Column Lambert van Nistelrooij: ‘Let the Stars Shine’

In de aanloop naar het referendum over de Brexit werden de Britten overladen met veel onzin, soms zelfs echte leugens, over Europa. De Europese Commissie heeft hier niet op gereageerd, omdat dit averechts zou werken. Het is daarom tijd voor een herbezinning over de communicatie over en door de EU. Samen met acht collega’s in het Europees Parlement ben ik actief aan de slag gegaan. Wij kiezen er voor, elk in ons eigen land, de burger meer bij Europa te betrekken. Zodat de EU sterren, de mensen die dankzij Europa verder komen, gaan stralen.

De oorzaak van de Brexit, het referendum, ging gepaard met veel onzin. Zo wist de huidige minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson te vertellen dat de EU een maximum gewicht voor doodskisten heeft ingevoerd en dat zij het hergebruik van theezakjes verbiedt. Ook zou Europa de oorzaak zijn van het grote aantal immigranten, dat afgelopen jaren Groot Brittannië is binnengekomen. Terwijl haar multiculturele bevolking vooral bestaat uit personen afkomstig uit landen van het Gemenebest, de voormalige Engelse koloniën.

Het was juist de afwachtende opstelling van de EU, die averechts heeft gewerkt. In mijn boek ‘Let the Stars Shine’ stellen deskundigen dan ook vast, dat de communicatie van de EU niet meer van deze tijd is. Die onvoldoende werkt in deze periode met toenemende twijfel over het EU project en met populistische stromingen die de EU van binnenuit kapot willen maken.

In onze wereld van sociale media moet we als politiek de handen uit de zakken halen en kiezen voor een andere aanpak. Zo moeten we positie kiezen en onze opvattingen over Europa helder uitdragen. Merkel en Macron tonen aan dat dit werkt. Zij overtuigden hun bevolking van een pro-Europese koers. Ook moeten we deelnemers aan EU projecten de mogelijkheid bieden actiever over hun resultaten te communiceren. Bijvoorbeeld door hen extra budget te geven, dat tot 5 jaar na afloop van hun project nog mag worden uitgegeven aan communicatie. Je kunt daarbij denken aan een gids bij natuurherstel of een social media deskundige voor een onderwijsproject.

Al meer dan 10 miljoen studenten hebben meegedaan aan EU stages in het Erasmus programma. Het heeft hen vooruit geholpen in hun verdere loopbaan. Ook in Brabant zijn er in de industrie, land- en tuinbouw, in het onderwijs en op onderzoeksinstituten honderden partners, die met steun van de EU kansen konden grijpen. Hun verhalen doen er toe. Ik ben de komende maanden op zoek naar die verhalen. Wilt u uw verhaal vertellen, meldt u dan aan voor de verkiezing van de beste projecten van de EU en krijg de kans mee te doen aan een expositie in het Europees Parlement begin 2018. Meer informatie: www.lambertvannistelrooij.nl.

Deze column is een samenvatting van de radiocolumn ‘Let the Stars Shine’ van Europarlementariër Lambert van Nistelrooij.

Klik hier om de volledige column te lezen of beluister de column via het audiobestand hieronder:

Opinie Marcel Deryckere: ‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gastopinie van Statenlid Marcel Deryckere in het Brabants Dagblad d.d. 4 augustus 2017.

‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gemeenten én hun inwoners moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie. Zij hebben niet de legitimiteit. Herindelen doe je van onderaf, vindt Marcel Deryckere, lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Vorige maand dook het weer op: het H-woord. H-woord? Ja: Herindelen. Ditmaal in Nuenen, waar de provincie de regie over het herindelingsproces van de gemeente heeft overgenomen.

Wie de jaren negentig heeft meegemaakt, kan zich ongetwijfeld de herindeling uit 1997 herinneren. In dat jaar werden 49 Brabantse gemeenten opgeheven. Traditionele dorpen werden buitenwijken van (middel)grote steden. Dit moest leiden tot lagere kosten en effectiever en efficiënter besturen. Kortom, tot gemeenten die beter presteren en financieel gezonder zijn.

