CDA: rapport ZRK over verkoop Attero aangeboden

Vandaag bood de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK) haar onderzoeksrapport aan over de verkoop van afvalverwerker Attero. De ZRK deed dit onderzoek op verzoek van Provinciale Staten in Brabant en Limburg.

Het CDA in de provincie Noord-Brabant heeft met belangstelling en waardering kennis genomen van het rapport én van de constructieve reacties van de colleges van Gedeputeerde Staten in beide provincies. Het rapport is helder en neemt verschillende maatschappelijke en politieke vragen weg.

De belangrijkste conclusies van de Zuidelijke Rekenkamer zijn:

  1. Er zijn geen onregelmatigheden aangetroffen bij het bepalen van de verkoopprijs op het moment van verkoop. Het proces voldoet in opzet en uitvoering grotendeels aan de gestelde eisen.
  2. Het archiefwerk bij de provincie Noord-Brabant was incompleet en de verslaglegging rondom Provinciale Staten is voor verbetering vatbaar.
  3. De gemaakte keuzes in de timing en het tempo van het verkooptraject zijn van invloed geweest op het behaalde resultaat. Hierbij was de prijs op dat moment de maximum haalbare prijs in de markt.
  4. Gedeputeerde Staten had Provinciale Staten op verschillende momenten uitgebreider in het besluitvormingsproces kunnen meenemen.
  5. Provinciale Staten had meer gebruik kunnen maken van de beschikbare instrumenten om haar controlerende rol te vervullen. Zij had kunnen overwegen om daarbij gebruik te maken van contra-expertise.

Daarnaast geeft het rapport aan Gedeputeerde en Provinciale Staten duidelijke aanbevelingen mee voor de toekomst:

  1. Provinciale Staten dient nadrukkelijker aan te geven in welke mate zij betrokken wil worden bij het proces en meer gebruik te maken van de mogelijkheden die Gedeputeerde Staten biedt om op de hoogte te worden gesteld.
  2. Gedeputeerde Staten ziet toe op goede verslaglegging en archivering van alle stappen in het verkoopproces inclusief vertrouwelijke vergaderingen.
  3. Gedeputeerde Staten dient Provinciale Staten bij wijzigingen in de context en/of samenstelling van Provinciale Staten meer actief te raadplegen.

Een verkoop van een deelneming/bedrijf, zoals in het geval van Attero, komt binnen de provinciale politiek niet veel voor. Het CDA wil in ieder geval dat er een lerend effect optreedt naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer.

 

Spreektekst Ton Braspenning – Veehouderijdebat 23/06

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(23-06-2017)

Voorzitter,

We zijn er al eerder duidelijk over geweest: deze plannen pakken dramatisch uit voor de landbouw en de sectoren die daar vanaf hangen.

U wilt naar een duurzame agrarische sector. Het CDA ook.

Maar met ons gezonde verstand begrijpen wij niet welke doelstellingen u met deze plannen wilt bereiken.

Wat u wilt is praktisch, financieel, juridisch én technisch niet haalbaar:

  • omdat de stalsystemen er niet zijn (praktisch);
  • omdat staldering zóveel geld kost dat boeren óf stoppen óf geen cent overhouden voor duurzame maatregelen en dierenwelzijn (financieel);
  • omdat de milieueisen uit de Verordening natuurbescherming niet hebben geleid tot minder stikstof in de natuur (een verschil tussen gemeten en gerealiseerde uitstoot dat bureau Arcadis niet kan verklaren) (juridisch);
  • omdat de plannen voor mestverwerking niet van de grond komen (technisch).

Kortom: de effecten van uw maatregelen zijn tegengesteld aan wat u beoogt.

Wij, en met ons vele andere organisaties hier aanwezig, zien bovendien dat u de stikstofruimte die u creëert meteen weer weggeeft aan andere sectoren, zoals de industrie en de logistiek. Het milieueffect is minimaal. En wat is nu de doelstelling: natuurdoelen halen uit het Convenant óf uitstoot inzetten voor andere plannen?
Wat is nu eigenlijk de milieuwinst die u boekt met het vervroegen van de deadline 2028?

Het CDA vreest dat uw plannen leiden tot:

  • nóg meer schaalvergroting, want alleen grote bedrijven kunnen uw maatregelen betalen;
  • de ondergang van familiebedrijven, inclusief innovatieve landbouwbedrijven en jonge boeren (zie brief ZLTO);
  • gezinnen die door de armoedegrens gaan, volgens uw eigen onderzoek meer dan de helft (ik kan mij voorstellen dat een partij als de SP zich daar ook niet goed bij voelt);
  • een dreun voor bedrijven die al hebben geïnvesteerd in biologisch boeren en ketenverwaarding.

