Lambert van Nistelrooij – Sociaal en vitaal

Als belangrijkste industrieregio in Nederland profiteert ook Brabant van het herstel in de economie. Zowel de grote als de MKB-bedrijven doen het goed. Tegelijkertijd neemt de vraag naar goed opgeleide mensen zo snel toe, dat lang niet alle vacatures vlot worden ingevuld. Hierin ligt een uitdaging, juist ook voor de maakindustrie, om aantrekkelijk en vitaal te blijven. Twee recente activiteiten bevestigen dit.

Op 12 oktober organiseerde ik met bedrijven en vertegenwoordigers van arbeidsmarkt en onderwijs een bijeenkomst, waar aandacht werd gevraagd voor de scholing van werkenden. Om voorop te blijven lopen in de internationale concurrentie moeten onze bedrijven en werknemers zich voortdurend aanpassen aan de ontwikkelingen in de technologie. Hoewel al 80% van de bedrijven hun werknemers scholing aanbieden, ligt dat percentage in de maakindustrie duidelijk lager.

In onze buurlanden wordt scholing gestimuleerd door gelden uit het Europees Sociaal Fonds (het ESF) rechtstreeks via de regio’s in te zetten. In Nederland loopt dit via Den Haag. Als wij ook kiezen voor de regionale aanpak, wordt beter aangesloten bij de vraag van het bedrijfsleven. Daarnaast vraagt de arbeidsmarkt om flexibiliteit en betere aansluiting op de privésituatie, competenties en wensen. En om meer aandacht voor het verbeteren van de toerusting van werkenden op het MBO niveau, het Middelbaar Beroeps Onderwijs.

Bij het moeilijk vervullen van vacatures neemt ook de Europese dimensie toe. Tijdens de Europese Sociale top in november in het Zweedse Gotenburg zijn een groot aantal afspraken gemaakt om te komen tot een betere inzet voor de werkenden. We moeten eerst investeren in eigen werknemers boven de vervanging door werknemers uit andere Europese landen. Bij een aantrekkende arbeidsmarkt dienen de kansen van mensen met een arbeidsbeperking eveneens te worden vergroot. Nu jongeren uit Zuid en Oost Europa in grote getalen hun regio’s verlaten om te gaan werken in West Europa, blijkt onder andere uit de verkiezingen in Polen en Hongarije dat de achterblijvende bevolking een socialer Europa wil.

Zo zien we dat het economisch herstel weer nieuwe vragen oproept. De zorg voor de baan van vandaag en die van morgen is een verantwoordelijkheid van werknemers én werkgevers. Hier ligt een stevige taak voor Brabant. En voor de hier aanwezige maakindustrie, die aan de bak moet om vitaal, economisch en sociaal te blijven. In Brussel en Den Haag ga ik er voor pleiten het Europees Sociaal Fonds decentraal in te zetten.

Blog van de voorzitter: ALV

Beste mensen,

Ik hoop dat 9 december al dikgedrukt in de agenda’s staat. Dan vindt namelijk weer onze ALV plaats. Dit keer zal deze vooral in het teken staan van de gedane coalitieonderhandelingen. We gaan het hebben over de behaalde onderhandelingsresultaat, hoe het nu gaat en wat er aan zit te komen. Onze Brabantse Tweede Kamerleden Erik, René en Madeleine zullen toelichtingen geven en natuurlijk ook uitgebreid antwoorden op vragen.

Voorafgaande aan de ALV is er de mogelijkheid om deel te nemen aan een sessie over landbouw door Jaco Geurts en Ton Braspenning. Na het officiële gedeelte is er ruimte voor een rondleiding op het provinciehuis verzorgt door Ernst van Welij die jullie, kan ik uit eigen ervaring meegeven, op een hele leuke manier kennis laat maken met “de geheimen van het Provinciehuis”.

Na de ALV zal er ook een sessie plaatsvinden met de lijsttrekkers. We willen met de Tweede Kamerleden, die hierbij ook aanwezig zijn, een aantal thema’s die zowel lokaal als landelijk spelen uitwerken. Deze gaan we in groepen gaan uitwerken tot pitch die je kunt gebruiken tijdens de aankomende verkiezingen. De thema’s waar wij aan denken zijn leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid.
Ook willen we de lijsttrekkers onderling verbinden de komende tijd. Met elkaar, met Den Haag en met de Provincie. Zodat er onderling snel geschakeld kan worden, goede suggesties of nice to know snel terecht komen. En de lijsttrekkers een extra hulpmiddel hebben om hun rol stevig in te kunnen vullen.
Ik zal iedere lijsttrekker die bij mij bekend is komende 2 weken even kort bellen om ze persoonlijk uit te nodigen. Maar ook omdat ik graag hoor hoe het gaat en wat jullie eventueel van het CDA Brabant nodig hebben.

