Opinie Ton Braspenning & René Kuijken over toekomst veehouderij

Voor de boeren in Brabant is het vijf voor twaalf.

De landbouw moet vernieuwen én verduurzamen. Dat vindt ook het CDA. De samenleving verandert en stelt nu andere eisen aan volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn dan 50 jaar geleden. Terecht.

Tegelijkertijd hebben we, in Nederland, meer dan 17 miljoenen monden te voeden. Alleen al in Brabant dragen duizenden boerenfamilies bij aan die enorme opgave. Ook zij zien in dat het boerenbedrijf van vandaag niet hetzelfde is als dat van morgen.

Vernieuwen en verduurzamen doe je echter wel op een eerlijke manier. Lange tijd hadden wij het vertrouwen dat VVD, SP, D66 en PvdA, de partijen die het nu in Brabant voor het zeggen hebben, dat óók voor ogen hadden.

Vernieuwen en verduurzamen vraagt tijd, geld en draagvlak. Van de provincie kregen de Brabantse boeren tot 2028 de tijd om de kostbare maatregelen te nemen, die nodig zijn om de uitstoot van stikstof te verminderen. Een krappe maar haalbare datum, vond het CDA. Te meer omdat veel boeren al grote milieu-investeringen hebben gedaan, de marges in de sector dusdanig klein zijn dat er weinig investeringsruimte is én omdat een groot aantal boeren waarschijnlijk versneld stopt.

Maar nu: nu vervroegt de provincie zonder inspraak en overleg de deadline naar 2020. Dit dwingt veel boeren om vervroegd te kiezen: dure extra investeringen doen óf stoppen. Zulke ingrijpende regels maar liefst 8 jaar naar voren halen: in geen enkele andere sector zou dát kunnen.

Van de SP, PvdA en D66 kan je dit verwachten. Maar wat doet de VVD? Ooit waren de liberalen voor minder regels en meer ondernemerschap, nu helpen ze bij het omvallen van familiebedrijven en de leegloop van het platteland.

Boerenzoons en -dochters zien namelijk het bedrijf van hun ouders aan telkens veranderende regels en negatieve publiciteit ten onder gaan. Zij maken andere toekomstplannen en willen het bedrijf niet overnemen. De meeste boeren hebben om aan de nieuwe eisen te voldoen een lening van de bank nodig. Banken geven deze lening alleen maar, wanneer de boeren deze kunnen terugbetalen. Dit kan vaak alleen maar door bedrijfsuitbreiding. Maar naast de extra vroege milieu-investeringen wil de provincie nu óók nog eens dat boeren die oude milieuvervuilende stallen willen vervangen door grotere milieuvriendelijkere stallen gaan betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit zorgt voor een dusdanige financiële drempel dat veel boeren worden gedwongen om te stoppen en dat veel boerendochters en -zoons er niet over piekeren om het bedrijf over te nemen.

Noemen we dit vernieuwen en verduurzamen? Het CDA niet. Wij zien aan de ene kant een sector die dichtgeregeld wordt, die moet vechten voor haar imago, en die niet weet waar zij aan toe is a.g.v. nieuwe en telkens veranderende regels. We zien keihard werkende mensen voor een loon tegen de armoedegrens. Aan de andere kant zien we een provincie die zich een uiterst onbetrouwbare overheid toont. De hardwerkende boer krijgt de rekening én het stigma van vervuiler opgeplakt.

De provincie vat haar landbouwbeleid samen als People – Planet – Profit. Het CDA duidt het als Oneerlijk – Onbetrouwbaar – Onzorgvuldig. Zo verdwijnen niet alleen de boeren, maar ook het boerenverstand uit onze provincie.

Ton Braspenning en René Kuijken zijn beiden Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Opinie René Peters – Naar Den Haag

Tijdens het partijcongres van 12 november in Veghel is de kieslijst definitief vastgesteld. Als nummer drie van het CDA ga ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dus naar Den Haag. Een hele stap. En best spannend ook. Maar met mijn ervaring en manier van werken kan ik daar wel wat toevoegen.

