CDA: rapport ZRK over verkoop Attero aangeboden

Vandaag bood de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK) haar onderzoeksrapport aan over de verkoop van afvalverwerker Attero. De ZRK deed dit onderzoek op verzoek van Provinciale Staten in Brabant en Limburg.

Het CDA in de provincie Noord-Brabant heeft met belangstelling en waardering kennis genomen van het rapport én van de constructieve reacties van de colleges van Gedeputeerde Staten in beide provincies. Het rapport is helder en neemt verschillende maatschappelijke en politieke vragen weg.

De belangrijkste conclusies van de Zuidelijke Rekenkamer zijn:

  1. Er zijn geen onregelmatigheden aangetroffen bij het bepalen van de verkoopprijs op het moment van verkoop. Het proces voldoet in opzet en uitvoering grotendeels aan de gestelde eisen.
  2. Het archiefwerk bij de provincie Noord-Brabant was incompleet en de verslaglegging rondom Provinciale Staten is voor verbetering vatbaar.
  3. De gemaakte keuzes in de timing en het tempo van het verkooptraject zijn van invloed geweest op het behaalde resultaat. Hierbij was de prijs op dat moment de maximum haalbare prijs in de markt.
  4. Gedeputeerde Staten had Provinciale Staten op verschillende momenten uitgebreider in het besluitvormingsproces kunnen meenemen.
  5. Provinciale Staten had meer gebruik kunnen maken van de beschikbare instrumenten om haar controlerende rol te vervullen. Zij had kunnen overwegen om daarbij gebruik te maken van contra-expertise.

Daarnaast geeft het rapport aan Gedeputeerde en Provinciale Staten duidelijke aanbevelingen mee voor de toekomst:

  1. Provinciale Staten dient nadrukkelijker aan te geven in welke mate zij betrokken wil worden bij het proces en meer gebruik te maken van de mogelijkheden die Gedeputeerde Staten biedt om op de hoogte te worden gesteld.
  2. Gedeputeerde Staten ziet toe op goede verslaglegging en archivering van alle stappen in het verkoopproces inclusief vertrouwelijke vergaderingen.
  3. Gedeputeerde Staten dient Provinciale Staten bij wijzigingen in de context en/of samenstelling van Provinciale Staten meer actief te raadplegen.

Een verkoop van een deelneming/bedrijf, zoals in het geval van Attero, komt binnen de provinciale politiek niet veel voor. Het CDA wil in ieder geval dat er een lerend effect optreedt naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer.

 

CDA in actie voor veiliger Hazeldonk

Het CDA wil dat de verzorgingsplaats bij grensovergang Hazeldonk z.s.m. beter wordt beveiligd. Hiertoe hebben de christendemocraten deze week schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Infrastructuur & Milieu, het provinciebestuur van Noord-Brabant én het college van B&W van Breda.

Aanleiding voor deze vragen waren twee werkbezoeken aan Hazeldonk in maart en juni van dit jaar. Tijdens beide werkbezoeken bleek dat truckers die Hazeldonk aandoen steeds vaker doelwit zijn van internationale bendes, die het hebben gemunt op hun lading en voertuigen. Een bewaakte truckparking had vorige maand klaar moeten zijn, maar is tot op heden nog steeds niet operationeel. Heel zorgelijk, vindt het CDA, dat de minister en haar regionale en lokale collega-bestuurders oproept om tempo te maken.

Behalve over de veiligheid maakt het CDA zich óók zorgen over de leef- en bereikbaarheid op Hazeldonk. Zo is er op de verzorgingsplaats een groot tekort aan toiletten en wasruimtes, wat leidt tot overlast en vervuiling. Niet alleen truckers, maar ook pauzerende gezinnen met kinderen hebben daar onder te lijden.

