Laatste kans: aanmelden CDA Brabant Familiedag

Aanstaande zaterdag 3 september is het zover: de eerste CDA Brabant Familiedag!

Online aanmelden (verplicht) is nog mogelijk tot 31 augustus 12.00u, dus schrijf u én uw familie gauw in via http://cdabrabant.nl/familiedag/. Het belooft een mooie dag te worden!

Vanaf 14.00u bent u met uw partner, (klein)kinderen, ouders, grootouders en andere familieleden welkom bij Recreatieboerderij Pukkemuk in Dongen, om elkaar daar op informele wijze te ontmoeten en met een hapje en een drankje bij te praten en kennis te maken.

Voor deze Familiedag zijn alle Brabantse CDA-leden en hun families uitgenodigd. Niet alleen vieren we de start van een nieuw politiek seizoen, ook zetten we ons thuisfront in het zonnetje. Dit doen we o.a. met een groot aanbod speelmogelijkheden voor kinderen (binnen én buiten) én een grote barbecue.

Samengevat:

Datum: 3 september 2016
Tijd: 14.00-18.00 uur
Plaats: Recreatieboerderij Pukkemuk
Adres: Vaartweg 192A, 5106 NG, Dongen
Parkeren: gratis
Aanmelding: verplicht
Aanmelden: via het aanmeldformulier op http://cdabrabant.nl/familiedag/
Vragen: mail naar LHofman@brabant.nl
Informatie Pukkemuk: ga naar www.pukkemuk.nl

Kosten:

Kinderen tot 12 jaar betalen niets. Vanaf 12 jaar vragen wij een eigen bijdrage van 11,20 euro p.p.

Voor dit bedrag krijgt iedere bezoeker:
– onbeperkt toegang tot alle (speel)faciliteiten van Recreatieboerderij Pukkemuk;
– onbeperkt koffie/thee/ranja;
– 4 consumptiemunten;
– deelname aan barbecue buffet.

Betaling: vooraf via het online betaalformulier dat u hier kunt vinden (beveiligd).

Bestuur en fractie hopen u op 3 september te mogen verwelkomen!

CDA over Tourambitie provincie: “niet achterover leunen, maar demarreren”

De Provinciale Statenfractie van het CDA Brabant is blij met de positieve grondhouding van de provincie Noord Brabant t.a.v. een provinciale lobby voor een ‘Brabantse’ Touretappe of etappe in een vergelijkbaar wielerevenement. Wel mist het CDA bij het college van Gedeputeerde Staten nog enige ambitie én een concrete invulling.

Het CDA stelde recent schriftelijke vragen over dit onderwerp, die vorige week zijn beantwoord (zie Antwoord op schriftelijke vragen over Tour de France door Brabant).

Statenleden Stijn Steenbakkers en Ton Braspenning:

“Als CDA zijn we blij met de positieve grondhouding van de provincie, maar we hadden gehoopt op méér ambitie van een college dat nota bene Beweging in Brabant als motto heeft gekozen. De antwoorden op onze vragen zijn namelijk nog weinig concreet. Zo erkent het college het belang van lobbyen voor sportevenementen, maar ziet het niet het nut in van aansluiting bij lobby-initiatieven als die in Limburg gericht op een Touretappe in Zuid-Nederland. Het CDA vindt dat een gemiste kans. Om het in wielertermen uit te drukken: ”Brabant moet niet achterover hangen in het peloton, maar demarreren. De Tour wacht op niemand.”