Als wethouder sta je dicht bij de praktijk. De afgelopen jaren heb ik me met hart en ziel proberen in te zetten voor mensen die ik vaak letterlijk kon zien en spreken. Daar ligt mijn kracht en drive. Ik wil de politieke wereld en de echte wereld met elkaar verbinden. En dat kan alleen door veel contact te hebben met mensen om wie het gaat.

Den Haag ligt ver van Brabant. Zo ervaren veel mensen het. En eerlijk gezegd heb ik dat ook zo ervaren. Zaken die (met alle goede bedoelingen) in Den Haag worden bedacht, werken in de praktijk soms anders uit dan voorzien. En dat geeft veel onzekerheid. Bijvoorbeeld binnen de (jeugd)zorg, het onderwijs en de participatiewet.

Dat kan anders. En dat moet anders. Niet door te polariseren maar door te verbinden. Door uit te gaan van mensen en hun omgeving in plaats van de Haagse werkelijkheid. Ik woon in Oss. En ik blijf in Oss wonen. Maar ik ga Den Haag dichter bij Brabant brengen. En de politiek dichter bij de mensen en de praktijk. Gemakkelijk zal het niet worden. Maar noodzakelijk is het wel. Ik heb er zin in.

Blog van Inge van Dijk

Beste mensen,

Graag wil ik u even bijpraten over waar we als bestuur momenteel druk mee zijn. Dit wil ik doen door u even mee te nemen in een aantal van de bestuurscommissies en waar deze nu mee bezig zijn.

Campagnecommissie
Afgelopen zaterdag hebben we met de campagneleiders van de lokale afdelingen bij elkaar gezeten om af te trappen naar de Tweede Kamerverkiezingen in 2017. Maar ook om voor te bereiden op de gemeenteraadsverkiezingen in 2018, die eerder hier zijn dan we nu soms beseffen. Een groot deel van onze 63 afdelingen waren er. Een aantal helaas ook niet. Hopelijk kunnen we tijdens de volgende bijeenkomst alle afdelingen begroeten. (deze bijeenkomst is op 11 november aanstaande om 19:00uur in Veghel)
De eerste 5 Brabantse kandidaten hebben zich op deze zaterdag voorgesteld aan de afdelingen. Daarna heeft Hans Janssens (campagneleider landelijk) ons meegenomen in de landelijke campagnestrategie. Ten slotte kregen we een workshop social media wat weer tot inspiratie heeft geleidt. De actie van 5 november (Kansen zien) is ook toegelicht en we reken dan ook op deelname van alle afdelingen. Hoe meer er meedoen hoe groter de exposure. Ik geloof dat als we dit goed aanpakken dit landelijk opgemerkt gaat worden: HEEL BRABANT GROEN!

HRcommissie
De komende weken zullen de lokale voorzitters een mail ontvangen met het verzoek deze aan te vullen. In de mail treft u een overzicht aan van de mensen die bij ons bekend zijn die actief zijn binnen uw afdeling. We zouden u willen vragen ons te willen helpen met het vullen van onze HR databank. We willen namelijk graag weten welken mensen bepaalde ambities hebben, opleidingsbehoeften, talent waar we iets mee moeten enzovoort. Met dit inzicht gaan we vervolgens aan de gang om onze mensen ook kansen te geven waar mogelijk. Maar alles start met inzicht dus deze stap moet echt snel gezet worden.

Commissie Afdelingsversterking
Ook deze commissie gaat deze maand opstarten. Het idee is afdelingen die hulp nodig hebben deze ook te bieden. Dat kan op allerlei manieren zijn maar moet vooral passen bij de betreffende afdeling. De problematieken die in deze commissie aan bod komen zijn enthousiasmeren, groei van de afdeling, nieuwe ideeën enzovoort. Samengevat: zorgen dat afdelingen klaar zijn voor de komende gemeenteraadsverkiezing en de 4 jaar daarna.

Dit was in vogelvlucht even een bijpraatblogje.
Vragen, ik hoop dat u me weet te vinden.

