CDA op werkbezoek in Volkel

Het CDA brengt op maandag 19 juni een werkbezoek aan Volkel, gemeente Uden. Aan het werkbezoek nemen o.a. Tweede Kamerlid Erik Ronnes, Statenlid Marcel Deryckere en de Udense CDA’ers Ellen Alofs en Maurits van den Bosch deel.

De CDA-delegatie is te gast bij recreatiepark BillyBird Park Hemelrijk, waar de politici met eigenaar en recreatieondernemer Ton Derks spreken over de vrijetijdseconomie in Brabant. Actueel is het zgn. ‘Leisure Ontwikkel Fonds’ (LOF), via welke de provincie Noord-Brabant samen met een aantal andere partijen investeert in de toeristische sector in onze provincie.

Marcel Deryckere, Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en namens het CDA o.m. woordvoerder vrijetijdseconomie:

“Als CDA zijn we blij dat we bij Ton Derks en zijn familie te gast mogen zijn. Het CDA is behalve een familie- ook een echte ondernemerspartij, die familiebedrijven als BillyBird Hemelrijk van grote waarde vindt voor de Brabantse economie én voor de Brabantse samenleving. We zijn benieuwd hoe een ondernemer als Ton tegen de ontwikkelingen in zijn sector aankijkt en hoe hij de relatie met de overheid ervaart. Daarnaast laten we ons graag verrassen met alle andere onderwerpen die tijdens het bezoek ter sprake komen.”

Behalve over recreatie en toerisme spreken de CDA’ers ook over de politieke actualiteit in Volkel en de gemeente Uden. Mede hierom is ook Tweede Kamerlid Erik Ronnes aanwezig, die in Den Haag de regio Oost-Brabant vertegenwoordigt.

Na het bezoek aan Volkel brengt een deel van het gezelschap nog een bezoek aan een aantal boeren in de regio, die zijn getipt voor de CDA-kalender met stoere, Brabantse boeren. Het CDA wil deze kalender in 2018 uitgeven en daarmee het landbouwdebat in de provincie een positieve impuls geven. Meer dan 100 boeren werden aangemeld en van twaalf van hen tekent het CDA stoere verhalen en foto’s op voor op de kalender. Meer informatie over dit initiatief is te vinden op de website van het CDA Brabant: http://cdabrabant.nl/cda-stoere-boeren-gezocht/.

Het werkbezoek start om 14.00u bij BillyBird Park Hemelrijk aan de Zeelandsedijk 34A in Volkel, gemeente Uden.

Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en René Kuijken over criminaliteit op het platteland en de Wet BIBOB.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB.

Geacht college, 

Zowel regionale als landelijke media berichtten afgelopen week over de criminaliteit op het platteland. Dit naar aanleiding van een brief van de twaalf Commissarissen van de Koning in Nederland. De Brabantse CDA-fractie is geschrokken van deze berichtgeving én van het feit dat de politiecapaciteit in Brabant blijkbaar nog steeds niet op orde is. Al eerder hebben wij onze steun uitgesproken voor de oproep van onze Commissaris aan Den Haag om de Brabantse politie te versterken. Dat blijven wij doen. In dit kader hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In hoeverre hebben Brabantse lobbypogingen in Den Haag extra capaciteit en inzet van politie in Brabant opgeleverd?

02. Wat is nodig om te voorkomen dat Den Haag de belangen van de regio’s, zoals Brabant, niet langer negeert?

03. Het oplospercentage van misdrijven in Brabant lag in 2014 met 24,6% onder het landelijk gemiddelde. In een gemeente als Goirle lag dit percentage op 11,6%, nog veel lager dus. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over opgeloste misdrijven in Brabant? In 2015/2016 bleek ook dat de aanrijtijden van de politie op het Brabantse platteland onder de maat waren. Te vaak werd de maximale aanrijtijd van vijftien minuten niet gehaald. In sommige delen van Brabant was de politie zelfs in bijna één op de twee gevallen te laat. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over de aanrijtijden van de politie in Brabantse plattelandsgemeenten?

