CDA op werkbezoek bij ASML

Het CDA brengt op 8 december a.s. een werkbezoek aan chipmachinemaker ASML in Veldhoven.

Aan het werkbezoek nemen zowel leden van de Brabantse, Limburgse als Veldhovense CDA-fractie deel. In totaal telt de CDA-delegatie 25 personen.

Op het programma van het werkbezoek staan o.a. een tour door het Experience Center, een werklunch met vertegenwoordigers van ASML én een gesprek met regionale partners over samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen.

Marianne van der Sloot, Statenlid en fractievoorzitter van het CDA in Noord-Brabant:

“Als CDA zijn we blij en vereerd dat we bij ASML te gast mogen zijn, een bedrijf met internationale allure dat zijn thuisbasis heeft in het Brabantse Veldhoven. Daar mogen we als provincie trots op zijn.

Aanleiding voor dit werkbezoek is het bevlogen verhaal dat CEO Peter Wennink hield tijdens de zgn. ‘Koningshoeven Ontmoeting’ eerder dit jaar. Zijn pleidooi voor innovatie en de rol die de overheid daarbij kan spelen, heeft ons bijzonder geïnspireerd. Voorwaar een goede reden om zelf een keer bij ASML op bezoek te gaan. Niet alleen voor een kijkje in de keuken, maar ook om van gedachten te wisselen over het Brabant van nu en het Brabant van morgen.

Dat onze Limburgse en Veldhovense CDA-collega’s ook deelnemen aan het werkbezoek, is een mooi voorbeeld van hoe het CDA te werk gaat. Samenwerken zit in onze genen en waar mogelijk trekken we samen op met onze collega’s binnen en buiten de provincie.”

Kees de Heer Statenlid voor het CDA

De 56-jarige Kees de Heer uit Eindhoven wordt in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten Noord-Brabant geïnstalleerd als Statenlid voor het CDA. Naar verwachting is dat op vrijdag 8 september a.s.

Kees de Heer vervangt Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot, die van 9 augustus tot 30 november met zwangerschapsverlof gaat.

Zittend Statenlid Ton Braspenning neemt gedurende deze periode het fractievoorzitterschap van Van der Sloot over.

Kees de Heer:

“Ik kijk ernaar uit om mij als volksvertegenwoordiger voor Brabant en de Brabanders te mogen inzetten. In mijn eigen regio Eindhoven zie ik de invloed van de provincie op tal van terreinen terug: bij de ontwikkeling van Brainport Eindhoven, de groei van de luchthaven, en de leefbaarheid in de plaatsen rond Eindhoven. De plannen van het huidige provinciebestuur zouden daar best wat meer CDA kunnen gebruiken, dus daaraan lever ik graag een bijdrage.”

Marianne van der Sloot:

“Ik ben ontzettend blij dat Kees onze fractie komt versterken met zijn kennis, enthousiasme en warme persoonlijkheid. Met hem is het CDA helemaal klaar voor het nieuwe politieke seizoen, dat naar onze verwachting begint met een hete herfst.

Zo besluit de provincie dit najaar over o.a. de verzachtende maatregelen voor de veehouderij, de herindeling van de gemeente Nuenen en de onverwachte bezuiniging op de philharmonie zuidnederland. Op al die onderwerpen zal het CDA alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat het college van Gedeputeerde Staten weer de juiste koers gaat varen.”

Kees de Heer is werkzaam voor werkgeversvereniging AWVN. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen.

Schriftelijke vragen over bezuiniging philharmonie zuidnederland

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de bezuiniging op de philharmonie zuidnederland.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over bezuiniging philharmonie zuidnederland.

 

Geacht college,

Vandaag maakte u bekend te willen gaan bezuinigen op de philharmonie zuidnederland.

In 2017 ontving de philharmonie van de provincie een subsidie van 2 miljoen euro. Voor 2018 en 2019 brengt u dat bedrag terug naar maximaal 1,5 miljoen euro per jaar.

Het CDA is verrast over dit besluit van het college en vraagt zich af hoe dit besluit tot stand is gekomen én welke consequenties deze bezuiniging heeft. Daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In de nieuwe situatie ontvangt de philharmonie maximaal 1,5 miljoen euro per jaar. ‘Maximaal’ impliceert dat dit bedrag ook lager kan uitvallen. Hanteert u behalve deze bovengrens ook een ondergrens, d.w.z. een minimum- of basisbedrag aan subsidie, waar de philharmonie in elk geval op kan rekenen?    

02. De philharmonie zuidnederland is behalve in Noord-Brabant ook actief in Limburg. Hebt u de bezuiniging op de philharmonie met de provincie Limburg overlegd? Wat was haar reactie?

03. Hoe is de provincie Limburg van plan met de philharmonie zuidnederland om te gaan? Verwacht u uit deze provincie ook bezuinigingen, of juist extra investeringen nu Brabant gaat bezuinigen?

04. Was het niet beter geweest om met de provincie Limburg tot een gezamenlijke toekomstvisie voor de philharmonie zuidnederland te komen i.p.v. als provincie Noord-Brabant alleen en eenzijdig te werk te gaan?

05. Samen met de provincie Limburg hebt u verschillende toekomstscenario’s voor de philharmonie laten onderzoeken.

  1. Waarom hebt u op basis van dit onderzoek gekozen voor dit scenario?
  2. Voor welk scenario kiest de provincie Limburg en waarom?

06. De 2 miljoen euro subsidie uit 2017 brengt u terug tot maximaal 1,5 miljoen euro subsidie in 2018 en 2019. Wat gaat u concreet doen met de 500.000 euro die u jaarlijks overhoudt?

07. De philharmonie zuidnederland is gevestigd op twee locaties: in Eindhoven en in Maastricht. Is het voorstelbaar dat a.g.v. deze bezuiniging de philharmonie uit een van deze locaties vertrekt?

08. Vindt u het wenselijk dat de philharmonie uit een van deze locaties vertrekt of zich op een andere locatie vestigt?

09. De philharmonie zuidnederland is een regio-orkest. Daarvan zijn er in Zuid-Nederland niet veel, dus daar moeten we zuinig op zijn. Welke (rand)voorwaarden gaat u stellen om ervoor te zorgen dat het orkest haar regiofunctie kan behouden?

10. Bezuinigen kan ertoe leiden dat de philharmonie, om te kunnen besparen, activiteiten en optredens moet gaan schrappen of de prijs voor concertkaarten moet verhogen. Hoe gaat u als provincie waarborgen dat de philharmonie een orkest blijft, waarvan de activiteiten voor iedereen zichtbaar én toegankelijk zijn?

11. De philharmonie zuidnederland maakt onzekere tijden door. Eerst de fusie van het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest. Daarna onzekerheid over de vestigingsplaats(en). Nu bezuinigingen. Over twee jaar weer een evaluatie en mogelijk andere plannen. Het lijkt erop dat de philharmonie in de ongewenste situatie terecht komt dat het meer tijd kwijt is met beleid maken dan met muziek maken. Bent u het met het CDA eens dat dit onwenselijk is en de kwaliteit en continuïteit van het regio-orkest niet ten goede komt?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

Schriftelijke vragen over tweedeling Brabantse samenleving

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Geacht college, 

De verkenning Mind the Gap van kennisplatform BrabantKennis doet bij het CDA alle alarmbellen rinkelen. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter wordt. Hoog- en laagopgeleiden leven langs elkaar in plaats van met elkaar. Hierdoor kennen en ontmoeten Brabanders elkaar niet meer en leven ze in kleine groepen gelijkgestemden, in aparte wijken voor hoger- dan wel lageropgeleiden.

Om deze tweedeling tegen te gaan, doet BrabantKennis gelukkig een aantal zinvolle aanbevelingen. Hieronder de oproep tot het in stand houden van buurtvoorzieningen, tradities en evenementen. Dát zijn immers de plekken en momenten waar mensen elkaar ontmoeten, zoals tijdens het spelen van een partijtje voetbal, het vieren van carnaval of in de activiteiten van organisaties als ouderenbonden en vrouwenverenigingen.

Daarnaast pleit BrabantKennis ervoor om mensen beter voor te bereiden op onze ingewikkelde samenleving. We moeten Brabanders de vaardigheden en mogelijkheden geven om te kunnen blijven meedoen.

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Onderschrijft u de conclusie van BrabantKennis dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter en dieper wordt?
  2. Bent u van plan om de bevindingen van BrabantKennis te gebruiken als nieuwe input voor uw beleid omtrent ‘Sociale Veerkracht’?
  3. De meeste Brabanders zijn doeners en geen denkers, stelt BrabantKennis. Wat betekent deze observatie voor uw plannen omtrent ‘Sociale Veerkracht’? Moeten deze niet juist concreet en klein worden gehouden in plaats van breed en abstract (bijvoorbeeld door het betalen van promovendi)?
  4. Mensen ontmoeten elkaar in verenigingsverband, op sportclubs en tijdens evenementen als carnaval. In hoeverre bent u het met het CDA eens dat we als provincie deze ontmoetingen verder moeten stimuleren en faciliteren?
  5. Buurtvoorzieningen zijn een andere manier om ontmoeting tussen en door groepen heen mogelijk te maken. De provincie Noord-Brabant heeft o.a. via de zgn. ‘doe-budgetten’ langere tijd met succes ingezet op het concreet verbeteren van buurtvoorzieningen. Bent u, in het licht van de aanbevelingen van BrabantKennis, bereid om in samenwerking met gemeenten opnieuw in te zetten op het vernieuwen en verbeteren van buurtvoorzieningen?
  6. Tegelijk met het verdiepen van de tweedeling zien we nieuwe vormen van samenwerking ontstaan. Bijvoorbeeld coöperaties, platformen, burgerinitiatieven en sociale ondernemingen. Deze initiatieven stranden echter nog té vaak door onnodige problemen en door de overheid opgelegde beperkingen. Hoezeer hebt u voor elk van deze vernieuwende vormen in beeld tegen welke problemen, (wettelijke) beperkingen en moeilijkheden men aanloopt?
  7. Om te kunnen blijven meedoen in onze samenleving is een aantal vaardigheden onmisbaar. Te denken valt aan het gebruiken van digitale middelen, het spreken van de Nederlandse taal en het creëren van een vriendennetwerk. Deelt u de mening van het CDA dat de provincie deze vaardigheden actief moet stimuleren bij doelgroepen die dat nodig hebben?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

CDA: provincie heeft grote beurt nodig

Extra inzet en reparaties zijn nodig, wil de provincie Noord-Brabant door haar jaarlijkse APK-keuring komen. Dat constateert het CDA tijdens het debat over de Perspectiefnota 2017, dat vandaag plaatsvindt.

In de Perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant.

Volgens het CDA komt de gewenste beweging in Brabant maar moeizaam op gang en is er op sommige thema’s zelfs sprake van stilstand. Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie, pleit voor meer gas op de plank. “Dit college zit teveel achter de tekentafel en te weinig in de samenleving, waardoor Brabant nauwelijks vooruit komt.”

Als voorbeeld noemt Van der Sloot het arbeidsmarktbeleid van de provincie. “We lezen dat Brabant booming is, maar tegelijkertijd zijn er bedrijven met honderden vacatures tegenover een werkloosheidspercentage van 5%. Daar moet de provincie wat aan doen.”

Ook de leefbaarheid in Brabant staat onder druk, aldus Van der Sloot, die in haar bijdrage wijst op het ontbreken van een sociaal beleid voor kwetsbare groepen. Ook hekelt het CDA de bezuinigingen op erfgoed, nu het Europees jaar van het Erfgoed voor de deur staat. De aanpak van drugsgerelateerde criminaliteit verdient behalve in Den Bosch ook de allerhoogste prioriteit in Den Haag.

Andere punten waar het CDA aandacht voor vraagt, zijn o.a. de snelle realisatie van een intercitystation Eindhoven Airport, de bereikbaarheid van Oost-Brabant via de Oost-West verbinding en de snelle verduurzaming van veerdiensten en sportclubs.

Het CDA besluit haar APK-keuringsrapport met twee reparatieverzoeken: om de kloof tussen de kiezer en politiek te dichten, moet elke Brabantse scholier het Provinciehuis kunnen bezoeken én moeten provinciale documenten als de Perspectiefnota voortaan in duidelijkere, begrijpelijkere taal worden geschreven. “Geen termen als valorisatieprogramma’s, multi-helix partners en cross-overs meer”, betoogt Van der Sloot.

Het CDA hoopt dat de provincie de aanbevelingen overneemt en alsnog door de APK komt. Mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan zal het CDA verschillende moties indienen om de gewenste reparaties tot stand te brengen.

Klik op de volgende link om de spreektekst van Marianne van der Sloot in te zien: Spreektekst Marianne van der Sloot PPN 2017 (21 april 2017).

Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK

Schriftelijke vragen van Statenleden Ton Braspenning en Marianne van der Sloot over de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over uitlatingen gedeputeerde Van den Hout in KRAAK.

Geacht college, 

Gisteren noemde gedeputeerde Van den Hout in het televisieprogramma KRAAK de productiewijze van boeren erger dan de drugsdumpingen in Brabant1.

Het CDA heeft kennisgenomen van deze uitlatingen en wij hebben voor u de volgende vragen:

  1. Bent u als college bereid publiekelijk afstand te nemen van de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?
  2. Bent u als college bereid publiekelijk excuses aan te bieden aan alle Brabantse boeren voor de uitlatingen van gedeputeerde Van den Hout? Indien ja, op welk moment en in welke vorm?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ton Braspenning en Marianne van der Sloot

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2632941003/Bedrijfsvoering+boeren+schadelijker+voor+milieu+dan+vele+drugsdumpingen.aspx.

 

CDA op werkbezoek bij Shimano Europe in Eindhoven

Het CDA brengt op 10 februari a.s., als eerste politieke partij, een werkbezoek aan het nieuwe hoofdkantoor van Shimano Europe in Eindhoven. Aan dit werkbezoek nemen o.a. zittend Tweede Kamerlid Erik Ronnes, kandidaat-Kamerlid Stijn Steenbakkers, Statenlid Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) en verschillende andere provinciale CDA’ers deel.

Shimano is een Japans bedrijf, dat producten maakt voor o.a. de wieler-, hengel- en roeisport. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de e-bikes met Shimano Steps motor. Het nieuwe Europese hoofdkantoor van Shimano werd op 31 januari jl. geopend en staat op de High Tech Campus van Eindhoven. Er zijn momenteel ongeveer 180 mensen werkzaam.

Op het programma van het werkbezoek staan o.m. een kennismaking met het bedrijf, een ontmoeting met Marc van Rooij (President Shimano Europe Group) en Peter d’Haens (Product Coordinator Shimano Europe) én een rondleiding door het gloednieuwe, duurzame pand.

Het CDA in Brabant gaat regelmatig op werkbezoek bij toonaangevende of anderszins bijzondere bedrijven in de regio. De partij pleit in haar verkiezingsprogramma nadrukkelijk voor een eerlijke economie, waarin iedereen moet kunnen meeprofiteren van het werk dat we sámen verzetten: werkgevers én werknemers. Voor het CDA is een eerlijke economie óók een duurzame economie, waar ondernemerschap loont en groei en bedrijvigheid de toekomst van onze kinderen versterken in plaats van belasten.

Erik Ronnes over het bezoek aan Shimano:

“Als CDA zijn we bijzonder vereerd dat we bij Shimano Europe te gast mogen zijn. Het is een interessant bedrijf, dat mooie producten maakt in een unieke omgeving. In Brabant zijn we er trots op dat Shimano voor Eindhoven als vestigingsplaats heeft gekozen. We zijn benieuwd naar de historie van het bedrijf, de producten die het maakt én de plannen voor de toekomst. Daarnaast wisselen we graag van gedachten over ons eigen CDA-thema: de eerlijke economie.”

Dankzij een motie van het CDA kreeg brainport Eindhoven afgelopen jaar de status van mainport. Een belangrijke erkenning van de stad én van de regio, aldus de partij.

 

CDA: Philharmonie Zuidnederland moet in Eindhoven blijven

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant wil dat de Philharmonie Zuidnederland in Eindhoven gevestigd blijft. Vandaag debatteert Provinciale Staten over de toekomst van het orkest, dat momenteel twee standplaatsen heeft: Eindhoven én Maastricht.

De Philharmonie Zuidnederland is opgericht in 2013, na een fusie van het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonieorkest. Chef-dirigent is Dmitri Liss uit Rusland.

Het ministerie van OCW heeft de Philharmonie gevraagd om verschillende scenario’s uit te werken, die moeten leiden tot integratie van de twee orkestkernen tot één orkest en één geografische vestiging. Het CDA wil dat Eindhoven in elk van deze scenario’s voorkomt als standplaats, gelet op de uitstekende vestigingsvoorwaarden: centraal gelegen, goed bereikbaar en midden in de Brainport-regio.

Marianne van der Sloot, Statenlid en fractievoorzitter:

“De Philharmonie Zuidnederland is van groot, cultureel belang voor Zuid-Nederland. Tegelijkertijd is het Muziekgebouw Eindhoven volgens kenners een van de beste concertzalen van het land en nauw met de Philharmonie verbonden.

Als CDA vinden we het belangrijk dat het orkest op een centrale, goed bereikbare locatie is gehuisvest. Eindhoven is niet alleen centraal gelegen tussen West-Brabant en Zuid-Limburg, maar óók vanwege de Brainport-regio een aantrekkelijke vestigingslocatie. Er is daar volop bedrijvigheid, waar het orkest van kan profiteren.”

De Brabantse CDA-fractie hoopt op provinciebrede steun voor Eindhoven als standplaats voor de Philharmonie. De partij wil desnoods een motie indienen om daartoe op te roepen.

CDA op werkbezoek bij Coca-Cola in Dongen

Het CDA brengt op 27 januari a.s. een werkbezoek aan Coca-Cola in Dongen. Aan dit werkbezoek nemen o.a. zittend Tweede Kamerlid Erik Ronnes, kandidaat-Kamerlid Stijn Steenbakkers, Statenlid Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) en verschillende plaatselijke CDA’ers deel.

Coca-Cola is sinds 1957 gevestigd in de gemeente Dongen. De fabriek, waar ruim 300 mensen werkzaam zijn, is recent gerenoveerd en op 27 juni jl. heropend. Coca-Cola produceert, distribueert én verkoopt er behalve Coca-Cola óók verschillende andere frisdrankmerken. Bijvoorbeeld Fanta, Sprite en Nestea.

Het CDA staat voor een eerlijke economie, waarin iedereen moet kunnen meeprofiteren van het werk dat we sámen verzetten: werkgevers én werknemers. Voor het CDA is een eerlijke economie óók een duurzame economie, waar ondernemerschap loont en groei en bedrijvigheid de toekomst van onze kinderen versterken in plaats van belasten.

In Brabant maakt het CDA zich al geruime tijd hard voor de maakindustrie in deze provincie. Zo pleitte het CDA bij de begrotingsbehandeling 2017 van de provincie Noord-Brabant o.m. voor een onderzoek naar een Maakindustrie Fonds. Bedoeld om méér maakindustrie aan te trekken en mbo-geschoolde arbeid naar Brabant te halen. Dat is nodig, want maar liefst 10% van de laagopgeleiden in Brabant is werkloos. Aldus Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van het CDA in de Provinciale Staten van Noord-Brabant.

Kamerlid Erik Ronnes over het bezoek aan Coca-Cola:

“Als CDA zijn we blij dat we bij Coca-Cola te gast mogen zijn. Het is het bekendste frisdrankmerk ter wereld en nauw verbonden met de regio Midden-Brabant. We zijn benieuwd naar de nieuwe fabriek en gaan graag in gesprek over onderwerpen als duurzaam produceren, arbeidsmarktbeleid én natuurlijk ons eigen CDA-thema: de eerlijke economie.”

Sociale veerkracht dreigt ambtelijke tijger te worden

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over sociale veerkracht.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over sociale veerkracht.

Geacht college, 

Op 9 december 2016 stelden Provinciale Staten het programma Sociale Veerkracht vast. Een aanpak om kwetsbare groepen in onze provincie volwaardig te laten meedoen in onze samenleving en tweedeling te voorkomen. Nu het programma is vastgesteld, wordt het tijd om in actie te komen en concrete initiatieven hiertoe te ondersteunen. Het CDA hoopt op een succesvolle toekomst voor Sociale Veerkracht. Een toekomst vol fantastische projecten van en voor Brabanders die dankzij de provincie net dat extra steuntje in de rug krijgen.

De tijd van vage ambtelijke taal en dikke vellen papier moet voorbij zijn, vindt het CDA. De provincie moet aan de slag. Daarom heeft de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant aan de lokale CDA-fracties in Brabant gevraagd te peilen in hoeverre gemeenten en maatschappelijke organisaties zijn aangesloten bij en bekend zijn met het programma Sociale Veerkracht.

Het CDA is erg geschrokken van de resultaten van deze ‘peiling’. Veel Brabantse gemeenten hebben van de provincie nog geen enkel bericht ontvangen over Sociale Veerkracht. Maatschappelijke organisaties, het fundament onder onze samenleving, blijken niet eens te zijn benaderd door de provincie. Hierdoor dreigt Sociale Veerkracht een ambtelijke tijger te worden, waar de Brabanders niets aan hebben.

Zelf zegt verantwoordelijk gedeputeerde Swinkels op de website van de provincie: ‘Versterking van de sociale veerkracht moet voorkomen dat Brabanders buiten de boot vallen en moet er voor zorgen dat iedereen deelt in, en bijdraagt aan de goede kwaliteit van leven in de provincie’ (zie http://www.brabant.nl/html/2016/ezineveerkrachtigbrabant/3-dit-gaan-we-doen.html).

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Waarom hebt u alleen met de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant contact over Sociale Veerkracht?
  2. Behalve de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant geven ook veel andere gemeenten aan gráág te willen deelnemen aan Sociale Veerkracht. De provincie betrekt deze gemeenten echter niet bij het programma. Betekent dit dat gemeenten buiten de genoemde regio’s geen (financiële) ondersteuning krijgen vanuit Sociale Veerkracht? Indien ja, waarom is dat?
  3. Uit de antwoorden op schriftelijke vragen in verschillende Brabantse gemeenten blijkt dat de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant ‘startplaatsen zijn waarvandaan we lessen meenemen voor heel Brabant’. Is er binnen het programma Sociale Veerkracht budget beschikbaar om deze lessen en initiatieven over heel Brabant uit te rollen? Indien niet, waarom niet?
  4. Naast de zgn. ‘gebiedsgerichte aanpak’ wilt u ook werken met ‘cross-overs’ naar andere provinciale opgaven. Hoe denkt u deze cross-overs te realiseren? Hoeveel budget heeft u hiervoor gereserveerd? Graag een specificatie per provinciale opgave.
  5. Kunt u ons een aantal voorbeelden noemen van (mogelijke) cross-overs die de afgelopen periode uit uw gesprekken met de middelgrote steden en de gemeenten in West-Brabant naar voren zijn gekomen?
  6. Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat de provincie geen contact zoekt met maatschappelijke organisaties in de verschillende regio’s. Hoe denkt u een maatschappelijk programma als Sociale Veerkracht succesvol te maken zonder het maatschappelijk middenveld actief te benaderen en een actieve rol te geven?
  7. Naar aanleiding van de vragen van het CDA stelt u in uw brief aan diverse Brabantse gemeenten dat er voor gemeenten of andere organisaties géén mogelijkheid is tot het aanvragen van projectsubsidies. Waarom is deze mogelijkheid er niet?
  8. Kunnen ouderenbonden aanspraak maken op projectsubsidies? Graag een toelichting waarom wel/niet.
  9. Indien ja, waartoe leidt de door u ingevoerde overgangssubsidie voor de VBOB in 2018?
  10. Het CDA is groot voorstander van het ondersteunen van initiatieven van onderop om Sociale Veerkracht te ondersteunen. Door projectsubsidies onmogelijk of onbereikbaar te maken kunnen deze initiatieven echter niet bij de provincie terecht voor ondersteuning. Bent u het met het CDA eens dat dit een zeer onwenselijk gevolg is van het collegebeleid? Graag een toelichting.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marianne van der Sloot en Marcel Deryckere