Het op Hazeldonk gelegen bedrijventerrein is bovendien niet bereikbaar per fiets of openbaar vervoer, waardoor ondernemers er niet in slagen openstaande vacatures in te vullen met werkzoekenden uit de regio. “En dat terwijl 5% procent van de Brabanders werkloos is. Ongelooflijk.” Aldus het Brabantse Statenlid Ankie de Hoon. Zij en haar CDA-collega’s uit Brabant en Breda, de gemeente waar Hazeldonk ten dele onder valt, zijn blij met de steun uit de Tweede Kamer.

Peter Elbertse, fractievoorzitter te Breda: “De problemen op Hazeldonk zijn van verschillende aard en niet door één overheid op te lossen. Samenwerken is dan ook een must. Als betrokken CDA-fracties wisten wij elkaar snel te vinden, we hopen de verantwoordelijke bestuurders ook.”

CDA Tweede Kamerleden Erik Ronnes en Martijn van Helvert over de situatie op Hazeldonk: “De omstandigheden op Hazeldonk zijn erbarmelijk. Truckers lopen gevaar en worden aan hun lot overgelaten. Dat mag niet gebeuren en dus komt het CDA zowel landelijk, provinciaal als lokaal in actie. Samen met onze Statenleden en plaatselijke afdelingen willen wij dat de problemen op Hazeldonk zo snel mogelijk worden opgelost.”

Schriftelijke vragen over de problemen op Hazeldonk

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Huseyin Bahar over de problemen op verzorgingsplaats/bedrijventerrein Hazeldonk.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Hazeldonk.

Geacht college, 

Op 17 mei jl. lazen wij via dagblad BN De Stem het bericht Bewaakte parking Hazeldonk nog lang niet klaar1.

Naar aanleiding van deze berichtgeving én een werkbezoek aan Hazeldonk op 2 juni jl. heeft de fractie van het CDA voor u de volgende vragen: 

01. Bent u bekend met het bericht Bewaakte parking Hazeldonk nog lang niet klaar2?

02. Vrachtwagenchauffeurs, ondernemers en andere bezoekers en gebruikers van Hazeldonk ervaren verschillende problemen t.a.v. de bereikbaarheid, veiligheid én leefbaarheid. Zijn deze problemen zijn bij u bekend?

03. Lost volgens u de aanleg van de nieuwe, bewaakte truckparking, die al in mei open had moeten zijn, het huidige tekort aan parkeerplaatsen voor vrachtwagens tijdens piekmomenten structureel op?

04. Net als veel andere bedrijventerreinen in Brabant zijn de bedrijven op Hazeldonk niet bereikbaar per openbaar vervoer of per fiets, wat het voor ondernemers moeilijk maakt om openstaande vacatures in te vullen met werkzoekenden uit de regio.

  1. Erkent u dat dit een probleem is?
  2. Wat kunt u voor de ondernemers op Hazeldonk betekenen om dit probleem op te lossen?

05. Klopt het dat er op Hazeldonk meer dan gemiddeld sprake is van overlast en criminaliteit, zoals diefstal van voertuigen en ladingdiefstal? Kunt u ons hierover actuele en relevante cijfers (laten) overleggen?

06. Op welke wijze(n) worden dergelijke overlast en criminaliteit tegengegaan en wat is handhavingsbeleid daaromtrent?

07. Is de sanitaire capaciteit voldoende voor het aantal mensen dat Hazeldonk nu aandoet of in de toekomst aan zal doen? En wie is verantwoordelijk voor uitbreiding indien nodig?

08. Verwacht u dat gelet op de ontwikkelingen in de landen om ons heen, zoals de tolheffing in België en Duitsland, het Duits verbod op cabinekamperen en een toename van het internationale goederenvervoer gevolgen hebben voor Hazeldonk? Indien ja, welke gevolgen?

09. Bent u bekend met het bericht Europese miljoenen voor aanleg truckparkings op komst2?

10. In hoeverre is een tekort aan financiële middelen (mede)oorzaak van de problemen die op Hazeldonk zijn ontstaan?

11, In Limburg betaalt de provincie mee aan het beveiligen van truckparkings, zoals die bij Venlo, om zo o.a. de tarieven voor vrachtwagenchauffeurs te beperken. Op welke wijze(n) draagt de provincie Noord-Brabant, financieel of anderszins, bij aan een veilige en betaalbare truckstop op Hazeldonk? Welke rol ziet u daarbij voor de provincie?

