CDA: rapport ZRK over verkoop Attero aangeboden

Vandaag bood de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK) haar onderzoeksrapport aan over de verkoop van afvalverwerker Attero. De ZRK deed dit onderzoek op verzoek van Provinciale Staten in Brabant en Limburg.

Het CDA in de provincie Noord-Brabant heeft met belangstelling en waardering kennis genomen van het rapport én van de constructieve reacties van de colleges van Gedeputeerde Staten in beide provincies. Het rapport is helder en neemt verschillende maatschappelijke en politieke vragen weg.

De belangrijkste conclusies van de Zuidelijke Rekenkamer zijn:

  1. Er zijn geen onregelmatigheden aangetroffen bij het bepalen van de verkoopprijs op het moment van verkoop. Het proces voldoet in opzet en uitvoering grotendeels aan de gestelde eisen.
  2. Het archiefwerk bij de provincie Noord-Brabant was incompleet en de verslaglegging rondom Provinciale Staten is voor verbetering vatbaar.
  3. De gemaakte keuzes in de timing en het tempo van het verkooptraject zijn van invloed geweest op het behaalde resultaat. Hierbij was de prijs op dat moment de maximum haalbare prijs in de markt.
  4. Gedeputeerde Staten had Provinciale Staten op verschillende momenten uitgebreider in het besluitvormingsproces kunnen meenemen.
  5. Provinciale Staten had meer gebruik kunnen maken van de beschikbare instrumenten om haar controlerende rol te vervullen. Zij had kunnen overwegen om daarbij gebruik te maken van contra-expertise.

Daarnaast geeft het rapport aan Gedeputeerde en Provinciale Staten duidelijke aanbevelingen mee voor de toekomst:

  1. Provinciale Staten dient nadrukkelijker aan te geven in welke mate zij betrokken wil worden bij het proces en meer gebruik te maken van de mogelijkheden die Gedeputeerde Staten biedt om op de hoogte te worden gesteld.
  2. Gedeputeerde Staten ziet toe op goede verslaglegging en archivering van alle stappen in het verkoopproces inclusief vertrouwelijke vergaderingen.
  3. Gedeputeerde Staten dient Provinciale Staten bij wijzigingen in de context en/of samenstelling van Provinciale Staten meer actief te raadplegen.

Een verkoop van een deelneming/bedrijf, zoals in het geval van Attero, komt binnen de provinciale politiek niet veel voor. Het CDA wil in ieder geval dat er een lerend effect optreedt naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer.

 

Spreektekst Stijn Steenbakkers – Debat over fondsbeheer door provincie Noord-Brabant

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant

Evaluatie Zuidelijke Rekenkamer Informatievoorziening investeringsfondsen N-B

(09-06-2017)

Voorzitter,

Vandaag gaat het weliswaar niet over de inhoud van de fondsen, maar tóch een winstwaarschuwing vooraf. Het is helaas een dubbele inbreng geworden: positief zeker, maar óók zeer kritisch. Aan de ene kant kunt u denken ‘jammer, we krijgen het als GS wéér over ons heen’, aan de andere kant kunt u het ook positief oppakken en bedenken…

‘dat de scherpste kritiek het grootste bewijs is van belangstelling, betrokkenheid en gevoel van verantwoordelijkheid’.

Want voorzitter, vandaag bespreken we hier een cruciaal en glashelder rapport van de Zuidelijk Rekenkamer. Met als centrale vraag: wat is de kwaliteit van de informatie die PS ontvangt over de investeringsfondsen van GS? Heel simpel op het eerste gezicht.

Maar voorzitter, dit is geen formeel, procedureel afvinkmoment. Het raakt de daadwerkelijke kern van onze controlerende taak. Feitelijk is de vraag: krijgen wij informatie die van een voldoende niveau is om onze controlerende functie goed te kunnen invullen t.a.v. de investeringsfondsen?

Voorzitter, waarom is dit dan een cruciaal rapport? Historisch zelfs, in de ogen van het CDA. In 2013-2014 is er in totaal een half miljard euro geïnvesteerd in deze fondsen. Voorzitter, in dit huis vliegen de nullen je soms om de oren, maar ik herhaal het toch nog maar even: een half miljard euro, één van de grootste autonome investeringspaketten ooit gedaan door een regionale overheid in Noordwest-Europa.

240 miljoen euro werd niet-revolverend gereserveerd voor natuur via het Groenfonds. De rest revolverend 125 miljoen euro voor innovatie, 60 miljoen euro voor energie, 50 miljoen euro voor snelle verbindingen en 25 miljoen euro voor cultuur.

Voorzitter, dit deden onze voorgangers met een reden. Dit deden ze, zo valt te lezen, om:

  • concrete ambities voor Brabant te verwezenlijken;
  • concrete tastbare resultaten te bereiken;
  • en om vernieuwende dingen te ontwikkelen die Brabant op het gebied van economie, natuur, cultuur en energie verder zouden helpen.