In opdracht van de provincie evalueerde een commissie van experts de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant, een wet die moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Het doel van deze evaluatie was om alertheid waar nodig te vergroten. Uit het rapport van de commissie blijkt dat Brabant deze wet goed uitvoert. De commissie constateerde echter ook dat verschillende Brabantse (plattelands)gemeenten de Wet BIBOB nog niet of onvoldoende toepassen. Geen goed signaal gegeven de berichten dat criminelen vrij spel hebben op het Brabantse platteland. Het CDA vindt dat we behalve onze politiecapaciteit ook onze eigen (veiligheids)zaken in Brabant goed op orde moeten hebben. Klaarblijkelijk is dit nog niet het geval en daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

04. Wat gaat u als provincie richting gemeenten doen om, met dit rapport in de hand, de aanpak van criminaliteit in Brabant te verstevigen?

De commissie die de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant heeft geëvalueerd, doet een aantal zinvolle aanbevelingen.

05. Ten eerste adviseert de commissie om bij bijvoorbeeld een vergunningaanvraag een integriteitscheck te laten uitvoeren door de vakafdelingen zelf. Bent u van plan dit advies op te volgen in uw eigen organisatie en processen?

06. Ten tweede stelt de commissie voor het bewustzijn van de provinciale organisatie rondom (georganiseerde) criminaliteit te verbeteren. Hoe bent u van plan dit op te pakken?

07. Ten derde pleit de commissie ervoor om ambtenaren die actief betrokken zijn bij bedrijven waarop de Wet BIBOB van toepassing is te screenen. Bent u van plan dit vanaf heden te gaan doen?

08. Ten vierde doet de commissie aanbevelingen om goede, integere bedrijven minder te belasten met BIBOB-onderzoeken en tegelijkertijd malafide bedrijven te blijven aanpakken:

  1. Het zou eenvoudiger moeten worden om integere bedrijven die regelmatig vergunningaanvragen doen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van het BIBOB-instrumentaruim. Bijvoorbeeld door deze op een ‘witte lijst’ van goede praktijken te plaatsen of een certificaat te geven.
  2. Is het mogelijk om integere bedrijven simpelere en snellere procedures te laten doorlopen? Bent u van plan om dit toe te passen?
  3. Is het mogelijk om naast een ‘witte lijst’ ook een ‘zwarte lijst’ met malafide bedrijven en organisaties op te stellen om handhaving gemakkelijker te makenIn hoeverre is het (wettelijk) mogelijk om deze lijst te delen met Brabantse gemeenten om hen te ondersteunen en te waarschuwen voor de activiteiten van criminelen?
  4. Als alternatief voor een ‘zwarte lijst’ zou de provincie risicoprofielen van sectoren en bedrijfstypen kunnen opstellen. Een lijst hiervan zou de provincie geanonimiseerd kunnen delen met andere overheden om deze te helpen met toepassen van de BIBOB. Bent u bereid deze mogelijkheid te onderzoeken op haalbaarheid?

09. Ten vijfde raadt de commissie aan om meer informatie over de BIBOB en informatie over toezicht en handhaving te delen met andere overheden en tussen overheden onderling. Welke wettelijke ruimte hebt u hier op dit moment voor en hoezeer staat privacywetgeving het delen van informatie in de weg?

10. Ten zesde concludeert de commissie dat niet alle Brabantse gemeenten de BIBOB-wet (goed) toepassen. Dit leidt ertoe dat criminelen bepaalde gemeenten misbruiken voor hun activiteiten.