Met dit voorstel bereikt u géén duurzame agrarische sector.
Wat u wél bereikt, is een kloof tussen de provincie en de agrarische sector, die nog nooit zo groot is geweest als nu.

Provinciale Staten zou er goed aan doen om de gedeputeerden terug maar de onderhandelingstafel te sturen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij (23 juni 2017)

CDA op werkbezoek in Volkel

Het CDA brengt op maandag 19 juni een werkbezoek aan Volkel, gemeente Uden. Aan het werkbezoek nemen o.a. Tweede Kamerlid Erik Ronnes, Statenlid Marcel Deryckere en de Udense CDA’ers Ellen Alofs en Maurits van den Bosch deel.

De CDA-delegatie is te gast bij recreatiepark BillyBird Park Hemelrijk, waar de politici met eigenaar en recreatieondernemer Ton Derks spreken over de vrijetijdseconomie in Brabant. Actueel is het zgn. ‘Leisure Ontwikkel Fonds’ (LOF), via welke de provincie Noord-Brabant samen met een aantal andere partijen investeert in de toeristische sector in onze provincie.

Marcel Deryckere, Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en namens het CDA o.m. woordvoerder vrijetijdseconomie:

“Als CDA zijn we blij dat we bij Ton Derks en zijn familie te gast mogen zijn. Het CDA is behalve een familie- ook een echte ondernemerspartij, die familiebedrijven als BillyBird Hemelrijk van grote waarde vindt voor de Brabantse economie én voor de Brabantse samenleving. We zijn benieuwd hoe een ondernemer als Ton tegen de ontwikkelingen in zijn sector aankijkt en hoe hij de relatie met de overheid ervaart. Daarnaast laten we ons graag verrassen met alle andere onderwerpen die tijdens het bezoek ter sprake komen.”

Behalve over recreatie en toerisme spreken de CDA’ers ook over de politieke actualiteit in Volkel en de gemeente Uden. Mede hierom is ook Tweede Kamerlid Erik Ronnes aanwezig, die in Den Haag de regio Oost-Brabant vertegenwoordigt.

Na het bezoek aan Volkel brengt een deel van het gezelschap nog een bezoek aan een aantal boeren in de regio, die zijn getipt voor de CDA-kalender met stoere, Brabantse boeren. Het CDA wil deze kalender in 2018 uitgeven en daarmee het landbouwdebat in de provincie een positieve impuls geven. Meer dan 100 boeren werden aangemeld en van twaalf van hen tekent het CDA stoere verhalen en foto’s op voor op de kalender. Meer informatie over dit initiatief is te vinden op de website van het CDA Brabant: http://cdabrabant.nl/cda-stoere-boeren-gezocht/.

Het werkbezoek start om 14.00u bij BillyBird Park Hemelrijk aan de Zeelandsedijk 34A in Volkel, gemeente Uden.

Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en René Kuijken over criminaliteit op het platteland en de Wet BIBOB.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB.

Geacht college, 

Zowel regionale als landelijke media berichtten afgelopen week over de criminaliteit op het platteland. Dit naar aanleiding van een brief van de twaalf Commissarissen van de Koning in Nederland. De Brabantse CDA-fractie is geschrokken van deze berichtgeving én van het feit dat de politiecapaciteit in Brabant blijkbaar nog steeds niet op orde is. Al eerder hebben wij onze steun uitgesproken voor de oproep van onze Commissaris aan Den Haag om de Brabantse politie te versterken. Dat blijven wij doen. In dit kader hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In hoeverre hebben Brabantse lobbypogingen in Den Haag extra capaciteit en inzet van politie in Brabant opgeleverd?

02. Wat is nodig om te voorkomen dat Den Haag de belangen van de regio’s, zoals Brabant, niet langer negeert?

03. Het oplospercentage van misdrijven in Brabant lag in 2014 met 24,6% onder het landelijk gemiddelde. In een gemeente als Goirle lag dit percentage op 11,6%, nog veel lager dus. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over opgeloste misdrijven in Brabant? In 2015/2016 bleek ook dat de aanrijtijden van de politie op het Brabantse platteland onder de maat waren. Te vaak werd de maximale aanrijtijd van vijftien minuten niet gehaald. In sommige delen van Brabant was de politie zelfs in bijna één op de twee gevallen te laat. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over de aanrijtijden van de politie in Brabantse plattelandsgemeenten?