Groeten, Inge van Dijk (voorzitter CDA Brabant)

D66 maakt van Brabant een wietplantage

Vrijdag werd (helaas) bekend dat het er alle schijn van heeft dat een meerderheid in de Tweede Kamer steun verleent aan een D66-voorstel om wietteelt voortaan te reguleren. De geboorte van ‘staatswiet’ lijkt zo aanstaande. Gelukkig is er geen meerderheid in de Eerste Kamer en zijn er verkiezingen op komst. De weerstand van het CDA en mijzelf is dus absoluut niet gebroken. Wij blijven felle tegenstanders van het reguleren of legaliseren van wiet(teelt).

D66-Kamerlid Vera Bergkamp baseert haar initiatiefvoorstel op vele veiligheidsargumenten. Het reguleren van wietteelt zou een veiligere samenleving opleveren. Er wordt gesteld dat de brandweer minder vaak zou hoeven uit te rukken voor woningbranden veroorzaakt door illegale wietteelt. Daarnaast zou de regulering zorgen voor minder behoefte aan politiemensen en zouden rechtbanken het rustiger krijgen. Niets is echter minder waar. Feit is dat tussen de 80 en 90 procent van de wietteelt in Brabant bestemd is voor de export. Het D66-voorstel reguleert enkel de Nederlandse markt waardoor het slechts 10 tot maximaal 20 procent van de wiet uit de illegale teelt haalt. Dit percentage is nog hoog ingeschat. Het reguleren van wietteelt zal namelijk niet voorkomen dat er nog steeds (sterkere) wiet illegaal wordt verkocht. Illegale wietteelt in woonhuizen zal dus nog steeds op grote schaal voorkomen, de politie zal nog steeds stevig jacht moeten maken op de criminelen die deze teelt organiseren en rechtbanken zullen nog steeds criminelen moeten vervolgen. Dat Brabant, laat staan Nederland, veiliger wordt door deze D66-plannen slaat dus helemaal nergens op.

Sterker nog, het kweken van staatswiet in reguleerde omgevingen zorgt voor meer onveiligheid. Stel u eens voor: de gemeente beslist dat in uw wijk een grootschalige gemeentelijke wietkwekerij wordt gevestigd. De locatie is compleet openbaar waardoor ook criminelen precies weten waar wiet wordt gekweekt en opgeslagen. Nu al zien we dat criminele bendes wietplantages ‘rippen’. Ze rekenen uit wanneer de wiet rijp is voor de oogst, verzamelen een knokploeg en overvallen de kwekerij om alle verse wiet mee te nemen. Overheidskwekerijen zullen het ultieme doelwit voor deze bendes worden. Vrije, openbaar bekende locaties waar vele kilo’s wiet wordt geteeld. Wiet die een straatwaarde van vele tienduizenden euro’s heeft. Drugscriminelen zullen de verleiding niet kunnen weerstaan. Het gevolg? Onveilige gemeentelijke wietkwekerijen in daardoor onveilige wijken die met duur belastinggeld permanent moeten worden bewaakt door bewapende beveiligers.

Gaat Brabant veiliger worden door het D66-voorstel om wiet te reguleren? Het antwoord is absoluut nee. Wiet reguleren is een schijnoplossing, een heilloze weg. Beter is een totaalverbod op zowel productie als verkoop van wiet: een duidelijk beleid dat de overheid in staat stelt sterk te handhaven. Voor een veiliger Brabant.

Opinie Stijn Steenbakkers over Attero

Gastopinie van Statenlid Stijn Steenbakkers in het Brabants Dagblad van 16 september 2016 (pagina 16)

Van 170 miljoen naar een miljard: een neoliberaal sprookje

Buitensporige winst op ons afval

Was de verkoop van Attero wel zo’n ‘uitstekende deal’? Goed dat er een onafhankelijk onderzoek komt.

Stijn Steenbakkers


GASTOPINIE

Stel: u verkoopt uw huis eind 2013 voor 170.000 euro. Binnen anderhalf jaar vindt de nieuwe eigenaar ‘toevallig’ 183.000 euro spaargeld in een oud keukenkastje en zet dit op zijn spaarrekening. Verder investeert hij niet veel in het huis: koopt geen grond bij, vervangt de kozijnen niet en alles blijft enkel glas.