  1. Hoe bent u van plan om álle Brabantse gemeenten de Wet BIBOB actief en zorgvuldig te laten toepassen?
  2. Bent u bereid om het zorgvuldig toepassen van de Wet BIBOB als criterium en onderzoeksvraag onderdeel te maken van het proces ‘Veerkrachtig Bestuur’?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en René Kuijken

Schriftelijke vragen over tweedeling Brabantse samenleving

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Geacht college, 

De verkenning Mind the Gap van kennisplatform BrabantKennis doet bij het CDA alle alarmbellen rinkelen. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter wordt. Hoog- en laagopgeleiden leven langs elkaar in plaats van met elkaar. Hierdoor kennen en ontmoeten Brabanders elkaar niet meer en leven ze in kleine groepen gelijkgestemden, in aparte wijken voor hoger- dan wel lageropgeleiden.

Om deze tweedeling tegen te gaan, doet BrabantKennis gelukkig een aantal zinvolle aanbevelingen. Hieronder de oproep tot het in stand houden van buurtvoorzieningen, tradities en evenementen. Dát zijn immers de plekken en momenten waar mensen elkaar ontmoeten, zoals tijdens het spelen van een partijtje voetbal, het vieren van carnaval of in de activiteiten van organisaties als ouderenbonden en vrouwenverenigingen.

Daarnaast pleit BrabantKennis ervoor om mensen beter voor te bereiden op onze ingewikkelde samenleving. We moeten Brabanders de vaardigheden en mogelijkheden geven om te kunnen blijven meedoen.

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Onderschrijft u de conclusie van BrabantKennis dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter en dieper wordt?
  2. Bent u van plan om de bevindingen van BrabantKennis te gebruiken als nieuwe input voor uw beleid omtrent ‘Sociale Veerkracht’?
  3. De meeste Brabanders zijn doeners en geen denkers, stelt BrabantKennis. Wat betekent deze observatie voor uw plannen omtrent ‘Sociale Veerkracht’? Moeten deze niet juist concreet en klein worden gehouden in plaats van breed en abstract (bijvoorbeeld door het betalen van promovendi)?
  4. Mensen ontmoeten elkaar in verenigingsverband, op sportclubs en tijdens evenementen als carnaval. In hoeverre bent u het met het CDA eens dat we als provincie deze ontmoetingen verder moeten stimuleren en faciliteren?
  5. Buurtvoorzieningen zijn een andere manier om ontmoeting tussen en door groepen heen mogelijk te maken. De provincie Noord-Brabant heeft o.a. via de zgn. ‘doe-budgetten’ langere tijd met succes ingezet op het concreet verbeteren van buurtvoorzieningen. Bent u, in het licht van de aanbevelingen van BrabantKennis, bereid om in samenwerking met gemeenten opnieuw in te zetten op het vernieuwen en verbeteren van buurtvoorzieningen?
  6. Tegelijk met het verdiepen van de tweedeling zien we nieuwe vormen van samenwerking ontstaan. Bijvoorbeeld coöperaties, platformen, burgerinitiatieven en sociale ondernemingen. Deze initiatieven stranden echter nog té vaak door onnodige problemen en door de overheid opgelegde beperkingen. Hoezeer hebt u voor elk van deze vernieuwende vormen in beeld tegen welke problemen, (wettelijke) beperkingen en moeilijkheden men aanloopt?
  7. Om te kunnen blijven meedoen in onze samenleving is een aantal vaardigheden onmisbaar. Te denken valt aan het gebruiken van digitale middelen, het spreken van de Nederlandse taal en het creëren van een vriendennetwerk. Deelt u de mening van het CDA dat de provincie deze vaardigheden actief moet stimuleren bij doelgroepen die dat nodig hebben?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

Schriftelijke vragen over afname banen door robotisering

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Marcel Deryckere over de afname van banen door robotisering.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over robotisering distributiecentra.

