Verslag PPP 15 december 2016

20161215 De toekomst is ook al niet meer wat hij geweest is ….

Onder deze titel schetste de heer Piet-Hein Buiting, voorzitter van de Raad van

Bestuur van het Jeroen Bosch Ziekenhuis te ’s Hertogenbosch, een

indrukwekkend en verrassend beeld van de ontwikkelingen in de Nederlandse

gezondheidszorg in de afgelopen 20 jaar.

Indrukwekkend, omdat de medische wetenschappers in die periode in alle

geneeskundige specialisaties een ongelooflijk snelle vooruitgang hebben

geboekt op het gebied van preventie, bestrijding van ziekten en de behandeling

daarvan door innovatieve technologie. Verrassend omdat er door die snelheid

van verandering een paradigmashift aan het ontstaan is: van de nadruk op

behandeling door dokter en ziekenhuis naar een steeds groter deel van

behandeling door de patiënt zelf, met behulp van automatisering en robotica.

Buiting nam ons op deze avond die georganiseerd werd door de werkgroep

Praktische Politieke Philosophie van het CDA-Brabant mee door de tijd:

Van de opening van het Groot Gasthuis in 1274 aan de Gasseltstraat naar het

huidige, in 2011 gereedgekomen nieuwe JBZ aan de Henri Dunantstraat. Van

het ontstaan van de verzorgingsstaat naar de huidige participatiesamenleving.

Daarna gaf hij ons een blik op de toekomst.

Helder legde hij aan de deelnemers van deze dialoogconferentie enkele veel

door bestuurders gebruikte termen in de nieuwe gezondheidszorg uit:

Marktwerking, die eigenlijk helemaal geen marktwerking is omdat de

overheid immers grote invloed houdt; je zou het volgens Buiting beter

“een beetje competitie in het publieke domein” kunnen noemen.

Disruptie van de zorg: de verschuiving die op het moment bezig is en

steeds sneller zal gaan, van centraal vanuit het ziekenhuis geregelde zorg

naar zorg op aanvraag door de patiënt zelf, met behulp van block-chaintechnologie,

d.w.z. een combinatie van mobiele healthteams, e-health en

automated kiosks.

Personalized medicine, in plaats van standaardprotocollen te gebruiken

wordt steeds meer behandeld vanuit de persoonlijke situatie van de

patiënt. De aandacht wordt meer gericht op de gezondheid in plaats van

op de ziekte.

Op vragen en zorgen uit de zaal werd eerlijk en duidelijk geantwoord:

Hoe kunnen patiënten en artsen die snelle ontwikkelingen bijbenen?

– Beiden zullen erg veel energie moeten steken in bijscholing, aanpassing

en flexibiliteit. Zorgverleners moeten anders worden opgeleid. Zij

moeten in ieder geval beschikken over meer dan alleen vakinhoudelijke

vaardigheden en zullen vooral kennis moeten willen delen. De politiek

moet oppassen dat de zorg beschikbaar blijft ook voor minderbedeelden

en minder hoogopgeleiden. Niet iedereen is immers even assertief en

internetvaardig.

Wat te doen met de beslissingen rond levenseinde en zelfbeschikking?

– Het is hoog tijd voor een brede politiek-maatschappelijke discussie.

Hoe ziet u de rol van de zorgverzekeraars?

– De afgelopen 10 jaar is de backoffice van de zorgverzekeraars veel

verbeterd. Afgesproken zorg wordt netjes vergoed. Het voor de

patiënt/cliënt zichtbare en merkbare chaotische deel doet zich voor aan de

front-office, d.w.z. bij het verkopen en afsluiten van de polissen. Vaak is

onduidelijk wat wel of niet verzekerd is. En wat door de patiënt gedaan

moet worden voordat de zorg vergoed wordt. Daar valt voor de

verzekeraars nog veel te verbeteren.

Wat ligt er voor taak bij de politiek?