In opdracht van de provincie evalueerde een commissie van experts de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant, een wet die moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Het doel van deze evaluatie was om alertheid waar nodig te vergroten. Uit het rapport van de commissie blijkt dat Brabant deze wet goed uitvoert. De commissie constateerde echter ook dat verschillende Brabantse (plattelands)gemeenten de Wet BIBOB nog niet of onvoldoende toepassen. Geen goed signaal gegeven de berichten dat criminelen vrij spel hebben op het Brabantse platteland. Het CDA vindt dat we behalve onze politiecapaciteit ook onze eigen (veiligheids)zaken in Brabant goed op orde moeten hebben. Klaarblijkelijk is dit nog niet het geval en daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

04. Wat gaat u als provincie richting gemeenten doen om, met dit rapport in de hand, de aanpak van criminaliteit in Brabant te verstevigen?

De commissie die de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant heeft geëvalueerd, doet een aantal zinvolle aanbevelingen.

05. Ten eerste adviseert de commissie om bij bijvoorbeeld een vergunningaanvraag een integriteitscheck te laten uitvoeren door de vakafdelingen zelf. Bent u van plan dit advies op te volgen in uw eigen organisatie en processen?

06. Ten tweede stelt de commissie voor het bewustzijn van de provinciale organisatie rondom (georganiseerde) criminaliteit te verbeteren. Hoe bent u van plan dit op te pakken?

07. Ten derde pleit de commissie ervoor om ambtenaren die actief betrokken zijn bij bedrijven waarop de Wet BIBOB van toepassing is te screenen. Bent u van plan dit vanaf heden te gaan doen?

08. Ten vierde doet de commissie aanbevelingen om goede, integere bedrijven minder te belasten met BIBOB-onderzoeken en tegelijkertijd malafide bedrijven te blijven aanpakken:

  1. Het zou eenvoudiger moeten worden om integere bedrijven die regelmatig vergunningaanvragen doen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van het BIBOB-instrumentaruim. Bijvoorbeeld door deze op een ‘witte lijst’ van goede praktijken te plaatsen of een certificaat te geven.
  2. Is het mogelijk om integere bedrijven simpelere en snellere procedures te laten doorlopen? Bent u van plan om dit toe te passen?
  3. Is het mogelijk om naast een ‘witte lijst’ ook een ‘zwarte lijst’ met malafide bedrijven en organisaties op te stellen om handhaving gemakkelijker te makenIn hoeverre is het (wettelijk) mogelijk om deze lijst te delen met Brabantse gemeenten om hen te ondersteunen en te waarschuwen voor de activiteiten van criminelen?
  4. Als alternatief voor een ‘zwarte lijst’ zou de provincie risicoprofielen van sectoren en bedrijfstypen kunnen opstellen. Een lijst hiervan zou de provincie geanonimiseerd kunnen delen met andere overheden om deze te helpen met toepassen van de BIBOB. Bent u bereid deze mogelijkheid te onderzoeken op haalbaarheid?

09. Ten vijfde raadt de commissie aan om meer informatie over de BIBOB en informatie over toezicht en handhaving te delen met andere overheden en tussen overheden onderling. Welke wettelijke ruimte hebt u hier op dit moment voor en hoezeer staat privacywetgeving het delen van informatie in de weg?

10. Ten zesde concludeert de commissie dat niet alle Brabantse gemeenten de BIBOB-wet (goed) toepassen. Dit leidt ertoe dat criminelen bepaalde gemeenten misbruiken voor hun activiteiten.

  1. Hoe bent u van plan om álle Brabantse gemeenten de Wet BIBOB actief en zorgvuldig te laten toepassen?
  2. Bent u bereid om het zorgvuldig toepassen van de Wet BIBOB als criterium en onderzoeksvraag onderdeel te maken van het proces ‘Veerkrachtig Bestuur’?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en René Kuijken

CDA in actie voor veiliger Hazeldonk

Het CDA wil dat de verzorgingsplaats bij grensovergang Hazeldonk z.s.m. beter wordt beveiligd. Hiertoe hebben de christendemocraten deze week schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Infrastructuur & Milieu, het provinciebestuur van Noord-Brabant én het college van B&W van Breda.

Aanleiding voor deze vragen waren twee werkbezoeken aan Hazeldonk in maart en juni van dit jaar. Tijdens beide werkbezoeken bleek dat truckers die Hazeldonk aandoen steeds vaker doelwit zijn van internationale bendes, die het hebben gemunt op hun lading en voertuigen. Een bewaakte truckparking had vorige maand klaar moeten zijn, maar is tot op heden nog steeds niet operationeel. Heel zorgelijk, vindt het CDA, dat de minister en haar regionale en lokale collega-bestuurders oproept om tempo te maken.