12. Wat kunt u als provincie doen om de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid op en rond truckparkings en verzorgingsplaatsen in Brabant structureel te verbeteren?

13. Bent u bereid om op korte termijn met de minister van Infrastructuur en Milieu, de colleges van B&W van de gemeenten Zundert en Breda én met bedrijvenvereniging Logistic Center Hazeldonk-Meer (LCHM) in gesprek te gaan over de aard en omvang van de problemen op Hazeldonk en hoe deze zo spoedig mogelijk te verhelpen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Huseyin Bahar

1 Zie http://www.bndestem.nl/breda/bewaakte-parking-hazeldonk-nog-lang-niet-klaar~aa63f016/ (d.d. 17 mei 2017).

2 Zie http://www.bndestem.nl/breda/bewaakte-parking-hazeldonk-nog-lang-niet-klaar~aa63f016/ (d.d. 17 mei 2017).

3 Zie https://truckstar.nl/plan-aanpak-en-europese-miljoenen-aanleg-truckparkings-op-komst/ (d.d. 15 mei 2017).

Ankie de Hoon over de nachtbus

Ankie de Hoon is in Provinciale Staten o.a. woordvoerder Verkeer & Vervoer. Op 9 juni jl. stelde zij samen met Huseyin Bahar schriftelijke vragen over de nachtbus.

De provincie Noord-Brabant wil een proef met een nachtbus op 1 juli a.s. voortijdig beëindigen. Het CDA wil dat de nachtbus blijft rijden tijdens grote evenementen en met carnaval, op die momenten dat er veel behoefte is aan deze vorm van vervoer.

Op 12 juni sprak radiomaker Erik van Vliet met Ankie de Hoon over het voorstel van het CDA. Dit interview terugluisteren kan via het audiobestand hieronder.

Schriftelijke vragen over toegankelijkheid Brabants OV

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Huseyin Bahar over de toegankelijkheid van Brabantse bussen en bushaltes voor rolstoelgebruikers.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de toegankelijkheid van het openbaar vervoer.

Geacht college, 

Sinds 2012 moet 98 procent van de bussen toegankelijk zijn voor gehandicapten. Op 30 mei jl. konden we echter in dagblad Trouw lezen dat de vervoerders  dat streven bij lange na niet halen.1

Voor het CDA kwam dit niet als een verrassing. Toen wij een jaar geleden de eerste editie van onze ‘OV-Race’ organiseerden, bedoeld om het Brabantse openbaar vervoer te testen, ondervond ons testpanel al dat rolstoelgebruikers op veel plaatsen niet de bus in kunnen of mogen rekenen op assistentie.

Verbetering van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor rolstoelgebruikers stond dan ook hoog op ons verlanglijstje voor de gedeputeerde Mobiliteit. Zelfredzaamheid en eigen regie vinden wij daarbij heel belangrijk.

Op de website van de regiotaxi Midden-Brabant lezen we dat iemand gebruik mag maken van de regiotaxi indien hij/zij geen gebruik wil maken van het reguliere openbaar vervoer. Deze zin wekt de verwachting dat ons openbaar vervoer 100% toegankelijk is. Maar dat is het dus niet.

Dit brengt het CDA tot de volgende schriftelijke vragen:

  1. Bent u bekend met het artikel in Trouw d.d. 30 mei jl. en de inhoud van het onderliggende onderzoek van DTV Consultants?
  2. Hoeveel procent van de bussen én hoeveel procent van de bushaltes in de provincie Noord-Brabant is op dit moment toegankelijk voor rolstoelgebruikers?
  3. Wat is de doelstelling, uitgedrukt in een percentage, m.b.t. de toegankelijkheid van Brabantse bussen én de toegankelijkheid van Brabantse bushaltes voor rolstoelgebruikers?
  4. Welke mogelijkheden heeft de provincie om de toegankelijkheid van Brabantse bussen en bushaltes voor mensen in een rolstoel te (laten) verbeteren?
  5. Welke van deze ‘instrumenten’ hebt u in het afgelopen jaar (periode mei 2016 – mei 2017) ingezet?
  6. Wat is het effect van deze inzet geweest?  
  7. Met welke regelmaat wordt de toegankelijkheid van het Brabantse openbaar vervoer get(o)etst?
  8. Wanneer is het eerstvolgende moment om maatregelen te (laten) nemen die de toegankelijkheid kunnen verbeteren?
  9. Welk telefoonnummer kan een Brabantse OV-gebruiker bellen, wanneer hij/zij een probleem ervaart inzake de toegankelijkheid van het openbaar vervoer?  
  10. Wat is uw definitie van ‘vervoer op maat’ in het Brabantse openbaar vervoer?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Huseyin Bahar

1 Op citaat: Trouw, Rolstoelers komen vaak de bus niet in, https://www.trouw.nl/samenleving/rolstoelers-komen-vaak-de-bus-niet-in~adf1c23c/, 30 mei 2017.

Inbreng deelname Stichting Automotive Campus

24 maart 2017

INBRENG STATENVOORSTEL 15/17  PROCEDURE WENSEN EN BEDENKINGEN DEELNAME IN STICHTING AUTOMOTIVE CAMPUS

Spreker: Huseyin Bahar (CDA)1

Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het CDA is trots op de resultaten die reeds bereikt zijn op de Automotive Campus. 40 bedrijven, 520 medewerkers en ca. 120 studenten die onderdeel zijn van deze campus. Met de verhuizing van het Summa College zal het aantal studenten zelfs fors toenemen.
Zoals u ook aangeeft in het voorstel levert de campus wat ons betreft dan ook een belangrijke bijdrage aan de herkenbaarheid en het ecosysteem van Brabant als automotive en smart mobility regio.

Voorzitter, hoewel we de Automotive Campus een warm hart toedragen blijven we toch denken met ons gezond boerenverstand. Daarom sta ik graag met u stil bij de volgende drie punten.

  1. De overname van de BOM-participatie.
  2. Het benodigde budget en GO/NO GO moment na 3 jaar.
  3. En als laatste en uitermate belangrijke punt: de opgelegde geheimhouding.

De overname van participatie van de BOM BHB
Voorzitter, om te beginnen de overname van de BOM participatie. Dit kunnen we alleen maar toejuichen. Met deze overname wordt immers de complexiteit in de besturing en rapportage gereduceerd. Hiermee  houden we het voor PS én GS overzichtelijk en beheersbaar. In lijn met deze beweging zien wij daarom ook geen bezwaar in een deelname van de provincie in de voorgenomen stichting. Ook hier geldt namelijk een duidelijke aanspreekpunt en dedicated kartrekker voor de Automotive Campus, die het geheel kan overzien.

Benodigd budget en GO/NO GO moment na 3 jaar
Voorzitter, dan als tweede punt het benodigde budget en GO/NO GO moment. Voorzitter, voor het benodigde budget van 625.000 euro heeft GS het mandaat om dit vanuit de middelen van het Uitvoeringsprogramma werklocaties te bekostigen. Hoewel de stichting de kartrekker wordt van het concept Automotive Campus, lezen we echter óók dat de grondeigenaren zelf verantwoordelijk blijven voor de grondexploitatie.

In dit kader een vraag aan de gedeputeerde: voorziet de gedeputeerde binnen 3 jaar nog significante investeringen of kosten t.b.v. de grondexploitatie op de Automotive Campus?

Voorzitter, in het voorstel wordt er gesproken over een GO/NO GO moment na 3 jaar. De vraag aan de gedeputeerde is of dit alléén betrekking heeft op de stichting? Of is dit moment ook een GO/NO GO moment voor de beoordeling van onze participatie en positie in de Automotive Campus?

