Schriftelijke vragen over opruimkosten gedumpt drugsafval

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over de opruimkosten van gedumpt drugsafval.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over opruimkosten gedumpt drugsafval.

Geacht college,

Vandaag berichtte o.a. Omroep Brabant over een grondeigenaar uit Nuenen, die een rekening van ruim 26.000 euro moet betalen voor het opruimen van drugsafval dat op zijn terrein is gedumpt.

Het is niet de eerste keer dat onschuldige Brabanders moeten opdraaien voor de illegale activiteiten van drugscriminelen. Dit brengt de fractie van het CDA dan ook tot de volgende vragen:

  1. Hoeveel burgers, ondernemers en andere private partijen in Brabant hebben in 2016 en 2017 de kosten voor het opruimen van gedumpt drugsafval op hun terrein zelf moeten betalen?
  2.  Wat is de totale hoogte van deze gemaakte kosten in Brabant?
  3.  Kan voor de casus in kwestie de subsidieregeling voor het opruimen van drugsafval worden ingezet?
  4.  Heeft de betreffende grondeigenaar hiertoe een subsidieaanvraag bij u ingediend?
  5.  Indien ja, is deze subsidieaanvraag al toegewezen? Indien niet, waarom niet?
  6.  Wat is de status van uw lobby in Den Haag om over te gaan tot een vergoeding van 100% van de gemaakte opruimkosten?
  7.  Hoeveel subsidie voor het opruimen van drugsafval is tot op heden in 2017 in onze provincie verleend?
  8.  Het verweer van de gemeente Nuenen tijdens de rechtszaak komt erop neer dat burgers hun grond ‘beter moeten beschermen’ tegen het dumpen van drugsafval. Deelt u dit standpunt?
  9.  Indien ja, hoe zouden in uw ogen burgers hun grond beter moeten beschermen tegen het dumpen van drugsafval?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

 

 

Opinie Marcel Deryckere: ‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gastopinie van Statenlid Marcel Deryckere in het Brabants Dagblad d.d. 4 augustus 2017.

‘Snelheid provincie niet tactvol bij herindeling Haaren en Nuenen’

Gemeenten én hun inwoners moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie. Zij hebben niet de legitimiteit. Herindelen doe je van onderaf, vindt Marcel Deryckere, lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Vorige maand dook het weer op: het H-woord. H-woord? Ja: Herindelen. Ditmaal in Nuenen, waar de provincie de regie over het herindelingsproces van de gemeente heeft overgenomen.

Wie de jaren negentig heeft meegemaakt, kan zich ongetwijfeld de herindeling uit 1997 herinneren. In dat jaar werden 49 Brabantse gemeenten opgeheven. Traditionele dorpen werden buitenwijken van (middel)grote steden. Dit moest leiden tot lagere kosten en effectiever en efficiënter besturen. Kortom, tot gemeenten die beter presteren en financieel gezonder zijn.

Het jaar 1997 markeerde een van de grootste, maar beslist niet de laatste herindeling in de recente Brabantse geschiedenis. Vorig jaar gingen Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode op in de nieuwe gemeente Meierijstad. In 2019 fuseren Aalburg, Werkendam en Woudrichem tot de gemeente Altena. Onder meer Haaren en Nuenen zijn gemeenten waar op dit moment herindelingstrajecten lopen.

Niet tactvol

Herindelingen verlopen zelden geruisloos en zonder slag of stoot, zoals we recent uit de media konden vernemen ten aanzien van Haaren en Nuenen. De provincie vindt dat beide gemeenten te weinig haast maken en is zich met het proces gaan bemoeien. Niet erg tactvol. Gevolg: verontwaardigde gemeentebestuurders en miskende inwoners. Zij noemen het besluit van de provincie ‘onzorgvuldig’. Ik noem het ook ‘on-Brabants’. In Brabant horen we het samen te doen en niet eenzijdig af te dwingen. Vanuit het centrale belang van de inwoners.

Dat herindelen emoties losmaakt, of zelfs weerstand oproept, is niet vreemd. Het voelt immers als gedwongen verhuizen zonder van je plek te komen. Je adres, huis, buren en paspoort blijven hetzelfde, maar je raakt tegelijkertijd ‘iets’ kwijt. Iets ongrijpbaars. Iets dat je vaak pas mist als je het niet meer hebt. Je zou het ‘identiteit’ kunnen noemen.

Herindelen betekent niet alleen afscheid nemen van een stukje ‘identiteit’, maar óók het inleveren van kleinschaligheid. Opgaan in een groter geheel, in een andere gemeente. En dus anoniemer zijn, slechts één van velen. De vrees voor aantasting van het dorpse karakter van ‘ons kent ons’ is denk ik niet onterecht.

Des te wranger dat we in Brabant aan de ene kant géén megastallen willen, maar aan de andere kant wél megagemeenten. Het liefste van 100.000 inwoners of meer. Maar groter is niet per se beter, maken de fiasco’s bij zorg- en onderwijsinstellingen ons duidelijk. Tóch schreven VVD en PvdA deze ambitie in 2012 nog in hun regeerakkoord. Een plek waar zo’n ambitie mijns inziens absoluut niet thuishoort.

Ik vind namelijk dat gemeentelijke herindelingen van onderaf moeten komen. Gemeenten én hun inwoners zijn degenen die gezamenlijk moeten besluiten over hun toekomst. Niet Den Haag of de provincie, want zij hebben niet de (democratische) legitimiteit om deze keuze te mogen maken. Alleen in extreme gevallen van bestuurlijke of financiële wanorde horen zij in te grijpen. Bij Haaren en Nuenen is daarvan geen sprake.

Te lang

De provincie Noord-Brabant nam echter tóch het besluit om de regie over de herindelingen in deze twee gemeenten over te nemen van de gemeenten zelf. Een onverwachte ingreep die gemeentebesturen en inwoners buiten spel zet. En alleen omdat het de provincie te lang duurt.

Zo’n besluit zegt meer over het onvermogen van de provincie dan over het vermeende onvermogen van de gemeenten in kwestie. Met drammen en dicteren forceer je een uitkomst op korte termijn, met tijd en geduld bereik je resultaat op lange termijn.

Ik kies voor het laatste. Want je verliest misschien tijd, maar je wint draagvlak. En iedere bestuurder weet: draagvlak komt te voet en gaat te paard. Daar moeten we zorgvuldig naar op zoek gaan en heel zuinig op zijn. Ik hoop dat de provincie dat ook inziet en Haaren en Nuenen alsnog over hun eigen toekomst laat beslissen. Dat zou pas echt ‘veerkrachtig bestuur’ zijn.

Schriftelijke vragen over herindelingsproces gemeente Nuenen

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere (CDA) en Jan Heijman (Lokaal Brabant) over het herindelingsproces in de gemeente Nuenen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over herindelingsproces gemeente Nuenen.

Geacht college,

Op 12 juli jl. maakte u bekend de regie over te nemen bij de herindeling van de gemeente Nuenen.

Dit besluit heeft niet alleen de gemeente Nuenen en haar inwoners onaangenaam verrast, maar ook de fracties van CDA en Lokaal Brabant. Wij hebben voor u dan ook de volgende vragen:

01. Op welke juridische gronden en redenen baseert u uw besluit om de regie bij de herindeling van de gemeente Nuenen over te nemen?

02. Is dit besluit juridisch positief getoetst?

03. Wat is de exacte urgentie om nu in te grijpen?

04. Waarom is wachten tot een besluit van Nuenen zelf, uiterlijk in november, voor u geen optie?

05. Het CDA en LokaalBrabant roepen u op om uw besluit tot ingrijpen bij de herindeling van Nuenen te herzien en de gemeente in ieder geval tot en met november zélf aan de slag te laten gaan. Bent u bereid om aan deze oproep tegemoet te komen?

06. Wat is vanaf heden de rol van het college van B&W van de gemeente Nuenen in het herindelingsproces?

07. Wat is vanaf heden de rol van de gemeenteraad van de gemeente Nuenen in het herindelingsproces?

08. Dient de gemeenteraad van Nuenen in het komende proces nog formeel akkoord te gaan met een keuze voor een bepaalde fusie(partner)?

09. Komt er voor de inwoners van Nuenen een moment om zich uit te spreken en legt u zich neer bij een ‘nee’? 

10. In het geval dat Nuenen er tijdens het ‘open overleg’ zelf in slaagt een besluit te nemen over de fusiepartner:

  1. Accepteert u dit besluit dan?
  2. Krijgt Nuenen het proces in dat geval weer in eigen hand?

11. Hoe gaat dit open overleg er precies uitzien en wat is de specifieke rol van de provincie?

12. Een van de mogelijke fusiepartners is de gemeente Eindhoven, een gemeente met enkele tientallen miljoenen euro’s tekort op de begroting van 2016. In hoeverre is Eindhoven in uw ogen een financieel gezonde gemeente?

13. Eindhoven heeft geen Bestuurskrachtonderzoek naar de eigen gemeente laten uitvoeren. Voor een goede keuze vanuit Nuenen is een dergelijk onderzoek (en de resultaten daarvan) wel van belang. Bent u bereid om dit onderzoek in samenwerking met de gemeente Eindhoven te laten uitvoeren?

14. Deelt u de mening van het CDA dat de urgentie voor deze provinciale ingreep mede ontbreekt, omdat de gemeente Nuenen beter presteert dan de gemeente Eindhoven (zo had Nuenen een positief begrotingsoverschot en een hoge score in de tevredenheidsmonitor) en Eindhoven derhalve niet als een serieuze fusiepartner kan worden beschouwd?

15. Bent u op de hoogte van het feit dat een fusie met Eindhoven een andere, ‘lichte’ Ahri-procedure gaat inhouden dan een fusie met Son en Breugel en dat dit ook een andere voorbereiding tot fusiebesluit vergt? Kunt u voor ons de verschillen tussen beide procedures nog eens duiden?

16. Is er voor de inwoners van Eindhoven en Son en Breugel een mogelijkheid om zich uit te spreken en legt u zich neer bij een ‘nee’?

17. Hebt u met de gemeenten Eindhoven en Son en Breugel overleg gehad over uw besluit? Indien ja, wat was hun oordeel en wat is er met hen afgesproken over deze procedure? Indien niet, waarom niet?

18. U hebt eerder aangegeven dat bij de keuze van Nuenen voor Son en Breugel bepaalde taken moeten worden overgeheveld naar een regionale organisatie of naar de gemeente Eindhoven. Betekent dit dat u een nieuwe gemeente, gevormd door Nuenen en Son en Breugel, niet bestuurskrachtig genoeg acht om deze taken uit te voeren? Graag een specificatie per taak in kwestie.

19. Naar welke organisatie zouden deze taken moeten worden overgeheveld?

20. Hoe bent u van plan om de democratische legitimiteit van de uitvoering van deze taken te waarborgen?

21. In het geval de taken in kwestie niet door een nieuwe gemeente Nuenen-Son en Breugel kunnen worden uitgevoerd:

  1. In hoeverre kunnen deze taken dan wel worden uitgevoerd door andere vergelijkbare gemeenten in de regio?
  2. Moeten deze gemeenten ook taken gaan afstaan? Graag een specificatie per gemeente.

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Marcel Deryckere (CDA) en Jan Heijman (Lokaal Brabant)

CDA op werkbezoek in Volkel

Het CDA brengt op maandag 19 juni een werkbezoek aan Volkel, gemeente Uden. Aan het werkbezoek nemen o.a. Tweede Kamerlid Erik Ronnes, Statenlid Marcel Deryckere en de Udense CDA’ers Ellen Alofs en Maurits van den Bosch deel.

De CDA-delegatie is te gast bij recreatiepark BillyBird Park Hemelrijk, waar de politici met eigenaar en recreatieondernemer Ton Derks spreken over de vrijetijdseconomie in Brabant. Actueel is het zgn. ‘Leisure Ontwikkel Fonds’ (LOF), via welke de provincie Noord-Brabant samen met een aantal andere partijen investeert in de toeristische sector in onze provincie.

Marcel Deryckere, Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant en namens het CDA o.m. woordvoerder vrijetijdseconomie:

“Als CDA zijn we blij dat we bij Ton Derks en zijn familie te gast mogen zijn. Het CDA is behalve een familie- ook een echte ondernemerspartij, die familiebedrijven als BillyBird Hemelrijk van grote waarde vindt voor de Brabantse economie én voor de Brabantse samenleving. We zijn benieuwd hoe een ondernemer als Ton tegen de ontwikkelingen in zijn sector aankijkt en hoe hij de relatie met de overheid ervaart. Daarnaast laten we ons graag verrassen met alle andere onderwerpen die tijdens het bezoek ter sprake komen.”

Behalve over recreatie en toerisme spreken de CDA’ers ook over de politieke actualiteit in Volkel en de gemeente Uden. Mede hierom is ook Tweede Kamerlid Erik Ronnes aanwezig, die in Den Haag de regio Oost-Brabant vertegenwoordigt.

Na het bezoek aan Volkel brengt een deel van het gezelschap nog een bezoek aan een aantal boeren in de regio, die zijn getipt voor de CDA-kalender met stoere, Brabantse boeren. Het CDA wil deze kalender in 2018 uitgeven en daarmee het landbouwdebat in de provincie een positieve impuls geven. Meer dan 100 boeren werden aangemeld en van twaalf van hen tekent het CDA stoere verhalen en foto’s op voor op de kalender. Meer informatie over dit initiatief is te vinden op de website van het CDA Brabant: http://cdabrabant.nl/cda-stoere-boeren-gezocht/.

Het werkbezoek start om 14.00u bij BillyBird Park Hemelrijk aan de Zeelandsedijk 34A in Volkel, gemeente Uden.

Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB

Schriftelijke vragen van Statenleden Marcel Deryckere en René Kuijken over criminaliteit op het platteland en de Wet BIBOB.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over criminaliteit op het platteland en Wet BIBOB.

Geacht college, 

Zowel regionale als landelijke media berichtten afgelopen week over de criminaliteit op het platteland. Dit naar aanleiding van een brief van de twaalf Commissarissen van de Koning in Nederland. De Brabantse CDA-fractie is geschrokken van deze berichtgeving én van het feit dat de politiecapaciteit in Brabant blijkbaar nog steeds niet op orde is. Al eerder hebben wij onze steun uitgesproken voor de oproep van onze Commissaris aan Den Haag om de Brabantse politie te versterken. Dat blijven wij doen. In dit kader hebben wij voor u de volgende vragen:

01. In hoeverre hebben Brabantse lobbypogingen in Den Haag extra capaciteit en inzet van politie in Brabant opgeleverd?

02. Wat is nodig om te voorkomen dat Den Haag de belangen van de regio’s, zoals Brabant, niet langer negeert?

03. Het oplospercentage van misdrijven in Brabant lag in 2014 met 24,6% onder het landelijk gemiddelde. In een gemeente als Goirle lag dit percentage op 11,6%, nog veel lager dus. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over opgeloste misdrijven in Brabant? In 2015/2016 bleek ook dat de aanrijtijden van de politie op het Brabantse platteland onder de maat waren. Te vaak werd de maximale aanrijtijd van vijftien minuten niet gehaald. In sommige delen van Brabant was de politie zelfs in bijna één op de twee gevallen te laat. Wat is uw beeld van de huidige cijfers over de aanrijtijden van de politie in Brabantse plattelandsgemeenten?

In opdracht van de provincie evalueerde een commissie van experts de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant, een wet die moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Het doel van deze evaluatie was om alertheid waar nodig te vergroten. Uit het rapport van de commissie blijkt dat Brabant deze wet goed uitvoert. De commissie constateerde echter ook dat verschillende Brabantse (plattelands)gemeenten de Wet BIBOB nog niet of onvoldoende toepassen. Geen goed signaal gegeven de berichten dat criminelen vrij spel hebben op het Brabantse platteland. Het CDA vindt dat we behalve onze politiecapaciteit ook onze eigen (veiligheids)zaken in Brabant goed op orde moeten hebben. Klaarblijkelijk is dit nog niet het geval en daarom hebben wij voor u de volgende vragen:

04. Wat gaat u als provincie richting gemeenten doen om, met dit rapport in de hand, de aanpak van criminaliteit in Brabant te verstevigen?

De commissie die de uitvoering van de Wet BIBOB in Brabant heeft geëvalueerd, doet een aantal zinvolle aanbevelingen.

05. Ten eerste adviseert de commissie om bij bijvoorbeeld een vergunningaanvraag een integriteitscheck te laten uitvoeren door de vakafdelingen zelf. Bent u van plan dit advies op te volgen in uw eigen organisatie en processen?

06. Ten tweede stelt de commissie voor het bewustzijn van de provinciale organisatie rondom (georganiseerde) criminaliteit te verbeteren. Hoe bent u van plan dit op te pakken?

07. Ten derde pleit de commissie ervoor om ambtenaren die actief betrokken zijn bij bedrijven waarop de Wet BIBOB van toepassing is te screenen. Bent u van plan dit vanaf heden te gaan doen?

08. Ten vierde doet de commissie aanbevelingen om goede, integere bedrijven minder te belasten met BIBOB-onderzoeken en tegelijkertijd malafide bedrijven te blijven aanpakken:

  1. Het zou eenvoudiger moeten worden om integere bedrijven die regelmatig vergunningaanvragen doen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van het BIBOB-instrumentaruim. Bijvoorbeeld door deze op een ‘witte lijst’ van goede praktijken te plaatsen of een certificaat te geven.
  2. Is het mogelijk om integere bedrijven simpelere en snellere procedures te laten doorlopen? Bent u van plan om dit toe te passen?
  3. Is het mogelijk om naast een ‘witte lijst’ ook een ‘zwarte lijst’ met malafide bedrijven en organisaties op te stellen om handhaving gemakkelijker te makenIn hoeverre is het (wettelijk) mogelijk om deze lijst te delen met Brabantse gemeenten om hen te ondersteunen en te waarschuwen voor de activiteiten van criminelen?
  4. Als alternatief voor een ‘zwarte lijst’ zou de provincie risicoprofielen van sectoren en bedrijfstypen kunnen opstellen. Een lijst hiervan zou de provincie geanonimiseerd kunnen delen met andere overheden om deze te helpen met toepassen van de BIBOB. Bent u bereid deze mogelijkheid te onderzoeken op haalbaarheid?

09. Ten vijfde raadt de commissie aan om meer informatie over de BIBOB en informatie over toezicht en handhaving te delen met andere overheden en tussen overheden onderling. Welke wettelijke ruimte hebt u hier op dit moment voor en hoezeer staat privacywetgeving het delen van informatie in de weg?

10. Ten zesde concludeert de commissie dat niet alle Brabantse gemeenten de BIBOB-wet (goed) toepassen. Dit leidt ertoe dat criminelen bepaalde gemeenten misbruiken voor hun activiteiten.

  1. Hoe bent u van plan om álle Brabantse gemeenten de Wet BIBOB actief en zorgvuldig te laten toepassen?
  2. Bent u bereid om het zorgvuldig toepassen van de Wet BIBOB als criterium en onderzoeksvraag onderdeel te maken van het proces ‘Veerkrachtig Bestuur’?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere en René Kuijken

Marcel Deryckere over de Tilburgse ‘CDA100’

Marcel Deryckere is in Provinciale Staten o.a. woordvoerder Bestuur. In zijn woonplaats Tilburg schrijft hij mee aan het CDA-verkiezingsprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar.

Mede op Marcels initiatief experimenteert de afdeling voor het eerst met een zgn. CDA100: 100 inwoners van Tilburg mogen meeschrijven aan het verkiezingsprogramma.

Over dit initiatief, dat méér mensen bij de toekomst van hun gemeente moet betrekken, ging Marcel Deryckere op 23 mei jl. in gesprek met radiomaker Erik van Vliet. Dit interview terugluisteren kan via het audiobestand hieronder.

CDA: provincie heeft grote beurt nodig

Extra inzet en reparaties zijn nodig, wil de provincie Noord-Brabant door haar jaarlijkse APK-keuring komen. Dat constateert het CDA tijdens het debat over de Perspectiefnota 2017, dat vandaag plaatsvindt.

In de Perspectiefnota kijkt de provincie terug én blikt vooruit op de ontwikkelingen in Brabant én debatteert over de ambities uit het in 2015 gesloten Bestuursakkoord Beweging in Brabant.

Volgens het CDA komt de gewenste beweging in Brabant maar moeizaam op gang en is er op sommige thema’s zelfs sprake van stilstand. Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van de Brabantse CDA-fractie, pleit voor meer gas op de plank. “Dit college zit teveel achter de tekentafel en te weinig in de samenleving, waardoor Brabant nauwelijks vooruit komt.”

Als voorbeeld noemt Van der Sloot het arbeidsmarktbeleid van de provincie. “We lezen dat Brabant booming is, maar tegelijkertijd zijn er bedrijven met honderden vacatures tegenover een werkloosheidspercentage van 5%. Daar moet de provincie wat aan doen.”

Ook de leefbaarheid in Brabant staat onder druk, aldus Van der Sloot, die in haar bijdrage wijst op het ontbreken van een sociaal beleid voor kwetsbare groepen. Ook hekelt het CDA de bezuinigingen op erfgoed, nu het Europees jaar van het Erfgoed voor de deur staat. De aanpak van drugsgerelateerde criminaliteit verdient behalve in Den Bosch ook de allerhoogste prioriteit in Den Haag.

Andere punten waar het CDA aandacht voor vraagt, zijn o.a. de snelle realisatie van een intercitystation Eindhoven Airport, de bereikbaarheid van Oost-Brabant via de Oost-West verbinding en de snelle verduurzaming van veerdiensten en sportclubs.

Het CDA besluit haar APK-keuringsrapport met twee reparatieverzoeken: om de kloof tussen de kiezer en politiek te dichten, moet elke Brabantse scholier het Provinciehuis kunnen bezoeken én moeten provinciale documenten als de Perspectiefnota voortaan in duidelijkere, begrijpelijkere taal worden geschreven. “Geen termen als valorisatieprogramma’s, multi-helix partners en cross-overs meer”, betoogt Van der Sloot.

Het CDA hoopt dat de provincie de aanbevelingen overneemt en alsnog door de APK komt. Mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan zal het CDA verschillende moties indienen om de gewenste reparaties tot stand te brengen.

Klik op de volgende link om de spreektekst van Marianne van der Sloot in te zien: Spreektekst Marianne van der Sloot PPN 2017 (21 april 2017).

Schriftelijke vragen massafusie gemeenten Zuidoost-Brabant

Schriftelijke vragen van Statenlid Marcel Deryckere over een massafusie van gemeenten in Zuidoost-Brabant.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over massafusie gemeenten Zuidoost-Brabant.

Geacht college, 

Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Eindhoven op 9 januari jl. maakte burgemeester Jorritsma van Eindhoven zijn plannen bekend om de 22 gemeenten in Zuidoost-Brabant te fuseren tot slechts vier.

Het CDA ziet een dergelijke massafusie absoluut niet zitten. Zeker niet, wanneer de gemeenten in kwestie de plannen niet steunen. Uit de eerste reacties op de plannen blijkt die steun ook te ontbreken.

Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college van Gedeputeerde Staten op de plannen van burgemeester Jorritsma en hebben daarom de volgende vragen voor u:

  1. Waren de plannen van burgmeester Jorritsma vóór de presentatie van 9 januari jl. bij u bekend? Indien ja, sinds wanneer was u op de hoogte?
  2. Hebt u op enigerlei wijze invloed gehad op de totstandkoming en de inhoud van de plannen? Indien ja, in welke mate?
  3. U hamert in uw brieven aan de gemeenten Son en Breugel en Nuenen al langer op de overdracht van taken aan een regionale organisatie ‘Eindhoven’. Verwees u daarmee impliciet naar een wens om een ‘Groot Eindhoven’ te realiseren door het op grootschalige wijze willen fuseren van gemeenten?
  4. U hebt richting de gemeenten Nuenen en Son en Breugel aangegeven dat een fusie van deze twee gemeenten én een overdracht van bepaalde taken aan een regionale organisatie ideaal zou zijn. De burgemeester van Eindhoven ziet niets in deze plannen. Hoe verhouden deze beide visies zich volgens u tot elkaar?
  5. Bent u het met het CDA eens dat het bestaan van deze beide visies, van belangrijke Brabantse overheden, voor nog meer onduidelijkheid in de regio zorgt?
  6. Ondersteunt u de plannen van de burgemeester van Eindhoven? Indien ja, op welke onderdelen?
  7. Hoe ziet, volgens u, de rol van de provincie eruit in het aankomende proces van reacties, discussies en besluiten de komende maanden/jaren?
  8. Bent u van plan om gemeenten in de regio Eindhoven die niet willen fuseren daartoe te dwingen?
  9. Burgemeester Jorritsma noemt het versterken van de efficiency als een van de belangrijkste argumenten voor een grootschalige herindeling. Is er bij u enig bewijs bekend dat een grotere gemeente na herindeling daadwerkelijk efficiënter is? Indien ja, wilt u dat bewijs aan Provinciale Staten overleggen?
  10. Tevens vindt burgemeester Jorritsma de concurrentie met steden als Milaan, München, Stockholm en Singapore een reden voor een grotere gemeente. Hoe verschillen deze vier steden qua bestuurlijke indeling en bestuurskracht met de stad en regio Eindhoven?
  11. De burgemeester noemt ook het binnenhalen van meer investeringen voor de regio. Hiervoor zou een grotere gemeente nodig zijn. Is er bij u enig bewijs voor deze bewering bekend? Indien ja, kunt u dit bewijs aan Provinciale Staten doen toekomen?
  12. Tenslotte meent burgemeester Jorritsma deze massafusie nodig te hebben om een serieuze plek aan tafel te krijgen in Den Haag. Heeft de burgemeester deze positie nu nog niet, vindt u? En hoe moeten we de recente ‘mainport’ erkenning dan zien? Graag uw duiding en visie.
  13. Het CDA is benieuwd naar de bestuurskracht van de gemeente Eindhoven, zoals deze nu is. Weet u of de gemeente Eindhoven al een bestuurskrachtonderzoek naar zichzelf heeft laten uitvoeren? Indien ja, kunt u dit aan Provinciale Staten doen toekomen? Indien niet, waarom niet?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marcel Deryckere

Spreektekst Marianne van der Sloot begrotingsbehandeling 11/11

BEGROTINGSBEHANDELING 11 NOVEMBER 2016

SPREEKTEKST MARIANNE VAN DER SLOOT

(alleen het gesproken woord telt)

Voorzitter,

De CDA fractie blijft erbij … Wat een gekke datum om te vergaderen. Op de 11e van de 11e bespreken we de begroting van volgend jaar. Niet zo opkomst bevorderend, zou je zeggen. Want heel veel Kruiken, Muggezifters, Knollevreters, Kneuters, Koffieleuters, Theebuiken en Oeteldonkers hebben vandaag wel wat anders te doen dan de Provinciale begrotingsbehandeling te volgen. Vandaag worden de kielen uit de kast gehaald en stiekem wordt er al een polonaise geoefend.

Voorzitter, Carnaval is het feest van de Omgekeerde Wereld. En elkaar een spiegel voorhouden. Dat komt goed uit, want dat wil de CDA-fractie graag doen bij deze begroting. Maar dan gaan we er ook vanuit dat vandaag niet alleen de Praalwagens van de coalitie in de prijzen vallen. En dat ook de inzendingen van de oppositie kans maken.

Voorzitter laten we daar mee starten.
In mijn bijdrage zal ik ingaan op onze visie op 2017. Met de  D’s van Dichtbij en Duidelijk. Mijn collega Huseyin Bahar zal dit zo dadelijk voor de financiën spreken vanuit de D van Degelijkheid.

In deze begroting staan zaken waar we het met het college eens  zijn zoals:

  • de ambitie voor energiebesparing bij maar liefst 200 sportclubs in heel Brabant, en;
  • de strakke regie op de Aanpak van leegstand.

Ook zien we zaken in de begroting waar we het niet mee eens zijn:

  • zoals het eiland-gedrag van Brabant bij de vernieuwing in de varkenssector;
  • het stoppen met nieuwe dementievriendelijke gemeenten.

Voorzitter, voor mijn fractie heeft een aantal onderwerpen prioriteit.
Ik zal ingaan op: 1) Sociale Veerkracht 2) De Maakindustrie en 3) het Buitengebied.

1) DICHTBIJ – Sociale Veerkracht

Ik start met Sociale Veerkracht.
Wij zijn trots op onze provincie van ‘samen doen, samen doorpakken en de schouders eronder’. Dichtbij. Dat gebeurt in onze vrijwilligersnetwerken. Ik noem de Seniorenverenigingen, de Vereniging Kleine Kernen, BUS, BRIZ, ’t Heft, PVR en Ypsilon-Trialoog. En al hun vrijwilligers.

In de voorstellen die nu voorliggen wordt per 1 januari de stekker uit die netwerken getrokken. Er is geen steun meer vanuit de provincie. Terwijl deze netwerken al jarenlang, soms al 20 jaar, een relatie met de provincie Brabant hebben. Het CDA vindt dat we het kind niet met het badwater moeten weggooien. En dat mogen we ook niet. We moeten een betrouwbare overheid zijn.

Dit alles pleit voor een fatsoenlijke overgangstermijn om aan de toekomst te werken. We zijn blij dat meer partijen in de Staten dat zien. Navraag bij de netwerken leert dat zij tijd nodig hebben om te veranderen. Daarom stellen wij een generieke overgangstermijn van 1 jaar voor. Zonder daarbij de ambities van de gedeputeerde in de weg te zitten. Het CDA heeft daarvoor een amendement.

Een andere keuze van Sociale Veerkracht die ons zorgen baart, is het plan om alleen te investeren in het zogenaamd ‘zwakkere’ West-Brabant en de middelgrote steden. Dat werkt niet. Want goede plannen uit de ‘sterke’ regio’s krijgen dan geen gehoor (en steun) in dit Huis.

Dat geldt ook voor crossovers. Deze week hoorde ik van een mooi project op Natuur & Milieu van gedeputeerde Van den Hout om, in het kielzog van NL Doet, de natuur- en milieunetwerken te versterken. Een goed idee. Dit kreeg echter een 0 op het rekest vanuit Sociale Veerkracht. Want het was voor héél Brabant en dát was niet de bedoeling. En nu ligt het stil. Wij horen graag van beide gedeputeerden hoe dit zit. En om dit in de toekomst te voorkomen komt het CDA met een motie.

DICHTBIJ: Voedselbank
Voorzitter, in onze provincie maken 13.000 mensen gebruik van de Voedselbanken op lokaal niveau. Onmisbaar voor de lokale voedselbanken is het Regionaal Distributiecentrum van de Voedselbank. We zijn blij met de betrokkenheid die we in de Staten zien op dit dossier.

Voorzitter, ik ga verder met de maakindustrie, die we DICHTBIJ willen laten plaatsvinden.

2) DICHTBIJ: Maakindustrie

Want in het verleden is er maakindustrie vertrokken uit Nederland naar het buitenland. Toch zien we met name de laatste jaren dat sommige van deze bedrijven overwegen terug te keren naar Nederland vanwege problemen met kwaliteit van producten, hogere arbeidskosten, duurzaamheid etc. Terugkeer is positief nieuws voor Brabant.

De maakindustrie is voor de Staten een belangrijk thema. En terecht, want 10 % van de laagopgeleiden in Brabant is werkloos. In antwoord op Statenvragen van collega Martijn de Kort van de PvdA vorig jaar, geeft u aan wat hier allemaal al op gebeurt. Het CDA ziet kansen en is hier enthousiast over.

De vraag is of we hier ook niet boter bij de vis moeten leveren. Bijvoorbeeld door te onderzoeken of een Maakindustrie Fonds vanuit de provincie van meerwaarde zou kunnen zijn om meer maakindustrie te trekken. En daarmee ook meer mbo-geschoolde arbeid terug naar Brabant te halen.

Vandaar dat het CDA een motie indient die verzoekt om een onderzoek naar een dergelijk fonds. Voor de dekking hebben we ook een voorzet: de vrijkomende middelen vanuit het Breedbandfonds.

DICHTBIJ: Zorgeconomie
Voorzitter, de economische sector die 6,5 miljard toevoegd aan de Brabantse economie, en aan een van de grote maatschappelijke opgaven raakt, is de zorgeconomie.

In dat dossier gebeurt het een en ander:

  1. Ten eerste lijkt de verkering tussen de programma’s Samenleving en Economie voorbij, Het programma Zorgeconomie wordt gesplitst.
  2. Daarnaast zien we dat het Economisch deel van Zorgeconomie 0 euro op de begroting krijgt (i.p.v. een half miljoen de vorige jaren).
  3. En de pot voor de topsectoren, waaruit wel bijv. medicijnontwikkeling en een proeftuin worden gefinancierd, is 4x zo klein als vorig jaar.

Uit de technische vragen begrijpen we dat de omvang van het budget voor Zorgeconomie in december komt. Het CDA ziet veel kansen op dit vlak. Onze vragen: Wat gaat u doen? Waarom ligt de budgetwijziging vandaag niet voor?

Zo’n vraag  geldt overigens ook voor de Philharmonie Zuid. Opnieuw staat in deze begroting een groot vraagteken bij het Orkest. Terwijl we zien dat Limburg niets liever wil dan doorpakken. Wat we niet begrijpen in dit dossier is waarom GS pas in december kan besluiten. Graag uw duiding.

3) Ons laatste thema: Het Buitengebied

Het buitengebied kampt met veel uitdagingen, daar vragen wij DUIDELIJKHEID over.

  • Want als we het over veiligheid in het buitengebied hebben, horen wij geluiden over ondermijning. Bijvoorbeeld doordat criminelen drugsafval lozen in mestkelders. Kunt u een idee geven van de omgang van deze problematiek?
  • En hoe komt eigenlijk het dat u voor 2017 0 euro heeft opgenomen voor de post ‘Dumpen Drugsafval’?
  • Door de nieuwe wet natuurbescherming lijken we méér toezichts- en handhavingstaken te krijgen. De begroting zegt daar niets over. Wij vragen ons af wat voor effecten u ziet op het budget voor handhaving in het Buitengebied? En zijn onze handhavers voldoende uitgerust voor hun taak?
  • Voorzitter, Het noodweer van dit voorjaar in met name Zuidoost-Brabant zet ons allemaal aan het denken. Dit zal niet de laatste keer zijn. Bent u bereid om met de waterschappen te bekijken of de huidige inrichting van ons watersysteem nog wel voldoet bij langdurige zware regenval? En kunnen we de nodige extra afvoer capaciteit wel leveren?

De laatste vraag over het Buitengebied is een financieel-inhoudelijke vraag.
Bij de instelling van het Groenontwikkelingsfonds Brabant (GOB) in 2014 is gesteld dat voor €240 miljoen de EHS (ofwel het Natuurnetwerk) volledig gerealiseerd zou zijn. Dat vinden wij een mooi streven. Nu zien we dat een extra €50 miljoen voor 2017 wordt ingezet. Is dat om een extra ambitie te realiseren? Of is het geld nodig omdat doelen uit het Groenontwikkelingsfonds niet waargemaakt worden?

Voorzitter, ik sluit af met een de portefeuille van gedeputeerde Spierings.
Misschien zal u denken ‘wat een gekke dag, het CDA zegt nauwelijks iets over landbouw’. Dat klopt, wij hebben u onze zorgen, wensen en suggesties schriftelijk medegedeeld. We hopen dat u ze gebruikt bij het uitwerken van de verschillende landbouwdossiers.

Onze vraag aan de gedeputeerde nu gaat over: Veerkrachtig Bestuur.
Wij vragen ons af wat uw visie is op Veerkrachtig Bestuur en hoe en hoe snel u wilt doorpakken. Aan de hand van concrete casus: we begrijpen dat Eindhoven geen visie indient en wacht op de reactie van de buurgemeenten. Tegelijkertijd hoorden we tijdens onze Staten Heidag dat de nieuwe burgemeester van Eindhoven een deel van het advies van de commissie-Demmers naast zich neer legt. Hoe gaat u hierin optreden? En wanneer?

Voorzitter, mijn collega zal ingaan op de degelijkheid van de financiële begroting.