Het jaar 1997 markeerde een van de grootste, maar beslist niet de laatste herindeling in de recente Brabantse geschiedenis. Vorig jaar gingen Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode op in de nieuwe gemeente Meierijstad. In 2019 fuseren Aalburg, Werkendam en Woudrichem tot de gemeente Altena. Onder meer Haaren en Nuenen zijn gemeenten waar op dit moment herindelingstrajecten lopen.

Niet tactvol

Herindelingen verlopen zelden geruisloos en zonder slag of stoot, zoals we recent uit de media konden vernemen ten aanzien van Haaren en Nuenen. De provincie vindt dat beide gemeenten te weinig haast maken en is zich met het proces gaan bemoeien. Niet erg tactvol. Gevolg: verontwaardigde gemeentebestuurders en miskende inwoners. Zij noemen het besluit van de provincie ‘onzorgvuldig’. Ik noem het ook ‘on-Brabants’. In Brabant horen we het samen te doen en niet eenzijdig af te dwingen. Vanuit het centrale belang van de inwoners.

Dat herindelen emoties losmaakt, of zelfs weerstand oproept, is niet vreemd. Het voelt immers als gedwongen verhuizen zonder van je plek te komen. Je adres, huis, buren en paspoort blijven hetzelfde, maar je raakt tegelijkertijd ‘iets’ kwijt. Iets ongrijpbaars. Iets dat je vaak pas mist als je het niet meer hebt. Je zou het ‘identiteit’ kunnen noemen.

Herindelen betekent niet alleen afscheid nemen van een stukje ‘identiteit’, maar óók het inleveren van kleinschaligheid. Opgaan in een groter geheel, in een andere gemeente. En dus anoniemer zijn, slechts één van velen. De vrees voor aantasting van het dorpse karakter van ‘ons kent ons’ is denk ik niet onterecht.

Des te wranger dat we in Brabant aan de ene kant géén megastallen willen, maar aan de andere kant wél megagemeenten. Het liefste van 100.000 inwoners of meer. Maar groter is niet per se beter, maken de fiasco’s bij zorg- en onderwijsinstellingen ons duidelijk. Tóch schreven VVD en PvdA deze ambitie in 2012 nog in hun regeerakkoord. Een plek waar zo’n ambitie mijns inziens absoluut niet thuishoort.

Ik vind namelijk dat gemeentelijke herindelingen van onderaf moeten komen. Gemeenten én hun inwoners zijn degenen die gezamenlijk moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie, want zij hebben niet de (democratische) legitimiteit om deze keuze te mogen maken. Alleen in extreme gevallen van bestuurlijke of financiële wanorde horen zij in te grijpen. Bij Haaren en Nuenen is daarvan geen sprake.

Te lang

De provincie Noord-Brabant nam echter tóch het besluit om de regie over de herindelingen in deze twee gemeenten over te nemen van de gemeenten zelf. Een onverwachte ingreep die gemeentebesturen en inwoners buiten spel zet. En alleen omdat het de provincie te lang duurt.

Zo’n besluit zegt meer over het onvermogen van de provincie dan over het vermeende onvermogen van de gemeenten in kwestie. Met drammen en dicteren forceer je een uitkomst op korte termijn, met tijd en geduld bereik je resultaat op lange termijn.

Ik kies voor het laatste. Want je verliest misschien tijd, maar je wint draagvlak. En iedere bestuurder weet: draagvlak komt te voet en gaat te paard. Daar moeten we zorgvuldig naar op zoek gaan en heel zuinig op zijn. Ik hoop dat de provincie dat ook inziet en Haaren en Nuenen alsnog over hun eigen toekomst laat beslissen. Dat zou pas echt ‘veerkrachtig bestuur’ zijn.

Erik van Lith: Waterschap energieneutraal in 2025?