De opgelegde geheimhouding
Voorzitter, dan de geheimhouding. Voorzitter, dit uitermate belangrijke punt hebben we bewust tot het laatste bewaard, omdat we juist over dit punt graag los van de Automotive campus zouden willen debatteren.

Een deelname vanuit de provincie in campussen, in samenwerking met private partijen, is immers het uitgangspunt en niet de uitzondering. Wij verwachten bijvoorbeeld al op korte termijn het goede nieuws van de gedeputeerde dat een private partij ook deelneemt in Pivot Park Oss.

Voorzitter, de opgelegde geheimhouding vormt toch een blok aan het been als wij over soortgelijke situaties vrij willen debatteren. In dat kader de volgende vragen aan de gedeputeerde:

  • Verwacht de gedeputeerde bij iedere samenwerking met private partijen geheimhouding in verband met gevoelige bedrijfsgegevens?
  • Wanneer een geheimhouding in het begin van een traject wordt bekrachtigd, geldt die dan óók voor evaluaties of documentatie in het vervolg?
  • Welke belemmeringen of mogelijkheden ziet de gedeputeerde hierin?
  • En is het een bewuste keuze van GS of een verzoek van private partijen om voor volledige documenten geheimhouding te verklaren en niet alleen voor specifieke passages? Het argument voor geheimhouding betreft immers gevoelige ‘bedrijfsgegevens’. Het is echter moeilijk voor te stellen dat een business case of marktverkenning alleen maar uit bedrijfsgegevens van private partijen bestaat.

Kortom voorzitter, belangrijke vraagstukken die bepalend kunnen zijn bij hoe wij nu en in de toekomst om kunnen gaan met vergelijkbare situaties, zonder dat dit een belemmering hoeft te zijn voor het vrije debat dat wij met elkaar willen voeren.

Tot zover onze bijdrage voor de eerste termijn. Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Schriftelijke vragen economische schade a.g.v. files

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers, Ankie de Hoon en Huseyin Bahar over de economische schade in Brabant a.g.v. files.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over economische schade a.g.v. files.

Geacht college,

Vandaag berichten o.a. de NOS en Omroep Brabant over de economische schade als gevolg van de vele files in ons land. Dit naar aanleiding van de Economische Wegwijzer, een onderzoek van TNO in opdracht van ondernemersverenigingen EVO, Fenedex en Transport en Logistiek Nederland (TLN).

Uit dit onderzoek blijkt dat de omvang van de economische schade voor heel Nederland meer dan een miljard euro bedraagt. Files op wegen in Brabant, zoals de A67 en de A58, dragen daar aan bij.

Het CDA maakt zich al geruime tijd zorgen over de bereikbaarheid van onze provincie en vreest dat de vele files en verkeersknelpunten Brabant banen gaan kosten. Aan iedere dag dat een automobilist of vrachtwagenchauffeur stilstaat hangt immers een duur prijskaartje. Volop reden dus om bij de minister de alarmlichten te laten knipperen.

Het CDA heeft de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

1. Bent u bekend met het onderzoek van TNO, de zgn. Economische Wegwijzer?

2. Onderschrijft u de conclusies uit het onderzoek?

3. Hoe groot is volgens u de economische schade a.g.v. files voor Brabant als geheel?

4. Hoe groot is volgens u de schade a.g.v. files voor ondernemers in Brabant specifiek?

5. Welke sectoren in Brabant lijden volgens u de meeste schade als gevolg van de filedruk?

6. Bent u bereid om proactief met vertegenwoordigers van deze sectoren in gesprek te gaan over de uitkomsten van deze Economische Wegwijzer?

7. Hoe gaat u anticiperen op de economische schade die Brabantse ondernemers, gegeven de ontwikkelingen uit het onderzoek van TNO, voor 2017 en later kunnen verwachten?

8. Bent u het met het CDA eens dat de huidige verkeerssituatie in Brabant niet bevorderlijk is voor het tegengaan van de ‘braindrain’, het terughalen van oude en het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid?