In reactie op de antwoorden van het college heeft het CDA de volgende schriftelijke vervolgvragen gesteld:

  1. Wij begrijpen dat lobbytrajecten lang kunnen duren. In juni/juli jl. stond echter nog niet vast wat in 2017 het parcours van de Tour de France ná de proloog zou zijn. Op basis waarvan concludeert u in antwoord op vraag 4 dat het ondersteunen van de Limburgse lobby niets toevoegt?
  2. Bent u bereid om over deze conclusie met verantwoordelijk gedeputeerde Koopmans uit Limburg in gesprek te gaan?
  3. Indien ja, bent u dan bereid om, als blijkt dat ondersteuning vanuit Brabant wel degelijk van toegevoegde waarde is voor een Touretappe in Zuid-Nederland, een concreet voorstel hiertoe te doen aan Provinciale Staten?
  4. Wanneer 2017 toch te snel komt, laat het antwoord ‘wellicht’ op vraag 6 Brabant tamelijk in het ongewisse. U schrijft dat u een inventarisatie van de kansen voor Brabant gaat maken. Kunt u ons een doorkijkje geven naar deze inventarisatie? Voor welke evenementen acht u Brabant kansrijk?
  5. Voor welke wielerevenementen gaat u zich concreet inzetten?
  6. Hoeveel geld is er ongeveer met het binnenhalen van deze evenementen gemoeid?
  7. Helpt het u wanneer Provinciale Staten vooraf de financiële kaders goedkeurt? U hebt dan als college het mandaat om zonder financieringsvoorbehoud te opereren in uw lobby richting de betreffende organisaties én volstrekt duidelijk te zijn over financiële ondersteuning vanuit Brabant.
  8. In uw antwoorden op onze vragen meldt u dat financiële ondersteuning een belangrijke succesfactor is om (sport)evenementen naar Brabant te halen, maar óók dat een langdurige relatie met de organiserende instantie(s), in het geval van de Tour de France is dat de A.S.O.1, van belang is. Hoe onderhoudt Brabant deze relaties? Heeft het college hiervoor budget en capaciteit gereserveerd? En belegt de provincie dit intern of extern?

1 Amaury Sport Organisation.

Oud-premier Piet de Jong overleden

Bijna een eeuw geleden. Een jongen van vijf staat op het strand van Ameland en kijkt uit over het water. Hij tuurt achter de horizon. Vanaf dat moment wist Piet de Jong dat hij naar zee wilde. ‘Ik wilde admiraal worden en dat gevoel heb ik mijn hele leven lang gehouden. Nog steeds vind ik de zee onuitsprekelijk mooi. Mensen hier in Nederland zien nooit een behoorlijke sterrenhemel, maar midden op zee of in de woestijn, realiseer je je eigen nietigheid, de relativiteit van de factor tijd en het mysterie van het heelal.’ Zo beschreef hij in 2011 aan journaliste Annemarie Gaulthérie van Weezel zijn liefde voor het water.

Piet de Jong is altijd die zee­man gebleven. Hij was bescheiden en charmant, eenvoudig, vol zelfrelativering en bijzonder aimabel. Zo aardig dat je niet tegen hem kon zijn, verzuchtte een tijdgenoot. ‘Een politicus heeft geen andere taak dan bij te dragen aan vrede en recht in de samenleving’, zei hij eens. Die ogenschijnlijk beperkte taakopvatting stelde hem in staat koers te houden in de politiek roerige jaren zestig. Zijn eigen geweten was zijn kompas en zijn ervaringen op zee een nooit aflatende bron van inspiratie en betekenisvolle anekdotes.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog voer De Jong als commandant op de onderzeeboot Hr. Ms. O­24. Die jaren onder water en de nabijheid van het gevaar hebben hem blijvend gevormd. ‘Als je eenmaal het suizen van de zeis hebt gehoord, dan is het leven daarna een beetje anders geworden. Je hebt dan voor je hele verdere leven geleerd te relativeren.’ Teambelang, loyaliteit en verantwoordelijkheid waren voor De Jong sleutelbegrippen. Aan boord leerde hij onder moeilijke omstandigheden om te gaan met mensen van hoog tot laag en verschillen te respecteren. Nog bij de samenstelling van zijn kabinet in 1967 gold deze ervaring als lakmoesproef voor de selectie van zijn bewindspersonen: ‘Zou ik hem of haar in oorlogstijd aan boord willen hebben?’

