Schriftelijke vragen over tweedeling Brabantse samenleving

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Geacht college, 

De verkenning Mind the Gap van kennisplatform BrabantKennis doet bij het CDA alle alarmbellen rinkelen. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter wordt. Hoog- en laagopgeleiden leven langs elkaar in plaats van met elkaar. Hierdoor kennen en ontmoeten Brabanders elkaar niet meer en leven ze in kleine groepen gelijkgestemden, in aparte wijken voor hoger- dan wel lageropgeleiden.

Om deze tweedeling tegen te gaan, doet BrabantKennis gelukkig een aantal zinvolle aanbevelingen. Hieronder de oproep tot het in stand houden van buurtvoorzieningen, tradities en evenementen. Dát zijn immers de plekken en momenten waar mensen elkaar ontmoeten, zoals tijdens het spelen van een partijtje voetbal, het vieren van carnaval of in de activiteiten van organisaties als ouderenbonden en vrouwenverenigingen.

Daarnaast pleit BrabantKennis ervoor om mensen beter voor te bereiden op onze ingewikkelde samenleving. We moeten Brabanders de vaardigheden en mogelijkheden geven om te kunnen blijven meedoen.

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Onderschrijft u de conclusie van BrabantKennis dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter en dieper wordt?
  2. Bent u van plan om de bevindingen van BrabantKennis te gebruiken als nieuwe input voor uw beleid omtrent ‘Sociale Veerkracht’?
  3. De meeste Brabanders zijn doeners en geen denkers, stelt BrabantKennis. Wat betekent deze observatie voor uw plannen omtrent ‘Sociale Veerkracht’? Moeten deze niet juist concreet en klein worden gehouden in plaats van breed en abstract (bijvoorbeeld door het betalen van promovendi)?
  4. Mensen ontmoeten elkaar in verenigingsverband, op sportclubs en tijdens evenementen als carnaval. In hoeverre bent u het met het CDA eens dat we als provincie deze ontmoetingen verder moeten stimuleren en faciliteren?
  5. Buurtvoorzieningen zijn een andere manier om ontmoeting tussen en door groepen heen mogelijk te maken. De provincie Noord-Brabant heeft o.a. via de zgn. ‘doe-budgetten’ langere tijd met succes ingezet op het concreet verbeteren van buurtvoorzieningen. Bent u, in het licht van de aanbevelingen van BrabantKennis, bereid om in samenwerking met gemeenten opnieuw in te zetten op het vernieuwen en verbeteren van buurtvoorzieningen?
  6. Tegelijk met het verdiepen van de tweedeling zien we nieuwe vormen van samenwerking ontstaan. Bijvoorbeeld coöperaties, platformen, burgerinitiatieven en sociale ondernemingen. Deze initiatieven stranden echter nog té vaak door onnodige problemen en door de overheid opgelegde beperkingen. Hoezeer hebt u voor elk van deze vernieuwende vormen in beeld tegen welke problemen, (wettelijke) beperkingen en moeilijkheden men aanloopt?
  7. Om te kunnen blijven meedoen in onze samenleving is een aantal vaardigheden onmisbaar. Te denken valt aan het gebruiken van digitale middelen, het spreken van de Nederlandse taal en het creëren van een vriendennetwerk. Deelt u de mening van het CDA dat de provincie deze vaardigheden actief moet stimuleren bij doelgroepen die dat nodig hebben?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

CDA: provincie heeft grote beurt nodig

Extra inzet en reparaties zijn nodig, wil de provincie Noord-Brabant door haar jaarlijkse APK-keuring komen. Dat constateert het CDA tijdens het debat over de Perspectiefnota 2017, dat vandaag plaatsvindt.

In de Perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant.

Volgens het CDA komt de gewenste beweging in Brabant maar moeizaam op gang en is er op sommige thema’s zelfs sprake van stilstand. Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie, pleit voor meer gas op de plank. “Dit college zit teveel achter de tekentafel en te weinig in de samenleving, waardoor Brabant nauwelijks vooruit komt.”

Als voorbeeld noemt Van der Sloot het arbeidsmarktbeleid van de provincie. “We lezen dat Brabant booming is, maar tegelijkertijd zijn er bedrijven met honderden vacatures tegenover een werkloosheidspercentage van 5%. Daar moet de provincie wat aan doen.”