Heb je interesse in de deelsessie landbouw om 9:00uur, de rondleiding of lijsttrekkerssessie om 13:00ur? Vergeet je dan niet aan te melden: inschrijfformulier

Tot 9 december op het Provinciehuis!

Leuk als jullie komen.

Inge van Dijk
Voorzitter CDA Brabant

 

 

Lambert van Nistelrooij – Europa anders

Onlangs benadrukte Commissievoorzitter Juncker het nog eens in zijn ‘State of the Union’, zijn jaarlijkse speech voor het Europees Parlement: de situatie in Europa is nu beter dan vorig jaar. Zowel politiek als economisch zijn verbeteringen merkbaar en zichtbaar. Ook komen er in Brussel nieuwe zaken op de agenda, zoals bescherming tegen cybercrime, versterking van de Eurozone en méér inzet op onderzoek en innovatie. Nu de vraag in Zuid-Nederland naar goed opgeleide mensen sterk toeneemt, zijn extra inspanningen nodig om tot oplossingen te komen. Samen met de Buitenlandcommissie van het CDA-Brabant organiseer ik daarom op 12 oktober bij Vanderlande in Veghel een speciale themamiddag.

Door extra investeringen groeit de economie in Europa weer, zelfs meer dan in de Verenigde Staten. Voor de politiek liggen er nog een aantal grote klussen, zoals de onderhandelingen over de Brexit, vorming van een Europese defensie en versterking van de buitengrenzen en van de Euro. Veel wordt verwacht van de samenwerking tussen Merkel en Macron, die vanuit Duitsland respectievelijk Frankrijk een scherper profiel willen geven aan Europa. Een Europa dat haar economie verder vernieuwt en zich houdt aan klimaatverdragen.

Europa moet het hebben van het omzetten van topkennis in het leveren van producten en diensten. Van ‘Bedacht in Europa’ naar ‘Gemaakt in Europa’. Door deze ontwikkelingen komen er ook op gemeentelijk en provinciaal niveau indringende vragen op ons af. In diverse sectoren komen we nu al mensen te kort. Wat kunnen we doen om onze werknemers bij de tijd te houden? Wat kan Europa daarbij betekenen? Tijdens de studiemiddag ‘Internationalisering arbeidsmarkt en scholing van werkenden ‘ ga ik met betrokkenen kijken, hoe we tot een initiatief kunnen komen. Zodat het opleidingsniveau bij bedrijven, vooral op HBO en MBO niveau, wordt verbeterd. Wilt u deelnemen of met mij in gesprek gaan? Ga dan naar www.lambertvannistelrooij.nl.

Opinie Stijn Steenbakkers – ‘Gevraagd: een luis in de pels’

Gastopinie van Statenlid Stijn Steenbakkers in het Brabants Dagblad d.d. 23 september 2017.

Gevraagd: een luis in de pels

Elke week vliegen bij Statenleden de miljoenen zo ongeveer om de oren. Een pleidooi voor een onafhankelijk financieel adviseur.

De Duitse dichter en schrijver Goethe zei eens dat ‘het niet genoeg s, te weten, maar dat men ook moet toepassen; het niet genoeg is, te willen, maar dat men ook moet handelen’. Met die wijsheid in het achterhoofd schrijf ik deze opinie. De afgelopen jaren zijn er uitgebreide rapporten van de Zuidelijke Rekenkamer (het orgaan dat Provinciale Staten van Brabant en Limburg helpt met hun taken) geweest die bevestigen dat de controle vanuit Provinciale Staten, met name op financiële/technische onderwerpen, beter kan. Deze rapporten waren over een breed scala aan onderwerpen: van de investeringsfondsen tot de grondexploitaties, van onderdelen van jaarrekeningen tot het beleid rondom de verkoop van deelnemingen. Een rode draad in deze rapporten was: Provinciale Staten van Brabant, versterk uw controle!