Zowel van zijn bemanning als van zijn bewindsploeg eiste hij onvoorwaardelijke inzet. Hij hield niet van haantjesgedrag en hij had geen geduld voor bewindspersonen die hun zaakjes niet op orde hadden of te laat kwamen voor de ministerraad. Daartegenover stond de onvoorwaardelijke loyaliteit aan ‘zijn’ team. Na de oorlog is de band met de bemanning van de O­24 blijven bestaan. Als minister­president ontving hij de manschappen op het Catshuis, waar de kok hem na een rondleiding door de ambtswoning zei: ‘Commandant, u woont hier netjes’, zo herinnerde De Jong zich later met veel plezier. Ook de nog levende bewindspersonen van zijn kabinet zagen elkaar tot op het laatst nog maandelijks voor een gezamenlijke lunch.

De marine huldigde aan boord de gouden regel dat geen ruzie mocht worden gemaakt over geloofszaken. Dat was het geheim om de saamhorigheid en verdraagzaamheid onder de bemanning – met christenen, Joden en moslims onder de manschappen – te bewaren: ‘Geen ruzies in de hitte’. Die stelregel vertaalde De Jong in zijn politieke pleidooi voor het volstrekte respect voor andere godsdiensten, zoals hij dat ook in 2010 op het CDA­congres in de Rijnhal in Arnhem verwoordde.

De oorlogsjaren op zee maakten hem relativerend over het ‘geharrewar aan wal’. Vanaf het water lijkt de ‘andere kant van de kustlijn een beetje bekrompen’. Als premier kreeg hij te maken met de protesten van provo’s en Dolle Mina’s in Amsterdam, stakingen tegen de loonpolitiek, het onderzoek naar de politionele acties in Indonesië en de eerste Molukse gijzeling in Den Haag. Zijn stijl van regeren was bijna a­politiek – ‘het algemeen belang gaat altijd boven het partijbelang’ – maar niet minder doortastend. De Jong toonde begrip voor gerechtvaardigde verlangens, onderkende de veranderingen in de samenleving en dook niet weg bij moeilijke besluiten. Na de onlusten in Amsterdam, liet hij het ontslag van burgemeester Van Hall niet over aan zijn minister van Binnenlandse Zaken Geerdink, maar voerde hij zelf de gesprekken om de burgemeester van de hoofdstad persoonlijk te overtuigen zijn functie neer te leggen.

Piet de Jong was zijn leven lang een voorvechter van de christelijke normen en waarden in de Nederlandse samenleving, een warm pleitbezorger voor de monarchie en het Huis van Oranje, een Atlanticus in zijn zorg over de internationale veiligheid en een Europeaan in zijn inzet voor de Europese samenwerking. Hij stond aan de basis van het akkoord met de Fransen over de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de EEG. Een verenigd Europa zonder de Engelsen was in zijn ogen niet denkbaar.

‘De zee heeft mij gemaakt tot wie ik ben’, zei Piet de Jong in een interview in 1971. Zonder ooit een politicus te worden, heeft hij veel voor Nederland en het CDA bereikt.

Hans Janssens
Hoofd Communicatie CDA

D66-wiet is schijnoplossing

Het CDA vindt het voorstel van D66 om overheidswiet te (laten) kweken en te verstrekken een onnozel plan. Gereguleerde wietteelt lost het drugsprobleem in Brabant niet op én is een verkeerd signaal naar de samenleving: drugsgebruik is niet normaal en mag dat ook niet worden.

Brabant kampt al jaren met de gevolgen van drugsoverlast en -criminaliteit. Jongeren worden steeds gemakkelijker verleid tot een joint of pil, drugsproducenten dumpen hun afval in de achtertuin van een ander of in de natuur, en achter iedere voordeur kan tegenwoordig een levensgevaarlijke hennepplantage schuilgaan. Naar schatting wordt één op de vijf woningbranden veroorzaakt door een hennepplantage. Met andere woorden: het drugsprobleem in Brabant is groot, we zijn een walhalla voor drugstoeristen en -producenten geworden.

D66 denkt dat overheidswiet dit probleem oplost. Van de in Brabant geproduceerde wiet gaat echter 80% naar het buitenland. Overheidswiet maakt geen einde aan deze buitenlandse vraag en verlost ons dus niet van illegale wietplantages en drugsdumpingen. De ‘D66-wiet’ is dus een schijnoplossing, die wietgebruikers helpt om te blijven gebruiken. Dat moet een overheid niet willen.

En met deze schijnoplossing speelt D66 drugscriminelen in de kaart, door een crimineel feit te gaan legaliseren. Het is alsof je het probleem van hard rijden in een woonwijk oplost door de maximumsnelheid alsmaar te verhogen. Met het voorstel van D66 belanden we op een glijdende schaal, die steeds steiler wordt en niet te stoppen is. Het CDA wil dat voorkomen.

Want behalve wiet vindt D66 óók dat een paar XTC-pilletjes op zak best moet kunnen. Door dit drugsknuffelen gaan mensen drugsgebruik steeds normaler vinden, terwijl drugs schadelijk zijn voor de gezondheid en iemands sociale leven en persoonlijke ontwikkeling ontwrichten. Het roept de vraag op in wat voor provincie wij willen wonen: een provincie waar we drugsgebruik normaal vinden en faciliteren, of een provincie waar we drugsgebruik niet accepteren en verhinderen.

Het CDA kiest voor het laatste en staat voor een drugsvrije samenleving. Hoe meer wettelijke obstakels we kunnen opwerpen om drugsgebruik terug te dringen hoe beter. De drempel om wiet, XTC of andere drugs te gebruiken moet zo hoog mogelijk zijn. Willen we de drugsgerelateerde criminaliteit met wortel en tak uitroeien, dan is een zero tolerance beleid nodig op gemeentelijk, provinciaal én landelijk niveau. Dus géén halfbakken gedoogbeleid of experimenten meer.

Het antidrugsbeleid van burgemeester Petter in Bergen op Zoom is een goed voorbeeld van een drugsaanpak die werkt. Na het sluiten van alle coffeeshops zijn de drugstoeristen daar nagenoeg verdwenen en is het een stuk lastiger geworden om aan drugs te komen. Ook de Taskforce Brabant-Zeeland voert een succesvolle strijd tegen tegen drugscriminaliteit. Wat het CDA betreft krijgt zij méér middelen om haar werk voort te zetten en te intensiveren. En het moet afgelopen zijn met het Nederlandse gedoogbeleid: verbied voortaan zowel de productie als het gebruik van wiet. Met een versterkte politie en veiligheidsketen kunnen we drugsgebruik en -criminaliteit dan stap voor stap verbannen uit onze samenleving.

Dit is een grote opgave die tijd kost en om strijdbare bestuurders vraagt. Onze mooie provincie is die inzet meer dan waard: drugs horen hier niet thuis. Laat de overheid er alles aan doen om ze uit onze samenleving te weren.

Marcel Deryckere
Lid Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA

Stephan van der Veeken nieuw lid kascommissie

Enige tijd geleden plaatste het CDA Brabant een oproep voor een nieuw lid van de kascommissie. Stephan van der Veeken heeft gehoor gegeven aan deze oproep en het CDA Brabant is erg blij hem te mogen verwelkomen in de kascommissie.

Stephan werkt bij PWC als Senior Associate en is binnen het CDA bekend door zijn verschillende functies binnen het CDJA en het CDA. Waaronder: Voorzitter Audit Committee, Algemeen Bestuurder CDJA, Commissielid selectie voorzitter CDJA, Penningmeester CDJA Brabant, Voorzitter kascommissie CDJA, Werkgroeplid Sociaal en Economische Zaken CDJA en (beleids)adviseur CDJA en CDA Oosterhout.