Waterschap formuleer haalbare energie doelen

Waterschappen spelen bij de uitvoering van hun taken in op de verandering van het klimaat. Niet alleen door tijdig maatregelen te nemen bij meer extreme natte en droge periodes. Ze beperken het gebruik van fossiele brandstoffen en daarmee de uitstoot van CO2. Een te veel aan CO2 wordt gezien als een oorzaak van klimaatverandering. De waterschappen maken steeds meer gebruik van duurzame energiebronnen zoals windmolens, zonnepanelen, warmtekracht, warmte en koude uit oppervlaktewater, groene stroom en biogasopwekking bij rioolwaterzuivering. Ze streven ernaar in 2025 energieneutraal te zijn dat wil zeggen dat alleen nog gebruik wordt gemaakt van duurzame energiebronnen. Is dat realistisch?

Afgelopen jaren investeerden de waterschappen miljoenen aan energieopwekking. Uit de klimaatmonitor van de waterschappen van 2016 blijkt dat inmiddels 30% van het totale energieverbruik opgewekt wordt door eigen energie (voornamelijk biogas) en daarnaast 6% door wind- en zonne-energie op eigen terrein. Een flinke stap, maar dan rest nog wel een fors deel van de energieopgave. Tegelijkertijd moeten waterschappen stevig investeren in aanpak van overstromingsrisico’s, wateroverlast en verdroging en verbetering van de waterkwaliteit. De financiële druk is hoog. Het CDA wil dat het waterschap haar taken goed blijft uitvoeren, maar dan wel tegen beheersbare kosten en tarieven.

Er is niet alleen financiële druk. Ook van de ambtelijke organisatie van een waterschap wordt veel verwacht. Jaren gaan vooraf, tot een idee of initiatief geheel of gedeeltelijk kan worden opgeleverd en feitelijk bijdraagt aan duurzaam opgewekte energie. Rekening moet worden gehouden met de benodigde doorlooptijd van alle procedures. Onlangs wees de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland nog op realiteit van doorlooptijden. Concreet voorbeeld is de oplevering van de energiefabriek in Tilburg. Door vertraging in oplevering zijn 3 jaren verloren gegaan. Het realiseren van nieuwe projecten voor duurzame energie vraagt veel tijd en inspanning van alle betrokkenen.

Daarnaast is draagvlak van de omgeving van belang. In zijn algemeenheid zal men veranderingen in een andere energievoorziening steunen. Energieprojecten kunnen een grote impact hebben op de leefomgeving. Daardoor kan er weerstand in de directe omgeving onstaan, die serieus genomen moet worden. Dat kan uiteindelijk betekenen dat voorgenomen projecten in de ijskast worden gezet. In ieder geval moeten omwonenden participeren, zodat zij hun steun voor bepaalde projecten kunnen geven. Tevens kunnen particulieren, ondernemers en energiecoöperaties worden gevraagd met initiatieven te komen. Dan moet wel helder zijn, wat het waterschap voor hen kan betekenen.

Kortom, waterschappen zijn zich bewust van hun bijdrage CO2 te beperken. Maar verwachtingen moeten wel in overeenstemming zijn met wat van waterschappen, hun inwoners en bedrijven gevraagd kan worden. Belangrijke voorwaarde voor het welslagen van de energieopgave bij waterschappen is het vinden van de balans. Deze balans veronderstelt een evenwicht tussen datgene wat in korte tijd moet gebeuren en datgene wat financieel en organisatorisch gedragen kan worden. Waterschappen dienen ook rekening te houden met hun omgeving, zodat het noodzakelijke draagvlak onstaat. Het CDA heeft recent in het Algemeen Bestuur hiervoor aandacht gevraagd. Het gaat bij de energieopgave van waterschappen om focus: formuleer voor de periode tot en met 2025 haalbare doelen en resultaten!

Met regelmatige publicaties breng ik belangstellenden op de hoogte van mijn werk als Lid van het Algemeen Bestuur van het waterschap De Dommel. Zijn er vragen, opmerkingen of suggesties, laat het mij dan weten via emailadres: evlith@dommel.nl.

