast wisselen we graag van gedachten over ons eigen CDA-thema: de eerlijke economie.”

Dankzij een motie van het CDA kreeg brainport Eindhoven afgelopen jaar de status van mainport. Een belangrijke erkenning van de stad én van de regio, aldus de partij.

 

CDA op werkbezoek bij Coca-Cola in Dongen

Het CDA brengt op 27 januari a.s. een werkbezoek aan Coca-Cola in Dongen. Aan dit werkbezoek nemen o.a. zittend Tweede Kamerlid Erik Ronnes, kandidaat-Kamerlid Stijn Steenbakkers, Statenlid Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) en verschillende plaatselijke CDA’ers deel.

Coca-Cola is sinds 1957 gevestigd in de gemeente Dongen. De fabriek, waar ruim 300 mensen werkzaam zijn, is recent gerenoveerd en op 27 juni jl. heropend. Coca-Cola produceert, distribueert én verkoopt er behalve Coca-Cola óók verschillende andere frisdrankmerken. Bijvoorbeeld Fanta, Sprite en Nestea.

Het CDA staat voor een eerlijke economie, waarin iedereen moet kunnen meeprofiteren van het werk dat we sámen verzetten: werkgevers én werknemers. Voor het CDA is een eerlijke economie óók een duurzame economie, waar ondernemerschap loont en groei en bedrijvigheid de toekomst van onze kinderen versterken in plaats van belasten.

In Brabant maakt het CDA zich al geruime tijd hard voor de maakindustrie in deze provincie. Zo pleitte het CDA bij de begrotingsbehandeling 2017 van de provincie Noord-Brabant o.m. voor een onderzoek naar een Maakindustrie Fonds. Bedoeld om méér maakindustrie aan te trekken en mbo-geschoolde arbeid naar Brabant te halen. Dat is nodig, want maar liefst 10% van de laagopgeleiden in Brabant is werkloos. Aldus Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van het CDA in de Provinciale Staten van Noord-Brabant.

Kamerlid Erik Ronnes over het bezoek aan Coca-Cola:

“Als CDA zijn we blij dat we bij Coca-Cola te gast mogen zijn. Het is het bekendste frisdrankmerk ter wereld en nauw verbonden met de regio Midden-Brabant. We zijn benieuwd naar de nieuwe fabriek en gaan graag in gesprek over onderwerpen als duurzaam produceren, arbeidsmarktbeleid én natuurlijk ons eigen CDA-thema: de eerlijke economie.”

CDA blij met steun BZW en BFBG voor provinciaal onderzoek naar familiebedrijven

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant is blij met de steun van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) en het Brabants Familiebedrijven Genootschap (BFBG) voor een provinciaal onderzoek naar familiebedrijven. Op 12 januari jl. stelde Statenlid Stijn Steenbakkers, tevens kandidaat-Kamerlid, hiertoe schriftelijke vragen aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten.

In een brief aan het college d.d. 17 januari jl. gaven Peter Struik, voorzitter van de BZW, en Bob Hutten, voorzitter van het BFBG, aan positief te zijn over een dergelijk onderzoek én over de oprichting van een expertisecentrum bij een van de Brabantse onderwijsinstellingen.

Voor de fractie van het CDA zijn familiebedrijven dé ruggengraat van de Brabantse economie. Zij zijn historisch en óók anno 2017 de cruciale aanjagers van noodzakelijke vernieuwing en verduurzaming van onze economie. Het CDA is dan ook van mening dat familiebedrijven en de specifieke, belangrijke rol die zij spelen méér aandacht verdienen vanuit Brabant. Dit met als doel dat zij duidelijker worden gepositioneerd én beter ondersteund in het economisch beleid van de provincie.

Steenbakkers:

“Een betere ondersteuning en positionering van familiebedrijven begint met het verzamelen van kennis. Zijn familiebedrijven inderdaad de ruggengraat van de Brabantse economie, zoals de CDA-fractie denkt? Want hoeveel familiebedrijven heeft Brabant nu eigenlijk? In welke sectoren zijn ze actief? Hoeveel banen zitten er bij deze bedrijven? Hoeveel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken hier? Welke uitdagingen spelen er precies bij deze ondernemers? Van welke overheidsregelgeving hebben zij het meeste last? Waar zijn ze vanuit de regionale overheid precies mee geholpen? We weten het niet exact.

Veel van deze vragen zijn namelijk nog nooit onderzocht of de data hiervan zijn zo versnipperd of verouderd, dat deze geen goed, representatief beeld meer geven. Als CDA pleiten we daarom voor een provinciaal onderzoek naar familiebedrijven onder regie van de BZW en het BFBG.”

Hieronder vindt u de complete set schriftelijke vragen die het CDA op 12 januari jl. aan het college van Gedeputeerde Staten heeft gesteld:

01. Bent u bereid een breed onderzoek naar familiebedrijven, onder regie van de Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging (BZW) en het Brabants Familiebedrijven Genootschap (BFBG) in partnership met de provincie, te financieren?

02. Hebt u, behalve de door het CDA hierboven genoemde concrete vragen, zelf nog specifieke vragen/aspecten t.a.v. familiebedrijven, die u in een dergelijk onderzoek wilt laten onderzoeken?

03. Bestaat er in Brabant bij een universitaire instelling een leerstoel, zoals bij de Universiteit Nyenrode, die zich louter focust op familiebedrijven? Indien ja, wat is de formele naam van deze leerstoel?

04. Bestaat er in Brabant bij een hbo-instelling een lectoraat, zoals in Overijssel bij de Hogeschool Windesheim, dat zich louter focust op familiebedrijven? Indien ja, wat is de formele naam van dit lectoraat?

05. Wanneer een leerstoel en/of lectoraat t.a.v. familiebedrijven ontbreekt bij Brabantse universitaire/hbo-instellingen, bent u dan bereid om met de instellingen in gesprek te gaan om dit z.s.m. te bewerkstelligen?

06. Bent u bereid om hier eventueel financieel aan bij te dragen?

Behalve het verwerven van kennis en het creëren van een netwerk zijn ook bedrijfsopvolging en transparantie belangrijke uitdagingen voor het familiebedrijf.

07. Kunt u aangeven:

  1. waar in het huidige provinciaal beleid specifiek aandacht wordt besteed aan familiebedrijven; en
  2. of en hoe ondersteuning bij bedrijfsopvolging en (her)inrichting van de bedrijfsstructuur daar nu in zijn geborgd?

Bijlage: Brief BZW-BFBG n.a.v. vragen CDA.