Toch wil de nieuwe eigenaar van al zijn buren extra geld zien. Vanwege ‘goed gedrag’. Ook lijkt het erop dat de nieuwe eigenaar eind 2016 zijn huis voor meer dan 1 miljoen euro kan verkopen.

Klinkt bizar? Toch vat dit verhaal de geschiedenis van afvalverwerker Attero goed samen. Met Brabant als grootste aandeelhouder verkocht een groep provincies en gemeenten Attero – voorheen Essent Milieu – in 2013 voor slechts 170 miljoen euro aan investeringsmaatschappij Waterland. Meteen na de verkoop trekt deze nieuwe eigenaar voor miljoenen euro’s extra leningen aan voor Attero, om dit geld (zo’n 183 miljoen euro) vervolgens aan zichzelf uit te keren. De gehele aankoopprijs is dus in anderhalf jaar tijd terugverdiend.

Bedankje

Attero verwerkt voor veel gemeenten afval. Omdat de inwoners hun afval steeds beter scheiden, kreeg Attero minder afval dan afgesproken in de contracten. Attero’s eigenaar Waterland deelt daarom boetes uit aan gemeenten die te weinig afval aanleveren. Boetes die de belastingbetaler betalen. Een bedankje voor het scheiden van uw afval.

Het kan nóg gekker: de provincie meldt deze week dat Attero alweer door Waterland wordt verkocht. Volgens Reuters aan Chinezen, die er een miljard euro voor over zouden hebben. Desondanks houdt Brabants verantwoordelijk gedeputeerde Pauli vol dat de verkoopprijs van 170 miljoen euro een ‘uitstekende deal’ was. Ik zet daar mijn vraagtekens bij.

Het Attero-dossier roept veel meer vragen op. Vragen die het CDA herhaaldelijk aan Gedeputeerde Staten heeft gesteld. Hoe kan het dat de nieuwe eigenaar zo buitensporig veel dividend uitkeert aan zijn aandeelhouders? Zitten er extra risico’s aan de enorme schuldpositie bij Attero en mag dit zomaar? Was de verkoopprijs wel goed? Waarom krijgen gemeentes boetes van Attero vanwege goed gedrag?

Antwoord krijgen blijkt moeilijk, mede omdat een aantal essentiële documenten geheim zijn. Statenleden uit Brabant en Limburg pleitten onder andere daarom voor een onafhankelijk onderzoek door de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK). Gisteren werd bekend dat dit onderzoek er komt. Gelukkig! De ZRK gaat onderzoeken of de verkoop (en waardering) van Attero juist en zorgvuldig is verlopen én of Provinciale Staten goed zijn geïnformeerd. De resultaten worden begin 2017 verwacht.

Wat die uitkomsten ook zullen zijn, feit blijft dat PS unaniem, op basis van de toen beschikbare informatie, vóór verkoop van Attero hebben gestemd, met veel op- en aanmerkingen. Tegen PS werd gezegd: afval verwerken is geen overheidstaak; de markt kan het goedkoper en beter; en er wordt een goede prijs betaald.

Maar de kernvraag is fundamenteler. Als afvalverwerking geen (kern)taak van de overheid is, waarom dan wel voor de markt? En is een investeringsmaatschappij met een kortetermijnstrategie wel de juiste aandeelhouder? Op de lange termijn kent de afvalbranche grote gevolgen voor maatschappij en milieu. Denk aan het opslaan van afval.

Ik vind dat de economie en politiek van vandaag zijn doorgeschoten in het neoliberale marktdenken; het hardnekkige geloof dat een volledig vrije markt alles beter kan. In een aantal gevallen klopt dit, maar in vele zeker niet. Het is een achterhaalde opvatting uit de 20e eeuw, waar onder andere Ruttes VVD nog steeds trots op is. Ten onrechte.

Het moet gaan om wat optimaal is voor de gehele samenleving op langere termijn. Dienstbaarheid aan de echte, reële economie. Het CDA heeft niets tegen de vrije markt, niets tegen investeringsmaatschappijen en niets tegen mooie winsten maken. Neoliberale excessen moeten echter verdwijnen. Terug naar het gezond verstand, terug naar een op lange(re) termijn gerichte economie, terug naar het derde principe van Sybrand Buma: een eerlijke economie!