Behalve over de veiligheid maakt het CDA zich óók zorgen over de leef- en bereikbaarheid op Hazeldonk. Zo is er op de verzorgingsplaats een groot tekort aan toiletten en wasruimtes, wat leidt tot overlast en vervuiling. Niet alleen truckers, maar ook pauzerende gezinnen met kinderen hebben daar onder te lijden.

Het op Hazeldonk gelegen bedrijventerrein is bovendien niet bereikbaar per fiets of openbaar vervoer, waardoor ondernemers er niet in slagen openstaande vacatures in te vullen met werkzoekenden uit de regio. “En dat terwijl 5% procent van de Brabanders werkloos is. Ongelooflijk.” Aldus het Brabantse Statenlid Ankie de Hoon. Zij en haar CDA-collega’s uit Brabant en Breda, de gemeente waar Hazeldonk ten dele onder valt, zijn blij met de steun uit de Tweede Kamer.

Peter Elbertse, fractievoorzitter te Breda: “De problemen op Hazeldonk zijn van verschillende aard en niet door één overheid op te lossen. Samenwerken is dan ook een must. Als betrokken CDA-fracties wisten wij elkaar snel te vinden, we hopen de verantwoordelijke bestuurders ook.”

CDA Tweede Kamerleden Erik Ronnes en Martijn van Helvert over de situatie op Hazeldonk: “De omstandigheden op Hazeldonk zijn erbarmelijk. Truckers lopen gevaar en worden aan hun lot overgelaten. Dat mag niet gebeuren en dus komt het CDA zowel landelijk, provinciaal als lokaal in actie. Samen met onze Statenleden en plaatselijke afdelingen willen wij dat de problemen op Hazeldonk zo snel mogelijk worden opgelost.”

Schriftelijke vragen over de problemen op Hazeldonk

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Huseyin Bahar over de problemen op verzorgingsplaats/bedrijventerrein Hazeldonk.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Hazeldonk.

Geacht college, 

Op 17 mei jl. lazen wij via dagblad BN De Stem het bericht Bewaakte parking Hazeldonk nog lang niet klaar1.

Naar aanleiding van deze berichtgeving én een werkbezoek aan Hazeldonk op 2 juni jl. heeft de fractie van het CDA voor u de volgende vragen: 

01. Bent u bekend met het bericht Bewaakte parking Hazeldonk nog lang niet klaar2?

02. Vrachtwagenchauffeurs, ondernemers en andere bezoekers en gebruikers van Hazeldonk ervaren verschillende problemen t.a.v. de bereikbaarheid, veiligheid én leefbaarheid. Zijn deze problemen zijn bij u bekend?

03. Lost volgens u de aanleg van de nieuwe, bewaakte truckparking, die al in mei open had moeten zijn, het huidige tekort aan parkeerplaatsen voor vrachtwagens tijdens piekmomenten structureel op?

04. Net als veel andere bedrijventerreinen in Brabant zijn de bedrijven op Hazeldonk niet bereikbaar per openbaar vervoer of per fiets, wat het voor ondernemers moeilijk maakt om openstaande vacatures in te vullen met werkzoekenden uit de regio.

  1. Erkent u dat dit een probleem is?
  2. Wat kunt u voor de ondernemers op Hazeldonk betekenen om dit probleem op te lossen?

05. Klopt het dat er op Hazeldonk meer dan gemiddeld sprake is van overlast en criminaliteit, zoals diefstal van voertuigen en ladingdiefstal? Kunt u ons hierover actuele en relevante cijfers (laten) overleggen?

06. Op welke wijze(n) worden dergelijke overlast en criminaliteit tegengegaan en wat is handhavingsbeleid daaromtrent?

07. Is de sanitaire capaciteit voldoende voor het aantal mensen dat Hazeldonk nu aandoet of in de toekomst aan zal doen? En wie is verantwoordelijk voor uitbreiding indien nodig?

08. Verwacht u dat gelet op de ontwikkelingen in de landen om ons heen, zoals de tolheffing in België en Duitsland, het Duits verbod op cabinekamperen en een toename van het internationale goederenvervoer gevolgen hebben voor Hazeldonk? Indien ja, welke gevolgen?