Belangrijke keuzes

Dat deze controle beter kan en Provinciale Staten hierin ondersteund moet worden, is op zichzelf ook niet gek. Je hebt te maken met 55 deeltijdpolitici met verschillende achtergronden bij wie de miljoenen zo ongeveer iedere week om de oren vliegen. Ter illustratie, we nemen besluiten over de Brabantse begrotingen en jaarrekeningen. In 2017 was de begroting bijvoorbeeld circa 1,3 miljard euro groot. Dit geld is verdeeld en wordt uitgegeven over honderden programma’s, regelingen en deelnemingen. Dan hebben we het nog niet eens over wat er in alle investeringsfondsen gebeurt (ook nog eens circa 1 miljard) of welke belangrijke keuzes er gemaakt moeten worden ten aanzien van de spaarpot (geld uit de verkoop van Essent) van Brabant.

En het enge is dat ik soms het gevoel heb dat niet iedereen in Provinciale Staten weet of kan overzien wat de financiële consequenties zijn van de beslissingen die men heeft genomen. Beslissingen waar men wel eindverantwoordelijk voor is! Dat voelt voor mij alsof je in een vliegtuig op 10 kilometer hoogte zit, naar de cockpit loopt, er niemand aantreft, maar wel constateert dat het vliegtuig op de automatische piloot doorvliegt. Dat kan niet.

Ik vind dat er in brede zin onvoldoende financiële controle door ons als Staten is. Wellicht ingegeven vanuit een verleden dat er altijd voldoende financiële middelen aanwezig waren in Brabant (helemaal na de verkoop van Essent). Dat geld kan er misschien wel zijn, maar er is volgens mij niets mis met zuinigheid en kritisch kijken hoe Brabants belastinggeld wordt uitgegeven. Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent. En met aanhoudend lage rentestanden en het verplicht schatkistbankieren (Brabants belastinggeld moet verplicht bij het ministerie van Financiën worden gestald) is ook die grens voor Brabant in zicht.

“Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent”

Eerste stap

Gelukkig ziet ook Provinciale Staten zelf dat er verbeteringen in haar financieel controlerende taak moeten komen. Een nieuwe manier van behandelen en voorbereiden van de jaarrekening is al doorgevoerd. Een goede eerste stap, maar dit gaat naar mijn idee lang niet ver genoeg.

Ik pleit voor een onafhankelijk fulltime financieel adviseur van Provinciale Staten. Die gevraagd en ongevraagd dossiers tot in detail licht en Provinciale Staten op eventuele zere plekken wijst. Een luis in de pels. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit een besef dat een permanente kritische blik voor heel Brabant gewenst is. Iemand die ten bate van Provinciale Staten meekijkt op specifieke financieel-technische dossiers. Iemand die onafhankelijk staat ten opzichte van Gedeputeerde Staten (het dagelijks bestuur) en losstaat van de ambtelijke hiërarchie. Afgelopen jaar is dit meerdere malen geprobeerd, maar keer op keer werden deze moties weggestemd, elke partij om de voor hen moverende redenen.

Maar naar mijn idee moet er nu iets gebeuren, anders kan ik de conclusies van het volgende rapport van de Zuidelijke Rekenkamer al raden! We weten allemaal dat het beter moet. Mijn oproep aan alle partijen is dan ook: denk aan de woorden van Goethe: ‘het is niet genoeg, te weten, men moet ook toepassen; het is niet genoeg, te willen, men moet ook handelen’.

 

 

Lambert van Nistelrooij – BioCan(n)Do!

Om de klimaatafspraken van Parijs te kunnen nakomen moeten we op zoek naar een andere aanpak. Zo zullen we bij het ontwikkelen van nieuwe producten in plaats van aardolie en aardgas steeds meer gebruik moeten van plantaardig materiaal. Om u een indruk te geven van deze aanpak organiseer ik tijdens de kunstroute LandArt Diessen van 31 augustus tot en met 10 september een speciale expositie. Hier heb ik in samenwerking met het project ‘BioCannDo’ zo’n honderd zogenoemde biogebaseerde producten verzameld, van een fruitschaal uit olifantengras tot een complete auto van de TU Eindhoven. Tevens is dit de start voor de actie ‘Let the Stars Shine’, die in 2018 eindigt in een tentoonstelling van de beste initiatieven in Brussel.