– De ethische taak van de gezondheidszorg in het oog houden: om wie

draait het nu eigenlijk? Om de patiënt immers? Als dit soort grote en

ingrijpende veranderingen op til zijn en daarbij die de enorme diversiteit

aan mogelijkheden die daarbij horen zal de politiek daar klaar voor

moeten staan. Er zijn nieuwe arrangementen nodig om de belangrijke en

kenmerkende pijlers van het Nederlandse zorgstelsel, de solidariteit en

toegankelijkheid, te beschermen en in te richten, ten behoeve van alle

patiënten in de toekomst.

Herbertine Klerk

 

Schriftelijke vragen 3FM Serious Request

Schriftelijke vragen van Statenlid Stijn Steenbakkers over 3FM Serious Request.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over 3FM Serious Request.

Geacht college, 

Deze week staat in het teken van Serious Request, een jaarlijks terugkerende actie van 3FM i.s.m. het Rode Kruis om geld in te zamelen voor een stille ramp. Dit jaar zijn dat de slachtoffers van longontsteking, een ‘sluipmoordenaar’ die vele duizenden mensen treft. 

Brabant is op dit moment gastprovincie van Serious Request 2016 en het glazen huis staat op de Grote Markt van Breda. Talloze inspirerende en bijzondere initiatieven om geld in te zamelen, zoals #heelhollandlakt, komen hier samen. Het is een fantastisch evenement dat ons allemaal verbindt en volgens ons een extra steuntje in de rug verdient van de provincie.

We hebben daarom de volgende vragen voor het college van Gedeputeerde Staten:

  1. Bent u als college bereid om óók de nagels roze, of in Brabantse kleuren, te lakken en dit met de inwoners van Brabant te delen :)?
  2. Bent u bereid hier namens de provincie Noord-Brabant een financiële bijdrage aan te verbinden, bijvoorbeeld uit de zgn. ‘vrije begrotingsruimte’ van de provincie?
  3. Is het mogelijk het antwoord op bovenstaande twee vragen te geven vóór 24 december 2016?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag vóór 24 december 2016 tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

CDA: ‘slimme’ energiemeter moet slimmer worden

De ‘slimme’ energiemeter moet slimmer worden. Dat vinden Europarlementariër Lambert van Nistelrooij (CDA) én de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant.

In zijn wekelijkse radiocolumn stelde Van Nistelrooij recent dat de ‘slimme’ energiemeter op dit moment nog helemaal niet zo slim is. Zo krijgen consumenten die deze meter aanschaffen géén zgn. ‘verbruiksmanager’ meegeleverd, die inzichtelijk maakt wat in huis de grote energievreters zijn en waar zij kunnen besparen. Het effect van de slimme energiemeter op de energiebesparing is daardoor gering.

Naar aanleiding van het pleidooi van Van Nistelrooij stelden Statenleden Roland van Vugt en Stijn Steenbakkers deze week schriftelijke vragen aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten. Daarin roepen zij het provinciebestuur op om samen met netbeheerder Enexis én lokale energiecoöperaties de werking van de slimme energiemeter te verbeteren. Bijvoorbeeld door consumenten beter voor te lichten over hoe zij de meter moeten gebruiken en wat een zgn. ‘energieverbruiksmanager’ voor hen kan betekenen.

Van Vugt en Steenbakkers:

“De slimme energiemeter helpt consumenten bewuster met energie om te gaan én draagt bij aan een duurzame energievoorziening. Dat is geweldig. Nu echter blijkt dat de meter niet goed werkt en het gewenste effect uitblijft, vindt het CDA dat de provincie, als belangrijkste aandeelhouder van Enexis, met haar energiepartners in actie moet komen om de problemen te verhelpen en de werking te verbeteren. Zo maken we de slimme energiemeter slimmer en onze provincie duurzamer.”

Hieronder de complete set schriftelijke vragen die het CDA aan het Brabantse college van Gedeputeerde Staten heeft gesteld:

01. De slimme energiemeter werkt als volgt (zie https://www.enexis.nl/consument/slimme-meters/de-slimme-meter/inzicht-in-verbruik): via een lokale poort op de slimme meter kan de consument zelf de verbruiksgegevens uitlezen. Door de slimme meter via deze uitgang te verbinden met de computer of een andere display krijgt de consument eenvoudig inzicht in de hoeveelheid energie die hij of zij verbruikt. Voor het uitlezen van de verbruiksgegevens heeft de consument echter een energieverbruiker nodig. Klopt het dat Enexis deze meter niet (standaard) levert?

02. Geeft Enexis, naar uw bevindingen, duidelijk genoeg advies over hoe en waar mensen deze energieverbruikersmanager kunnen aanschaffen en installeren?

03. Het overgrote deel (86%) van de huishoudens met een slimme meter gebruikt nog géén aanvullende verbruiksmanager, aldus de Vereniging Eigen Huis. Bent u, als aandeelhouder van Enexis, bereid om met Enexis in gesprek te gaan en hierover snel tot een oplossing te komen?

04. Klopt het dat Enexis tot wel 7 verschillende typen slimme meters levert? Indien ja, vindt u dit overzichtelijk voor consumenten?

Uit het onderzoek onder 4.425 leden van Vereniging Eigen Huis (zie https://www.eigenhuis.nl/actueel/pers/2016/11/19/08/00/veh-slimme-meter-data-zetten-niet-aan-tot-energiebesparing) blijkt dat slechts 30 procent van de respondenten vindt dat het verbruikskostenoverzicht hen aanzet tot energiebesparing. De verbruikskostenoverzichten zijn moeilijk te doorgronden en leiden niet tot een gewenste verandering van het gedrag van consumenten.

De vereniging roept minister Kamp van Economische Zaken dan ook op om een taskforce in te stellen, waarin de verantwoordelijke partijen, zoals netbeheerders en energieleveranciers, samen de problemen in kaart brengen en komen tot snelle oplossingen die aansluiten op het gedrag van de consument. Hier kunnen we bijvoorbeeld leren van Engeland, waar consumenten bij de installatie van de slimme meter een eenvoudige display hebben gekregen die direct feedback geeft op het energieverbruik. De lijkt betere resultaten op te leveren.

05. Bent u bereid dit verzoek richting minister Kamp te ondersteunen? Indien ja, op welke wijze en op welke termijn?

06. Bent u, als belangrijke aandeelhouder van Enexis, bereid om met Enexis in gesprek te gaan over hoe we in Brabant snel ‘quick wins’ kunnen halen?

07. Ziet u voor lokale energiecoöperaties een rol bij de voorlichting van huishoudens over hoe om te gaan met de slimme energiemeter/verbruiksmanager?

Schriftelijke vragen slimme energiemeters

Schriftelijke vragen van Statenleden Stijn Steenbakkers en Roland van Vugt over slimme energiemeters.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over slimme energiemeters.

Geacht college, 

Op 7 december jl. verscheen bij het ministerie van Economische Zaken het volgende nieuwsbericht: Kabinet schetst route naar CO2-arme energievoorziening (zie https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-economische-zaken/nieuws/2016/12/07/kabinet-schetst-route-naar-co2-arme-energievoorziening).

In dit nieuwsbericht presenteert het kabinet maatregelen voor een duurzame energievoorziening. Volgens het CDA, de energiemaatschappijen en Enexis kan ook de slimme energiemeter hieraan bijdragen, omdat mensen zich bewuster, meer als rentmeester, gaan gedragen t.a.v. energie. Nu is alleen de vraag: werkt deze slimme energiemeter wel optimaal? En is de slimme energiemeter wel slim genoeg? Kunnen we misschien leren van andere landen, zoals Engeland?

Mede naar aanleiding van deze vragen, de recente berichtgeving én vanwege het feit dat de provincie Noord-Brabant de grootste aandeelhouder van Enexis is, heeft de fractie van het CDA de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

01. De slimme energiemeter werkt als volgt (zie https://www.enexis.nl/consument/slimme-meters/de-slimme-meter/inzicht-in-verbruik): via een lokale poort op de slimme meter kan de consument zelf de verbruiksgegevens uitlezen. Door de slimme meter via deze uitgang te verbinden met de computer of een andere display krijgt de consument eenvoudig inzicht in de hoeveelheid energie die hij of zij verbruikt. Voor het uitlezen van de verbruiksgegevens heeft de consument echter een energieverbruiker nodig. Klopt het dat Enexis deze meter niet (standaard) levert?

02. Geeft Enexis, naar uw bevindingen, duidelijk genoeg advies over hoe en waar mensen deze energieverbruikersmanager kunnen aanschaffen en installeren?

03. Het overgrote deel (86%) van de huishoudens met een slimme meter gebruikt nog géén aanvullende verbruiksmanager, aldus de Vereniging Eigen Huis. Bent u, als aandeelhouder van Enexis, bereid om met Enexis in gesprek te gaan en hierover snel tot een oplossing te komen?

04.Klopt het dat Enexis tot wel 7 verschillende typen slimme meters levert? Indien ja, vindt u dit overzichtelijk voor consumenten?   

Uit het onderzoek onder 4.425 leden van Vereniging Eigen Huis (zie https://www.eigenhuis.nl/actueel/pers/2016/11/19/08/00/veh-slimme-meter-data-zetten-niet-aan-tot-energiebesparing) blijkt dat slechts 30 procent van de respondenten vindt dat het verbruikskostenoverzicht hen aanzet tot energiebesparing. De verbruikskostenoverzichten zijn moeilijk te doorgronden en leiden niet tot een gewenste verandering van het gedrag van consumenten. 

De vereniging roept minister Kamp van Economische Zaken dan ook op om een taskforce in te stellen, waarin de verantwoordelijke partijen, zoals netbeheerders en energieleveranciers, samen de problemen in kaart brengen en komen tot snelle oplossingen die aansluiten op het gedrag van de consument. Hier kunnen we bijvoorbeeld leren van Engeland, waar consumenten bij de installatie van de slimme meter een eenvoudige display hebben gekregen die direct feedback geeft op het energieverbruik. De lijkt betere resultaten op te leveren.

05. Bent u bereid dit verzoek richting minister Kamp te ondersteunen? Indien ja, op welke wijze en op welke termijn?

06. Bent u, als belangrijke aandeelhouder van Enexis, bereid om met Enexis in gesprek te gaan over hoe we in Brabant snel ‘quick wins’ kunnen halen? 

07. Ziet u voor lokale energiecoöperaties een rol bij de voorlichting van huishoudens over hoe om te gaan met de slimme energiemeter/verbruiksmanager?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Stijn Steenbakkers

Roland van Vugt

CDA: nieuwe stikstof-deadline moet van tafel

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant wil dat de nieuwe deadline waarop verouderde boerenstallen moeten voldoen aan de Verordening Stikstof van tafel gaat. Samen met de fracties van CU-SGP en Lokaal Brabant wil het CDA hiertoe een motie indienen tijdens de vergadering van Provinciale Staten vandaag.

Van de provincie kregen de Brabantse boeren tot 2028 de tijd om maatregelen te nemen, die nodig zijn om de uitstoot van stikstof te verminderen. Nu wil de provincie deze deadline vervroegen naar 2020. “Het CDA vindt dat onbehoorlijk bestuur”, aldus Statenlid Ton Braspenning.

Voor het was CDA was 1 januari 2028 een krappe maar haalbare datum. Vooral omdat veel boeren al grote milieu-investeringen hebben gedaan, de marges in de sector dusdanig klein zijn dat er weinig investeringsruimte is én omdat een groot aantal boeren waarschijnlijk versneld stopt.

Statenlid Ton Braspenning, woordvoerder landbouw:

“Net als de provincie vindt het CDA óók dat de landbouw moet vernieuwen én verduurzamen. Maar wel op een eerlijke manier. Niet met extra regels of door onduidelijkheid en onzekerheid te creëren. Het CDA zou veel liever zien dat de provincie Noord-Brabant met haar beleid aanhaakt bij lopende initiatieven, zoals het fosfaatreductieplan, en hierover afstemming zoekt met het Rijk.”

Schriftelijke vragen huisvesting doelgroepen

Schriftelijke vragen van Statenlid en fractievoorzitter Marianne van der Sloot over de huisvesting van doelgroepen.

Klik op de volgende link: Schriftelijke vragen over huisvesting doelgroepen.

Geacht college, 

Vorige week berichtte o.a. BN De Stem over het onderzoek naar de huisvestiging van vluchtelingen met een verblijfsvergunning in onze provincie. Uit dit onderzoek, in opdracht van de provincie uitgevoerd, blijkt dat meer dan helft van de Brabantse gemeenten ‘achterloopt’ en nog niet aan hun taakstelling voldoet. Als belangrijkste reden hiervoor stellen de onderzoekers dat de plannen van de gemeenten te weinig realistisch zijn en van onvoldoende kwaliteit.

Het CDA vindt deze onderzoeksconclusies opmerkelijk, o.m. omdat wij de indruk hadden dat gemeenten juist goed op weg waren om huisvesting te organiseren. Derhalve hebben wij de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

01. Het huisvesten van vergunninghouders gebeurde in eerste instantie via een regionale aanpak. Later werd deze aanpak ineens weer losgelaten. Vindt u dit logisch?

02. Inmiddels zijn er woonregio’s vastgesteld waarbinnen wooncorporaties worden geacht te opereren. Hoe staat u tegenover het idee om het oplossen van het huisvestingsvraagstuk op dit niveau te laten plaatsvinden, dus terug te keren naar de regionale aanpak?

03. Bent u het met het CDA eens dat een tekort aan sociale huurwoningen medeoorzaak is van het huisvestingsprobleem van vluchtelingen met een verblijfsvergunning?

04. In hoeverre spelen hierbij de zwalkende prognoses van het Rijk mee én de targets die, zonder rekening te houden met het concrete woonaanbod, van bovenaf worden opgelegd?

05. Denkt u dat er op lokaal niveau voldoende inzicht is in de effecten van het huisvesten van alleenreizenden, gezinshereniging, gezinnen en speciale doelgroepen als ouderen of mensen met een beperking? Graag een toelichting.

06. Ziet u voor de provincie mogelijkheden om gemeentes te helpen bij het zoeken naar alternatieve oplossingen, zoals:

  1. het omvormen van (grote) particuliere woningen en kantoorpanden naar sociale huurwoningen en -appartementen; of
  2. het versneld toestaan van semipermanente bouw op weloverwogen plaatsen?

Graag uw reactie en een toelichting.

07. Welke, alternatieve c.q. creatieve, mogelijkheden ziet u nog meer om als provincie iets te betekenen bij het oplossen van dit huisvestingsprobleem?

Een mogelijke oplossing om verdringing op de huizenmarkt te voorkomen is om, in goed overleg met de woningcorporaties, te bezien in hoeverre ook de mensen op de wachtlijsten bij de corporaties kunnen worden meegenomen in deze ‘nieuwe’ huisvestigingsalternatieven.

08. Hoe kijkt u aan tegen deze oplossing?

De woningcorporaties zijn voor gemeenten, provincie en andere overheden een belangrijke partner. Het huisvestingsprobleem oplossen doen we, wat het CDA betreft, immers samen.

09. Hoe beoordeelt u op dit moment de samenwerking tussen corporaties, gemeenten, provincie en andere overheden en partners?

Het CDA vindt dat, voor de lange termijn, de provincie gemeenten moet manen om bij woningcorporaties voor voldoende bouw én spreiding van sociale huurwoningen te pleiten. Dit kan bijvoorbeeld via financiële prikkels.

10. Zijn financiële prikkels voor u als provincie een optie om ervoor te zorgen dat woningbouwcorporaties méér en gespreid gaan bouwen? Graag een toelichting.

11. Bent u bereid de suggesties en oplossingsrichtingen hierboven mee te nemen in de extra ‘aandacht’ die u in 2017 aan het oplossen van het huisvestingsprobleem wilt geven?

Wij zien de antwoorden op deze vragen graag tegemoet, waarvoor bij voorbaat zéér bedankt!

Met vriendelijke groet,

Namens de CDA-fractie,

Marianne van der Sloot

Uitnodiging PPP (Praktische Politieke Philosophie)

Datum: Donderdag 15 december 2016
Tijd: 20.00 uur – 22.00 uur
Ontvangst vanaf 19.30 uur
Locatie: Huize Groenberg. Molenstraat 27 in Oirschot
Genodigden:

 

Vriendelijk

verzoek

CDA-ers en belangstellenden
Relaties PPP
Gelieve dit door te zenden aan mensen in uw eigen omgeving die zich mogelijk door het onderwerp aangesproken voelen of meer in het algemeen,

mensen die maatschappelijke belangstelling hebben.
Aanmelden is noodzakelijk.

Inleider Dhr. Piet Hein Buiting, bestuursvoorzitter Jeroen Bosch Ziekenhuis

 Thema: Zorg en verandering in de zorg

Geachte CDAers, geachte belangstellenden,

Op donderdag 15 december organiseert de CDA-Brabant groep Praktische Politieke Philosophie een dialoogconferentie over de Zorg.
Het thema zal ingeleid worden door de heer Piet-Hein Buiting.
U bent hier van harte welkom.

Piet Hein Buiting is voorzitter van de Raad van Bestuur van het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Hij is vertrouwd met de breedte van de zorgsector.
Aan de orde komen onder meer:

  • effecten van technologische vernieuwingen,
  • impact van de transities in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning,
    de Wet Langdurige Zorg, en de Geestelijke gezondheidszorg,
  • en de toekomstige inrichting van het zorglandschap.

Aansluitend aan zijn inleiding wordt u van harte uitgenodigd deel te nemen aan de dialoog.

Aanmelden is noodzakelijk:

Dit kan via Elly Lammers pcbjlammers1@gmail.com

Vriendelijke groet,

Mia Sol, vz PPP
06 27565443

CDA op werkbezoek bij Eindhoven Airport

Leden van de Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant brengen op 9 december a.s. een werkbezoek aan Eindhoven Airport. Ook Linda Hofman, fractievoorzitter van het CDA in de gemeenteraad van Eindhoven, is hierbij aanwezig.

Eindhoven Airport is de tweede luchthaven van Nederland. In 2015 vlogen er via de luchthaven 4,3 miljoen mensen naar meer dan 70 bestemmingen in m.n. Europa. Er zijn meer dan 1.200 mensen werkzaam.

Eindhoven Airport is de civiele medegebruiker van Vliegbasis Eindhoven, waar militaire activiteiten van de Koninklijke Luchtmacht plaatsvinden.

Op het programma van het werkbezoek staan o.a. een presentatie van Algemeen Directeur Joost Meijs en Financieel Directeur Rianne Jans, een rondleiding over de luchthaven én een ontmoeting met studenten van de opleiding Luchtvaartdienstverlening van het Summa College in Eindhoven. Deze studenten leren de vaardigheden en kennis op Eindhoven Airport door middel van stages en praktijkinstructies.

Marianne van der Sloot, fractievoorzitter van het CDA in de provincie Noord-Brabant:

“Als CDA zijn we bijzonder verheugd dat we op Eindhoven Airport te gast mogen zijn. Het is een bedrijf dat volop in ontwikkeling is en waar de provincie Noord-Brabant, als medeaandeelhouder, nauw bij is betrokken. We laten ons graag bijpraten over de lopende en toekomstige activiteiten op de luchthaven. Dat we tevens de gelegenheid krijgen om te zien op welke bijzondere wijze het Summa College en Eindhoven Airport samenwerken, maakt ons heel benieuwd.”

Opinie Ton Braspenning & René Kuijken over toekomst veehouderij

Voor de boeren in Brabant is het vijf voor twaalf.

De landbouw moet vernieuwen én verduurzamen. Dat vindt ook het CDA. De samenleving verandert en stelt nu andere eisen aan volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn dan 50 jaar geleden. Terecht.

Tegelijkertijd hebben we, in Nederland, meer dan 17 miljoenen monden te voeden. Alleen al in Brabant dragen duizenden boerenfamilies bij aan die enorme opgave. Ook zij zien in dat het boerenbedrijf van vandaag niet hetzelfde is als dat van morgen.

Vernieuwen en verduurzamen doe je echter wel op een eerlijke manier. Lange tijd hadden wij het vertrouwen dat VVD, SP, D66 en PvdA, de partijen die het nu in Brabant voor het zeggen hebben, dat óók voor ogen hadden.

Vernieuwen en verduurzamen vraagt tijd, geld en draagvlak. Van de provincie kregen de Brabantse boeren tot 2028 de tijd om de kostbare maatregelen te nemen, die nodig zijn om de uitstoot van stikstof te verminderen. Een krappe maar haalbare datum, vond het CDA. Te meer omdat veel boeren al grote milieu-investeringen hebben gedaan, de marges in de sector dusdanig klein zijn dat er weinig investeringsruimte is én omdat een groot aantal boeren waarschijnlijk versneld stopt.

Maar nu: nu vervroegt de provincie zonder inspraak en overleg de deadline naar 2020. Dit dwingt veel boeren om vervroegd te kiezen: dure extra investeringen doen óf stoppen. Zulke ingrijpende regels maar liefst 8 jaar naar voren halen: in geen enkele andere sector zou dát kunnen.

Van de SP, PvdA en D66 kan je dit verwachten. Maar wat doet de VVD? Ooit waren de liberalen voor minder regels en meer ondernemerschap, nu helpen ze bij het omvallen van familiebedrijven en de leegloop van het platteland.

Boerenzoons en -dochters zien namelijk het bedrijf van hun ouders aan telkens veranderende regels en negatieve publiciteit ten onder gaan. Zij maken andere toekomstplannen en willen het bedrijf niet overnemen. De meeste boeren hebben om aan de nieuwe eisen te voldoen een lening van de bank nodig. Banken geven deze lening alleen maar, wanneer de boeren deze kunnen terugbetalen. Dit kan vaak alleen maar door bedrijfsuitbreiding. Maar naast de extra vroege milieu-investeringen wil de provincie nu óók nog eens dat boeren die oude milieuvervuilende stallen willen vervangen door grotere milieuvriendelijkere stallen gaan betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit zorgt voor een dusdanige financiële drempel dat veel boeren worden gedwongen om te stoppen en dat veel boerendochters en -zoons er niet over piekeren om het bedrijf over te nemen.

Noemen we dit vernieuwen en verduurzamen? Het CDA niet. Wij zien aan de ene kant een sector die dichtgeregeld wordt, die moet vechten voor haar imago, en die niet weet waar zij aan toe is a.g.v. nieuwe en telkens veranderende regels. We zien keihard werkende mensen voor een loon tegen de armoedegrens. Aan de andere kant zien we een provincie die zich een uiterst onbetrouwbare overheid toont. De hardwerkende boer krijgt de rekening én het stigma van vervuiler opgeplakt.

De provincie vat haar landbouwbeleid samen als People – Planet – Profit. Het CDA duidt het als Oneerlijk – Onbetrouwbaar – Onzorgvuldig. Zo verdwijnen niet alleen de boeren, maar ook het boerenverstand uit onze provincie.

Ton Braspenning en René Kuijken zijn beiden Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.