Ludieke OV-race CDA Brabant legt nieuwe pijnpunten Brabants OV bloot

De beker staat klaar…. de mobiele telefoon in de aanslag… de OV-chipkaart geladen… Op vrijdag 14 juli gingen drie teams de uitdaging aan om vanaf het Brabantse provinciehuis in Den Bosch te reizen naar een onbekende bestemming in Brabant. Uiteraard mocht er alléén gebruik worden gemaakt van het openbaar vervoer, dus stad- en streekbussen, trein, buurtbus, deeltaxi, veerpot of OV-fiets. Het team dat als eerste aankomt op zijn bestemming, terugreist naar het Provinciehuis, alle opdrachten goed heeft volbracht én het meeste geld heeft overgehouden, wint de #OVrace en krijgt een prijs. Onderweg moeten de teams verschillende opdrachten uitvoeren om zaken als toegankelijkheid, bereikbaarheid en servicegerichtheid te testen!
Onderstaande Storify geeft u een beeld van de belevenissen van de drie teams op de heen- (én terug)weg met het openbaar vervoer in Brabant.
Wilt u (en/of uw afdeling) ook meedoen met de volgende editie van de #OVrace? Neemt u dan contact op met Ernst van Welij, communicatieadviseur CDA Brabant (evwelij@brabant.nl).
Heeft u vragen over het dossier Mobiliteit of het openbaar vervoer in Brabant? Neemt u dan contact op met Statenlid Ankie de Hoon (adhoon@brabant.nl, @AnkiedHoon of 06-23284537)

CDA houdt OV-Race om openbaar vervoer te testen

Het CDA houdt op 14 juli een OV-Race om het Brabantse openbaar vervoer te testen. Aan deze wedstrijd doen behalve de Brabantse óók de Boxtelse CDA-fractie en verschillende OV-gebruikers mee.

Verdeeld in twee teams krijgen de deelnemers de opdracht om zo snel mogelijk vanaf het Brabantse Provinciehuis naar een (vooraf onbekende) bestemming in Brabant te reizen, door alléén gebruik te maken van het openbaar vervoer (zoals stad- en streekbussen, de trein, buurtbus, deeltaxi, veerpont of OV-fiets).

Onderweg moeten de teams verschillende OV-opdrachten uitvoeren om bijvoorbeeld zaken als toegankelijkheid, bereikbaarheid en reistijd te testen. Te denken valt aan het meenemen van een fiets in de bus of het in- en uitstappen met een rolstoel.

Het team dat als eerste aankomt op zijn bestemming, terugreist naar het Provinciehuis, alle opdrachten goed heeft volbracht én het meeste geld heeft overgehouden, wint de Race en krijgt een prijs.

De OV-Race is een uniek evenement, dat het Brabantse CDA in 2016 voor het eerst organiseerde. Toen reisden de teams door het Land van Cuijk en de Kempen, dit jaar gaat de tocht door de Meierij en de regio Noordoost-Brabant.

Statenlid Ankie de Hoon, woordvoerder verkeer en vervoer:

“Met deze OV-Race testen we op originele wijze het openbaar vervoer in Brabant. Dat is niet alleen heel leuk, maar óók heel nuttig. We verzamelen immers een schat aan informatie, die goed van pas komt wanneer we als provincie een besluit moeten nemen over het OV.

Onze ervaringen delen we nadien met de verantwoordelijk gedeputeerde, die er ook zijn voordeel mee kan doen. De OV-Race vorig jaar was een groot succes, dus dat hopen we dit jaar nog eens over te doen. Extra leuk is dat ook onze collega’s uit Boxtel meedoen, die met deze Race ideeën kunnen opdoen voor hun verkiezingsprogramma.”

Schriftelijke vragen over weigering verbreding A2 Weert-Eindhoven

Schriftelijke vragen van Statenleden Huseyin Bahar en Ankie de Hoon over de weigering van minister Schultz om de A2 Weert-Eindhoven te verbreden.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen weigering verbreding A2 Weert-Eindhoven.

Geacht college,

Op de A2 staan tussen Weert en Eindhoven elke werkdag files, vooral in de ochtendspits richting Eindhoven. Niet alleen weggebruikers, maar ook betrokken gemeenten en de provincies Brabant en Limburg ondervinden hier veel negatieve gevolgen van. Naast de economische schade die files veroorzaken, is het overmatig sluipverkeer, dat via woonkernen als Leende probeert de files te vermijden, een steeds groter wordend probleem.

Het CDA maakt zich grote zorgen over de bereikbaarheid van Zuid-Nederland, nu minister Schultz van Infrastructuur de A2 tussen Weert en Eindhoven niet wil verbreden. Niet alleen omdat de economische groei in de regio Eindhoven groter is dan die in heel Nederland, maar ook groter dan die in steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag.

Alleen een bereikbare regio kan een economisch sterke regio zijn, vindt het CDA. Daarom de volgende vragen:

  1. Deelt u de mening dat het voor Brainport Eindhoven, maar ook voor de logistieke hotspot Venlo, alsmede voor de bereikbaarheid van de Chemelot Campus, de Maastricht Health Campus en de Smart Services Hub in Heerlen, kortom voor een belangrijk deel van de Nederlandse economie, van groot belang is dat rond Eindhoven kan worden doorgereden?
  2. Deelt u de mening dat zonder spoedige verbreding van de A2 tussen Weert en Eindhoven het probleem in de komende jaren nijpender wordt door toename van verkeer én dat nu ingrijpen zowel goed is voor verdere banengroei als voor duurzame mobiliteitsontwikkeling (‘smart mobility’) en verbetering van de verkeersveiligheid?
  3. Deelt u de mening van veiligheidsdeskundigen dat de krappe vormgeving tussen Weert-Noord en Leende en de dichtheid van op- en afritten in combinatie met de verkeersdruk leiden tot meer onveiligheid?
  4. Kunt u verklaren hoe het mogelijk is dat tussen Weert en Eindhoven elke dag een file staat, maar dat bij de berekeningen van het Rijk dit niet als een op te lossen knelpunt wordt gesignaleerd?
  5. Hebt u samen met de provincie Limburg een stevige lobby gevoerd richting het Rijk en minister Schultz om de verbreding van de A2 tussen Weert en Eindhoven hoog op de agenda te krijgen?
  6. Bent u gekend in het besluit van minister Schultz om de A2 niet te verbreden en in te zetten op het alternatief gedragsbeïnvloeding door middel van het zogenaamde ‘spitsmijden’?
  7. Op basis van welke overwegingen, anders dan financiële, zijn een extra rijstrook bij Valkenswaard, het toevoegen van spitsstroken of het verbreden van het complete traject in beide richtingen, nu afgevallen?
  8. Ondersteunt u het alternatief van ministere Schultz en bent u inderdaad van mening dat de gebruikers van dit stuk van de A2 een keuze hebben en kunnen worden beïnvloed door middel van beloning?
  9. Ziet u, behalve de evidente oplossing van de broodnodige uitbreiding van de A2, nog andere aanvullende maatregelen dan het ‘spitsmijden’ om de pijn te verzachten zolang de A2 nog niet wordt verbreed?
  10. Welke acties heeft u al ondernomen of gaat u nog ondernemen tegen het overmatige sluipverkeer, als gevolg van de vele files op de A2 tussen Weert en Eindhoven, in veel woonkernen langs de A2, zoals in Leende? Dit zolang er nog geen prioriteit wordt gegeven aan en financiële middelen worden vrij gemaakt voor de verbreding van de A2.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Huseyin Bahar en Ankie de Hoon

 

CDA: rapport ZRK over verkoop Attero aangeboden

Vandaag bood de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK) haar onderzoeksrapport aan over de verkoop van afvalverwerker Attero. De ZRK deed dit onderzoek op verzoek van Provinciale Staten in Brabant en Limburg.

Het CDA in de provincie Noord-Brabant heeft met belangstelling en waardering kennis genomen van het rapport én van de constructieve reacties van de colleges van Gedeputeerde Staten in beide provincies. Het rapport is helder en neemt verschillende maatschappelijke en politieke vragen weg.

De belangrijkste conclusies van de Zuidelijke Rekenkamer zijn:

  1. Er zijn geen onregelmatigheden aangetroffen bij het bepalen van de verkoopprijs op het moment van verkoop. Het proces voldoet in opzet en uitvoering grotendeels aan de gestelde eisen.
  2. Het archiefwerk bij de provincie Noord-Brabant was incompleet en de verslaglegging rondom Provinciale Staten is voor verbetering vatbaar.
  3. De gemaakte keuzes in de timing en het tempo van het verkooptraject zijn van invloed geweest op het behaalde resultaat. Hierbij was de prijs op dat moment de maximum haalbare prijs in de markt.
  4. Gedeputeerde Staten had Provinciale Staten op verschillende momenten uitgebreider in het besluitvormingsproces kunnen meenemen.
  5. Provinciale Staten had meer gebruik kunnen maken van de beschikbare instrumenten om haar controlerende rol te vervullen. Zij had kunnen overwegen om daarbij gebruik te maken van contra-expertise.

Daarnaast geeft het rapport aan Gedeputeerde en Provinciale Staten duidelijke aanbevelingen mee voor de toekomst:

  1. Provinciale Staten dient nadrukkelijker aan te geven in welke mate zij betrokken wil worden bij het proces en meer gebruik te maken van de mogelijkheden die Gedeputeerde Staten biedt om op de hoogte te worden gesteld.
  2. Gedeputeerde Staten ziet toe op goede verslaglegging en archivering van alle stappen in het verkoopproces inclusief vertrouwelijke vergaderingen.
  3. Gedeputeerde Staten dient Provinciale Staten bij wijzigingen in de context en/of samenstelling van Provinciale Staten meer actief te raadplegen.

Een verkoop van een deelneming/bedrijf, zoals in het geval van Attero, komt binnen de provinciale politiek niet veel voor. Het CDA wil in ieder geval dat er een lerend effect optreedt naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer.

 

CDA in actie voor veiliger Hazeldonk

Het CDA wil dat de verzorgingsplaats bij grensovergang Hazeldonk z.s.m. beter wordt beveiligd. Hiertoe hebben de christendemocraten deze week schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Infrastructuur & Milieu, het provinciebestuur van Noord-Brabant én het college van B&W van Breda.

Aanleiding voor deze vragen waren twee werkbezoeken aan Hazeldonk in maart en juni van dit jaar. Tijdens beide werkbezoeken bleek dat truckers die Hazeldonk aandoen steeds vaker doelwit zijn van internationale bendes, die het hebben gemunt op hun lading en voertuigen. Een bewaakte truckparking had vorige maand klaar moeten zijn, maar is tot op heden nog steeds niet operationeel. Heel zorgelijk, vindt het CDA, dat de minister en haar regionale en lokale collega-bestuurders oproept om tempo te maken.

Behalve over de veiligheid maakt het CDA zich óók zorgen over de leef- en bereikbaarheid op Hazeldonk. Zo is er op de verzorgingsplaats een groot tekort aan toiletten en wasruimtes, wat leidt tot overlast en vervuiling. Niet alleen truckers, maar ook pauzerende gezinnen met kinderen hebben daar onder te lijden.

Het op Hazeldonk gelegen bedrijventerrein is bovendien niet bereikbaar per fiets of openbaar vervoer, waardoor ondernemers er niet in slagen openstaande vacatures in te vullen met werkzoekenden uit de regio. “En dat terwijl 5% procent van de Brabanders werkloos is. Ongelooflijk.” Aldus het Brabantse Statenlid Ankie de Hoon. Zij en haar CDA-collega’s uit Brabant en Breda, de gemeente waar Hazeldonk ten dele onder valt, zijn blij met de steun uit de Tweede Kamer.

Peter Elbertse, fractievoorzitter te Breda: “De problemen op Hazeldonk zijn van verschillende aard en niet door één overheid op te lossen. Samenwerken is dan ook een must. Als betrokken CDA-fracties wisten wij elkaar snel te vinden, we hopen de verantwoordelijke bestuurders ook.”

CDA Tweede Kamerleden Erik Ronnes en Martijn van Helvert over de situatie op Hazeldonk: “De omstandigheden op Hazeldonk zijn erbarmelijk. Truckers lopen gevaar en worden aan hun lot overgelaten. Dat mag niet gebeuren en dus komt het CDA zowel landelijk, provinciaal als lokaal in actie. Samen met onze Statenleden en plaatselijke afdelingen willen wij dat de problemen op Hazeldonk zo snel mogelijk worden opgelost.”

Schriftelijke vragen over de problemen op Hazeldonk

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Huseyin Bahar over de problemen op verzorgingsplaats/bedrijventerrein Hazeldonk.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Hazeldonk.

Geacht college, 

Op 17 mei jl. lazen wij via dagblad BN De Stem het bericht Bewaakte parking Hazeldonk nog lang niet klaar1.

Naar aanleiding van deze berichtgeving én een werkbezoek aan Hazeldonk op 2 juni jl. heeft de fractie van het CDA voor u de volgende vragen: 

01. Bent u bekend met het bericht Bewaakte parking Hazeldonk nog lang niet klaar2?

02. Vrachtwagenchauffeurs, ondernemers en andere bezoekers en gebruikers van Hazeldonk ervaren verschillende problemen t.a.v. de bereikbaarheid, veiligheid én leefbaarheid. Zijn deze problemen zijn bij u bekend?

03. Lost volgens u de aanleg van de nieuwe, bewaakte truckparking, die al in mei open had moeten zijn, het huidige tekort aan parkeerplaatsen voor vrachtwagens tijdens piekmomenten structureel op?

04. Net als veel andere bedrijventerreinen in Brabant zijn de bedrijven op Hazeldonk niet bereikbaar per openbaar vervoer of per fiets, wat het voor ondernemers moeilijk maakt om openstaande vacatures in te vullen met werkzoekenden uit de regio.

  1. Erkent u dat dit een probleem is?
  2. Wat kunt u voor de ondernemers op Hazeldonk betekenen om dit probleem op te lossen?

05. Klopt het dat er op Hazeldonk meer dan gemiddeld sprake is van overlast en criminaliteit, zoals diefstal van voertuigen en ladingdiefstal? Kunt u ons hierover actuele en relevante cijfers (laten) overleggen?

06. Op welke wijze(n) worden dergelijke overlast en criminaliteit tegengegaan en wat is handhavingsbeleid daaromtrent?

07. Is de sanitaire capaciteit voldoende voor het aantal mensen dat Hazeldonk nu aandoet of in de toekomst aan zal doen? En wie is verantwoordelijk voor uitbreiding indien nodig?

08. Verwacht u dat gelet op de ontwikkelingen in de landen om ons heen, zoals de tolheffing in België en Duitsland, het Duits verbod op cabinekamperen en een toename van het internationale goederenvervoer gevolgen hebben voor Hazeldonk? Indien ja, welke gevolgen?

09. Bent u bekend met het bericht Europese miljoenen voor aanleg truckparkings op komst2?

10. In hoeverre is een tekort aan financiële middelen (mede)oorzaak van de problemen die op Hazeldonk zijn ontstaan?

11, In Limburg betaalt de provincie mee aan het beveiligen van truckparkings, zoals die bij Venlo, om zo o.a. de tarieven voor vrachtwagenchauffeurs te beperken. Op welke wijze(n) draagt de provincie Noord-Brabant, financieel of anderszins, bij aan een veilige en betaalbare truckstop op Hazeldonk? Welke rol ziet u daarbij voor de provincie?

12. Wat kunt u als provincie doen om de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid op en rond truckparkings en verzorgingsplaatsen in Brabant structureel te verbeteren?

13. Bent u bereid om op korte termijn met de minister van Infrastructuur en Milieu, de colleges van B&W van de gemeenten Zundert en Breda én met bedrijvenvereniging Logistic Center Hazeldonk-Meer (LCHM) in gesprek te gaan over de aard en omvang van de problemen op Hazeldonk en hoe deze zo spoedig mogelijk te verhelpen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Huseyin Bahar

1 Zie http://www.bndestem.nl/breda/bewaakte-parking-hazeldonk-nog-lang-niet-klaar~aa63f016/ (d.d. 17 mei 2017).

2 Zie http://www.bndestem.nl/breda/bewaakte-parking-hazeldonk-nog-lang-niet-klaar~aa63f016/ (d.d. 17 mei 2017).

3 Zie https://truckstar.nl/plan-aanpak-en-europese-miljoenen-aanleg-truckparkings-op-komst/ (d.d. 15 mei 2017).

Ankie de Hoon over de nachtbus

Ankie de Hoon is in Provinciale Staten o.a. woordvoerder Verkeer & Vervoer. Op 9 juni jl. stelde zij samen met Huseyin Bahar schriftelijke vragen over de nachtbus.

De provincie Noord-Brabant wil een proef met een nachtbus op 1 juli a.s. voortijdig beëindigen. Het CDA wil dat de nachtbus blijft rijden tijdens grote evenementen en met carnaval, op die momenten dat er veel behoefte is aan deze vorm van vervoer.

Op 12 juni sprak radiomaker Erik van Vliet met Ankie de Hoon over het voorstel van het CDA. Dit interview terugluisteren kan via het audiobestand hieronder.

Schriftelijke vragen over toegankelijkheid Brabants OV

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Huseyin Bahar over de toegankelijkheid van Brabantse bussen en bushaltes voor rolstoelgebruikers.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de toegankelijkheid van het openbaar vervoer.

Geacht college, 

Sinds 2012 moet 98 procent van de bussen toegankelijk zijn voor gehandicapten. Op 30 mei jl. konden we echter in dagblad Trouw lezen dat de vervoerders  dat streven bij lange na niet halen.1

Voor het CDA kwam dit niet als een verrassing. Toen wij een jaar geleden de eerste editie van onze ‘OV-Race’ organiseerden, bedoeld om het Brabantse openbaar vervoer te testen, ondervond ons testpanel al dat rolstoelgebruikers op veel plaatsen niet de bus in kunnen of mogen rekenen op assistentie.

Verbetering van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor rolstoelgebruikers stond dan ook hoog op ons verlanglijstje voor de gedeputeerde Mobiliteit. Zelfredzaamheid en eigen regie vinden wij daarbij heel belangrijk.

Op de website van de regiotaxi Midden-Brabant lezen we dat iemand gebruik mag maken van de regiotaxi indien hij/zij geen gebruik wil maken van het reguliere openbaar vervoer. Deze zin wekt de verwachting dat ons openbaar vervoer 100% toegankelijk is. Maar dat is het dus niet.

Dit brengt het CDA tot de volgende schriftelijke vragen:

  1. Bent u bekend met het artikel in Trouw d.d. 30 mei jl. en de inhoud van het onderliggende onderzoek van DTV Consultants?
  2. Hoeveel procent van de bussen én hoeveel procent van de bushaltes in de provincie Noord-Brabant is op dit moment toegankelijk voor rolstoelgebruikers?
  3. Wat is de doelstelling, uitgedrukt in een percentage, m.b.t. de toegankelijkheid van Brabantse bussen én de toegankelijkheid van Brabantse bushaltes voor rolstoelgebruikers?
  4. Welke mogelijkheden heeft de provincie om de toegankelijkheid van Brabantse bussen en bushaltes voor mensen in een rolstoel te (laten) verbeteren?
  5. Welke van deze ‘instrumenten’ hebt u in het afgelopen jaar (periode mei 2016 – mei 2017) ingezet?
  6. Wat is het effect van deze inzet geweest?  
  7. Met welke regelmaat wordt de toegankelijkheid van het Brabantse openbaar vervoer get(o)etst?
  8. Wanneer is het eerstvolgende moment om maatregelen te (laten) nemen die de toegankelijkheid kunnen verbeteren?
  9. Welk telefoonnummer kan een Brabantse OV-gebruiker bellen, wanneer hij/zij een probleem ervaart inzake de toegankelijkheid van het openbaar vervoer?  
  10. Wat is uw definitie van ‘vervoer op maat’ in het Brabantse openbaar vervoer?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon en Huseyin Bahar

1 Op citaat: Trouw, Rolstoelers komen vaak de bus niet in, https://www.trouw.nl/samenleving/rolstoelers-komen-vaak-de-bus-niet-in~adf1c23c/, 30 mei 2017.

Inbreng deelname Stichting Automotive Campus

24 maart 2017

INBRENG STATENVOORSTEL 15/17  PROCEDURE WENSEN EN BEDENKINGEN DEELNAME IN STICHTING AUTOMOTIVE CAMPUS

Spreker: Huseyin Bahar (CDA)1

Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het CDA is trots op de resultaten die reeds bereikt zijn op de Automotive Campus. 40 bedrijven, 520 medewerkers en ca. 120 studenten die onderdeel zijn van deze campus. Met de verhuizing van het Summa College zal het aantal studenten zelfs fors toenemen.
Zoals u ook aangeeft in het voorstel levert de campus wat ons betreft dan ook een belangrijke bijdrage aan de herkenbaarheid en het ecosysteem van Brabant als automotive en smart mobility regio.

Voorzitter, hoewel we de Automotive Campus een warm hart toedragen blijven we toch denken met ons gezond boerenverstand. Daarom sta ik graag met u stil bij de volgende drie punten.

  1. De overname van de BOM-participatie.
  2. Het benodigde budget en GO/NO GO moment na 3 jaar.
  3. En als laatste en uitermate belangrijke punt: de opgelegde geheimhouding.

De overname van participatie van de BOM BHB
Voorzitter, om te beginnen de overname van de BOM participatie. Dit kunnen we alleen maar toejuichen. Met deze overname wordt immers de complexiteit in de besturing en rapportage gereduceerd. Hiermee  houden we het voor PS én GS overzichtelijk en beheersbaar. In lijn met deze beweging zien wij daarom ook geen bezwaar in een deelname van de provincie in de voorgenomen stichting. Ook hier geldt namelijk een duidelijke aanspreekpunt en dedicated kartrekker voor de Automotive Campus, die het geheel kan overzien.

Benodigd budget en GO/NO GO moment na 3 jaar
Voorzitter, dan als tweede punt het benodigde budget en GO/NO GO moment. Voorzitter, voor het benodigde budget van 625.000 euro heeft GS het mandaat om dit vanuit de middelen van het Uitvoeringsprogramma werklocaties te bekostigen. Hoewel de stichting de kartrekker wordt van het concept Automotive Campus, lezen we echter óók dat de grondeigenaren zelf verantwoordelijk blijven voor de grondexploitatie.

In dit kader een vraag aan de gedeputeerde: voorziet de gedeputeerde binnen 3 jaar nog significante investeringen of kosten t.b.v. de grondexploitatie op de Automotive Campus?

Voorzitter, in het voorstel wordt er gesproken over een GO/NO GO moment na 3 jaar. De vraag aan de gedeputeerde is of dit alléén betrekking heeft op de stichting? Of is dit moment ook een GO/NO GO moment voor de beoordeling van onze participatie en positie in de Automotive Campus?

De opgelegde geheimhouding
Voorzitter, dan de geheimhouding. Voorzitter, dit uitermate belangrijke punt hebben we bewust tot het laatste bewaard, omdat we juist over dit punt graag los van de Automotive campus zouden willen debatteren.

Een deelname vanuit de provincie in campussen, in samenwerking met private partijen, is immers het uitgangspunt en niet de uitzondering. Wij verwachten bijvoorbeeld al op korte termijn het goede nieuws van de gedeputeerde dat een private partij ook deelneemt in Pivot Park Oss.

Voorzitter, de opgelegde geheimhouding vormt toch een blok aan het been als wij over soortgelijke situaties vrij willen debatteren. In dat kader de volgende vragen aan de gedeputeerde:

  • Verwacht de gedeputeerde bij iedere samenwerking met private partijen geheimhouding in verband met gevoelige bedrijfsgegevens?
  • Wanneer een geheimhouding in het begin van een traject wordt bekrachtigd, geldt die dan óók voor evaluaties of documentatie in het vervolg?
  • Welke belemmeringen of mogelijkheden ziet de gedeputeerde hierin?
  • En is het een bewuste keuze van GS of een verzoek van private partijen om voor volledige documenten geheimhouding te verklaren en niet alleen voor specifieke passages? Het argument voor geheimhouding betreft immers gevoelige ‘bedrijfsgegevens’. Het is echter moeilijk voor te stellen dat een business case of marktverkenning alleen maar uit bedrijfsgegevens van private partijen bestaat.

Kortom voorzitter, belangrijke vraagstukken die bepalend kunnen zijn bij hoe wij nu en in de toekomst om kunnen gaan met vergelijkbare situaties, zonder dat dit een belemmering hoeft te zijn voor het vrije debat dat wij met elkaar willen voeren.

Tot zover onze bijdrage voor de eerste termijn. Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.