Erik van Lith

Opinie Ton Braspenning: ‘Verduurzamen met boerenverstand’

Opinie van Statenlid Ton Braspenning in Nieuwe Oogst d.d. 24 juni 2017.

Verduurzamen met boerenverstand

Provincie Noord-Brabant besluit op 7 juli over een omvangrijk en ingrijpend pakket maatregelen die de landbouw moeten verduurzamen. De grootste hervorming van de agrarische sector in jaren is echter zeer omstreden.

Ton Braspenning
Melkveehouder en lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA

Met gezond boerenverstand kan ik er niet bij wat de provincie voorstelt. Het effect is namelijk tegengesteld aan wat we beogen. Zo is het milieu-effect minimaal en wordt dit vervolgens teniet gedaan door de stikstofruimte te verplaatsen naar de industrie en logistiek.

En in plaats van meer verduurzaming, ruimte voor familiebedrijven én een beter verdienmodel resulteert het beleid in meer schaalvergroting, familiebedrijven die omvallen en gezinnen die door de armoedegrens gaan.

In het voorstel krijgen boeren in plaats van tot 2028 nog maar tot 2022 de tijd om hun stallen aan te passen aan de nieuwe milieueisen (minder stikstofuitstoot). Eisen die zo streng worden, dat er geen stallen bestaan die eraan kunnen voldoen. En met de adder onder het gras dat de vergunningen al vóór 2020 rond moeten zijn.

Financiering door baken is lastig door eerdere milieu-investeringen en lage prijzen. Een bank zal een terugbetalingsgarantie eisen, wat leidt tot schaalvergroting. Dit wordt bevestigd door het onderzoek naar het effect van dit pakket maatregelen.

Boven op de versnelde, kostbare milieueisen moeten boeren die oude, milieuvervuilende stallen willen vervangen door nieuwe, milieuvriendelijkere stallen, betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit stalderen is kostbaar en een hoge financiële drempel om het bedrijf voort te zetten.

Om deze kosten te omzeilen zullen veel uitbreiders kiezen voor een satellietlocatie, wat de maatschappelijke inbedding van een bedrijf niet altijd ten goede komt.

Mestverwerking of export van mest is voor veel boeren eveneens een hoge kostenpost. In Noord-Brabant zijn voor boeren te weinig mogelijkheden om mest kwijt te raken. De provincie wil in haar nieuwe plannen de mestverwerkingscapaciteit uitbreiden, met als limiet het Brabantse mestoverschot.

Deze limiet is een gemiste kans. Uit milieuoogpunt zou je namelijk álle mest willen verwaarden tot een volwaardige kunstmestvervanger. De provincie zou dit moeten faciliteren.

De provincie motiveert een groot deel van haar plannen door te stellen dat minder stikstofuitstoot door boeren leidt tot een betere bescherming van de Brabantse natuur. Maar eigen onderzoek van de provincie toont aan dat de vermindering die nu al is gehaald, ongeveer 20 procent, niet is terug te zien in minder stikstof op natuur. Daar is tot op heden geen verklaring voor.

De provincie bepleit ook dat minder stikstofuitstoot door boeren ten goede moet komen aan meer uitstoot door andere bedrijfssectoren of wegen. Wat schiet de natuur hier feitelijk mee op?

De provincie roept gemeenten, banken en pensioenfondsen op om boeren te ‘helpen’ bij het verduurzamen. Ze zouden allemaal geld moeten storten in een op te richten investeringsfonds. Maar hierover staat nog niets op papier. Onzeker is of deze onmisbare partners überhaupt bereid zijn om mee te doen.

Mijn conclusie: hoe goedbedoeld de plannen van de provincie ook zijn, de plannen zijn praktisch, financieel en juridisch onhaalbaar. Duurzaamheid is gebaat bij economisch perspectief op korte én op lange termijn. Laten we deze lange termijn niet uit het oog verliezen, want ook het platteland van morgen is een platteland met boeren.