Bedrijven die van bio-producten een winstgevende business willen maken, krijgen van verschillende kanten steun. De provincie Brabant is samen met Avans Hogeschool één van de deelnemers in het Europese project ‘BioCannDo’. In dit project ligt de nadruk op de promotie onder het brede publiek. Bijvoorbeeld door aan te geven waar je bio-producten kunt kopen. Deze aanpak wordt in de komende jaren in geheel Europa uitgerold. Vanuit Brussel helpen we initiatiefnemers door een deel van het bedrijfsrisico over te nemen. Hiervoor heb ik in het Europees Parlement 1 miljard euro kunnen vrijmaken, die tot 2020 beschikbaar is om aan te tonen dat het anders kan.

Met acht andere Europarlementariërs hebben we de handen ineen geslagen in het initiatief ‘Let the Stars Shine’. In ons eigen land selecteren we elk de beste initiatieven, die we in Brussel een Europees platform bieden. We laten hen fonkelen als sterren. Afgelopen jaren heb ik al diverse bedrijven ontmoet, waar ik trots op ben. Zo maakt Millvision uit Raamsdonk voor de tuinbouw de Bio-pot, die geheel afbreekbaar is. En gebruikt Rodenburg Biopolymers uit Oosterhout aardappelzetmeel en kokostouw voor mosselbanken in de Waddenzee. Met dit soort bedrijven wil ik ook buiten het Europees Parlement de biogebaseerde aanpak promoten. Omdat het bio based kan: BioCan(n)Do!

Voor meer informatie: www.lambertvannistelrooij.nl.

Column Lambert van Nistelrooij: ‘Let the Stars Shine’

In de aanloop naar het referendum over de Brexit werden de Britten overladen met veel onzin, soms zelfs echte leugens, over Europa. De Europese Commissie heeft hier niet op gereageerd, omdat dit averechts zou werken. Het is daarom tijd voor een herbezinning over de communicatie over en door de EU. Samen met acht collega’s in het Europees Parlement ben ik actief aan de slag gegaan. Wij kiezen er voor, elk in ons eigen land, de burger meer bij Europa te betrekken. Zodat de EU sterren, de mensen die dankzij Europa verder komen, gaan stralen.

De oorzaak van de Brexit, het referendum, ging gepaard met veel onzin. Zo wist de huidige minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson te vertellen dat de EU een maximum gewicht voor doodskisten heeft ingevoerd en dat zij het hergebruik van theezakjes verbiedt. Ook zou Europa de oorzaak zijn van het grote aantal immigranten, dat afgelopen jaren Groot Brittannië is binnengekomen. Terwijl haar multiculturele bevolking vooral bestaat uit personen afkomstig uit landen van het Gemenebest, de voormalige Engelse koloniën.

Het was juist de afwachtende opstelling van de EU, die averechts heeft gewerkt. In mijn boek ‘Let the Stars Shine’ stellen deskundigen dan ook vast, dat de communicatie van de EU niet meer van deze tijd is. Die onvoldoende werkt in deze periode met toenemende twijfel over het EU project en met populistische stromingen die de EU van binnenuit kapot willen maken.

In onze wereld van sociale media moet we als politiek de handen uit de zakken halen en kiezen voor een andere aanpak. Zo moeten we positie kiezen en onze opvattingen over Europa helder uitdragen. Merkel en Macron tonen aan dat dit werkt. Zij overtuigden hun bevolking van een pro-Europese koers. Ook moeten we deelnemers aan EU projecten de mogelijkheid bieden actiever over hun resultaten te communiceren. Bijvoorbeeld door hen extra budget te geven, dat tot 5 jaar na afloop van hun project nog mag worden uitgegeven aan communicatie. Je kunt daarbij denken aan een gids bij natuurherstel of een social media deskundige voor een onderwijsproject.

Al meer dan 10 miljoen studenten hebben meegedaan aan EU stages in het Erasmus programma. Het heeft hen vooruit geholpen in hun verdere loopbaan. Ook in Brabant zijn er in de industrie, land- en tuinbouw, in het onderwijs en op onderzoeksinstituten honderden partners, die met steun van de EU kansen konden grijpen. Hun verhalen doen er toe. Ik ben de komende maanden op zoek naar die verhalen. Wilt u uw verhaal vertellen, meldt u dan aan voor de verkiezing van de beste projecten van de EU en krijg de kans mee te doen aan een expositie in het Europees Parlement begin 2018. Meer informatie: www.lambertvannistelrooij.nl.