De A67 is één van de wegen in Brabant waar de economische schade hoog is: maar liefst 8,4 miljoen euro in 2015. Op de A67 vinden veel ongevallen plaats, waar vaak vrachtwagens bij betrokken zijn.

9. Gaat u n.a.v. het onderzoek van TNO bij de minister van Infrastructuur en Milieu pleiten het besluit over aanpak van de A67 te vervroegen?

10. Indien ja, wat gaat uw inzet zijn?

Behalve de A67 leiden ook de files op de A58 tot grote economische schade. Voor aanpak van deze files heeft de minister geld toegezegd, maar pas na 2020.

11. Wat gaat uw inzet zijn om de gehele A58 aan te pakken tot en met knooppunt De Stok?

12. Wat gaat t.a.v. de A58 specifiek uw inzet zijn op het traject Breda-Tilburg?

13. Bent u bereid dit namens de provincie Noord-Brabant in te brengen bij het overleg over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)?

Andere geldverslindende knelpunten in onze provincie zijn het prehistorische knooppunt Hooipolder én de A2 ter hoogte van ’s-Hertogenbosch. Wie over de slimste snelweg van Rotterdam naar Wenen rijdt, belandt bij ’s-Hertogenbosch nu regelmatig in de fuik.

14. Wat gaat uw inzet zijn t.a.v. knooppunt Hooipolder? Ziet u hier, net als het CDA, de aanleg van een knooppunt type klaverblad als meest wenselijke oplossing?

15. Wat gaat uw inzet zijn t.a.v. de A2 bij ’s-Hertogenbosch?

16. Welke smart mobility oplossingen ziet u nog meer om de economische schade a.g.v. de filedruk in Brabant te verminderen?

17. Bent u bereid namens de provincie Noord-Brabant een vroege, snelle aanpak van de A67, A58, A2 en knooppunt Hooipolder samen met evt. smart mobility oplossingen in te brengen bij het overleg over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

Ankie de Hoon

Huseyin Bahar

 

Spreektekst Huseyin Bahar begrotingsbehandeling 11/11

BEGROTINGSBEHANDELING 11 NOVEMBER 2016

SPREEKTEKST HUSEYIN BAHAR

(het gesproken woord telt)

Dank u wel voorzitter. Voorzitter, volgens goed gebruik volgt het geld het beleid in dit huis. De beleidswensen van het CDA heeft onze fractievoorzitter zojuist verwoord. Het is voor mij dan ook een eer en genoegen om mijn maiden speech te houden over de financiën van dit huis.
Een van de redenen waarom ik politiek actief ben geworden, is om een mooier en beter Brabant achter te kunnen laten voor onze kinderen. Een degelijk financieel beleid, met solide inkomsten en verantwoorde uitgaven, is dan een randvoorwaarde om dit mogelijk te maken. Het feit dat ik mijn eerste bijdrage ook nog eens op de 11de van de 11de mag leveren, maakt het voor mij in ieder geval onvergetelijk. Ik hoop dat mijn woorden u ook lang zullen bijblijven.

Voorzitter, graag sta ik met u stil bij 2 zaken;

  1. de voorliggende begroting en huidige financiële positie en
  2. de risico’s naar de toekomst.

Voorzitter, laat ik beginnen met de constatering dat de financiën nog steeds DEGELIJK zijn. Complimenten aan het college met de voortzetting van deze lijn. We kunnen als provincie wel wat lijden, mocht het onverhoopt misgaan. We moeten echter wel kritisch blijven op ontwikkelingen en risico’s in de toekomst. Dat deze begroting DEGELIJK is, komt met name door de middelen die wij NU als provincie hebben.

Maar voorzitter, zoals al eerder door het CDA staat gezegd staat de inkomstenkant flink onder druk. En dat al op redelijk korte termijn. Gelukkig kan dit even opgevangen worden door de dividendreserve van ca. 160 mln., maar hier moet ECHT een structurele oplossing voor komen. De gedeputeerde heeft bij de BURAP immers aangegeven niet extra te willen reserveren in de dividendreserve. Maar wat wordt dan de oplossing? Als CDA zouden wij hierover graag met GS van gedachten wisselen, op basis van een brief of memo waarin het college met voorbeelden aangeeft welke scenario’s het ziet EN of men een voorkeursscenario heeft. Graag een reactie van de gedeputeerde.

