Opinie Stijn Steenbakkers – ‘Gevraagd: een luis in de pels’

Gastopinie van Statenlid Stijn Steenbakkers in het Brabants Dagblad d.d. 23 september 2017.

Gevraagd: een luis in de pels

Elke week vliegen bij Statenleden de miljoenen zo ongeveer om de oren. Een pleidooi voor een onafhankelijk financieel adviseur.

De Duitse dichter en schrijver Goethe zei eens dat ‘het niet genoeg s, te weten, maar dat men ook moet toepassen; het niet genoeg is, te willen, maar dat men ook moet handelen’. Met die wijsheid in het achterhoofd schrijf ik deze opinie. De afgelopen jaren zijn er uitgebreide rapporten van de Zuidelijke Rekenkamer (het orgaan dat Provinciale Staten van Brabant en Limburg helpt met hun taken) geweest die bevestigen dat de controle vanuit Provinciale Staten, met name op financiële/technische onderwerpen, beter kan. Deze rapporten waren over een breed scala aan onderwerpen: van de investeringsfondsen tot de grondexploitaties, van onderdelen van jaarrekeningen tot het beleid rondom de verkoop van deelnemingen. Een rode draad in deze rapporten was: Provinciale Staten van Brabant, versterk uw controle!

Belangrijke keuzes

Dat deze controle beter kan en Provinciale Staten hierin ondersteund moet worden, is op zichzelf ook niet gek. Je hebt te maken met 55 deeltijdpolitici met verschillende achtergronden bij wie de miljoenen zo ongeveer iedere week om de oren vliegen. Ter illustratie, we nemen besluiten over de Brabantse begrotingen en jaarrekeningen. In 2017 was de begroting bijvoorbeeld circa 1,3 miljard euro groot. Dit geld is verdeeld en wordt uitgegeven over honderden programma’s, regelingen en deelnemingen. Dan hebben we het nog niet eens over wat er in alle investeringsfondsen gebeurt (ook nog eens circa 1 miljard) of welke belangrijke keuzes er gemaakt moeten worden ten aanzien van de spaarpot (geld uit de verkoop van Essent) van Brabant.

En het enge is dat ik soms het gevoel heb dat niet iedereen in Provinciale Staten weet of kan overzien wat de financiële consequenties zijn van de beslissingen die men heeft genomen. Beslissingen waar men wel eindverantwoordelijk voor is! Dat voelt voor mij alsof je in een vliegtuig op 10 kilometer hoogte zit, naar de cockpit loopt, er niemand aantreft, maar wel constateert dat het vliegtuig op de automatische piloot doorvliegt. Dat kan niet.

Ik vind dat er in brede zin onvoldoende financiële controle door ons als Staten is. Wellicht ingegeven vanuit een verleden dat er altijd voldoende financiële middelen aanwezig waren in Brabant (helemaal na de verkoop van Essent). Dat geld kan er misschien wel zijn, maar er is volgens mij niets mis met zuinigheid en kritisch kijken hoe Brabants belastinggeld wordt uitgegeven. Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent. En met aanhoudend lage rentestanden en het verplicht schatkistbankieren (Brabants belastinggeld moet verplicht bij het ministerie van Financiën worden gestald) is ook die grens voor Brabant in zicht.

“Zuinigheid is immers gebaseerd op het principe dat iedere rijkdom zijn grenzen kent”

Eerste stap

Gelukkig ziet ook Provinciale Staten zelf dat er verbeteringen in haar financieel controlerende taak moeten komen. Een nieuwe manier van behandelen en voorbereiden van de jaarrekening is al doorgevoerd. Een goede eerste stap, maar dit gaat naar mijn idee lang niet ver genoeg.