Deze column is een samenvatting van de radiocolumn ‘Let the Stars Shine’ van Europarlementariër Lambert van Nistelrooij.

Klik hier om de volledige column te lezen of beluister de column via het audiobestand hieronder:

Opinie Marcel Deryckere: ‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gastopinie van Statenlid Marcel Deryckere in het Brabants Dagblad d.d. 4 augustus 2017.

‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gemeenten én hun inwoners moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie. Zij hebben niet de legitimiteit. Herindelen doe je van onderaf, vindt Marcel Deryckere, lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Vorige maand dook het weer op: het H-woord. H-woord? Ja: Herindelen. Ditmaal in Nuenen, waar de provincie de regie over het herindelingsproces van de gemeente heeft overgenomen.

Wie de jaren negentig heeft meegemaakt, kan zich ongetwijfeld de herindeling uit 1997 herinneren. In dat jaar werden 49 Brabantse gemeenten opgeheven. Traditionele dorpen werden buitenwijken van (middel)grote steden. Dit moest leiden tot lagere kosten en effectiever en efficiënter besturen. Kortom, tot gemeenten die beter presteren en financieel gezonder zijn.

Het jaar 1997 markeerde een van de grootste, maar beslist niet de laatste herindeling in de recente Brabantse geschiedenis. Vorig jaar gingen Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode op in de nieuwe gemeente Meierijstad. In 2019 fuseren Aalburg, Werkendam en Woudrichem tot de gemeente Altena. Onder meer Haaren en Nuenen zijn gemeenten waar op dit moment herindelingstrajecten lopen.

Niet tactvol

Herindelingen verlopen zelden geruisloos en zonder slag of stoot, zoals we recent uit de media konden vernemen ten aanzien van Haaren en Nuenen. De provincie vindt dat beide gemeenten te weinig haast maken en is zich met het proces gaan bemoeien. Niet erg tactvol. Gevolg: verontwaardigde gemeentebestuurders en miskende inwoners. Zij noemen het besluit van de provincie ‘onzorgvuldig’. Ik noem het ook ‘on-Brabants’. In Brabant horen we het samen te doen en niet eenzijdig af te dwingen. Vanuit het centrale belang van de inwoners.

Dat herindelen emoties losmaakt, of zelfs weerstand oproept, is niet vreemd. Het voelt immers als gedwongen verhuizen zonder van je plek te komen. Je adres, huis, buren en paspoort blijven hetzelfde, maar je raakt tegelijkertijd ‘iets’ kwijt. Iets ongrijpbaars. Iets dat je vaak pas mist als je het niet meer hebt. Je zou het ‘identiteit’ kunnen noemen.

Herindelen betekent niet alleen afscheid nemen van een stukje ‘identiteit’, maar óók het inleveren van kleinschaligheid. Opgaan in een groter geheel, in een andere gemeente. En dus anoniemer zijn, slechts één van velen. De vrees voor aantasting van het dorpse karakter van ‘ons kent ons’ is denk ik niet onterecht.

Des te wranger dat we in Brabant aan de ene kant géén megastallen willen, maar aan de andere kant wél megagemeenten. Het liefste van 100.000 inwoners of meer. Maar groter is niet per se beter, maken de fiasco’s bij zorg- en onderwijsinstellingen ons duidelijk. Tóch schreven VVD en PvdA deze ambitie in 2012 nog in hun regeerakkoord. Een plek waar zo’n ambitie mijns inziens absoluut niet thuishoort.

Ik vind namelijk dat gemeentelijke herindelingen van onderaf moeten komen. Gemeenten én hun inwoners zijn degenen die gezamenlijk moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie, want zij hebben niet de (democratische) legitimiteit om deze keuze te mogen maken. Alleen in extreme gevallen van bestuurlijke of financiële wanorde horen zij in te grijpen. Bij Haaren en Nuenen is daarvan geen sprake.

Te lang

De provincie Noord-Brabant nam echter tóch het besluit om de regie over de herindelingen in deze twee gemeenten over te nemen van de gemeenten zelf. Een onverwachte ingreep die gemeentebesturen en inwoners buiten spel zet. En alleen omdat het de provincie te lang duurt.

