Opinie Ton Braspenning: ‘Verduurzamen met boerenverstand’

Opinie van Statenlid Ton Braspenning in Nieuwe Oogst d.d. 24 juni 2017.

Verduurzamen met boerenverstand

Provincie Noord-Brabant besluit op 7 juli over een omvangrijk en ingrijpend pakket maatregelen die de landbouw moeten verduurzamen. De grootste hervorming van de agrarische sector in jaren is echter zeer omstreden.

Ton Braspenning
Melkveehouder en lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA

Met gezond boerenverstand kan ik er niet bij wat de provincie voorstelt. Het effect is namelijk tegengesteld aan wat we beogen. Zo is het milieu-effect minimaal en wordt dit vervolgens teniet gedaan door de stikstofruimte te verplaatsen naar de industrie en logistiek.

En in plaats van meer verduurzaming, ruimte voor familiebedrijven én een beter verdienmodel resulteert het beleid in meer schaalvergroting, familiebedrijven die omvallen en gezinnen die door de armoedegrens gaan.

In het voorstel krijgen boeren in plaats van tot 2028 nog maar tot 2022 de tijd om hun stallen aan te passen aan de nieuwe milieueisen (minder stikstofuitstoot). Eisen die zo streng worden, dat er geen stallen bestaan die eraan kunnen voldoen. En met de adder onder het gras dat de vergunningen al vóór 2020 rond moeten zijn.

Financiering door baken is lastig door eerdere milieu-investeringen en lage prijzen. Een bank zal een terugbetalingsgarantie eisen, wat leidt tot schaalvergroting. Dit wordt bevestigd door het onderzoek naar het effect van dit pakket maatregelen.

Boven op de versnelde, kostbare milieueisen moeten boeren die oude, milieuvervuilende stallen willen vervangen door nieuwe, milieuvriendelijkere stallen, betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit stalderen is kostbaar en een hoge financiële drempel om het bedrijf voort te zetten.

Om deze kosten te omzeilen zullen veel uitbreiders kiezen voor een satellietlocatie, wat de maatschappelijke inbedding van een bedrijf niet altijd ten goede komt.

Mestverwerking of export van mest is voor veel boeren eveneens een hoge kostenpost. In Noord-Brabant zijn voor boeren te weinig mogelijkheden om mest kwijt te raken. De provincie wil in haar nieuwe plannen de mestverwerkingscapaciteit uitbreiden, met als limiet het Brabantse mestoverschot.

Deze limiet is een gemiste kans. Uit milieuoogpunt zou je namelijk álle mest willen verwaarden tot een volwaardige kunstmestvervanger. De provincie zou dit moeten faciliteren.

De provincie motiveert een groot deel van haar plannen door te stellen dat minder stikstofuitstoot door boeren leidt tot een betere bescherming van de Brabantse natuur. Maar eigen onderzoek van de provincie toont aan dat de vermindering die nu al is gehaald, ongeveer 20 procent, niet is terug te zien in minder stikstof op natuur. Daar is tot op heden geen verklaring voor.

De provincie bepleit ook dat minder stikstofuitstoot door boeren ten goede moet komen aan meer uitstoot door andere bedrijfssectoren of wegen. Wat schiet de natuur hier feitelijk mee op?

De provincie roept gemeenten, banken en pensioenfondsen op om boeren te ‘helpen’ bij het verduurzamen. Ze zouden allemaal geld moeten storten in een op te richten investeringsfonds. Maar hierover staat nog niets op papier. Onzeker is of deze onmisbare partners überhaupt bereid zijn om mee te doen.

Mijn conclusie: hoe goedbedoeld de plannen van de provincie ook zijn, de plannen zijn praktisch, financieel en juridisch onhaalbaar. Duurzaamheid is gebaat bij economisch perspectief op korte én op lange termijn. Laten we deze lange termijn niet uit het oog verliezen, want ook het platteland van morgen is een platteland met boeren.

CDA: rapport ZRK over verkoop Attero aangeboden

Vandaag bood de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK) haar onderzoeksrapport aan over de verkoop van afvalverwerker Attero. De ZRK deed dit onderzoek op verzoek van Provinciale Staten in Brabant en Limburg.

Het CDA in de provincie Noord-Brabant heeft met belangstelling en waardering kennis genomen van het rapport én van de constructieve reacties van de colleges van Gedeputeerde Staten in beide provincies. Het rapport is helder en neemt verschillende maatschappelijke en politieke vragen weg.

De belangrijkste conclusies van de Zuidelijke Rekenkamer zijn:

  1. Er zijn geen onregelmatigheden aangetroffen bij het bepalen van de verkoopprijs op het moment van verkoop. Het proces voldoet in opzet en uitvoering grotendeels aan de gestelde eisen.
  2. Het archiefwerk bij de provincie Noord-Brabant was incompleet en de verslaglegging rondom Provinciale Staten is voor verbetering vatbaar.
  3. De gemaakte keuzes in de timing en het tempo van het verkooptraject zijn van invloed geweest op het behaalde resultaat. Hierbij was de prijs op dat moment de maximum haalbare prijs in de markt.
  4. Gedeputeerde Staten had Provinciale Staten op verschillende momenten uitgebreider in het besluitvormingsproces kunnen meenemen.
  5. Provinciale Staten had meer gebruik kunnen maken van de beschikbare instrumenten om haar controlerende rol te vervullen. Zij had kunnen overwegen om daarbij gebruik te maken van contra-expertise.

Daarnaast geeft het rapport aan Gedeputeerde en Provinciale Staten duidelijke aanbevelingen mee voor de toekomst:

  1. Provinciale Staten dient nadrukkelijker aan te geven in welke mate zij betrokken wil worden bij het proces en meer gebruik te maken van de mogelijkheden die Gedeputeerde Staten biedt om op de hoogte te worden gesteld.
  2. Gedeputeerde Staten ziet toe op goede verslaglegging en archivering van alle stappen in het verkoopproces inclusief vertrouwelijke vergaderingen.
  3. Gedeputeerde Staten dient Provinciale Staten bij wijzigingen in de context en/of samenstelling van Provinciale Staten meer actief te raadplegen.

Een verkoop van een deelneming/bedrijf, zoals in het geval van Attero, komt binnen de provinciale politiek niet veel voor. Het CDA wil in ieder geval dat er een lerend effect optreedt naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer.

 

Spreektekst Ton Braspenning – Veehouderijdebat 23/06

Spreektekst1  Ton Braspenning – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant
Debat over versnelling transitie veehouderij
(23-06-2017)

Voorzitter,

We zijn er al eerder duidelijk over geweest: deze plannen pakken dramatisch uit voor de landbouw en de sectoren die daar vanaf hangen.

U wilt naar een duurzame agrarische sector. Het CDA ook.

Maar met ons gezonde verstand begrijpen wij niet welke doelstellingen u met deze plannen wilt bereiken.

Wat u wilt is praktisch, financieel, juridisch én technisch niet haalbaar:

  • omdat de stalsystemen er niet zijn (praktisch);
  • omdat staldering zóveel geld kost dat boeren óf stoppen óf geen cent overhouden voor duurzame maatregelen en dierenwelzijn (financieel);
  • omdat de milieueisen uit de Verordening natuurbescherming niet hebben geleid tot minder stikstof in de natuur (een verschil tussen gemeten en gerealiseerde uitstoot dat bureau Arcadis niet kan verklaren) (juridisch);
  • omdat de plannen voor mestverwerking niet van de grond komen (technisch).

Kortom: de effecten van uw maatregelen zijn tegengesteld aan wat u beoogt.

Wij, en met ons vele andere organisaties hier aanwezig, zien bovendien dat u de stikstofruimte die u creëert meteen weer weggeeft aan andere sectoren, zoals de industrie en de logistiek. Het milieueffect is minimaal. En wat is nu de doelstelling: natuurdoelen halen uit het Convenant óf uitstoot inzetten voor andere plannen?
Wat is nu eigenlijk de milieuwinst die u boekt met het vervroegen van de deadline 2028?

Het CDA vreest dat uw plannen leiden tot:

  • nóg meer schaalvergroting, want alleen grote bedrijven kunnen uw maatregelen betalen;
  • de ondergang van familiebedrijven, inclusief innovatieve landbouwbedrijven en jonge boeren (zie brief ZLTO);
  • gezinnen die door de armoedegrens gaan, volgens uw eigen onderzoek meer dan de helft (ik kan mij voorstellen dat een partij als de SP zich daar ook niet goed bij voelt);
  • een dreun voor bedrijven die al hebben geïnvesteerd in biologisch boeren en ketenverwaarding.

Met dit voorstel bereikt u géén duurzame agrarische sector.
Wat u wél bereikt, is een kloof tussen de provincie en de agrarische sector, die nog nooit zo groot is geweest als nu.

Provinciale Staten zou er goed aan doen om de gedeputeerden terug maar de onderhandelingstafel te sturen.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Ton Braspenning versnelling transitie veehouderij (23 juni 2017)

CDA op werkbezoek in Volkel

Het CDA brengt op maandag 19 juni een werkbezoek aan Volkel, gemeente Uden. Aan het werkbezoek nemen o.a. Tweede Kamerlid Erik Ronnes, Statenlid Marcel Deryckere en de Udense CDA’ers Ellen Alofs en Maurits van den Bosch deel.

De CDA-delegatie is te gast bij recreatiepark BillyBird Park Hemelrijk, waar de politici met eigenaar en recreatieondernemer Ton Derks spreken over de vrijetijdseconomie in Brabant. Actueel is het zgn. ‘Leisure Ontwikkel Fonds’ (LOF), via welke de provincie Noord-Brabant samen met een aantal andere partijen investeert in de toeristische sector in onze provincie.

Marcel Deryckere, Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en namens het CDA o.m. woordvoerder vrijetijdseconomie:

“Als CDA zijn we blij dat we bij Ton Derks en zijn familie te gast mogen zijn. Het CDA is behalve een familie- ook een echte ondernemerspartij, die familiebedrijven als BillyBird Hemelrijk van grote waarde vindt voor de Brabantse economie én voor de Brabantse samenleving. We zijn benieuwd hoe een ondernemer als Ton tegen de ontwikkelingen in zijn sector aankijkt en hoe hij de relatie met de overheid ervaart. Daarnaast laten we ons graag verrassen met alle andere onderwerpen die tijdens het bezoek ter sprake komen.”

Behalve over recreatie en toerisme spreken de CDA’ers ook over de politieke actualiteit in Volkel en de gemeente Uden. Mede hierom is ook Tweede Kamerlid Erik Ronnes aanwezig, die in Den Haag de regio Oost-Brabant vertegenwoordigt.

Na het bezoek aan Volkel brengt een deel van het gezelschap nog een bezoek aan een aantal boeren in de regio, die zijn getipt voor de CDA-kalender met stoere, Brabantse boeren. Het CDA wil deze kalender in 2018 uitgeven en daarmee het landbouwdebat in de provincie een positieve impuls geven. Meer dan 100 boeren werden aangemeld en van twaalf van hen tekent het CDA stoere verhalen en foto’s op voor op de kalender. Meer informatie over dit initiatief is te vinden op de website van het CDA Brabant: http://cdabrabant.nl/cda-stoere-boeren-gezocht/.

Het werkbezoek start om 14.00u bij BillyBird Park Hemelrijk aan de Zeelandsedijk 34A in Volkel, gemeente Uden.

Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en René Kuijken over criminaliteit op het platteland en de Wet BIBOB.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB.

Geacht college, 

Zowel regionale als landelijke media berichtten afgelopen week over de criminaliteit op het platteland. Dit naar aanleiding van een brief van de twaalf Commissarissen van de Koning in Nederland. De Brabantse CDA-fractie is geschrokken van deze berichtgeving én van het feit dat de politiecapaciteit in Brabant blijkbaar nog steeds niet op orde is. Al eerder hebben wij onze steun uitgesproken voor de oproep van onze Commissaris aan Den Haag om de Brabantse politie te versterken. Dat blijven wij doen. In dit kader hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In hoeverre hebben Brabantse lobbypogingen in Den Haag extra capaciteit en inzet van politie in Brabant opgeleverd?

02. Wat is nodig om te voorkomen dat Den Haag de belangen van de regio’s, zoals Brabant, niet langer negeert?

03. Het oplospercentage van misdrijven in Brabant lag in 2014 met 24,6% onder het landelijk gemiddelde. In een gemeente als Goirle lag dit percentage op 11,6%, nog veel lager dus. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over opgeloste misdrijven in Brabant? In 2015/2016 bleek ook dat de aanrijtijden van de politie op het Brabantse platteland onder de maat waren. Te vaak werd de maximale aanrijtijd van vijftien minuten niet gehaald. In sommige delen van Brabant was de politie zelfs in bijna één op de twee gevallen te laat. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over de aanrijtijden van de politie in Brabantse plattelandsgemeenten?

In opdracht van de provincie evalueerde een commissie van experts de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant, een wet die moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Het doel van deze evaluatie was om alertheid waar nodig te vergroten. Uit het rapport van de commissie blijkt dat Brabant deze wet goed uitvoert. De commissie constateerde echter ook dat verschillende Brabantse (plattelands)gemeenten de Wet BIBOB nog niet of onvoldoende toepassen. Geen goed signaal gegeven de berichten dat criminelen vrij spel hebben op het Brabantse platteland. Het CDA vindt dat we behalve onze politiecapaciteit ook onze eigen (veiligheids)zaken in Brabant goed op orde moeten hebben. Klaarblijkelijk is dit nog niet het geval en daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

04. Wat gaat u als provincie richting gemeenten doen om, met dit rapport in de hand, de aanpak van criminaliteit in Brabant te verstevigen?

De commissie die de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant heeft geëvalueerd, doet een aantal zinvolle aanbevelingen.

05. Ten eerste adviseert de commissie om bij bijvoorbeeld een vergunningaanvraag een integriteitscheck te laten uitvoeren door de vakafdelingen zelf. Bent u van plan dit advies op te volgen in uw eigen organisatie en processen?

06. Ten tweede stelt de commissie voor het bewustzijn van de provinciale organisatie rondom (georganiseerde) criminaliteit te verbeteren. Hoe bent u van plan dit op te pakken?

07. Ten derde pleit de commissie ervoor om ambtenaren die actief betrokken zijn bij bedrijven waarop de Wet BIBOB van toepassing is te screenen. Bent u van plan dit vanaf heden te gaan doen?

08. Ten vierde doet de commissie aanbevelingen om goede, integere bedrijven minder te belasten met BIBOB-onderzoeken en tegelijkertijd malafide bedrijven te blijven aanpakken:

  1. Het zou eenvoudiger moeten worden om integere bedrijven die regelmatig vergunningaanvragen doen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van het BIBOB-instrumentaruim. Bijvoorbeeld door deze op een ‘witte lijst’ van goede praktijken te plaatsen of een certificaat te geven.
  2. Is het mogelijk om integere bedrijven simpelere en snellere procedures te laten doorlopen? Bent u van plan om dit toe te passen?
  3. Is het mogelijk om naast een ‘witte lijst’ ook een ‘zwarte lijst’ met malafide bedrijven en organisaties op te stellen om handhaving gemakkelijker te makenIn hoeverre is het (wettelijk) mogelijk om deze lijst te delen met Brabantse gemeenten om hen te ondersteunen en te waarschuwen voor de activiteiten van criminelen?
  4. Als alternatief voor een ‘zwarte lijst’ zou de provincie risicoprofielen van sectoren en bedrijfstypen kunnen opstellen. Een lijst hiervan zou de provincie geanonimiseerd kunnen delen met andere overheden om deze te helpen met toepassen van de BIBOB. Bent u bereid deze mogelijkheid te onderzoeken op haalbaarheid?

09. Ten vijfde raadt de commissie aan om meer informatie over de BIBOB en informatie over toezicht en handhaving te delen met andere overheden en tussen overheden onderling. Welke wettelijke ruimte hebt u hier op dit moment voor en hoezeer staat privacywetgeving het delen van informatie in de weg?

10. Ten zesde concludeert de commissie dat niet alle Brabantse gemeenten de BIBOB-wet (goed) toepassen. Dit leidt ertoe dat criminelen bepaalde gemeenten misbruiken voor hun activiteiten.

  1. Hoe bent u van plan om álle Brabantse gemeenten de Wet BIBOB actief en zorgvuldig te laten toepassen?
  2. Bent u bereid om het zorgvuldig toepassen van de Wet BIBOB als criterium en onderzoeksvraag onderdeel te maken van het proces ‘Veerkrachtig Bestuur’?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en René Kuijken

PPP: Brabant, de achterkant van Nederland?

  • Dialoogconferentie werkgroep Praktische politieke Philosopie, 9 mei 2017 –

 

Op deze avond is Prof. Pieter Tops uitgenodigd, om te spreken over zijn in januari verschenen boek over drugscriminaliteit in Brabant dat hij schreef samen met journalist Jan Tromp. Verder gaven Marcel Deryckere, lid van Provinciale Staten, en burgemeester Anton Ederveen van Valkenswaard elk hun eigen visie op de problematiek

1. De wetenschapper

Hoofdvraag van deze avond is “Wat is er toch aan de aan de hand met de criminaliteit in Nederland?”

Het is een griezelig en onheilspellend beeld dat opdoemt: er blijkt een parallelle samenleving te zijn ontstaan in sommige steden (in het boek wordt een wijk in Tilburg beschreven) met zijn eigen normen en waarden. Criminaliteit is daar de norm. Af en toe in de gevangenis komen wordt beschouwd als bedrijfsrisico, een moord (afrekening) is ‘collateral damage’. De normen en waarden rondom welke onze Nederlandse maatschappij is georganiseerd (goed Nederlands burgerschap, werken voor je loon, verantwoordelijkheid voor de naaste – ook als die geen familie is -, eerlijkheid, respect voor overheid, bestuur en rechtspraak) zeggen de leden van deze op zichzelf gerichte samenleving kennelijk weinig of niets. Men heeft eigen normen en waarden (familiebanden, zoveel mogelijk geld maken, eigenrichting).

Nog verontrustender dan deze constatering is dat deze samenleving blijkt zich te kunnen handhaven omdat verantwoordelijken wegkijken. Agrariërs en MKB-ers verhuren hun schuur of zolder.   Wietplantages zijn bekend, maar buren melden ze niet bij de politie. Er wordt op straat gehandeld, maar wijkbewoners of zelfs politie kijken soms even weg of durven niet in te grijpen. Lokale politici gedogen of plegen zelf strafbare feiten. Geld wordt witgewassen.  Op deze manier raken onderwereld en bovenwereld steeds nauwer verstrengeld.

Tops vertelde vanavond een persoonlijk verhaal. Hoe kan het dat ik, een in Tilburg werkzaam en woonachtig academicus, tot aan het verschijnen van het rapport over hennepteelt in 2013, nooit iets hiervan gemerkt heb terwijl de omvang ervan enorm is?  Naar schatting 2500 personen in deze stad zijn erbij betrokken. De jaaromzet van de hennepindustrie ligt tussen de 750 en 900 miljoen Euro.

Verwondering en nieuwsgierigheid zetten Tops en journalist Tromp aan tot het in gesprek gaan met criminelen, drugsdealers, wijkagenten, maar ook met gewone buurtbewoners. Verrassende constatering was dat de lokale crimineel goed ingebed bleek in de plaatselijk samenleving, en zelfs op persoonlijk vlak voor individuele burgers veel bleek te betekenen.

Bewoners in volkswijken voelden zich in de 70er jaren, na het wegvallen van de na WO II ingestelde commissie Onmaatschappelijkheid, en de latere buurtzorg op initiatief van Marinus Cobbenhagen met ondersteuning van de R.K.-kerk, door de overheid in de steek gelaten. De rijks controle op woningbouwverenigingen nam af.

Zij voelden zich gedwongen om “dan maar voor zichzelf te gaan zorgen”. De komst van speed in 1970 en later amfetaminen en XTC zorgden voor een snelle en gemakkelijke manier om in korte tijd veel geld te verdienen. Hennepteelt nam een grote vlucht.

Op jongeren oefent het snelle geld een grote aantrekkingskracht uit, evenals op boeren met een verliesgevend bedrijf of een mager pensioen. Het geld wordt gedeeltelijk uitgegeven aan plaatselijke MKB-ers.

2. De politicus

Provinciaal Statenlid Marcel Deryckere vindt dat er in ieder geval een taak voor het provinciebestuur is weggelegd. Hij komt zelf uit de studentenwereld waar drugs normaal blijken te zijn en graag gewild. Op festivals kost een ‘ruitjespil’ 5 euro. Om hetzelfde effect te krijgen moet je heel veel biertjes drinken en ben je veel duurder uit. Het verkopen van drugs wordt steeds meer sociaal geaccepteerd. Geld is snel verdiend, en je wilt immers een scooter? Ouders en grootouders in de zaal vragen zich bij zijn verhaal van nog meer af: hoe is het gebruik onder jongeren terug te dringen? De Rijckere zou graag meer middelen willen uittrekken voor voorlichting op scholen. Het persoonlijke verhaal van een (ex-) drugsverslaafde voor de klas blijkt namelijk bij leerlingen een grote indruk te maken en een afschrikwekkend effect te hebben. Op deze manier vraag je aandacht voor de vernietigende invloed op hun gezondheid.

Verder zou de provincie vaker kunnen besluiten om een no–tolerance beleid te voeren en dus wat vaker geen vergunning af te geven. Op deze manier laat je zien dat het gebruik van drugs niet sociaal geaccepteerd wordt.

  1. De burgemeester

Anton Ederveen, burgemeester van Valkenswaard, schrikt niet van het boek van Prof. Tops, maar is juist verbaasd dat de problematiek nog steeds zo onbekend is. Als bestuurder van Valkenswaard vecht hij al jaren tegen illegale hennepplantages. Hij spreekt over ‘dweilen met de kraan open’. Voor burgemeesters, politie en de rechterlijke macht zijn de middelen en de capaciteit volstrekt onvoldoende. Als lid van de speciale werkgroep van de VNG voor cannabisbeleid kiest Ederveen niet voor reguleren en gedogen, maar voor regelen en handhaven. Hier is de landelijke politiek aan zet. De discussie over o.a. het D66 initiatiefwetsvoorstel kan bij de lopende coalitieonderhandelingen alle kanten op bewegen                

4. Het publiek

Er blijken veel zorgen en vragen, onder andere van de Stichting Moedige Moeders, die ouders van verslaafde kinderen vertegenwoordigt. Zij pleit voor regulering voor verslaafden, maar straffen voor handelaren. Kunnen we leren van de buitenlandse grootsteedse problematiek? –Ja, want de recente maatregel van het afpakken van vastgoed en dat teruggeven aan de gemeenschap (zoals onlangs is gebeurd met het huis van een bekende drugscrimineel) is afgekeken van Italië.

Aan het einde van de avond blijft voor ons deelnemers de volgende vraag over: Als het probleem zo wijdverspreid is, en de onderwereld en bovenwereld zozeer met elkaar verstrengeld zijn, moet de wietteelt (of erger) ook bij ons om de hoek gebeuren. Wat doen wij dan, kijken we weg of werken we met de rechtshandhavers mee? Wat doen de overheden, werken zij samen of houden zij hun informatie onder hun eigen pet? Wat doen de MKB-ers als ze verdacht geld waarnemen? Willen ze verdienen of blijven ze eerlijk? Wat doen de rechters? Pieter Tops vindt dat het recht duidelijker moet zijn en beter gehandhaafd: het is normaal dat op een wetsovertreding/misdrijf een straf volgt. Laten we dat eens volhouden.

Huiswerk voor ons, en voor het nieuwe kabinet is nu: zorgen dat Prof. Cyrille Fijnaut geen gelijk krijgt, en dat Nederland niet “het Colombia van West-Europa” wordt.

 

Herbertine Buiting

Blog van de voorzitter: GR2018

Beste mensen,

Langzaamaan komt de vakantie er weer aan. Maar rustig is het allesbehalve in aanloop naar deze vakantie. De meeste CDA Fracties zitten vol in het proces van de voorjaarsnota.  Toch een belangrijk moment om je punt te maken en invloed uit te oefenen op de begroting van je gemeente. Heb je als fractie een goed idee om in te brengen tijdens de behandeling van deze voorjaarsnota en verwacht je dat andere afdelingen hier ook iets mee zouden kunnen? Zet deze ideeën dan a.u.b. naar Brabant door. Wij kunnen de goede ideeën dan verspreiden en zo helpen we elkaar.

Ook zijn afdelingen druk met de voorbereiding van de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Langzaamaan komen de namen van lijsttrekkers naar buiten. Na de vakantie zal Brabant een bijeenkomst voor deze lijsttrekkers organiseren. De uitnodigingen hiervoor zullen via de fractievoorzitters en voorzitters lopen omdat we niet een automatisch een signaal vanuit de afdelingen krijgen wie de lijsttrekker gaat worden.

Daarnaast probeert men landelijk een formatie in elkaar te timmeren wat geen gemakkelijk proces blijkt te zijn. Komt er een minderheidskabinet? Krijgen we nieuwe verkiezingen? Komt er nog een verrassende wending? We weten het niet. Wel weten we dat dit proces het vertrouwen van kiezers in de politiek niet versterkt. Ik ben dan ook blij dat het CDA tot op heden wel aangehaakt blijft in de coalitiebesprekingen. Hiermee laten we zien wel verantwoordelijkheid te durven nemen.

Voordat we op vakantie gaan organiseert Brabant op 24 juni nog een groot campagneseminar. Heeft je afdeling zich nog niet aangemeld, doe dat dan alsnog. We zitten nu op 31 afdelingen die komen. Ons streven is natuurlijk dat alles 62 afdelingen er zijn. De seminar staat volledig in het teken van campagne voeren: van strategie tot vloggen tot inspiratie opdoen voor je campagne. Meer informatie en aanmelden vindt u hier: http://cdabrabant.nl/uitnodiging-campagneseminar-gr2018/

Oftewel we bereiden ons langzaam voor op een paar weken bijtanken maar geven nog even vol gas met elkaar.

Mijn dank hiervoor!

Inge van Dijk
Voorzitter CDA Brabant

 

In memoriam: Frans Ronnes

Deze week bereikte ons het droevige bericht dat Frans Ronnes is overleden. Hij leed al enige tijd aan prostaatkanker.

Frans Ronnes was oud-burgemeester van Haaren. Bij zijn afscheid benoemde de gemeenteraad Ronnes tot Ereburger van Haaren. Voor zijn verdiensten ‘als een heel bijzonder sociaal mens’.  Daarvoor is hij wethouder in de gemeente Bernheze geweest. Een jaar na zijn afscheid in Haaren, in oktober 2014, vroeg commissaris van de Koning Wim van de Donk Ronnes voor de functie van waarnemend burgemeester in Laarbeek. Op 11 maart 2016 maakte hij bekend die taak wegens ziekte neer te leggen.

Binnen het CDA Brabant heeft Frans Ronnes zich ingezet voor de burgemeestersbenoemingen in Brabant. Hij was hierbij aanspreekpunt en adviseur voor CDA’ers met ambitie tot burgemeester.

Veel mensen hebben warme herinneringen aan Frans Ronnes. ‘Hij blijft in onze herinnering als een deskundige en gedreven burgemeester, maar vooral als een betrokken, warm mens’, laat de gemeente Haaren in een persbericht weten. De VVD in Haaren herinnert zich Frans Ronnes als een ‘betrokken, ervaren en deskundig burgemeester die al die jaren met ziel en zaligheid voor de gemeente Haaren heeft gewerkt’. “Maar meer nog, herinneren wij Frans als een aimabele persoon met het hart op de juiste plaats.”

Frans Ronnes is 68 jaar geworden.

CDA in actie voor veiliger Hazeldonk

Het CDA wil dat de verzorgingsplaats bij grensovergang Hazeldonk z.s.m. beter wordt beveiligd. Hiertoe hebben de christendemocraten deze week schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Infrastructuur & Milieu, het provinciebestuur van Noord-Brabant én het college van B&W van Breda.

Aanleiding voor deze vragen waren twee werkbezoeken aan Hazeldonk in maart en juni van dit jaar. Tijdens beide werkbezoeken bleek dat truckers die Hazeldonk aandoen steeds vaker doelwit zijn van internationale bendes, die het hebben gemunt op hun lading en voertuigen. Een bewaakte truckparking had vorige maand klaar moeten zijn, maar is tot op heden nog steeds niet operationeel. Heel zorgelijk, vindt het CDA, dat de minister en haar regionale en lokale collega-bestuurders oproept om tempo te maken.

Behalve over de veiligheid maakt het CDA zich óók zorgen over de leef- en bereikbaarheid op Hazeldonk. Zo is er op de verzorgingsplaats een groot tekort aan toiletten en wasruimtes, wat leidt tot overlast en vervuiling. Niet alleen truckers, maar ook pauzerende gezinnen met kinderen hebben daar onder te lijden.

Het op Hazeldonk gelegen bedrijventerrein is bovendien niet bereikbaar per fiets of openbaar vervoer, waardoor ondernemers er niet in slagen openstaande vacatures in te vullen met werkzoekenden uit de regio. “En dat terwijl 5% procent van de Brabanders werkloos is. Ongelooflijk.” Aldus het Brabantse Statenlid Ankie de Hoon. Zij en haar CDA-collega’s uit Brabant en Breda, de gemeente waar Hazeldonk ten dele onder valt, zijn blij met de steun uit de Tweede Kamer.

Peter Elbertse, fractievoorzitter te Breda: “De problemen op Hazeldonk zijn van verschillende aard en niet door één overheid op te lossen. Samenwerken is dan ook een must. Als betrokken CDA-fracties wisten wij elkaar snel te vinden, we hopen de verantwoordelijke bestuurders ook.”

CDA Tweede Kamerleden Erik Ronnes en Martijn van Helvert over de situatie op Hazeldonk: “De omstandigheden op Hazeldonk zijn erbarmelijk. Truckers lopen gevaar en worden aan hun lot overgelaten. Dat mag niet gebeuren en dus komt het CDA zowel landelijk, provinciaal als lokaal in actie. Samen met onze Statenleden en plaatselijke afdelingen willen wij dat de problemen op Hazeldonk zo snel mogelijk worden opgelost.”