Stijn Steenbakkers is Statenlid in Brabant voor het CDA en kandidaat-Tweede Kamerlid

Klik op de volgende link om deze opinie in het Brabants Dagblad in originele opmaak terug te lezen: BD Gastopinie Stijn Steenbakkers.

D66-wiet is schijnoplossing

Het CDA vindt het voorstel van D66 om overheidswiet te (laten) kweken en te verstrekken een onnozel plan. Gereguleerde wietteelt lost het drugsprobleem in Brabant niet op én is een verkeerd signaal naar de samenleving: drugsgebruik is niet normaal en mag dat ook niet worden.

Brabant kampt al jaren met de gevolgen van drugsoverlast en -criminaliteit. Jongeren worden steeds gemakkelijker verleid tot een joint of pil, drugsproducenten dumpen hun afval in de achtertuin van een ander of in de natuur, en achter iedere voordeur kan tegenwoordig een levensgevaarlijke hennepplantage schuilgaan. Naar schatting wordt één op de vijf woningbranden veroorzaakt door een hennepplantage. Met andere woorden: het drugsprobleem in Brabant is groot, we zijn een walhalla voor drugstoeristen en -producenten geworden.

D66 denkt dat overheidswiet dit probleem oplost. Van de in Brabant geproduceerde wiet gaat echter 80% naar het buitenland. Overheidswiet maakt geen einde aan deze buitenlandse vraag en verlost ons dus niet van illegale wietplantages en drugsdumpingen. De ‘D66-wiet’ is dus een schijnoplossing, die wietgebruikers helpt om te blijven gebruiken. Dat moet een overheid niet willen.

En met deze schijnoplossing speelt D66 drugscriminelen in de kaart, door een crimineel feit te gaan legaliseren. Het is alsof je het probleem van hard rijden in een woonwijk oplost door de maximumsnelheid alsmaar te verhogen. Met het voorstel van D66 belanden we op een glijdende schaal, die steeds steiler wordt en niet te stoppen is. Het CDA wil dat voorkomen.

Want behalve wiet vindt D66 óók dat een paar XTC-pilletjes op zak best moet kunnen. Door dit drugsknuffelen gaan mensen drugsgebruik steeds normaler vinden, terwijl drugs schadelijk zijn voor de gezondheid en iemands sociale leven en persoonlijke ontwikkeling ontwrichten. Het roept de vraag op in wat voor provincie wij willen wonen: een provincie waar we drugsgebruik normaal vinden en faciliteren, of een provincie waar we drugsgebruik niet accepteren en verhinderen.

Het CDA kiest voor het laatste en staat voor een drugsvrije samenleving. Hoe meer wettelijke obstakels we kunnen opwerpen om drugsgebruik terug te dringen hoe beter. De drempel om wiet, XTC of andere drugs te gebruiken moet zo hoog mogelijk zijn. Willen we de drugsgerelateerde criminaliteit met wortel en tak uitroeien, dan is een zero tolerance beleid nodig op gemeentelijk, provinciaal én landelijk niveau. Dus géén halfbakken gedoogbeleid of experimenten meer.

Het antidrugsbeleid van burgemeester Petter in Bergen op Zoom is een goed voorbeeld van een drugsaanpak die werkt. Na het sluiten van alle coffeeshops zijn de drugstoeristen daar nagenoeg verdwenen en is het een stuk lastiger geworden om aan drugs te komen. Ook de Taskforce Brabant-Zeeland voert een succesvolle strijd tegen tegen drugscriminaliteit. Wat het CDA betreft krijgt zij méér middelen om haar werk voort te zetten en te intensiveren. En het moet afgelopen zijn met het Nederlandse gedoogbeleid: verbied voortaan zowel de productie als het gebruik van wiet. Met een versterkte politie en veiligheidsketen kunnen we drugsgebruik en -criminaliteit dan stap voor stap verbannen uit onze samenleving.

Dit is een grote opgave die tijd kost en om strijdbare bestuurders vraagt. Onze mooie provincie is die inzet meer dan waard: drugs horen hier niet thuis. Laat de overheid er alles aan doen om ze uit onze samenleving te weren.

Marcel Deryckere
Lid Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA