Schriftelijke vragen over tweedeling Brabantse samenleving

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot (fractievoorzitter) over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over de tweedeling in de Brabantse samenleving.

Geacht college, 

De verkenning Mind the Gap van kennisplatform BrabantKennis doet bij het CDA alle alarmbellen rinkelen. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter wordt. Hoog- en laagopgeleiden leven langs elkaar in plaats van met elkaar. Hierdoor kennen en ontmoeten Brabanders elkaar niet meer en leven ze in kleine groepen gelijkgestemden, in aparte wijken voor hoger- dan wel lageropgeleiden.

Om deze tweedeling tegen te gaan, doet BrabantKennis gelukkig een aantal zinvolle aanbevelingen. Hieronder de oproep tot het in stand houden van buurtvoorzieningen, tradities en evenementen. Dát zijn immers de plekken en momenten waar mensen elkaar ontmoeten, zoals tijdens het spelen van een partijtje voetbal, het vieren van carnaval of in de activiteiten van organisaties als ouderenbonden en vrouwenverenigingen.

Daarnaast pleit BrabantKennis ervoor om mensen beter voor te bereiden op onze ingewikkelde samenleving. We moeten Brabanders de vaardigheden en mogelijkheden geven om te kunnen blijven meedoen.

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:

  1. Onderschrijft u de conclusie van BrabantKennis dat de tweedeling in de Brabantse samenleving steeds groter en dieper wordt?
  2. Bent u van plan om de bevindingen van BrabantKennis te gebruiken als nieuwe input voor uw beleid omtrent ‘Sociale Veerkracht’?
  3. De meeste Brabanders zijn doeners en geen denkers, stelt BrabantKennis. Wat betekent deze observatie voor uw plannen omtrent ‘Sociale Veerkracht’? Moeten deze niet juist concreet en klein worden gehouden in plaats van breed en abstract (bijvoorbeeld door het betalen van promovendi)?
  4. Mensen ontmoeten elkaar in verenigingsverband, op sportclubs en tijdens evenementen als carnaval. In hoeverre bent u het met het CDA eens dat we als provincie deze ontmoetingen verder moeten stimuleren en faciliteren?
  5. Buurtvoorzieningen zijn een andere manier om ontmoeting tussen en door groepen heen mogelijk te maken. De provincie Noord-Brabant heeft o.a. via de zgn. ‘doe-budgetten’ langere tijd met succes ingezet op het concreet verbeteren van buurtvoorzieningen. Bent u, in het licht van de aanbevelingen van BrabantKennis, bereid om in samenwerking met gemeenten opnieuw in te zetten op het vernieuwen en verbeteren van buurtvoorzieningen?
  6. Tegelijk met het verdiepen van de tweedeling zien we nieuwe vormen van samenwerking ontstaan. Bijvoorbeeld coöperaties, platformen, burgerinitiatieven en sociale ondernemingen. Deze initiatieven stranden echter nog té vaak door onnodige problemen en door de overheid opgelegde beperkingen. Hoezeer hebt u voor elk van deze vernieuwende vormen in beeld tegen welke problemen, (wettelijke) beperkingen en moeilijkheden men aanloopt?
  7. Om te kunnen blijven meedoen in onze samenleving is een aantal vaardigheden onmisbaar. Te denken valt aan het gebruiken van digitale middelen, het spreken van de Nederlandse taal en het creëren van een vriendennetwerk. Deelt u de mening van het CDA dat de provincie deze vaardigheden actief moet stimuleren bij doelgroepen die dat nodig hebben?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en Marianne van der Sloot

CDA: provincie heeft grote beurt nodig

Extra inzet en reparaties zijn nodig, wil de provincie Noord-Brabant door haar jaarlijkse APK-keuring komen. Dat constateert het CDA tijdens het debat over de Perspectiefnota 2017, dat vandaag plaatsvindt.

In de Perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant.

Volgens het CDA komt de gewenste beweging in Brabant maar moeizaam op gang en is er op sommige thema’s zelfs sprake van stilstand. Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie, pleit voor meer gas op de plank. “Dit college zit teveel achter de tekentafel en te weinig in de samenleving, waardoor Brabant nauwelijks vooruit komt.”

Als voorbeeld noemt Van der Sloot het arbeidsmarktbeleid van de provincie. “We lezen dat Brabant booming is, maar tegelijkertijd zijn er bedrijven met honderden vacatures tegenover een werkloosheidspercentage van 5%. Daar moet de provincie wat aan doen.”

Ook de leefbaarheid in Brabant staat onder druk, aldus Van der Sloot, die in haar bijdrage wijst op het ontbreken van een sociaal beleid voor kwetsbare groepen. Ook hekelt het CDA de bezuinigingen op erfgoed, nu het Europees jaar van het Erfgoed voor de deur staat. De aanpak van drugsgerelateerde criminaliteit verdient behalve in Den Bosch ook de allerhoogste prioriteit in Den Haag.

Andere punten waar het CDA aandacht voor vraagt, zijn o.a. de snelle realisatie van een intercitystation Eindhoven Airport, de bereikbaarheid van Oost-Brabant via de Oost-West verbinding en de snelle verduurzaming van veerdiensten en sportclubs.

Het CDA besluit haar APK-keuringsrapport met twee reparatieverzoeken: om de kloof tussen de kiezer en politiek te dichten, moet elke Brabantse scholier het Provinciehuis kunnen bezoeken én moeten provinciale documenten als de Perspectiefnota voortaan in duidelijkere, begrijpelijkere taal worden geschreven. “Geen termen als valorisatieprogramma’s, multi-helix partners en cross-overs meer”, betoogt Van der Sloot.

Het CDA hoopt dat de provincie de aanbevelingen overneemt en alsnog door de APK komt. Mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan zal het CDA verschillende moties indienen om de gewenste reparaties tot stand te brengen.

Klik op de volgende link om de spreektekst van Marianne van der Sloot in te zien: Spreektekst Marianne van der Sloot PPN 2017 (21 april 2017).

Schriftelijke vragen over iconisch erfgoedcomplex Bovendonk

Schriftelijke vragen van Statenlid Ankie de Hoon over iconisch erfgoedcomplex Bovendonk.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Bovendonk.

Geacht college, 

Het voormalige seminarie Bovendonk in Hoeven is een uniek, iconisch monument, ontworpen door de vermaarde architect Pierre Cuypers. Het huidige gebouw dateert uit 1907 en kent een lange historie met maar liefst 11 jaar leegstand tussen 1967 en 1978. Uiteindelijk is Stichting Bovendonk er met veel toewijding en geduld in geslaagd om samen met het bisdom de bijzondere locatie een nieuwe impuls te geven.

En met succes. In Bovendonk is nu een opleiding tot priester gevestigd en in het conferentiecentrum vinden talloze bruiloften en conferenties plaats. Wie meer wil weten over de geschiedenis van Bovendonk, kan aansluiten bij een van de vele rondleidingen die er worden georganiseerd.

Al geruime tijd is Bovendonk met de provincie Noord-Brabant en met andere partijen in gesprek over hoe Bovendonk te behouden voor toekomstige generaties. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft aangegeven 500.000 euro te willen investeren, indien de provincie een aandeel van 200.000 euro voor haar rekening wil nemen.

Bovendien zouden investeringen à 1,6 miljoen euro voor leefbaarheid en restauratie via een provinciale lening kunnen worden voortgezet. Dat risico wil Bovendonk nemen ten bate van cultuur.

De fractie van het CDA heeft voor u de volgende vragen:

  1. Bent u bekend met het voornemen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om Bovendonk voor 500.000 euro te ondersteunen?
  2. Zonder steun van de provincie kan de RCE haar bijdrage geen gevolg geven. Is dat bij u bekend?
  3. Bent u bereid om Bovendonk via gunstige voorwaarden een lening te verstrekken à 1,6 miljoen euro?
  4. Bent u bereid om 200.000 euro in Bovendonk te investeren, nu de RCE de noodzaak van het voorbestaan van het complex heeft bekrachtigd met een investering van 500.000 euro?
  5. Het Brabantse ontwikkel- en investeringsprogramma ‘de Erfgoedfabriek’, dat iconische erfgoedcomplexen nieuwe leven inblaast1, kent een codering op grond waarvan de cultuurhistorische waarde van gebouwen wordt bepaald: must, need en nice. Bent u bereid om deze lijst én graderingen te heroverwegen?
  6. Indien ja, op welke termijn?
  7. Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

1 Op citaat: http://www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/cultuur/erfgoed-en-monumenten/herbestemming-cultureel-erfgoed.aspx.

CDA en Amaliazorg in gesprek over effectievere woonvormen voor zorg

PERSBERICHT uitgegeven door Amaliazorg op 20 maart 2017

CDA en Amaliazorg in gesprek over effectievere woonvormen voor zorg

Op vrijdag 17 maart brachten enkele leden van het CDA in Noord-Brabant een bezoek aan Amaliazorg. Onder hen Provinciale Statenleden Ankie de Hoon en Caroline van Brakel en vanuit Oirschot raadslid Martien Schoenmakers en burgerraadslid Jan van Gerven. Zij kwamen kijken hoe de transitie bij Amaliazorg van kloosterverzorgingshuizen naar toekomstbestendige woonzorgcentra gerealiseerd is. “Een mooi voorbeeld van de combinatie van warme zorg en uniek wonen”, aldus Ankie de Hoon.

Amaliazorg biedt zorg, welzijn en wonen vanuit vijf woonzorgcentra in Noord-Brabant. De monumentale panden waarin Amaliazorg gehuisvest is in Asten, Mariaheide, Oisterwijk en Oirschot zijn allemaal van oudsher kloosters. Stuk voor stuk zijn het nu moderne woonzorgcentra waar voornamelijk ouderen met dementie in kleinschalige groepen wonen. Hierdoor zijn de monumentale panden behouden kunnen blijven in de dorpen en hebben ze een zinvolle nieuwe bestemming gekregen waar goede zorg, welzijn en prettig wonen gecombineerd zijn.

Effectievere woonvormen
CDA-statenlid Ankie de Hoon: “De kwaliteit van zorg die hier geboden wordt, straalt warmte en respect uit. Dit wordt bevestigd door de triple A-status die Amaliazorg heeft ontvangen voor cliënttevredenheid, tevreden werknemers en bedrijfsvoering. De mens staat hier duidelijk centraal, terwijl er ook oog is voor erfgoed en woongenot. Amaliazorg denkt na over effectievere woonvormen voor mensen die zorg nodig hebben, maar een kleine portemonnee hebben. Daar is nog een wereld te winnen. De politiek in Oirschot staat hier open voor, maar vanuit de landelijke politiek mag daar meer aandacht voor zijn.”

CDA: Philharmonie Zuidnederland moet in Eindhoven blijven

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant wil dat de Philharmonie Zuidnederland in Eindhoven gevestigd blijft. Vandaag debatteert Provinciale Staten over de toekomst van het orkest, dat momenteel twee standplaatsen heeft: Eindhoven én Maastricht.

De Philharmonie Zuidnederland is opgericht in 2013, na een fusie van het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonieorkest. Chef-dirigent is Dmitri Liss uit Rusland.

Het ministerie van OCW heeft de Philharmonie gevraagd om verschillende scenario’s uit te werken, die moeten leiden tot integratie van de twee orkestkernen tot één orkest en één geografische vestiging. Het CDA wil dat Eindhoven in elk van deze scenario’s voorkomt als standplaats, gelet op de uitstekende vestigingsvoorwaarden: centraal gelegen, goed bereikbaar en midden in de Brainport-regio.

Marianne van der Sloot, Statenlid en fractievoorzitter:

“De Philharmonie Zuidnederland is van groot, cultureel belang voor Zuid-Nederland. Tegelijkertijd is het Muziekgebouw Eindhoven volgens kenners een van de beste concertzalen van het land en nauw met de Philharmonie verbonden.

Als CDA vinden we het belangrijk dat het orkest op een centrale, goed bereikbare locatie is gehuisvest. Eindhoven is niet alleen centraal gelegen tussen West-Brabant en Zuid-Limburg, maar óók vanwege de Brainport-regio een aantrekkelijke vestigingslocatie. Er is daar volop bedrijvigheid, waar het orkest van kan profiteren.”

De Brabantse CDA-fractie hoopt op provinciebrede steun voor Eindhoven als standplaats voor de Philharmonie. De partij wil desnoods een motie indienen om daartoe op te roepen.

Schriftelijke vragen Van Goghhuis Zundert

Schriftelijke vragen van Statenleden Ankie de Hoon en Marianne van der Sloot over het Van Goghhuis in Zundert.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over Van Goghhuis.

Geacht college, 

Vincent van Gogh werd op 30 maart 1853 geboren in Zundert, als zoon van een dominee. Vincent droomde over ‘de kunst van de toekomst’. Sinds zijn dood in 1890 lieten velen zich door zijn dromen inspireren. En nog steeds: Zundert en omgeving vormen een broedplaats voor kunstenaars en dat zien we o.a. terug in de exposities in het Vincent van Goghhuis.

Het CDA omarmt uw standpunt om het belang van Vincent van Gogh en diens culturele meerwaarde verder invulling te gaan geven in onze provincie. Hiervoor hebt u een bedrag van € 750.500 beschikbaar gesteld.

Tegelijkertijd is het CDA geschokt in dagblad BN De Stem te moeten lezen dat het Van Goghhuis in Zundert dreigt te verdwijnen. Een blamage voor alle vrijwilligers die zich dag in dag uit inzetten om cultureel Brabant op de kaart te zetten. Om te kunnen blijven voortbestaan heeft het Huis reeds 0,5 Fte moeten inleveren en voor 2017 dreigt een tekort van € 100.000.

Het CDA vindt dit onacceptabel en heeft de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Zijn de financiële problemen van het Van Goghhuis in Zundert u bekend?
  2. Bent u van mening dat Vincent van Gogh in Zundert en Etten-Leur een minstens zo grote rol heeft vervuld als op andere aangewezen locaties?
  3. Bent u bereid om vóór het einde van dit jaar in gesprek te gaan met de gemeente Zundert en met het Van Goghhuis om tot een oplossing te komen voor de financiële problemen?
  4. Bent u bereid de uitkomsten van dit gesprek te communiceren met Provinciale Staten?
  5. Hoe denkt u West-Brabant en het belang van Zundert en Etten-Leur beter onder de aandacht van VisitBrabant te brengen?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Ankie de Hoon

Marianne van der Sloot

CDJA-congres in ’s-Hertogenbosch met Brabantse topsprekers

Het CDJA, de jongerenorganisatie gelieerd aan het CDA, houdt vandaag en morgen een tweedaags congres in ’s-Hertogenbosch. Op het programma staan o.m. de verkiezing van nieuwe bestuursleden, een vooruitblik naar de Tweede Kamerverkiezingen volgend jaar én een groot aantal topsprekers.

Te gast zijn o.a. burgemeester Rombouts van ’s-Hertogenbosch, Europarlementariër Lambert van Nistelrooij, provinciaal fractievoorzitter Marianne van der Sloot en Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg. Allen spreken op de vrijdagavond over uiteenlopende onderwerpen, zoals cultuur en Europa.

Op zaterdagochtend is het podium voor de jongerenkandidaten voor de Tweede Kamer, onder wie Anne Kuik (plek 11), Julius Terpstra (plek 23) en Stijn Steenbakkers (plek 24).

Ook is er een Brabant Panel o.l.v. Jeroen Bruijns, raadslid te Breda en lijstduwer bij de Tweede Kamerverkiezingen. Het panel bestaat uit Ranti Tjan (directeur EKWC), Frans van Dooremalen (directeur Brabant C) en Marcel Deryckere (Statenlid te Noord-Brabant).

Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant en oud-lid van het CDJA:

“Fantastisch dat het congres van het CDJA ditmaal in ’s-Hertogenbosch plaatsvindt, de stad van Jheronimus Bosch. Ik verheug mij op een mooi programma, met echte topsprekers. Een groot compliment aan de organisatie!”

Het congres start op 25 november om 17.30u. De afsluiting is op 26 november om 16.00u. Locatie is het Golden Tulip Hotel Central, gelegen aan het Burgemeester Loeffplein 98 te ’s-Hertogenbosch. Vertegenwoordigers van de pers zijn van harte uitgenodigd om te komen kijken. Hiervoor en voor meer informatie, bijvoorbeeld interviewverzoeken of het aanleveren van tekst- en fotomateriaal, kunnen zij contact opnemen met communicatiemedewerker Ernst van Welij via 06-10485989.

Spreektekst Marianne van der Sloot begrotingsbehandeling 11/11

BEGROTINGSBEHANDELING 11 NOVEMBER 2016

SPREEKTEKST MARIANNE VAN DER SLOOT

(alleen het gesproken woord telt)

Voorzitter,

De CDA fractie blijft erbij … Wat een gekke datum om te vergaderen. Op de 11e van de 11e bespreken we de begroting van volgend jaar. Niet zo opkomst bevorderend, zou je zeggen. Want heel veel Kruiken, Muggezifters, Knollevreters, Kneuters, Koffieleuters, Theebuiken en Oeteldonkers hebben vandaag wel wat anders te doen dan de Provinciale begrotingsbehandeling te volgen. Vandaag worden de kielen uit de kast gehaald en stiekem wordt er al een polonaise geoefend.

Voorzitter, Carnaval is het feest van de Omgekeerde Wereld. En elkaar een spiegel voorhouden. Dat komt goed uit, want dat wil de CDA-fractie graag doen bij deze begroting. Maar dan gaan we er ook vanuit dat vandaag niet alleen de Praalwagens van de coalitie in de prijzen vallen. En dat ook de inzendingen van de oppositie kans maken.

Voorzitter laten we daar mee starten.
In mijn bijdrage zal ik ingaan op onze visie op 2017. Met de  D’s van Dichtbij en Duidelijk. Mijn collega Huseyin Bahar zal dit zo dadelijk voor de financiën spreken vanuit de D van Degelijkheid.

In deze begroting staan zaken waar we het met het college eens  zijn zoals:

  • de ambitie voor energiebesparing bij maar liefst 200 sportclubs in heel Brabant, en;
  • de strakke regie op de Aanpak van leegstand.

Ook zien we zaken in de begroting waar we het niet mee eens zijn:

  • zoals het eiland-gedrag van Brabant bij de vernieuwing in de varkenssector;
  • het stoppen met nieuwe dementievriendelijke gemeenten.

Voorzitter, voor mijn fractie heeft een aantal onderwerpen prioriteit.
Ik zal ingaan op: 1) Sociale Veerkracht 2) De Maakindustrie en 3) het Buitengebied.

1) DICHTBIJ – Sociale Veerkracht

Ik start met Sociale Veerkracht.
Wij zijn trots op onze provincie van ‘samen doen, samen doorpakken en de schouders eronder’. Dichtbij. Dat gebeurt in onze vrijwilligersnetwerken. Ik noem de Seniorenverenigingen, de Vereniging Kleine Kernen, BUS, BRIZ, ’t Heft, PVR en Ypsilon-Trialoog. En al hun vrijwilligers.

In de voorstellen die nu voorliggen wordt per 1 januari de stekker uit die netwerken getrokken. Er is geen steun meer vanuit de provincie. Terwijl deze netwerken al jarenlang, soms al 20 jaar, een relatie met de provincie Brabant hebben. Het CDA vindt dat we het kind niet met het badwater moeten weggooien. En dat mogen we ook niet. We moeten een betrouwbare overheid zijn.

Dit alles pleit voor een fatsoenlijke overgangstermijn om aan de toekomst te werken. We zijn blij dat meer partijen in de Staten dat zien. Navraag bij de netwerken leert dat zij tijd nodig hebben om te veranderen. Daarom stellen wij een generieke overgangstermijn van 1 jaar voor. Zonder daarbij de ambities van de gedeputeerde in de weg te zitten. Het CDA heeft daarvoor een amendement.

Een andere keuze van Sociale Veerkracht die ons zorgen baart, is het plan om alleen te investeren in het zogenaamd ‘zwakkere’ West-Brabant en de middelgrote steden. Dat werkt niet. Want goede plannen uit de ‘sterke’ regio’s krijgen dan geen gehoor (en steun) in dit Huis.

Dat geldt ook voor crossovers. Deze week hoorde ik van een mooi project op Natuur & Milieu van gedeputeerde Van den Hout om, in het kielzog van NL Doet, de natuur- en milieunetwerken te versterken. Een goed idee. Dit kreeg echter een 0 op het rekest vanuit Sociale Veerkracht. Want het was voor héél Brabant en dát was niet de bedoeling. En nu ligt het stil. Wij horen graag van beide gedeputeerden hoe dit zit. En om dit in de toekomst te voorkomen komt het CDA met een motie.

DICHTBIJ: Voedselbank
Voorzitter, in onze provincie maken 13.000 mensen gebruik van de Voedselbanken op lokaal niveau. Onmisbaar voor de lokale voedselbanken is het Regionaal Distributiecentrum van de Voedselbank. We zijn blij met de betrokkenheid die we in de Staten zien op dit dossier.

Voorzitter, ik ga verder met de maakindustrie, die we DICHTBIJ willen laten plaatsvinden.

2) DICHTBIJ: Maakindustrie

Want in het verleden is er maakindustrie vertrokken uit Nederland naar het buitenland. Toch zien we met name de laatste jaren dat sommige van deze bedrijven overwegen terug te keren naar Nederland vanwege problemen met kwaliteit van producten, hogere arbeidskosten, duurzaamheid etc. Terugkeer is positief nieuws voor Brabant.

De maakindustrie is voor de Staten een belangrijk thema. En terecht, want 10 % van de laagopgeleiden in Brabant is werkloos. In antwoord op Statenvragen van collega Martijn de Kort van de PvdA vorig jaar, geeft u aan wat hier allemaal al op gebeurt. Het CDA ziet kansen en is hier enthousiast over.

De vraag is of we hier ook niet boter bij de vis moeten leveren. Bijvoorbeeld door te onderzoeken of een Maakindustrie Fonds vanuit de provincie van meerwaarde zou kunnen zijn om meer maakindustrie te trekken. En daarmee ook meer mbo-geschoolde arbeid terug naar Brabant te halen.

Vandaar dat het CDA een motie indient die verzoekt om een onderzoek naar een dergelijk fonds. Voor de dekking hebben we ook een voorzet: de vrijkomende middelen vanuit het Breedbandfonds.

DICHTBIJ: Zorgeconomie
Voorzitter, de economische sector die 6,5 miljard toevoegd aan de Brabantse economie, en aan een van de grote maatschappelijke opgaven raakt, is de zorgeconomie.

In dat dossier gebeurt het een en ander:

  1. Ten eerste lijkt de verkering tussen de programma’s Samenleving en Economie voorbij, Het programma Zorgeconomie wordt gesplitst.
  2. Daarnaast zien we dat het Economisch deel van Zorgeconomie 0 euro op de begroting krijgt (i.p.v. een half miljoen de vorige jaren).
  3. En de pot voor de topsectoren, waaruit wel bijv. medicijnontwikkeling en een proeftuin worden gefinancierd, is 4x zo klein als vorig jaar.

Uit de technische vragen begrijpen we dat de omvang van het budget voor Zorgeconomie in december komt. Het CDA ziet veel kansen op dit vlak. Onze vragen: Wat gaat u doen? Waarom ligt de budgetwijziging vandaag niet voor?

Zo’n vraag  geldt overigens ook voor de Philharmonie Zuid. Opnieuw staat in deze begroting een groot vraagteken bij het Orkest. Terwijl we zien dat Limburg niets liever wil dan doorpakken. Wat we niet begrijpen in dit dossier is waarom GS pas in december kan besluiten. Graag uw duiding.

3) Ons laatste thema: Het Buitengebied

Het buitengebied kampt met veel uitdagingen, daar vragen wij DUIDELIJKHEID over.

  • Want als we het over veiligheid in het buitengebied hebben, horen wij geluiden over ondermijning. Bijvoorbeeld doordat criminelen drugsafval lozen in mestkelders. Kunt u een idee geven van de omgang van deze problematiek?
  • En hoe komt eigenlijk het dat u voor 2017 0 euro heeft opgenomen voor de post ‘Dumpen Drugsafval’?
  • Door de nieuwe wet natuurbescherming lijken we méér toezichts- en handhavingstaken te krijgen. De begroting zegt daar niets over. Wij vragen ons af wat voor effecten u ziet op het budget voor handhaving in het Buitengebied? En zijn onze handhavers voldoende uitgerust voor hun taak?
  • Voorzitter, Het noodweer van dit voorjaar in met name Zuidoost-Brabant zet ons allemaal aan het denken. Dit zal niet de laatste keer zijn. Bent u bereid om met de waterschappen te bekijken of de huidige inrichting van ons watersysteem nog wel voldoet bij langdurige zware regenval? En kunnen we de nodige extra afvoer capaciteit wel leveren?

De laatste vraag over het Buitengebied is een financieel-inhoudelijke vraag.
Bij de instelling van het Groenontwikkelingsfonds Brabant (GOB) in 2014 is gesteld dat voor €240 miljoen de EHS (ofwel het Natuurnetwerk) volledig gerealiseerd zou zijn. Dat vinden wij een mooi streven. Nu zien we dat een extra €50 miljoen voor 2017 wordt ingezet. Is dat om een extra ambitie te realiseren? Of is het geld nodig omdat doelen uit het Groenontwikkelingsfonds niet waargemaakt worden?

Voorzitter, ik sluit af met een de portefeuille van gedeputeerde Spierings.
Misschien zal u denken ‘wat een gekke dag, het CDA zegt nauwelijks iets over landbouw’. Dat klopt, wij hebben u onze zorgen, wensen en suggesties schriftelijk medegedeeld. We hopen dat u ze gebruikt bij het uitwerken van de verschillende landbouwdossiers.

Onze vraag aan de gedeputeerde nu gaat over: Veerkrachtig Bestuur.
Wij vragen ons af wat uw visie is op Veerkrachtig Bestuur en hoe en hoe snel u wilt doorpakken. Aan de hand van concrete casus: we begrijpen dat Eindhoven geen visie indient en wacht op de reactie van de buurgemeenten. Tegelijkertijd hoorden we tijdens onze Staten Heidag dat de nieuwe burgemeester van Eindhoven een deel van het advies van de commissie-Demmers naast zich neer legt. Hoe gaat u hierin optreden? En wanneer?

Voorzitter, mijn collega zal ingaan op de degelijkheid van de financiële begroting.

Schriftelijke vragen toekenning provinciale cultuursubsidies

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over de toekenning van provinciale cultuursubsidies.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over toekenning provinciale cultuursubsidies.

Geacht college, 

Afgelopen vrijdag maakte de provincie Noord-Brabant bekend welke Brabantse culturele instellingen de komende vier jaar kunnen rekenen op subsidie. Eenentwintig organisaties ontvangen in totaal 17,4 miljoen euro.

Een groot gemis in het besluit van de provincie is de culturele sector in Tilburg. Maar liefst zeven Tilburgse culturele instellingen ontvangen geen enkele financiering van de provincie. Opvallend is bijvoorbeeld het stopzetten van de steun aan Stichting Mundial, bekend van o.a. het Festival Mundial dat jaarlijks ruim twintigduizend mensen naar Tilburg trekt. Bovendien is Mundial een organisatie met diepe wortels in de Tilburgse samenleving, dat behalve het festival nog vele andere activiteiten voor de stad organiseert.

Een ander voorbeeld is Incubate, de organisatie die, nog geen jaar geleden, van de provincie 140.000 euro extra kreeg om een tekort in de begroting te dichten. Nu trekt de provincie alsnog de stekker uit het festival. Het CDA vindt dit geldverspillend en inconsistent beleid.

Ondanks de kritiek op de scheve verdeling van de Haagse cultuurmiddelen lijkt de spreiding van cultuurinstellingen over Brabant voor de provincie Noord-Brabant geen rol te spelen. Terwijl het CDA het juist belangrijk vindt dat Brabanders overal in hun provincie een goed cultureel aanbod kunnen vinden. De geografische spreiding van onze cultuurmiddelen over de provincie zou wat het CDA betreft dus moeten meewegen bij de afweging om aan bepaalde organisaties wel of geen subsidie toe te kennen.

Dit brengt het CDA tot de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Hebt u kennis genomen van de brief van de Tilburgse culturele instellingen aan de provincie Noord-Brabant?
  2. Wat is uw reactie op deze brief?
  3. Bent u het met de schrijvers eens dat het besluit van de provincie zorgt voor een culturele kaalslag in Tilburg?
  4. In de afgelopen maanden hebben zowel Provinciale als Gedeputeerde Staten geprotesteerd tegen de scheve verdeling van cultuurmiddelen tussen de Randstad en Brabant. In hoeverre neemt u de geografische spreiding over Brabant mee in de besluitvorming over provinciale cultuursubsidies?
  5. Bent u het met het CDA eens dat de maatschappelijke inbedding van culturele organisaties moet meewegen bij de beoordeling van culturele subsidieaanvragen?
  6. Nog geen jaar geleden, in december 2015, hebt u besloten 140.000 euro extra subsidie te verlenen aan Incubate om een groot incidenteel tekort te dekken. Nu besluit u dezelfde organisatie geen enkele steun te verlenen voor de komende jaren, waardoor het festival wellicht alsnog omvalt. Hoe legt u dit uit?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

CDA: “Brabant gaat over zijn eigen omroep”

De Provinciale Statenfracties van CDA en SP willen dat de financiering van regionale omroepen als Omroep Brabant weer via het provinciefonds verloopt en niet langer vanuit de Mediabegroting van het ministerie van OCW. De partijen dienen daartoe een motie in tijdens de Provinciale Statenvergadering op 23 september.

Tot 2014 was de financiering van de regionale omroepen provinciaal geregeld. Daarna werd deze overgeheveld naar de Rijksoverheid. CDA en SP willen dit terugdraaien en roepen het Brabantse college van Gedeputeerde Staten op zich hiervoor te gaan inspannen.

Het CDA vindt dat regionale omroepen van én voor de regio zijn. Zij vervullen een belangrijke regionale functie, bijvoorbeeld bij het brengen van regionaal en lokaal nieuws, én zijn voor mensen heel herkenbaar en nabij. Mede hierom moet je het beheer over het omroepgeld dichtbij regelen, zo dicht mogelijk bij de mensen om wie het gaat. Aldus het CDA.

Fractievoorzitter Marianne van der Sloot (CDA):

“De kracht van de regionale omroep is dat deze herkenbaar en dichtbij is. Dat betekent dat je het beheer van het geld voor deze omroepen ook dichtbij moet regelen en niet ver weg in Den Haag. Brabant gaat over zijn eigen omroep.”