09. Bent u bekend met het bericht Europese miljoenen voor aanleg truckparkings op komst2?

10. In hoeverre is een tekort aan financiële middelen (mede)oorzaak van de problemen die op Hazeldonk zijn ontstaan?

11, In Limburg betaalt de provincie mee aan het beveiligen van truckparkings, zoals die bij Venlo, om zo o.a. de tarieven voor vrachtwagenchauffeurs te beperken. Op welke wijze(n) draagt de provincie Noord-Brabant, financieel of anderszins, bij aan een veilige en betaalbare truckstop op Hazeldonk? Welke rol ziet u daarbij voor de provincie?

12. Wat kunt u als provincie doen om de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid op en rond truckparkings en verzorgingsplaatsen in Brabant structureel te verbeteren?

13. Bent u bereid om op korte termijn met de minister van Infrastructuur en Milieu, de colleges van B&W van de gemeenten Zundert en Breda én met bedrijvenvereniging Logistic Center Hazeldonk-Meer (LCHM) in gesprek te gaan over de aard en omvang van de problemen op Hazeldonk en hoe deze zo spoedig mogelijk te verhelpen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Huseyin Bahar

1 Zie http://www.bndestem.nl/breda/bewaakte-parking-hazeldonk-nog-lang-niet-klaar~aa63f016/ (d.d. 17 mei 2017).

2 Zie http://www.bndestem.nl/breda/bewaakte-parking-hazeldonk-nog-lang-niet-klaar~aa63f016/ (d.d. 17 mei 2017).

3 Zie https://truckstar.nl/plan-aanpak-en-europese-miljoenen-aanleg-truckparkings-op-komst/ (d.d. 15 mei 2017).

Spreektekst Stijn Steenbakkers – Debat over fondsbeheer door provincie Noord-Brabant

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant

Evaluatie Zuidelijke Rekenkamer Informatievoorziening investeringsfondsen N-B

(09-06-2017)

Voorzitter,

Vandaag gaat het weliswaar niet over de inhoud van de fondsen, maar tóch een winstwaarschuwing vooraf. Het is helaas een dubbele inbreng geworden: positief zeker, maar óók zeer kritisch. Aan de ene kant kunt u denken ‘jammer, we krijgen het als GS wéér over ons heen’, aan de andere kant kunt u het ook positief oppakken en bedenken…

‘dat de scherpste kritiek het grootste bewijs is van belangstelling, betrokkenheid en gevoel van verantwoordelijkheid’.

Want voorzitter, vandaag bespreken we hier een cruciaal en glashelder rapport van de Zuidelijk Rekenkamer. Met als centrale vraag: wat is de kwaliteit van de informatie die PS ontvangt over de investeringsfondsen van GS? Heel simpel op het eerste gezicht.

Maar voorzitter, dit is geen formeel, procedureel afvinkmoment. Het raakt de daadwerkelijke kern van onze controlerende taak. Feitelijk is de vraag: krijgen wij informatie die van een voldoende niveau is om onze controlerende functie goed te kunnen invullen t.a.v. de investeringsfondsen?

Voorzitter, waarom is dit dan een cruciaal rapport? Historisch zelfs, in de ogen van het CDA. In 2013-2014 is er in totaal een half miljard euro geïnvesteerd in deze fondsen. Voorzitter, in dit huis vliegen de nullen je soms om de oren, maar ik herhaal het toch nog maar even: een half miljard euro, één van de grootste autonome investeringspaketten ooit gedaan door een regionale overheid in Noordwest-Europa.

240 miljoen euro werd niet-revolverend gereserveerd voor natuur via het Groenfonds. De rest revolverend 125 miljoen euro voor innovatie, 60 miljoen euro voor energie, 50 miljoen euro voor snelle verbindingen en 25 miljoen euro voor cultuur.

Voorzitter, dit deden onze voorgangers met een reden. Dit deden ze, zo valt te lezen, om:

  • concrete ambities voor Brabant te verwezenlijken;
  • concrete tastbare resultaten te bereiken;
  • en om vernieuwende dingen te ontwikkelen die Brabant op het gebied van economie, natuur, cultuur en energie verder zouden helpen.

En beste collega’s, wij zijn er om te controleren of dit geld goed wordt besteed. Wij zijn er om de voortgang te monitoren. Collega’s, voor die controle zijn we zelfs politiek eindverantwoordelijk. Niet GS, niet de fondsen. maar PS controleert uiteindelijk of er met deze enorme bak aan belastinggeld daadwerkelijk voldoende van de grond komt, er daadwerkelijk voldoende, concrete resultaten worden gehaald. Uiteraard doen we dat in goede samenwerking met alle stakeholders, zoals GS, verbonden partijen en de fondsen. Maar de uiteindelijke afweging ligt hier: bij PS.