Ik pleit voor een onafhankelijk fulltime financieel adviseur van Provinciale Staten. Die gevraagd en ongevraagd dossiers tot in detail licht en Provinciale Staten op eventuele zere plekken wijst. Een luis in de pels. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit een besef dat een permanente kritische blik voor heel Brabant gewenst is. Iemand die ten bate van Provinciale Staten meekijkt op specifieke financieel-technische dossiers. Iemand die onafhankelijk staat ten opzichte van Gedeputeerde Staten (het dagelijks bestuur) en losstaat van de ambtelijke hiërarchie. Afgelopen jaar is dit meerdere malen geprobeerd, maar keer op keer werden deze moties weggestemd, elke partij om de voor hen moverende redenen.

Maar naar mijn idee moet er nu iets gebeuren, anders kan ik de conclusies van het volgende rapport van de Zuidelijke Rekenkamer al raden! We weten allemaal dat het beter moet. Mijn oproep aan alle partijen is dan ook: denk aan de woorden van Goethe: ‘het is niet genoeg, te weten, men moet ook toepassen; het is niet genoeg, te willen, men moet ook handelen’.

 

 

CDA en GroenLinks willen extra debat over philharmonie

CDA en GroenLinks willen een extra debat over de bezuiniging op de philharmonie zuidnederland. Dit zgn. ‘interpellatiedebat’ zou op 22 september a.s. moeten plaatsvinden.

De provincie Noord-Brabant wil het orkest voor minstens een half miljoen euro korten op het jaarlijkse budget. CDA en GroenLinks zijn tegen dit besluit, dat volgens de twee partijen onrechtmatig is.

Statenleden Marcel Deryckere (CDA) en Patricia Brunklaus (GroenLinks):

“Het provinciebestuur heeft van Provinciale Staten géén mandaat gekregen om dit ingrijpende besluit te mogen nemen. Het besluit is dus onrechtmatig. Dat het provinciebestuur nu achteraf probeert om dit mandaat via de bestuursrapportage en de begroting 2018 alsnog te krijgen, zet Provinciale Staten op het verkeerde been. Is hier wel sprake van behoorlijk bestuur?”

In een extra debat willen CDA en GroenLinks in elk geval de volgende vragen aan de orde stellen:

  1. Waarom heeft het provinciebestuur gekozen voor een zo onduidelijk proces, waarin het éérst mandaat vraagt voor een jaarlijks budget voor de philharmonie zuidnederland van twee miljoen euro per jaar en daar vervolgens met een eigen, eenzijdig besluit op terugkomt?
  2.  Waarom heeft het provinciebestuur zonder mandaat van Provinciale Staten het besluit genomen om een half miljoen euro van de philharmonie zuidnederland te besteden aan andere symfonische initiatieven?
  3. Waarom volgt het provinciebestuur in dit dossier niet het eigen principe ‘eerst beleid, dan geld’ en komt het niet met concrete plannen voor de half miljoen vrijgemaakte euro’s?

Om het extra debat a.s. vrijdag op de agenda te krijgen, is steun nodig van een meerderheid van de politieke partijen in Provinciale Staten.

Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning over het aantal juridische procedures tegen de provincies en de bijbehorende kosten.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over juridische procedures tegen de provincie en bijbehorende kosten.

Geacht college, 

Op 14 september jl. lazen wij via een publicatie in het Brabants Dagblad dat de Raad van State de provincie Noord-Brabant buiten spel heeft gezet inzake het conflict met de Diessense veehouder Nooijens. De provincie blijkt hier juridisch haar zaken niet op orde te hebben en te formalistisch naar haar eigen beleid te hebben gekeken.

Het valt het CDA op dat er in de media steeds vaker berichten verschijnen over juridische procedures tegen de provincie. Vaak gaat het om partijen, instanties of groepen mensen die dreigen dergelijke procedures te beginnen of al zijn begonnen n.a.v. besluiten van de provincie. Te denken valt, maar niet uitsluitend, aan de philharmonie zuidnederland, de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), de ZLTO, vakbonden en verschillende Brabantse gemeenten.

De berichtgeving in het Brabants Dagblad is voor het CDA aanleiding voor de volgende schriftelijke vragen t.b.v. een helder en feitelijk overzicht: 

  1. Hoeveel juridische procedures zijn er in 2013, 2014, 2015, 2016 en tot dusver in 2017 richting de provincie Noord Brabant gestart? Graag een overzicht per jaar.
  2. Welke van deze procedures zijn inmiddels afgerond? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  3. Bij welke procedures is de provincie uiteindelijk in het gelijk gesteld en bij welke de tegenpartij? Graag aangeven per afzonderlijke procedure/casus.
  4. Hoeveel juridische kosten (graag uitsplitsen naar interne kosten en extern ingehuurde kosten) was de provincie kwijt bij de individuele procedures? Graag aangeven per jaar per afzonderlijke procedure/casus.
  5. Hoeveel fte binnen de ambtelijke organisatie is bezig met deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  6. Hoeveel fte hebt u als provincie buiten de ambtelijke organisatie moeten inhuren t.b.v. deze procedures? Graag aangeven per jaar 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
  7. Wilt u vanaf heden Provinciale Staten ieder half jaar via een zgn. ‘Statenmedeling’ informeren met een update over de ontwikkelingen in juridische procedures (welke zijn afgerond, wie is in het gelijk gesteld, welke evt. nieuwe procedures zijn er bij gekomen én wat is de bijbehorende personele inzet als ook de kosten)?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning

 

CDA: rapport ZRK over verkoop Attero aangeboden

Vandaag bood de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK) haar onderzoeksrapport aan over de verkoop van afvalverwerker Attero. De ZRK deed dit onderzoek op verzoek van Provinciale Staten in Brabant en Limburg.

Het CDA in de provincie Noord-Brabant heeft met belangstelling en waardering kennis genomen van het rapport én van de constructieve reacties van de colleges van Gedeputeerde Staten in beide provincies. Het rapport is helder en neemt verschillende maatschappelijke en politieke vragen weg.

De belangrijkste conclusies van de Zuidelijke Rekenkamer zijn:

  1. Er zijn geen onregelmatigheden aangetroffen bij het bepalen van de verkoopprijs op het moment van verkoop. Het proces voldoet in opzet en uitvoering grotendeels aan de gestelde eisen.
  2. Het archiefwerk bij de provincie Noord-Brabant was incompleet en de verslaglegging rondom Provinciale Staten is voor verbetering vatbaar.
  3. De gemaakte keuzes in de timing en het tempo van het verkooptraject zijn van invloed geweest op het behaalde resultaat. Hierbij was de prijs op dat moment de maximum haalbare prijs in de markt.
  4. Gedeputeerde Staten had Provinciale Staten op verschillende momenten uitgebreider in het besluitvormingsproces kunnen meenemen.
  5. Provinciale Staten had meer gebruik kunnen maken van de beschikbare instrumenten om haar controlerende rol te vervullen. Zij had kunnen overwegen om daarbij gebruik te maken van contra-expertise.

Daarnaast geeft het rapport aan Gedeputeerde en Provinciale Staten duidelijke aanbevelingen mee voor de toekomst:

  1. Provinciale Staten dient nadrukkelijker aan te geven in welke mate zij betrokken wil worden bij het proces en meer gebruik te maken van de mogelijkheden die Gedeputeerde Staten biedt om op de hoogte te worden gesteld.
  2. Gedeputeerde Staten ziet toe op goede verslaglegging en archivering van alle stappen in het verkoopproces inclusief vertrouwelijke vergaderingen.
  3. Gedeputeerde Staten dient Provinciale Staten bij wijzigingen in de context en/of samenstelling van Provinciale Staten meer actief te raadplegen.

Een verkoop van een deelneming/bedrijf, zoals in het geval van Attero, komt binnen de provinciale politiek niet veel voor. Het CDA wil in ieder geval dat er een lerend effect optreedt naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer.

 

Spreektekst Stijn Steenbakkers – Debat over fondsbeheer door provincie Noord-Brabant

Spreektekst1 Stijn Steenbakkers – Lid Provinciale Staten Noord-Brabant

Evaluatie Zuidelijke Rekenkamer Informatievoorziening investeringsfondsen N-B

(09-06-2017)

Voorzitter,

Vandaag gaat het weliswaar niet over de inhoud van de fondsen, maar tóch een winstwaarschuwing vooraf. Het is helaas een dubbele inbreng geworden: positief zeker, maar óók zeer kritisch. Aan de ene kant kunt u denken ‘jammer, we krijgen het als GS wéér over ons heen’, aan de andere kant kunt u het ook positief oppakken en bedenken…

‘dat de scherpste kritiek het grootste bewijs is van belangstelling, betrokkenheid en gevoel van verantwoordelijkheid’.

Want voorzitter, vandaag bespreken we hier een cruciaal en glashelder rapport van de Zuidelijk Rekenkamer. Met als centrale vraag: wat is de kwaliteit van de informatie die PS ontvangt over de investeringsfondsen van GS? Heel simpel op het eerste gezicht.

Maar voorzitter, dit is geen formeel, procedureel afvinkmoment. Het raakt de daadwerkelijke kern van onze controlerende taak. Feitelijk is de vraag: krijgen wij informatie die van een voldoende niveau is om onze controlerende functie goed te kunnen invullen t.a.v. de investeringsfondsen?

Voorzitter, waarom is dit dan een cruciaal rapport? Historisch zelfs, in de ogen van het CDA. In 2013-2014 is er in totaal een half miljard euro geïnvesteerd in deze fondsen. Voorzitter, in dit huis vliegen de nullen je soms om de oren, maar ik herhaal het toch nog maar even: een half miljard euro, één van de grootste autonome investeringspaketten ooit gedaan door een regionale overheid in Noordwest-Europa.

240 miljoen euro werd niet-revolverend gereserveerd voor natuur via het Groenfonds. De rest revolverend 125 miljoen euro voor innovatie, 60 miljoen euro voor energie, 50 miljoen euro voor snelle verbindingen en 25 miljoen euro voor cultuur.

Voorzitter, dit deden onze voorgangers met een reden. Dit deden ze, zo valt te lezen, om:

  • concrete ambities voor Brabant te verwezenlijken;
  • concrete tastbare resultaten te bereiken;
  • en om vernieuwende dingen te ontwikkelen die Brabant op het gebied van economie, natuur, cultuur en energie verder zouden helpen.

En beste collega’s, wij zijn er om te controleren of dit geld goed wordt besteed. Wij zijn er om de voortgang te monitoren. Collega’s, voor die controle zijn we zelfs politiek eindverantwoordelijk. Niet GS, niet de fondsen. maar PS controleert uiteindelijk of er met deze enorme bak aan belastinggeld daadwerkelijk voldoende van de grond komt, er daadwerkelijk voldoende, concrete resultaten worden gehaald. Uiteraard doen we dat in goede samenwerking met alle stakeholders, zoals GS, verbonden partijen en de fondsen. Maar de uiteindelijke afweging ligt hier: bij PS.

Maar voorzitter, hiervoor zijn we voor een groot deel afhankelijk van de kwantiteit en kwaliteit van de informatie die GS ons toestuurt. En collega’s, dan lees je dit rapport van de Zuidelijk Rekenkamer vandaag. En hier worden stevige uitspraken gedaan. Een aantal fondsen is op orde, hulde daarvoor en daarover later in de inbreng ook zeker meer, maar voor een tweetal fondsen (Brabant C maar m.n. het Groenfonds) lezen we dat het onder de maat en niet volgens afspraak verloopt. Voorzitter, een aantal constateringen zorgen bij het CDA voor grote zorgen. Luistert u even mee naar de opsomming van de Zuidelijke Rekenkamer.

1. Om te beginnen een algemeen punt. De provincie blijkt haar informatievoorziening, huishouding én archivering niet geheel op orde te hebben:

  • de Zuidelijke Rekenkamer moet herhaaldelijk zaken verzoeken,
  • moet herhaaldelijk richting de fondsen om info te krijgen; en
  • moet herhaaldelijk moeite doen om de juiste info boven tafel te krijgen.

Hoe kan dit? Dit zou een persoon of bedrijf die een vergunning op wat voor gebied dan ook moet aanvragen bij de provincie eens moeten doen! Kortom, wij verwachten het wel van derden, maar zelf hebben we het nog niet helemaal op orde. Gelukkig erkent GS dit in haar reactie en wordt hier aan gewerkt.

2. Voorzitter, punt 2, onze grootste zorg: het Groenfonds. Hier worden enkele stevige constateringen gedaan. Voorzitter, we hebben hier bij de Jaarrekening al aandacht aan besteed, maar toch even de belangrijkste constateringen van de Zuidelijke Rekenkamer uit het rapport:

  • de uitgangssituatie is nog niet duidelijk;
  • er wordt, zo schrijft de Zuidelijke Rekenkamer, überhaupt nauwelijks gerapporteerd over de afgesproken ‘kritische prestatie-indicatoren’ (KPI’s);
  • zo wordt over de omvang van de categorieën (c>a) en de multiplier niets gemeld, omdat de realisatie tot nu minimaal is;
  • over een derde KPI (gewogen mate van spreiding) wordt niets gemeld, omdat de provincie deze niet relevant vindt voor het fonds, huh?; en
  • over een vierde KPI (mate van uitputting) wordt gesteld dat deze niet meetbaar is en dat men op zoek gaat naar een nieuwe indicator;
  • daarnaast is informatie inconsistent, verwarrend en onnauwkeurig, bijvoorbeeld de KPI mate van uitputting van het Groenfonds;
  • en áls er al informatie wordt gemeld gebeurt dit op verschillende plekken, wat lastig zoeken is voor PS;
  • zo wordt er bij de begroting in één keer onder een ‘eigen productgroep’ gerapporteerd.

Samengevat: er wordt nauwelijks iets gemeld en als er al iets wordt gemeld, is het vaak moeilijk met elkaar te rijmen. Collega’s, heel simpel samengevat: op basis van deze info hebben we hier alle 55 op dit moment dus gewoon geen flauw idee wat er gebeurt met een pot van 240 miljoen euro Brabants belastinggeld. Dit maakt controle vanuit PS over het Groenfonds onmogelijk. Al bij de behandeling van de Jaarrekening merkte het CDA op dat dit niet langer kan en hebben wij daarom o.a. met GroenLinks aanvullende vragen gesteld. Wij begrijpen dat deze vragen inmiddels zijn behandeld in GS en hebben ook het laatste memo van de gedeputeerde gezien. Dank voor de snelle reactie. Wij zijn vooralsnog blij met zijn constructieve houding om de cijfers z.s.m. boven tafel te krijgen, maar begrijpen dat dit iets langer gaat duren dan wij hadden gehoopt. Wij hebben hier begrip voor, maar willen nogmaals plenair benadrukken dat we de initieel afgesproken KPI’s z.s.m. op tafel willen hebben. Kan de gedeputeerde ons gerust stellen dat hij hier druk mee bezig is én dat de gevraagde informatie z.s.m. bij de Staten komt? En wanneer hij dit moment verwacht? En kan hij hierbij aanhaken op de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) zoals ook de andere fondsen doen.

3. Voorzitter, punt 3: het Brabant C fonds. Dit gaat over een stuk minder geld, maar desalniettemin blijft het 25 miljoen euro. Dat goed en conform de afspraken besteed moet worden. Ook op dit fonds hebben wij meerdere op- en aanmerkingen:

  • informatie over indicatoren verschilt door documenten in de P&C-cyclus heen;
  • er zijn geen KPI’s geformuleerd.

Voorzitter, ook dit behoeft verbetering, maar het CDA vindt dat we hier ook onszelf als Provinciale Staten moeten aankijken. Bij de start was immers afgesproken dat we meer concrete KPI’s zouden afspreken, maar dit is tot nu toe simpelweg nog niet gedaan. Maar hier hebben we dus ook zelf als PS kennelijk nog onvoldoende achteraan gezeten. Wij zouden dit graag z.s.m. in samenspraak met de gedeputeerde willen doen. Graag een reactie van mijn collega’s en van GS of we dit z.s.m. kunnen bespreken.

Voorzitter, tot nu toe veel ijzige, koude maar volgens ons ook noodzakelijke woorden. Maar voorzitter, u kent het CDA óók als een Brabantse, gezellige en warme partij. Het warme deel van de inbreng begint nu. Gaat u er maar eens goed voor zitten. De zorgen die wij namelijk hebben bij het Groenfonds en in mindere mate bij Brabant C, hebben wij bijvoorbeeld niet bij het Innovatiefonds. KPI’s worden concreet en op tijd aangeleverd en wanneer over een indicator nog niet volledig kan worden gerapporteerd (bijv. revolverendheid), meldt men in ieder geval concrete afgeronde prestaties op deelprojecten. Voorzitter, het CDA wil hier grote complimenten geven aan het fonds en de verantwoordelijk gedeputeerde Pauli.

4. Voorzitter, tot slot: u hebt het woord revolverendheid nog niet gehoord. Cruciaal voor het CDA. Daar wil ik het nog even over hebben. Voor alle fondsen behalve het Groenfonds is revolverendheid een groot aandachtspunt. Wij snappen hier echter ook de reactie van GS wel dat dit tot nu toe nog moeilijk is te rapporteren. Wij lezen echter in de reactie van GS dat men dit vanaf nu op alle fondsen waar het betrekking op heeft (Innovatiefonds, Energiefonds, Breedbandfonds en Brabant C fonds) gaat doen. Als wij dit mogen noteren als harde afspraak, is dit vooralsnog voldoende voor het CDA. Graag een bevestiging van de gedeputeerde.

Voorzitter, rest mij om de Rekenkamer hartelijk te danken voor het uitstekende rapport en, ondanks de soms wel zeer positieve uitleg van onderdelen van het Rekenkamerrapport in de reactie van GS, willen wij ook GS danken voor een aantal constructieve reacties op het rapport. Wat ons betreft op onderdelen een voorbeeld van hoe kritische blikken van de verschillende partijen (ZRK, Staten en GS) elkaar scherp houden t.b.v. een beter openbaar bestuur.

Tot zover mijn eerste termijn.

1 Alleen het gesproken woord telt.

Spreektekst Stijn Steenbakkers Evaluatie ZRK Informatievoorzieningen investeringsfondsen NB (9 juni 2017)

CDA: ‘provinciale Porsche’ nog niet op koers

‘De glimmende provinciale Porsche raast verder over de Brabantse wegen’, kopte Omroep Brabant na afloop van het debat over de Perspectiefnota op 21 april jl.[1] Tijdens deze jaarlijkse APK-keuring van het provinciaal beleid pleitte het CDA voor een grote onderhoudsbeurt, met aanpassingen en reparaties om de provinciale wagen op de weg te houden.

Vandaag keek Provinciale Staten tijdens het debat over de Jaarrekening 2016 terug op hoe de bestuurders van de provincie in het afgelopen jaar met onze Porsche zijn omgesprongen. En of dit volgens de afspraken in de begroting is gegaan. Het CDA constateerde bij deze controle helaas behoorlijk veel tekortkomingen.

Statenlid Stijn Steenbakkers (woordvoerder financiën):

“Dit college van Gedeputeerde Staten heeft een heleboel beloofd. Grote woorden, veel papieren tijgers, wat zou het allemaal anders gaan worden… Maar wat is er nu écht veranderd voor de Brabander, ten positieve? De Jaarrekening laat zien dat de beloftes groot zijn, maar de prestaties op veel terreinen mager. Bij een aantal belangrijke dossiers ontbreken ook nog eens relevante cijfers en gegevens, wat een degelijke, duidelijke controle door Provinciale Staten moeilijk maakt.”

Een voorbeeld is het energiedossier. Om in 2050 100% energieneutraal te zijn, moet de provincie in 2020 op 14% zitten. In 2014 zaten we op 7,2%. Niemand weet echter hoe het er nu voor staat: geen cijfers bekend over 2015 en 2016 of over het percentage CO2-reductie, 10.000 elektrische auto’s minder dan gepland en geen flauw besef van het aantal gerealiseerde banen op de Green Chemistry Campus of in de biobased economy.

Ook over de staat van het zgn. Groen Ontwikkelfonds, waarmee de provincie investeert in Brabantse natuur, ontbreekt veel informatie. Terwijl hierin 240 miljoen euro Brabants geld is gestoken. Gegevens die ontbreken zijn bijvoorbeeld die over hoe het fonds presteert, is gebruikt en of er nog genoeg geld over is voor het realiseren van de doelen. Zorgwekkend, vindt Steenbakkers, die bijval kreeg van verschillende collega’s. Steenbakkers: “Maar er zijn natuurlijk ook lichtpuntjes, zoals op het gebied van economie én de snelheid waarmee de provincie nu de facturen van haar eigen leveranciers betaalt.”

Steenbakkers over de Jaarrekening: “Het CDA vindt dat de kwaliteit van de controle op de Jaarrekening omhoog moet. Daarom hebben wij, samen met een aantal andere fracties, twee moties ingediend die het college van Gedeputeerde Staten oproepen om bij iedere jaarrekening een verantwoordingsbrief te schrijven én de Jaarrekening 2017 door een onafhankelijk bureau te laten controleren. De eerste motie is aangenomen, bij de tweede staakten de stemmen. Hierover stemt Provinciale Staten op 9 juni a.s. opnieuw.”

1 Zie: http://www.omroepbrabant.nl/?news/264031472/Glimmende+provinciale+Porsche+raast+verder+over+de+Brabantse+wegen+.aspx.

 

CDA: provincie heeft grote beurt nodig

Extra inzet en reparaties zijn nodig, wil de provincie Noord-Brabant door haar jaarlijkse APK-keuring komen. Dat constateert het CDA tijdens het debat over de Perspectiefnota 2017, dat vandaag plaatsvindt.

In de Perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant.

Volgens het CDA komt de gewenste beweging in Brabant maar moeizaam op gang en is er op sommige thema’s zelfs sprake van stilstand. Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie, pleit voor meer gas op de plank. “Dit college zit teveel achter de tekentafel en te weinig in de samenleving, waardoor Brabant nauwelijks vooruit komt.”

Als voorbeeld noemt Van der Sloot het arbeidsmarktbeleid van de provincie. “We lezen dat Brabant booming is, maar tegelijkertijd zijn er bedrijven met honderden vacatures tegenover een werkloosheidspercentage van 5%. Daar moet de provincie wat aan doen.”

Ook de leefbaarheid in Brabant staat onder druk, aldus Van der Sloot, die in haar bijdrage wijst op het ontbreken van een sociaal beleid voor kwetsbare groepen. Ook hekelt het CDA de bezuinigingen op erfgoed, nu het Europees jaar van het Erfgoed voor de deur staat. De aanpak van drugsgerelateerde criminaliteit verdient behalve in Den Bosch ook de allerhoogste prioriteit in Den Haag.

Andere punten waar het CDA aandacht voor vraagt, zijn o.a. de snelle realisatie van een intercitystation Eindhoven Airport, de bereikbaarheid van Oost-Brabant via de Oost-West verbinding en de snelle verduurzaming van veerdiensten en sportclubs.

Het CDA besluit haar APK-keuringsrapport met twee reparatieverzoeken: om de kloof tussen de kiezer en politiek te dichten, moet elke Brabantse scholier het Provinciehuis kunnen bezoeken én moeten provinciale documenten als de Perspectiefnota voortaan in duidelijkere, begrijpelijkere taal worden geschreven. “Geen termen als valorisatieprogramma’s, multi-helix partners en cross-overs meer”, betoogt Van der Sloot.

Het CDA hoopt dat de provincie de aanbevelingen overneemt en alsnog door de APK komt. Mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan zal het CDA verschillende moties indienen om de gewenste reparaties tot stand te brengen.

Klik op de volgende link om de spreektekst van Marianne van der Sloot in te zien: Spreektekst Marianne van der Sloot PPN 2017 (21 april 2017).