Geacht college, 

De Brabantse logistieke sector is van vitaal belang voor de economie van onze provincie. Distributiecentra spelen hier een essentiële rol in en zijn de sleutel tot het creëren van arbeidsplaatsen in de logistieke sector. In deze branche vinden vele technische ontwikkelingen plaats om effectiever en efficiënter te werken. Dit zou ten koste kunnen gaan van de arbeidsplaatsen van Brabanders. Het CDA ziet hierin enkele bedreigingen, maar óók zeker kansen.

We willen u daarom graag de volgende vragen stellen: 

  1. Bent u bekend met het bericht ‘Robots nemen duizenden banen over in Brabantse distributiecentra’, Brabants Dagblad 01-06-20171?
  2. Onderschrijft u de resultaten van het onderzoek van BCI, waarin wordt geschetst dat 35.000 van de 85.000 arbeidsplaatsen gaan verdwijnen in de komende 15 jaar in distributiecentra door robotisering?
  3. Klopt het dat Brabant daarbij de grootste klap krijgt van alle provincies met een verwacht verlies van 10.700 voltijdbanen?
  4. Indien dit getal voor Brabant klopt, hoeveel baanverlies kan in de sector in Brabant natuurlijk worden opgevangen door bijvoorbeeld pensionering en hoeveel banen zullen er ‘gedwongen’ verdwijnen? 
  5. Bent u bereid om samen met de distributiecentra in Brabant en andere relevante stakeholders die kunnen bijdragen aan een oplossing voor dit probleem, bijvoorbeeld in het onderwijs, om de tafel te gaan zitten? Dit met het doel om vroegtijdig passende afspraken te maken om deze transitie in goede banen te leiden voor alle werknemers. Doel van deze gesprekken zou volgens het CDA moeten zijn om eventuele gedwongen baanbeëindigingen te minimaliseren en werknemers in de distributiecentra vroegtijdig zoveel mogelijk zekerheid te geven.
  6. De twee Brabantse regio’s West- en Midden-Brabant hebben de logistiek gekozen als economische specialisatie en banenmotor. Wat betekent dit bericht voor hen en onze ambities en investeringen op het gebied van logistiek? 

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers en Marcel Deryckere

1 Zie http://www.bd.nl/economie/robots-nemen-duizenden-banen-over-in-brabantse-distributiecentra~a45cb12c/.

Marcel Deryckere over de Tilburgse ‘CDA100’

Marcel Deryckere is in Provinciale Staten o.a. woordvoerder Bestuur. In zijn woonplaats Tilburg schrijft hij mee aan het CDA-verkiezingsprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar.

Mede op Marcels initiatief experimenteert de afdeling voor het eerst met een zgn. CDA100: 100 inwoners van Tilburg mogen meeschrijven aan het verkiezingsprogramma.

Over dit initiatief, dat méér mensen bij de toekomst van hun gemeente moet betrekken, ging Marcel Deryckere op 23 mei jl. in gesprek met radiomaker Erik van Vliet. Dit interview terugluisteren kan via het audiobestand hieronder.

Schriftelijke vragen over het verdwijnen van brievenbussen in Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over het verdwijnen van brievenbussen in Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over brievenbussen.

Geacht college, 

In de komende maanden gaat PostNL beginnen met het op grote schaal verwijderen van brievenbussen in Brabant. Omroep Brabant stelt dat van de 2329 Brabantse brievenbussen er 1111 verdwijnen en er 166 nieuwe bijkomen1. Straks hebben we in Brabant dus nog slechts 1384 brievenbussen over.

Het afnemend gebruik van briefpost zorgt voor een verminderde behoefte aan brievenbussen. Het is dan ook logisch dat PostNL besluit om het aantal brievenbussen te verkleinen. Het CDA vindt echter wél dat briefpost als communicatiemiddel moet blijven bestaan.

In Nederland hebben 1,2 miljoen mensen nog nooit gebruik gemaakt van internet. Voor hen is het versturen van een mailtje geen vanzelfsprekendheid. Deze groep is mede-afhankelijk van briefpost, om gebruik te kunnen blijven maken van overheidsdiensten én om contact te onderhouden met familie en vrienden. Uit onderzoek van oudenrenorganisatie Unie KBO blijkt dat deze mensen dikwijls niet overweg kunnen met internetbankieren of het digitaal doen van belastingaangifte2. Zij zijn afhankelijk van de post en dus van de nabijheid van een brievenbus. De helft van deze groep betreft mensen op hogere leeftijd voor wie het lastig is ‘even’ een aantal straten verder te lopen.

Het CDA maakt zich zorgen over het verdwijnen van zoveel brievenbussen uit onze provincie. Zoals verwoord in o.m. het programma Sociale Veerkracht is er sprake van een groeiende tweedeling in de samenleving. Voor een deel van onze maatschappij gaan de veranderingen te snel. Mensen dreigen af te haken en in sommige gevallen in een isolement te belanden. Juist voor hen is briefpost onmisbaar, omdat het hen in staat stelt mee te blijven doen.

Daarnaast zijn basale voorzieningen als een brievenbus van groot belang voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van het Brabantse platteland. Kernen waar de supermarkt, de bakker en de pinautomaat al weg zijn dreigen nu ook verstoken te raken van briefpost. Dit verslechtert het woon- en leefklimaat.

Naar aanleiding hiervan heeft het CDA de volgende schriftelijke vragen voor het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Bent u op de hoogte van de grootschalige verwijdering van brievenbussen uit onze provincie?
  2. In hoeverre is er met andere overheden in Brabant overlegd over op welke locaties brievenbussen worden verwijderd en op welke locaties niet?
  3. Hoezeer heeft PostNL rekening gehouden met de bevolkingssamenstelling en cijfers rondom het (niet-)gebruik van internet in wijken en dorpen om brievenbussen wel of niet te verwijderen?
  4. In Zeeland zijn brievenbussen bij seniorencomplexen verwijderd. Juist senioren zijn mede-afhankelijk van briefpost. In hoeverre komen dit soort situaties ook in Brabant voor? Wanneer u het antwoord niet weet, bent dan bereid dit te laten onderzoeken?
  5. Zijn er kernen in Brabant waar na deze verwijderoperatie geen meer brievenbus op loopafstand beschikbaar is? Indien ja, welke kernen zijn dit?
  6. Bent u bereid om contact op te nemen met PostNL én met gemeenten om een mogelijke verwijdering van brievenbussen bij seniorencomplexen en in kleine kernen te voorkomen?
  7. Ziet u mogelijkheden om met behulp van nieuwe, slimme technieken de postvoorziening in bepaalde gebieden zonder brievenbus toch overeind te houden? Indien ja, welke mogelijkheden?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

1 Zie http://www.omroepbrabant.nl/?news/2625961213/Zon+1000+brievenbussen+verdwijnen+in+Brabant.aspx.

2 Zie https://www.plusonline.nl/digitaal/de-unie-kbo-wil-steun-voor-digibeten.

CDA: slimmer en schoner pakketjes bezorgen in Brabant

Het CDA in Noord-Brabant wil dat de provincie een experiment start om pakketbezorging op het platteland slimmer en schoner te organiseren. Samen met PvdA, GroenLinks en CU-SGP heeft de partij hiertoe schriftelijke vragen gesteld aan het Brabantse provinciebestuur.

Aanleiding is het snel groeiende aantal internetbestellingen en pakketbezorgingen, wat zorgt voor fors meer vervoersbewegingen in onze provincie. Dat kan slimmer én schoner, vindt o.a. het CDA. Elke plaats een eigen centraal afhaalpunt in het dorpshuis, multifunctioneel centrum of ander publiekstoegankelijk gebouw dat hiervoor openstaat.

Zo hoeven pakketbezorgers op met name het platteland minder vervuilende kilometers te maken. Tegelijkertijd gaat het de verschraling van voorzieningen tegen, want bijvoorbeeld ook de brievenbusfunctie en pinautomaat zouden met dit slimme bezorgsysteem kunnen worden gecombineerd.

Webwinkel bol.com, waar de Brabantse CDA-fractie op 17 maart jl. op bezoek ging, staat positief tegenover een experiment. Dat geldt ook voor bestuurders in de fusiegemeente Altena, met 21 plattelandskernen, waar de problematiek wordt herkend. Gegeven deze positieve houding pleit het CDA er met PvdA, GroenLinks en CU-SGP voor om in het Land van Heusden en Altena een experiment te beginnen. De provincie zou dat samen met eerdergenoemde partijen en andere betrokken organisaties moeten faciliteren.

Initiatiefnemer Roland van Vugt (CDA):

“Het is voor veel mensen herkenbaar: een bestelling gedaan via internet, maar de pakketbezorger gemist. Moet je de buren lastig vallen of de auto in naar een afhaalpunt. Of je bent een dagje thuis en ziet de ene na de andere pakketbezorger de straat in rijden.

En dat wordt niet minder. Integendeel. Het aantal internetbestellingen neemt toe en steeds meer mensen maken gebruik van de boodschappenservice van hun supermarkt. Kortom, het aantal vervoersbewegingen zal de komende jaren flink blijven toenemen. Dat kan slimmer en schoner, denken wij. Door een centraal afhaalpunt in ieder dorp. Goed voor het milieu en de leefbaarheid op het platteland én handig voor zowel de bezorger als de ontvanger.”

Klik op de volgende link om de schriftelijke vragen in te zien: Schriftelijke vragen over pilot pakketbezorging.

CDA teleurgesteld na aangenomen ‘wietwet’

Het CDA in de provincie Noord-Brabant is teleurgesteld dat de zgn. ‘wietwet’ vandaag door de Tweede Kamer is aangenomen. Marcel Deryckere, Lid van Provinciale Staten, had gehoopt dat het plan zou worden verworpen.

De wietwet is een initiatief van D66 om de teelt van wiet te legaliseren, iets waar het CDA zich altijd tegen heeft verzet. Wiet legaliseren lost de problemen m.b.t. drugs namelijk niet op én maakt het gebruik ervan ook niet minder schadelijk, vindt de partij.

Het CDA pleit daarom voor een ‘zerotolerancebeleid’ t.a.v. drugs en voor sluiting van alle coffeeshops via uitsterfconstructies. Hiervoor zou een volgend kabinet meer middelen, mensen en mogelijkheden beschikbaar moeten stellen, zoals het CDA bepleit in haar verkiezingsprogramma voor de aankomende Tweede Kamerverkiezingen.

Statenlid Marcel Deryckere:

“Je zult maar volksvertegenwoordiger zijn en vandaag vóór deze wet hebben gestemd. Dan is jouw politieke erfenis dat het in ons land eenvoudiger is geworden om aan drugs te komen én deze te gebruiken. Terwijl het gewoon rotzooi is: het is ongezond, maakt verslaafd en leidt tot overlast voor je omgeving. Is dat de boodschap die de voor-stemmers aan onze kleinkinderen willen meegeven? Ik vind het onbegrijpelijk en ook nog eens heel onverstandig. Zo blijft Brabant de wietleverancier van de rest van Europa.”

Het CDA hoopt dat de Eerste Kamer de wietwet alsnog zal blokkeren.

CDA: elke scholier naar het Provinciehuis

Elke Brabantse scholier moet tijdens zijn/haar middelbare schooltijd het Provinciehuis kunnen bezoeken. Dat vindt de Provinciale Statenfractie van het CDA in Noord-Brabant, die hiertoe een voorstel voorbereidt.