Zo’n besluit zegt meer over het onvermogen van de provincie dan over het vermeende onvermogen van de gemeenten in kwestie. Met drammen en dicteren forceer je een uitkomst op korte termijn, met tijd en geduld bereik je resultaat op lange termijn.

Ik kies voor het laatste. Want je verliest misschien tijd, maar je wint draagvlak. En iedere bestuurder weet: draagvlak komt te voet en gaat te paard. Daar moeten we zorgvuldig naar op zoek gaan en heel zuinig op zijn. Ik hoop dat de provincie dat ook inziet en Haaren en Nuenen alsnog over hun eigen toekomst laat beslissen. Dat zou pas echt ‘veerkrachtig bestuur’ zijn.

Erik van Lith: Waterschap energieneutraal in 2025?

Waterschap formuleer haalbare energie doelen

Waterschappen spelen bij de uitvoering van hun taken in op de verandering van het klimaat. Niet alleen door tijdig maatregelen te nemen bij meer extreme natte en droge periodes. Ze beperken het gebruik van fossiele brandstoffen en daarmee de uitstoot van CO2. Een te veel aan CO2 wordt gezien als een oorzaak van klimaatverandering. De waterschappen maken steeds meer gebruik van duurzame energiebronnen zoals windmolens, zonnepanelen, warmtekracht, warmte en koude uit oppervlaktewater, groene stroom en biogasopwekking bij rioolwaterzuivering. Ze streven ernaar in 2025 energieneutraal te zijn dat wil zeggen dat alleen nog gebruik wordt gemaakt van duurzame energiebronnen. Is dat realistisch?

Afgelopen jaren investeerden de waterschappen miljoenen aan energieopwekking. Uit de klimaatmonitor van de waterschappen van 2016 blijkt dat inmiddels 30% van het totale energieverbruik opgewekt wordt door eigen energie (voornamelijk biogas) en daarnaast 6% door wind- en zonne-energie op eigen terrein. Een flinke stap, maar dan rest nog wel een fors deel van de energieopgave. Tegelijkertijd moeten waterschappen stevig investeren in aanpak van overstromingsrisico’s, wateroverlast en verdroging en verbetering van de waterkwaliteit. De financiële druk is hoog. Het CDA wil dat het waterschap haar taken goed blijft uitvoeren, maar dan wel tegen beheersbare kosten en tarieven.

Er is niet alleen financiële druk. Ook van de ambtelijke organisatie van een waterschap wordt veel verwacht. Jaren gaan vooraf, tot een idee of initiatief geheel of gedeeltelijk kan worden opgeleverd en feitelijk bijdraagt aan duurzaam opgewekte energie. Rekening moet worden gehouden met de benodigde doorlooptijd van alle procedures. Onlangs wees de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland nog op realiteit van doorlooptijden. Concreet voorbeeld is de oplevering van de energiefabriek in Tilburg. Door vertraging in oplevering zijn 3 jaren verloren gegaan. Het realiseren van nieuwe projecten voor duurzame energie vraagt veel tijd en inspanning van alle betrokkenen.

Daarnaast is draagvlak van de omgeving van belang. In zijn algemeenheid zal men veranderingen in een andere energievoorziening steunen. Energieprojecten kunnen een grote impact hebben op de leefomgeving. Daardoor kan er weerstand in de directe omgeving onstaan, die serieus genomen moet worden. Dat kan uiteindelijk betekenen dat voorgenomen projecten in de ijskast worden gezet. In ieder geval moeten omwonenden participeren, zodat zij hun steun voor bepaalde projecten kunnen geven. Tevens kunnen particulieren, ondernemers en energiecoöperaties worden gevraagd met initiatieven te komen. Dan moet wel helder zijn, wat het waterschap voor hen kan betekenen.

Kortom, waterschappen zijn zich bewust van hun bijdrage CO2 te beperken. Maar verwachtingen moeten wel in overeenstemming zijn met wat van waterschappen, hun inwoners en bedrijven gevraagd kan worden. Belangrijke voorwaarde voor het welslagen van de energieopgave bij waterschappen is het vinden van de balans. Deze balans veronderstelt een evenwicht tussen datgene wat in korte tijd moet gebeuren en datgene wat financieel en organisatorisch gedragen kan worden. Waterschappen dienen ook rekening te houden met hun omgeving, zodat het noodzakelijke draagvlak onstaat. Het CDA heeft recent in het Algemeen Bestuur hiervoor aandacht gevraagd. Het gaat bij de energieopgave van waterschappen om focus: formuleer voor de periode tot en met 2025 haalbare doelen en resultaten!