Voorzitter, dan de risico’s. Een belangrijk thema, omdat we Brabant financieel gezond willen houden, nu en in de toekomst. Het is in dit geval helaas zo dat DEGELIJK en DUIDELIJK niet hand in hand gaan. Onze zorgen zitten vooral bij de inkomsten. Er is onduidelijkheid over de inkomsten, maar ook over de risico’s die u neemt om rendement en resultaat te behalen.

In de begroting zien we uitvoerige beschrijvingen van programma’s en uitgaven. Aan de inkomstenkant hebben we echter ook grote UITDAGINGEN. Enerzijds door verschuivingen in Rijksuitkeringen. Anderzijds door onzekerheid over inkomsten uit met name dividenduitkeringen.

Voorzitter, kennelijk wordt degelijk beleid niet door het Rijk beloond. We ontvangen nu al geen bijdrage uit het provinciefonds, volgend jaar is het zelfs negatief. HOE KAN DIT? Dit zou toch niet meer gebeuren? En wat betekent de verschuiving van de Brede Doel Uitkeringen? In de begroting is opgenomen dat dit budgetneutraal zal zijn, maar zijn deze middelen dan volledig vrij besteedbaar?

Vanuit Enexis hebben we in 2015 en 2016 een meevaller gehad. Hoe kijkt GS aan tegen toekomstige rendementen vanuit Enexis? Er zijn namelijk ook noordelijke gemeentes die aandelen verkopen. Wat is de visie van GS op ons belang in Enexis? Wij horen graag uw reactie.

Voorzitter, dan de risico’s die gepaard gaan met het behalen van rendement en resultaat. Door toenemende varianten en samenhang wordt de complexiteit vergroot. Dit kan de DEGELIJKHEID in gevaar brengen. Een voorbeeld zijn de leningen die wij verstrekken. Er is eigenlijk niets zo sociaal als het uitlenen van geld,zeg ik tegen een PvdA gedeputeerde. Het principe is namelijk zo dat een partij die geld OVER heeft een andere persoon of organisatie helpt die dit GOED kan gebruiken. Dit past ook bij het CDA, dichtbij en behulpzaam. Totdat een keer flink mis gaat. Dan komt ‘sociaal’ onder druk te staan. Daarom is het ook van belang om naast DICHTBIJ ook altijd DEGELIJK en DUIDELIJK te zijn.

Voorzitter, de provincie wil in de toekomst meer leningen rechtstreeks verstrekken aan derde partijen, zonder tussenkomst van een deelneming. In de begroting lezen we terug dat de risico’s op deze leningen afzonderlijk worden bepaald. Hierover een vraag aan de gedeputeerde. Hoe worden leningen aan partijen ‘zonder rating’, bijvoorbeeld de Efteling of Beekse Bergen, beoordeeld op kredietrisico’s? Met andere woorden: hoe ziet het risicobeheer over dergelijke leningen er bij de provincie uit? Wordt er bijvoorbeeld jaarlijks gereviseerd en kan er dan ook naar worden gehandeld?

Voorzitter, kijken we verder, dan zien we ook dat afzonderlijke risico’s met elkaar kunnen samenhangen door de complexiteit. Nu zien we al dat de provincie leningen verstrekt, er exploitaties plaats vinden via de BOM, en wij óók nog deelnemingen hebben als aandeelhouder.

Voorzitter, als we een infographic zouden maken van de complexiteit en hiermee gepaard gaande risico’s, dan zou dit er uit zien als een flink spinnenweb. Een Spiderman-pak zou de gedeputeerde niet misstaan, om in het carnavalsthema te blijven. Voorzitter, een voorbeeld is het Life Science Park in Oss, waar we de worsteling van het college terug kunnen zien. Als CDA dragen wij het Life Science Park een warm hart toe. Wel vragen wij ons af hoe u de afzonderlijke risico’s in samenhang signaleert en beheerst, zodat we DICHTBIJ mooie resultaten kunnen behalen. En DEGELIJK en DUIDELIJK blijven in onze aanpak.