Het CDA nodigt regelmatig schoolklassen uit in het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch en merkt bij leerlingen én leraren een grote behoefte aan méér aandacht voor politiek en maatschappelijke vorming. In het bijzonder voor het provinciebestuur. Met name voor jongeren blijkt de provincie een onbekende bestuurslaag, die weinig zichtbaar is en waar ze weinig van weten.

Daarom komt het CDA met een voorstel dat de provincie Noord-Brabant aanzet om scholen in Brabant in staat te stellen met hun leerlingen naar het Provinciehuis te komen. Dat vraagt geld, maar óók creativiteit, stelt het CDA. Voor veel scholen zijn de vervoerskosten een drempel om naar het Provinciehuis te komen. Met de aanschaf van een eigen Brabant-bus, die leerlingen ophaalt en terug naar school brengt, zou de provincie daar bijvoorbeeld al in tegemoet kunnen komen. En er zijn andere oplossingen, waarover het CDA de komende tijd met betrokkenen in gesprek gaat om te komen tot een totaalvoorstel.

Als het aan het CDA ligt, bestaan de schoolbezoeken aan het Provinciehuis in elk geval uit een ontmoeting met een vertegenwoordiger van de provincie, een rondleiding door het gebouw én een scholierendebat over provinciale onderwerpen. Hiervoor zou de provincie nog intensiever moeten gaan samenwerken met voorlichtingscentrum ProDemos, maar óók met studenten die bijvoorbeeld een lerarenopleiding doen of bestuurskunde studeren. Zij kunnen in het Provinciehuis les- en werkervaring opdoen en zo ontstaat een win-winsituatie.

Het streven van het CDA is dat uiteindelijk tenminste 75% van de middelbare scholieren in Brabant het Provinciehuis een keer bezoekt. Hiervoor moet de provincie structureel geld opzij zetten, vindt de partij. “Dit sluit ook aan bij de letter en geest van het landelijk verkiezingsprogramma van het CDA, waarin wij pleiten voor meer aandacht voor burgerschap en maatschappelijke vorming”. Aldus Stijn Steenbakkers, behalve Statenlid ook kandidaat-Kamerlid bij de aankomende Tweede Kamerverkiezingen.

Statenleden Marcel Deryckere en Stijn Steenbakkers, initiatiefnemers van het voorstel:

“Willen we jongeren betrokken maken bij de wereld om hen heen, dan moeten we ze meenemen naar de plekken waar over hun toekomst wordt beslist.

Veel scholieren bezoeken met hun middelbare school de Tweede Kamer of het Europees Parlement, maar over de provincie weten de meesten weinig tot niets. Terwijl ook dáár belangrijke zaken voor hen worden geregeld, zoals het openbaar vervoer of regels voor het runnen van een agrarisch bedrijf. En niet te vergeten: de leden van Provinciale Staten kiezen de leden van de Eerste Kamer, een belangrijke schakel met de landelijke politiek.

Met ons voorstel willen wij de provincie dichterbij brengen. Het is een investering in onze kinderen en in de toekomst van onze democratie. Voor het Brabant dat we door willen geven.”

Het CDA wil haar initiatief indienen bij de behandeling van de Voorjaarsnota van de provincie. Dat is een tussenstand van het lopende begrotingsjaar, waarover Provinciale Staten in april debatteert.

Sociale veerkracht dreigt ambtelijke tijger te worden

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over sociale veerkracht.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over sociale veerkracht.

Geacht college, 

Op 9 december 2016 stelden Provinciale Staten het programma Sociale Veerkracht vast. Een aanpak om kwetsbare groepen in onze provincie volwaardig te laten meedoen in onze samenleving en tweedeling te voorkomen. Nu het programma is vastgesteld, wordt het tijd om in actie te komen en concrete initiatieven hiertoe te ondersteunen. Het CDA hoopt op een succesvolle toekomst voor Sociale Veerkracht. Een toekomst vol fantastische projecten van en voor Brabanders die dankzij de provincie net dat extra steuntje in de rug krijgen.