Maar voorzitter, hiervoor zijn we voor een groot deel afhankelijk van de kwantiteit en kwaliteit van de informatie die GS ons toestuurt. En collega’s, dan lees je dit rapport van de Zuidelijk Rekenkamer vandaag. En hier worden stevige uitspraken gedaan. Een aantal fondsen is op orde, hulde daarvoor en daarover later in de inbreng ook zeker meer, maar voor een tweetal fondsen (Brabant C maar m.n. het Groenfonds) lezen we dat het onder de maat en niet volgens afspraak verloopt. Voorzitter, een aantal constateringen zorgen bij het CDA voor grote zorgen. Luistert u even mee naar de opsomming van de Zuidelijke Rekenkamer.

1. Om te beginnen een algemeen punt. De provincie blijkt haar informatievoorziening, huishouding én archivering niet geheel op orde te hebben:

  • de Zuidelijke Rekenkamer moet herhaaldelijk zaken verzoeken,
  • moet herhaaldelijk richting de fondsen om info te krijgen; en
  • moet herhaaldelijk moeite doen om de juiste info boven tafel te krijgen.

Hoe kan dit? Dit zou een persoon of bedrijf die een vergunning op wat voor gebied dan ook moet aanvragen bij de provincie eens moeten doen! Kortom, wij verwachten het wel van derden, maar zelf hebben we het nog niet helemaal op orde. Gelukkig erkent GS dit in haar reactie en wordt hier aan gewerkt.

2. Voorzitter, punt 2, onze grootste zorg: het Groenfonds. Hier worden enkele stevige constateringen gedaan. Voorzitter, we hebben hier bij de Jaarrekening al aandacht aan besteed, maar toch even de belangrijkste constateringen van de Zuidelijke Rekenkamer uit het rapport:

  • de uitgangssituatie is nog niet duidelijk;
  • er wordt, zo schrijft de Zuidelijke Rekenkamer, überhaupt nauwelijks gerapporteerd over de afgesproken ‘kritische prestatie-indicatoren’ (KPI’s);
  • zo wordt over de omvang van de categorieën (c>a) en de multiplier niets gemeld, omdat de realisatie tot nu minimaal is;
  • over een derde KPI (gewogen mate van spreiding) wordt niets gemeld, omdat de provincie deze niet relevant vindt voor het fonds, huh?; en
  • over een vierde KPI (mate van uitputting) wordt gesteld dat deze niet meetbaar is en dat men op zoek gaat naar een nieuwe indicator;
  • daarnaast is informatie inconsistent, verwarrend en onnauwkeurig, bijvoorbeeld de KPI mate van uitputting van het Groenfonds;
  • en áls er al informatie wordt gemeld gebeurt dit op verschillende plekken, wat lastig zoeken is voor PS;
  • zo wordt er bij de begroting in één keer onder een ‘eigen productgroep’ gerapporteerd.

Samengevat: er wordt nauwelijks iets gemeld en als er al iets wordt gemeld, is het vaak moeilijk met elkaar te rijmen. Collega’s, heel simpel samengevat: op basis van deze info hebben we hier alle 55 op dit moment dus gewoon geen flauw idee wat er gebeurt met een pot van 240 miljoen euro Brabants belastinggeld. Dit maakt controle vanuit PS over het Groenfonds onmogelijk. Al bij de behandeling van de Jaarrekening merkte het CDA op dat dit niet langer kan en hebben wij daarom o.a. met GroenLinks aanvullende vragen gesteld. Wij begrijpen dat deze vragen inmiddels zijn behandeld in GS en hebben ook het laatste memo van de gedeputeerde gezien. Dank voor de snelle reactie. Wij zijn vooralsnog blij met zijn constructieve houding om de cijfers z.s.m. boven tafel te krijgen, maar begrijpen dat dit iets langer gaat duren dan wij hadden gehoopt. Wij hebben hier begrip voor, maar willen nogmaals plenair benadrukken dat we de initieel afgesproken KPI’s z.s.m. op tafel willen hebben. Kan de gedeputeerde ons gerust stellen dat hij hier druk mee bezig is én dat de gevraagde informatie z.s.m. bij de Staten komt? En wanneer hij dit moment verwacht? En kan hij hierbij aanhaken op de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) zoals ook de andere fondsen doen.

3. Voorzitter, punt 3: het Brabant C fonds. Dit gaat over een stuk minder geld, maar desalniettemin blijft het 25 miljoen euro. Dat goed en conform de afspraken besteed moet worden. Ook op dit fonds hebben wij meerdere op- en aanmerkingen:

  • informatie over indicatoren verschilt door documenten in de P&C-cyclus heen;
  • er zijn geen KPI’s geformuleerd.

Voorzitter, ook dit behoeft verbetering, maar het CDA vindt dat we hier ook onszelf als Provinciale Staten moeten aankijken. Bij de start was immers afgesproken dat we meer concrete KPI’s zouden afspreken, maar dit is tot nu toe simpelweg nog niet gedaan. Maar hier hebben we dus ook zelf als PS kennelijk nog onvoldoende achteraan gezeten. Wij zouden dit graag z.s.m. in samenspraak met de gedeputeerde willen doen. Graag een reactie van mijn collega’s en van GS of we dit z.s.m. kunnen bespreken.

Voorzitter, tot nu toe veel ijzige, koude maar volgens ons ook noodzakelijke woorden. Maar voorzitter, u kent het CDA óók als een Brabantse, gezellige en warme partij. Het warme deel van de inbreng begint nu. Gaat u er maar eens goed voor zitten. De zorgen die wij namelijk hebben bij het Groenfonds en in mindere mate bij Brabant C, hebben wij bijvoorbeeld niet bij het Innovatiefonds. KPI’s worden concreet en op tijd aangeleverd en wanneer over een indicator nog niet volledig kan worden gerapporteerd (bijv. revolverendheid), meldt men in ieder geval concrete afgeronde prestaties op deelprojecten. Voorzitter, het CDA wil hier grote complimenten geven aan het fonds en de verantwoordelijk gedeputeerde Pauli.

4. Voorzitter, tot slot: u hebt het woord revolverendheid nog niet gehoord. Cruciaal voor het CDA. Daar wil ik het nog even over hebben. Voor alle fondsen behalve het Groenfonds is revolverendheid een groot aandachtspunt. Wij snappen hier echter ook de reactie van GS wel dat dit tot nu toe nog moeilijk is te rapporteren. Wij lezen echter in de reactie van GS dat men dit vanaf nu op alle fondsen waar het betrekking op heeft (Innovatiefonds, Energiefonds, Breedbandfonds en Brabant C fonds) gaat doen. Als wij dit mogen noteren als harde afspraak, is dit vooralsnog voldoende voor het CDA. Graag een bevestiging van de gedeputeerde.

Voorzitter, rest mij om de Rekenkamer hartelijk te danken voor het uitstekende rapport en, ondanks de soms wel zeer positieve uitleg van onderdelen van het Rekenkamerrapport in de reactie van GS, willen wij ook GS danken voor een aantal constructieve reacties op het rapport. Wat ons betreft op onderdelen een voorbeeld van hoe kritische blikken van de verschillende partijen (ZRK, Staten en GS) elkaar scherp houden t.b.v. een beter openbaar bestuur.

Tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers Evaluatie ZRK Informatievoorzieningen investeringsfondsen NB (9 juni 2017)

Ankie de Hoon over de nachtbus

Ankie de Hoon is in Provinciale Staten o.a. woordvoerder Verkeer & Vervoer. Op 9 juni jl. stelde zij samen met Huseyin Bahar schriftelijke vragen over de nachtbus.

De provincie Noord-Brabant wil een proef met een nachtbus op 1 juli a.s. voortijdig beëindigen. Het CDA wil dat de nachtbus blijft rijden tijdens grote evenementen en met carnaval, op die momenten dat er veel behoefte is aan deze vorm van vervoer.

Op 12 juni sprak radiomaker Erik van Vliet met Ankie de Hoon over het voorstel van het CDA. Dit interview terugluisteren kan via het audiobestand hieronder.

Schriftelijke vragen over tweedeling Brabantse samenleving

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Geacht college, 

De verkenning Mind the Gap van kennisplatform BrabantKennis doet bij het CDA alle alarmbellen rinkelen. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter wordt. Hoog- en laagopgeleiden leven langs elkaar in plaats van met elkaar. Hierdoor kennen en ontmoeten Brabanders elkaar niet meer en leven ze in kleine groepen gelijkgestemden, in aparte wijken voor hoger- dan wel lageropgeleiden.

Om deze tweedeling tegen te gaan, doet BrabantKennis gelukkig een aantal zinvolle aanbevelingen. Hieronder de oproep tot het in stand houden van buurtvoorzieningen, tradities en evenementen. Dát zijn immers de plekken en momenten waar mensen elkaar ontmoeten, zoals tijdens het spelen van een partijtje voetbal, het vieren van carnaval of in de activiteiten van organisaties als ouderenbonden en vrouwenverenigingen.