Blog van de voorzitter: GR2018

Beste mensen,

Langzaamaan komt de vakantie er weer aan. Maar rustig is het allesbehalve in aanloop naar deze vakantie. De meeste CDA Fracties zitten vol in het proces van de voorjaarsnota.  Toch een belangrijk moment om je punt te maken en invloed uit te oefenen op de begroting van je gemeente. Heb je als fractie een goed idee om in te brengen tijdens de behandeling van deze voorjaarsnota en verwacht je dat andere afdelingen hier ook iets mee zouden kunnen? Zet deze ideeën dan a.u.b. naar Brabant door. Wij kunnen de goede ideeën dan verspreiden en zo helpen we elkaar.

Ook zijn afdelingen druk met de voorbereiding van de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Langzaamaan komen de namen van lijsttrekkers naar buiten. Na de vakantie zal Brabant een bijeenkomst voor deze lijsttrekkers organiseren. De uitnodigingen hiervoor zullen via de fractievoorzitters en voorzitters lopen omdat we niet een automatisch een signaal vanuit de afdelingen krijgen wie de lijsttrekker gaat worden.

Daarnaast probeert men landelijk een formatie in elkaar te timmeren wat geen gemakkelijk proces blijkt te zijn. Komt er een minderheidskabinet? Krijgen we nieuwe verkiezingen? Komt er nog een verrassende wending? We weten het niet. Wel weten we dat dit proces het vertrouwen van kiezers in de politiek niet versterkt. Ik ben dan ook blij dat het CDA tot op heden wel aangehaakt blijft in de coalitiebesprekingen. Hiermee laten we zien wel verantwoordelijkheid te durven nemen.

Voordat we op vakantie gaan organiseert Brabant op 24 juni nog een groot campagneseminar. Heeft je afdeling zich nog niet aangemeld, doe dat dan alsnog. We zitten nu op 31 afdelingen die komen. Ons streven is natuurlijk dat alles 62 afdelingen er zijn. De seminar staat volledig in het teken van campagne voeren: van strategie tot vloggen tot inspiratie opdoen voor je campagne. Meer informatie en aanmelden vindt u hier: http://cdabrabant.nl/uitnodiging-campagneseminar-gr2018/

Oftewel we bereiden ons langzaam voor op een paar weken bijtanken maar geven nog even vol gas met elkaar.

Mijn dank hiervoor!

Inge van Dijk
Voorzitter CDA Brabant

 

Lambert van Nistelrooij – Parijs na Trump

Bij zijn eerste bezoek aan Europa heeft de Amerikaanse president Trump opnieuw vraagtekens gezet bij het klimaatakkoord van Parijs. Hij gelooft niet in het effect van het menselijk handelen op de klimaatverandering. Als Europarlementariër pleit ik er echter voor het akkoord van Parijs onverkort uit te voeren. Het akkoord betekent een forse push voor innovaties op veel terreinen. In Europa mogen wij ons in het ontwikkelen van oplossingen niet laten afremmen. We moeten juist nieuwe kansen grijpen, zoals meer gebruik van plantaardige grondstoffen en het beter benutten van CO2.

Het klimaatakkoord van Parijs is het meest omvattende akkoord in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Het akkoord legt vast dat de temperatuur van de aarde niet meer dan twee graden Celsius mag stijgen. Maar belangrijker zijn de handtekeningen van meer dan 170 landen, waaronder Nederland, waarmee ze aangeven bereid te zijn om hiervoor extra geld vrij te maken.

Ook het Europees Parlement staat achter het akkoord. Op advies van een bijzondere commissie, waarin ik zitting had, heeft het Parlement bovendien erkend dat het handelen van de mens wel degelijk één van de hoofdoorzaken van de opwarming van de aarde is. Daarom pleit ik er voor het akkoord van Parijs onverkort uit te voeren. Op alle fronten moeten we aan de bak, van energiezuinige huizen en kantoren tot zuinige en schonere auto’s en ook het benutten van vrijkomende CO2. Investeringen die zich op termijn terugverdienen.

De grote industrieën steunen de overgang naar duurzame productie, waarbij ze de overheden vragen de komende jaren een helder beleid te voeren. Deskundigen verwachten immers dat er een overgangsperiode van zeker 40 tot 50 jaar nodig is, voordat we de fossiele bandstoffen niet meer nodig hebben. Vanuit die achtergrond ben ik al enige jaren een pleitbezorger voor de bio-gebaseerde economie: plantaardige grondstoffen vervangen geleidelijk grondstoffen uit fossiele bronnen, bijvoorbeeld bij het maken van plastics. Europa steunt deze overgang. Andere kansen voor Europa ziet hij in het beter benutten van CO2. We kunnen zien dat een tuinbouwcomplex in Terneuzen floreert door gebruik te maken van hoogwaardige CO2, die vrijkomt bij een nabijgelegen kunstmestfabriek. Ook opslag van CO2, bijvoorbeeld in lege gasvelden in de Noordzee, biedt mogelijkheden. Over enkel jaren kunnen we dan Trump opnieuw ontvangen en hem laten zien, hoe idealen en zaken kunnen samengaan.

Sophie van Bijsterveld – Afschaffen lijstencombinaties: een waardeloos idee!

Opinie van Eerste Kamerlid Sophie van Bijsterveld, gepubliceerd in het Brabants Dagblad van 3 mei 2017

De Tweede-Kamerverkiezingen liggen achter ons. Het mediacircus focust zich volledig op de formatie van het nieuwe kabinet. Maar in zijn nadagen wil het oude kabinet onder aanvoering van verantwoordelijk minister Plasterk nog een plan doorvoeren met mogelijk verstrekkende gevolgen voor toekomstige verkiezingen: het afschaffen van lijstencombinaties. Dat is een waardeloos idee. Juist in deze tijd met veel partijen en politieke dynamiek is de mogelijkheid van lijstencombinaties van groot belang: voor de kiezer, voor de partijen en voor het openbaar bestuur.

Na de eerste zetelverdeling blijven er altijd stemmen over. De zetels die daardoor ook overblijven worden dan uitgedeeld aan partijen die met een extra zetel gemiddeld de meeste stemmen per zetel hebben. Dat maakt dat restzetels eerder aan grotere dan aan kleinere partijen toekomen. Door een lijstencombinatie kunnen – ook kleinere – geestverwante partijen de kans verhogen dat een restzetel aan een van hen toekomt. Afgelopen maart hadden GroenLinks en de PvdA een lijstencombinatie; dat was ook zo bij de ChristenUnie en de SGP. Ook andere combinaties komen voor, zowel bij landelijke, provinciale en gemeentelijke verkiezingen. Voor de kiezer betekent een lijstencombinatie dat zijn of haar stem dan zo dicht mogelijk bij de eigen keuze blijft.

Lijstencombinaties hebben in het verleden meer dan eens de weg gebaand voor fusie van partijen. Het CDA (CHU, KVP en ARP), GroenLinks (CPN, PSP, PPR en EVP) en de ChristenUnie (RPF en GPV) zijn daar mooie voorbeelden van. Ook al zijn er op dit moment geen partijen die de wil hebben uitgesproken nauwer met elkaar op te trekken of op termijn samen te gaan, in de toekomst is dat zeker niet uitgesloten. En de lijstencombinatie leidt tot het nadenken over gedeelde standpunten.

Lijstencombinaties vergroten voor de kiezer de duidelijkheid waar partijen binnen het politieke spectrum staan, zeker wanneer veel partijen met een verkiezing meedoen. Voor partijen zelf betekenen lijstencombinaties een krachtenbundeling. En de verkiezingsuitslag geeft scherper aan waar de kiezers voor gekozen hebben. Dat lijstencombinaties ‘ondoorzichtig’ zouden zijn, zoals de regering beweert, is onbegrijpelijk. Wanneer er een lijstencombinatie is aangegaan, is dat duidelijk leesbaar op het stembiljet. Vaak zijn er ook vaste patronen van verwante partijen die zich samen sterk maken. De manier waarop de restzetels worden toegekend binnen een lijstencombinatie is dan ook fair: het is niet bij voorbaat de grootste of de kleinste partij die er een zetel bij krijgt. Het is namelijk afhankelijk van de vraag wie de meeste stemmen behaald heeft. De partij met het grootste overschot ontvangt een restzetel.

De regering lijkt slechts te kijken naar de nationale verkiezingen. Maar in de provincies, waar de relatieve kracht van gelijkgestemde partijen onderling soms verschilt, is het van cruciaal belang om lijstencombinaties te houden. Al is het alleen maar met het oog op een evenwichtige verkiezing van de leden van de Eerste Kamer. En voor de gemeente geldt dat juist met de opkomst van veel lokale partijen lijstencombinaties nuttig zijn; ook daar geldt dat het een stuk duidelijker wordt waar partijen voor staan en wanneer de kiezer zijn eigen partij niet aan een extra zetel kan helpen, dan komt zijn stem tenminste ten goede aan een verwante partij.

Het is dan ook niet voor niets dat de reacties uit de wereld van de gemeenten op dit wetsvoorstel overwegend negatief waren. Gemeenten zijn nu ook volop bezig zich te oriënteren op de komende gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Wanneer die mogelijkheid nu zou worden afgeschaft, worden daarmee de gemeenten en dus ook de kiezer direct al voor de voeten gelopen.

Pikant detail is dat nu juist minister Plasterk eerder linkse partijen opriep om bij de komende gemeenteraadsverkiezingen helemaal samen te gaan. Nuttige, maar minder draconische samenwerking werkt hij nu tegen!

Het systeem van lijstencombinaties is in het verleden al eens afgeschaft. Vervolgens werd het weer in het leven geroepen zodat partijen zichtbaar krachten kunnen bundelen en samenwerking bevorderd wordt. Lijstencombinaties zijn van belang omdat de stem van de kiezer beter gehoord wordt. Wij moeten niet willen dat het systeem opnieuw eerst afgeschaft wordt om het vervolgens weer opnieuw in te stellen.

Waar wij in Nederland echt niet op zitten te wachten is jojo-wetgeving!

Sophie van Bijsterveld

is lid van de Eerste Kamer (CDA) en hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit Nijmegen en woont in Rijen

Lambert van Nistelrooij – Europa om de hoek

De maand mei is een mooie tijd om er op uit te gaan. Om te genieten van de natuur, maar ook om nieuwe dingen te beleven. Een groot aantal Europese projecten nodigen op of rond 9 mei, de Europadag, belangstellenden uit om te komen kijken. Ook in Brabant. Als Europarlementariër ben ik een groot voorstander van deze open dagen. De projecten laten zien dat dankzij steun van Europa internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling zeer succesvol is en mooie resultaten oplevert. Resultaten die deskundigen met elkaar delen, maar waar ze ook meer mee naar buiten mogen treden.

Nederland speelt een hoofdrol in veel Europese programma’s en ook Brabant krijgt hiervoor van Europa regelmatig geld toegekend. Het is goed als burgers zelf gaan kijken, wat er met dat geld gebeurd. Zeker in deze tijd van toenemende kritiek op Europa. Op vrijdag 12 mei en zaterdag 13 mei zetten een achttal Brabantse projecten hun deuren open. Ik noem twee voorbeelden.

Onder de titel ‘Europa om de hoek’ wordt op de Laarhoeve in Diessen op vrijdagavond 12 mei om 19.00 uur ingezoomd op de samenwerking in de land- en tuinbouw. Onder leiding van de ZLTO hebben deelnemers uit een tiental landen afgelopen vijf jaar samen gewerkt aan vragen rond voedselveiligheid en duurzame teelt van gewassen. De resultaten die dit heeft opgeleverd, zijn niet alleen belangrijk voor de land- en tuinbouw in Midden-Brabant, maar ook elders in Europa.

Op de campus van de TU Eindhoven verzorgen vier projecten samen een presentatie. Door kennis over nieuwe technologie met anderen in Europa te delen zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De Eindhovense onderzoekers laten dit onder andere zien aan de hand van toepassing van drones, technologie in de gezondheidszorg en dataverkeer via lichtbundels (fotonica). Het delen van kennis, ‘open innovatie’, is een voorwaarde voor deze projecten om financiële bijdragen uit EU-fondsen te kunnen ontvangen. Op vrijdag 12 mei bent u vanaf 14.30 uur welkom in het MultiMedia Paviljoen aan de Horsten 1 in Eindhoven.

Ook voor mij is Europadag elk jaar aanleiding iets bijzonders te organiseren. Als vertegenwoordiger in Brussel van het CDA in de provincies Brabant en Zeeland gaat ik dit keer naar Middelburg. Op woensdag 10 mei is Wim Boonstra van RaboResearch daar vanaf 16.00 uur te gast om een toelichting te geven op hun studie naar de economische effecten van de samenwerking in Europa. Vijf scenario’s zijn doorgerekend voor de effecten voor de werkgelegenheid en het besteedbaar inkomen. Meer informatie is te vinden op www.lambertvannistelrooij.nl.

Europarlementariër Lambert van Nistelrooij

Blog van de voorzitter: voorzittersoverleg

Beste mensen,

Vorige week hebben we met de voorzitters van de lokale CDA afdelingen een overleg gehad in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Fijn om met een groot aantal van jullie om tafel te zitten en met jullie in gesprek te zijn over wat er speelt. Het was goed om te horen dat veel afdelingen al flink op weg zijn met de keuze voor de lijsttrekker en het vullen van de kieslijsten. Ook wordt op sommige plaatsen al hard gewerkt aan het verkiezingsprogramma.

Maar naast goed nieuws hebben we ook uitgebreid stilgestaan bij onderwerpen waar afdelingen mee worstelen. Een belangrijk punt is en blijft het aantrekken van goede mensen voor op de lijst, voor in het bestuur of om überhaupt mensen aan je te binden. Er wordt veel gesproken over het voordeel van de lokale partijen ten opzichte van een landelijke partij. Vraagstukken als profileren we ons voldoende lokaal en zijn we zichtbaar genoeg komen dan op tafel.

Ook de campagne en met name het stukje social media waren onderwerp van gesprek. In de zomer zal CDA Brabant een moment organiseren om dit onderwerp met de lokale campagneleiders goed vast te pakken.  We gaan proberen antwoord te geven op de vragen: hoe zet je social media goed in, vloggen wel of niet, en welke strategie zet je in per doelgroep.

Het belang van samenwerken kwam ook naar voren. Een aantal van jullie vonden het fijn om elkaar als voorzitters eens te spreken (waar we ook twee keer per jaar een vervolg aan willen geven) maar ook samenwerken regionaal en met ons als CDA Brabant hebben we doorleefd en acties op geformuleerd.

Ten slotte hebben we het handboek afdelingsversterking verspreid onder de aanwezig afdeling. Deze is inmiddels ook rondgestuurd naar alle afdelingen per e-mail. Hierin staan tips over hoe je als afdeling zelf aan de slag kunt. Dit is overigens een levend document. Ieder kwartaal zullen we dit handboek updaten naar aanleiding van jullie input. Hebben jullie dus goede voorbeeld of andere input voor het handboek, stuur ze dan vooral op!

Erg trots ben ik op de afdelingscoaches die we ook introduceren in dit handboek. Mensen “van ons” die afdelingen willen helpen die daar behoefte aan hebben. Fantastisch dat deze mensen dit willen doen en ik hoop ook dat afdelingen die er behoefte aan hebben niet schromen om contact met ze op te nemen.
Samen komen we verder!

Een fijne koningsdag!
Speciaal voor de Tilburgers onder ons. Mooi dat Brabant dit jaar zo’n prominente plaats krijgt!

Met vriendelijke groet,
Inge van Dijk
Voorzitter CDA Brabant

 

Het handboek Afdelingsversterking is door afdelingen aan te vragen door te mailen naar info@cdabrabant.nl