De tijd van vage ambtelijke taal en dikke vellen papier moet voorbij zijn, vindt het CDA. De provincie moet aan de slag. Daarom heeft de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant aan de lokale CDA-fracties in Brabant gevraagd te peilen in hoeverre gemeenten en maatschappelijke organisaties zijn aangesloten bij en bekend zijn met het programma Sociale Veerkracht.

Het CDA is erg geschrokken van de resultaten van deze ‘peiling’. Veel Brabantse gemeenten hebben van de provincie nog geen enkel bericht ontvangen over Sociale Veerkracht. Maatschappelijke organisaties, het fundament onder onze samenleving, blijken niet eens te zijn benaderd door de provincie. Hierdoor dreigt Sociale Veerkracht een ambtelijke tijger te worden, waar de Brabanders niets aan hebben.

Zelf zegt verantwoordelijk gedeputeerde Swinkels op de website van de provincie: ‘Versterking van de sociale veerkracht moet voorkomen dat Brabanders buiten de boot vallen en moet er voor zorgen dat iedereen deelt in, en bijdraagt aan de goede kwaliteit van leven in de provincie’ (zie http://www.brabant.nl/html/2016/ezineveerkrachtigbrabant/3-dit-gaan-we-doen.html).

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Waarom hebt u alleen met de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant contact over Sociale Veerkracht?
  2. Behalve de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant geven ook veel andere gemeenten aan gráág te willen deelnemen aan Sociale Veerkracht. De provincie betrekt deze gemeenten echter niet bij het programma. Betekent dit dat gemeenten buiten de genoemde regio’s geen (financiële) ondersteuning krijgen vanuit Sociale Veerkracht? Indien ja, waarom is dat?
  3. Uit de antwoorden op schriftelijke vragen in verschillende Brabantse gemeenten blijkt dat de middelgrote steden en gemeenten in West-Brabant ‘startplaatsen zijn waarvandaan we lessen meenemen voor heel Brabant’. Is er binnen het programma Sociale Veerkracht budget beschikbaar om deze lessen en initiatieven over heel Brabant uit te rollen? Indien niet, waarom niet?
  4. Naast de zgn. ‘gebiedsgerichte aanpak’ wilt u ook werken met ‘cross-overs’ naar andere provinciale opgaven. Hoe denkt u deze cross-overs te realiseren? Hoeveel budget heeft u hiervoor gereserveerd? Graag een specificatie per provinciale opgave.
  5. Kunt u ons een aantal voorbeelden noemen van (mogelijke) cross-overs die de afgelopen periode uit uw gesprekken met de middelgrote steden en de gemeenten in West-Brabant naar voren zijn gekomen?
  6. Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat de provincie geen contact zoekt met maatschappelijke organisaties in de verschillende regio’s. Hoe denkt u een maatschappelijk programma als Sociale Veerkracht succesvol te maken zonder het maatschappelijk middenveld actief te benaderen en een actieve rol te geven?
  7. Naar aanleiding van de vragen van het CDA stelt u in uw brief aan diverse Brabantse gemeenten dat er voor gemeenten of andere organisaties géén mogelijkheid is tot het aanvragen van projectsubsidies. Waarom is deze mogelijkheid er niet?
  8. Kunnen ouderenbonden aanspraak maken op projectsubsidies? Graag een toelichting waarom wel/niet.
  9. Indien ja, waartoe leidt de door u ingevoerde overgangssubsidie voor de VBOB in 2018?
  10. Het CDA is groot voorstander van het ondersteunen van initiatieven van onderop om Sociale Veerkracht te ondersteunen. Door projectsubsidies onmogelijk of onbereikbaar te maken kunnen deze initiatieven echter niet bij de provincie terecht voor ondersteuning. Bent u het met het CDA eens dat dit een zeer onwenselijk gevolg is van het collegebeleid? Graag een toelichting.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marianne van der Sloot en Marcel Deryckere