Daarnaast pleit BrabantKennis ervoor om mensen beter voor te bereiden op onze ingewikkelde samenleving. We moeten Brabanders de vaardigheden en mogelijkheden geven om te kunnen blijven meedoen.

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Onderschrijft u de conclusie van BrabantKennis dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter en dieper wordt?
  2. Bent u van plan om de bevindingen van BrabantKennis te gebruiken als nieuwe input voor uw beleid omtrent ‘Sociale Veerkracht’?
  3. De meeste Brabanders zijn doeners en geen denkers, stelt BrabantKennis. Wat betekent deze observatie voor uw plannen omtrent ‘Sociale Veerkracht’? Moeten deze niet juist concreet en klein worden gehouden in plaats van breed en abstract (bijvoorbeeld door het betalen van promovendi)?
  4. Mensen ontmoeten elkaar in verenigingsverband, op sportclubs en tijdens evenementen als carnaval. In hoeverre bent u het met het CDA eens dat we als provincie deze ontmoetingen verder moeten stimuleren en faciliteren?
  5. Buurtvoorzieningen zijn een andere manier om ontmoeting tussen en door groepen heen mogelijk te maken. De provincie Noord-Brabant heeft o.a. via de zgn. ‘doe-budgetten’ langere tijd met succes ingezet op het concreet verbeteren van buurtvoorzieningen. Bent u, in het licht van de aanbevelingen van BrabantKennis, bereid om in samenwerking met gemeenten opnieuw in te zetten op het vernieuwen en verbeteren van buurtvoorzieningen?
  6. Tegelijk met het verdiepen van de tweedeling zien we nieuwe vormen van samenwerking ontstaan. Bijvoorbeeld coöperaties, platformen, burgerinitiatieven en sociale ondernemingen. Deze initiatieven stranden echter nog té vaak door onnodige problemen en door de overheid opgelegde beperkingen. Hoezeer hebt u voor elk van deze vernieuwende vormen in beeld tegen welke problemen, (wettelijke) beperkingen en moeilijkheden men aanloopt?
  7. Om te kunnen blijven meedoen in onze samenleving is een aantal vaardigheden onmisbaar. Te denken valt aan het gebruiken van digitale middelen, het spreken van de Nederlandse taal en het creëren van een vriendennetwerk. Deelt u de mening van het CDA dat de provincie deze vaardigheden actief moet stimuleren bij doelgroepen die dat nodig hebben?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

CDA: herkansing nachtbus tijdens evenementen

Het CDA in de provincie Noord-Brabant wil dat de nachtbus een herkansing krijgt tijdens Brabantse evenementen. De partij gaat hiertoe schriftelijke vragen stellen aan het Brabantse provinciebestuur.

Recent maakte de provincie Noord-Brabant bekend dat zij een lopende proef met de nachtbus op 1 juli a.s. voortijdig gaat beëindigen. Als belangrijkste reden hiervoor noemt verantwoordelijk gedeputeerde Van der Maat dat te weinig mensen van de nachtbus gebruik maken en deze daardoor niet kostendekkend is. Alleen met carnaval én tijdens een groot evenement, bijvoorbeeld de Groots met een zachte G concerten van Guus Meeuwis, is er sprake van een piek in het aantal nachtbusreizigers.

Nu het festivalseizoen is begonnen en er tal van grote zomerevenementen aankomen, vraagt het CDA zich, net als verschillende andere partijen, af of de proef met de nachtbus wel een eerlijke kans heeft gekregen. Het CDA stelt voor het resterende geld dat voor de proef was gereserveerd in te zetten om ervoor te zorgen dat de nachtbus blijft rijden met carnaval én tijdens grote evenementen. “Dus tijdens die momenten dat de nachtbus volgens de gedeputeerde wél vol zit”, aldus Statenlid Ankie de Hoon.

De vijf grootste Brabantse gemeenten, die hebben meebetaald aan de proef, zouden inspraak moeten krijgen bij het bepalen van de momenten waarop inzet van de nachtbus is gewenst.

Statenlid Ankie de Hoon, woordvoerder verkeer en vervoer:

“Als CDA pleiten wij voor zoveel mogelijk vervoer op maat, waarbij het OV-aanbod aansluit op de wens van de OV-reiziger. Aan een nachtbus blijkt met carnaval en tijdens evenementen grote behoefte te zijn. Wij willen dan ook dat de nachtbus blijft en op deze piekmomenten wordt ingezet.”