En beste collega’s, wij zijn er om te controleren of dit geld goed wordt besteed. Wij zijn er om de voortgang te monitoren. Collega’s, voor die controle zijn we zelfs politiek eindverantwoordelijk. Niet GS, niet de fondsen. maar PS controleert uiteindelijk of er met deze enorme bak aan belastinggeld daadwerkelijk voldoende van de grond komt, er daadwerkelijk voldoende, concrete resultaten worden gehaald. Uiteraard doen we dat in goede samenwerking met alle stakeholders, zoals GS, verbonden partijen en de fondsen. Maar de uiteindelijke afweging ligt hier: bij PS.

Maar voorzitter, hiervoor zijn we voor een groot deel afhankelijk van de kwantiteit en kwaliteit van de informatie die GS ons toestuurt. En collega’s, dan lees je dit rapport van de Zuidelijk Rekenkamer vandaag. En hier worden stevige uitspraken gedaan. Een aantal fondsen is op orde, hulde daarvoor en daarover later in de inbreng ook zeker meer, maar voor een tweetal fondsen (Brabant C maar m.n. het Groenfonds) lezen we dat het onder de maat en niet volgens afspraak verloopt. Voorzitter, een aantal constateringen zorgen bij het CDA voor grote zorgen. Luistert u even mee naar de opsomming van de Zuidelijke Rekenkamer.

1. Om te beginnen een algemeen punt. De provincie blijkt haar informatievoorziening, huishouding én archivering niet geheel op orde te hebben:

  • de Zuidelijke Rekenkamer moet herhaaldelijk zaken verzoeken,
  • moet herhaaldelijk richting de fondsen om info te krijgen; en
  • moet herhaaldelijk moeite doen om de juiste info boven tafel te krijgen.

Hoe kan dit? Dit zou een persoon of bedrijf die een vergunning op wat voor gebied dan ook moet aanvragen bij de provincie eens moeten doen! Kortom, wij verwachten het wel van derden, maar zelf hebben we het nog niet helemaal op orde. Gelukkig erkent GS dit in haar reactie en wordt hier aan gewerkt.

2. Voorzitter, punt 2, onze grootste zorg: het Groenfonds. Hier worden enkele stevige constateringen gedaan. Voorzitter, we hebben hier bij de Jaarrekening al aandacht aan besteed, maar toch even de belangrijkste constateringen van de Zuidelijke Rekenkamer uit het rapport:

  • de uitgangssituatie is nog niet duidelijk;
  • er wordt, zo schrijft de Zuidelijke Rekenkamer, überhaupt nauwelijks gerapporteerd over de afgesproken ‘kritische prestatie-indicatoren’ (KPI’s);
  • zo wordt over de omvang van de categorieën (c>a) en de multiplier niets gemeld, omdat de realisatie tot nu minimaal is;
  • over een derde KPI (gewogen mate van spreiding) wordt niets gemeld, omdat de provincie deze niet relevant vindt voor het fonds, huh?; en
  • over een vierde KPI (mate van uitputting) wordt gesteld dat deze niet meetbaar is en dat men op zoek gaat naar een nieuwe indicator;
  • daarnaast is informatie inconsistent, verwarrend en onnauwkeurig, bijvoorbeeld de KPI mate van uitputting van het Groenfonds;
  • en áls er al informatie wordt gemeld gebeurt dit op verschillende plekken, wat lastig zoeken is voor PS;
  • zo wordt er bij de begroting in één keer onder een ‘eigen productgroep’ gerapporteerd.

Samengevat: er wordt nauwelijks iets gemeld en als er al iets wordt gemeld, is het vaak moeilijk met elkaar te rijmen. Collega’s, heel simpel samengevat: op basis van deze info hebben we hier alle 55 op dit moment dus gewoon geen flauw idee wat er gebeurt met een pot van 240 miljoen euro Brabants belastinggeld. Dit maakt controle vanuit PS over het Groenfonds onmogelijk. Al bij de behandeling van de Jaarrekening merkte het CDA op dat dit niet langer kan en hebben wij daarom o.a. met GroenLinks aanvullende vragen gesteld. Wij begrijpen dat deze vragen inmiddels zijn behandeld in GS en hebben ook het laatste memo van de gedeputeerde gezien. Dank voor de snelle reactie. Wij zijn vooralsnog blij met zijn constructieve houding om de cijfers z.s.m. boven tafel te krijgen, maar begrijpen dat dit iets langer gaat duren dan wij hadden gehoopt. Wij hebben hier begrip voor, maar willen nogmaals plenair benadrukken dat we de initieel afgesproken KPI’s z.s.m. op tafel willen hebben. Kan de gedeputeerde ons gerust stellen dat hij hier druk mee bezig is én dat de gevraagde informatie z.s.m. bij de Staten komt? En wanneer hij dit moment verwacht? En kan hij hierbij aanhaken op de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) zoals ook de andere fondsen doen.

3. Voorzitter, punt 3: het Brabant C fonds. Dit gaat over een stuk minder geld, maar desalniettemin blijft het 25 miljoen euro. Dat goed en conform de afspraken besteed moet worden. Ook op dit fonds hebben wij meerdere op- en aanmerkingen:

  • informatie over indicatoren verschilt door documenten in de P&C-cyclus heen;
  • er zijn geen KPI’s geformuleerd.

Voorzitter, ook dit behoeft verbetering, maar het CDA vindt dat we hier ook onszelf als Provinciale Staten moeten aankijken. Bij de start was immers afgesproken dat we meer concrete KPI’s zouden afspreken, maar dit is tot nu toe simpelweg nog niet gedaan. Maar hier hebben we dus ook zelf als PS kennelijk nog onvoldoende achteraan gezeten. Wij zouden dit graag z.s.m. in samenspraak met de gedeputeerde willen doen. Graag een reactie van mijn collega’s en van GS of we dit z.s.m. kunnen bespreken.

Voorzitter, tot nu toe veel ijzige, koude maar volgens ons ook noodzakelijke woorden. Maar voorzitter, u kent het CDA óók als een Brabantse, gezellige en warme partij. Het warme deel van de inbreng begint nu. Gaat u er maar eens goed voor zitten. De zorgen die wij namelijk hebben bij het Groenfonds en in mindere mate bij Brabant C, hebben wij bijvoorbeeld niet bij het Innovatiefonds. KPI’s worden concreet en op tijd aangeleverd en wanneer over een indicator nog niet volledig kan worden gerapporteerd (bijv. revolverendheid), meldt men in ieder geval concrete afgeronde prestaties op deelprojecten. Voorzitter, het CDA wil hier grote complimenten geven aan het fonds en de verantwoordelijk gedeputeerde Pauli.

4. Voorzitter, tot slot: u hebt het woord revolverendheid nog niet gehoord. Cruciaal voor het CDA. Daar wil ik het nog even over hebben. Voor alle fondsen behalve het Groenfonds is revolverendheid een groot aandachtspunt. Wij snappen hier echter ook de reactie van GS wel dat dit tot nu toe nog moeilijk is te rapporteren. Wij lezen echter in de reactie van GS dat men dit vanaf nu op alle fondsen waar het betrekking op heeft (Innovatiefonds, Energiefonds, Breedbandfonds en Brabant C fonds) gaat doen. Als wij dit mogen noteren als harde afspraak, is dit vooralsnog voldoende voor het CDA. Graag een bevestiging van de gedeputeerde.

Voorzitter, rest mij om de Rekenkamer hartelijk te danken voor het uitstekende rapport en, ondanks de soms wel zeer positieve uitleg van onderdelen van het Rekenkamerrapport in de reactie van GS, willen wij ook GS danken voor een aantal constructieve reacties op het rapport. Wat ons betreft op onderdelen een voorbeeld van hoe kritische blikken van de verschillende partijen (ZRK, Staten en GS) elkaar scherp houden t.b.v. een beter openbaar bestuur.

Tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers Evaluatie ZRK Informatievoorzieningen investeringsfondsen NB (9 juni 2017)

CDA: ‘provinciale Porsche’ nog niet op koers

‘De glimmende provinciale Porsche raast verder over de Brabantse wegen’, kopte Omroep Brabant na afloop van het debat over de Perspectiefnota op 21 april jl.[1] Tijdens deze jaarlijkse APK-keuring van het provinciaal beleid pleitte het CDA voor een grote onderhoudsbeurt, met aanpassingen en reparaties om de provinciale wagen op de weg te houden.

Vandaag keek Provinciale Staten tijdens het debat over de Jaarrekening 2016 terug op hoe de bestuurders van de provincie in het afgelopen jaar met onze Porsche zijn omgesprongen. En of dit volgens de afspraken in de begroting is gegaan. Het CDA constateerde bij deze controle helaas behoorlijk veel tekortkomingen.

Statenlid Stijn Steenbakkers (woordvoerder financiën):

“Dit college van Gedeputeerde Staten heeft een heleboel beloofd. Grote woorden, veel papieren tijgers, wat zou het allemaal anders gaan worden… Maar wat is er nu écht veranderd voor de Brabander, ten positieve? De Jaarrekening laat zien dat de beloftes groot zijn, maar de prestaties op veel terreinen mager. Bij een aantal belangrijke dossiers ontbreken ook nog eens relevante cijfers en gegevens, wat een degelijke, duidelijke controle door Provinciale Staten moeilijk maakt.”

Een voorbeeld is het energiedossier. Om in 2050 100% energieneutraal te zijn, moet de provincie in 2020 op 14% zitten. In 2014 zaten we op 7,2%. Niemand weet echter hoe het er nu voor staat: geen cijfers bekend over 2015 en 2016 of over het percentage CO2-reductie, 10.000 elektrische auto’s minder dan gepland en geen flauw besef van het aantal gerealiseerde banen op de Green Chemistry Campus of in de biobased economy.

Ook over de staat van het zgn. Groen Ontwikkelfonds, waarmee de provincie investeert in Brabantse natuur, ontbreekt veel informatie. Terwijl hierin 240 miljoen euro Brabants geld is gestoken. Gegevens die ontbreken zijn bijvoorbeeld die over hoe het fonds presteert, is gebruikt en of er nog genoeg geld over is voor het realiseren van de doelen. Zorgwekkend, vindt Steenbakkers, die bijval kreeg van verschillende collega’s. Steenbakkers: “Maar er zijn natuurlijk ook lichtpuntjes, zoals op het gebied van economie én de snelheid waarmee de provincie nu de facturen van haar eigen leveranciers betaalt.”

Steenbakkers over de Jaarrekening: “Het CDA vindt dat de kwaliteit van de controle op de Jaarrekening omhoog moet. Daarom hebben wij, samen met een aantal andere fracties, twee moties ingediend die het college van Gedeputeerde Staten oproepen om bij iedere jaarrekening een verantwoordingsbrief te schrijven én de Jaarrekening 2017 door een onafhankelijk bureau te laten controleren. De eerste motie is aangenomen, bij de tweede staakten de stemmen. Hierover stemt Provinciale Staten op 9 juni a.s. opnieuw.”

1 Zie: http://www.omroepbrabant.nl/?news/264031472/Glimmende+provinciale+Porsche+raast+verder+over+de+Brabantse+wegen+.aspx.

 

CDA: provincie heeft grote beurt nodig

Extra inzet en reparaties zijn nodig, wil de provincie Noord-Brabant door haar jaarlijkse APK-keuring komen. Dat constateert het CDA tijdens het debat over de Perspectiefnota 2017, dat vandaag plaatsvindt.

In de Perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant.

Volgens het CDA komt de gewenste beweging in Brabant maar moeizaam op gang en is er op sommige thema’s zelfs sprake van stilstand. Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie, pleit voor meer gas op de plank. “Dit college zit teveel achter de tekentafel en te weinig in de samenleving, waardoor Brabant nauwelijks vooruit komt.”

Als voorbeeld noemt Van der Sloot het arbeidsmarktbeleid van de provincie. “We lezen dat Brabant booming is, maar tegelijkertijd zijn er bedrijven met honderden vacatures tegenover een werkloosheidspercentage van 5%. Daar moet de provincie wat aan doen.”

Ook de leefbaarheid in Brabant staat onder druk, aldus Van der Sloot, die in haar bijdrage wijst op het ontbreken van een sociaal beleid voor kwetsbare groepen. Ook hekelt het CDA de bezuinigingen op erfgoed, nu het Europees jaar van het Erfgoed voor de deur staat. De aanpak van drugsgerelateerde criminaliteit verdient behalve in Den Bosch ook de allerhoogste prioriteit in Den Haag.

Andere punten waar het CDA aandacht voor vraagt, zijn o.a. de snelle realisatie van een intercitystation Eindhoven Airport, de bereikbaarheid van Oost-Brabant via de Oost-West verbinding en de snelle verduurzaming van veerdiensten en sportclubs.

Het CDA besluit haar APK-keuringsrapport met twee reparatieverzoeken: om de kloof tussen de kiezer en politiek te dichten, moet elke Brabantse scholier het Provinciehuis kunnen bezoeken én moeten provinciale documenten als de Perspectiefnota voortaan in duidelijkere, begrijpelijkere taal worden geschreven. “Geen termen als valorisatieprogramma’s, multi-helix partners en cross-overs meer”, betoogt Van der Sloot.

Het CDA hoopt dat de provincie de aanbevelingen overneemt en alsnog door de APK komt. Mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan zal het CDA verschillende moties indienen om de gewenste reparaties tot stand te brengen.

Klik op de volgende link om de spreektekst van Marianne van der Sloot in te zien: Spreektekst Marianne van der Sloot PPN 2017 (21 april 2017).

Inbreng deelname Stichting Automotive Campus

24 maart 2017

INBRENG STATENVOORSTEL 15/17  PROCEDURE WENSEN EN BEDENKINGEN DEELNAME IN STICHTING AUTOMOTIVE CAMPUS

Spreker: Huseyin Bahar (CDA)1

Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het CDA is trots op de resultaten die reeds bereikt zijn op de Automotive Campus. 40 bedrijven, 520 medewerkers en ca. 120 studenten die onderdeel zijn van deze campus. Met de verhuizing van het Summa College zal het aantal studenten zelfs fors toenemen.
Zoals u ook aangeeft in het voorstel levert de campus wat ons betreft dan ook een belangrijke bijdrage aan de herkenbaarheid en het ecosysteem van Brabant als automotive en smart mobility regio.

Voorzitter, hoewel we de Automotive Campus een warm hart toedragen blijven we toch denken met ons gezond boerenverstand. Daarom sta ik graag met u stil bij de volgende drie punten.

  1. De overname van de BOM-participatie.
  2. Het benodigde budget en GO/NO GO moment na 3 jaar.
  3. En als laatste en uitermate belangrijke punt: de opgelegde geheimhouding.

De overname van participatie van de BOM BHB
Voorzitter, om te beginnen de overname van de BOM participatie. Dit kunnen we alleen maar toejuichen. Met deze overname wordt immers de complexiteit in de besturing en rapportage gereduceerd. Hiermee  houden we het voor PS én GS overzichtelijk en beheersbaar. In lijn met deze beweging zien wij daarom ook geen bezwaar in een deelname van de provincie in de voorgenomen stichting. Ook hier geldt namelijk een duidelijke aanspreekpunt en dedicated kartrekker voor de Automotive Campus, die het geheel kan overzien.

Benodigd budget en GO/NO GO moment na 3 jaar
Voorzitter, dan als tweede punt het benodigde budget en GO/NO GO moment. Voorzitter, voor het benodigde budget van 625.000 euro heeft GS het mandaat om dit vanuit de middelen van het Uitvoeringsprogramma werklocaties te bekostigen. Hoewel de stichting de kartrekker wordt van het concept Automotive Campus, lezen we echter óók dat de grondeigenaren zelf verantwoordelijk blijven voor de grondexploitatie.

In dit kader een vraag aan de gedeputeerde: voorziet de gedeputeerde binnen 3 jaar nog significante investeringen of kosten t.b.v. de grondexploitatie op de Automotive Campus?

Voorzitter, in het voorstel wordt er gesproken over een GO/NO GO moment na 3 jaar. De vraag aan de gedeputeerde is of dit alléén betrekking heeft op de stichting? Of is dit moment ook een GO/NO GO moment voor de beoordeling van onze participatie en positie in de Automotive Campus?

De opgelegde geheimhouding
Voorzitter, dan de geheimhouding. Voorzitter, dit uitermate belangrijke punt hebben we bewust tot het laatste bewaard, omdat we juist over dit punt graag los van de Automotive campus zouden willen debatteren.

Een deelname vanuit de provincie in campussen, in samenwerking met private partijen, is immers het uitgangspunt en niet de uitzondering. Wij verwachten bijvoorbeeld al op korte termijn het goede nieuws van de gedeputeerde dat een private partij ook deelneemt in Pivot Park Oss.

Voorzitter, de opgelegde geheimhouding vormt toch een blok aan het been als wij over soortgelijke situaties vrij willen debatteren. In dat kader de volgende vragen aan de gedeputeerde:

  • Verwacht de gedeputeerde bij iedere samenwerking met private partijen geheimhouding in verband met gevoelige bedrijfsgegevens?
  • Wanneer een geheimhouding in het begin van een traject wordt bekrachtigd, geldt die dan óók voor evaluaties of documentatie in het vervolg?
  • Welke belemmeringen of mogelijkheden ziet de gedeputeerde hierin?
  • En is het een bewuste keuze van GS of een verzoek van private partijen om voor volledige documenten geheimhouding te verklaren en niet alleen voor specifieke passages? Het argument voor geheimhouding betreft immers gevoelige ‘bedrijfsgegevens’. Het is echter moeilijk voor te stellen dat een business case of marktverkenning alleen maar uit bedrijfsgegevens van private partijen bestaat.

Kortom voorzitter, belangrijke vraagstukken die bepalend kunnen zijn bij hoe wij nu en in de toekomst om kunnen gaan met vergelijkbare situaties, zonder dat dit een belemmering hoeft te zijn voor het vrije debat dat wij met elkaar willen voeren.

Tot zover onze bijdrage voor de eerste termijn. Dank u wel, voorzitter.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Schriftelijke vragen Van Goghhuis Zundert

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Marianne van der Sloot over het Van Goghhuis in Zundert.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Van Goghhuis.

Geacht college, 

Vincent van Gogh werd op 30 maart 1853 geboren in Zundert, als zoon van een dominee. Vincent droomde over ‘de kunst van de toekomst’. Sinds zijn dood in 1890 lieten velen zich door zijn dromen inspireren. En nog steeds: Zundert en omgeving vormen een broedplaats voor kunstenaars en dat zien we o.a. terug in de exposities in het Vincent van Goghhuis.

Het CDA omarmt uw standpunt om het belang van Vincent van Gogh en diens culturele meerwaarde verder invulling te gaan geven in onze provincie. Hiervoor hebt u een bedrag van € 750.500 beschikbaar gesteld.

Tegelijkertijd is het CDA geschokt in dagblad BN De Stem te moeten lezen dat het Van Goghhuis in Zundert dreigt te verdwijnen. Een blamage voor alle vrijwilligers die zich dag in dag uit inzetten om cultureel Brabant op de kaart te zetten. Om te kunnen blijven voortbestaan heeft het Huis reeds 0,5 Fte moeten inleveren en voor 2017 dreigt een tekort van € 100.000.

Het CDA vindt dit onacceptabel en heeft de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Zijn de financiële problemen van het Van Goghhuis in Zundert u bekend?
  2. Bent u van mening dat Vincent van Gogh in Zundert en Etten-Leur een minstens zo grote rol heeft vervuld als op andere aangewezen locaties?
  3. Bent u bereid om vóór het einde van dit jaar in gesprek te gaan met de gemeente Zundert en met het Van Goghhuis om tot een oplossing te komen voor de financiële problemen?
  4. Bent u bereid de uitkomsten van dit gesprek te communiceren met Provinciale Staten?
  5. Hoe denkt u West-Brabant en het belang van Zundert en Etten-Leur beter onder de aandacht van VisitBrabant te brengen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

Marianne van der Sloot

Schriftelijke vervolgvragen naamsverandering Brabants OV in “Bravo”

Schriftelijke vervolgvragen van Statenlid Ankie de Hoon over de naamsverandering van het Brabantse openbaar vervoer in Bravo.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vervolgvragen over Bravo.

Geacht college, 

Het CDA heeft met veel belangstelling uw antwoorden gelezen op onze schriftelijke vragen over Bravo, de nieuwe naam voor het regionale openbaar vervoer in Brabant.

Veel Brabanders reageren verongelijkt op dit plan. Zij zien in hun gemeenten belangrijke OV-voorzieningen verdwijnen, terwijl u veel geld uitgeeft aan een naamsverandering van het OV. En dat zonder onderliggend plan, zonder vooroverleg met gemeenten, en zonder te weten of Bravo überhaupt gaat bijdragen aan een geslaagde reis voor de OV-gebruiker.

Het CDA maakt zich zorgen over deze wijze van beleid maken en heeft voor u de volgende (vervolg)vragen:

  1. Per 11 december is het nieuwe Bravo logo een feit. In hoeverre hebben gemeenten hierin daadwerkelijk een stem gekregen?
  2. Wanneer verwacht u de eerste leenfiets in gebruik te nemen?
  3. Wanneer verwacht u de eerste deelauto in gebruik te nemen?
  4. Wanneer is de Bravo bus volgens u een succes? Graag een toelichting.
  5. Vindt er over anderhalf jaar een evaluatie plaats over het succes van Bravo?
  6. Is het bedrag van 200.000,00 euro een maximum bedrag? Bent u bereid de totale kosten van Bravo in de evaluatie te betrekken?
  7. Kunt u garanderen dat er geen enkele in Bravo geïnvesteerde euro wordt doorberekend aan de reiziger?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

Reactie KBO Brabant op bezuinigingen ‘Sociale Veerkracht’

Lees via de volgende link de reactie van KBO Brabant op de bezuinigingen op Sociale Veerkracht, ouderenbonden en vrijwilligersnetwerken, van de provincie Noord-Brabant: http://www.kbo-brabant.nl/nieuws.php?action=view&Nieuws_Id=6871.

Het CDA ondersteunt het pleidooi van de KBO: vrijwilligersorganisaties als de KBO, maar bijvoorbeeld ook de Vereniging Kleine Kernen, zijn van onschatbare waarde voor de Brabantse samenleving. Zij doen heel goed werk voor heel veel mensen in Brabant, onder wie honderdduizenden senioren.

Als CDA zullen we doen wat we kunnen om het Brabantse college van Gedeputeerde Staten op andere gedachten te brengen. Alle hulp is daarbij welkom!

Hebt u vragen of wilt u meer informatie, neemt u dan contact op met fractievoorzitter Marianne van der Sloot via het e-mailadres MvdSloot@brabant.nl.

Spreektekst Huseyin Bahar begrotingsbehandeling 11/11

BEGROTINGSBEHANDELING 11 NOVEMBER 2016

SPREEKTEKST HUSEYIN BAHAR

(het gesproken woord telt)

Dank u wel voorzitter. Voorzitter, volgens goed gebruik volgt het geld het beleid in dit huis. De beleidswensen van het CDA heeft onze fractievoorzitter zojuist verwoord. Het is voor mij dan ook een eer en genoegen om mijn maiden speech te houden over de financiën van dit huis.
Een van de redenen waarom ik politiek actief ben geworden, is om een mooier en beter Brabant achter te kunnen laten voor onze kinderen. Een degelijk financieel beleid, met solide inkomsten en verantwoorde uitgaven, is dan een randvoorwaarde om dit mogelijk te maken. Het feit dat ik mijn eerste bijdrage ook nog eens op de 11de van de 11de mag leveren, maakt het voor mij in ieder geval onvergetelijk. Ik hoop dat mijn woorden u ook lang zullen bijblijven.

Voorzitter, graag sta ik met u stil bij 2 zaken;

  1. de voorliggende begroting en huidige financiële positie en
  2. de risico’s naar de toekomst.

Voorzitter, laat ik beginnen met de constatering dat de financiën nog steeds DEGELIJK zijn. Complimenten aan het college met de voortzetting van deze lijn. We kunnen als provincie wel wat lijden, mocht het onverhoopt misgaan. We moeten echter wel kritisch blijven op ontwikkelingen en risico’s in de toekomst. Dat deze begroting DEGELIJK is, komt met name door de middelen die wij NU als provincie hebben.

Maar voorzitter, zoals al eerder door het CDA staat gezegd staat de inkomstenkant flink onder druk. En dat al op redelijk korte termijn. Gelukkig kan dit even opgevangen worden door de dividendreserve van ca. 160 mln., maar hier moet ECHT een structurele oplossing voor komen. De gedeputeerde heeft bij de BURAP immers aangegeven niet extra te willen reserveren in de dividendreserve. Maar wat wordt dan de oplossing? Als CDA zouden wij hierover graag met GS van gedachten wisselen, op basis van een brief of memo waarin het college met voorbeelden aangeeft welke scenario’s het ziet EN of men een voorkeursscenario heeft. Graag een reactie van de gedeputeerde.

Voorzitter, dan de risico’s. Een belangrijk thema, omdat we Brabant financieel gezond willen houden, nu en in de toekomst. Het is in dit geval helaas zo dat DEGELIJK en DUIDELIJK niet hand in hand gaan. Onze zorgen zitten vooral bij de inkomsten. Er is onduidelijkheid over de inkomsten, maar ook over de risico’s die u neemt om rendement en resultaat te behalen.

In de begroting zien we uitvoerige beschrijvingen van programma’s en uitgaven. Aan de inkomstenkant hebben we echter ook grote UITDAGINGEN. Enerzijds door verschuivingen in Rijksuitkeringen. Anderzijds door onzekerheid over inkomsten uit met name dividenduitkeringen.

Voorzitter, kennelijk wordt degelijk beleid niet door het Rijk beloond. We ontvangen nu al geen bijdrage uit het provinciefonds, volgend jaar is het zelfs negatief. HOE KAN DIT? Dit zou toch niet meer gebeuren? En wat betekent de verschuiving van de Brede Doel Uitkeringen? In de begroting is opgenomen dat dit budgetneutraal zal zijn, maar zijn deze middelen dan volledig vrij besteedbaar?

Vanuit Enexis hebben we in 2015 en 2016 een meevaller gehad. Hoe kijkt GS aan tegen toekomstige rendementen vanuit Enexis? Er zijn namelijk ook noordelijke gemeentes die aandelen verkopen. Wat is de visie van GS op ons belang in Enexis? Wij horen graag uw reactie.

Voorzitter, dan de risico’s die gepaard gaan met het behalen van rendement en resultaat. Door toenemende varianten en samenhang wordt de complexiteit vergroot. Dit kan de DEGELIJKHEID in gevaar brengen. Een voorbeeld zijn de leningen die wij verstrekken. Er is eigenlijk niets zo sociaal als het uitlenen van geld,zeg ik tegen een PvdA gedeputeerde. Het principe is namelijk zo dat een partij die geld OVER heeft een andere persoon of organisatie helpt die dit GOED kan gebruiken. Dit past ook bij het CDA, dichtbij en behulpzaam. Totdat een keer flink mis gaat. Dan komt ‘sociaal’ onder druk te staan. Daarom is het ook van belang om naast DICHTBIJ ook altijd DEGELIJK en DUIDELIJK te zijn.

Voorzitter, de provincie wil in de toekomst meer leningen rechtstreeks verstrekken aan derde partijen, zonder tussenkomst van een deelneming. In de begroting lezen we terug dat de risico’s op deze leningen afzonderlijk worden bepaald. Hierover een vraag aan de gedeputeerde. Hoe worden leningen aan partijen ‘zonder rating’, bijvoorbeeld de Efteling of Beekse Bergen, beoordeeld op kredietrisico’s? Met andere woorden: hoe ziet het risicobeheer over dergelijke leningen er bij de provincie uit? Wordt er bijvoorbeeld jaarlijks gereviseerd en kan er dan ook naar worden gehandeld?

Voorzitter, kijken we verder, dan zien we ook dat afzonderlijke risico’s met elkaar kunnen samenhangen door de complexiteit. Nu zien we al dat de provincie leningen verstrekt, er exploitaties plaats vinden via de BOM, en wij óók nog deelnemingen hebben als aandeelhouder.

Voorzitter, als we een infographic zouden maken van de complexiteit en hiermee gepaard gaande risico’s, dan zou dit er uit zien als een flink spinnenweb. Een Spiderman-pak zou de gedeputeerde niet misstaan, om in het carnavalsthema te blijven. Voorzitter, een voorbeeld is het Life Science Park in Oss, waar we de worsteling van het college terug kunnen zien. Als CDA dragen wij het Life Science Park een warm hart toe. Wel vragen wij ons af hoe u de afzonderlijke risico’s in samenhang signaleert en beheerst, zodat we DICHTBIJ mooie resultaten kunnen behalen. En DEGELIJK en DUIDELIJK blijven in onze aanpak.

In dit voorbeeld kunnen we het misschien nog net overzien, maar in andere situaties kan het nog eens knap lastig worden. Zelfs met een spidermanpak aan. De vraag aan de gedeputeerde is dan ook hoe AFZONDERLIJKE risico’s in SAMENHANG nu worden beheerst en gerapporteerd? Welke kaders of richtlijnen worden gehanteerd om complexiteit in constructies te voorkomen, en overzicht te houden voor GS EN provinciale staten?

Voorzitter, dan het thema ‘mobiliteit’. Het CDA constateert dat dit college in ruime mate bijdraagt aan de realisatie van Rijkswegen in Brabant. De gedeputeerde heeft echter ook een uitdaging om voor bepaalde projecten cofinanciering te regelen, samen met gemeenten. Dat zien we als het gaat over de bereikbaarheid in Zuidoost-Brabant. Hier ziet het CDA zowel in de cofinanciering als in de tijdslijnen de nodige risico’s en uitdagingen.

Daarom de volgende concrete vragen voor de gedeputeerde(n):

  • Zijn er gemeenten die NIET willen bijdragen?
  • Is de 50/50 verdeling een harde eis, of is passend maatwerk mogelijk? Het werkelijk belang voor de gemeente hoeft namelijk niet altijd 50/50 te zijn.
  • En wat als gemeenten niet op één lijn komen, wat betekent dit dan voor de tijdslijnen en haalbaarheid?
  • Om in SMART oplossingstermen te blijven: wat ziet de gedeputeerde op zijn scherm als hij de knop ‘Bereken alternatief’ gebruikt?

Voorzitter ter afsluiting: voor het CDA is de samenleving méér dan een winst- en verliesrekening. Inkomsten en uitgaven moeten elkaar blijven dekken. Dat heet DEGELIJKHEID. Laten we ons echter altijd realiseren dat het gaat over MENSEN. En dat DICHTBIJ en DUIDELIJK minstens zo belangrijk zijn.

Dank u voor uw aandacht. En dank in het bijzonder aan de ambtelijke ondersteuning voor al haar voorbereidende werk.

Distributiecentrum Regionale Voedselbanken Brabant krijgt geld van Provinciale Staten

PERSBERICHT

’s-Hertogenbosch, 11 november 2016

Distributiecentrum Regionale Voedselbanken Brabant krijgt geld van Provinciale Staten.

De Provinciale Statenfracties van PvdA, SP, CDA, Lokaal Brabant, CU-SGP, 50PLUS, PvdD en GroenLinks stellen vandaag – tijdens de behandeling van de begroting 2017 – voor een bedrag van € 150.000 beschikbaar te stellen aan het distributiecentrum van de Regionale Voedselbanken in Brabant.

Het regionale distributiecentrum vervult volgens deze fracties een belangrijke functie voor de diverse lokale voedselbanken en daarmee voor vele mensen, vooral gezinnen, in onze provincie.

Het distributiecentrum krijgt het geld om te investeren in voorzieningen die de exploitatiekosten gedurende de komende jaren structureel kunnen verminderen, zoals energiezuinige koelunits, zonnepanelen en/of elektrisch aangedreven bestelauto’s. Het distributiecentrum heeft daarmee een reële kans de exploitatie na 2017, binnen de samenwerking van gemeenten en Voedselbanken in Brabant, voor een langjarige periode sluitend te maken. De fracties geven aan dat het toekennen van het geld bovendien bijdraagt aan de doelen van de provincie, zoals het stimuleren van energiebesparende maatregelen, het voorkomen van voedselverspilling en het bevorderen van samenbindende initiatieven in de samenleving.

EINDE PERSBERICHT