Ook de leefbaarheid in Brabant staat onder druk, aldus Van der Sloot, die in haar bijdrage wijst op het ontbreken van een sociaal beleid voor kwetsbare groepen. Ook hekelt het CDA de bezuinigingen op erfgoed, nu het Europees jaar van het Erfgoed voor de deur staat. De aanpak van drugsgerelateerde criminaliteit verdient behalve in Den Bosch ook de allerhoogste prioriteit in Den Haag.

Andere punten waar het CDA aandacht voor vraagt, zijn o.a. de snelle realisatie van een intercitystation Eindhoven Airport, de bereikbaarheid van Oost-Brabant via de Oost-West verbinding en de snelle verduurzaming van veerdiensten en sportclubs.

Het CDA besluit haar APK-keuringsrapport met twee reparatieverzoeken: om de kloof tussen de kiezer en politiek te dichten, moet elke Brabantse scholier het Provinciehuis kunnen bezoeken én moeten provinciale documenten als de Perspectiefnota voortaan in duidelijkere, begrijpelijkere taal worden geschreven. “Geen termen als valorisatieprogramma’s, multi-helix partners en cross-overs meer”, betoogt Van der Sloot.

Het CDA hoopt dat de provincie de aanbevelingen overneemt en alsnog door de APK komt. Mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan zal het CDA verschillende moties indienen om de gewenste reparaties tot stand te brengen.

Klik op de volgende link om de spreektekst van Marianne van der Sloot in te zien: Spreektekst Marianne van der Sloot PPN 2017 (21 april 2017).

Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Marianne van der Sloot over de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Geacht college, 

Gisteren noemde gedeputeerde Van den Hout in het televisieprogramma KRAAK de productiewijze van boeren erger dan de drugsdumpingen in Brabant1.

Het CDA heeft kennisgenomen van deze uitlatingen en wij hebben voor u de volgende vragen:

  1. Bent u als college bereid publiekelijk afstand te nemen van de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?
  2. Bent u als college bereid publiekelijk excuses aan te bieden aan alle Brabantse boeren voor de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Marianne van der Sloot

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2632941003/Bedrijfsvoering+boeren+schadelijker+voor+milieu+dan+vele+drugsdumpingen.aspx.

 

CDA op werkbezoek bij Shimano Europe in Eindhoven

Het CDA brengt op 10 februari a.s., als eerste politieke partij, een werkbezoek aan het nieuwe hoofdkantoor van Shimano Europe in Eindhoven. Aan dit werkbezoek nemen o.a. zittend Tweede Kamerlid Erik Ronnes, kandidaat-Kamerlid Stijn Steenbakkers, Statenlid Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) en verschillende andere provinciale CDA’ers deel.

Shimano is een Japans bedrijf, dat producten maakt voor o.a. de wieler-, hengel- en roeisport. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de e-bikes met Shimano Steps motor. Het nieuwe Europese hoofdkantoor van Shimano werd op 31 januari jl. geopend en staat op de High Tech Campus van Eindhoven. Er zijn momenteel ongeveer 180 mensen werkzaam.

Op het programma van het werkbezoek staan o.m. een kennismaking met het bedrijf, een ontmoeting met Marc van Rooij (President Shimano Europe Group) en Peter d’Haens (Product Coordinator Shimano Europe) én een rondleiding door het gloednieuwe, duurzame pand.

Het CDA in Brabant gaat regelmatig op werkbezoek bij toonaangevende of anderszins bijzondere bedrijven in de regio. De partij pleit in haar verkiezingsprogramma nadrukkelijk voor een eerlijke economie, waarin iedereen moet kunnen meeprofiteren van het werk dat we sámen verzetten: werkgevers én werknemers. Voor het CDA is een eerlijke economie óók een duurzame economie, waar ondernemerschap loont en groei en bedrijvigheid de toekomst van onze kinderen versterken in plaats van belasten.

Erik Ronnes over het bezoek aan Shimano:

“Als CDA zijn we bijzonder vereerd dat we bij Shimano Europe te gast mogen zijn. Het is een interessant bedrijf, dat mooie producten maakt in een unieke omgeving. In Brabant zijn we er trots op dat Shimano voor Eindhoven als vestigingsplaats heeft gekozen. We zijn benieuwd naar de historie van het bedrijf, de producten die het maakt én de plannen voor de toekomst. Daarnaast wisselen we graag van gedachten over ons eigen CDA-thema: de eerlijke economie.”

Dankzij een motie van het CDA kreeg brainport Eindhoven afgelopen jaar de status van mainport. Een belangrijke erkenning van de stad én van de regio, aldus de partij.

 

CDA: Philharmonie Zuidnederland moet in Eindhoven blijven

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant wil dat de Philharmonie Zuidnederland in Eindhoven gevestigd blijft. Vandaag debatteert Provinciale Staten over de toekomst van het orkest, dat momenteel twee standplaatsen heeft: Eindhoven én Maastricht.

De Philharmonie Zuidnederland is opgericht in 2013, na een fusie van het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonieorkest. Chef-dirigent is Dmitri Liss uit Rusland.

Het ministerie van OCW heeft de Philharmonie gevraagd om verschillende scenario’s uit te werken, die moeten leiden tot integratie van de twee orkestkernen tot één orkest en één geografische vestiging. Het CDA wil dat Eindhoven in elk van deze scenario’s voorkomt als standplaats, gelet op de uitstekende vestigingsvoorwaarden: centraal gelegen, goed bereikbaar en midden in de Brainport-regio.

Marianne van der Sloot, Statenlid en fractievoorzitter:

“De Philharmonie Zuidnederland is van groot, cultureel belang voor Zuid-Nederland. Tegelijkertijd is het Muziekgebouw Eindhoven volgens kenners een van de beste concertzalen van het land en nauw met de Philharmonie verbonden.

Als CDA vinden we het belangrijk dat het orkest op een centrale, goed bereikbare locatie is gehuisvest. Eindhoven is niet alleen centraal gelegen tussen West-Brabant en Zuid-Limburg, maar óók vanwege de Brainport-regio een aantrekkelijke vestigingslocatie. Er is daar volop bedrijvigheid, waar het orkest van kan profiteren.”

De Brabantse CDA-fractie hoopt op provinciebrede steun voor Eindhoven als standplaats voor de Philharmonie. De partij wil desnoods een motie indienen om daartoe op te roepen.

CDA op werkbezoek bij Coca-Cola in Dongen

Het CDA brengt op 27 januari a.s. een werkbezoek aan Coca-Cola in Dongen. Aan dit werkbezoek nemen o.a. zittend Tweede Kamerlid Erik Ronnes, kandidaat-Kamerlid Stijn Steenbakkers, Statenlid Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) en verschillende plaatselijke CDA’ers deel.

Coca-Cola is sinds 1957 gevestigd in de gemeente Dongen. De fabriek, waar ruim 300 mensen werkzaam zijn, is recent gerenoveerd en op 27 juni jl. heropend. Coca-Cola produceert, distribueert én verkoopt er behalve Coca-Cola óók verschillende andere frisdrankmerken. Bijvoorbeeld Fanta, Sprite en Nestea.

Het CDA staat voor een eerlijke economie, waarin iedereen moet kunnen meeprofiteren van het werk dat we sámen verzetten: werkgevers én werknemers. Voor het CDA is een eerlijke economie óók een duurzame economie, waar ondernemerschap loont en groei en bedrijvigheid de toekomst van onze kinderen versterken in plaats van belasten.

In Brabant maakt het CDA zich al geruime tijd hard voor de maakindustrie in deze provincie. Zo pleitte het CDA bij de begrotingsbehandeling 2017 van de provincie Noord-Brabant o.m. voor een onderzoek naar een Maakindustrie Fonds. Bedoeld om méér maakindustrie aan te trekken en mbo-geschoolde arbeid naar Brabant te halen. Dat is nodig, want maar liefst 10% van de laagopgeleiden in Brabant is werkloos. Aldus Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van het CDA in de Provinciale Staten van Noord-Brabant.

Kamerlid Erik Ronnes over het bezoek aan Coca-Cola:

“Als CDA zijn we blij dat we bij Coca-Cola te gast mogen zijn. Het is het bekendste frisdrankmerk ter wereld en nauw verbonden met de regio Midden-Brabant. We zijn benieuwd naar de nieuwe fabriek en gaan graag in gesprek over onderwerpen als duurzaam produceren, arbeidsmarktbeleid én natuurlijk ons eigen CDA-thema: de eerlijke economie.”

Sociale veerkracht dreigt ambtelijke tijger te worden

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over sociale veerkracht.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over sociale veerkracht.

Geacht college, 

Op 9 december 2016 stelden Provinciale Staten het programma Sociale Veerkracht vast. Een aanpak om kwetsbare groepen in onze provincie volwaardig te laten meedoen in onze samenleving en tweedeling te voorkomen. Nu het programma is vastgesteld, wordt het tijd om in actie te komen en concrete initiatieven hiertoe te ondersteunen. Het CDA hoopt op een succesvolle toekomst voor Sociale Veerkracht. Een toekomst vol fantastische projecten van en voor Brabanders die dankzij de provincie net dat extra steuntje in de rug krijgen.

De tijd van vage ambtelijke taal en dikke vellen papier moet voorbij zijn, vindt het CDA. De provincie moet aan de slag. Daarom heeft de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant aan de lokale CDA-fracties in Brabant gevraagd te peilen in hoeverre gemeenten en maatschappelijke organisaties zijn aangesloten bij en bekend zijn met het programma Sociale Veerkracht.

Het CDA is erg geschrokken van de resultaten van deze ‘peiling’. Veel Brabantse gemeenten hebben van de provincie nog geen enkel bericht ontvangen over Sociale Veerkracht. Maatschappelijke organisaties, het fundament onder onze samenleving, blijken niet eens te zijn benaderd door de provincie. Hierdoor dreigt Sociale Veerkracht een ambtelijke tijger te worden, waar de Brabanders niets aan hebben.

Zelf zegt verantwoordelijk gedeputeerde Swinkels op de website van de provincie: ‘Versterking van de sociale veerkracht moet voorkomen dat Brabanders buiten de boot vallen en moet er voor zorgen dat iedereen deelt in, en bijdraagt aan de goede kwaliteit van leven in de provincie’ (zie http://www.brabant.nl/html/2016/ezineveerkrachtigbrabant/3-dit-gaan-we-doen.html).

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Waarom hebt u alleen met de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant contact over Sociale Veerkracht?
  2. Behalve de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant geven ook veel andere gemeenten aan gráág te willen deelnemen aan Sociale Veerkracht. De provincie betrekt deze gemeenten echter niet bij het programma. Betekent dit dat gemeenten buiten de genoemde regio’s geen (financiële) ondersteuning krijgen vanuit Sociale Veerkracht? Indien ja, waarom is dat?
  3. Uit de antwoorden op schriftelijke vragen in verschillende Brabantse gemeenten blijkt dat de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant ‘startplaatsen zijn waarvandaan we lessen meenemen voor heel Brabant’. Is er binnen het programma Sociale Veerkracht budget beschikbaar om deze lessen en initiatieven over heel Brabant uit te rollen? Indien niet, waarom niet?
  4. Naast de zgn. ‘gebiedsgerichte aanpak’ wilt u ook werken met ‘cross-overs’ naar andere provinciale opgaven. Hoe denkt u deze cross-overs te realiseren? Hoeveel budget heeft u hiervoor gereserveerd? Graag een specificatie per provinciale opgave.
  5. Kunt u ons een aantal voorbeelden noemen van (mogelijke) cross-overs die de afgelopen periode uit uw gesprekken met de middelgrote steden en de gemeenten in West-Brabant naar voren zijn gekomen?
  6. Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat de provincie geen contact zoekt met maatschappelijke organisaties in de verschillende regio’s. Hoe denkt u een maatschappelijk programma als Sociale Veerkracht succesvol te maken zonder het maatschappelijk middenveld actief te benaderen en een actieve rol te geven?
  7. Naar aanleiding van de vragen van het CDA stelt u in uw brief aan diverse Brabantse gemeenten dat er voor gemeenten of andere organisaties géén mogelijkheid is tot het aanvragen van projectsubsidies. Waarom is deze mogelijkheid er niet?
  8. Kunnen ouderenbonden aanspraak maken op projectsubsidies? Graag een toelichting waarom wel/niet.
  9. Indien ja, waartoe leidt de door u ingevoerde overgangssubsidie voor de VBOB in 2018?
  10. Het CDA is groot voorstander van het ondersteunen van initiatieven van onderop om Sociale Veerkracht te ondersteunen. Door projectsubsidies onmogelijk of onbereikbaar te maken kunnen deze initiatieven echter niet bij de provincie terecht voor ondersteuning. Bent u het met het CDA eens dat dit een zeer onwenselijk gevolg is van het collegebeleid? Graag een toelichting.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marianne van der Sloot en Marcel Deryckere

Schriftelijke vragen huisvesting doelgroepen

Schriftelijke vragen van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot over de huisvesting van doelgroepen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over huisvesting doelgroepen.

Geacht college, 

Vorige week berichtte o.a. BN De Stem over het onderzoek naar de huisvestiging van vluchtelingen met een verblijfsvergunning in onze provincie. Uit dit onderzoek, in opdracht van de provincie uitgevoerd, blijkt dat meer dan helft van de Brabantse gemeenten ‘achterloopt’ en nog niet aan hun taakstelling voldoet. Als belangrijkste reden hiervoor stellen de onderzoekers dat de plannen van de gemeenten te weinig realistisch zijn en van onvoldoende kwaliteit.

Het CDA vindt deze onderzoeksconclusies opmerkelijk, o.m. omdat wij de indruk hadden dat gemeenten juist goed op weg waren om huisvesting te organiseren. Derhalve hebben wij de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

01. Het huisvesten van vergunninghouders gebeurde in eerste instantie via een regionale aanpak. Later werd deze aanpak ineens weer losgelaten. Vindt u dit logisch?

02. Inmiddels zijn er woonregio’s vastgesteld waarbinnen wooncorporaties worden geacht te opereren. Hoe staat u tegenover het idee om het oplossen van het huisvestingsvraagstuk op dit niveau te laten plaatsvinden, dus terug te keren naar de regionale aanpak?

03. Bent u het met het CDA eens dat een tekort aan sociale huurwoningen medeoorzaak is van het huisvestingsprobleem van vluchtelingen met een verblijfsvergunning?

04. In hoeverre spelen hierbij de zwalkende prognoses van het Rijk mee én de targets die, zonder rekening te houden met het concrete woonaanbod, van bovenaf worden opgelegd?

05. Denkt u dat er op lokaal niveau voldoende inzicht is in de effecten van het huisvesten van alleenreizenden, gezinshereniging, gezinnen en speciale doelgroepen als ouderen of mensen met een beperking? Graag een toelichting.

06. Ziet u voor de provincie mogelijkheden om gemeentes te helpen bij het zoeken naar alternatieve oplossingen, zoals:

  1. het omvormen van (grote) particuliere woningen en kantoorpanden naar sociale huurwoningen en -appartementen; of
  2. het versneld toestaan van semipermanente bouw op weloverwogen plaatsen?

Graag uw reactie en een toelichting.

07. Welke, alternatieve c.q. creatieve, mogelijkheden ziet u nog meer om als provincie iets te betekenen bij het oplossen van dit huisvestingsprobleem?

Een mogelijke oplossing om verdringing op de huizenmarkt te voorkomen is om, in goed overleg met de woningcorporaties, te bezien in hoeverre ook de mensen op de wachtlijsten bij de corporaties kunnen worden meegenomen in deze ‘nieuwe’ huisvestigingsalternatieven.

08. Hoe kijkt u aan tegen deze oplossing?

De woningcorporaties zijn voor gemeenten, provincie en andere overheden een belangrijke partner. Het huisvestingsprobleem oplossen doen we, wat het CDA betreft, immers samen.

09. Hoe beoordeelt u op dit moment de samenwerking tussen corporaties, gemeenten, provincie en andere overheden en partners?

Het CDA vindt dat, voor de lange termijn, de provincie gemeenten moet manen om bij woningcorporaties voor voldoende bouw én spreiding van sociale huurwoningen te pleiten. Dit kan bijvoorbeeld via financiële prikkels.

10. Zijn financiële prikkels voor u als provincie een optie om ervoor te zorgen dat woningbouwcorporaties méér en gespreid gaan bouwen? Graag een toelichting.

11. Bent u bereid de suggesties en oplossingsrichtingen hierboven mee te nemen in de extra ‘aandacht’ die u in 2017 aan het oplossen van het huisvestingsprobleem wilt geven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marianne van der Sloot

Schriftelijke vragen Van Goghhuis Zundert

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Marianne van der Sloot over het Van Goghhuis in Zundert.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Van Goghhuis.

Geacht college, 

Vincent van Gogh werd op 30 maart 1853 geboren in Zundert, als zoon van een dominee. Vincent droomde over ‘de kunst van de toekomst’. Sinds zijn dood in 1890 lieten velen zich door zijn dromen inspireren. En nog steeds: Zundert en omgeving vormen een broedplaats voor kunstenaars en dat zien we o.a. terug in de exposities in het Vincent van Goghhuis.

Het CDA omarmt uw standpunt om het belang van Vincent van Gogh en diens culturele meerwaarde verder invulling te gaan geven in onze provincie. Hiervoor hebt u een bedrag van € 750.500 beschikbaar gesteld.

Tegelijkertijd is het CDA geschokt in dagblad BN De Stem te moeten lezen dat het Van Goghhuis in Zundert dreigt te verdwijnen. Een blamage voor alle vrijwilligers die zich dag in dag uit inzetten om cultureel Brabant op de kaart te zetten. Om te kunnen blijven voortbestaan heeft het Huis reeds 0,5 Fte moeten inleveren en voor 2017 dreigt een tekort van € 100.000.

Het CDA vindt dit onacceptabel en heeft de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Zijn de financiële problemen van het Van Goghhuis in Zundert u bekend?
  2. Bent u van mening dat Vincent van Gogh in Zundert en Etten-Leur een minstens zo grote rol heeft vervuld als op andere aangewezen locaties?
  3. Bent u bereid om vóór het einde van dit jaar in gesprek te gaan met de gemeente Zundert en met het Van Goghhuis om tot een oplossing te komen voor de financiële problemen?
  4. Bent u bereid de uitkomsten van dit gesprek te communiceren met Provinciale Staten?
  5. Hoe denkt u West-Brabant en het belang van Zundert en Etten-Leur beter onder de aandacht van VisitBrabant te brengen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

Marianne van der Sloot

CDJA-congres in ’s-Hertogenbosch met Brabantse topsprekers

Het CDJA, de jongerenorganisatie gelieerd aan het CDA, houdt vandaag en morgen een tweedaags congres in ’s-Hertogenbosch. Op het programma staan o.m. de verkiezing van nieuwe bestuursleden, een vooruitblik naar de Tweede Kamerverkiezingen volgend jaar én een groot aantal topsprekers.

Te gast zijn o.a. burgemeester Rombouts van ’s-Hertogenbosch, Europarlementariër Lambert van Nistelrooij, provinciaal fractievoorzitter Marianne van der Sloot en Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg. Allen spreken op de vrijdagavond over uiteenlopende onderwerpen, zoals cultuur en Europa.

Op zaterdagochtend is het podium voor de jongerenkandidaten voor de Tweede Kamer, onder wie Anne Kuik (plek 11), Julius Terpstra (plek 23) en Stijn Steenbakkers (plek 24).

Ook is er een Brabant Panel o.l.v. Jeroen Bruijns, raadslid te Breda en lijstduwer bij de Tweede Kamerverkiezingen. Het panel bestaat uit Ranti Tjan (directeur EKWC), Frans van Dooremalen (directeur Brabant C) en Marcel Deryckere (Statenlid te Noord-Brabant).

Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant en oud-lid van het CDJA:

“Fantastisch dat het congres van het CDJA ditmaal in ’s-Hertogenbosch plaatsvindt, de stad van Jheronimus Bosch. Ik verheug mij op een mooi programma, met echte topsprekers. Een groot compliment aan de organisatie!”

Het congres start op 25 november om 17.30u. De afsluiting is op 26 november om 16.00u. Locatie is het Golden Tulip Hotel Central, gelegen aan het Burgemeester Loeffplein 98 te ’s-Hertogenbosch. Vertegenwoordigers van de pers zijn van harte uitgenodigd om te komen kijken. Hiervoor en voor meer informatie, bijvoorbeeld interviewverzoeken of het aanleveren van tekst- en fotomateriaal, kunnen zij contact opnemen met communicatiemedewerker Ernst van Welij via 06-10485989.