Met regelmatige publicaties breng ik belangstellenden op de hoogte van mijn werk als Lid van het Algemeen Bestuur van het waterschap De Dommel. Zijn er vragen, opmerkingen of suggesties, laat het mij dan weten via emailadres: evlith@dommel.nl.

Erik van Lith

Opinie Ton Braspenning: ‘Verduurzamen met boerenverstand’

Opinie van Statenlid Ton Braspenning in Nieuwe Oogst d.d. 24 juni 2017.

Verduurzamen met boerenverstand

Provincie Noord-Brabant besluit op 7 juli over een omvangrijk en ingrijpend pakket maatregelen die de landbouw moeten verduurzamen. De grootste hervorming van de agrarische sector in jaren is echter zeer omstreden.

Ton Braspenning
Melkveehouder en lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA

Met gezond boerenverstand kan ik er niet bij wat de provincie voorstelt. Het effect is namelijk tegengesteld aan wat we beogen. Zo is het milieu-effect minimaal en wordt dit vervolgens teniet gedaan door de stikstofruimte te verplaatsen naar de industrie en logistiek.

En in plaats van meer verduurzaming, ruimte voor familiebedrijven én een beter verdienmodel resulteert het beleid in meer schaalvergroting, familiebedrijven die omvallen en gezinnen die door de armoedegrens gaan.

In het voorstel krijgen boeren in plaats van tot 2028 nog maar tot 2022 de tijd om hun stallen aan te passen aan de nieuwe milieueisen (minder stikstofuitstoot). Eisen die zo streng worden, dat er geen stallen bestaan die eraan kunnen voldoen. En met de adder onder het gras dat de vergunningen al vóór 2020 rond moeten zijn.

Financiering door baken is lastig door eerdere milieu-investeringen en lage prijzen. Een bank zal een terugbetalingsgarantie eisen, wat leidt tot schaalvergroting. Dit wordt bevestigd door het onderzoek naar het effect van dit pakket maatregelen.

Boven op de versnelde, kostbare milieueisen moeten boeren die oude, milieuvervuilende stallen willen vervangen door nieuwe, milieuvriendelijkere stallen, betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit stalderen is kostbaar en een hoge financiële drempel om het bedrijf voort te zetten.

Om deze kosten te omzeilen zullen veel uitbreiders kiezen voor een satellietlocatie, wat de maatschappelijke inbedding van een bedrijf niet altijd ten goede komt.

Mestverwerking of export van mest is voor veel boeren eveneens een hoge kostenpost. In Noord-Brabant zijn voor boeren te weinig mogelijkheden om mest kwijt te raken. De provincie wil in haar nieuwe plannen de mestverwerkingscapaciteit uitbreiden, met als limiet het Brabantse mestoverschot.

Deze limiet is een gemiste kans. Uit milieuoogpunt zou je namelijk álle mest willen verwaarden tot een volwaardige kunstmestvervanger. De provincie zou dit moeten faciliteren.

De provincie motiveert een groot deel van haar plannen door te stellen dat minder stikstofuitstoot door boeren leidt tot een betere bescherming van de Brabantse natuur. Maar eigen onderzoek van de provincie toont aan dat de vermindering die nu al is gehaald, ongeveer 20 procent, niet is terug te zien in minder stikstof op natuur. Daar is tot op heden geen verklaring voor.

De provincie bepleit ook dat minder stikstofuitstoot door boeren ten goede moet komen aan meer uitstoot door andere bedrijfssectoren of wegen. Wat schiet de natuur hier feitelijk mee op?

De provincie roept gemeenten, banken en pensioenfondsen op om boeren te ‘helpen’ bij het verduurzamen. Ze zouden allemaal geld moeten storten in een op te richten investeringsfonds. Maar hierover staat nog niets op papier. Onzeker is of deze onmisbare partners überhaupt bereid zijn om mee te doen.

Mijn conclusie: hoe goedbedoeld de plannen van de provincie ook zijn, de plannen zijn praktisch, financieel en juridisch onhaalbaar. Duurzaamheid is gebaat bij economisch perspectief op korte én op lange termijn. Laten we deze lange termijn niet uit het oog verliezen, want ook het platteland van morgen is een platteland met boeren.