In dit voorbeeld kunnen we het misschien nog net overzien, maar in andere situaties kan het nog eens knap lastig worden. Zelfs met een spidermanpak aan. De vraag aan de gedeputeerde is dan ook hoe AFZONDERLIJKE risico’s in SAMENHANG nu worden beheerst en gerapporteerd? Welke kaders of richtlijnen worden gehanteerd om complexiteit in constructies te voorkomen, en overzicht te houden voor GS EN provinciale staten?

Voorzitter, dan het thema ‘mobiliteit’. Het CDA constateert dat dit college in ruime mate bijdraagt aan de realisatie van Rijkswegen in Brabant. De gedeputeerde heeft echter ook een uitdaging om voor bepaalde projecten cofinanciering te regelen, samen met gemeenten. Dat zien we als het gaat over de bereikbaarheid in Zuidoost-Brabant. Hier ziet het CDA zowel in de cofinanciering als in de tijdslijnen de nodige risico’s en uitdagingen.

Daarom de volgende concrete vragen voor de gedeputeerde(n):

  • Zijn er gemeenten die NIET willen bijdragen?
  • Is de 50/50 verdeling een harde eis, of is passend maatwerk mogelijk? Het werkelijk belang voor de gemeente hoeft namelijk niet altijd 50/50 te zijn.
  • En wat als gemeenten niet op één lijn komen, wat betekent dit dan voor de tijdslijnen en haalbaarheid?
  • Om in SMART oplossingstermen te blijven: wat ziet de gedeputeerde op zijn scherm als hij de knop ‘Bereken alternatief’ gebruikt?

Voorzitter ter afsluiting: voor het CDA is de samenleving méér dan een winst- en verliesrekening. Inkomsten en uitgaven moeten elkaar blijven dekken. Dat heet DEGELIJKHEID. Laten we ons echter altijd realiseren dat het gaat over MENSEN. En dat DICHTBIJ en DUIDELIJK minstens zo belangrijk zijn.

Dank u voor uw aandacht. En dank in het bijzonder aan de ambtelijke ondersteuning voor al haar voorbereidende werk.

Huseyin Bahar Statenlid voor het CDA

De 37-jarige Huseyin Bahar uit Helmond wordt op 9 september a.s. geïnstalleerd als Statenlid voor het CDA in Noord-Brabant. Dit gebeurt tijdens de vergadering van Provinciale Staten, die om 14.45u aanvangt. 

Huseyin Bahar volgt Brigite van Haaften op, die na 17 jaar afscheid neemt van het provinciebestuur. Sinds 1 augustus jl. is zij bestuurder van de Stichting Dag- en Woonvoorzieningen (SDW) in Roosendaal.

Bahar gaat zich o.a. bezig houden met de onderwerpen financiën, verkeer & vervoer en ruimte. Ook wordt hij namens het CDA contactpersoon voor de gemeenten Best, Haaren, Heusden, Helmond, Laarbeek en Someren. 

Huseyin Bahar: “Het is voor mij een eer om als volksvertegenwoordiger voor de Brabanders aan de slag te mogen. De CDA-fractie bruist van energie, net als ik. Laat het eerste debat maar komen!”

Fractievoorzitter Marianne van der Sloot: “Ik ben heel blij dat Huseyin onze fractie komt versterken en samen met ons wil werken aan een beter Brabant. Huseyin is een CDA’er pur sang en van véél markten thuis. Super dat hij zijn kennis van belangrijke onderwerpen als werkgelegenheid en infrastructuur voor onze provincie in wil zetten. Allemaal kijken we uit naar zijn eerste speech!”

Huseyin Bahar werkt bij de Rabobank. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen.